IEFBE 2585

Hof: Oppositie KPN tegen depot PN grotendeels toegewezen

kpn

Hof Den Haag 29 mei 2018, IEF 17726; IEFbe 2585; ECLI:NL:GHDHA:2018:1223 (KPN tegen KPP) Merkenrecht. KPN heeft zonder succes oppositie ingesteld tegen het door KPP verrichte depot van het woordmerk PN. Minst genomen is er sprake van een geringe mate van overeenstemming in visueel en auditief opzicht. Deels zijn de betrokken waren en diensten van merk en teken identiek en deels in hoge mate soortgelijk zijn. Het Hof vernietigt de beslissing en wijst de oppositie toe voor de waren en diensten in klasse 9 en 38. Het depot wordt alleen ingeschreven voor de waren in klasse 25.

Van de inzender:

Wellicht interessant voor de lezers van het blog is dat de uiteindelijk belanghebbende achter KPP Michael Gleissner is. Gleissner heeft wereldwijd duizenden merkdepots verricht en is verwikkeld in een veelheid aan oppositie- en doorhalingsprocedures tegen bekende merkhouders. Zie bijvoorbeeld http://www.worldtrademarkreview.com/blog/detail.aspx?g=5b5ed656-71b5-4e19-9cdc-92ce0b036c13.  Deze beschikking is voor zover bekend de eerste Nederlandse uitspraak over een merkdepot van Gleissner.

Citaat:

13. In visueel opzicht stemmen merk 1 en teken volgens KPN op een zestal punten overeen, te weten: (i) het zijn beide korte tekens, (ii) beide zijn geen echt ‘woord’ maar een afkorting, een combinatie van letters, (iii) beide zijn in hoofdletters geschreven, (iv) beide bevatten de letters P en N, (v) deze letters staan in dezelfde volgorde (PN) en (vi) het teken PN is volledig vervat in merk 1 (KPN). Dat de beginletter verschilt, doet daar niet aan af: anders dan bij langere tekens, besteedt het publiek bij korte tekens, zoals de onderhavige, niet méér aandacht aan eerste deel van het teken, aldus KPN onder verwijzing naar rechtspraak van onder meer het Gerecht van de Europese Unie (hierna: Gerecht EU).2