IEFBE 2294

Geen merkinbreuk door Affinimmo op het merk Infinimo

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 28 dec 2016, IEFBE 2294; (Infinimo tegen PDG), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-merkinbreuk-door-affinimmo-op-het-merk-infinimo

Rechtbank van Koophandel Gent 28 december 2016, IEF 17011; IEFbe 2294 (Infinimo tegen PDG) Merkenrecht. Infinimo is actief als vastgoedmakelaar en heeft een Benelux beeldmerk geregistreerd. Verweerster is tevens actief als vastgoedmakelaar en heeft als handelsnaam Affinimmo. Infinimo stelt dat Affinimmo met de handelsnaam en het beeldmerk inbreuk maakt op haar Benelux beeldmerk. Wat de graad van overeenstemming betreft tussen het beeldmerk van eiseres Infinimo en de naam Affinimmo is er een zekere auditieve gelijkenis nu beide namen eindigen op "inimo". Het is een feit dat in de wereld van het onroerend goed zeer veel actoren actief zijn met "immo" in hun benaming. Auditief is er niet direct overeenstemming tussen "In” en "Af”. Visueel zijn de afbeeldingen en logo's van beide partijen sterk uiteenlopend. Verweerster gebruikt wit en blauw en een totaal ander lettertype dan eiseres die in haar beeldmerk een zwarte achtergrond gebruikt met grijs en rood en specifiek "In” benadrukt met een rode bol. Dat begripsmatig beide benamingen verwijzen naar vastgoed is onvoldoende om het verwarringsgevaar tussen beide te weerhouden. Op geen enkele wijze wordt aangetoond dat het gebruik van Affinimmo heeft geleid tot enige verwarring bij het publiek. De vordering is ongegrond.

IEFBE 2300

In het kielzog van het bekende merk probeert te varen

HvJ EG, 18 juni 2009, in zaak C-487/07, L’Oréal S.A. c.s. tegen Bellure N.V. c.s. (Prejudiciële vragen Court of Appeal (England & Wales)

Merkenrecht. Boeiend arrest in de vergelijkende parfumreclamezaak. Gebruik door een adverteerder van het merk van een derde in vergelijkende reclame die met name bestaat uit vergelijkingslijsten. Deze lijsten betreffen i.c. een vergelijk tussen tussen de geur van relatief zeer goedkope parfums en een met de merknaam aangeduid luxeparfums (Trésor, Miracle, Anaïs-Anaïs en Noa Noa). Dat de geuren van de goedkope parfums lijken op die van de bekende luxeparfums is geen toeval, de imitatie van de geur is een doelbewuste keuze van de fabrikant. Eerst even kort:

Het Hof van Justitie (Eerste kamer) verklaart voor recht:

1)      Artikel 5, lid 2, van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, moet aldus worden uitgelegd dat voor een ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk in de zin van die bepaling noch is vereist dat er sprake is van verwarringsgevaar, noch dat er gevaar bestaat dat aan dat onderscheidend vermogen of die reputatie afbreuk wordt gedaan, of, meer algemeen, aan de houder ervan schade wordt berokkend. Het voordeel dat voortvloeit uit het gebruik door een derde van een teken dat overeenstemt met een bekend merk, wordt door die derde ongerechtvaardigd uit dat onderscheidend vermogen of die reputatie getrokken wanneer hij door dit gebruik in het kielzog van het bekende merk probeert te varen om te profiteren van de aantrekkingskracht, de reputatie en het prestige van dat merk, en om zonder financiële vergoeding profijt te halen uit de commerciële inspanning die de houder van het merk heeft geleverd om het imago van dit merk te creëren en te onderhouden.

2)      Artikel 5, lid 1, sub a, van richtlijn 89/104 moet aldus worden uitgelegd dat de houder van een ingeschreven merk gerechtigd is, een derde in vergelijkende reclame die niet voldoet aan alle voorwaarden voor geoorloofdheid genoemd in artikel 3 bis, lid 1, van richtlijn 84/450/EEG van de Raad van 10 september 1984 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 1997, het gebruik te laten verbieden van een teken dat gelijk is aan dat merk en wordt gebruikt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor dat merk is ingeschreven, ook wanneer dat gebruik geen afbreuk kan doen aan de wezenlijke functie van het merk, die erin bestaat de herkomst van de waren of diensten aan te duiden, mits dat gebruik afbreuk doet of kan doen aan één van de overige functies van het merk.

3)      Artikel 3 bis, lid 1, van richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, moet aldus worden uitgelegd dat een adverteerder die in vergelijkende reclame expliciet of impliciet vermeldt dat de waar die hij in de handel brengt, een imitatie is van een waar met een algemeen bekend merk, „goederen of diensten voorstelt als een imitatie of namaak” in de zin van genoemd artikel 3 bis, lid 1, sub h. Het voordeel dat de adverteerder dankzij een dergelijke ongeoorloofde vergelijkende reclame behaalt, moet als een „oneerlijk voordeel” ten gevolge van de bekendheid van dat merk in de zin van dat artikel 3 bis, lid 1, sub g, worden beschouwd.

Lees het arrest hier.

IEFBE 2299

In voldoende mate verwisselbaar

HvJ EU, 18 november 2010, zaak C-159/09, Lidl SNC tegen Vierzon Distribution SA (LeClerq) (prejudiciële vragen Tribunal de commerce de Bourges, Frankrijk)

Even over het hoofd gezien (bedankt, TC): Reclamerecht. Vergelijking met door concurrerende supermarktketen toegepaste prijzen: LeClerc (Vierzon) heeft in een plaatselijke krant een advertentie geplaatst waarin de kassabonnen van boodschappen in vier verschillende supermarkten werden vergeleken. Vraag i.c. is of ook levensmiddelen met elkaar vergeleken mogen worden. En dat mag, volgens het hof, onder voorwaarden. Het Hof (Vierde kamer) verklaart voor recht:

 Artikel 3 bis, lid 1, sub b, van richtlijn 84/450/EEG van de Raad van 10 september 1984 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 1997, moet aldus worden uitgelegd dat de loutere omstandigheid dat levensmiddelen van elkaar verschillen inzake hun eetbaarheid en het genoegen dat zij de consument verschaffen, op basis van de wijze en plaats van bereiding ervan, de ingrediënten, en de identiteit van de fabrikant, er niet toe leidt dat een vergelijking tussen dergelijke producten niet kan voldoen aan het in voornoemde bepaling neergelegde vereiste, inhoudende dat deze producten in dezelfde behoeften moeten voorzien of voor hetzelfde doel moeten zijn bestemd, met andere woorden in voldoende mate onderling verwisselbaar moeten zijn.

Artikel 3 bis, lid 1, sub a, van richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, moet aldus worden uitgelegd dat een advertentie zoals aan de orde in het hoofdgeding met name misleidend kan zijn:

 – indien, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het betrokken geschil en in het bijzonder met de vermeldingen of weglatingen in deze advertentie, vaststaat dat een aanzienlijk aantal consumenten tot wie de advertentie zich richt, tot aankoop zou kunnen besluiten in de onjuiste overtuiging dat de door de adverteerder samengestelde productenkorf representatief is voor diens algemene prijsniveau ten opzichte van zijn concurrent, zodat zij, wanneer zij regelmatig hun gangbare consumptiegoederen zouden aankopen bij de adverteerder en niet bij de betrokken concurrent, besparingen zouden kunnen realiseren van de door de betwiste advertentie vermelde omvang, of dat zij in de onjuiste overtuiging verkeren dat alle producten van de adverteerder goedkoper zijn dan deze van zijn concurrent, of

– indien blijkt dat, voor de vergelijking van de prijzen alleen, levensmiddelen zijn uitgekozen die nochtans verschillen vertonen die de keuze van de gemiddelde consument aanzienlijk kunnen beïnvloeden, zonder dat deze verschillen duidelijk blijken uit de betwiste advertentie.

Artikel 3 bis, lid 1, sub c, van richtlijn 84/450, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55, moet aldus worden uitgelegd dat de door deze bepaling gestelde voorwaarde van controleerbaarheid, wat een advertentie zoals aan de orde in het hoofdgeding betreft die de prijzen van twee goederenassortimenten vergelijkt, inhoudt dat de betrokken goederen nauwkeurig kunnen worden geïdentificeerd op basis van de informatie in de betrokken advertentie.

Lees het arrest hier.

IEFBE 2293

Geen merkinbreuk wegens langdurige samenwerking tussen Karlie Group en Karlie Flamingo

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 5 dec 2016, IEFBE 2293; (Karlie), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-merkinbreuk-wegens-langdurige-samenwerking-tussen-karlie-group-en-karlie-flamingo

Rechtbank van Koophandel Brussel 5 december 2016, IEF 17010; IEFbe 2293 (Karlie) Merkenrecht. Faillissement. Karlie Group is lid van een groep vennootschappen die actief is in de productie, de commercialisering en de distributie van accessoires voor dieren. Zij beschikt over het woord- en beeldmerk 'Karlie Flamingo'. Er is een opslagplaats die verschillende producten bevat die eigendom zijn van Karlie Flamingo, een vennootschap die ook lid is van de groep. Karlie Group is de moedervennootschap van Karlie Flamingo Holding BVBA, waar Karlie Flamingo onder valt. Er werd faillissement aangevraagd van Karlie Flamingo Holding en Karlie Flamingo. Karlie Group tekende verzet aan om het doel er volgens haar op was gericht om verkoop van de aandelen van de Karlie Flamingo aan Groep Heylen te faciliteren. Gezien de lopende insolventieprocedures bestaat er volgens Karlie Group een groot risico dat de curatoren van Karlie Flamingo de voorraden verkopen hetzij afzonderlijk, hetzij als deel van het handelsfonds. De verkoop van de voorraden zou volgens Karlie Group een schending zijn van haar merken. In casu heeft Karlie Group toestemming gegeven aan Karlie Flamingo om het Karlie Flamingo merk te gebruiken. Dit blijkt uit de jarenlange samenwerking. Karlie Flamingo maakt hiermee geen inbreuk op het merkenrecht van Karlie Group.

IEFBE 2292

MEDURO maakt inbreuk op de het merk MODERO

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 2 nov 2016, IEFBE 2292; (MODERO MEDURO), http://www.ie-forum.be/artikelen/meduro-maakt-inbreuk-op-de-het-merk-modero

Rechtbank van Koophandel Antwerpen 2 november 2016, IEF 17009; IEFbe 2292 (MODERO MEDURO) Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Eisers is een deurwaarderskantoor en is houder van het woordmerk Modero en een beeldmerk van een M. Verweerder richt zich op kinderdagverblijven en scholen, waarbij getracht wordt om via bemiddeling een oplossing te zoeken voor onbetaalde schoolfacturen. Dit gebeurde onder de naam Meduro, met als domeinnaam 'meduro.be'. Eiseres vordert vaststelling dat verweerders inbreuk plegen op haar merken door het gebruik van het teken MEDURO op de website en in de domeinnaam www.meduro.be. De rechtbank stelt dat zowel wat betreft de letters M als de woorden MODERO en MEDURO visuele overeenstemming bestaat. Daarnaast bestaat er tevens een auditieve overeenstemming tussen beide woorden. In dit geval wordt het bestaan van verwarringsgevaar aanvaard, gelet op visuele overeenstemming, de hoge mate van zowel de auditieve overeenstemming van de tekens (MODERO/MEDURO) als van de soortgelijkheid van de diensten (invordering van facturen) en in acht genomen de grotere onderscheidingskracht van het oudere woordmerk MODERO, die verweerders overigens erkennen. MEDURO maakt inbreuk op de merken van eiseres wegens het gebruik van dit teken op de website en in de domeinnaam www.meduro.be.

IEFBE 2291

Inbreuk op het Uniemerk Alvar & Millas door het gebruik in domeinnamen en sociaalnetwerkprofielen

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 21 okt 2016, IEFBE 2291; (Black Planet tegen X), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-op-het-uniemerk-alvar-millas-door-het-gebruik-in-domeinnamen-en-sociaalnetwerkprofielen

Rechtbank van Koophandel Brussel 21 oktober 2016, IEF 17007; IEFbe 2291 (Black Planet tegen X) Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Handelsnaamrecht. Black Planet is actief in de muziekwereld en was de drijvende kracht achter het DJ-duo 'Alvar & Millas', waar X deel van uitmaakte. Sinds de beëindiging van de samenwerking droeg X al zijn aandelen in de vennootschap over en nam ontslag als statutair zaakvoerder van Black Planet. De Uniemerken 'Alvar & Millas' en 'Black PLanet' behoren toe aan Black Planet. Zij stelde echter vast dat X, ondanks zijn vertrek uit de vennootschap, nog steeds gebruik maakt van deze tekens gezien X nog steeds eigenaar is van de domeinnamen alvarandmillas.be/.com en blackplanetrecordings.com. De rechtbank stelt vast dat X door het gebruik van het teken Alvar & Millas in het economisch verkeer en door het geregistreerd houden en het voor zich houden van domeinnamen en sociaalnetwerkprofielen bestaande uit het teken, inbreuk pleegt op het Uniemerk. Dit geldt tevens voor het gebruik van het teken Black Planet.

IEFBE 2290

Geen verwarringsgevaar tussen BED HEAD en BOBHEAD gezien begripsmatig verschil de overeenkomsten neutraliseert

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 12 okt 2016, IEFBE 2290; (Bed Head Bobhead), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-bed-head-en-bobhead-gezien-begripsmatig-verschil-de-overeenkomsten-neu

Hof van beroep Brussel 12 oktober 2016, IEF 17006; IEFbe 2290 (Bed Head Bobhead) Merkenrecht. Beroep tegen een uitspraak van het BBIE waarin de oppositie van Unilever wordt afgewezen. Unilever heeft de Europese merkregistraties BED HEAD en BEDHEAD. Verweerders hebben het merk BOBHEAD laten registreren. Vergelijking van de tekens. Visueel kan niet worden aangenomen dat de consument in verwarring wordt gebracht. Fonetisch lijken de woorden BOBHEAD en BED HEAD vrij goed op elkaar. Beide begrippen hebben echter een geheel onderscheiden inhoud in het segment van haarverzorging. Waar BED HEAD staat voor het net uit bed kapsel staat BOBHEAD voor een kort geknipt kapsel voor vrouwen. De hieruit voortvloeiende begripsmatige verschillen zijn voldoende om de visuele en auditieve overeenkomsten, die eerder beperkt zijn en voornamelijk het gevolg zijn van het feit dat de merken en het teken het beschrijvende woord "head" delen, te neutraliseren. Hierdoor stemmen de tekens in hun totaalindruk dan ook niet overeen. Het beroep is ongegrond.

IEFBE 2287

Inbreukvraag wordt aangehouden tot Emirdag licentieovereenkomst voorlegt

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 28 okt 2016, IEFBE 2287; ( Emirdag tegen Tadal), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreukvraag-wordt-aangehouden-tot-emirdag-licentieovereenkomst-voorlegt

Rechtbank van Koophandel Brussel 28 oktober 2016, IEFbe 2287 (Emirdag tegen Tadal) Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Eiser drijft handel in Halal-vleeswaren, deze worden in België, Nederland en Duitsland op de markt gebracht onder de handelsbenaming Emirdag. Verweerder is actief in de import, export en distributie van o.a. halal vleeswaren. De vrijwillig tussenkomende partij is eigenaar van het beeldmerk Emirdag. Eiser stelt dat verweerster door het gebruik van de handelsbenaming Emirdag inbreuk pleegt op haar merkenrecht. De rechter stelt vast dat eiser aanvoert dat zij het merk waarop zij zich beroept in licentie heeft maar geen licentieovereenkomst voorlegt. O.g.v. artikel 2.31.5 BVIE kan een licentiehouder slechts een zelfstandige vordering instellen indien hij de bevoegdheid daartoe van de merkhouder heeft bedongen. De rechter heropent alvorens recht te doen de debatten teneinde eiser toe te laten haar licentieovereenkomst voor te leggen. 

IEFBE 2286

Go All maakt inbreuk op model handdroger van Mitsubishi

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 27 okt 2016, IEFBE 2286; ( Mitsubishi tegen Go All), http://www.ie-forum.be/artikelen/go-all-maakt-inbreuk-op-model-handdroger-van-mitsubishi

Rechtbank van Koophandel Brussel 27 oktober 2016, IEFbe 2286 (Mitsubishi tegen Go All) Merkenrecht. Partijen zijn sinds betekening van de dagvaarding erin geslaagd om een schikking te treffen waarbij een eind is gesteld aan het geschil. De rechtbank verleent akte dat verweerster niet betwist dat ze met de verhandeling van producten 'Eco Dryer 4All' en 'Eole' en met het gebruik van de tekeningen inbreuk heeft gemaakt op het ingeschreven gemeenschapsmodel van Mitsubishi, alsook op de auteursrechten. Beveelt verweerster elk vervaardigen, gebruiken, verkopen, aanbieden, verdelen, tentoonstellen, in- en uitvoeren van enige inbreukmakende producten te staken en gestaakt te houden in de EU.

IEFBE 2285

Credophar Physiotone maakt geen inbreuk op beeldmerk Credo San Solingen

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 5 okt 2016, IEFBE 2285; ( Europreps tegen Credo), http://www.ie-forum.be/artikelen/credophar-physiotone-maakt-geen-inbreuk-op-beeldmerk-credo-san-solingen

Hof van beroep Brussel 5 oktober 2016, IEF 16995; IEFbe 2285 (Europreps tegen Credo) Merkenrecht. De bestreden beslissing is een beslissing van het BBIE waarbij de oppositie van Credo gedeeltelijk werd toegewezen. Europreps vordert in hoger beroep te verklaren dat er geen verwarringsgevaar bestaat tussen de merken Credo San Solingen en Credophar Physiotone en de bestreden uitspraak teniet te doen. De totaalindruk die door beide tekens wordt achtergelaten is (visueel, auditief en begripsmatig) duidelijk verschillend. Wat betreft de waren en diensten is er hoogstens beperkte overeenstemming. Gelet op de verschillen tussen de tekens zal een consument in het geheel beschouwd  niet kunnen menen dat de waren afkomstig zouden zijn van dezelfde ondernemingen. Er is derhalve geen sprake van verwarringsgevaar. De oppositie wordt afgewezen.

IEFBE 2284

Levodopa-octrooi mist uitvinderswerkzaamheid

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 20 sep 2016, IEFBE 2284; (Levodopa), http://www.ie-forum.be/artikelen/levodopa-octrooi-mist-uitvinderswerkzaamheid

Hof van beroep Brussel 20 september 2016, IEFbe 2284 (Levodopa) p. 31: Rechtbank van Koophandel Brussel 20 mei 2015. Octrooirecht. Orion legt zich toe op onderzoek en ontwikkeling van geneesmiddelen. Orion is gespecialiseerd in o.a. aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel, en specifiek Alzheimer en Parkinson. Zij is houder van het EP 608, Levodopa. Novartis België is de exclusieve sub-licentienemer van EP 608 voor het Belgische grondgebied. Eurogenerics is voornemens om formuleringen van dit geneesmiddel op de Belgische markt te lanceren. Appellanten vorderen vernietiging van de aangevochten delen van de beschikking en een bevel voor Eurogenerics om zich te onthouden van inbreuken op het octrooi EP 608. Eurogenerics stelt dat EP 608 nietig is wegens gebrek aan uitvinderswerkzaamheid. Het hof oordeelt dat de conclusies, waarop appellanten zich op steunen, uitvinderswerkzaamheid missen. Het hof besluit dat de door appellanten ingeroepen octrooirechten niet voldoende waarschijnlijk zijn om het inwilligen van de gevorderde maatregelen te verantwoorden. De vorderingen in het kort geding zijn ongegrond. Het voeren van een grondig debat over de geldigheid van EP 608 hoort thuis in een bodemprocedure, niet in deze kortgedingprocedure.

IEFBE 2283

Vennootschap Arbita maakt geen inbreuk op Beneluxmerk Arbita nu de houder, mede-oprichter blijkt te zijn

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 13 sep 2016, IEFBE 2283; ( Arbita), http://www.ie-forum.be/artikelen/vennootschap-arbita-maakt-geen-inbreuk-op-beneluxmerk-arbita-nu-de-houder-mede-oprichter-blijkt-te-z

Hof van beroep Brussel 13 september 2016, IEF 16993; IEFbe 2283 (Arbita) Merkenrecht. Handelsnaamrecht. Appellant (advocaat zijnde) heeft het Beneluxmerk 'Arbita'. Geïntimeerde heeft kort daarna een vennootschap opgericht onder de naam Arbita. Zij heeft als maatschappelijk doel: administratief en juridisch dienstencentrum ter ondersteuning van klanten en het adviseren bij de behandeling van hun geschillen. Appellant vordert stopzetting van het gebruik van Arbita als vennootschapsnaam en/of handelsnaam. Appellant was echter zeer nauw betrokken bij de oprichting van geïntimeerde. Uit het ontwerp van de oprichtingsakte blijkt dat de vennootschapsnaam Arbita zou worden aangenomen. Appellant heeft daartegen geen enkel bezwaar geformuleerd, zodat hij geacht wordt daarmee te hebben ingestemd. De vorderingen van appellant zijn daarom ongegrond.

IEFBE 2282

Deskundige moet alle inzake namaak verzamelde documenten/kopieën inventariseren en verzegeld ter griffie neerleggen

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 6 sep 2016, IEFBE 2282; (TEVA tegen MYLAN), http://www.ie-forum.be/artikelen/deskundige-moet-alle-inzake-namaak-verzamelde-documenten-kopie-n-inventariseren-en-verzegeld-ter-gri

Hof van beroep Brussel 6 september 2016, IEFbe 2281 (TEVA tegen MYLAN) p. 12: Rechtbank van Koophandel Brussel 29 augustus 2016; p. 31: Rechtbank van Koophandel Brussel 29 juli 2016. Derdenverzet. Derdenverzet van deskundigen, verzetten zich niet tegen de uitgesproken maatregelen maar wel tegen de oplegging van de eraan gekoppelde dwangsom. De vordering is niet-ontvankelijk omdat artikel 1035 enkel van toepassing is op het instellen van de vordering en niet voor de aanwending van een rechtsmiddel zoals derdenverzet. De aangestelde deskundigen werden vervangen door een nieuwe deskundige. Vervolgens is bij beschikking op derdenverzet van Mylan uitgesproken om alle tijdens het beslag inzake namaak verzamelde documentatie en andere informatiedragers terug te bezorgen aan Mylan en om alle kopieën die hij heeft gemaakt te vernietigen. Het hof beveelt, tot er een definitieve beslissing door het hof van beroep is uitgesproken op het hoger beroep van appellante tegen de beschikking d.d. 29 augustus 2016 aan de nieuwe deskundige om alle (kopieën van al de) door hem in het kader van het beslag inzake namaak verzamelde documenten/kopieën te inventariseren en onder verzegelde omslag neer te leggen bij de griffier en in de hypothese dat de deskundige de in het kader van het beslag inzake namaak verzamelde informatie/documenten reeds aan Mylan zou hebben teruggegeven, Mylan bevelen om op straffe van een dwangsom al deze documenten terug te geven aan de deskundige.

IEFBE 2280

Geen verwarringsgevaar tussen 'ikwilvanmijnautoaf.nl' en 'ikdoemijnautoweg.nl'

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 26 jul 2016, IEFBE 2280; ( ikwilvanmijnautoaf.nl), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-ikwilvanmijnautoaf-nl-en-ikdoemijnautoweg-nl

Rechtbank van Koophandel Brussel 26 juli 2016, IEFbe 2280 (ikwilvanmijnautoaf.nl) Domeinnaamrecht. Handelsnaamrecht. Dealerdirect is de aanbieder van een online veilingplatform voor tweedehands voertuigen in o.a. Nederland en België. Ikdoemijnautoweg werd opgericht door X onmiddellijk nadat de samenwerking tussen beide partijen werd beëindigd. De activiteit is hetzelfde als van eiser en gebruikt als domeinnaam www.ikdoemijnautoweg.be/nl. Eiser heeft de domeinnaam ikwilvanmijnautoaf.be in gebruik en heeft daarbij een Benelux beeldmerk ikwilvanmijnautoaf.nl. Eiser vordert de staking van het gebruik van de domeinnaam van verweerder. De rechter stelt dat er geen sprake is van auditieve en/of visuele gelijkenis tussen de handelsnamen. Het loutere gebruik van drie dezelfde woorden (ik', 'mijn' en 'auto') in een andere volgorde kan bezwaarlijk deze gelijkenis tot stand brengen. Er bestaat geen auditieve, noch fonetische gelijkenis tussen de handelsbenamingen. Niet alleen is de combinatie van de zinnen verschillend maar tevens het aantal woorden, waardoor geen sprake is van enige overeenstemming of verwarringsgevaar.

IEFBE 2279

Motorfiets Queengarden maakt inbreuk op modelrechten Honda wegens dezelfde totaalindruk

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 22 jul 2016, IEFBE 2279; (Honda tegen Queengarden), http://www.ie-forum.be/artikelen/motorfiets-queengarden-maakt-inbreuk-op-modelrechten-honda-wegens-dezelfde-totaalindruk

Rechtbank van Koophandel Brussel 22 juli 2016, IEF 16991; IEFbe 2279 (Honda tegen Queengarden) Modellenrecht. Queengarden is invoerder en distributeur van motorfietsen. Eiser stelt dat verweerder motorfietsen te koop aanbiedt (het model Urban M3 en 125CC) waarbij een inbreuk zou worden gemaakt op het intellectuele eigendomsrechten op de Honda MSX 125 motorfiets, namelijk de Uniemodellen 'algemeen uitzicht', 'stroomlijnlap' en 'koplamp'. Anders dan verweerder aanvoert is de geïnformeerde gebruiker niet alleen de professionele handelaar maar ook de gepassioneerde kenner en motorfietsenamateur. De rechter volgt verweerder ook niet in het argument dat de creatievrijheid bij het ontwerpen van motorfietsen klein is. Deze is eerder ruim. De kenmerkende elementen van het beschermde model van Honda worden in grote mate overgenomen wat voor dezelfde algemene indruk zorgt. Al deze elementen resulteren in eenzelfde totaalindruk van beide motorfietsen bij de geïnformeerde gebruiker. Stopzetting van voormelde inbreuk wordt bevolen.

IEFBE 2278

L'ensemble de ces éléments constituent des présomptions suffisamment précises et concordantes de ce que la Data Rayane est, pour les DVD non justifiés par des pièces probantes d'acquisition en Belgique, un acquéreur intracommunautaire

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 22 jul 2016, IEFBE 2278; ( Data Rayane contre Auvibel), http://www.ie-forum.be/artikelen/l-ensemble-de-ces-l-ments-constituent-des-pr-somptions-suffisamment-pr-cises-et-concordantes-de-ce-q

Cour d'appel Bruxelles 22 juillet 2016, IEFbe 2278 (Data Rayane contre Auvibel) p. 14: Tribunal de première instance de Bruxelles 19 avril 2012. Droit d'auteurs. Auvibel est une société de gestion de droits d'auteur chargée de percevoir et de redistribuer aux ayants droit la rémunération due pour la copie privée d'oevres sonores et audiovisuelles. Data Rayane est active dans le domaine de l'informatique et notamment dans la vente de matériel informatique software et la programmation. Deux agents d'Auvibel se rendent dans le magasin exploité par la Data Rayane et y constatent qu'elle met en vente de nombreux supports DVD et CD sans avoir fait les déclarations requises par la loi. Le jugement entrepris condamne la Data Rayane aux montants réclamés à titre de rémunérations et d'amende ainsi qu'aux dépens et réserve à statuer sur les frais d'expertise. En appel, Data Rayane demande à la cour de dire la demande non fondée et de constater qu'en l'état actuel de son dossier (Auvibel) ne justifie pas les montants réclamés dans sa facture ainsi bien entendu que le doublement des taxes réclamées et surseoir à statuer jusqu'à obtention d'un décompte précis et justifié. Auvibel poursuit la confirmation du jugement entrepris et la condamnation de la Data Rayane aux frais d'expertise et aux dépens des deux instances. Enfin, il ressort du procès-verbal du 16 juillet 2009 que notamment les spindles de 100 DVD Philips étaient en vente a €50. Or, ce prix est inferieur a celui de la redevance due a Auvibel ce qui confirme que la Data Rayane a nécessairement du se procurer ces supports a un prix moindre, sans paiement de la redevance pour pouvoir les remettre ensuite en vente a bas prix et en retirer un bénéfice. L'ensemble de ces éléments constituent des présomptions suffisamment précises et concordantes de ce que Data Rayane est, pour les DVD non justifiés par des pièces probantes d'acquisition en Belgique, un acquéreur intracommunautaire. La cour dit fondé dans la mesure suivante, réforme le jugement entrepris sauf en tant qu'il a reçu la demande d'Auvibel et condamné Data Rayane a payer a cette dernière au titre de rémunérations éludées la somme de €1.579,14 augmenter des intérêts judiciaires.

IEFBE 2276

Doorhaling Belgische deel Europese octrooi van Roquette wegens ontbreken van uitvinderswerkzaamheid

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 27 jun 2016, IEFBE 2276; ( Syral Belgium tegen Roquette Fréres), http://www.ie-forum.be/artikelen/doorhaling-belgische-deel-europese-octrooi-van-roquette-wegens-ontbreken-van-uitvinderswerkzaamheid

Hof van beroep Gent 27 juni 2016, IEFbe 2276 (Syral Belgium tegen Roquette Fréres) Octrooirecht. Zie eerder [IEFbe 1825], [IEFbe 1559], [IEFbe 1002], [IEFbe 794] en [IEFbe 616]. Octrooirecht. Roquette is houder van het Europees octrooi EP 138. Syral betwist de geldigheid van het kwestieuze octrooi omdat het een niet-octrooieerbare ontdekking zou zijn, het geen blijk zou geven van nieuwheid en het niet zou berusten op uitvinderswerkzaamheid. Uit eerdere octrooien blijkt dat het voor '97 algemeen bekend was dat de aanpassing van de hoeveelheid van maltotriitol invloed heeft op de zuiverheid van de beoogde maltitol, mede a.d.h.v. een kristallisatiemethode. Niet wordt voldaan aan het vereiste uitvinderswerkzaamheid. Nu de uitvinderswerkzaamheid ontbreekt, hoeft niet meer te worden ingegaan op de overige door Syral aangereikte andere mogelijke redenen om de geldigheid van het octrooi aan te vechten. Het hof beveelt doorhaling van het Belgische luik van het Europees octrooi van Roquette.

IEFBE 2275

IMSE mag reclame maken met verkoop wisselstukken die geschikt zijn voor ABC-dieselmotoren

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 27 jun 2016, IEFBE 2275; (Anglo Belgian Corp tegen Industrial & Marine Services Engineering), http://www.ie-forum.be/artikelen/imse-mag-reclame-maken-met-verkoop-wisselstukken-die-geschikt-zijn-voor-abc-dieselmotoren

Hof van beroep Gent 27 juni 2016, IEFbe 2275 (Anglo Belgian Corp tegen Industrial & Marine Services Engineering) Ongeoorloofde reclame. ABC is een producent van ABC-dieselmotoren. IMSE is gespecialiseerd in de verkoop en distributie van wisselstukken die nodig zijn voor revisie en onderhoud van motoren etc. In haar publiciteit stelde IMSE dat zij gespecialiseerd is in 4-takt dieselmotoren wisselstukken, zowel nieuwe als tweedehands wisselstukken geschikt voor o.a. ABC. Appellante stelt dat deze handelswijze onrechtmatig gebruik maakt van de naamsbekendheid van appellante. IMSE zou zowel op haar website als in haar verkoopbrochures onrechtmatig echte en gekopieerde onderdelen aanbieden van ABC-dieselmotoren. Appellante legt geen enkele intellectuele eigendomsrechtelijke bescherming op deze wisselstukken voor. Geïntimeerde is dan ook vrij deze wisselstukken te verkopen en mag daarbij melding maken van het feit dat deze gebruikt kunnen worden voor ABC-motoren. Geïntimeerde verkoopt alle soorten wisselstukken, zowel originele als niet originele, en stelt dit op correcte wijze op de website. Nu deze wisselstukken echter niet het voorwerp uitmaken van enige intellectueel eigendomsrechtelijke bescherming, is de handel in wisselstukken die niet werden gefabriceerd door de merkhouder of een door de merkhouder erkende producent, niet onrechtmatig. Er wordt door geïntimeerde geen verwarring gezaaid en geen sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclame.

IEFBE 2289

HvJ EU: Praktijken van een incassobedrijf vallen onder 'product'-begrip uit OHP-Richtlijn

HvJ EU - CJUE 20 jul 2017, IEFBE 2289; ECLI:EU:C:2017:573 (Gelvora), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-praktijken-van-een-incassobedrijf-vallen-onder-product-begrip-uit-ohp-richtlijn

HvJ EU 20 juli 2017, IEFbe 2289; RB 2926; C-357/16; ECLI:EU:C:2017:573 (Gelvora) Oneerlijke handelspraktijken – Richtlijn 2005/29/EG – Werkingssfeer – Incassobedrijf – Consumentenkrediet – Cessie van schuldvordering – Aard van de juridische verhouding tussen het bedrijf en de debiteur – Artikel 2, onder c) – Begrip ‚product’ – Invorderingsmaatregelen die parallel met het optreden van een gerechtsdeurwaarder worden toegepast. Antwoord:

[richtlijn oneerlijke handelspraktijken] moet aldus worden uitgelegd dat de juridische verhouding tussen een incassobedrijf en een schuldenaar die in gebreke is gebleven bij de nakoming van een consumentenkredietovereenkomst, waarbij de schuldvordering aan het incassobedrijf is gecedeerd, binnen de werkingssfeer ratione materiae van deze richtlijn valt. De praktijken die een dergelijk bedrijf toepast om haar schuldvordering in te vorderen, vallen onder het begrip „product” in de zin van artikel 2, onder c), van deze richtlijn. In dit verband doet de omstandigheid dat de schuld is bevestigd door een rechterlijke beslissing, en dat die beslissing aan een gerechtsdeurwaarder is verstrekt voor tenuitvoerlegging, niet ter zake.

IEFBE 2288

BPatG verklaart vormmerk stazakje Capri Sun nietig vanwege techniekexceptie

Duitse jurisprudentie - Jurisprudence allemande 28 jun 2017, IEFBE 2288; (Deutsche SiSi-Werke tegen riha Wesergold), http://www.ie-forum.be/artikelen/bpatg-verklaart-vormmerk-stazakje-capri-sun-nietig-vanwege-techniekexceptie

BPatG 28 juni 2017, IEF 16996; IEFbe 2288 (Deutsche SiSi-Werke tegen riha Wesergold) Merkenrecht. Vormmerk. De uitspraak van het Bundespatentgericht van 28 juni 2017 inzake Deutsche SiSi-Werke Betriebs GmbH tegen Riha WeserGold Getränke GmbH & Co. KG betreffende het vormmerk op het Capri Sun stazakje van SiSi-Werke Betriebs GmbH. Dit vormmerk is door het Bundespatentgericht nietig verklaard op grond van de techniek-exceptie. Onder meer heeft het Bundespatentgericht geoordeeld dat de rechte zijkanten technisch zijn bepaald. Het Bundespatentgericht heeft tevens geoordeeld dat tegen deze uitspraak geen beroep meer openstaat.