IEFBE 2406

Vragen aan HvJEU over het verbod om in een lidstaat kansspelen via internet aan te bieden

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 maart 2017, IT&R 2412; RB 3035; IEFbe 2406; C-166/17 (Sportingbet). Kansspelen. Internet. Via MinBuZa: In het aangehaalde arrest in zaak C-42/07 heeft het Hof geoordeeld dat artikel 49 EG niet in de weg staat aan een regeling van een lidstaat als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die marktdeelnemers als Bwin International Ltd die in andere lidstaten zijn gevestigd, waar zij rechtmatig soortgelijke diensten verrichten, verbiedt om via het internet kansspelen aan te bieden op het grondgebied van deze lidstaat. Dat arrest is gewezen op een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de uitlegging van de artikelen 43, 49 en 56 EG. In casu betoogt een van de verwerende partijen echter dat de onderhavige zaak niet alleen die verdragsbepalingen betreft, maar ook de artikelen 2, 3, 23, 30, 31, 46, 55, 59, 66, 86, 106 en 107. Aangezien de Supremo Tribunal de Justiça in laatste aanleg uitspraak moet doen en bij twijfel verplicht is een verzoek om een prejudiciële beslissing te doen, opdat aldus een duidelijk oordeel kan worden gevormd aan de hand van de benodigde toelichting, verzoekt deze rechterlijke instantie het Hof om een beslissing over de hierboven weergegeven prejudiciële vragen, zoals toegelicht in het verzoek van de verwerende partijen. 

Prejudiciële vragen: 

1. Vormt de concessie die voor casino’s is verleend bij [wetsdecreet nr. 422/89 van 2 december 1989 (de kansspelenwet)], schending van de in het Verdrag vastgelegde beginselen en economische vrijheden? 

2. Vormt de exclusiviteit die aan Santa Casa da Misericórdia de Lisboa is toegekend bij wetsdecreet nr. 322/91 van 26 augustus 1991, zoals gewijzigd bij wetsdecreet nr. 469/99 van 6 november 1999, bij decreet nr. 12790 van 30 november 1926, bij wetsdecreet nr. 40397 van 24 november 1955, bij wetsdecreet nr. 84/85 van 28 maart 1985, zoals gewijzigd en [opnieuw gepubliceerd] bij wetsdecreet nr. 317/2002 van 17 december 2002 en bij wetsdecreet nr. 282/2003 van 8 november 2003, schending van de in het Verdrag vastgelegde beginselen en economische vrijheden? 

3. Schendt artikel 21 van de Código da Publicidade [wetboek inzake reclame] het beginsel van vrijheid van vestiging, het beginsel van vrije dienstverrichting, met als gevolg tevens discriminatie van onderdanen van de lidstaten op grond dat de verboden, beperkingen en voorrechten niet zijn gerechtvaardigd? 

4. Vormen [deze verboden, beperkingen en voorrechten] willekeurige discriminatie en een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen de lidstaten op grond dat zij niet zijn gerechtvaardigd uit hoofde van enig algemeen belang? 

5. Vormt de exclusiviteit die aan Santa Casa da Misericórdia de Lisboa op het vlak van reclame is verleend, misbruik van machtspositie volgens het gemeenschapsrecht? 

6. Zijn de artikelen 3 en 9 van wetsdecreet nr. 422/89 van 2 december 1989 (kansspelenwet) in overeenstemming met het gemeenschapsrecht? 

7. Zijn de artikelen 2 en 3 van wetsdecreet nr. 282/2003 van 8 november 2003 in overeenstemming met het beginsel van vrijheid van vestiging en het beginsel van vrije dienstverrichting in de Gemeenschap voor zover daarbij voor de exploitatie van onlinespelen exclusiviteit is verleend aan Santa Casa da Misericórdia de Lisboa? 

8. De Portugese Staat heeft de Europese Commissie niet ingelicht over de technische voorschriften van wetsdecreet nr. 422/89 van 2 december 1989. 

9. Moeten dergelijke voorschriften derhalve buiten toepassing worden gelaten en kunnen particulieren zich beroepen op de niet-toepasselijkheid ervan? 

10. De Portugese Staat heeft de Europese Commissie niet ingelicht over de technische voorschriften van wetsdecreet nr. 282/2003 van 8 november 2003.