IEFBE 2110
  • Hof van Cassatie - Cour de Cassation
    17 feb 2017
  • Cassegrain (Longchamp) tegen Calem

Hof van Cassatie: 'verwatering' en 'inburgering' bestaan niet in het auteursrecht

Hof van Cassatie 17 februari 2017, IEFbe 21110 (Cassegrain (Longchamp) tegen Calem) Auteursrecht. Eerder de Voorz. Rb KH Gent en Hof van Beroep Gent [IEFbe 1066]. Verwerping van het cassatieberoep. Oorspronkelijkheid moet slechts worden onderzocht indien er een werk van letterkunde of kunst voorhanden is. Eens toegekend of erkend, blijft een auteursrecht voortbestaan. Beginselen zoals verwatering en inburgering bestaan niet in het auteursrecht. Uit het arrest:

3. Hieruit volgt dat de rechter de vraag naar de oorspronkelijkheid slechts moet onderzoeken indien een werk van letterkunde of kunst voorhanden is, dat uitdrukking vindt in een welbepaalde, concrete vormgeving en derhalve voorwerp kan zijn van de bescherming onder voormeld artikel 1, § 1, eerste lid, Auteurswet 1994.

4. De appelrechters die, niet-aangevochten, oordelen dat de combinatie van vormelementen van de handtassen te dezen slechts een modetrend uitmaakt die op zichzelf geen auteursrechtelijke bescherming kan genieten, dienden zich niet uit te spreken over de vraag naar de oorspronkelijkheid. Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

6. Het is niet tegenstrijdig te oordelen, enerzijds, dat een auteursrecht, eens toegekend of erkend, blijft voortbestaan, aangezien beginselen zoals “verwatering” en “inburgering” niet bestaan in het auteursrecht en, anderzijds, dat er geen auteursrecht kan worden toegekend aan de combinatie van vormelementen van de handtassen, aangezien zij overeenstemmen met een stijl of modetrend. Het middel mist feitelijke grondslag.

Uit het verzoekschrift:

875 De oorspronkelijkheidsvereiste wordt bijgevolg niet ingevuld aan de hand van de ingang die een werk bij een bepaald publiek heeft gevonden na de creatie of de trend die het naderhand heeft gezet.

880 In zoverre de appelrechters met het voorgaande impliciet, maar zeker oordelen dat het model van de handtas van eiseres geen oorspronkelijkheid heeft en zij zich bij het beoordelen van deze oorspronkelijkheid plaatsen op het ogenblik van de navolging die het werk bij een bepaald publiek heeft gevonden na de creatie of op het ogenblik van de trend die het naderhand heeft gezet, terwijl de aanwezigheid van oorspronkelijkheid moet worden beoordeeld op het ogenblik van de schepping van het werk, schenden de appelrechters artikel 1, in het bijzonder §1, lid 1, Wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, thans artikel XI.165, §1, lid 1 Wetboek van 28 februari 2013 van economisch recht.