Mediarecht - Droit des médias

IEFBE 2432

EHRM: laster van een bekende blogger door de woorden "fuck you rapist bastard" op Instagram

EHRM - Cour eur. D.H. 7 nov 2017, IEFBE 2432; Application no. 24703/15 (Egill Einarsson tegen IJsland), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-laster-van-een-bekende-blogger-door-de-woorden-fuck-you-rapist-bastard-op-instagram

EHRM 7 november 2017, IEF 17358; IEFbe 2432; IT&R 2441; Application no. 24703/15 (Egill Einarsson tegen IJsland). Privacy. Vrijheid van meningsuiting. Een bekende blogger, de heer Einarsson, klaagt over een uitspraak van het IJslandse Hooggerechtshof, waarin werd vastgesteld dat er geen sprake was van laster door de woorden "fuck you rapist bastard" die bij een post op Instagram van de blogger werden geplaatst. Het strafrechtelijk onderzoek naar het plegen van seksueel geweld door deze blogger was net gestaakt. Het EHRM is het niet met de IJslandse rechtbanken eens dat de post een waardeoordeel inhoudt. Het woord 'rapist' is objectief en impliceert een aantijging van verkrachting. Nu het strafrechtelijk proces geseponeerd werd verviel de feitelijke onderbouwing van de aantijging. Het EHRM constateert dat de rechtbanken geen 'fair balance' hebben gevonden tussen het recht van de heer Einarsson op eerbiediging van zijn privé-leven krachtens artikel 8 EVRM en het recht op vrijheid van meningsuiting van de persoon die de opmerking had gepost krachtens artikel 10 EVRM. 

IEFBE 2403

Conclusie AG: Een consument verliest niet zijn hoedanigheid na langdurig gebruik van een particulier Facebookaccount om activiteiten te ontplooien

HvJ EU - CJUE 14 nov 2017, IEFBE 2403; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-een-consument-verliest-niet-zijn-hoedanigheid-na-langdurig-gebruik-van-een-particulier

Conclusie AG HvJ EU 14 november 2017, IEF 17276; IEFbe 2403; IT 2410; RB 3032; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook) vgl. IT 1878 . Voor „socinfluencers”, „prosumers” (professionele consumenten) zijn hun persoonlijke accounts op sociale netwerken een onmisbaar instrument voor hun werk. Een consument verliest niet zijn hoedanigheid indien hij – na langdurig gebruik van een particuliere Facebookaccount om zijn rechten uit te oefenen – boeken publiceert, lezingen houdt (soms ook tegen betaling), websites exploiteert, giften inzamelt om de rechten te kunnen uitoefenen. Bevoegdheid in zaken betreffende consumentenovereenkomsten – Begrip ,consument’ – Sociale media –Facebookaccounts en Facebookpagina’s – Cessie van vorderingen door consumenten die woonplaats hebben in dezelfde lidstaat, in een andere lidstaat en in een derde land – Collectief verhaal.

IEFBE 2382

HvJ EU: Dagvaarding voor schending persoonlijkheidsrechten rechtspersoon in de plaats waar centrum van belangen ligt

HvJ EU - CJUE 17 okt 2017, IEFBE 2382; (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-dagvaarding-voor-schending-persoonlijkheidsrechten-rechtspersoon-in-de-plaats-waar-centrum-va

HvJ EU 17 oktober 2017, IEF 17189; IEFbe 2382; IT 2374; ECLI:EU:C:2017:766; C-194/16 (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel) Er is beroep ingesteld door Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel strekkende tot rechtzetting van onjuiste informatie, verwijdering van commentaren, vergoeding van materiële en immateriële schade. Bolagsupplysningen is door Svensk Handel op een 'zwarte lijst' op haar website geplaatst wegens vermeend bedrog en oplichterij. Gevolg hiervan is dat verzoeksters bedreigd zijn en hun activiteiten in Zweden nagenoeg stilliggen. Svensk Handel stelt dat er geen nauwe band is tussen het geding en de Estse rechter. Conclusie AG: [IEF 17190]. Antwoord HvJ EU: 

1)      Artikel 7, punt 2, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken dient aldus te worden uitgelegd dat een rechtspersoon die stelt dat zijn persoonlijkheidsrechten zijn geschonden door de publicatie op internet van onjuiste gegevens over hem en door het niet verwijderen van op hem betrekking hebbende reacties, een beroep kan instellen tot rectificatie van die gegevens, verwijdering van die reacties en vergoeding van alle geleden schade bij de gerechten van de lidstaat waar zich het centrum van zijn belangen bevindt.
Verricht de betrokken rechtspersoon het grootste deel van zijn activiteiten in een andere lidstaat dan die waar hij zijn statutaire zetel heeft, dan kan hij de vermeende veroorzaker van de aantasting in die andere lidstaat oproepen met een beroep op de plaats waar de schade is ingetreden.
2)      Artikel 7, punt 2, van verordening nr. 1215/2012 dient aldus te worden uitgelegd dat een persoon die stelt dat zijn persoonlijkheidsrechten zijn geschonden door de publicatie op internet van onjuiste gegevens over hem en door het niet verwijderen van op hem betrekking hebbende reacties niet bij de gerechten van elke lidstaat op het grondgebied waarvan de op internet gepubliceerde informatie toegankelijk is of was, een beroep kan instellen tot rectificatie van die gegevens en verwijdering van die reacties.

IEFBE 2383

Conclusie AG: Volledige schade als gevolg van internetpublicatie mag verhaald worden in lidstaat waar zich het zwaartepunt van de beroepsactiviteit bevindt

HvJ EU - CJUE 13 jul 2017, IEFBE 2383; ECLI:EU:C:2017:554 (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-volledige-schade-als-gevolg-van-internetpublicatie-mag-verhaald-worden-in-lidstaat-waar

Conclusie AG HvJ EU 13 juli 2017, IEF 17190; IEFbe 2383; IT 2375; ECLI:EU:C:2017:554 ; C-194/16 (Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel) EEX-Vo. Beroep is ingesteld door Bolagsupplysningen tegen Svensk Handel strekkende tot rechtzetting van onjuiste informatie, verwijdering van commentaren, vergoeding van materiële en immateriële schade. Bolagsupplysningen is door Svensk Handel op een 'zwarte lijst' op haar website geplaatst wegens vermeend bedrog en oplichterij. Gevolg hiervan is dat verzoeksters bedreigd zijn en hun activiteiten in Zweden nagenoeg stilliggen. Svensk Handel stelt dat er geen nauwe band is tussen het geding en de Estse rechter en er dan ook geen reden is af te wijken van artikel 4 van Vo. 1215/2012 en artikel 7, pt 2 toe te passen. Bolagsupplysningen stellen dat hun schade in Estland, waar zij het centrum van hun belangen hebben, is ingetreden. Conclusie AG:

–      Artikel 7, punt 2, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) moet aldus worden uitgelegd dat een rechtspersoon die beweert dat zijn persoonlijkheidsrechten zijn geschonden door de publicatie van informatie op internet, zijn volledige schade kan verhalen voor de gerechten van de lidstaat waar het centrum van zijn belangen is gelegen.

–      Een rechtspersoon heeft het centrum van zijn belangen in de lidstaat waar zich het zwaartepunt van zijn beroepsactiviteiten bevindt, mits de beweerdelijk schadelijke informatie nadelige gevolgen kan hebben voor zijn beroepsactiviteiten in die lidstaat.

IEFBE 2213

Prej. vragen over bedrijfsgeheimen van een geprivatiseerde bank en toegang tot overheidsinformatie

HvJ EU - CJUE 11 apr 2017, IEFBE 2213; (Nova KBM tegen Slovenië), http://www.ie-forum.be/artikelen/prej-vragen-over-bedrijfsgeheimen-van-een-geprivatiseerde-bank-en-toegang-tot-overheidsinformatie
nbkm

Prej. vragen aan HvJ EU 11 april 2017, IEF 16877; IEFbe 2213; IT 2305; C-215/17 (Nova KBM tegen Slovenië) Openbaarheid. Overheidsinformatie. Auteursrecht. Hergebruik. Verzoekster (bank) heeft verzocht om herziening van een uitspraak op een verzoek van een journaliste tot openbaarmaking van een lijst van de consultancyfirma’s, advocatenkantoren en vennootschappen die intellectuele prestaties leveren waarmee verzoekster in de periode van 01-10-2012 tot en met 17-04-2014 overeenkomsten heeft gesloten. De lijst zou ook inhoudelijke gegevens van de overeenkomsten moeten bevatten. Volgens de SLV wetgeving zijn deze gegevens absoluut openbaar waarbij aangetekend dat het belang van het publiek bij openbaarmaking niet zwaarder weegt dan het belang van de tot openbaarmaking verplichte persoon om de toegang tot de gevraagde informatie te beperken. Dit geldt met name voor (rechts)personen die onder de overheersende invloed staan dan wel de laatste vijf jaar hebben gestaan van publiekrechtelijke lichamen, zoals in casu verzoekster, waarin SLV een meerderheidsaandeel had en die door SLV in beduidende mate is geherkapitaliseerd. Met name dit laatste vergroot het openbaar belang van controle. Sinds 21-04-2016 is verzoekster een privaatrechtelijke vennootschap op aandelen. Zij staat niet meer onder de overheersende invloed van de Staat maar is nog wel verplicht vijf jaar lang gegevens te verstrekken op grond van de Wet op de toegang tot overheidsinformatie.

IEFBE 2201

BGH stelt HvJ EU vragen over het openbaar maken geheime, auteursrechtelijk beschermde, militaire beheersverslagen door de pers

HvJ EU - CJUE 1 jun 2017, IEFBE 2201; I ZR 139/15 (Afghanistan Papiere), http://www.ie-forum.be/artikelen/bgh-stelt-hvj-eu-vragen-over-het-openbaar-maken-geheime-auteursrechtelijk-beschermde-militaire-behee

BGH 1 juni 2017, IEF 16862; IEFbe 2201; I ZR 139/15 (Afghanistan Papiere) Auteursrecht. Geheime status. Persvrijheid. Grondrechten. De federale republiek Duitsland laat weekberichten maken over de buitenland inzet van het leger. Die berichten 'nur für den Dienstgebrauch', dus geheim, en zijn ingeschaald op de minst hoge geheimhoudingsschaal. Er zijn samenvattingen die wel openbaar zijn. Het online portaal van de Westdeutschen Allgemeinen Zeitung wenst inzicht te krijgen in deze berichten uit 2001 tot 2012; via onbekende weg heeft ze een groot deel van deze geheime berichten openbaargemaakt als 'Afghanistan Papiere'. Gestelde vragen gaan over de verhouding van auteursrechtelijk exclusiviteit die een beperking kan vormen voor persvrijheid:

IEFBE 2135

EHRM: weglaten aanhalingstekens maakt media niet aansprakelijk voor citaat

EHRM - Cour eur. D.H. 4 apr 2017, IEFBE 2135; (MilisavljeviĆ tegen Servië), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-weglaten-aanhalingstekens-maakt-media-niet-aansprakelijk-voor-citaat

EHRM 4 april 2017, IEF 16713; IEFbe 2135; application no 50123/06 (MilisavljeviĆ tegen Servië) Mediarecht. Schending 10 EVRM. Via MediaReport: Kandić stond bekend als één van de voorvechters van volledige samenwerking tussen Servië en het Joegoslavië-Tribunaal. In het artikel vermeldde Milisavljević (red. journalist) dat Kandić in de media is uitgemaakt voor heks en prostituee. Dat deed zij zonder aanhalingstekens te gebruiken. Op 1 september 2005 veroordeelde een Servische rechtbank Milisavljević wegens belediging, en gaf haar een gerechtelijke waarschuwing. Door geen aanhalingstekens te gebruiken bij de zin “although she has been called a witch and a prostitute”, zo luidde de redenering, had Milisavljević haar eigen mening weergegeven en Kandić beledigd. (...) Het Hof concludeert in Milisavljević tegen Servië dat de veroordeling niet in redelijke verhouding staat tot het te dienen doel, en dus niet noodzakelijk is in een democratische samenleving. (...) Het Hof bevestigt met deze uitspraak weer de boodschappersfunctie van de pers. Een journalist kan in beginsel niet gestraft worden voor het verspreiden van uitingen van anderen, tenzij daar bijzondere zwaarwegende redenen voor bestaan. Het enkel en alleen weglaten van aanhalingstekens is geen zwaarwegende reden die het bestraffen van een journalist kan rechtvaardigen. Lees MediaReport

IEFBE 2125

EHRM: Blogbeheerder niet verantwoordelijk voor snel verwijderd lasterlijk bericht van een gebruiker

EHRM - Cour eur. D.H. 9 mrt 2017, IEFBE 2125; Application no 74742/14 (Pihl tegen Zweden), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-blogbeheerder-niet-verantwoordelijk-voor-snel-verwijderd-lasterlijk-bericht-van-een-gebruiker
hasch pundare

EHRM 9 maart 2017, IEF 16676; IEFbe 2125; IT 2253; Application no 74742/14 (Pihl tegen Zweden) Mediarecht. Over Pihl was een lasterlijk online commentaar anoniem geplaatst op een blog. Er is een civiele claim neergelegd bij de kleine non-profit organisatie die de blog beheerde, ze zou verantwoordelijk zijn voor dit commentaar van een derde. De claim werd afgewezen. Het EHRM zoekt de balans tussen individuele belang voor privéleven en vrijheid van meningsuiting van een individu of groep die een internet portaal beheert. Gezien de omstandigheden hebben de nationale autoriteiten een fair balance gevonden door de organisatie niet verantwoordelijk te houden voor het anonieme commentaar. Ondanks dat het een aanvallend commentaar was ("that guy pihl is also a real hash-junkie according to several people I have spoken to"), was het geen hate speech of een aanzetting tot geweld, het is geplaatst op een kleine blog dat door een non-profit organisatie wordt beheerd en het is was offline gehaald de dag nadat de klacht is gedaan; het heeft slechts negen dagen online gestaan. Pihl is niet ontvankelijk.