Slaafse nabootsing en parasiterende concurrentie - Imitation servile et parasitisme

IEFBE 2527

Realisatie van totaalproject in boek van bouwonderneming is een slaafse kopie

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 2 mrt 2018, IEFBE 2527; (Obumex-JAD tegen Algemene bouwonderneming), http://www.ie-forum.be/artikelen/realisatie-van-totaalproject-in-boek-van-bouwonderneming-is-een-slaafse-kopie
Obumex - art of building dreams

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 2 maart 2018, IEFbe 2527 (Obumex-JAD tegen Algemene bouwonderneming) Niet-geregistreerde gemeenschapsmodelrechten. Auteursrecht. Slaafse kopie. Obumex en JAD stellen zich voor als luxe keuken- en totaalinrichtingen en als architect. De bouwonderneming stelt zich voor als actief in de exclusieve villabouw en heeft vaak beroep gedaan op Obumex voor keukenprojecten. In een boek worden elf projecten voorgesteld met daarin een kopie van het totaalproject van eisende partijen. Het keukenmodel met een combinatie van drie bloken, bestaande uit één materie namelijk marmer, waarbij elke afzonderlijk element verschillende afmetingen heeft ten opzichte van de andere elementen en waarbij de drie elementen op dermate wijze worden geschrankt dat ze een desaxatie vertonen, maar elkaar niettemin in evenwicht houden, zonder enige bijkomende ondersteuning, is naar het oordeel van de stakingsrechter origineel. Ook de haard, de bibliotheek en het verlichtingselement zijn origineel en er wordt geen tegenbewijs geleverd. Uit een eenvoudige visuele vergelijking kan evenwel de inbreuk onmiddellijk worden afgeleid. Staking wordt bevolen en het uit het handelsverkeer van het boek eveneens.

IEFBE 2159

Geen auteursrecht op fluwelen jogging

Gent(afd. Gent) - Gand(div. Gand) 17 apr 2017, IEFBE 2159; (Miles tegen Makali), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrecht-op-fluwelen-jogging
key cy cosy cat

Voorz. Rechtbank van KH (en afd.) Gent 17 april 2017, IEFbe 2159 (Miles tegen Makali) Geen auteursrecht op jogging. Geen aanhaking of parasitisme. Miles commercialiseert de Key Cy-kledinglijn, die - benadrukt door eiseres - niet gaat om een banaal joggingmodel, maar dat er is nagedacht over ieder detail. Verweerster besloot aan te sluiten bij de hernieuwde trend van fluwelen joggings onder de naam Cosy Cat. De vormgeving en eigenschappen van de Key Cy joggings zijn echter geen vormen die de originaliteit van het product veruitelijken, maar zijn een gevolg van marketingkeuzes en modetrends. Volgens eiseres is verweerster niet alleen een "copy cat", maar eigent zij zich ook de reclame en marketinginspanningen van Miles op slaafse wijze toe. Echter verweerster komt met een eigen verhaal, logo, gaat zelf op de foto met de modellen. Zelfs al zijn er meerdere gelijkenissen in de promotie, er wordt niet bewust gezocht om een verkeerde indruk te wekken bij consument omtrent de herkomst. De vordering(en) zijn ongegrond.

IEFBE 1765

Relevante elementen die afwijken van model zijn uitsluitend technisch bepaald

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 29 mrt 2016, IEFBE 1765; ECLI:NL:GHDHA:2016:928 (KOZ tegen Adinco), http://www.ie-forum.be/artikelen/relevante-elementen-die-afwijken-van-model-zijn-uitsluitend-technisch-bepaald

Hof Den Haag 29 maart 2016, IEF 15864; IEFbe 1765; ECLI:NL:GHDHA:2016:928 (KOZ tegen Adinco)
Modellenrecht, auteursrecht en slaafse nabootsing. De voorzieningenrechter wees de vorderingen terecht af [IEF 14687], het technisch kenmerk van kabelblokmodel kan niet bijdragen aan eigen karakter. De relevante elementen van de Gemeenschapsmodellen die afwijken van het Formzeug-kabelblok zijn alle uitsluitend door een technische functie bepaald, zodat kans is dat de Gemeenschapsmodellen vanwege ontbreken eigen karakter in een bodemprocedure nietig zullen worden verklaard. Dit geldt eveneens voor de vordering gestoeld op het auteursrecht. Het enkel nabootsen van de KOZ-Uni op de wijze waarop Adinco dat gedaan heeft, leidt niet tot bescherming op grond van slaafse nabootsing. Het Hof bekrachtigt de afgewezen vorderingen.

IEFBE 1748

Filou is geen kopie van het Duvel imago of look-and-feel

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 17 mrt 2016, IEFBE 1748; (Duvel moortgat tegen Brouwerij van Honsebrouck), http://www.ie-forum.be/artikelen/filou-is-geen-kopie-van-het-duvel-imago-of-look-and-feel
duvel filou

NL Rechtbank van Koophandel Brussel 17 maart 2016, IEF 15820; IEFbe 1748 (Duvel moortgat tegen Brouwerij van Honsebrouck)
Duvel is een Belgisch blond speciaalbier van hoge gisting, dat hergist op de fles. BVH brengt speciaalbieren op de markt, waaronder - op vraag van Aldi - 'Filou'-bier die tot dezelfde biercategorie behoort. Duvel grondt haar eis op oneerlijke handelspraktijk expliciet op de kleur en vorm van de (banale) Steinie-flesjes. Behoudens de witte achtergrond zijn de kroonkurken evenmin overeenstemmend. De achterzijde van het etiket is voldoende op zichzelf staand. Met de voorzijde, aldus eiser, wordt het imago en de 'look-and-feel' gekopieerd. De naam 'Filou' is naast Duvel, niet de enige duivelse biernaam: Satan, Judas, Lucifer, Deugniet, Duivels Bier; de verwijzing naar de duivel is eerder banaal op het vlak van de speciaalbieren. Alle kenmerken komen ook terug bij andere speciaalbieren en er is dus geen sprake van uitbuiting van het imago of de look-and-feel. De consument van speciaalbieren is een oplettende consument die wel degelijk verschillen zal vaststellen, de naam van het bier primeert. De stakingsrechter verwijst naar een eerdere speciaalbierenzaak waar [Vz. Kh. Brussel 7 januari 2009, A/08/05765 en in hoger beroep - Hof van Beroep te Brussel 12 januari 2010 (Anheuser-Bush Inbev tegen Palm)] geen verwarring of aanhaking werd vastgesteld.

IEFBE 1545

Inbreuk op modelrecht Babymoov Babyni en staking exacte kopie doseerdoos

Voorz. Rechtbank van Koophandel Brussel 21 november 2014, IEFbe 1545 (ALT Partners Babymoov c.s. tegen Vox Populi en Chamo)
Modellenrecht. Auteursrecht. ALT Partners Babymoov is gespecialiseerd in kinderverzorging, Vox Populi is producent van babyproducten van het merk "Bo Jungle" die zij levert aan babyartikelgroothandelaar Chamo. Er bestaat een exclusieve distributieovereenkomst tussen ALT Partners en Chamo. Alt Partners is titularis van het gemeenschapsmodelrecht op Babymoov Babyni. Met het model Bo Jungle B-nest maakt zij inbreuk, omdat er geen visuele verschillen zijn.

De B-Bottle Warmer Flower maakt geen auteursrechtinbreuk op de Babymoov Chauffe Biberons: de gelijkenissen zijn van functionele en ergonomische aard. Wel is er auteursrechtinbreuk op de tekst van de verpakking. De poederdoseerdozen van ALT zijn niet origineel en worden niet auteursrechtelijk beschermd. De tekst van de verpakking van de bewaardoosjes van Babymoov Baby Bol evenmin. De Babymoov Amis de bain ontbeert alle originaliteit. Ook het gebruik van het woord "vriendjes" is banaal en alomtegenwoordig in de wereld van kinderspeelgoed. De Jungle B-Dose van verwerende partij moet wel gestaakt worden omdat dit een exacte kopie betreft. Het woord "Dose" kan niet worden verboden. Er is geen sprake van slaafse kopie, namaak of aanhaking bij de doseer- en bewaardoosjes van Alt Partners. Vorderingen van ALT Partners zijn deels gegrond.

40. De stakingsrechter beslut dat de Babymoov Babyni wel degelijk bescherming geniet als gemeenschapsmodel. De vordering tot nietigverklaring van verwerende partijen is ongegrond.

48. De stakingsrechter besluit dat het model Bo Jungle B-nest van verwerende partijen inbreukmakend is op het Gemeenschapsmodel (...) van eisende partijen. Dit oordeel van de vordering is derhalve gegrond.

65. De verdere vergelijkenissen die op vormelijk vlak zouden kunnen bestaan zijn allemaal bepaald door de functionele en ergonomische vereisten van het product.

70. (...) De betrokken tekst draagt dus wel degelijk het stempel van de auteur, zodat zij wel degelijk origineel is.

78. Het aantal voorbeelden tonen dat de poederdoseerdozen van eisende partij niet de bestaande tendensen overstijgen en dus neit origineel zijn.

79. Het ontwerp is derhalve niet auteursrechtelijk beschermd.

85. Het ontwerp is niet auteursrechtelijk beschermd.

90. De verschillende andere voorbeelden die verwerende partijen aanhalen bewijzen het gebrek aan originaliteit (...).

91. Eisende partijen voeren aan dat de benaming van verwerende partijen "Bo Jungle B-Friends" zou aanhaken op de benaming van "Babymoov Les Amis du bain". Het gebruik van het woord vriendjes (...), is geheel banaal en alomtegenwoordig in de wereld van het kinderspeelgoed, in het bijzonder in de wereld van de bad speeltjes. (...)

104. Naar het oordeel zijn dergelijke banale en alomtegenwoordige elementen niet van aard om verwarring te stichten.

113. Uit het voorgaande blijkt dat er in casu geen namaak, slaafse kopie of aanhaking is. Bovendien is elk gevaar tot verwarring omwille van onder meer de verschillen tussen de producten en de verschillende tekens waraonder zij op de markt worden gebracht, objectief uitgesloten.

122. Er is derhalve geen onrechtmatige nabootsing of aanhaking. Eisende partijen bewijzen evenmin enige begeleidende omstandigheden zoals verwarringstichting of afleiding van goodwill.

133. De stakingsrechter is van oordeel dat de rechten van partijen afdoende worden beschermd door het opleggen van een stakingsbevel waaraan een dwangsom wordt verbonden. (...)
IEFBE 1520

Une copie servile d'une offre des services ne signifie pas forcément de parasitisme

Cour d'appel de Bruxelles 27 février 2015, IEFbe 1520 (New F. contre C. Belgium)
Copie servile. Agissement parasitaire. L'acte par lequel un vendeur copie, même servilement, l'offre des services ou produits d'un autre opérateur économique n'est pas contraire aux usages honnêtes en matière commerciale, à moins que le vendeur, soit méconnaisse un droit protégé par la législation sur la propriété intellectuelle, soit fasse cette offre dans des circonstances contraires aux exigences des usages honnêtes en matière commerciale. Il s'ensuit que le vendeur qui, sans fournir lui-même un effort créatif, retire directement un avantage d'efforts ou investissements importants dans une création à valeur économique d'un autre vendeur, ne commet pas nécessairement un acte contraire aux usages honnêtes en matière commerciale.

6.2 (...) En l'espèce, la S.A. NEW F. ne soutient pas qu'elle aurait été, d'une manière générale, évincée par des offres moins avantageuses que les siennes sur le plan international ou national, même si elle a dénoncé, à une reprise, en 2004, une pratique de concurrence parasitaire dans le chef de la SA C BELGIUM et de la SA C FRANCE à propos de deux lignes de ses produits, dans le même temps déréférencés (sa pièce 21) , grief qu'elle réitère, en 2007, à propos de 3 produits (ses pièces 46 à 48, déjà citées) et qui sera examiné ci-après (point 6.3).
6.4. L'acte par lequel un vendeur copie, même servilement, l'offre des services ou produits d'un autre opérateur économique n'est pas contraire aux usages honnêtes en matière commerciale, à moins que le vendeur, soit méconnaisse un droit protégé par la législation sur la propriété intellectuelle, soit fasse cette offre dans des circonstances contraires aux exigences des usages honnêtes en matière commerciale. Il s'ensuit que le vendeur qui, sans fournir lui-même un effort créatif, retire directement un avantage d'efforts ou investissements importants dans une création à valeur économique d'un autre vendeur, ne commet pas nécessairement un acte contraire aux usages honnêtes en matière commerciale. Toutefois, le juge peut considérer que ces pratiques sont constitutives de faute au sens de l'article 1382 du Code civil.
(...) Il résulte de ces considérations que le parasitisme imputé à la SA C BELGIUM n'est pas fondé.
IEFBE 1481

Bright Communications maakt zich niet schuldig aan parasitaire concurrentie

Hof van beroep Antwerpen 4 juni 2015, IEFbe 1481 (Big Media Group tegen Bright Communications)
Auteursrecht. Magazine. Parasitaire concurrentie. Big Media Group vordert dat Bright Communications zich schuldig maakt aan een inbreuk op artikel 95 WMPC door onder andere misleidende en verwarring stichtende reclame te voeren tegenover Big Media Group, het gebruik van afbeeldingen in uitoefening van de dienstverleningsovereenkomst, het gebruik van bedrijfsmateriaal van Big Media Group, onrechtmatige afwerving van personeel en cliënteel en auteursrechtelijk inbreuk te maken op fotografisch materiaal. Bright Communications vordert met succes staking van het gebruik van de benaming Sterck Magazine en Sterck Netwerck door Big Media Group en de overdracht van domein sterckmagazine.be.

Er wordt geen parasitaire concurrentie/aanhaking aangetoond. Het business concept van appellante vormt geen creatieve inspanning nu er vergelijkbare initiatieven op de markt zijn, en geïntimeerde heeft voldoende eigen creatieve inspanningen geleverd. Appellante kon bovendien niet bewijzen auteursrechthebbende te zijn op de foto's.

I. De feiten, antecedenten en vorderingen
2. Op 19 september 2013 liet de NV Big Media Group, huidig appellante, de BVBA Bright Communications, huidig geïntimeerde, dagvaarden zoals in kort geding. De vordering van Big Media Group, zoals  gewijzigd en uitgebreid in haar conclusies conform artikel 807-808 Ger. W. strekte er samengevat toe:
- het horen vaststellen dat Bright Communications zich schuldig maakt aan een inbreuk op art. 95 WMPC: * Door misleidende en verwarring stichtende reclame te voeren tegenover Big Media Group * Door het gebruik van afbeeldingen genomen in uitoefening van de dienstverleningsovereenkomst * Door gebruik te maken van bedrijfsmateriaal van Big Media Group (inclusief de aan haar toebehorende benaming Sterck Netwerk, Sterck Magazine alsook alle beeldmateriaal) * Door de onrechtmatige afwerving van cliënteel * Door de onrechtmatige afwerving van personeel * Door slechtmaking * Door een auteursrechtelijke inbreuk op het gebruik van fotografisch materiaal (waarvan de rechten haar toebehoren, meer specifiek de foto's genomen van de ondernemers en de heer Bonroy)
- Het staken en gestaakt houden van vermelde inbreuk onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per inbreuk per dag - De publicatie van het uit te spreken vonnis in aangegeven dagbladen binnen de drie werkdagen onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per dag vertraging
- De betaling van een provisionele schadevergoeding van 1,00 euro en voor de definitieve begroting van de schadevergoeding de zaak uit te stellen op een latere datum.
- De betaling door Bright Communications van de kosten van het geding, waarbij de rechtsplegingsvergoeding begroot werd op 1.320,00 euro. Ondergeschikt vroeg de Big Media Group tevens om haar toe te laten aan de hand van getuigenissen te bewijzen dat, met regelmaat van de klok, Bright Communications via haar aangestelden op happenings cliënteel van Big Media Group aanspreekt met de mededeling dat Big Media Group nagenoeg failliet is en dus met andere woorden geen waardige zakenpartner meer is. Wat de tegenvordering betreft stelde Big Media Group dat deze niet ontvankelijk minstens ongegrond is.

II. De beoordeling
5.1. Er is slechts sprake van parasitaire concurrentie in strikte omstandigheden. Begaat in beginsel geen daad strijdig met de eerlijke handelsgebruiken, de verkoper die: het aanbod van een andere marktdeelnemer in verband met diensten of producten nabootst, tenzij de verkoper hierdoor, hetzij, een door de wetgeving op de intellectuele eigendom beschermd recht miskent, hetzij, dit aanbod doet onder begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eisen van de eerlijke handelsgebruiken, zonder zelf een creatieve inspanning te leveren, rechtstreeks voordeel haalt uit belangrijke inspanningen of investeringen gewijd aan een creatie met economische waarde van een andere verkoper. De rechter kan nochtans op grond van het behalen van een voordeel om een andere reden dan het louter nabootsen, oordelen dat dit handelen onrechtmatig is. Die andere redenen bestaan niet alleen uit de miskenning van intellectuele eigendomsrechten of verwarring stichtende reclame, maar kunnen elke vorm van onrechtmatig gedrag zijn. In casu wordt geen parasitaire concurrentie/aanhaking aangetoond. Vooreerst vormt het business concept van appellante (het uitbouwen van een netwerk met als rode draad een magazine) geen creatieve inspanning nu er heel wat vergelijkbare initiatieven (magazines en netwerkorganisaties) op de markt zijn. Verder merkt de eerste rechter terecht op dat geïntimeerde voldoende eigen creatieve inspanningen heeft geleverd: zowel de naam van het tijdschrift (en het netwerk) als de lay-out/vormgeving ervan als de gehanteerde kleur zijn verschillend. Ook de nevenactiviteiten, alhoewel gelijkwaardig, verkregen een deels andere invulling. Van enige verwarringstichting tussen beide concepten kan evenmin sprake zijn.
5.2. (...) Niet alleen bewijst appellante niet de auteursrechthebbende te zijn op de foto's doch bovendien toont appellante niet aan dat foto's/afbeeldingen genomen tijdens happenings van appellante en/of bestemd voor het tijdschrift van appellante in het tijdschrift van geïntimeerde werden gebruikt en/of tijdens de onderhandelingen met potentieel cliënteel werden aangewend. Ook ter zitting hierover ondervraagd kon appellante hierover geen voorbeeld/uitsluitsel verstrekken. Noch een vermeende auteursrechtelijke inbreuk op het fotografisch materiaal noch een vermeende verwarring door het gebruik van afbeeldingen dienstig voor het tijdschrift van appellante worden bewezen.
5.3. Het afwerven van cliënteel staat evenmin vast, gezien er geen inbreukmakende begeleidende omstandigheden worden aangetoond: noch het onrechtmatig gebruik van confidentiële klantendatabanken (het vermeende "clienteel" is publiek toegankelijk en kan gemakkelijk ook via andere analoge tijdschriften opgespoord worden), noch het misbruik van identiteit (dat de heer Bonroy in het verleden voor appellante werkte, verhindert als zo danig niet dat hij althans voor een concurrent, geïntimeerde, prestaties levert) noch de slechtmaking worden op afdoende wijze hard gemaakt. Slechtmaking veronderstelt overigens dat een bijzonder schadelijke aanval wordt uitgevoerd op een handelaar (thans onderneming), waardoor afbreuk wordt gedaan aan zijn reputatie of aan de reputatie van zijn producten, diensten of activiteiten, door een lasterlijke of eer rovende daad, of zelfs door een eenvoudige kritiek die toelaat hem te identificeren. Ter zake worden geen overtuigende stukken bijgebracht. Enige vermeende desorganisatie/destabilisatie van appellante wordt evenmin aangetoond. Het loutere feit dat appellante belangrijkste omzetdalingen kent, bewijst op zich uiteraard geen onrechtmatige afwerving van cliënteel.
8. Met de eerste rechter is het Hof van oordeel dat Bright Communications voldoende naar recht bewijst dat Big Media Group niet enkel te kwader trouw doch anterieur aan het door Bright Communications gedeponeerde beeldmerk overging tot het depot van drie woordmerken onder de nummers 0937403, 0937404 en 0937405. De voorwaarden tot nietigverklaring op grond van het BVIE (art. 2.28.3.b juncto art. 2.4.f. BVIE en art.2.28.3.a juncto art. 2.3. BVIE) zijn vervuld en de vordering tot nietigverklaring is gegrond. Het oordeel van de eerste rechter wordt integraal onderschreven en hierbij hernomen.
10. Verder weerhield de eerste rechter ook met reden een inbreuk op art. 4 en 6 van de Domeinnaamwet en werd de vordering tot staking en overdracht op grond van deze wet gegrond verklaard. Er werd hierbij vastgesteld dat de door appellante geregistreerde domeinnaam zodanig overeenstemmend is met de oudere handelsnaam van geïntimeerde en met het dominant onderdeel van het beeldmerk van geïntimeerde dat er verwarringsgevaar ontstaat, dat appellante geen recht noch legitiem belang heeft jegens de domeinnaam en dat appellante de domeinnaam registreerde met het doel een ongerechtvaardigd voordeel te halen uit het gebruik ervan.
12. Besluit: Het hoger beroep is ongegrond. De hoofdvordering van appellante werd terecht ongegrond verklaard en de tegenvorderingen van geïntimeerde werden met reden deels gegrond verklaard.

IEFBE 1480

Magazine met dezelfde lettertypes, opmaak, paginanummering en reportages

Hof van beroep Antwerpen 18 mei 2015, IEFbe 1480 (appellanten tegen BVBA DOLCE PUBLISHING, voorheen BVBA ARKA-SOFT)
Auteursrecht. Magazine. Appellanten vorderen met succes staking van een aantal auteursrechtelijk beschermde werken die hen toebehoren en publicatie van het DOLCE-magazine die een slaafse kopie van het magazine PHI is. In het bijzonder wordt aanwending gemaakt van dezelfde lettertypes, dezelfde opmaak, dezelfde paginanummering en dezelfde reportages. Geïntimeerden hebben geen enkel gevolg verleend aan het tussenarrest van 22 december 2014.

 

6. Beoordeling.
6.1. Aangaande de resterende vorderingen van de appellanten.
6.1.1. De appellanten vorderen de staking te bevelen van:
- het gebruik door de geïntimeerden van een aantal auteursrechtelijk beschermde werken die hen toebehoren;
- de publicatie door de geïntimeerden van het DOLCE-magazine wegens met de eerlijke handelspraktijken strijdige daden.

Oneerlijke handelspraktijken:
6.1.6. Terecht laten de appellanten dienaangaande gelden wat volgt: "In casu volstaat het wat de nagebootste prestaties betreft de beide magazines te vergelijken om tot de vaststelling te komen dat het dezelfde materialen betreft, hetzelfde concept en dezelfde vormgeving. Partijen ontwikkelen bovendien gelijkaardige activiteiten en opereren beiden op de Belgische markt zodat er een verhoogd verwarringsrisico bestaat. Derhalve leidt het geen twijfel dat ARKA-SOFT verwarring schept door onrechtmatige kopie-en op de markt te brengen van de producten van concluanten. 1. Het magazine DOLCE PASSIE VOOR DE BELGISCHE GASTRONOMIE is ontegensprekelijk de vrucht van de creatieve inspanningen en investeringen van concluanten. De economische waarde van de gekopieerde inspanning van concluanten staat buiten kijf. Bovendien volstaat het dat de gekopieerde prestatie effectief wordt gecommercialiseerd, hetgeen in casu duidelijk het geval is; 2. ARKASOFT put een rechtstreeks voordeel uit de vermelde inspanningen en investeringen van concluanten, o.m. bestaande uit het ontlopen van onderzoeks-, ontwerp- en ontwikkelingskosten. Bovendien bespaart zij belangrijke marketing-en publicatiekosten door een kopie van het magazine van concluanten op de markt te brengen waarvan ze weet dat deze reeds succesvol zijn bij het publiek; 3. ARKA-SOFT heeft niet de minste creatieve inspanningen geleverd om haar prestaties te onderscheiden van deze van concluanten en dit terwijl de betrokken magazines in talloze materialen, kleuren, vormen, versieringen, e.d. kunnen worden ontworpen. In casu staat onbetwistbaar vast dat DOLCE PUBLISHING zich schuldig maakt aan onrechtmatig kopiëren met verwarringstichting. Het door geïntimeerden gepubliceerde DOLCE-magazine is manifest een slaafse kopie van het door de appellanten uitgegeven magazine PHI. In het bijzonder wordt aanwending gemaakt van dezelfde lettertypes, dezelfde opmaak, dezelfde paginanummering en dezelfde reportages. De namaak staat vast.