IEFBE 2161

Hof Antwerpen: maximale rechtsplegingsvergoeding erelonen, integrale toekenning kosten technische bijstand door octrooigemachtigde

Hof van Beroep Antwerpen 8 mei 2017, IEFbe 2161 (Rovi Guides tegen Telenet) Proceskosten. Erelonen. Kosten technisch bijstand. In een lang verwacht arrest, na verwijzing naar het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU 28 juli 2016, C-57/15, IEFbe 1884; UVP/Telenet, www.curia.eu), besliste het Hof van Beroep te Antwerpen over de kwestie van de terugbetaling van de kosten voor bijstand door een advocaat in IE-zaken en de kosten voor technische bijstand door een octrooigemachtigde.

Wat de erelonen van advocaten betreft, oordeelt het Hof dat de handhavingsrichtlijn geen "horizontaal effect" heeft. De nationale rechter moet zoveel mogelijk richtlijnconform uitleggen maar mag niet contra legem oordelen. Artikel 1022 Ger.W. bepaalt dat "geen partij boven het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding [kan] worden aangesproken tot betaling van een vergoeding voor de tussenkomst van de advocaat van een andere partij". De Belgische forfaitaire tariefregeling wordt door het Hof niet opzijgezet. Het Hof spreekt zich evenmin uit over de vraag of de in het KB van 26 oktober 2007 vastgestelde bedragen een "significant en passend deel van de redelijke advocatenkosten" uitmaken, zoals het Hof van Justitie vooropstelde (Telenet vorderde terugbetaling van 263.171,13 EUR aan erelonen). Aan Telenet wordt (slechts) de maximale rechtsplegingsvergoeding voor de niet in geld waardeerbare vorderingen toegekend (12.000 EUR).

Wat de kosten voor technische bijstand door een octrooigemachtigde betreft, kent het Hof het door Telenet gevorderde bedrag van 63.804,25 EUR integraal toe. Het werd niet betwist dat deze kosten rechtstreeks en nauw verbonden zijn met de vordering tot eerbiediging van het ingeroepen octrooi. Het Hof beslist dat deze kosten niet zijn vervat binnen de forfaitaire tarieven uit het KB van 26 oktober 2007, want dat die enkel tegemoetkomen in de kosten en erelonen van de advocaat. Het argument van Rovi om de kosten van advocaten en octrooigemachtigden minstens op gelijke wijze te behandelen (en dus de forfaitaire tarieven ook toe te passen op de octrooigemachtigde), niet door het Hof aanvaard. Het Hof achtte het niet opportuun om het Grondwettelijk Hof niet te adiëren met een prejudiciële vraag dienaangaande.