IEFBE 2091

Sari Depreeuw - Secundaire mededelingen in hotels, cafés, kuuroorden en revalidatiecentra (maar niet bij de tandarts)

Sari DEPREEUW, "Rafael Hoteles bevestigd in Reha: secundaire mededelingen in hotels, cafés, kuuroorden en revalidatiecentra (maar niet bij de tandarts)", IRDI 2016, afl. 3, 220-228. Het Hof van Justitie heeft sinds het principearrest van 2006 in de zaak Rafael Hoteles (zaak nr. C-306/05) een indrukwekkend aantal prejudiciële vragen beantwoord over het recht van mededeling aan het publiek, zoals geharmoniseerd in Richtlijn nr. 2001/29 'Informatiemaatschappij' en, in mindere mate, in Richtlijn nr. 2006/15 'Verhuurrecht'. Meer dan vijftien jaar na het aannemen van deze richtlijn is er bij de nationale rechters nog veel onzekerheid over de draagwijdte van het begrip 'mededeling aan het publiek' in het auteursrecht en de naburige rechten.

In deze bijdrage wordt aan de hand van het REHA-arrest een overzicht gegeven van de bestanddelen van het recht van mededeling aan het publiek en de interpretatie die het Hof hieraan gegeven heeft. Stilaan is het Hof tot een vaste rechtspraak aan het komen, die al bij al in lijn blijft liggen van zijn eerste uitspraak in Rafael Hoteles. Zo herhaalt het Hof zijn interpretatie van de twee essentiële voorwaarden van het mededelingsrecht, de definitie van een 'mededeling' en de invulling van het 'publiek'.

Toch heeft het REHA-arrest een bijzonder belang, aangezien het arrest de notie van 'mededeling aan het publiek' in het auteursrecht en onder de naburige rechten samen bekijkt. Sinds het arrest in de zaken SCF t. Del Corso (zaak nr. 135/10) en Phonographic Performance (Ireland) (zaak nr. C-162/10) was de vraag gerezen of de 'mededeling aan het publiek' anders begrepen moest worden onder het auteursrecht en de naburige rechten van uitvoerders en producenten. Deze vraag heeft het Hof (op aangeven van de Advocaat Generaal) nu negatief beantwoord. Verder heeft het Hof ook de bijkomende voorwaarden verduidelijkt, zoals het 'nieuwe publiek' en het 'winstoogmerk'.

Bij de bespreking wordt elke voorwaarde in de context van de bestaande rechtspraak geplaatst en tot slot worden bepaalde bedenkingen geformuleerd. Zo hanteert het Hof geen duidelijke begrippen om types van 'mededelingen' aan een 'publiek op afstand' aan te duiden, zoals 'beschikbaarstelling' of 'uitzending', terwijl hieraan wel verschillende rechtsgevolgen verbonden kunnen zijn.

Algemener rijst de vraag hoe het gesteld is met de 'exploitatie' in de 'exploitatierechten'. Met het 'winstoogmerk' houdt het Hof al ergens rekening met de exploitatie van werken en ander beschermd materiaal, maar het Hof zou verder kunnen gaan en het begrip 'mededeling aan het publiek' explicieter kunnen aflijnen op de exploitatie en de aaneenschakeling van exploitaties van een werk of ander beschermd materiaal.
Lees de gehele bijdrage via Jura