IEFBE 2484

Conclusie AG over 'indirect gebruik' van geografische aanduiding door gebruik van 'Glen' voor whiskeymerk

Conclusie AG HvJ EU 22 februari 2018, IEF 17516; IEFbe 2484; C-44/17; ECLI:EU:C:2018:111 (Glen Buchenbach) Etikettering; bescherming geografische oorsprong; ‘indirect gebruik’. Uit het persbericht: Advocaat-generaal Saugmandsgaard Øe spreekt zich uit over de uitlegging van Unierechtelijke bepalingen inzake geografische aanduidingen voor gedistilleerde dranken in het kader van een geschil over een Duitse whisky met de naam "Glen Buchenbach". Een Duitse rechtbank heeft het Hof van Justitie gevraagd of het gebruik van een dergelijke whisky naam kan een "indirect gebruik" of een "zinspeling" van de geregistreerde geografische aanduiding "Scotch Whisky" vormen of een "valse of misleidende aanduiding die een onjuiste indruk kan wekken met betrekking tot [de] oorsprong" van het betreffende product. Conclusie AG:

1)      Artikel 16, onder a), van verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening (E[E]G) nr. 1576/89 van de Raad, moet aldus worden uitgelegd dat voor het in deze bepaling verboden ,indirect [...] gebruik’ van een geregistreerde geografische aanduiding, vereist is dat de litigieuze benaming identiek is aan of fonetisch en/of visueel vergelijkbaar is met de betrokken aanduiding. Het volstaat derhalve niet dat deze benaming bij de beoogde consument enige associatie kan oproepen met de geregistreerde aanduiding of met het daarop betrekking hebbende geografische gebied.

2)      Artikel 16, onder b), van verordening nr. 110/2008 moet aldus worden uitgelegd dat voor de in deze bepaling verboden ,voorstelling’ van een geregistreerde geografische aanduiding niet vereist is dat de litigieuze benaming noodzakelijkerwijs een fonetische of visuele gelijkenis met de betrokken aanduiding vertoont, maar dat toch niet voldoende is dat deze benaming bij de beoogde consument enige associatie met de beschermde aanduiding of het daarop betrekking hebbende geografische gebied kan oproepen. Indien die gelijkenis ontbreekt, moet bezien worden in hoeverre de betrokken aanduiding en de betwiste benaming in voorkomend geval conceptueel dicht bijeen liggen, voor zover de consument daardoor als referentiebeeld het product waarvoor die aanduiding geldt voor de geest kan komen.

Om vast te stellen of er sprake is van een in deze bepaling verboden ,voorstelling’ mag geen rekening worden gehouden met aanvullende informatie die wordt vermeld naast het litigieuze teken in de aanduiding, de presentatie of de etikettering van het betrokken product, met name over de werkelijke oorsprong ervan.

3)      Artikel 16, onder c), van verordening nr. 110/2008 moet aldus worden uitgelegd dat om vast te stellen of er sprake is van in deze bepaling verboden ,onjuiste of misleidende vermeldingen’ geen rekening mag worden gehouden met aanvullende informatie die wordt vermeld naast het litigieuze teken in de aanduiding, de presentatie of de etikettering van het betrokken product, met name over de werkelijke oorsprong ervan.

Gestelde vragen [IEF 16643]:

1. Is voor “indirect commercieel gebruik voor [...] producten” in de zin van artikel 16, onder a), van verordening (EG) nr. 110/2008 vereist dat de geregistreerde geografische aanduiding in identieke of in een vanuit fonetisch en/of optisch oogpunt vergelijkbare vorm wordt gebruikt, of volstaat het dat het aan de orde zijnde bestanddeel van het teken bij het doelpubliek op enigerlei wijze een associatie met de geregistreerde geografische aanduiding of het geografische gebied oproept?

Ingeval dat laatste volstaat: Speelt bij het onderzoek of sprake is van “indirect commercieel gebruik” dan ook een rol, in welke overige vermeldingen het aan de orde zijnde bestanddeel is ingebed, of kunnen die overige vermeldingen indirect commercieel gebruik van de geregistreerde geografische aanduiding niet verhinderen, ook niet indien het aan de orde zijnde bestanddeel vergezeld gaat van een aanduiding over de daadwerkelijke oorsprong van het product?

2. Is voor een zinspeling (“voorstelling”) op een geregistreerde geografische aanduiding in de zin van artikel 16, onder b), van verordening (EG) nr. 110/2008 vereist dat er een fonetische en/of optische gelijkenis tussen de geregistreerde geografische aanduiding en het aan de orde zijnde bestanddeel van het teken bestaat, of volstaat het dat het aan de orde zijnde bestanddeel bij het doelpubliek op enigerlei wijze een associatie met de geregistreerde geografische aanduiding of het geografische gebied oproept?

Ingeval dat laatste volstaat: Speelt bij het onderzoek of sprake is van een zinspeling dan ook een rol, in welke overige vermeldingen het aan de orde zijnde bestanddeel van het teken is ingebed, of kunnen die overige vermeldingen wederrechtelijke zinspeling door het aan de orde zijnde bestanddeel van een teken niet verhinderen, ook niet indien het aan de orde zijnde bestanddeel vergezeld gaat van een aanduiding over de daadwerkelijke oorsprong van het product?

3. Speelt bij de beoordeling of sprake is van een “andere onjuiste of misleidende vermelding” in de zin van artikel 16, onder c), van verordening (EG) nr. 110/2008 een rol, in welke overige vermeldingen het aan de orde zijnde bestanddeel is ingebed, of kunnen die overige vermeldingen misleidende vermelding niet verhinderen, ook niet indien het aan de orde zijnde bestanddeel vergezeld gaat van een aanduiding over de daadwerkelijke oorsprong van het product?

Artikel 16 onder a:

Artikel 16 Bescherming van geografische aanduidingen Onverminderd artikel 10 worden de in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen beschermd tegen: a) direct of indirect commercieel gebruik voor niet onder de registratie vallende producten voor zover die producten vergelijkbaar zijn met de onder de betrokken geografische aanduiding geregistreerde gedistilleerde drank of voor zover dat gebruik erop is gericht van de reputatie van de geregistreerde geografische aanduiding te profiteren;