IEFBE 2636

Onvoldoende bewijs voor schending eerlijke marktpraktijken door HVH-Design

Hof van beroep Gent 5 maart 2018, IEFbe 2636 (Clement Pharma en ACI tegen HVH-Design) De redactie is op zoek naar: Vz. Rb van Koophandel Gent (afd. Kortrijk) 24 april 2017, om deze aan dit bericht toe te voegen redactie@ie-forum.be. Oneerlijke marktpraktijken. Clement Pharma en ACI zijn verbonden vennootschappen. Clement Pharma is een studiebureau met interieurarchitecten voor inrichtingen van apotheken. ACI staat in voor de uitvoering van die inrichtingen. Op 19 mei 2016 richten twee werknemers van Clement Pharma het bedrijf HVH-Design op. Hun tewerkstelling als werknemers nam een einde op 13 juni 2016. Clement Pharma stelt dat er sprake is van onrechtmatige afwerving van klanten en van inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten op hun tekeningen en plannen. Het betreft drie verschillende apotheken: Mertens, Apo-Pharman en Tack-Ghesquière. De eerste rechter stelde inbreuken vast voor apotheken Mertens en Apo-Pharman, die strijdig zijn met de eerlijke marktpraktijken. In hoger beroep wordt het onderdeel van de oorspronkelijke vordering met betrekking tot de apotheek Apo-Pharman bij gebrek aan voldoende bewijs als ongegrond afgewezen. Dit onderdeel van het incidenteel hoger beroep is gedeeltijk gegrond. Voor het overige bevestigt het hof het bestreden vonnis.

24. Er ligt onvoldoende bewijs voor dat de bvba HVH-Design derdenmedeplichtig zou zijn aan inbreuken die klanten van Clement Pharma of ACI zouden begaan hebben. Het staat niet vast dat geïntimeerde werken zou uitgevoerd hebben op de werven Tack-Ghesquière en Apopharman aan de hand van gegevens die van appellanten of één van hen zouden afkomstig zijn en door geïntimeerde wederrechtelijk zouden zijn aangewend. Er is geen grond om artikel 877 Ger. Wb. toe te passen, nu uit de stukken 10 en 11a, die appellanten met betrekking tot deze twee apotheken voorleggen, niet blijkt dat de plannen eigendom bleven van ACI of Clement Pharma en niet zouden overgedragen zijn aan de twee genoemde apotheken of ondernemingen met wie de opdracht voor de werken gecontracteerd werd. […]

26. Bij gebrek aan voldoende bewijs wordt het onderdeel van de oorspronkelijke vordering met betrekking tot de apotheek Apopharman als ongegrond afgewezen. Dit onderdeel van het incidenteel hoger beroep is gedeeltelijk gegrond. Het principaal hoger beroep is in dit onderdeel ongegrond.

31. Samengevat bieden de dossiers geen bewijzen van derdenmedeplichtigheid aan contractbreuk (op de apotheek Mertens na), van een systematische afwerving van klanten, die een desorganisatie of een destabilisatie van één van appellanten of beide teweeg gebracht zou hebben, van misleiding, verwarringstichting of slechtmaking. Bijgevolg ontbreken de wettelijk vereiste begeleidende omstandigheden om te oordelen dat geïntimeerde de eerlijke marktpraktijken zou geschonden hebben.

Nog samengevat zijn er onvoldoende bewijzen dat de zaakvoeders van geïntimeerde, voor zover dit toerekenbaar is aan geïntimeerde, op onrechtmatige wijze gebruik gemaakt hebben van de kennis die zij opgedaan hebben terwijl zij werkzaam waren bij appellanten.

Er is onvoldoende bewijs dat geïntimeerde bij haar optreden in het handelsverkeer verantwoordelijke is voor het mogelijks niet te goeder trouw handelen door de zaakvoerders van geïntimeerde bij de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst met appellanten.