Domeinnaamrecht - Noms de domaine

IEFBE 2105

De l'enregistrement du nom de domaine artbrussels.com abusivement

10 jun 2016, IEFBE 2105; (artbrussels.com), http://www.ie-forum.be/artikelen/de-l-enregistrement-du-nom-de-domaine-artbrussels-com-abusivement
artbrussels

Cour d'appel Bruxelles 10 juin 2016, IEFbe 2105 (artbrussels.com) Marques. Action en cessation. Nom de domaine. Artexis a comme activité l'organisation de salons et de foires d'art grand public, dont la célèbre foir d'art contemporain <ART BRUSSELS>, qu'elle a organisée cette année pour la trentième année consécutive. Galeria Sztuki avait procédé abusivement à l'enregistrement du nom de domaine artbrussels.com. Le premier juge constater une atteinte aux droits exclusifs sur les marques d'ARTEXIS (2.20.1.d CBPI); L'utilisation du logo sur le site constitue un usage illicite des marques et également un acte contraire aux usages honnêtes en matière commerciale au sens de l'article 95. La cour décide que l'action mue par l'intimée est intégralement fondée et que le jugement entrepris doit être confirmé en tous points de ces constatations et de ces injonctions de cessation.

IEFBE 1879

Ondanks uitdrukkelijke afstand van band op Vaillantshop.be en Bulexshop.be

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 30 mrt 2016, IEFBE 1879; (Vaillant-Saunier Duval tegen Eco-Star), http://www.ie-forum.be/artikelen/ondanks-uitdrukkelijke-afstand-van-band-op-vaillantshop-be-en-bulexshop-be
vaillantshop.be

Voorz. Rechtbank van Koophandel (en afd.) Antwerpen 30 maart 2016, IEFbe 1879 (Vaillant-Saunier Duval tegen Eco-Star)
Domeinnaamrecht. Merkenrecht. Vaillant en Saunier DUVAL zijn titularis van Beneluxmerken BULEX. ECO-STAR is erkend distributeur, heeft accounts op professioneel luik van de sites, maar is geen officieel verdeler; zij registreert vaillant(-)shop.be en bulex(-)shop.be. De site vermeldt uitdrukkelijk "geen officiëel dealer", maar dat is niet relevant voor het nagaan van de voorwaarden van art. XII.22 WER. Zij biedt toestellen aan via de site. Dat het merkenrecht is uitgeput op elk apparaat of toestel dat door of met toestemming van de eisende partijen in de markt is gezet, impliceert geen uitputting van het recht van de merkhouder om dit merk te gebruiken in een domeinnaam. ECO-STAR behaalt ongerechtvaardigd voordeel uit de registratie van de domeinnamen, omdat zij bewust zijn gekozen en geregistreerd zodat zoekrobotten de site beter zouden vinden. Ex XVII.23 par 3 WER wordt bevolen de domeinnamen over te dragen.

IEFBE 1849

Nietig octrooi roterend vorkenbord, merkinbreuk door voormalig distributeur door oude marktplaatsadvertenties

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 29 jun 2016, IEFBE 1849; (Slemaco tegen VHS), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietig-octrooi-roterend-vorkenbord-merkinbreuk-door-voormalig-distributeur-door-oude-marktplaatsadve
espacenetImage EP2427402 verreiker voorzetstuk

Rechtbank Den Haag 29 juni 2016, IEF 16068 (Slemaco tegen VHS)
Octrooirecht. Merkenrecht. Slemaco ontwikkelt en produceert voorzetstukken voor verreikers, zoals een roterend vorkenbord onder het merk ROMASTOR. Zij is houdster van EP2427402  voor een hefinrichting en heforgaan voor toepassing in een hefinrichting. Het Nederlandse deel van het octrooi is nietig; de Rototilt op een graafmachine in een YouTube-filmpje is van net voor de prioriteitsdatum.

Partijen hadden een distributierelatie en het teken ROMASTOR werd vermeld op een opdrachtbevestiging (voor een tweede vorkenbord), waar geen ROMASTAR werd geleverd. Ook werden er marktplaatsadvertenties getoond onder verwijzing naar romastor.nl. Dit gebeurde in de periode dat er nog een samenwerking liep. De omstandigheid dat er op dat moment nog een distributierelatie bestond tussen partijen, maakt vanzelfsprekend niet dat VHS het teken ROMASTOR mag gebruiken voor niet van Slemaco c.s. afkomstige vorkenborden. Het in de lucht houden van advertenties na afloop van de samenwerking is te kwalificeren als merkinbreuk aangezien een beroep op uitputting niet meer kan opgaan (er was geen sprake van voorraad bij VHS). Er volgt een merkinbreukverbod, afgifteplicht en over een weer overdracht van domeinnamen met ROMASTOR en handelsnaam VHS daarin.

 

IEFBE 1610

Tranférer le nom de domaine Ryanair.lu

Tribunal d'arrondissement de Luxembourg 18 november 2015, IEFbe 1610 (Ryanair.lu)
Décision envoyée par Vincent Wellens, NautaDutilh. Au vu de toutes ces considérations, il y a lieu de retenir que la demande de la société Ryanair dirigée contre X est uniquement fondée sur base de la responsabilité délictuelle et qu'il y a lieu d'ordonner à X de transférer à ses frais le nom de domaine www.ryanair.lu à la société Ryanair. Il y a également lieu de condamner X à payer à la société Ryanair des dommages et intérêts à hauteur de 1.500 euros à titre de dommage moral.

IEFBE 1481

Bright Communications maakt zich niet schuldig aan parasitaire concurrentie

Hof van beroep Antwerpen 4 juni 2015, IEFbe 1481 (Big Media Group tegen Bright Communications)
Auteursrecht. Magazine. Parasitaire concurrentie. Big Media Group vordert dat Bright Communications zich schuldig maakt aan een inbreuk op artikel 95 WMPC door onder andere misleidende en verwarring stichtende reclame te voeren tegenover Big Media Group, het gebruik van afbeeldingen in uitoefening van de dienstverleningsovereenkomst, het gebruik van bedrijfsmateriaal van Big Media Group, onrechtmatige afwerving van personeel en cliënteel en auteursrechtelijk inbreuk te maken op fotografisch materiaal. Bright Communications vordert met succes staking van het gebruik van de benaming Sterck Magazine en Sterck Netwerck door Big Media Group en de overdracht van domein sterckmagazine.be.

Er wordt geen parasitaire concurrentie/aanhaking aangetoond. Het business concept van appellante vormt geen creatieve inspanning nu er vergelijkbare initiatieven op de markt zijn, en geïntimeerde heeft voldoende eigen creatieve inspanningen geleverd. Appellante kon bovendien niet bewijzen auteursrechthebbende te zijn op de foto's.

I. De feiten, antecedenten en vorderingen
2. Op 19 september 2013 liet de NV Big Media Group, huidig appellante, de BVBA Bright Communications, huidig geïntimeerde, dagvaarden zoals in kort geding. De vordering van Big Media Group, zoals  gewijzigd en uitgebreid in haar conclusies conform artikel 807-808 Ger. W. strekte er samengevat toe:
- het horen vaststellen dat Bright Communications zich schuldig maakt aan een inbreuk op art. 95 WMPC: * Door misleidende en verwarring stichtende reclame te voeren tegenover Big Media Group * Door het gebruik van afbeeldingen genomen in uitoefening van de dienstverleningsovereenkomst * Door gebruik te maken van bedrijfsmateriaal van Big Media Group (inclusief de aan haar toebehorende benaming Sterck Netwerk, Sterck Magazine alsook alle beeldmateriaal) * Door de onrechtmatige afwerving van cliënteel * Door de onrechtmatige afwerving van personeel * Door slechtmaking * Door een auteursrechtelijke inbreuk op het gebruik van fotografisch materiaal (waarvan de rechten haar toebehoren, meer specifiek de foto's genomen van de ondernemers en de heer Bonroy)
- Het staken en gestaakt houden van vermelde inbreuk onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per inbreuk per dag - De publicatie van het uit te spreken vonnis in aangegeven dagbladen binnen de drie werkdagen onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per dag vertraging
- De betaling van een provisionele schadevergoeding van 1,00 euro en voor de definitieve begroting van de schadevergoeding de zaak uit te stellen op een latere datum.
- De betaling door Bright Communications van de kosten van het geding, waarbij de rechtsplegingsvergoeding begroot werd op 1.320,00 euro. Ondergeschikt vroeg de Big Media Group tevens om haar toe te laten aan de hand van getuigenissen te bewijzen dat, met regelmaat van de klok, Bright Communications via haar aangestelden op happenings cliënteel van Big Media Group aanspreekt met de mededeling dat Big Media Group nagenoeg failliet is en dus met andere woorden geen waardige zakenpartner meer is. Wat de tegenvordering betreft stelde Big Media Group dat deze niet ontvankelijk minstens ongegrond is.

II. De beoordeling
5.1. Er is slechts sprake van parasitaire concurrentie in strikte omstandigheden. Begaat in beginsel geen daad strijdig met de eerlijke handelsgebruiken, de verkoper die: het aanbod van een andere marktdeelnemer in verband met diensten of producten nabootst, tenzij de verkoper hierdoor, hetzij, een door de wetgeving op de intellectuele eigendom beschermd recht miskent, hetzij, dit aanbod doet onder begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke handelsgebruiken, zonder zelf een creatieve inspanning te leveren, rechtstreeks voordeel haalt uit belangrijke inspanningen of investeringen gewijd aan een creatie met economische waarde van een andere verkoper. De rechter kan nochtans op grond van het behalen van een voordeel om een andere reden dan het louter nabootsen, oordelen dat dit handelen onrechtmatig is. Die andere redenen bestaan niet alleen uit de miskenning van intellectuele eigendomsrechten of verwarring stichtende reclame, maar kunnen elke vorm van onrechtmatig gedrag zijn. In casu wordt geen parasitaire concurrentie/aanhaking aangetoond. Vooreerst vormt het business concept van appellante (het uitbouwen van een netwerk met als rode draad een magazine) geen creatieve inspanning nu er heel wat vergelijkbare initiatieven (magazines en netwerkorganisaties) op de markt zijn. Verder merkt de eerste rechter terecht op dat geïntimeerde voldoende eigen creatieve inspanningen heeft geleverd: zowel de naam van het tijdschrift (en het netwerk) als de lay-out/vormgeving ervan als de gehanteerde kleur zijn verschillend. Ook de nevenactiviteiten, alhoewel gelijkwaardig, verkregen een deels andere invulling. Van enige verwarringstichting tussen beide concepten kan evenmin sprake zijn.
5.2. (...) Niet alleen bewijst appellante niet de auteursrechthebbende te zijn op de foto's doch bovendien toont appellante niet aan dat foto's/afbeeldingen genomen tijdens happenings van appellante en/of bestemd voor het tijdschrift van appellante in het tijdschrift van geïntimeerde werden gebruikt en/of tijdens de onderhandelingen met potentieel cliënteel werden aangewend. Ook ter zitting hierover ondervraagd kon appellante hierover geen voorbeeld/uitsluitsel verstrekken. Noch een vermeende auteursrechtelijke inbreuk op het fotografisch materiaal noch een vermeende verwarring door het gebruik van afbeeldingen dienstig voor het tijdschrift van appellante worden bewezen.
5.3. Het afwerven van cliënteel staat evenmin vast, gezien er geen inbreukmakende begeleidende omstandigheden worden aangetoond: noch het onrechtmatig gebruik van confidentiële klantendatabanken (het vermeende "clienteel" is publiek toegankelijk en kan gemakkelijk ook via andere analoge tijdschriften opgespoord worden), noch het misbruik van identiteit (dat de heer Bonroy in het verleden voor appellante werkte, verhindert als zo danig niet dat hij althans voor een concurrent, geïntimeerde, prestaties levert) noch de slechtmaking worden op afdoende wijze hard gemaakt. Slechtmaking veronderstelt overigens dat een bijzonder schadelijke aanval wordt uitgevoerd op een handelaar (thans onderneming), waardoor afbreuk wordt gedaan aan zijn reputatie of aan de reputatie van zijn producten, diensten of activiteiten, door een lasterlijke of eer rovende daad, of zelfs door een eenvoudige kritiek die toelaat hem te identificeren. Ter zake worden geen overtuigende stukken bijgebracht. Enige vermeende desorganisatie/destabilisatie van appellante wordt evenmin aangetoond. Het loutere feit dat appellante belangrijkste omzetdalingen kent, bewijst op zich uiteraard geen onrechtmatige afwerving van cliënteel.
8. Met de eerste rechter is het Hof van oordeel dat Bright Communications voldoende naar recht bewijst dat Big Media Group niet enkel te kwader trouw doch anterieur aan het door Bright Communications gedeponeerde beeldmerk overging tot het depot van drie woordmerken onder de nummers 0937403, 0937404 en 0937405. De voorwaarden tot nietigverklaring op grond van het BVIE (art. 2.28.3.b juncto art. 2.4.f. BVIE en art.2.28.3.a juncto art. 2.3. BVIE) zijn vervuld en de vordering tot nietigverklaring is gegrond. Het oordeel van de eerste rechter wordt integraal onderschreven en hierbij hernomen.
10. Verder weerhield de eerste rechter ook met reden een inbreuk op art. 4 en 6 van de Domeinnaamwet en werd de vordering tot staking en overdracht op grond van deze wet gegrond verklaard. Er werd hierbij vastgesteld dat de door appellante geregistreerde domeinnaam zodanig overeenstemmend is met de oudere handelsnaam van geïntimeerde en met het dominant onderdeel van het beeldmerk van geïntimeerde dat er verwarringsgevaar ontstaat, dat appellante geen recht noch legitiem belang heeft jegens de domeinnaam en dat appellante de domeinnaam registreerde met het doel een ongerechtvaardigd voordeel te halen uit het gebruik ervan.
12. Besluit: Het hoger beroep is ongegrond. De hoofdvordering van appellante werd terecht ongegrond verklaard en de tegenvorderingen van geïntimeerde werden met reden deels gegrond verklaard.

IEFBE 1417

Verbod TINTIN te gebruiken omvat niet vertaling KUIFJE

Een bijdrage van DomJur: Domeinnaamrecht. Zie eerder Hof Den Haag [IEFbe 1351]. Geen staking van het gebruik van de domeinnaam kuifje.nl door Hergé Genootschap, omdat het charter tussen Hergé Genootschap en Moulinsart verbiedt om de naam en/of het merk TINTIN te gebruiken in een domeinnaam en niet de vertaling ‘Kuifje’.

Appellante is Moulinsart S.A., houdster van de auteursrechten op bepaalde werken van Hergé en houdster van diverse woord- en beeldmerken. Geïntimideerde is Hergé genootschap, houdster van de domeinnamen kuifje.nl en hergegenootschap.nl. Partijen hebben tot in 2009 samenwerkt. In 2008/2009 heeft er intern bij appellante een wisseling van de wacht plaatsgevonden en begin 2009 is aan geïntimideerde nieuwe voorwaarden voor reproductie van elementen uit het oeuvre van Hergé toegezonden in een charter.

In eerste aanleg heeft appellante in hoofdzaak gevorderd een bevel tot staking van het gebruik van het teken ‘Kuifje’ in de domeinnaam. De rechtbank heeft de vordering afgewezen. In hoger beroep vordert appellante dat het hof het bestreden vonnis vernietigd en opnieuw rechtdoende haar vorderingen toewijst, waaronder het staken en gestaakt te houden van het gebruik in de domeinnaam van het merk Kuifje, of elk daarmee verwarringwekkend overeenstemmend teken.

Geïntimideerde heeft zich beroepen op dwaling als vernietigingsgrond van het charter. Dit beroept slaagt en het charter is partieel nietig. In het charter wordt onder 3, vierde streepje bepaald dat de domeinnaam of website van een genootschap niet de naam en/of het merk TINTIN zal bevatten. Volgens appellante wordt daarmee ook de Nederlandse vertaling ‘Kuifje’ mee bedoelt. Geïntimideerde betwist deze stelling. Nu appellante heeft nagelaten haar stelling te onderbouwen, is naar het oordeel van het hof in rechte niet komen vast te staan dat het charter ook ‘Kuifje’ in een domeinnaam verbiedt.

De conclusie is dat de grieven niet slagen en het vonnis van de kantonrechter wordt door het hof bekrachtigd.

IEFBE 1305

Onrechtmatig geregistreerde domeinnamen is handelsnaaminbreuk

Rechtbank van Koophandel Antwerpen, afdeling Antwerpen 13 maart 2015, IEFbe 1305, (Max Laser tegen Faure Beauty)
Uitspraak ingezonden door Geert Philipsen, GSJ advocaten. Merkenrecht. Domeinnamen. Handelsnamen Max Laser baat een ontharingsinstituut uit in Antwerpen. Het beeldmerk MAXLASER wordt op 28 februari 2013 ingeschreven. In de loop van februari 2013 stelt Max Laser vast dat domeinnamen met de handelsnaam MAX LASER doorwijzen naar de website van Faure Beauty. De rechtbank neem geen merkenrechtelijke inbreuk aan omdat de merkenrechtelijke registratie van latere datum is dan de domeinnaamregistratie. Inbreuk door het gebruik van onrechtmatig geregistreerde domeinnamen wordt wel aanvaard aangezien MAX LASER een geldige handelsnaam is.

De beoordeling:
1. Het beeldmerk "MAX-LASER"

20. De merkenrechtelijke bescherming neemt pas een aanvang op de datum van registratie (i.e. 14 maart 2013). FAURE BEAUTY stelt dat registratie voorafgaandelijk deze datum ligt zodat de BVIE niet kan toegepast worden omtrent de registratie. Hieromtrent wordt geen argumentatie gevoerd door MAX LASER. ln dit kader dient eveneens aangegeven te worden dat FAURE BEAUTY evenmin aanvoert op welk concreet (sub)artikel van de BVIE MAX LASER een inbreuk zou begaan. De vermeende merkenrechtelijke inbreuk wordt dan ook niet aanvaard.

2. De handelsnaam “MAX LASER"

21. [...]  Er dient aan 3 onderscheiden voorwaarden voldaan te zijn. Getoetst aan de feiten van het geval komt de rechtbank tot de hierna weergegeven beoordeling:

wettelijke voorwaarden Toetsing 
Identieke of overeenstemmende domeinnaam dat hij verwarring kan doen ontstaan.Gezien het bovenstaande wordt aangenomen dat MAX LASER een geldige handelsnaam is.
De domeinnaamhouder heeft geen recht of legitiem belang jegens de domeinnaam.Hieromtrent wordt geen argumentatie gevoerd.
De domeinnaam wordt geregistreerd met doel een derde te schaden of met het doel er ongerechtvaardigd voordeel uit te halen.De rechtbank aanvaardt dat MAX LASER voordeel haalde uit het aannemen van de domeinnaam www.maxlaser.be dan wel www.max-laser.be.
De domeinnaaminbreuk wordt aanvaard.
22. Naast de inbreukmakende registratie (cfr. artikel XII.22 WER) wordt het gebruik van de domeinnamen beschouwd als een inbreuk op artikel VI.104 WER. Om onder het verbod van vermeld artikel te ressorteren, dient aan volgende voorwaarden voldaan te zijn. De betrokken partijen moeten ondernemingen zijn. De ene onderneming moet zich schuldig maken aan daden die gekwalificeerd kunnen worden als onrechtmatige marktpraktijken ten aanzien van de andere onderneming. De andere onderneming  wordt hierdoor in haar beroepsbelangen geschaad of kan hierdoor geschaad worden.

23. Door het inbreukmakende gebruik van de onrechtmatig geregistreerde domeinnaam wordt de inbreuk op vermeld artikel (in de periode tussen het effectief gebruik en het terug ter beschikking stellen vaan de bewust domeinnamen) voldoende naar recht bewezen.
IEFBE 1255

Medialaan NV wordt titularis van www.medialaan.be

CEPINA Beroepscollege 18 juli 2014, IEFbe 1233; zaaknr. 44337 (medialaan.be)
Een redactionele bijdrage ingezonden door Michaël De Vroey, Baker & McKenzie. Bij beslissing van 18 juli 2014 [red. pas recent gepubliceerd; IEFbe 1233] heeft het Beroepscollege van CEPINA het hoger beroep van "KVP", een websiteontwikkelaar en -uitbater, afgewezen, de eerdere beslissing van de Derde Beslisser van 21 april 2014 bevestigd, en bijgevolg de overdracht bevolen van de domeinnaam www.medialaan.be aan de NV Medialaan. De NV Medialaan (tot 2014 de 'Vlaamse Media Maatschappij') is sinds 1993 in de Medialaan te Vilvoorde (voorheen de Beneluxlaan genoemd) gevestigd. In 2008 heeft KVP de domeinnaam www.medialaan.be geregistreerd. De NV Medialaan heeft pas vijf jaar later (in 2013) twee MEDIALAAN Beneluxmerken (woord en beeld) geregistreerd en nog een jaar later (in 2014) haar vennootschapsnaam van 'Vlaamse Media Maatschappij' in 'Medialaan' gewijzigd. Op 7 november 2013 verzocht de NV Medialaan aan KVP om - in ruil voor een bedrag van EUR 1.000 - de domeinnaam www.medialaan.be aan haar over te dragen. KVP ging hier niet op in waarna de NV Medialaan een klacht indiende bij CEPINA.

 

Voor een succesvolle klacht moeten drie voorwaarden zijn voldaan.

De eerste voorwaarde bestaat erin dat de NV Medialaan een recht moet kunnen laten gelden dat identiek is aan de domeinnaam of er zodanig mee overeenstemt dat dit verwarring kan scheppen. De NV Medialaan riep haar twee Beneluxmerken in, alsook de straatnaam waar zij sinds 1993 is gevestigd en waarmee zij geregeld werd en wordt geassocieerd, als geografische aanduiding.

KVP wierp op dat de Beneluxmerken te kwader trouw werden geregistreerd, wat echter een beoordeling is die tot de exclusieve bevoegdheid behoort van de rechtbanken en dus buiten de bevoegdheid valt van de Derde Beslisser of het Beroepscollege. Ook het feit dat de Beneluxmerken pas later werden aangevraagd vormde geen bezwaar, omdat de Algemene Voorwaarden van DNS geen anterioriteit vereisen, doch enkel dat de ingeroepen merken waren ingeschreven ten tijde van het indienen van de klacht bij CEPINA.

Het Beroepscollege gaf daarnaast een zeer ruime interpretatie aan het begrip "geografische aanduiding", dat volgens haar niet beperkt is tot wettelijk beschermde of erkende geografische aanduidingen (zoals oorsprongsbenamingen), maar ook - met verwijzing naar de voorbereidende werkzaamheden van de Domeinnaamkaapwet van 26 juni 2003 - de naam van een stad of provincie kan zijn waarmee een natuurlijke of rechtspersoon een bijzondere band heeft. Het Beroepscollege achtte deze bijzondere band bewezen doordat de Medialaan in 1993 uitdrukkelijk deze nieuwe naam kreeg naar aanleiding van de vestiging van de toenmalige Vlaamse Media Maatschappij op deze plaats, en Medialaan reeds begin jaren '90 en lang voor de rebranding en naamsverandering de Vlaamse Media Maatschappij's informele naam was. KVP had trouwens bij het lanceren van de website onder de domeinnaam in 2008 zelf uitdrukkelijk de link gelegd met de toenmalige Vlaamse Media Maatschappij. Op de website onder de domeinnaam werd namelijk "Medialaan" in het groot vermeld met daaronder de titel "De thuishaven voor de commerciële televisiezenders VTM en 2BE" en een korte tekst over de oprichting en impact van VTM. Het Beroepscollege zag hierin een erkenning van de natuurlijke band die tussen de NV Medialaan en haar geografische ligging aan de Medialaan bestaat.

De tweede voorwaarde bestaat erin dat KVP geen rechten of legitieme belangen kan laten gelden voor de domeinnaam. De eerste zijn om een domeinnaam aan te vragen en te registreren verschaft op zich geen recht of legitiem belang. In casu had KVP, in de periode voordat hij van de NV Medialaan een verzoek tot overdracht had gekregen en aldus kennis kreeg van het geschil, de domeinnaam niet gebruikt (zie supra). De vormgeving was bovendien identiek aan een andere website van KVP (didactiek.be) en bevatte een grote banner waarop reclameboodschappen verschenen. Het is pas daarna dat de domeinnaam effectief werd gebruikt en uitgewerkt tot een 'online magazine' waarop bezoekers toegang kregen tot nieuws- en entertainment items. Dit gegeven volstond voor de Derde Beslisser, en vervolgens het Beroepscollege van CEPINA, overigens geheel terecht, om te besluiten dat KVP geen rechten of legitieme belangen kon laten gelden voor deze domeinnaam, zodat aan de tweede voorwaarde was voldaan.

De voorgaande vaststellingen volstonden voor het Beroepscollege ook om te besluiten dat de derde voorwaarde was voldaan, met name dat de domeinnaam te kwader trouw was geregistreerd en gebruikt. Het Beroepscollege aanvaardde het argument niet dat 'medialaan' een arbitrair gekozen woord is. Het betreft evenmin een generiek woord, heeft geen betekenis en is niet in het woordenboek opgenomen. Het Beroepscollege besloot dat de domeinnaam te kwader trouw was geregistreerd. De domeinnaam was ook te kwader trouw gebruikt omdat KVP (i) pas na het geschil de domeinnaam effectief was gaan gebruiken, (ii) wist dat hij de domeinnaam blokkeerde voor iemand die een belang in de domeinnaam kon doen gelden, en (iii) sinds het ontstaan van het geschil de domeinnaam gebruikte voor een 'online magazine' waarop bezoekers toegang kregen tot nieuws- en entertainment items, wat overeenstemt met de diensten die de NV Medialaan aanbiedt.

Tegen deze beslissing die de overdracht beveelt van de domeinnaam www.medialaan.be aan de NV Medialaan kan geen hoger beroep worden ingesteld. De beslissing is dus definitief.

Michaël De Vroey, Baker & McKenzie