IEFBE 2638

Fairy niet-ontvankelijk omdat Godiva de vervaardiging chocolate eclairs in België heeft stopgezet

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 14 juni 2018 IEFbe 2638 (Fairy chocolates BVBA tegen Godiva Belgium) Merkinbreuk en auteursrechtinbreuk. Fairy is een Belgische banketbakker. Hun CHO'CLAIR is een luxepraline in de vorm van een eclair. Ze hebben het als merk gedeponeerd. Godiva is een bekende chocoladefabrikant. Ze brachten op de Japanse en Amerikaanse markt een langwerpige praline uit onder de naam Chocolate Eclair. Fairy vordert een staking en Godiva laat weten dat ze de vervaardiging in België heeft stopgezet. Dit betekent dat er op de datum van de gedinginleidende dagvaarding geen inbreuk of zelfs dreing van inbreuk meer was. De vordering van Fairy is niet-ontvankelijk.

12. De vordering tot staking heeft als doel een einde te stellen aan een onwettige daad die schade berokkent aan de partij die de stopzetting ervan vordert. Het belang wordt beoordeeld op het tijdstip van het instellen van de vordering. Als de beweerdelijk onwettige daad beeindigd werd door de persoon wie deze vordering is ingesteld, dan kan de vordering niet langer gesteld worden.

14. Dit betekent dat er op de datum van de gedinginleidende dagvaareding geen inbreuk of zelfs dreiging van inbreuk meer was (gesteld dat de stopgezette vervaardiging als een dergelijk inbreuk kon worden gekwalificeerd). Het Hof van Cassatie oordeelde in een arrest van 4 september 1969 dat een vordering in dat geval bij gebrek aan voorwerp onontvankelijk moet worden verklaard: De stakingsvordering tegen een daad in strijd met de eerlijke praktijken in handelszaken is zonder voorwerp, wanneer de daad waarvan de staking gevorderd wordt reeds voltooid is en de auteur ervan deze daad voor de uitoefening van de vordering definitief heeft stopgezet.

16. De rechtspraak die stelt dat een stakingsvordering nog een voorwerp heeft zolang het herhalingsgevaar niet objectief is uitgesloten, vindt hier geen toepassing omdat Fairy's stakingsvordering nooit een voorwerp heef gehad. De gelaakte inbreuken en beweerde oneerlijke praktijken waren immers al stopgezet nog vóór Fairy haar stakingsvordering heeft ingesteld. Hierdoor ontbeert Fairy op het moment van het instellen van de stakingsvordering het rechtens vereiste belang in de zin van artikelen 17 en 18 Ger. W. en moet haar stakingsvordering onontvankelijk worden verklaard.