IEFBE 2680

HvJ EU: Kamer van beroep moet opnieuw onderzoeken of Kit Kat 4 fingers kan blijven bestaan

HvJ EU - CJUE 25 jul 2018, IEFBE 2680; ECLI:EU:C:2018:596 (Kit Kat 4 fingers), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-kamer-van-beroep-moet-opnieuw-onderzoeken-of-kit-kat-4-fingers-kan-blijven-bestaan

HvJ EU 25 juli 2018, IEF 17874; IEFbe 2680; C-84/17P; ECLI:EU:C:2018:596 (Kit Kat 4 fingers) Merkenrecht. 3D-merk. EUIPO's kamer van beroep moet opnieuw onderzoeken of het Kit Kat 4 finger-merk kan blijven bestaan. Uit het persbericht:

The Court concludes that, although it is not necessary, for the purposes of registering a mark that was formerly devoid of distinctive character, that evidence of the acquisition by that mark of distinctive character through use be submitted in respect of each individual Member State, the evidence submitted must be capable of establishing such acquisition throughout the Member States of the EU in which that mark was devoid of inherent distinctive character.

It follows from the above that the General Court was right to annul EUIPO’s decision, in which EUIPO concluded that distinctive character had been acquired through use of the mark at issue without adjudicating on whether that mark had acquired such distinctive character in Belgium, Ireland, Greece and Portugal.

IEFBE 2678

Conclusie AG HvJ EU: Geen auteursrecht op smaak van Heksenkaas

HvJ EU - CJUE 25 jul 2018, IEFBE 2678; ECLI:EU:C:2018:618 (Levola Hengelo tegen Smilde), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-hvj-eu-geen-auteursrecht-op-smaak-van-heksenkaas

Conclusie AG HvJ EU 25 juli 2018, IEF 17873; IEFbe 2678; ECLI:EU:C:2018:618; C-310/17 (Levola Hengelo tegen Smilde) Auteursrecht op smaak. Levola stelt dat het product 'Witte Wievenkaas' en auteursrechtelijke verveelvoudiging vormt van de smaak van haar 'Heks'nkaas'. De InfoSoc-richtlijn verzet zich tegen de auteursrechtelijke bescherming van de smaak van een voedingsmiddel. Conclusie AG:

Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij verzet zich tegen auteursrechtelijke bescherming van de smaak van een voedingsmiddel.

IEFBE 2651

Reclame met aankondiging absolute internetsnelheden maakt misleidende omissie uit

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 20 nov 2017, IEFBE 2651; (Proximus tegen Telenet Group), http://www.ie-forum.be/artikelen/reclame-met-aankondiging-absolute-internetsnelheden-maakt-misleidende-omissie-uit

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 20 november 2017, IEFbe 2651 (Proximus tegen Telenet Group) Reclamerecht. Proximus en Telenet zijn concurrenten van elkaar en allebei actief in de telecommunicatiesector. Het geschil handelt over de publiciteit van Telenet voor haar internetabonnementen onder de benamingen “Basic Internet”, “Internet Fiber 100” en “Internet Fiber 200”. Volgens Proximus verwijst Telenet in haar publiciteit op een absolute wijze naar de internetsnelheden die haar abonnementen aanbieden. De reclame vormt geen misleidende handelspraktijk, want de gemiddelde consument weet dat de snelheid waarmee met surft kan variëren in functie van tal van factoren. De aankondiging van absolute snelheden maken wel een misleidende omissie uit. Op de website moet de consument het initiatief nemen om op ‘meer info’ te klikken om de corrigerende informatie over de snelheden te zien. Telenet had duidelijk moeten vermelden dat het maximale snelheden betreft en pleegt derhalve inbreuk op artikel VI.99 WER.

IEFBE 2679

HvJEU: OHP-richtlijn niet van toepassing op handelspraktijken uit stofzuigerverordening

HvJ EU - CJUE 25 jul 2018, IEFBE 2679; ECLI:EU:C:2018:599 (Dyson tegen BSH), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvjeu-ohp-richtlijn-niet-van-toepassing-op-handelspraktijken-uit-stofzuigerverordening

HvJ EU 25 juli 2018, RB 3175; IEFbe 2679; ECLI:EU:C:2018:599; C-632/16 (Dyson tegen BSH) Oneerlijke handelspraktijk. Uit persbericht: Het feit dat aan de consument geen informatie wordt verstrekt over de testomstandigheden die hebben geleid tot de indeling in de op het energie-etiket van een stofzuiger aangegeven klasse, vormt geen „misleidende omissie”. Voorts mogen stofzuigerleveranciers en -handelaren geen aanvullende etiketten gebruiken waarop de op het energie-etiket verstrekte informatie wordt herhaald of gepreciseerd, indien dit de consument kan misleiden of verwarren over het energieverbruik

 

 

IEFBE 2677

HvJ EU: Ook bescherming zelfs indien de combinatie van werkzame stoffen niet specifiek en precies identificeerbaar in de bewoordingen van de conclusies staan vermeld

HvJ EU - CJUE 25 jul 2018, IEFBE 2677; ECLI:EU:C:2018:585 (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-ook-bescherming-zelfs-indien-de-combinatie-van-werkzame-stoffen-niet-specifiek-en-precies-id

HvJ EU 25 juli 2018, IEF 17872; IEFbe 2677; LS&R 1635; C-121/17; ECLI:EU:C:2018:585 (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences) ABC. Octrooirecht.  Uit het nieuwsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken: de octrooibescherming van een medicijn dat bestaat uit meerdere werkzame stoffen, moet worden beoordeeld vanuit een oogpunt van de vakman naar de stand van de techniek op de datum van indiening of de prioriteitsdatum van dat octrooi. Het EU-Hof volgt met deze uitleg de opvatting van de Nederlandse regering in een Britse zaak over een middel ter bestrijding van HIV. Door deze uitleg zal het middel waarschijnlijk eerder rechtenvrij geproduceerd kunnen worden.
HvJ EU:

Artikel 3, onder a), van verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen moet aldus worden uitgelegd dat een product dat is samengesteld uit meerdere werkzame stoffen met een gecombineerd effect wordt „beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi” in de zin van deze bepaling, wanneer de conclusies van het basisoctrooi noodzakelijkerwijs en specifiek betrekking hebben op de combinatie van de werkzame stoffen waaruit het product bestaat, zelfs indien die combinatie niet uitdrukkelijk is vermeld in deze conclusies. Daartoe is vereist dat uit het oogpunt van de vakman en op basis van de stand van de techniek op de datum van indiening of prioriteitsdatum van het basisoctrooi:
– de combinatie van deze werkzame stoffen, in het licht van de beschrijving en de tekeningen van dit octrooi, noodzakelijkerwijs valt onder de uitvinding waarvoor dat octrooi geldt, en
– elk van deze werkzame stoffen specifiek kan worden geïdentificeerd in het licht van alle door dat octrooi bekendgemaakte gegevens.

IEFBE 2675

Prejudicieel gestelde vragen over vermelding oorsprong van wijn afkomstig uit een door Israël bezet gebied

HvJ EU - CJUE 30 mei 2018, IEFBE 2675; C-363/18 ( PSAGOT Ltd tegen Franse minister ), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-vermelding-oorsprong-van-wijn-afkomstig-uit-een-door-isra-l-bezet

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 30 mei 2018, IEF 17870; IEFbe 2675; C-363/18 (PSAGOT ltd tegen Franse Minister van economische zaken) Via Minbuza: PSAGOT Ltd is een wijnbouwbedrijf in Israel. Op hun producten staat: 'uit Israel'. De Franse minister heeft een kennisgeving inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door Israël bezette gebieden nietig te verklaren. De Golanhoogte en de Westelijke Jordaanoever (met inbegrip van Oost-Jerusalem) is volgens het internationaal recht geen deel van het Israëlische grondgebied. Daardoor wordt de vermelding “product uit Israël” als onjuist en misleidend beschouwd. Bij producten die afkomstig zijn uit bezet gebied, moet de uitdrukking “Israëlische nederzetting” of vergelijkbaar worden toegevoegd. PSAGOT LTD verzoeken de verwijzende rechter om nietigverklaring van de kennisgeving van de minister wegens bevoegdheidsoverschrijding. De beoordeling of de kennisgeving nietig is, is afhankelijk van de vraag of op het product moet worden vermeld dat afkomstig is uit een sinds 1967 door Israel bezet gebied en of dit gepreciseerd moet worden.

IEFBE 2652

Geen verwarring tussen B-Apart en B-Aparthotels, want toevoeging ‘hotels’ zorgt voor onderscheid

Gent - Gand 27 nov 2017, IEFBE 2652; (BE Real Estate en BEapart tegen B-Apart), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarring-tussen-b-apart-en-b-aparthotels-want-toevoeging-hotels-zorgt-voor-onderscheid

Hof van beroep Gent 27 november 2017, IEFbe 2652 (BE Real Estate en BEapart tegen B-Apart) De redactie is op zoek naar: Voorz. Rechtbank van Koophandel Gent (afd. Gent) 6 januari 2016​, om deze aan dit bericht toe te voegen redactie@ie-forum.beMerkenrecht. Handelsnaamrecht. De partijen in deze zaak verhuren verblijfsaccomodatie. BE Real Estate is houder van een woord- en beeldmerk (nr. 0920211). B-Apart mag de rechten uitoefenen tot het woordmerk “B-apart” (nr. 0959464). BE Real Estate en BEapart zijn van oordeel dat B-Apart inbreuk maakt op hun merkenrechten en hun handelsnaam. De eerste rechter wees de vordering van BEapart af als onontvankelijk en die van BE Real Estate als ongegrond. De rechter achtte het niet bewezen dat er sprake van van inbreuk. Het hof bevestigt het bestreden vonnis in zoverre dat de vorderingen van appellanten van inbreuk op het merk en de handelsnaam worden afgewezen. De verschillen zijn voldoende groot om niet verwarrend te zijn. De toevoeging “hotel” in 'B-Aparthotels' maakt wel degelijk een onderscheid ten opzichte van andere “apart” en “B(-)apart” diensten en waren. Later heeft BEapart een Benelux woordmerk “B-apart” laten registreren. De klassen waarvoor de inschrijving is genomen zijn niet identiek maar liggen dicht bij het woordmerk van B-Apart. Er is een duidelijk verwarringsgevaar en er is sprake van een depot te kwader trouw. Het woordmerk van BEapart is nietig.

IEFBE 2673

Vragen aan HvJ EU: Kunnen beperkende regels voor vastgoedmakelaar tegen Airbnb worden ingeroepen

HvJ EU - CJUE 7 jun 2018, IEFBE 2673; Zaak C-390/18 (Airbnb Ireland), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-kunnen-beperkende-regels-voor-vastgoedmakelaar-tegen-airbnb-worden-ingeroepen

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 7 juni 2018, IEFbe 2673; IT 2611; Zaak C-390/18 (AirBNB Ireland) Via Minbuza: De in Ierland gevestigde onderneming Airbnb Ireland biedt een online platform dat tot doel heeft verhuurders (zowel verhuurbedrijven als particulieren) die over accommodatie beschikken en potentiële huurders in een groot aantal landen met elkaar in contact te brengen. Franse internetgebruikers sluiten een contract af met Airbnb Ireland voor het gebruik van de website (plaatsing van advertenties, reserveringen) en met Airbnb Payments UK Ltd voor betalingen via de website. Op 24.01.2017 heeft de vereniging voor professionele accommodatie en toerisme (hierna: Ahtop) een klacht ingediend bij de rechter in eerste aanleg vanwege het verrichten van werkzaamheden van bemiddeling in en beheer van onroerend goed en winkelpanden zonder beroepskaart uit hoofde van de wet-Hoguet en andere strafbare feiten. In deze wet-Hoguet zijn verschillende regels vastgelegd waaraan vastgoedmakelaars dienen te voldoen (bijhouden van een register, afgifte van een beroepskaart e.d.), aangezien het om een gereglementeerd beroep gaat, op straffe van strafrechtelijke sancties. Ahtop verwijt Airbnb zich aan deze regels te onttrekken, terwijl het bedrijf volgens de vereniging het beroep van vastgoedmakelaar uitoefent via een online platform. Naar aanleiding van deze klacht heeft het parket van Parijs op 16.03.2017 een vordering tot het instellen van een gerechtelijk onderzoek ingediend vanwege het beheer van financiële middelen voor werkzaamheden van bemiddeling in en beheer van onroerend goed en winkelpanden door een persoon zonder beroepskaart (wet-Hoguet) en andere strafbare feiten. Airbnb betwist werkzaamheden als vastgoedmakelaar te verrichten en betoogt dat de wet-Hoguet niet op haar van toepassing is omdat deze strijdig is met de bepalingen van richtlijn 2000/31.

IEFBE 2671

BenGH: Auteursrecht op werk van toegepaste kunst dat is vervallen wegens niet afleggen van een instandhoudingsverklaring herleeft niet

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 jul 2018, IEFBE 2671; (Montis tegen Goossens Meubelen), http://www.ie-forum.be/artikelen/bengh-auteursrecht-op-werk-van-toegepaste-kunst-dat-is-vervallen-wegens-niet-afleggen-van-een-instan

Benelux Gerechtshof 18 juli 2018, IEF 17862; IEFbe 2671; A 2013/2 (Montis tegen Goossens Meubelen) Auteursrecht. Toegepaste kunst. Instandhoudingsverklaring. Zie eerder Rechtbank [IEF 7961], Hof [IEF 9551], HR [IEF 14714], BenGH [IEF 14819], HvJ EU [IEF 16327]. Het vervallen van artikel 21, lid 3, (oud) Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen, per 1 december 2003, ingevolge het Protocol van 20 juni 2002 houdende wijziging van die wet, heeft niet tot gevolg dat het auteursrecht ten aanzien van een werk van toegepaste kunst dat voor 1 december 2003 is vervallen wegens het niet tijdig afleggen van een instandhoudingsverklaring, herleeft.

Français: L'abrogation au 1er décembre 2003 de l'article 21, alinéa 3, ancien, de la Loi uniforme Benelux en matière de dessins ou modèles, par le Protocole du 20 juin 2002 portant modification de cette loi, n'a pas pour effet de faire renaître le droit d'auteur sur une œuvre des arts appliqués qui s'est éteint avant le 1er décembre 2003 en raison de l'absence de dépôt à temps d'une déclaration de maintien.

IEFBE 2665

Geen normaal gebruik aangetoond voor koalakoekjes

Gerecht EU - Tribunal UE 12 jul 2018, IEFBE 2665; ECLI:EU:T:2018:438 (Lotte Co. tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-normaal-gebruik-aangetoond-voor-koalakoekjes

Gerecht EU 12 juli 2018, IEF 17857; IEFbe 2665; T-41/17; ECLI:EU:T:2018:438 (Lotte Co. tegen EUIPO) Lotte is een Japanse onderneming die actief is in de zoetwarenbranche en vraagt een Gemeenschapsbeeldmerk voor een figuur van een koala. Tegen deze inschrijving werd door Neste Schöller met succes oppositie gevoerd. De oppositie was met name gebaseerd op het drie-dimensionale merk van Nestlé Schöller uit 1988 (nr. 1123092). De kamer van beroep achtte dat Nestlé Schöller toch niet het bewijs van normaal gebruik van het oudere merk bewezen had. Het Hof wees het beroep van Nestlé Schöller hiertegen toe. De procedure werd hervat voor de kamer van beroep en de oppositiebeslissing werd vernietigd. In deze procedure staat het normaal gebruik van het oudere merk en het belang van dergelijk gebruik centraal. In de bestreden beslissing is ten onrechte aangenomen dat het bewijsmateriaal voldoende was om normaal gebruik vast te stellen. Het belang van het gebruik wordt voorts beoordeeld aan de hand van de hoeveelheid verkopen en andere relevante factoren. De geringe hoeveelheden die van het oudere merk werden verkocht, werden niet gecompenseerd door een hoge intensiteit of grote mate van consistentie in verkoop. Het gebruik kan niet worden beschouwd als een normaal gebruik. De bestreden beslissing wordt vernietigd.

IEFBE 2648

F-cars heeft zich schuldig gemaakt aan illegale depollutie en maakt daarmee inbreuk op de eerlijke marktpraktijken

Antwerpen(afd. Tongeren) - Anvers(div. Tongres) 24 nov 2017, IEFBE 2648; (Febelauto tegen F-cars), http://www.ie-forum.be/artikelen/f-cars-heeft-zich-schuldig-gemaakt-aan-illegale-depollutie-en-maakt-daarmee-inbreuk-op-de-eerlijke-m

Voorz. Rechtbank van Koophandel Antwerpen (afd. Tongeren) 24 november 2017, IEFbe 2648 (Febelauto tegen F-cars) Marktpraktijken. F-cars is een vennootschap die werd opgericht voor de uitbating van een garage en carrosseriebedrijf. De zaakvoerder van F-cars is eveneens zaakvoeder van F-parts, een firma die in het verleden voertuigen demonteerde en deze onderdelen verhandelde zonder over de nodige vergunningen te beschikken. F-parts is hiervoor veroordeeld op correctioneel en burgerlijk vlak. Febelauto houdt in deze zaak voor dat F-cars de activiteiten van F-parts zou verderzetten en daarmee schade toebrengt aan de leden van Febelauto. Uit verschillende vaststellingen door toezichthouders blijkt dat F-cars zich schuldig heeft gemaakt aan illegale depollutie van afgedankte voertuigen. De vordering van Febelauto is gegrond verklaard. De handelingen van F-cars maken oneerlijke marktpraktijken uit.

IEFBE 2647

Klantenbestand van online drukkerij is een databank: inbreuk op het sui generis-recht van de producent

Antwerpen - Anvers 4 dec 2017, IEFBE 2647; (Printalert tegen Flyer, Printconcept.be en Flugia), http://www.ie-forum.be/artikelen/klantenbestand-van-online-drukkerij-is-een-databank-inbreuk-op-het-sui-generis-recht-van-de-producen

Hof van beroep Antwerpen 4 december 2017 en Voorz. Rechtbank van Koophandel Antwerpen (afd. Antwerpen) 20 april 2016, IEFbe 2647 (Printalert tegen Flyer, Printconcept.be en Flugia) Marktpraktijken. Printalert is een drukwerkmakelaar op de markt van het online drukwerk. Flyer en Printconcept.be zijn online drukkerijen, die beide zijn ondergebracht onder de holding Flugia. Flugia c.s. houden voor dat de appellante op onrechtmatige wijze gebruik maakt van hun klantenbestand. De eerste rechter heeft geoordeeld dat het klantenbestand van Flugia c.s. een databank is en dat zij het sui generis-recht kunnen inroepen. Printalert maakt op onrechtmatige wijze gebruik van de gegevens uit dat bestand. Het hof bevestigt het bestreden vonnis en sluit zich aan bij de motivering van de eerste rechter dat er sprake is van een databank. Een deskundige heeft vastgesteld dat er een aanzienlijke mate van overeenstemming is tussen de klantenbestanden van beiden en dat Printalert de gegevens heeft gebruikt bij mailings. Het gaat om een overlapping van 22,8%. Bijgevolg is er sprake van het hergebruik van een in kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de databank van Flugia c.s. Er wordt bevestigd dat Printalert de eerlijke marktpraktijken schendt. Derhalve is er geen reden om het opgelegde stakingsbevel te beperken of te herformuleren.

IEFBE 2646

Verzoekschrift tot beslag inzake namaak van paardenwagens is niet-ontvankelijk, want geen juiste NACEBEL-codes

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 28 nov 2017, IEFBE 2646; (Stephex tegen Krismar en Steels Constructions), http://www.ie-forum.be/artikelen/verzoekschrift-tot-beslag-inzake-namaak-van-paardenwagens-is-niet-ontvankelijk-want-geen-juiste-nace

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 28 november 2017, IEFbe 2646 (Stephex tegen Krismar en Steels Constructions) Procesrecht. Niet-ontvankelijk. Beide partijen zijn actief op de Belgische markt voor paardenvrachtwagens. Zij maken deze wagens op maat van en in samenspraak met de klant. Stephex legde in 2017 een verzoekschrift tot beslag inzake namaak neer, wat werd toegewezen. Krismar tekende derdenverzet aan. Om het derdenverzet niet al haar nut te ontnemen, kwamen de partijen op de zitting tot een akkoord om de deskundige te verzoeken in zijn verslag geen opgave te doen van de namen van klanten van Krismar. In casu is artikel 875bis, 2e al. Ger. W. van toepassing. De stakingsrechter moet derhalve eerst over de ontvankelijkheid van de vordering uitspraak doen. De vordering moet gebaseerd zijn op de activiteiten en het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op het moment van neerlegging was ingeschreven in de KBO. Indien er betwisting bestaat, moet de rechter nagaan welke activiteiten de onderneming daadwerkelijk uitoefent. Stephex was niet ingeschreven voor de juiste NACEBEL-codes. Het verzoekschrift tot beslag inzake namaak is derhalve niet-ontvankelijk.

IEFBE 2662

EHRM: Vrijheid van meningsuiting geschonden van Pussy Riot tijdens optreden in Kathedraal

EHRM - Cour eur. D.H. 17 jul 2018, IEFBE 2662; ECLI:CE:ECHR:2018:0717JUD003800412 (MARIYA ALEKHINA AND OTHERS v. RUSSIA), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-vrijheid-van-meningsuiting-geschonden-van-pussy-riot-tijdens-optreden-in-kathedraal

EHRM 17 juli 2018, IEF 17849; IEFbe 2662; Application no. 38004/12 (Pussy Riot tegen Rusland) Vrijheid van meningsuiting. Mediarecht. Uit het persbericht: de zaak betrof een veroordeling van drie leden van de Pussy Riot-punkband omdat ze in 2012 één van hun protesliederen in de Kathedraal in Moskou uitvoerden. De rechtbanken oordeelden met name dat hun uitvoering aanstootgevend was. En verbood de toegang tot video-opnamen omdat ze 'extremistisch' waren. Het Hof oordeelde dat een schending van gedragsregels in een religieuze plaats (Kathedraal) gerechtvaardigd was maar ze veroordeelden de bandleden tot een gevangenisstraf omdat ze felgekleurde kleding aanhadden, met hun armen en benen zwaaiden en grof taalgebruik hadden. Het EHRM oordeelde dat er een overtreding van de vrijheid van meningsuiting van de bandleden. Het Hof heeft nagelaten om de tekst of de context van het lied te analyseren.

IEFBE 2644

Quasi identieke brilmonturen kwalificeren als namaak en zijn een schending van de eerlijke marktpraktijken

Gent - Gand 18 dec 2017, IEFBE 2644; (M&M tegen Matthieu Duchene Design), http://www.ie-forum.be/artikelen/quasi-identieke-brilmonturen-kwalificeren-als-namaak-en-zijn-een-schending-van-de-eerlijke-marktprak

Hof van beroep Gent 18 december 2017, IEFbe 2644 (M&M tegen Matthieu Duchene Design) De redactie is op zoek naar: Tussenarrest Hof van beroep Gent 3 april 2017 en Rechtbank van Koophandel Gent (afd. Gent) 13 november 2014, om deze aan dit bericht toe te voegen redactie@ie-forum.be. M&M heeft op 29 januari 2012 van elk type brilmontuur van Matthieu Duchene Design, waaronder de “Menthe” en “Basilic” één exemplaar gekocht en heeft daarna de eigen quasi identieke monturen op de markt gebracht. M&M betwist het bestaan van het auteursrecht van Matthieu Duchene Design op de “Menthe” en “Basilic”. Schetsen en het merk op het montuur bewijzen echter voldoende dat zij de auteursrechthebbende persoon is. Het montuur Menthe is een eigen intellectuele schepping. Bijgevolg is dat dit model origineel is in de zin van de wet. Met het montuur “PD 6195” maakt M&M derhalve inbreuk op het montuur “Menthe”. Bij een globale indruk, op een normaal aandachtige brilkoper, zijn de monturen identiek te noemen. Er is sprake van namaak. De handelswijze van M&M is een vorm van onrechtmatige mededinging. Er is sprake van een schending van de eerlijke marktpraktijken.

IEFBE 2643

Gemeenschapsmodel is nietig, want uiterlijk identiek model al eerder gepubliceerd in tijdschrift

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 21 dec 2017, IEFBE 2643; (De Nieuwe Smid tegen Verweerder), http://www.ie-forum.be/artikelen/gemeenschapsmodel-is-nietig-want-uiterlijk-identiek-model-al-eerder-gepubliceerd-in-tijdschrift

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 21 december 2017, IEFbe 2643 (De Nieuwe Smid tegen Verweerder) Modellenrecht. Beide partijen zijn smid. Zij positioneren zich op de markt van de smeedijzeren terrasoverkappingen en veranda’s. Verweerder was in dienst bij De Nieuwe Smid en heeft daarna zijn eigen zaak opgestart. De Nieuwe Smid laat in 2016 het gemeenschapsmodel (nr. 003399245-0001) inschrijven en meent dat twee constructies op de website van Verweerder inbreuk maken op haar gemeenschapsmodel. Ook wordt Verweerder oneerlijke handelspraktijken en parasitair gedrag verweten. Een uiterlijk identiek model is echter in 2012 al openbaar gemaakt in de wintereditie van een tijdschrift. Het gemeenschapsmodel van De Nieuwe Smid wekt geen verschillende algemene indruk op bij een geïnformeerde gebruiker. Het is niet nieuw en heeft geen eigen karakter. Het gemeenschapsmodel is nietig. In die omstandigheden kan Verweerder geen inbreuk maken op het model.

IEFBE 2660

Cava niet succesvol in beroep tegen beeldmerk Cave de tain

Gerecht EU - Tribunal UE 12 jul 2018, IEFBE 2660; ECLI:EU:T:2018:441 (Cave de Tain tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/cava-niet-succesvol-in-beroep-tegen-beeldmerk-cave-de-tain

Gerecht EU 12 juli 2018, IEF 17832; IEFbe 2660; T‑774/16; ECLI:EU:T: 2018:441 (Cave de Tain tegen EUIPO) Merkenrecht. Consejo heeft een aanvraag voor een EU beeldmerk 'Cave de Tain' ingediend. Cava vordert nietigheid van het merk op grond van haar beschermde oorsprongsbenaming. EUIPO heeft het beroep verworpen. Cava vordert bij het Gerecht EU vernietiging van de beslissing. Het Gerecht EU bevestigt de beoordeling van de kamer van beroep. Het betwiste merk zal door zijn structuur door de consument, ongeacht de talenkennis, worden begrepen als betrekking hebbend op een wijn geproduceerd in Frankrijk, in de regio of plaatsnaam die in het merk staat. Het Gerecht EU wijst de vordering af.

IEFBE 2659

'La brasserie de la Haute-Senne' porte atteinte aux droit exclusifs de la Brasserie de la Senne

Henegouwen(afd. Bergen) - Hainaut(div.Mons) 18 mei 2018, IEFBE 2659; (Brasserie de la Senne contre Walweb), http://www.ie-forum.be/artikelen/la-brasserie-de-la-haute-senne-porte-atteinte-aux-droit-exclusifs-de-la-brasserie-de-la-senne
brasserie de la senne haute-senne

Tribunal de commerce de Hainaut, div. Mons 18 mai 2018, IEFbe 2659 (Brasserie de la Senne contre Brasserie de la Haute Senne (sprl Walweb) Pratique honnêtes du marché. Protection du nom commercial.  L'activité de la SPRL Brasserie de la Senne est le brassage de bières sous les noms Jambe-de-Bois , Stouterik, Zinnebir et Taras Boulba. La SPRL Walweb exploite une micro-brasserie sou la dénomination « Brasserie de la Haute Seine » et commercialise quatre bières de fabrication artisanale dénommées Gold, Eboy, Ivory et Copper. Pour chaque bière, l'étiquette reprend une description du produit introduite par les termes "La brasserie de la Haute-Senne présente avec (nom de la bière), une bière...". Le tribunal constate qu'en faisant usage de la dénomination "Brasserie de la Haute Senne" en vue de désigner l’entreprise qui commercialise les bières qu'elle vend, la SPRL Walweb porte atteinte aux droits exclusifs de la Brasserie de la Senne sur sa dénomination commerciale et se rend coupable d'infraction à l'article 8 du Traité de l'Union de Paris, à l'article VI 104 du Code de Droit Economique et aux pratiques loyales du marché. Le tribunal condamne la SPRL Walweb à cesser tout usage de la dénomination incriminée, sous peine d'une astreinte de €250,00 par jour de retard pour toute publication interdite sur tout document dont elle a directement ou indirectement la maîtrise.

IEFBE 2642

Gemeenschapsmodellen betonplaathouder rechtsgeldig, want geen reconventionele vordering tot nietigverklaring ingesteld

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 28 dec 2017, IEFBE 2642; (Del Ponti tegen Metafan en Goel & Goel International), http://www.ie-forum.be/artikelen/gemeenschapsmodellen-betonplaathouder-rechtsgeldig-want-geen-reconventionele-vordering-tot-nietigver

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 28 december 2017, IEFbe 2642 (Del Ponti tegen Metafan en Goel & Goel International) Modellenrecht. Del Ponti is een spuitgieterij en ontwikkelt onder meer ten behoeve van betonnen hekwerken de volgende betonplaathouders. De voormelde betonplaathouders zijn beschermd middels geregistreerde Gemeenschapsmodellen (nummer 001107981-0001 en 001277388-0002). Metafan was in het verleden afnemer van voormelde betonplaathouders van Del Ponti. Del Ponti stelt dat Metafan inbreuk pleegt op hun gemeenschapsmodellen door producten op de markt te brengen, die zij zou invoeren uit India. De gemeenschapsmodellen zijn rechtsgeldig, want er is geen reconventionele vordering tot nietigverklaring ingesteld. De inbreuk wordt niet betwist door Metafan. De vordering is gegrond verklaard. De rechten van Del Ponti worden afdoende beschermd door het opleggen van een stakingsbevel in combinatie met een dwangsom en terugroepingsmaatregel. Bijkomende maatregelen inzake publicatie zijn niet van aard dat zij de gewraakte daad kunnen doen ophouden.

IEFBE 2650

Telenet moet identiteit klant bekend maken ter bescherming intellectueel eigendomsrecht Siemens

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 19 jan 2017, IEFBE 2650; (Siemens tegen BVBA Telenet), http://www.ie-forum.be/artikelen/telenet-moet-identiteit-klant-bekend-maken-ter-bescherming-intellectueel-eigendomsrecht-siemens

Rechtbank van Koophandel Antwerpen (afd. Antwerpen) 18 januari 2017 IEFbe 2650 (Siemens tegen BVBA Telenet) Auteursrecht. Siemens verkoopt het softwareprogramma NX. BVBA Telenet is een internetserviceprovicer. Siemens stelt dat zij via het beveiligingsmechanisme dat in dit pakket (NX) is ingebouwd, te weten is gekomen dat een versie ervan op herhaalde ogenblikken in 2014 en 2015 werd opgestart met gebruik van een niet–authentiek licentiebestand met BVBA Telenet als internetserviceprovider. Siemens vordert Telenet tot het bekend maken van de identiteit van haar klant. De vordering wordt toegewezen omdat het evenredig is het het doel; bescherming van intellectuele eigendomsrechten.