IEFBE 2572

Gedelegeerde Uniemerkverordening en uitvoeringsverordening ter aanvulling Uniemerkverordening

Op 24 april 2018, verscheen in het Publicatieblad van de EU de nieuwe gedelegeerde verordening (EU) 2018/625  van de Commissie, die de Uniemerkverordening 2017/1001 aanvult en verordening (EU) 2017/1430 intrekt. Ook de uitvoeringsverordening (EU) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/626 van de Commissie, houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Uniemerkverordening 2017/1001, en die verordening (EU) 2017/1431 intrekt, werd gepubliceerd.

IEFBE 2571

Lisbeth Depypere - Hof van Justitie verduidelijkt de techniekrestrictie in het modellenrecht

Kort commentaar bij HvJ EU, IEF 17542; IEFbe 2492; (Doceram tegen CeramTec). Technologische innovatie is een hoog goed en zou dus niet mogen worden gehinderd door bescherming van intellectuele rechten zoals merken en modellen. Daarom bestaat in het merkenrecht en in het modellenrecht de “techniekrestrictie”. De techniekrestrictie beoogt kort samengevat dat technische oplossingen enkel als octrooi kunnen worden beschermd, niet als merk of model. De vraag hoe (ruim) de techniekrestrictie moet worden uitgelegd, leidde in het verleden tot verschillende strekkingen.

Hoe de techniekrestrictie in het merkenrecht moet worden geïnterpreteerd, werd door het Hof van Justitie al meermaals verduidelijkt (zie Philips/Remington (C-123/45) en Lego (C-48/09)). In het merkenrecht geldt dat het voor de beoordeling van de vraag of de vorm noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen, niet van belang is dat er voor die vorm alternatieven bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat wordt bereikt (de “apparaatgerichte leer”).

Maar in het modellenrecht bleef een dergelijke verduidelijking van de techniekrestrictie vooralsnog uit. Met het arrest van 8 maart 2018 in de zaak Doceram/CeramTec werd daar nu verandering in gebracht.

IEFBE 2570

Hema veroordeeld tot schadevergoeding van 4,5 miljoen euro wegens merkinbreuk

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 14 mei 2018, IEFBE 2570; (Levi Strauss tegen Hema), http://www.ie-forum.be/artikelen/hema-veroordeeld-tot-schadevergoeding-van-4-5-miljoen-euro-wegens-merkinbreuk

FR Rechtbank van Koophandel Brussel 14 mei 2018, IEF 17696; IEFbe 2570 (Levi Strauss tegen Hema) Merkenrecht. Levi Strauss is houder van het zogenaamde Arcuate-beeldmerk. Hema heeft ruim 220.000 broeken verkocht met tekens die lijken op het beeldmerk van Levi’s. De tekens die door Hema worden gebruikt zijn niet identiek aan die van Levi’s. Hema gebruikt niet twee maar drie gebogen lijnen, die ook niet in het midden van een vijfhoekige tekening ontmoeten, maar iets aan de linkerkant. Aangezien de tekeningen verschillend zijn, kan er dus geen sprake zijn van het gebruik van identieke tekens. De tekens van Hema vertonen echter wel significante gelijkenissen met het Arcuate-beeldmerk. Gebruik van de tekens levert daardoor verwarringsgevaar op. Hema maakt merkinbreuk en wordt verboden de tekens te gebruiken. Hema wordt veroordeeld tot schadevergoeding van €4.432.060.

IEFBE 2566

Verslag - IE-Forum.be Lunch: IP en het bedrijfsleven

Afgelopen vrijdag 27 april 2018 kwam een twintigtal (bedrijfs)juristen en advocaten bijeen voor de thematische bijeenkomst 'IP en het bedrijfsleven' op het kantoor van Baker McKenzie te Brussel. Er was een levendige discussie met deelnemers over de posities van werknemers-uitvinders, de praktijken rondom vindingen en de fiscale regimes die mogelijkheden bieden (veel) aftrekt te genieten.
Michaël De Vroey besprak de positie van werknemer(s) en de vermoedens van rechtenoverdracht ten behoeve van de werkgever. Veelal contractueel, deels via Statuten of de wet.
Johan Brants besprak aan de hand van het levendige voorbeeld van de Pim's cake, de fiscale voordelen die vallen te behalen. Want: "niemand betaalt er graag belasting, en bedrijven al evenmin.". Fiscaliteit en de octrooiverlening is een super instrument om innovatieve bedrijven in België te houden.
Tot slot sprak Koen De Winter over de implementatie van de Richtlijn Bescherming Bedrijfsgeheimen. Dit regime zorgt voor een minimum harmonisatie in de EU en zal een meer coherente bescherming moeten bieden tegen onrechtmatige concurrentievoordelen die verkregen kunnen worden uit gebruik van een bedrijfsgeheim.

Hierna volgen enkele sfeerfoto’s. U bent er de volgende keer natuurlijk ook graag bij. Als u een lunch zelf wilt hosten op uw kantoor, laat het ons weten [redactie@ie-forum.be] en we helpen u graag verder.

IEFBE 2568

Conclusie AG: Debranding en rebranding is geen merkgebruik

HvJ EU - CJUE 26 apr 2018, IEFBE 2568; ECLI:EU:C:2018:292 (Mitsubishi tegen Duma c.s.), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-debranding-en-rebranding-is-geen-merkgebruik

Conclusie AG HvJ EU 26 april 2018, IEF ; IEFbe (Mitsubishi tegen Duma c.s.) Parallelimport, Debranding, Rebranding, marktpraktijken, vergoeding. Conclusie AG:

Vormt geen gebruik van een merk in de zin van artikel 5 van [UniemerkRl], de verwijdering, door een derde, zonder de toestemming van de merkhouder, van de op waren aangebrachte tekens wanneer:
– die waren niet eerder zijn verhandeld in de Europese Economische Ruimte, aangezien zij zijn geplaatst onder douane-entrepot, tijdens hetwelk zij wijzigingen hebben ondergaan om ze in overeenstemming te brengen met de technische voorschriften van de Unie; en
– de tekens zijn verwijderd met het oog op de invoer of het in de handel brengen van die waren in de Europese Economische Ruimte onder een (nieuw) merk, dat verschilt van het oorspronkelijke merk.

IEFBE 2565

Gemeenschapsmodel Bunch O Balloons nietig verklaard omdat features technische functies vervullen

EUIPO - BHIM - OHMI , IEFBE 2565; (Bunch O Balloons), http://www.ie-forum.be/artikelen/gemeenschapsmodel-bunch-o-balloons-nietig-verklaard-omdat-features-technische-functies-vervullen

EUIPO 30 april 2018, IEF 17678; IEFbe 2565 (Bunch O Balloons) Eerdere procedure [IEF 17507] is geschorst om deze beslissing af te wachten. Geregistreerd Gemeenschapsmodelrecht 001431829-0006 is nietig verklaard omdat de 'features' van het model bepaald worden door de technische functies die deze vervullen. Er is een Europees octrooi EP 3005948 A2 dat de technische oplossing geeft. Hoewel het EP en het Gemeenschapsmodel andere aspecten van het product omvatten, betekent het niet dat de specificaties in het octrooi en de conclusies van oplossing niet kunnen worden meegenomen om de technische aspecten van het model te beoordelen. Ex artikel 35(1)(b) en 8(1) GModVo wordt het model nietig verklaard.

IEFBE 2486

30 mei - Jurisprudentielunch merken-, modellen-, auteursrecht

Inschrijven Op woensdag 30 mei 2018 organiseert eduLex, onderdeel van deLex, wederom een intensieve jurisprudentielunch. Tijdens deze bijeenkomst bespreken Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Laura Fresco met u de belangrijkste uitspraken op het gebied van het merken-, modellen- en auteursrecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen half jaar.

Merkenrecht
HvJ EU, IEF 17369 (Schweppes) over indruk wekken dat er één wereldwijd merk is
HvJ EU, IEF 17374 (Champagne Sorbetijs) over Sorbet die de smaak heeft van Champagne
Gerecht EU, IEF 17315 (Red Bull tegen Optimum Mark) twee kleuren die tal van combinaties toelaat

Modellenrecht/vormgeving:
HvJ EU, IEF 17412 (Acacia) over de reparatieclausule
HvJ EU, IEF 17542 (Doceram tegen Ceramtec) over de techniek uitsluiting
Hof Den Haag, IEF 17515; (Arpe tegen HCC); vervolg tafelgashaarden-zaak

Auteursrecht
HR, IEF 17443 (Diplomatic Card tegen Forax) – auteursrecht op software, bescherming voorbereidend materiaal
Rb Den Haag, IEF 17455 (Premier League tegen Ecatel) – verbod tussenpersoon, streamingdienst
Hof Amsterdam, IEF 17526 (Anne Frank Stichting tegen Anne Frank-Fonds) – handhaving auteursrecht vs. vrijheid van informatie

IEFBE 2564

De geïnformeerde gebruiker van het Longchamps-model is niet noodzakelijk dezelfde als deze die op zoek is naar een hondenpoepzakhouder

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 28 feb 2018, IEFBE 2564; (Jean Cassegrain tegen Vadigran), http://www.ie-forum.be/artikelen/de-ge-nformeerde-gebruiker-van-het-longchamps-model-is-niet-noodzakelijk-dezelfde-als-deze-die-op-zo
longchamps nobby vadigran

NL Rechtbank van Koophandel Brussel 26 februari 2018, IEFbe 2562; IEF 17668 (Jean Cassegrain tegen Vadigran) Gemeenschapsmodel. België. JC vordert verbod op inbreuk door Vadigran op het Gemeenschapsmodel 00033626-0002 en auteursrecht van Longchamps 'Les Pliages'. De tegenvordering is dat het model nietig wordt verklaard. Vadigran bood op haar website hondenpoepzakhouders van het merk Nobby aan. JC bewijst niet dat zij gelet op haar titulariteit als merkhouder als de auteur van het Gemeenschapsmodel moet worden beschouwd. Vadigran brengt geen anterioriteiten bij die de nieuwsheid weerlegt of schaadt. De geïnformeerde gebruiker van het Longchamps-model betreft niet noodzakelijk dezelfde geïnformeerde gebruiker als deze die op zoek is naar een hondenpoepzakhouder. Beide sectoren zijn erg verschillend. Het gebruik van de riem met kliksysteem, de onderzijde met uitsparing en de aanwezigheid van een groot, zichtbaar en opvallend etiket aan de zijkant die de algemene indruk over dit tasje in belangrijk mate mee bepalen. De auteursrechtelijke vordering is onontvankelijk, de modelrechtelijke ongegrond. De tegenvordering wordt afgewezen. JC moet aan Vadigran betalen €5.000 in toepassing van 1369bis/3 par 2 Ger.W.

 

IEFBE 2560

Lionel Messi mag zijn merk MESSI laten inschrijven voor sportartikelen en -kleding

Gerecht EU - Tribunal UE 26 apr 2018, IEFBE 2560; ECLI:EU:T:2018:230 (MESSI), http://www.ie-forum.be/artikelen/lionel-messi-mag-zijn-merk-messi-laten-inschrijven-voor-sportartikelen-en-kleding

Gerecht EU 26 april 2018, IEF 17657; IEFbe 2560; T-554/14; ECLI:EU:T:2018:230 (MESSI) Merkenrecht. Uit het persbericht: Lionel Messi mag zijn merk „MESSI” laten inschrijven voor sportartikelen en -kleding. De bekendheid van de voetbalspeler weegt op tegen de visuele en fonetische punten van overeenstemming tussen zijn merk en het merk „MASSI” van een Spaanse vennootschap. Volgens het EUIPO bestond er verwarringsgevaar tussen de merken, omdat de dominerende bestanddelen bijna identiek op visueel en fonetisch vlak. Het Gerecht vernietigt deze beslissing.

IEFBE 2559

Conclusie AG: Foto in werkstuk met bronvermelding op schoolwebsite geen mededeling aan het publiek

HvJ EU - CJUE 25 apr 2018, IEFBE 2559; ECLI:EU:C:2018:279 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-foto-in-werkstuk-met-bronvermelding-op-schoolwebsite-geen-mededeling-aan-het-publiek

Conclusie AG HvJ EU 25 april 2018, IEF 17655; IEFbe 2559; IT 2549; C‑161/17 ; ECLI:EU:C:2018:279 (Land Nordrhein-Westfalen tegen Dirk Renckhoff) Auteursrecht en naburige rechten in de informatiemaatschappij – Begrip ‚mededeling aan het publiek’ – Beschikbaarstelling op een website van een voor alle internetgebruikers op een andere website toegankelijk beschermd werk, foto van de stad Cordoba – Geval waarin het werk zonder toestemming van de houder van het auteursrecht op een server is gekopieerd. Conclusie:

Het plaatsen op de website van een school, zonder winstoogmerk en met bronvermelding, van een werkstuk dat een voor alle internetgebruikers vrij en kosteloos toegankelijke foto bevat, vormt, wanneer die foto zich reeds zonder waarschuwing betreffende beperkingen op het gebruik ervan op de website van een reismagazine bevond, geen beschikbaarstelling voor het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van [InfoSocRichtlijn].

IEFBE 2558

Conclusie AG: Geen ABC voor werkzame stoffen die niet specifiek en precies identificeerbaar in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi zijn vermeld

HvJ EU - CJUE 25 apr 2018, IEFBE 2558; ECLI:EU:C:2018:278 (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-geen-abc-voor-werkzame-stoffen-die-niet-specifiek-en-precies-identificeerbaar-in-de-bew

Conclusie AG HvJ EU 25 april 2018, IEF 17654; IEFbe 2558; LS&R 1601; C-121/17; ECLI:EU:C:2018:278  (Teva UK e.a. tegen Gilead Sciences) Octrooirecht – Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen – Verordening (EG) nr. 469/2009 – Artikel 3, onder a) – Voorwaarden voor verkrijging – Product beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi – Beoordelingscriteria. Conclusie AG:

„Artikel 3, onder a), van [ABC-Vo] staat in de weg aan de afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat voor werkzame stoffen die niet in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi zijn vermeld. Het feit dat een stof of samenstelling onder de beschermingsomvang van het basisoctrooi valt, is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde om te worden beschouwd als een product dat wordt beschermd door een octrooi in de zin van artikel 3, onder a), van verordening nr. 469/2009. Een product wordt beschermd door een octrooi in de zin van artikel 3, onder a), van die verordening indien het op de prioriteitsdatum van het octrooi voor de vakman vanzelfsprekend was dat de betrokken werkzame stof specifiek en precies identificeerbaar was in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi. Wanneer het om een combinatie van werkzame stoffen gaat, moet elke werkzame stof van die combinatie specifiek en precies alsook afzonderlijk identificeerbaar zijn in de bewoordingen van de conclusies van het basisoctrooi.”

IEFBE 2511

27 april - IE-Forum.be Lunch - laatste aanmeldingen vandaag

Aanmelden per e-mail INFO@DELEX.NL. Op vrijdag 27 april 2018 van 12u00 - 15u30 organiseert deLex, de uitgever van IE-Forum.be, een thematische actualiteitenlunch. Tijdens deze IE-Forum.be-lunchbijeenkomst bespreken Michaël De Vroey, Johan Brants en Koen De Winter met u belangrijke Belgische en Europese ontwikkelingen op het gebied van de IP in het bedrijfsleven: creaties van werknemers, fiscaliteit en bedrijfsgeheimen. De essentie en het belang voor de praktijk worden besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen van het afgelopen jaar. Het kantoor Baker McKenzie is de host en sponsor van deze bijeenkomst. Bedrijfsjuristen mogen kostenloos deelnemen mits niet volzet en aangemeld vóór 13 april.

IEFBE 2557

25 mei - EU copyright, quo vadis? From the EU copyright package to the challenges of Artificial Intelligence

ecs EU copyright, quo vadis

Link On 25 May 2018, the European Copyright Society is organizing a conference on “EU copyright, quo vadis ? From the EU copyright package to the challenges of Artificial Intelligence” in Brussels. The aim of this conference is to engage into a fruitful debate with members of the European Commission (Copyright Unit I.2, DG CNECT) and the audience on the currently ongoing reform of copyright. In the afternoon, the speakers will discuss the looming challenges that Artificial Intelligence (AI) poses to various key notions of copyright.

IEFBE 2556

Letters HP kan als Europees merk

Gerecht EU - Tribunal UE 24 apr 2018, IEFBE 2556; ECLI:EU:T:2018:215 en ECLI:EU:T:2018:216 (Senetic tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/letters-hp-kan-als-europees-merk

Gerecht EU 24 april 2018, IEF 17648; IEFbe 2556; ECLI:EU:T:2018:215; T-207/17 en ECLI:EU:T:2018:216; T-208/17 (Senetic tegen EUIPO) Uit het persbericht: Hewlett Packard kan de letters HP als Europees merk registreren. Senetic had een nietigheidsvordering ingesteld omdat het merk beschrijvend zou zijn en geen onderscheidend vermogen zou hebben. Het Gerecht EU verklaart dat het in het algemeen niet kan worden gezegd dat een merk beschrijvend is omdat het bestaat uit een of twee letters.

IEFBE 2555

Vragen aan HvJ EU over reclame maken voor imitatieproducten in ander land en de bevoegdheid van de Uniemerkrechter

HvJ EU - CJUE 12 feb 2018, IEFBE 2555; (AMS Neve tegen Heritage Audio), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-reclame-maken-voor-imitatieproducten-in-ander-land-en-de-bevoegdheid-van-de-u

Prejudicieel gestelde vragen gesteld aan HvJ EU 12 februari 2018, IEF  17644; IEFbe 2555; C-172/18 (AMS Neve tegen Heritage Audio) Bevoegdheid. Merkenrecht. Verzoekers produceren, verkopen en leveren audioapparatuur in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten. Zij stellen dat verweerders inbreuk hebben gepleegd op hun Uniemerk en hun twee Britse nationale merken door reclame te maken voor imitaties van hun producten en deze goederen te verkopen en te leveren aan consumenten in het Verenigd Koninkrijk. Verzoekers hebben een inbreukprocedure ingesteld bij de Britse merkenrechtbank (IPEC). Verweerders hebben een exceptie van onbevoegdheid opgeworpen. De IPEC-rechter is van oordeel dat zij krachtens artikel 7 van verordening nr. 1215/2012 bevoegd is ten aanzien van inbreuken op de Britse nationale merken, aangezien het schadeveroorzakende feit zich dan heeft voorgedaan in het Verenigd Koninkrijk. Voorts stelt de IPEC dat zij niet bevoegd is ten aanzien van inbreuken  op het Uniemerk, gelet op artikel 97(5) van de gecodificeerde Uniemerkverordening, aangezien de lidstaat waar de inbreuk heeft plaatsgevonden Spanje is, waar verweerders stappen hebben ondernomen om de desbetreffende tekens op hun website te plaatsen.

IEFBE 2554

HvJ EU: Voor vaststelling 'nadeel bij mededinging' bij stroomafwaartse markt door collectieve beheersvennootsschap is geen bewijs van daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering vereist

HvJ EU - CJUE 19 apr 2018, IEFBE 2554; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-voor-vaststelling-nadeel-bij-mededinging-bij-stroomafwaartse-markt-door-collectieve-beheersve

HvJ EU 19 april 2018, IEF 17641; IEFbe 2554; C-525/16; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência) Begrip  ,nadeel bij de mededinging’. Discriminerende prijzen op de stroomafwaartse markt. Vennootschap voor het beheer van de naburige rechten van het auteursrecht. PT Comunicações SA, rechtsvoorganger van MEO, heeft bij de mededingingsautoriteit een klacht ingediend tegen GDA wegens eventueel misbruik van machtspositie. GDA zou buitensporig hoge prijzen hanteren voor het gebruik van de naburige rechten van de auteursrechten en dat GDA tevens ongelijke voorwaarden toepaste op MEO in vergelijking met een andere leverancier van betaaldiensten voor het uitzenden van televisiesignalen en de inhoud ervan. HvJ EU:

Het begrip „nadeel bij de mededinging” in de zin van artikel 102, tweede alinea, onder c), VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het, in het geval waarin een onderneming met een machtspositie discriminerende prijzen toepast op haar handelspartners op de stroomafwaartse markt, ziet op de situatie waarin deze gedraging een verstoring van de mededinging tussen deze handelspartners tot gevolg kan hebben. Voor de vaststelling van een dergelijk „nadeel bij de mededinging” is geen bewijs van een daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering van de mededingingspositie vereist, maar die vaststelling moet worden gebaseerd op een analyse van alle relevante omstandigheden van het concrete geval die de slotsom rechtvaardigt dat die gedraging invloed heeft op de kosten, winsten, of enig ander relevant belang van een of meer van voornoemde partners, zodat deze gedraging die mededingingspositie kan aantasten.

IEFBE 2553

HvJ EU: Geen beoordeling van nietigheid of vervallenverklaring op het tijdstip van de rechterlijke beslissing waarbij deze vaststelling plaatsvindt

HvJ EU - CJUE 19 apr 2018, IEFBE 2553; ECLI:EU:C:2018:271 (Peek & Cloppenburg Hamburg tegen Peek & Cloppenburg Düsseldorf), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-beoordeling-van-nietigheid-of-vervallenverklaring-op-het-tijdstip-van-de-rechterlijke-be

HvJ EU 19 april 2018, IEF 17640; IEFbe 2553; ECLI:EU:C:2018:271 (Peek & Cloppenburg Hamburg tegen Peek & Cloppenburg Düsseldorf) Merkenrecht – Richtlijn 2008/95/EG – Artikel 14 – Vaststelling achteraf van nietigheid of vervallenverklaring van een merk – Tijdstip waarop aan de voorwaarden voor nietigheid of vervallenverklaring moet zijn voldaan – Verordening (EG) nr. 207/2009 – Uniemerk – Artikel 34, lid 2 – Inroepen van de anciënniteit van een ouder nationaal merk – Rechtsgevolgen van dit inroepen voor het oudere nationale merk. HvJ EU:

Artikel 14 van [merkenrechtRl], gelezen in samenhang met artikel 34, lid 2, van [UniemerkVo], moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een uitlegging van de nationale wetgeving volgens welke de nietigheid of vervallenverklaring van een ouder nationaal merk, waarvan de anciënniteit wordt ingeroepen voor een Uniemerk, achteraf alleen kan worden vastgesteld indien aan de voorwaarden voor deze nietigheid of vervallenverklaring is voldaan niet alleen op het tijdstip waarop afstand is gedaan van dit oudere nationale merk of waarop het is vervallen, maar ook op het tijdstip van de rechterlijke beslissing waarbij deze vaststelling plaatsvindt.

IEFBE 2547

Vragen aan HvJ EU over jaarlijkse financiële bijdrage om bij te dragen tot financiering rekening houdend met positieve effect van nieuwe regelgeving

HvJ EU - CJUE , IEFBE 2547; (Telefónica Móviles España e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-jaarlijkse-financi-le-bijdrage-om-bij-te-dragen-tot-financiering-rekening-hou

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 14 en 20 december 2017, IT 2541; IEFbe 2547; C-119/18 – C-121/18 (Telefónica Móviles España e.a.) Telecom. Gevoegde zaken C-119/18, C-120/18 en C-121/18. De feiten en rechtsoverwegingen van zaken C-120/18 en C-121/18 komen in wezen overeen met, en de prejudiciële vragen zijn dezelfde als die van het verzoek om een prejudiciële beslissing in zaak C-119/18. Zaak C-119/18 kent de volgende feiten. Telefónica Móviles España is een onderneming die actief is in de telecommunicatiesector. RTVE, de publieke omroep van Spanje, wordt op grond van artikel 5 van wet nr. 8/2009 (onder meer) gefinancierd door een jaarlijkse financiële bijdrage verschuldigd door de exploitanten van telecommunicatiediensten die op het hele Spaanse grondgebied of in meer dan één autonome regio werkzaam zijn. Deze bijdrage wordt berekend op basis van het totale gefactureerde volume en moet volgens artikel 5 worden geleverd gelet op het positieve effect op de telecommunicatiesector van de nieuwe regelgeving voor de televisie- en audiovisuele sector en, meer in het bijzonder, gelet op de uitbreiding van de vaste en mobiele breedbanddiensten en op het feit dat RTVE niet langer reclame uitzendt en afziet van betaalde content en voorwaardelijke toegang.