Modellenrecht - Droit des dessins et modèles

IEFBE 2385

Conclusie AG: Bescherming gemeenschapsmodel centreerpennen uitgesloten als uiterlijke kenmerken zijn gekozen met het oog op technische functie

HvJ EU - CJUE 19 okt 2017, IEFBE 2385; ECLI:EU:C:2017:779 (Doceram tegen CeramTec), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-bescherming-gemeenschapsmodel-centreerpennen-uitgesloten-als-uiterlijke-kenmerken-zijn

Conclusie AG HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17192; IEFbe 2385; ECLI:EU:C:2017:779; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec). Modellenrecht. Docecream is houdster van diverse gemeenschapsmodellen die centreerpennen beschermen in drie verschillende geometrische vormen. Docecream stelt nietigverklaring van de soortgelijke modellen van Ceramtec omdat de bekendgemaakte uiterlijke kenmerken van de producten uitsluitend door de technische functie worden bepaald. Relevant is of er sprake is van technische bepaaldheid die bescherming in de zin van artikel 8.1 van Vo. 6/2002 uitsluit wanneer de (technische) functionaliteit de enige factor is die het design bepaalt. De Duitse rechter vraagt zich af of de bescherming zich al dan niet dient uit te strekken tot onderdelen die onzichtbaar zijn wanneer eenmaal op hun plaats zijn aangebracht. 

Conclusie AG:

1)      Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de door genoemde verordening geboden bescherming is uitgesloten indien de uiterlijke kenmerken van het aan de orde zijnde voortbrengsel uitsluitend zijn gekozen met het doel dat dat voortbrengsel kan voldoen aan een gegeven technische functie, dus zonder enige creatieve bijdrage van de ontwerper ervan; het feit dat er mogelijk andere vormen bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat kan worden bereikt, is dienaangaande op zichzelf niet beslissend.
2)      Teneinde te bepalen of de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zijn gekozen op grond van overwegingen die uitsluitend verband houden met de technische functie van een voortbrengsel, in de zin van genoemd artikel 8, lid 1, moet de aangezochte rechter een objectief oordeel vellen, door gebruik te maken van zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval.

IEFBE 2354

Conclusie AG: Autovelgen zijn 'onderdeel van samengesteld voortbrengsel' die voor normaal gebruik nodig en zichtbaar zijn

HvJ EU - CJUE 28 sep 2017, IEFBE 2354; ECLI:EU:C:2017:730 (Acacia tegen Fallimento Pneusgarda), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-autovelgen-zijn-onderdeel-van-samengesteld-voortbrengsel-die-voor-normaal-gebruik-nodig

Conclusie AG HvJ EU 28 september 2017, IEF 17138; IEFbe; 2354; ECLI:EU:C:2017:730; C-397/16; C-435/16 (Acacia tegen Audi en Fallimento Pneusgarda) Modelrecht. Audi en Pneusgara zijn houder van het gemeenschapsmodel voor lichtmetalen wielvelgen voor Audi's. Audi vordert dat Acacia stopt met de invoer, productie of verkoop van haar replicavelgen. Sluiten de beginselen van het vrije verkeer van goederen de wettelijke interpretatie (die een reparatieclausule bevat die uitsluitend uit replica wielen die esthetisch identiek aan origineel wielen zijn), met het oog op de reparatie van dit samengestelde voortbrengsel en het herstel van zijn oorspronkelijke vorm, uit? Conclusie AG:

1)      Artikel 110, lid 1, van [GemModVo] moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‚onderdeel van een samengesteld voortbrengsel’ niet is beperkt tot onderdelen waarvan de vorm afhankelijk is van de uiterlijke kenmerken van het samengestelde voortbrengsel, maar betrekking heeft op elk product dat in een ander product, dat als ‚samengesteld voortbrengsel’ wordt aangemerkt, is verwerkt, dat eruit kan worden gehaald en vervangen, dat nodig is voor een normaal gebruik van het samengestelde voortbrengsel en dat bij een normaal gebruik van dit samengestelde voortbrengsel zichtbaar blijft.

IEFBE 2351

HvJ EU: Afbeelden van game console bij het aanbieden van accessoires is toegestaan

HvJ EU - CJUE 27 sep 2017, IEFBE 2351; ECLI:EU:C:2017:724 (Nintendo-afstandbediening), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-afbeelden-van-game-console-bij-het-aanbieden-van-accessoires-is-toegestaan

HvJ EU 27 september 2017, C-24/16 en C-25/16, ECLI:EU:C:2017:724; IEF 17133; IEFbe 2351; IT 2352 (Nintendo tegen BigBen) Jurisdictie. Modelrecht. Via een website worden afstandsbedieningen voor game consoles aangeboden met daarbij een afbeelding van een game console waarop modelrechten gelden. HvJ EU antwoordt (FR/DUI), kort gezegd, dat artikel 20 lid 1 onder c GemModVo zo moet worden uitgelegd dat een derde die zonder toestemming van de Gemeenschapsmodelgerechtigde bij rechtmatig voeren van een bedrijf in accessoires die toebehoren aan waren van de modelrechthouder om de toepassing van die waren toe te lichten middel het plaatsen van een afbeelding op de website of daartoe te citeren dat dat toelaatbaar is.

1)      Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen, gelezen in samenhang met artikel 6, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd dat in omstandigheden als die van de hoofdgedingen, waarin de internationale bevoegdheid van een rechtbank voor het gemeenschapsmodel waarbij een vordering wegens inbreuk aanhangig is gemaakt, ten aanzien van een eerste verweerder is gebaseerd op artikel 82, lid 1, van verordening nr. 6/2002 en ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde tweede verweerder op dat artikel 6, punt 1, gelezen in samenhang met artikel 79, lid 1, van verordening nr. 6/2002, omdat deze tweede verweerder producten vervaardigt en levert aan de eerste verweerder die deze verkoopt, deze rechtbank op verzoek van de verzoekende partij ten aanzien van de tweede verweerder maatregelen overeenkomstig artikel 89, lid 1, en artikel 88, lid 2, van verordening nr. 6/2002 kan gelasten die ook betrekking hebben op gedragingen van deze tweede verweerder die geen verband houden met bovengenoemde toeleveringsketen en die gelden voor de gehele Europese Unie.

2)      Artikel 20, lid 1, onder c), van verordening nr. 6/2002 moet aldus worden uitgelegd dat een derde die, zonder toestemming van de houder van de aan een gemeenschapsmodel verbonden rechten, onder meer via zijn website gebruikmaakt van afbeeldingen van producten die overeenstemmen met dergelijke modellen in het kader van de rechtmatige verkoop van producten die bestemd zijn voor gebruik als accessoires voor specifieke producten van de houder van de aan deze modellen verbonden rechten, teneinde het gezamenlijke gebruik van de aldus verkochte producten en de specifieke producten van de houder van die rechten uit te leggen en te tonen, een handeling bestaande in de reproductie ter „illustratie” in de zin van dat artikel 20, lid 1, onder c), verricht, zodat een dergelijke handeling krachtens deze bepaling toegestaan is voor zover is voldaan aan de daarin gestelde cumulatieve voorwaarden, hetgeen de nationale rechter dient na te gaan.

3)      Artikel 8, lid 2, van verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”) moet aldus worden uitgelegd dat het begrip „land waar de inbreuk is gepleegd” in de zin van die bepaling ziet op het land van de plaats waar de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. In omstandigheden waarin eenzelfde verweerder verschillende inbreukmakende handelingen worden verweten die in verschillende lidstaten zijn verricht, dient voor de vaststelling van de schadeveroorzakende gebeurtenis niet te worden gerefereerd aan elke verweten inbreukmakende handeling, maar dient het gedrag van die verweerder in zijn totaliteit te worden beoordeeld teneinde de plaats vast te stellen waar de oorspronkelijke inbreukmakende handeling die ten grondslag ligt aan het verweten gedrag, door die verweerder is verricht of dreigt te worden verricht.

IEFBE 2344

Nietigheidsaanvraag LAMZAC afgewezen: modelregistratie niet technisch bepaald

EUIPO - BHIM - OHMI 14 sep 2017, IEFBE 2344; (Hirams Trade GmbH tegen Fatboy the Original), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietigheidsaanvraag-lamzac-afgewezen-modelregistratie-niet-technisch-bepaald

EUIPO invalidity division 14 september 2017, IEF 17108; IEFbe 2344 (Hirams Trade tegen Fatboy the Original) Modellenrecht. Fatboy the Original heeft een Gemeenschapsmodel voor een 'chaisse longue': De LAMZAC is een middels 'luchtscheppen' te vullen ligzak. De nietigheidsactie is ingesteld door Hirams Trade GmbH nadat Fatboy deze partij (in Duitsland) in rechte had aangesproken voor de verhandeling van de aan de LAMZAC (vrijwel) identieke LayBag. Het EUIPO wijst de nietigheidsaanvraag af. Het EUIPO oordeelt dat de modelregistratie voor de Lamzac niet technisch is bepaald. De Cozy Canoe en de Sensory Pea Pod doen geen afbreuk aan de nieuwheid en het eigen karakter van de registratie van Fatboy. 

IEFBE 2316

Gemeenschapsmodel van Ball Beverage voor drankblikjes mist eigen karakter

Gerecht EU - Tribunal UE 13 jun 2017, IEFBE 2316; ECLI:EU:T:2017:386 (Canettes), http://www.ie-forum.be/artikelen/gemeenschapsmodel-van-ball-beverage-voor-drankblikjes-mist-eigen-karakter

Gerecht EU 13 juni 2017, ECLI:EU:T:2017:386; T‑9/15; IEF 17037; IEFbe 2316 (Canettes) Modellenrecht. Ball Europe is houdster van een gemeenschapsmodel voor blikken voor drank. Crown Hellas Can heeft een vordering tot nietigverklaring ingediend omdat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had. De nietigheidsafdeling heeft de vordering afgewezen waarop de beroepskamer van het EUIPO het model wel nietig verklaard heeft op grond dat het geen eigen karakter had. Ball Europe verzoekt het gerecht deze beslissing te vernietigen. Het beroep wordt verworpen.

IEFBE 2305

Paraplu van Senz maakt geen inbreuk op Umbellae parasol

Brussel - Bruxelles 13 dec 2016, IEFBE 2305; (L'Anverre tegen Senz - paraplu), http://www.ie-forum.be/artikelen/paraplu-van-senz-maakt-geen-inbreuk-op-umbellae-parasol

Hof van beroep Brussel 13 december 2016, IEFbe 2305 (L'Anverre tegen Senz - paraplu) en rechtbank van Koophandel Brussel, 9 april 2013, IEFbe 2305 (L'Anverre tegen Senz - paraplu) De eisers stellen dat de Senz paraplu's inbreuk maken op het gemeenschapsmodel van BVBA L'anverre en vorderen een stopzetting in de hele Europese Gemeenschap van de inbreuk. De rechtbank onderzoekt eerst de geldigheidsvereisten voor het gemeenschapsmodel en stelt vast dat er geen geldig model kan worden gevonden, gezien het ontbreken van een eigen karakter. De rechter stelt de ongeldigheid vast van het gemeenschapsmerk. Van inbreuk kan geen sprake zijn, de rest van de vorderingen van de eisers wordt niet verder beschouwd. Eisers gaan in hoger beroep en vorderen de geldigheid te bevestigen van het gemeenschapsmodel "het Model UMBELLAE" en dat Senz paraplu's inbreuk maken op het Model UMBELLAE en vorderen aan Mexx en Senz de stopzetting in de hele Europese Gemeenschap van de inbreuk.

IEFBE 2295

Meubelset 'Emily' maakt geen inbreuk op meubelset 'York' van Meubar

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 30 dec 2016, IEFBE 2295; ( Meubar tegen Oosterlynck), http://www.ie-forum.be/artikelen/meubelset-emily-maakt-geen-inbreuk-op-meubelset-york-van-meubar

Rechtbank van Koophandel Brussel 30 december 2016, IEF 17012; IEFbe 2295 (Meubar tegen Oosterlynck) Intellectuele eigendomsrechten. Beide partijen zijn actief in de meubelsector. Eiser voert aan dat haar meubelstuk 'York' beschermd is door intellectuele eigendomsrechten en dat Oosterlynck hierop een inbreuk pleegt door de commercialisatie van een eetkamerset 'Emily' die bestaat uit een glaskast, een dressoir, een TV-meubel, een eettafel, een salontafel en een torenkast. Naar het oordeel van de rechter is het meubelset van verweerder sterk verschillend van het meubelset van eiser. Dit blijkt vooral uit de visuele waarneming van de stalen die ter zitting werden voorgelegd. De meubelen maken wel deel uit van een landelijke stijl maar hebben duidelijk een eigen algemene indruk. De rechter stelt vast dat de beide meubelsets sterk verschillend zijn wat betreft gebruikte materialen, textuur, kleur, afmetingen, afwerkingen etc. Conform artikel 3 VoGM zijn het die kenmerken die een model definiëren. Nu de geïnformeerde gebruikers van oordeel zijn dat de meubelset "EMILY" een andere algemene indruk wekt ten opzichte van de meubelset "YORK", en eiser geen namaak bewijst, kan er van enige inbreuk op intellectuele rechten geen sprake zijn. De vordering is ongegrond.

IEFBE 2279

Motorfiets Queengarden maakt inbreuk op modelrechten Honda wegens dezelfde totaalindruk

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 22 jul 2016, IEFBE 2279; (Honda tegen Queengarden), http://www.ie-forum.be/artikelen/motorfiets-queengarden-maakt-inbreuk-op-modelrechten-honda-wegens-dezelfde-totaalindruk

Rechtbank van Koophandel Brussel 22 juli 2016, IEF 16991; IEFbe 2279 (Honda tegen Queengarden) Modellenrecht. Queengarden is invoerder en distributeur van motorfietsen. Eiser stelt dat verweerder motorfietsen te koop aanbiedt (het model Urban M3 en 125CC) waarbij een inbreuk zou worden gemaakt op het intellectuele eigendomsrechten op de Honda MSX 125 motorfiets, namelijk de Uniemodellen 'algemeen uitzicht', 'stroomlijnlap' en 'koplamp'. Anders dan verweerder aanvoert is de geïnformeerde gebruiker niet alleen de professionele handelaar maar ook de gepassioneerde kenner en motorfietsenamateur. De rechter volgt verweerder ook niet in het argument dat de creatievrijheid bij het ontwerpen van motorfietsen klein is. Deze is eerder ruim. De kenmerkende elementen van het beschermde model van Honda worden in grote mate overgenomen wat voor dezelfde algemene indruk zorgt. Al deze elementen resulteren in eenzelfde totaalindruk van beide motorfietsen bij de geïnformeerde gebruiker. Stopzetting van voormelde inbreuk wordt bevolen.