Diversen - Divers

IEFBE 1738

IE-Forum.be zoekt de volgende uitspraken...

Wij zijn op zoek naar de volgende uitspraken. Heeft u een tip (naam van de (mogelijke) advocaat, (e-mail)contactgegevens van de griffie, of de uitspraak zelf) stuur het in via: redactie@ie-forum.be. Nous cherchons les jugements suivants: l’envoyez ou envoyez-nous une suggestion (nom d'avocat, addresse d’e-mail du greffier) à redactie@ie-forum.be:

NIEUW!
Vrz. Kh. Namen, 13 april 2017 (Merck)
Rechtbank van Koophandel Brussel 28 januari 2017 (Doomoo-seat)
Rb van KH Brussel november 2016 (Nespresso tegen Mondelez) (lees)
Prés. Comm. francophone Bruxelles, cess., 26 mai 2016, affaire « H&M c. N&H » IRDI 2016/3
Tr. Bruxelles, 9e ch., 3 mai 2016, affaire « Sabam c. État belge et fournisseurs d’accès à internet » IRDI 2016/3
Rb Luik 29 april 2014 (KPN v. VOO)
Rb Bergen 16 september 2013
Rb Brussel 16 april 2012 (Dyson)
Rb Brussel 31 Januari 2012 (Newpur v. Tempur)
Rb Brussel 31 januari 2012 (Dreft)
Rb Antwerpen 23 december 2010 (Travel Tex)
Vrz. Rb. Kh. Hasselt 8 sept. 2010 en 19 okt. 2012 (Primagaz)
Vrz. Kh. Leuven, 3 nov. 2003 (BASE)

Rechtbank-zaken waar we de arresten reeds van in ons bezit hebben [en allen opgevraagd bij advocaten]:
Rb van KH Brussel 13 januari 2016 (De Schakel Thuisverpleging tegen Thuisverpleging Pajozorg); arrest 31 oktober 2016 [IEFbe 2313]
Rb van KH Brussel 23 juli 2015 (Gemological tegen Int. Gemmological), arrest 18 oktober 2016 [IEFbe 2312]
Rb Luik 22 maart 2016 en 21 maart 2013 (Front National Belge tegen Front National); arrest van 11 oktober 2016 [IEFbe 2314]
Rb van KH Brussel 20 mei 2009 (Agicoa tegen Eviso) [IEFbe 1978]
Tribunal de commerce Bruxelles 11 september 2015 (Levi Strauss tegen New Yorker), arrêt van 23 september 2016 [IEFbe 2310]
Hof Brussel tussen arrest 4 sept 2012, 21 dec 2012, 7 maart 2013 (Kerstens tegen Arbita); arrest van 13 september 2016 [IEFbe 2283]
Rb van KH Gent 15 november 2013 (Anglo tegen Industrial & Marine Services); arrest van 27 juni 2016 [IEFbe 2275]
Tribunal de commerce de Bruxelles 12 september 2011 en 16 november 2009 (XENUM XEON), arrest van 16 juni 2016 [IEFbe 2272]
Cour d’appel Bruxelles 10 mai 2016 (Belgium Television tegen Sabam) [opgevraagd bij advocaten] [IEFbe 2261]
Rb EA Brussel 6 juni 2013 (Keyware Smart tegen Kinepolis), arrest van 19 april 2016 [IEFbe 2258]
Tr. de Commerce Bruxelles 31 mars 2011 (l’Atelier Architects contre H&M Hennes & Mauritz), arrêt 6 novembre 2015 [IEFbe 2236]
Rb KH Gent 14 maart 2013 (Ortholength tegen Jeannor)  [IEFbe 2235]

Chronologisch:

IEFBE 2380

Vragen aan HvJEU: zijn toegewezen advocaten aan te merken als 'handelaar' of 'verkoper'?

HvJ EU - CJUE 27 jun 2017, IEFBE 2380; C-426/17 (Giménez tegen verweerster), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvjeu-zijn-toegewezen-advocaten-aan-te-merken-als-handelaar-of-verkoper

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJEU 27 juni 2017, RB 3004; IEFbe 2380; C-426/17 (Giménez tegen verweerster). Oneerlijke bedingen. Via MinBuZa: Verweerster had bij de rechter verzocht om erkenning van haar blijvende arbeidsongeschiktheid en haar recht op de daarbij behorende uitkering. Verweerster is volledig arbeidsongeschikt verklaard voor de uitoefening van het beroep van schoonmaakster. Ze kreeg een uitkering toegekend van €1.178,15 per maand; deze uitkering is haar enige maandelijkse inkomen. Verweerster had verzocht om aanstelling van een toegevoegde advocaat met het oog op technische bijstand in die procedure. De benoeming viel op verzoekster (Elena Barba Giménez). Zij is door de orde van advocaten van Terrassa toegevoegd.

IEFBE 2373

Vragen aan HvJEU: Is een beursstand een verkoopruimte?

HvJ EU - CJUE 13 jul 2017, IEFBE 2373; C-485/17 (Verbraucherzentrale Berlin), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvjeu-is-een-beursstand-een-verkoopruimte

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJEU 13 juli 2017, RB 3000; IEFbe 2373; C-485/17 (Verbraucherzentrale Berlin). Consumentenbescherming. Via MinBuZa: Verzoekster (Verbraucherzentrale Berlin; Duitse consumentenorganisatie) is opgenomen op de lijst van de Duitse wet inzake verbodsacties bij inbreuken op het consumentenrecht of bij andere inbreuken (hierna: UKlaG). Verweerster (Unimatic Vertriebs GmbH) is een verkoopmaatschappij die op de beurs ‘Grüne Woche’ in Berlijn producten tentoonstelt. Volgens haar verklaringen verkoopt zij haar producten uitsluitend op beurzen. Op 22.01.2015 bestelde een klant bij de stand van verweerster op de beurs ‘Grüne Woche’ een stoomstofzuiger ter waarde van €1.600,-. Verweerster heeft hem niet over zijn herroepingsrecht geïnformeerd. Verzoekster is van mening dat verweerster de klant had moeten informeren over het bestaan van een herroepingsrecht, aangezien de koopovereenkomst buiten een verkoopruimte werd gesloten. Verzoekster vorderde dat verweerster op straffe van dwangmaatregelen wordt verboden om op de betreffende beurs in Berlijn nog koopovereenkomsten m.b.t. stoomstofzuigers te sluiten met consumenten zonder hen te informeren over het herroepingsrecht (en het modelformulier voor herroeping). De rechter in eerste aanleg wees de vordering af. Het door verzoekster ingestelde hoger beroep werd verworpen. Volgens de rechter in hoger beroep was verweerster als exposant op de beurs ‘Grüne Woche’ niet verplicht haar klanten te informeren over een herroepingsrecht. Zij verkoopt haar producten niet buiten een verkoopruimte; de consument die de beurs bezoekt verkeert in dezelfde situatie als een persoon die spontaan in een warenhuis een winkel bezoekt. De consument zou in deze situatie geen herroepingsrecht nodig hebben. Met haar door de rechter in hoger beroep toegestane beroep in ‘Revision’ handhaaft verzoekster haar vordering.

IEFBE 2331

Vragen aan HvJ EU over beroep op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid

HvJ EU - CJUE 14 jun 2017, IEFBE 2331; (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung umlauteren Wettbewerbs), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-beroep-op-de-minder-strenge-informatievereisten-bij-beperkte-weergavemogelijk

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 14 juni 2017, IEFbe 2331; IT 2343; C-430/17 (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) Via Minbuza: Consumentenbescherming. Verweerder (Walbusch Walter Busch GmbH & Co) verspreidde in 2014 als bijlage bij verschillende tijdschriften en kranten een uitvouwbare reclamefolder inclusief bestelformulier. Op de voor- en achterkant van de bestelkaart werd gewezen op het wettelijke herroepingsrecht. Het internetadres van verweerder was tevens aangegeven. Op de website van de verweerder kon men via de link “Algemene voorwaarden” de instructies voor herroeping alsmede het modelformulier voor herroeping raadplegen. Verzoeker (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) voert aan dat de reclamefolder van verweerder oneerlijk is omdat de instructies voor herroeping in de voorgeschreven vorm ontbraken en het modelformulier voor herroeping niet was bijgevoegd. Na een vergeefse aanmaning heeft verzoekster een vordering tot staking en tot vergoeding van precontentieuze aanmaningskosten ten bedrage van €246,10 vermeerderd met rente ingesteld. Het Landgericht heeft de vordering toegewezen. De appelrechter heeft deze beslissing deels gewijzigd (de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de aanmaningskosten werd bevestigd). Met beroep in “Revision” verzoekt verweerder om afwijzing van de vordering in haar geheel, verzoeker verzoekt om afwijzing van het beroep in “Revision”. 

Hier is van belang of verweerder zich met succes kan beroepen op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid overeenkomstig de BGB (Duits Burgerlijk Wetboek), EGBGB (Duitse wet tot invoering van het Burgerlijk Wetboek) en richtlijn 2011/83. Het antwoord op de vraag of de minder strenge informatievereisten hier gelden, hangt af van de uitlegging van artikel 8 lid 4 eerste zin, en artikel 6 lid 1 (h) van richtlijn 2011/83/EU. De vraag rijst evenwel of een zo uitgebreide informatieplicht over het herroepingsrecht verenigbaar is met de doelen van richtlijn 2011/83/EU. Het zou een onevenredige beperking van de vrije reclamevoering kunnen blijken de handelaar ongeacht beperkingen in ruimte en tijd van het door hem voor de reclame gebruikte middel voor communicatie op afstand steeds te verplichten de omvangrijke de instructies voor herroeping meteen en rechtstreeks in dit middel voor communicatie op afstand mee te delen en het modelformulier voor herroeping daar dadelijk bij te voegen. Gestelde vragen:

 

IEFBE 2244

Schending vrijheid van meningsuiting door veroordeling kritische artikelen in krant Orlovskaya Iskra

EHRM - Cour eur. D.H. 21 feb 2017, IEFBE 2244; Application no. 42911/08 (Orlovskaya Iskra tegen Rusland), http://www.ie-forum.be/artikelen/schending-vrijheid-van-meningsuiting-door-veroordeling-kritische-artikelen-in-krant-orlovskaya-iskra

EHRM 21 februari 2017, IEF 16940; IEFbe 2244; Application no. 42911/08 (Orlovskaya Iskra tegen Rusland) Persvrijheid. Vrijheid van meningsuiting. De NGO publiceert de krant Orlovskaya Iskra. De NGO werd veroordeeld voor een administratief misdrijf met betrekking tot het publiceren van kritiek op een politicus, de heer Stroyev. De NGO klaagt bij het EHRM op grond van artikel 10 (vrijheid van meningsuiting). Het EHRM stelt dat er onvoldoende dwingende redenen zijn aangetoond om vervolging en veroordeling te rechtvaardigen voor het publiceren zulke kritische artikelen. Sprake van schending van de vrijheid van meningsuiting, artikel 10 EVRM.

IEFBE 2243

EHRM: Verbod grootschalige publicatie belastinggegevens is geen schending van vrijheid van meningsuiting

EHRM - Cour eur. D.H. 27 jun 2017, IEFBE 2243; Application no. 931/13 (Satakunnan Markkinapörssi Oy en Satamedia Oy tegen Finland), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-verbod-grootschalige-publicatie-belastinggegevens-is-geen-schending-van-vrijheid-van-meningsuit

EHRM 27 juni 2017, IEF 16939; IEFbe 2243; IT 2316; Application no. 931/13 (Satakunnan Markkinapörssi Oy en Satamedia Oy tegen Finland). Zie eerder [IEF 7414]. De bedrijven Satakunnan Markkinapörssi Oy en Satamedia Oy hadden de persoonlijke belastinggegevens van 1,2 miljoen mensen gepubliceerd. De binnenlandse autoriteiten oordeelden dat dergelijke groothandel onwettig was. De bedrijven deden zonder succes een beroep op schending van hun vrijheid van meningsuiting. Het EHRM stelt dat er geen sprake is van schending van de vrijheid van meningsuiting, artikel 10 EVRM.

IEFBE 2004

BMM Wim Mak Award(s)

bmm award news letter 25112016

In 2015 werd er helaas geen Wim Mark Award uitgereikt en daarom was het dan ook- na uitvoerig beraad - een groot genoegen voor de jury tot de volgende keuze te komen:
Op de 1e plaats: De maatman in het merkenrecht (BMM Bulletin); Jeroen Muyldermans
Op de 2e plaats: 3D-printen: een revolutie in het modellenrecht (?) (BMM Bulletin); Marjolein Driessen
Op de 3e plaats: De onwettigheid van het principe geen bescherming zonder merkinschrijving uit artikel 2.19.1. BVIE (BMM Bulletin); Alexis Hallemans. Een eervolle vermelding voor de bijdrage van Olivier Vrins, Prelude, themes and variations for author’s rights and copyright (BMM Bulletin).

 

IEFBE 1997

Conclusie AG: Plaats waar houder van exclusieve distributierecht verkoopdaling heeft, is schadebrengende feit

HvJ EU - CJUE 9 nov 2016, IEFBE 1997; ECLI:EU:C:2016:843 (concurrence tegen Samsung en Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-plaats-waar-houder-van-exclusieve-distributierecht-verkoopdaling-heeft-is-schadebrengen

Conclusie AG HvJ EU 9 november 2016, IEF 16382; IEFbe 1997; IT 2174; ECLI:EU:C:2016:843; Zaak C‑618/15 (concurrence tegen Samsung en Amazon) Procesrecht. Bevoegdheid. Verbintenissen uit onrechtmatige daad. Selectief distributienetwerk met verbod op online doorverkoop buiten een netwerk. Concurrence is een elektronicadetailhandel met een winkel in Parijs en verkoop via een website. Zij heeft met verweerster Samsung een selectieve distributieovereenkomst gesloten voor de verkoop van Samsung-producten. Samsung verwijt nu verzoekster doorverkoop via een onlinemarktplaats het contractuele beding te schenden en beëindigt de relatie. Vordering tot staking van de onrechtmatige verstoring. Aanknopingspunt schadebrengende feit. Conclusie AG:

Artikel 5, punt 3, van EEX-Vo moet aldus worden uitgelegd dat, in geval van schending van het verbod op verkoop buiten een exclusief distributienetwerk door middel van een online aanbod, op websites in verschillende lidstaten, van producten die onder het exclusieve recht vallen, als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan moet worden aangemerkt: de plaats waar de houder van het exclusieve distributierecht te maken heeft met een verkoopdaling, welke plaats samenvalt met het grondgebied waarop zijn recht wordt beschermd. De oorsprong van de websites waar de betrokken producten op worden aangeboden, is niet relevant bij de vaststelling van de rechterlijke bevoegdheid.