Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 2142

Les similitudes entre ISLAMIC RELIEF et MUSLIM RELIEF sont trop faibles

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 5 apr 2017, IEFBE 2142; (Islamic Relief Worldwide contre Islamic Relief), http://www.ie-forum.be/artikelen/les-similitudes-entre-islamic-relief-et-muslim-relief-sont-trop-faibles
Islamic relief muslim relief

Tribunal de commerce francophone de Bruxelles 5 avril 2017, IEFbe 2142 (Islamic Relief Worldwide contre Islamic Relief) En bref: Droit des marques. Le tribunal a conclu à une similitude trop faible entre les divers signes; Il n'y a pas lieu de croice que le public concerné établisse eun lien entre la marque de la demanderesse et celle du défendeur.

IEFBE 2141

Bewijs toegelaten tegen verweer dat dat RUBY voor verwarmingsinstallaties vervalrijp was in 2008

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 14 feb 2017, IEFBE 2141; ECLI:NL:GHAMS:2017:44 (Essegé tegen Ruby Décor), http://www.ie-forum.be/artikelen/bewijs-toegelaten-tegen-verweer-dat-dat-ruby-voor-verwarmingsinstallaties-vervalrijp-was-in-2008

Hof Amsterdam 14 februari 2017, IEF 16732; IEFbe 2141; ECLI:NL:GHAMS:2017:448 (Essegé tegen Ruby Décor) Merkenrecht. Verval. Bewijs. Beroep na IEF 15184. Essegé, in België gevestigd, gebruikt thans het merk RUBY voor verwarmingsinstallaties, dat zij in 1994 ook had gedeponeerd. Ruby Décor, in Nederland gevestigd, gebruikt sinds 2000 het merk RUBY FIRES voor haarden en heeft het op 14 maart 2008 ook gedeponeerd. Essegé vordert onder meer staking van het merk RUBY, RUBY FIRES en/of RUBY DÉCOR. Ruby Décor voert verweer dat het merk in 2008 vervalrijp was (ex art. 2.27 leden 3 en 4 BVIE). Essegé wordt toegelaten tot getuigenbewijs ervan dat zij in de periode van vijf jaar vóór 14 maart 2008 binnen de Benelux het merk RUBY voor verwarmingsinstallaties normaal heeft gebruikt.

IEFBE 2138

Brasseries en hun menukaarten maken geen inbreuk op de (beeld)merken CIPRIANI

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 20 feb 2017, IEFBE 2138; (Altunis tegen Brasseries), http://www.ie-forum.be/artikelen/brasseries-en-hun-menukaarten-maken-geen-inbreuk-op-de-beeld-merken-cipriani
cipriani capriani

NL Rechtbank KH Brussel 20 februari 2017, IEFbe 2138 (Altunis tegen Brasseries) Merkenrecht – geen bekend merk in de EU - geen merkinbreuk – geen schending eerlijke marktpraktijken. Altunis is beeldmerkhoudster van CIPRIANI en vordert staking van tekens die lijken op CIPRIANI/CAPRIANI met de handelsnamen van diverse brasseries, de domeinnaam capriani.be en in merk(aanvraag) BRASSERIE IL CAPRIANI en in de namen van de gerechten op de menukaart. Het Uniewoordmerk is op naam van mevrouw Giovanna Cipriani ingeschreven, zonder dat Altunis merklicentiehouder is. Eerdere oppositie is afgewezen (BBIE). De vorderingen wegens merkinbreuk op grond van artikel 9.2.c en 9.2.b UMVo worden afgewezen. Er zijn geen stukken overlegd over het marktaandeel van de merken, de intensiteit en de duur van het gebruik van de merken. Ook de vordering gebaseerd op vermeende oneerlijke marktpraktijken werd afgewezen, net als alle overige gevorderde maatregelen. 

IEFBE 2136

Parkeerplaats via p7-schipholprivium.nl aanbieden, is inbreuk sub b en c

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 23 apr 2015, IEFBE 2136; (Luchthaven Schiphol tegen IBR investment), http://www.ie-forum.be/artikelen/parkeerplaats-via-p7-schipholprivium-nl-aanbieden-is-inbreuk-sub-b-en-c

Vzr. Rechtbank Amsterdam 23 april 2015, IEF 16716; IEFbe 2136 (Luchthaven Schiphol tegen IBR Investment) Merkinbreuk. Bestuurdersaansprakelijkheid. Schiphol is houdster van Benelux woord(beeld)merken PRIVIUM (SCHIPHOL) waaronder ze een serviceprogramma aanbiedt voor wie regelmatig vliegt en onder oponthoud wil reizen en parkeerfaciliteit aanbiedt. IBR biedt via p7-schipholprivium.nl, samen met GroupDeal, een actie aan om tijdelijk buiten de luchthaven Schiphol te parkeren. Dit levert inbreuk ex 2.20 lid 1 sub b en c BVIE op. Enig bestuurder en feitelijk leidinggevende van IBR kan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Het verbod op merkinbreuk is ook jegens hem toewijsbaar. Staking bevolen met opgaveplicht.

IEFBE 2134

EFTA over openbare orde-beperking in het merkenrecht voor (bekende) beeldhouwwerken waarop geen auteursrecht meer rust

6 apr 2017, IEFBE 2134; (Vigeland Park), http://www.ie-forum.be/artikelen/efta-over-openbare-orde-beperking-in-het-merkenrecht-voor-bekende-beeldhouwwerken-waarop-geen-auteur

EFTA Court 6 april 2017, IEF 16706; IEFbe 2134; Case E-5/16 (Vigeland Park) Merkenrecht. EFTA (Europese Vrijhandelsorganisatie). Het Noorse Hof van Beroep voor Intellectuele Eigendomsrechten (Klagenemnda for industrielle rettigheter) heeft vragen gesteld over weigeren van een teken bestaande uit een kunstwerk, Vigeland Park, dat in het pubieke domein valt als merk vanwege openbare orde of de geaccepteerde moraal [gestelde vragen IEF 15907]. EFTA:

1. The registration  as a trade mark of a sign which consists of works for which the copyright protection period has expired, is not in itself contrary to public policy or accepted principles of morality within the meaning of Article 3(1)(f) of Directive 2008/95/EC.

IEFBE 2128

Conclusie AG: Vreedzaam naast elkaar bestaan in een deel van de Unie, betekent niet dat verwarringsgevaar is uitgesloten in een ander deel

HvJ EU - CJUE 29 mrt 2017, IEFBE 2128; ECLI:EU:C:2017:240 (Ornua, The Irish Dairy Board tegen Tindale & Stanton), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-vreedzaam-naast-elkaar-bestaan-in-een-deel-van-de-unie-betekent-niet-dat-verwarringsgev

Conclusie AG HvJ EU 29 maart 2017, IEF 16685; IEFbe 2128; C-93/16; ECLI:EU:C:2017:240 (Ornua, The Irish Dairy Board tegen Tindale & Stanton) Eenheidskarakter – Artikel 1 – Verwarringsgevaar – Afbreuk aan de reputatie – Artikel 9, lid 1, onder b) en c) – Conflicterende merken die een aanduiding van de plaats van herkomst omvatten – Vreedzame co-existentie van de conflicterende merken in een deel van het grondgebied van de Unie. Conclusie AG:

1)      Artikel 9, lid 1, onder b) en c) [UniemerkVo] moet aldus worden uitgelegd dat het feit dat de conflicterende merken vreedzaam naast elkaar bestaan in een deel van het grondgebied van de Unie, zonder verwarring te creëren, niet betekent dat verwarringsgevaar automatisch uitgesloten is in een ander deel van dat grondgebied. Deze co-existentie is niettemin een relevant element dat in voorkomend geval in aanmerking kan worden genomen in het kader van de globale beoordeling van het verwarringsgevaar en van het bestaan van een verband tussen de betrokken merken, waarop elk van die bepalingen respectievelijk gebaseerd is.

IEFBE 2124

Nederlandse Maatschappij is een zo algemeen gangbaar begrip dat daardoor geen begripsmatige overeenstemming ontstaat

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 21 mrt 2017, IEFBE 2124; (NEM/NLE tegen NIM), http://www.ie-forum.be/artikelen/nederlandse-maatschappij-is-een-zo-algemeen-gangbaar-begrip-dat-daardoor-geen-begripsmatige-overeens
nem nim

Hof Den Haag 21 maart 2017, IEF 16675; IEFbe 2124 (NEM/NLE tegen NIM) Beschikking. Merkenrecht. NIM heeft een Benelux-depot verricht voor woord-/beeldmerk, NLE heeft oppositie gevoerd op basis van haar woord-/beeldmerken. Het bureau heeft de oppositie afgewezen; de visuele en auditieve overeenkomsten tussen het teken en merken wegen niet op tegen de begripsmatige verschillen. Hoewel zowel het teken als het merk communiceert dat het gaat om een Nederlandse Maatschappij is dat een zo algemeen gangbaar begrip en wordt dat gebruikt door zo'n grote groep van Nederlandse aanbieders van waren of diensten, dat alleen daardoor geen begripsmatige overeenstemming ontstaat, althans wordt die overeenstemming opgeheven doordaat teken en merk aangeven dat het gaat om een andersoortige Nederlandse bedrijven die afwijkende diensten leveren, namelijk internetdiensten enerzijds en energiediensten anderzijds. Het hof verwerpt het beroep.

IEFBE 2121

Het letterbeeld verschilt slechts vanwege de afwijkende beginletters CMIB en NMIB

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 17 mrt 2017, IEFBE 2121; ECLI:NL:RBDHA:2017:2626 (CMIB tegen NMIB), http://www.ie-forum.be/artikelen/het-letterbeeld-verschilt-slechts-vanwege-de-afwijkende-beginletters-cmib-en-nmib
cmib nmib

Vzr. Rechtbank Den Haag 17 maart 2017, IEF 16672; IEFbe 2121; ECLI:NL:RBDHA:2017:2626 (CMIB tegen NMIB) Merkenrecht. CMIB is een incassobureau met als opdrachtgever moedervennootschap Infomedics die debiteurenbeheer van tandartsen en fysiotherapeuten aanbiedt. CMIB is als woordmerk geregistreerd en maakt onderdeel uit van een logo. NMIB is een door Netpoint - concurrent van Infomedics - opgericht incassobureau. Het letterbeeld verschilt visueel slechts vanwege de afwijkende beginletters C en N. In combinatie met de aanduiding ‘Nationaal Medisch Incasso Bureau' is daarmee ook een begripsmatige overeenstemming. Op grond van 2.20 lid 1 sub b BVIE wordt NMIB verboden haar handelsnaam of enig met woordmerk CMIB overeenstemmende handels- of domeinnaam, of teken te gebruiken voor incassodiensten.