IEFBE 2464

Exclusieve merkenrechten stoffenmerk ADO toch in handen van Zimmer + Rohde

Hof van beroep Brussel 24 november 2017, IEFbe 2464; 2014/AR/2653 (Zimmer+Rohde c.s. tegen Artex) Zie eerder IEFbe 1016. Merkenrecht. Vonnis na definitieve uitspraak van de Duitse bodemrechter. Redelijkerwijze kan niet voorgehouden worden dat Zimmer op het ogenblik van de sluiting van de licentieovereenkomst in 2012 op de hoogte was van de werkelijke bedoeling van ADO, Artex en Hunter Douglas. Het eerdere vonnis wordt vernietigd. Artex c.s. maken zich schuldig aan merkinbreuk op de ingeroepen merkenrechten van Zimmer. 

27. (...) Redelijkerwijze kan niet voorgehouden worden dat Zimmer op het ogenblik van de sluiting van de overeenkomst van 26 september 2012 op de hoogte was of op de hoogte diende te zijn van de werkelijke bedoeling van ADO International GmbH, Artex BV en Hunter Douglas met (artikel 5.6 van) de Aandelen- en merkenovereenkomst, voor zover deze was om een exclusieve licentie van onbepaalde duur aan Artex BV en Hunter Douglas te verlenen. Een dergelijke wil van deze partijen blijkt immers onvoldoende uit (artikel 5.6 van) deze overeenkomst zelf, die een juridisch onmogelijke verbintenis inhoudt. Hij kan enkel afgeleid worden uit een samenlezing van (artikel 5.6 van) de overeenkomst van 21 oktober 2011 en de briefwisseling die daaraan voorafgaand tussen ADO International GmbH, Artex BV en Hunter Douglas werd gevoerd (cfr. supra aangaande de brief van 18 oktober 2011). Zimmer had echter geen kennis van deze briefwisseling, minstens wordt door geïntimeerden, niet (voldoende) bewezen dat dit wel het geval was.