IEFBE 2597

Gerecht EU: in geschil tussen EU-merk en oudere Spaanse tekeningen moet worden gekeken naar het Spaanse tekeningen- en modellenrecht

poppetje

Gerecht EU 24 april 2018, IEF 17757; IEFbe 2597; ECLI:EU:T:2018:213; T-183/17 (Menta y Limón Decoración/EUIPO) In deze zaak diende Menta y Limón Decoración bij EUIPO een vordering tot nietigverklaring in van een EU-beeldmerk van een poppetje (n° 010822013) voor alle waren en diensten van dat merk. De vordering tot nietigverklaring was gebaseerd op verschillende oudere Spaanse tekeningen en modellen.De nietigheidsafdeling verklaarde het EU-beeldmerk effectief volledig nietig. Daartegen werd hoger beroep aangetekend en de kamer van beroep van EUIPO vernietigde de beslissing van de nietigheidsafdeling om de volgende redenen:

1)    Menta y Limón Decoración had in haar nietigheidsverzoek niet duidelijk gemaakt op grond van welke Spaanse regels inzake tekeningen en modellen zij (als houder van de aangevoerde tekeningen) het recht had om zich tegen het gebruik van het betwiste merk te verzetten. Het geschil had moet worden beoordeeld met inachtneming van de geldende regelgeving inzake tekeningen en modellen. Menta y Limón Decoración had het geschil echter benaderd als een geschil tussen twee merken in plaats van als een geschil tussen een merk en een tekening/model.
2)    Er was een eerste procedurefout omdat de nietigheidsafdeling had verwezen naar de relevante Spaanse wetsbepaling terwijl Menta y Limón Decoración zich niet op die Spaanse wetsbepaling had beroepen.
3)    Er was een tweede procedurefout omdat de nietigheidsafdeling niet duidelijk de oudere tekeningen had geïdentificeerd, maar eerder de tekeningen had gecombineerd, waardoor het niet duidelijk was op basis van welk ouder recht de nietigheid was gebaseerd.

Tegen de beslissing van de kamer van beroep van EUIPO werd hoger beroep aangetekend bij het Gerecht. Het Gerecht heeft het hoger beroep nu volledig verworpen en oordeelde dus dat de kamer van beroep van EUIPO correct had geoordeeld.

Het Gerecht oordeelde dat het inderdaad niet aan EUIPO was om de argumentatie van verzoekster te vervolledigen door naar wetsbepalingen te verwijzen die de verzoekster zelf niet had aangehaald. Enerzijds geldt dat wanneer de bescherming van de oudere aangevoerde rechten wordt geregeld door Spaans recht, het geschil tussen die oudere Spaanse rechten en een jonger betwist merk moet worden beoordeeld op basis van toepasselijk nationaal recht en niet EU-recht. Anderzijds is het onderzoek van EUIPO beperkt tot de middelen en argumentatie van de partijen. Voor zover een verzoekster in haar verzoek tot nietigverklaring het geschil voorstelt als een geschil tussen merken, is het dus niet aan EUIPO om de relevante wetsbepaling inzake tekeningen en modellen aan te halen.

Maar een geschil tussen een betwist EU-merk en oudere tekeningen moet dus wel worden beslecht aan de hand van de regelgeving inzake tekeningen en modellen en niet alsof de aangevoerde rechten in het nietigheidsverzoek merken waren. Immers, ook in een geschil tussen een jonger EU-merk en een oudere EU-tekening of -model zouden de regels inzake tekeningen en modellen worden toegepast. Hetzelfde geldt (per analogie) als het oudere aangevoerde recht een nationale tekening of model is: dan moet naar het nationale recht inzake tekeningen en modellen worden gekeken.

Het verzoek tot nietigverklaring van de verzoekster in deze zaak was dus niet volledig aangezien het aan de verzoekster was om precieze informatie te verschaffen over het recht waarop haar verzoek tot nietigverklaring was gebaseerd op basis van de toepasselijke nationale regelgeving (hier het Spaanse recht inzake tekeningen en modellen).

De nietigheidsafdeling had moeten onderzoeken of het betwiste EU-merk op de geïnformeerde gebruiker dezelfde totaalindruk maakt als de oudere Spaanse tekeningen. Die globale vergelijking moet gebeuren met individueel beschouwde en welbepaalde oudere tekeningen of modellen, en niet met een combinatie van specifieke kenmerken of onderdelen van verschillende oudere tekeningen of modellen (cfr. arrest Karen Millen, C-345/13, en ook het Easy Sanitary Solutions douchegootarrest, C 361/15 P and C 405/15 P). Doordat dat in deze zaak niet was gebeurd, was het voor de merkhoudster niet duidelijk op basis van welk welbepaald ouder recht haar merk was nietig verklaard, aldus het Gerecht.