IEFBE 1884

HvJ EU: Redelijke forfaitaire tarieven advocaten mogen, geen te lage maximumtarieven, kosten octrooigemachtigde niet foutafhankelijk

HvJ EU 28 juli 2016, IEF 16154; IEFbe 1884; ECLI:EU:C:2016:611; C-57/15 (United Video Properties tegen Telenet)
Proceskosten. Advocaten en deskundigen/octrooigemachtigden. Artikel 14 handhavingsrichtlijn. Proceskosten. Vergoeding van kosten voor bijstand van advocaten en deskundigen. Maximumbedrag voor honoraria en kosten van een advocaat en deskundige. Artikel 14 Handhavingsrichtlijn verzet zich niet tegen een nationale proceskostenregeling met een systeem van forfaitaire tarieven, mits tarieven redelijk zijn. Artikel 14 van deze richtlijn verzet zich wel tegen een nationale regeling met forfaitaire tarieven die, wegens te lage maximumbedragen, niet waarborgen dat minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten van de in het gelijk gestelde partij door de verliezende partij wordt gedragen. Kosten van een technisch raadgever mag niet slechts worden vergoed in geval van een fout van de verliezende partij. HvJ EU:
 

HvJ EU:

1)      Artikel 14 Handhavingsrichtlijn moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling zoals die in het hoofdgeding, op grond waarvan de verliezende partij in de proceskosten van de in het gelijk gestelde partij wordt verwezen, die de rechter die deze verwijzing in de kosten moet uitspreken de mogelijkheid biedt om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de bij hem aanhangige zaak en die een systeem van forfaitaire tarieven behelst voor vergoeding van de kosten voor de bijstand van een advocaat, mits die tarieven waarborgen dat de kosten die de verliezende partij moet dragen, redelijk zijn, hetgeen aan de verwijzende rechter staat om na te gaan. Artikel 14 van deze richtlijn verzet zich echter tegen een nationale regeling met forfaitaire tarieven die, wegens te lage maximumbedragen, niet waarborgen dat minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten van de in het gelijk gestelde partij door de verliezende partij wordt gedragen.

2)      Artikel 14 van richtlijn 2004/48 moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen nationale voorschriften op grond waarvan de kosten van een technisch raadgever slechts worden vergoed in geval van een fout van de verliezende partij, voor zover die kosten rechtstreeks en nauw verbonden zijn met een vordering in rechte die ertoe strekt de eerbiediging van een intellectuele-eigendomsrecht te waarborgen.

Gestelde vragen [IEF 15837 en IEFbe 1178]:

1. Verzetten de begrippen van artikel14 van de Handhavingsrichtlijn "redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten" zich tegen de Belgische wetgeving die de mogelijkheid biedt aan de rechter om rekening te houden met welbepaalde specifieke kenmerken eigen aan de zaak en die een systeem van gevarieerde forfaitaire tarieven vooropstelt inzake kosten voor de bijstand van een advocaat?

2. Verzetten de begrippen van artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn "redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten" zich tegen de rechtspraak waarbij wordt geoordeeld dat de kosten van een technisch raadgever enkel verhaalbaar zijn in geval van een fout (contractueel of buitencontractueel) ?