IEFBE 2201

BGH stelt HvJ EU vragen over het openbaar maken geheime, auteursrechtelijk beschermde, militaire beheersverslagen door de pers

HvJ EU - CJUE 1 jun 2017, IEFBE 2201; I ZR 139/15 (Afghanistan Papiere), http://www.ie-forum.be/artikelen/bgh-stelt-hvj-eu-vragen-over-het-openbaar-maken-geheime-auteursrechtelijk-beschermde-militaire-behee

BGH 1 juni 2017, IEF 16862; IEFbe 2201; I ZR 139/15 (Afghanistan Papiere) Auteursrecht. Geheime status. Persvrijheid. Grondrechten. De federale republiek Duitsland laat weekberichten maken over de buitenland inzet van het leger. Die berichten 'nur für den Dienstgebrauch', dus geheim, en zijn ingeschaald op de minst hoge geheimhoudingsschaal. Er zijn samenvattingen die wel openbaar zijn. Het online portaal van de Westdeutschen Allgemeinen Zeitung wenst inzicht te krijgen in deze berichten uit 2001 tot 2012; via onbekende weg heeft ze een groot deel van deze geheime berichten openbaargemaakt als 'Afghanistan Papiere'. Gestelde vragen gaan over de verhouding van auteursrechtelijk exclusiviteit die een beperking kan vormen voor persvrijheid:

IEFBE 2200

Keurmerken alleen 'normaal gebruikt' indien wordt ingestaan voor kwaliteitscontrole

HvJ EU - CJUE 8 jun 2017, IEFBE 2200; ECLI:EU:C:2017:434 (Gözze Frottierweberei tegen Verein Bremer Baumwollbörse), http://www.ie-forum.be/artikelen/keurmerken-alleen-normaal-gebruikt-indien-wordt-ingestaan-voor-kwaliteitscontrole
katoen bloem

HvJ EU 8 juni 2017, IEF 16861; IEFbe 2200; ECLI:EU:C:2017:434 (Gözze Frottierweberei tegen Verein Bremer Baumwollbörse) Uniemerk. Normaal gebruik van keurmerk. Certificeringsmerk. Geen regelmatige kwaliteitscontrole bij licentienemers. Indiening van het teken ,bloem van de katoenplant’ door een vereniging – Inschrijving als individueel merk – Concessie van licentieovereenkomsten voor het gebruik van dit merk aan textielfabrikanten die lid zijn van deze vereniging – Vordering tot nietig- of vervallenverklaring – Begrip ,normaal gebruik’ – Wezenlijke functie van herkomstaanduiding

HvJ EU:

1)      Artikel 15, lid 1, van [UniemerkenVo] moet aldus worden uitgelegd dat het aanbrengen van een individueel Uniemerk, door de houder ervan of met zijn instemming, op waren als keurmerk niet kan worden beschouwd als een gebruik daarvan als merk dat onder het begrip „normaal gebruik” in de zin van deze bepaling valt. Het aanbrengen van dat merk levert evenwel een dergelijk normaal gebruik op indien daardoor tevens en tegelijkertijd de consument de waarborg wordt geboden dat de betrokken waren afkomstig zijn van eenzelfde onderneming en dat deze waren zijn vervaardigd onder controle van deze onderneming die kan worden geacht in te staan voor de kwaliteit ervan. In dat geval kan de houder van dat merk op grond van artikel 9, lid 1, onder b), van deze verordening verbieden dat een derde een overeenstemmend teken op identieke waren aanbrengt, indien daardoor gevaar voor verwarring bij het publiek kan ontstaan.

IEFBE 2199

G-Star Raw succesvolle oppositie tegen GINRAW

Gerecht EU - Tribunal UE 7 jun 2017, IEFBE 2199; (GINRAW), http://www.ie-forum.be/artikelen/g-star-raw-succesvolle-oppositie-tegen-ginraw

Gerecht EU 7 juni 2017, IEF 16860; IEFbe 2199 (GINRAW) MPS vraagt het EU woordmerk GINRAW aan. G-Star Raw voert met succes oppositie op basis van haar woordmerk. Onterecht doet MPS een beroep op een vermoedelijke serie van fouten die zijn gemaakt bij de analyse van de visuele, fonetische en conceptuele vergelijking van de onderhavige tekens. Het beroep hiertegen wordt afgewezen en het Gerecht EU wijst de actie af. MPS wordt veroordeeld tot betaling van de kosten.

IEFBE 2197

BVerfG heeft de ratificering EU-octrooi en UPC stopgezet

Via Frankfurter Allgemeine Zeitung: Die Gesetze für eine EU-Patentrechtsreform und ein einheitliches europäisches Patentgericht liegen auf Eis. Das Bundesverfassungsgericht hat den Bundespräsidenten gebeten, die schon von Bundestag und Bundesrat gebilligten Gesetzentwürfe nicht auszufertigen, wie diese Zeitung erfahren hat. Ohne die Ratifizierung durch Deutschland kann das ganze EU-Patent nicht in Kraft treten.

(vertaling:) De wetten voor de EU-octrooihervorming en een eenheidsoctrooigerecht zijn in de ijskast gezet. Het BVerfG heeft de Bundespresidenten gevraagd, die reeds door de Bundestag en de Bundesrat goedgekeurde wetsontwerpen niet uit te vaardigen. Zonder ratificering door Duitsland kan het hele EU-octrooi niet in kracht treden.

IEFBE 2196

Rechtbank KH te Kortijk volstrekt onbevoegd inzake overdracht octrooiaanvraag

Gent(afd. Kortrijk) - Gand(div. Courtrai) 7 mrt 2017, IEFBE 2196; (C.O.W. NV tegen Marcram BVBA), http://www.ie-forum.be/artikelen/rechtbank-kh-te-kortijk-volstrekt-onbevoegd-inzake-overdracht-octrooiaanvraag

Rechtbank van KH Gent, afdeling Kortrijk 7 maart 2017, IEFbe 2196 (C.O.W. NV tegen Marcram BVBA) Exclusieve bevoegdheid van de Brusselse rechter inzake octrooigeschillen (artikel XI.337 WER). COW vordert nietigverklaring van overdrachtsakte tussen COW en Marcram aangaande Belgische octrooiaanvraag 2013/0012 voor een 'geboortebewaker voor het bewaken van de start van de geboorte van een kalf en de werkwijze voor het aanbrengen van een dergelijk geboortebewaker'. Verwerende partij beroept zich op XI.337 WER en 537 lid 1 Ger.W jo. XI.50 WER om te besluiten tot materiële onbevoegdheid. De rechtbank verklaart zich volstrekt onbevoegd en verwijst ex 660 Ger.W. naar de NL rechtbank van KH Brussel.

IEFBE 1738

Helpt u ons...? Aidez-nous...?

Wij zijn op zoek naar de volgende uitspraken. Heeft u een tip (naam van de (mogelijke) advocaat, (e-mail)contactgegevens van de griffie, of de uitspraak zelf) stuur het in via: redactie@ie-forum.be. Nous cherchons les jugements suivants: l’envoyez ou envoyez-nous une suggestion (nom d'avocat, addresse d’e-mail du greffier) à redactie@ie-forum.be:

NIEUW!
Rb van KH Brussel november 2016 (Nespresso tegen Mondelez) (lees)
Prés. Comm. francophone Bruxelles, cess., 26 mai 2016, affaire « H&M c. N&H » IRDI 2016/3
Bruxelles, 9e ch., 3 mai 2016, affaire « Sabam c. État belge et fournisseurs d’accès à internet » IRDI 2016/3

Chronologisch:

IEFBE 2195

Metall auf Metall III - wederom prejudiciële vragen over music sampling

Duitse jurisprudentie - Jurisprudence allemande 1 jun 2017, IEFBE 2195; (Metall auf Metall III), http://www.ie-forum.be/artikelen/metall-auf-metall-iii-wederom-prejudici-le-vragen-over-music-sampling

BGH 1 juni 2017, IEF 16844; IEFbe 2195 (Metall auf Metall III) Uit het persbericht: Vgl. IEF 12135. Eisers zijn leden van de muziekgroep Kraftwerk. Zij hebben in 1977 een plaat uitgebracht waarop onder andere het muziekwerk “Metall auf Metall” staat. Gedaagden hebben een rythmereeks van ongeveer 2 seconden elektronisch gekopieerd en deze voortdurend herhaald voor het nummer “Nur mir”. Het BGH oordeelt in Metall auf Metall II dat eiser in zijn “Tonträgerherstellerrecht” is aangetast (§ 85 Abs. 1 UrhG) door het gebruik van de betreffende twee maten. Gedaagden kunnen zich niet met succes beroepen op het “Recht zur freien Benutzung”. Nu worden er ten derde malen vragen gesteld (NL vertaling hieronder):

Nach Ansicht des BGH stellt sich zunächst die Frage, ob ein Eingriff in das ausschließliche Recht des Tonträgerherstellers zur Vervielfältigung seines Tonträgers aus Art. 2 Buchst. c Richtlinie 2001/29/EG** vorliegt, wenn seinem Tonträger kleinste Tonfetzen entnommen und auf einen anderen Tonträger übertragen werden, und ob es sich bei einem Tonträger, der von einem anderen Tonträger übertragene kleinste Tonfetzen enthält, im Sinne von Art. 9 Abs. 1 Buchst. b Richtlinie 2006/115/EG*** um eine Kopie des anderen Tonträgers handelt.

IEFBE 2194

Politieke partij Artikel 1 moet haar naam wijzigen vanwege merkinbreuk Art. 1

6 jun 2017, IEFBE 2194; ECLI:NL:RBAMS:2017:3912 (Stichting Expertisecentrum Discriminatie tegen Artikel 1), http://www.ie-forum.be/artikelen/politieke-partij-artikel-1-moet-haar-naam-wijzigen-vanwege-merkinbreuk-art-1

Vzr. Rechtbank Amsterdam 6 juni 2017, IEF 16838; IEFbe 2194; ECLI:NL:RBAMS:2017:3912 (Stichting Expertisecentrum Discriminatie tegen Artikel 1) Merkenrecht. Politieke partij Artikel 1 moet binnen een maand haar naam wijzigen. De huidige naam lijkt te veel op de naam van onderzoeksinstituut Art. 1 en maakt daarmee inbreuk op het merkrecht van de Stichting Expertisecentrum Discriminatie (SED), waar Art. 1 deel van uitmaakt. Haar reële en gerechtvaardigde belang is dat niet de indruk ontstaat dat zij gelieerd is aan een politieke partij, waardoor verwarring ontstaat over haar onafhankelijke positie. Zij heeft belang bij snelle duidelijkheid hierover naar de buitenwereld. Het belang van SED weegt om deze redenen zwaarder dan dat van Artikel 1.

 

IEFBE 2193

Hof: SPARTAN RACE heeft op zijn best een zeer beperkt onderscheidend vermogen voor obstacle races

30 mei 2017, IEFBE 2193; ECLI:NL:GHDHA:2017:1533 (Spartan Race tegen TV Entertainment Reality Network), http://www.ie-forum.be/artikelen/hof-spartan-race-heeft-op-zijn-best-een-zeer-beperkt-onderscheidend-vermogen-voor-obstacle-races

Hof Den Haag 30 mei 2017, IEF 16828; IEFbe 2193; ECLI:NL:GHDHA:2017:1533 (Race tegen TV Entertainment Reality Network) Merkenrecht. Voorzieningenrechter oordeelde dat 'Spartan Race' beschrijvend is en dat het merk nietig moest worden gehouden [IEF 15997]. In hoger beroep waren twee merken in het geding SPARTAN RACE en SPARTAN UP. Het beroep van Spartan Race op het woord- en beeldmerk SPARTAN wordt verworpen omdat het niet voor dezelfde categorie is ingeschreven als van TERN, ook geen sprake van soortgelijkheid tussen de tv-programma's van TERN en de waren en diensten van Spartan Race. SPARTAN X bevat het bestanddeel SPARTAN maar het teken bevat ook de X die visueel, auditief en begripsmatig duidelijk verschilt van het element RACE. SPARTAN RACE heeft een zeer beperkt onderscheidende vermogen voor obstacle races. RACE is puur beschrijvend en SPARTAN kan verwijzen naar de eigenschappen 'disciplined, courageous, showing great endurance'. De samenstelling kan dus duiden op een race van of voor personen met discipline, moed en uithoudingsvermogen. Beroep op het merk SPARTAN UP wordt op vergelijkbare gronden verworpen. Proceskosten worden gematigd.

IEFBE 2192

Inbreuk Belgische aardappelras omdat 'landbouwersvoorrecht' ten tijde van inbreuken niet gold

Antwerpen - Anvers 2 mei 2017, IEFBE 2192; (NV Breeders Trust e.a. tegen BVBA Van Ginhoven-Verheyen), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-belgische-aardappelras-omdat-landbouwersvoorrecht-ten-tijde-van-inbreuken-niet-gold

Hof van beroep Antwerpen 2 mei 2017, IEFbe 2192 (NV Breeders Trust e.a. tegen BVBA Van Ginhoven-Verheyen) EU en Belgisch kwekersrecht. Aardappelrassen Fontane en Asterix. Inbreuk. Schadevergoeding. Breeders Trust is een “organisatie van houders” in de zin van Verordening 1768/95 en kan inbreukzaken opstarten namens haar leden-titularissen van de kwekersrechten. Na beslag inzake namaak komt niet enkel inbreuk ras Asterix aan het licht, maar tevens ras Fontane. Bewijs inzake Fontane is rechtmatig bekomen. De inbreuk op beide rassen is bewezen.

Voor wat betreft het Belgische ras (Asterix) is er sowieso inbreuk nu er sprake is van vermeerdering zonder betaling van enige vergoeding en ten tijde van de inbreukmakende handelingen het “landbouwersvoorrecht” nog niet was ingevoerd in België. Voor wat betreft het Europees beschermde ras (Fontane), is niet aan de voorwaarden van dit “landbouwersvoorrecht” onder artikel 14 van Verordening 2100/94 voldaan, nu voor een deel van het betrokken hoevepootgoed geen billijke vergoeding werd betaald, en een ander deel niet werd uitgeplant op hetzelfde bedrijf als datgene waar het werd geproduceerd, minstens er geen pachtovereenkomst voorlag (de “dubbele eigen-bedrijfsvereiste” van artikel 14 van Verordening 2100/94).

IEFBE 2191

'MEMORY' is niet beschrijvend en geen soortnaam

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 23 mei 2017, IEFBE 2191; (Ravensburger tegen Jaludo), http://www.ie-forum.be/artikelen/memory-is-niet-beschrijvend-en-geen-soortnaam

Hof Amsterdam 23 mei 2017, IEF 16823; IEFbe 2191 (Ravensburger tegen Jaludo) Merkenrecht. Ravensburger is houdster van het Benelux-woordmerk 'MEMORY'. Jaludo heeft online spellen met een woordcombinatie met memory. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af, omdat het publiek begrijpt dat met het woord memory wordt gedoeld op de inhoud van het spel, niet op het merk. Het hof acht het woordmerk 'MEMORY' onderscheidend en rechtsgeldig. Het feit dat het bij het spelen van een spel aankomt op gebruik van het geheugen, maakt het woord 'memory' niet zuiver beschrijvend. De onderscheidende kracht van het woordmerk is door het wijdverbreide gebruik van het merk door Ravensburger in de Benelux aanzienlijk toegenomen. Ravensburger heeft actief opgetreden tegen derden die het teken 'memory' gebruiken, waardoor het merk niet tot soortnaam is verworden. Gebruik van 'memory' in verband met spellen kan door het relevante publiek als herkomstaanduiding worden opgevat, waardoor de suggestie kan ontstaan van een verband tussen merkhouder Ravensburger en de desbetreffende spellen. Ook het gebruik van het woord 'memory' in beschrijvende zin ("een leuke Memory-variant" en "net als in Memory") moet als inbreuk worden aangemerkt. Het hof vernietigt het vonnis en beveelt staking van gebruik van het merk/teken MEMORY op last van een dwangsom.

IEFBE 2189

Michaël De Vroey - Het recht van de verweerder in een stakingsprocedure

We hebben in een aantal recente beslissingen kunnen vaststellen dat de stakingsrechter te Brussel herhaaldelijk voorlopige inbreukverboden uitspreekt op grond van artikel 19, lid 3 Ger.W., in afwachting van een beslissing ten gronde (zie onder meer Voorz. NL Rechtbank van KH Brussel 11 mei 2017, IEFbe 2180; IEF 16804 (Fatboy the Original tegen Makro en Belgocamp) en Rechtbank van Koophandel Brussel 14 september 2016, IEFbe 1971 (BBraun Becton Dickinson)). Dit maakt het de IE-rechtenhouder wel heel gemakkelijk die op die manier een (weliswaar voorlopig maar even reëel) stakingsbevel bekomt op straffe van dwangsommen, op basis van een laagdrempelige prima facie beoordeling en zonder vereiste van urgentie. De stakingsrechter van zijn kant bespaart zich - minstens voorlopig - een diepgaande beoordeling ten gronde.

IEFBE 2188

Gerecht EU: Verwarringsgevaar geen vereiste voor artikel 8 lid 5

Gerecht EU - Tribunal UE 3 mei 2017, IEFBE 2188; (Environmental Manufacturing/EUIPO - Wolf), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-geen-vereiste-voor-artikel-8-lid-5

Gerecht EU 3 mei 2017, IEF 16820; IEFbe 2188; zaak T‑681/15 (Environmental Manufacturing/EUIPO - Wolf) Verwateringsgevaar. Gevaar voor free-riding. Voor het vergelijken van de tekens moet naast de visuele, auditieve en begripsmatige aspecten gekeken worden naar de totaalindruk. Visueel zijn de tekens redelijk gelijk, auditief is er geen vergelijking mogelijk en begripsmatig zijn ze ook redelijk gelijk.  Verder is er sprake van een kans op verwarringsgevaar. In voorgaande beschikkingen zijn alleen de litigieuze tekens onderzocht in het licht van artikel 8 lid 5. Het verwarringsgevaar ex artikel 8 lid 1 sub b is niet onderzocht en er zal niet verder op in worden gegaan. In voorgaande beschikkingen [IEF 14639, IEF 13223 en IEF 11342] werd alleen het probleem van verwatering en free-riding aangehaald. In die context is er geen onderzoek nodig naar het verwarringsgevaar, aangezien het bestaan van een gelijkenis tussen de betrokken tekens voldoende is. Het verzoek tot schending wordt daarom ongegrond worden verklaard. Het beroep wordt in zijn geheel afgewezen.

IEFBE 2190

Ook in België geen auteursrechtinbreuk tankpas

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 23 mei 2017, IEFBE 2190; (Diplomatic Card S&B tegen Forax N.V.), http://www.ie-forum.be/artikelen/ook-in-belgi-geen-auteursrechtinbreuk-tankpas

Hof van Beroep te Brussel 23 mei 2017, IEFbe 2190; zaak 2013/AR/761 (Diplomatic Card S&B tegen Forax N.V.) Tankpas. Auteursrecht. Onrechtmatige mededinging. Deze uitspraak is de Belgische tegenhanger van een arrest van het Hof Den Haag [IEF 15663]. Diplomatic Card vordert een verbod voor Forax om inbreuk te maken op hun op intellectuele eigendomsrechten. Deze vordering wordt afgewezen. Het hof legt Diplomatic Card een verbod op om Forax te beschuldigen van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten op straffe van een dwangsom van €10.000 per inbreuk.

IEFBE 2187

Prejudiciële vraag: Is een natuurlijke persoon die acht tweedehands-advertenties heeft geplaatst een handelaar?

HvJ EU - CJUE 16 feb 2017, IEFBE 2187; (OLX verkoop Longines horloge), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-is-een-natuurlijke-persoon-die-acht-tweedehands-advertenties-heeft-geplaatst-een

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 16 februari 2017, IEFbe 2187; IT 2291; RB 2870; C-105/17 (OLX verkoop Longines horloge) Consumentenbescherming. Oneerlijke handelspraktijken. Bij de Commissie voor consumentenbescherming (verweerster) is een klacht ingediend over levering van een tweedehands ‘longines’-horloge dat via een website van een aanbieder was gekocht onder de voorwaarden van verkoop op afstand. Het product wordt 20-10-2014 door een koerier afgeleverd met gegevens van de aanbieder (= verzoekster). De klant is niet tevreden met het product omdat het niet de eigenschappen bezit die op de website worden vermeld, waarna hij verzoekster belt om de overeenkomst te ontbinden. Daartoe is verzoekster echter niet bereid. Verweerster start een onderzoek en komt via de koeriersdienst en de exploitant van de website uit bij verzoekster. Zij blijkt acht advertenties op de website te hebben geplaatst voor verschillende producten (iPhones, een BMW, Turkse tegels). In geen van de advertenties worden gegevens van de aanbieder genoemd, noch de prijs, leveringsvoorwaarden, garanties en termijnen voor uitoefening van consumentenrechten. Verweerster besluit daarop 27-02-2015 tot vaststelling van een bestuursrechtelijke overtreding op grond van de BUL consumentenbeschermingswet, waartegen verzoekster 17-03-2015 bezwaar maakt omdat zij meent niet als handelaar in de zin van die wet te kunnen worden aangemerkt. Dit wordt afgewezen en verzoekster krijgt een boete. Zij vecht die aan bij de Rb Varna die vaststelt dat verzoekster niet de hoedanigheid van ‘handelaar’ in de zin van de uitvoeringsbepalingen van de wet heeft, en evenmin in de zin van RL 2005/29. Het boetebesluit wordt 22-03-2016 vernietigd. Verweerster gaat in cassatieberoep bij de verwijzende rechter.

IEFBE 2186

Prejudiciële vraag over auteursrechtinbreuk filesharing bij meerdere gezinsleden

HvJ EU - CJUE 17 mrt 2017, IEFBE 2186; (Audioboek Dan Brown), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-auteursrechtinbreuk-filesharing-bij-meerdere-gezinsleden

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 17 maart 2017, IEF 16818; IEFbe 2186; C-149/17 (Audioboek Dan Brown) Auteursrecht. Informatiemaatschappij. Verzoekster is houdster van de rechten die zijn verleend aan de producent van het fonogram betreffende de audioversie van het auteursrechtelijk beschermde werk “Het verloren symbool” van de auteur Dan Brown. Verweerder is de houder van de litigieuze internetaansluiting waarmee dit luisterboek op 08-05- 2010 voor downloaden is aangeboden aan een onbeperkt aantal gebruikers van internetsites voor filesharing. Verzoekster heeft verweerder 28-10-2010 vergeefs gesommeerd de inbreuk te staken, waarna zij van verweerder als houder van het IP-adres een schadevergoeding heeft geëist. Verweerder stelt dat zijn internetadres voldoende is beveiligd; hij betwist de inbreuk op het auteursrecht en geeft aan dat zijn in hetzelfde huis wonende ouders, die naast hem toegang tot de internetaansluiting hebben, de litigieuze data niet hebben gedownload. Op het bewuste tijdstip waren alle computers in huis uitgeschakeld. Deze lezing is door de ouders bevestigd. Verzoekster stelt een schadevergoedingsactie in bij de Rb München maar die wordt afgewezen op de grond dat er niet van kan worden uitgegaan dat verweerder de beweerde inbreuk heeft begaan en dat de ouders de feiten niet kunnen hebben gepleegd. Verzoekster gaat in beroep bij de verwijzende rechter.

IEFBE 2185

Prejudiciële vragen over verantwoordelijkheid van zoekmachines en de verwerking van persoonsgegevens

HvJ EU - CJUE 24 feb 2017, IEFBE 2185; (X tegen CNIL), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-verantwoordelijkheid-van-zoekmachines-en-de-verwerking-van-persoonsgegevens

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 24 februari 2017, IT 2290; IEFbe 2185; C-136/17 (X tegen CNIL) Bescherming persoonsgegevens. Recht op verwijdering koppelingen. De vier verzoekers hebben alle vier bij Google aangeklopt met verzoeken om verwijdering van ongewenste koppelingen van hun namen aan bijvoorbeeld filmpjes op YouTube of krantenartikelen. Als Google weigert wenden zij zich tot de FRA gegevensbeschermingsAut (CNIL) om Google tot actie te dwingen, maar CNIL sluit de klachten zonder actie te ondernemen af. Verzoekers starten daarop een procedure wegens bevoegdheidsoverschrijding. De verwijzende FRA rechter (Raad van State) stelt vast dat de FRA regelgeving (oorspronkelijke wet van 1978) de omzetting bevat van RL 95/46. Het HvJEU heeft in zijn arrest C-131/12 bepaald in welke gevallen informatie uit zoekmachines als ‘verwerking van persoonsgegevens’ moet worden gekwalificeerd. In de FRA wet is opgenomen dat de wet van toepassing is op verwerking van gegevens waarvan de verantwoordelijke op FRA grondgebied is gevestigd [in welke (rechts)vorm dan ook]. Google heeft een dochter in FRA en valt dus onder de werkingssfeer van de FRA wet. Er is ook een bepaling in de wet opgenomen betreffende het ‘recht op het laten verwijderen van koppelingen’ indien aan de voorwaarden daartoe is voldaan. In dat geval is de exploitant van de zoekmachine verplicht tot verwijdering over te gaan. In de punten 10 – 13 zet de rechter nader uiteen om welke te verwijderen koppelingen het in de vier zaken gaat. Hij citeert nogmaals uit arrest C-131/12 waarin het HvJEU voor recht verklaarde dat exploitanten aan de vereisten van RL 95/46 moeten voldoen opdat de daarin vervatte waarborgen hun volle werking kunnen krijgen en een doelmatige en volledige bescherming van betrokkenen, vooral wat betreft eerbieding privéleven, tot stand kunnen brengen en ziet daarin een uitlegprobleem van de RL. Deze vraag (en vervolgvragen) legt hij voor aan het HvJEU:

IEFBE 2184

Vragen aan HvJ EU over de auteursrechtelijk bescherming van smaak en wat de eisende partij dient te stellen

HvJ EU - CJUE 23 mei 2017, IEFBE 2184; (Levola tegen Smilde), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-de-auteursrechtelijk-bescherming-van-smaak-en-wat-de-eisende-partij-dient-te

Hof Arnhem-Leeuwarden 23 mei 2017, IEF 16815 (Levola tegen Smilde) Auteursrecht op smaak. Levola stelt dat het product 'Witte Wievenkaas' en auteursrechtelijke verveelvoudiging vormt van de smaak van haar 'Heks'nkaas'. De rechtbank [IEF 15013] heeft de vraag of smaak van een voedingsmiddel auteursrechtelijk beschermd kan worden in het midden gelaten omdat Levola had nagelaten de elementen van de smaak leiden tot bescherming van het EOK/PS. Het Hof stelt hiertoe prejudiciële vragen:

1.(a) Verzet het Unierecht zich ertegen dat de smaak van een voedingsmiddel - als eigen intellectuele schepping van de maker - auteursrechtelijk beschermd wordt?

In het bijzonder:

IEFBE 2183

Vraag aan HvJ EU: Is met toestemming plaatsen op openbare website beschikbaarstelling voor het publiek, wanneer het werk op een server wordt gekopieerd en van daaruit op website wordt geüpload?

HvJ EU - CJUE 23 feb 2017, IEFBE 2183; (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff), http://www.ie-forum.be/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-is-met-toestemming-plaatsen-op-openbare-website-beschikbaarstelling-voor-het-publie

Prej. vragen aan HvJ EU 23 februari 2017, IEF 16813; IT 2289; IEFbe 2183; C-161/17 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff) Auteursrecht. Via Minbuza: Verzoeker is beroepsfotograaf. Verweerder is de deelstaat Nordrhein-Westfalen als zijnde belast met onderwijsinspectie. Het gaat om een foto van verzoeker van de stad Cordoba die een scholiere van een school die onder verantwoordelijkheid van verweerder valt (als onderwijsinspectie) bij een in het Spaans gesteld werkstuk op de website van de school heeft geplaatst. Onder de foto staat een verwijzing naar de website waaraan verzoeker de foto voor gebruik (‘eenvoudig gebruiksrecht’) heeft afgestaan. Hij stelt dat de school zijn auteursrechtelijk reproductierecht en het recht op beschikbaarstelling voor het publiek heeft geschonden. Hij eist een verbod op het vertonen van de foto en een schadevergoeding. Verzoeker wordt in eerste twee instanties in het gelijk gesteld. De appelrechter oordeelt dat de foto valt onder auteursrechtelijke bescherming van de DUI auteurswet en dat verzoeker recht heeft op bescherming van naburige rechten. Door plaatsing op de website van de school had verzoeker niet meer de uitsluitende zeggenschap over beschikbaarstelling van zijn foto voor het publiek. Hij stelt vast dat de leerkracht Spaans aansprakelijk is omdat zij de in het kader van haar onderwijsactiviteiten op haar rustende toezicht- en controleverplichtingen niet is nagekomen.

IEFBE 2182

Conclusie AG: Toevoeging Charlotte aan de term Port doet op ernstige wijze afbreuk aan de BOB Porto/Port

HvJ EU - CJUE 18 mei 2017, IEFBE 2182; ECLI:EU:C:2017:394 (EUIPO tegen Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-toevoeging-charlotte-aan-de-term-port-doet-op-ernstige-wijze-afbreuk-aan-de-bob-porto-p
port charlotte

Conclusie AG HvJ EU 18 mei 2017, IEF 16809; IEFbe 2182; ECLI:EU:C:2017:394 ; C‑56/16 P (EUIPO tegen Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto) Geografische aanduidingen. Woordmerk ‚Port Charlotte’. Mogelijkheid van erkenning van een aanvullend niveau van bescherming door het nationale recht. BOB voor wijn en een Uniemerk dat volgens de houders van de BOB op ongerechtvaardigde wijze gebruik heeft gemaakt van de kenmerkende geografische naam van de BOB Porto/Port. Het EUIPO heeft eerst het onderscheidende teken „Port Charlotte” ingeschreven als Uniemerk ter aanduiding van whisky, en wijst de door het IVDP ingestelde vordering tot nietigverklaring af. Gerecht EU wijst het beroep van IVDP gedeeltelijk toe; de hogere voorziening geeft blijk van een onjuiste opvatting dat, a) volgens EUIPO, BOB's bescherming ook door nationaal recht wordt geregeld en, b) volgens IVDP, bevestiging dat het merk PORT CHARLOTTE verenigbaar is met BOB Porto/Port. Conclusie AG: vernietig de beslissingen.