IEFBE 2365

Logo pizzeria in Amsterdam hoeft niet aangepast: beperkte overeenstemming met Pizzabakkers-logo

Vzr. Rechtbank Amsterdam 5 oktober 2017, IEF 17160; IEFbe 2365; ECLI:NL:RBAMS:2017:7285 (De Pizzabakkers tegen echtpaar pizza-restaurant) Merkenrecht. Auteursrecht. Beide partijen exploiteren een pizza-restaurant. Pizzabakkers hebben het beeldmerk 'de Pizzabakkers' gedeponeerd voor pizza's, deeg en restauratie. De logo's van beide partijen zijn in het zwart-wit vormgegeven, met in de schep de tekst. De merken stemmen begripsmatig overeen omdat beide logo's een pizza-schep hebben met daarin de naam van de pizza-maker. Er is geen auditieve overeenstemming. De voorzieningenrechter oordeelt dat er een zekere mate van overeenstemming is, maar dat deze beperkt van aard is. Dat de logo's dezelfde totaalindruk zou achterlaten is discutabel. Gedaagden gebruiken het logo alleen voor hun bezorgservice en niet voor het restaurant. Pizzabakkers hebben geen bezorgservice. Gezien de beperkte overeenstemming tussen beide logo's is direct of indirect verwarringsgevaar niet aan de orde. De vorderingen van Pizzabakkers worden afgewezen. 
 

4.6. De visuele overeenstemming tussen beide logo’s bestaat eruit dat ze beide zijn vormgegeven als een [logo] , in zwart-wit, met in de schep de tekst. Begripsmatig stemmen de merken overeen in die zin dat het in beide gevallen gaat om een pizza-schep met daarin vermeld een naam voor degene die de pizza maakt. De wijze waarop de vormgeving gestalte heeft gekregen verschilt echter ook: de schep van Pizzabakkers (het gedeponeerde beeldmerk) staat rechtop (verticaal), is maar half omlijnd en heeft woorden in de omlijning verwerkt, terwijl die van [gedaagden] horizontaal is afgebeeld, geheel omlijnd is en geen woorden in de omlijning heeft verwerkt. Van auditieve overeenstemming (voor zover bij een beeldmerk aan de orde) is, behoudens het (niet beschermde) woord “Pizza” geen sprake. In het logo van Pizzabakkers staat immers: ‘De Pizzabakkers’, met als bijschrift: ‘Pizza & Prosecco’ en in dat van [gedaagden] : ‘De [tekst] ’, met als bijschrift: ‘ [bijschrift] ’. Ook de vormgeving van de letters is verschillend, zij het dat in beide gevallen robuuste letters worden gehanteerd, die met name de laatste tijd nogal in de mode lijken te zijn en daarom een hoge mate van onderscheidend vermogen ontberen. Kortom er is wel een zekere mate van overeenstemming, maar deze is beperkt van aard. De stelling van Pizzabakkers dat de logo’s bij de consument dezelfde totaalindruk zou achterlaten is dan ook discutabel.

4.7. Gezien de verschillen tussen beide logo’s ligt verwarringsgevaar op het eerste gezicht niet voor de hand. Bij de verdere beoordeling daarvan dienen alle overige relevante omstandigheden te worden betrokken. Van belang is dat [gedaagden] het logo alleen gebruiken voor hun bezorgservice en niet voor het restaurant aan de [adres 1] . Anders dan Pizzabakkers aanvankelijk veronderstelden is de zaak aan het [adres 2] , waar het logo van [tekst] door de etalage te zien is, niet als restaurant in bedrijf. Het logo staat wel op de eigen website van [gedaagden] en is (ook) te zien als pizza’s van [gedaagden] worden besteld via de website Thuisbezorgd.nl. Pizzabakkers hebben daarentegen alleen restaurants, weliswaar met afhaalmogelijkheid, maar geen bezorgservice. Verder is niet in geschil dat [gedaagden] hun logo al gebruiken sinds 2014 en dat Pizzabakkers geen bescheiden heeft overgelegd dat er sindsdien bij consumenten verwarring over de producten zelf, of over de herkomst van de producten van beide ondernemingen is opgetreden. Weliswaar is voor verwarringsgevaar niet vereist dat daadwerkelijke verwarring al is opgetreden, maar de omstandigheid dat daarvan nog in het geheel niet is gebleken, terwijl beide logo’s al drie jaar naast elkaar worden gehanteerd, is wel een indicatie voor het ontbreken van dergelijk gevaar. Alles afwegende wordt voorshands geoordeeld dat, mede gezien de beperkte overeenstemming tussen beide logo’s, direct of indirect verwarringsgevaar in de gegeven omstandigheden niet aan de orde is. Hierop strandt de vordering van Pizzabakkers voor zover gebaseerd op artikel 2:20 lid 1 onder b BVIE.

4.8. Met betrekking tot de vordering gestoeld op artikel 2:20 lid 1 onder c BVIE wordt overwogen, anders dan [gedaagden] heeft bepleit, dat dit, hoewel de tekst anders zou doen vermoeden, ook ziet op merkinbreuk bij soortgelijke waren. (HvJ EG 9 januari 2003, ECLI:EU:2003:9, Davidoff/Godfkid). Deze vordering stuit echter af op de omstandigheid dat Pizzabakkers tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door [gedaagden] , onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar logo binnen het Beneluxgebied als een bekend merk moet worden gekwalificeerd. Daarnaast heeft Pizzabakkers wel gesteld, maar niet met nadere gegevens onderbouwd dat [gedaagden] door gebruikmaking van hun logo ongerechtvaardigd voordeel trekken uit of afbreuk doen aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. Ook het beroep op artikel 2:20 lid 1 d BVIE slaagt daarom niet. 

4.9. Pizzabakkers hebben behalve op het merkenrecht hun vorderingen gebaseerd op hun auteursrecht op het logo. Niet in geschil is dat het logo op zich als een auteursrechtelijk beschermd werk kan worden aangemerkt. Voorshands wordt echter geoordeeld dat [tekst] door gebruikmaking van haar eigen logo geen inbreuk maakt op de auteursrechten van Pizzabakkers, aangezien slechts beperkte elementen van beide logo’s op elkaar lijken en de ‘totaalindruk’, in auteursrechtelijke zin, van beide logo’s daartoe te verschillend is, ook als daarbij wordt betrokken dat Pizzabakkers hun logo ook in horizontale vorm gebruiken. De visuele verschillen tussen beide logo’s, zoals beschreven bij 4.6, zijn daarvoor redengevend.

4.10. Dat om andere redenen dan de hiervoor reeds besprokene sprake zou zijn van enig onrechtmatig handelen of van ongeoorloofde mededinging van [gedaagden] jegens Pizzabakkers heeft Pizzabakkers onvoldoende aannemelijk gemaakt en niet nader onderbouwd.

4.11. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van Pizzabakkers worden afgewezen, met veroordeling van Pizzabakkers, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding. Aangezien het hier gaat om een zaak betreffende intellectuele eigendomsrechten zullen, met toepassing van artikel 1019h Rv, de proceskosten worden toegewezen overeenkomstig het door [gedaagden] (als productie 12) in het geding gebrachte overzicht, nu deze kosten redelijk en evenredig voorkomen.