IEFBE 2085

Geregistreerd model snoerloze tafellamp maakt auteursrechtinbreuk

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 10 jan 2017, IEFBE 2085; (Neoz tegen Imagilights), http://www.ie-forum.be/artikelen/geregistreerd-model-snoerloze-tafellamp-maakt-auteursrechtinbreuk
Cooee imagilight

NL Rechtbank van KH Brussel 10 januari 2017, IEFbe 2085 (Neoz tegen Imagilights) Modelrecht. Auteursrecht. Neoz produceert onder meer snoerloze tafellampen voor restaurants, hotels, architecten en interieurontwerpers en heeft daarvoor Modelrechten vanaf 2012 ingeschreven voor de tafellamp 'Cooee'. Imagilights produceert herlaadbare snoerloze verlichtingsoplossingen. Gedaagde lanceert een collectie die treffend gelijkt. Deze collectie is gebaseerd op een uit 2008 gedateerde ontwerpen met snoer, die in 2015 zijn omgevormd tot een snoerloos model. Gedaagde roept de nietigheid van het model in. Artikel 25.1, f) GMV komt erop neer dat degene die het artikel inroept aantoont dat het latere model gebruik maakt van een werk dat volgens het recht van een lidstaat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Het gebrek aan commercialisatie van de 2008-ontwerpen in de periode tussen de creatie in 2008 en de door eisende partij ingeroepen voorrangsdatum is niet relevant. Het Belgisch auteursrecht legt immers geen enkele voorwaarde van commercialisatie of publiek gebruik op voor het bestaan of inroepen van auteursrecht. Het Divulgatierecht (recht om een werk al dan niet in openbaarheid te brengen) maakt zelfs expliciet deel uit van het Belgisch auteursrecht. Tot slot verbiedt de Berner Conventie om genot of uitoefening afhankelijk te maken va enige formaliteit. De 'Cooee'-collectie maakt auteursrechtinbreuk. De modelrechten van eisende partij worden nietig verklaard.

IEFBE 2084

Wijzigingen betreffende het BMM-Keurmerk

Het Reglement op het Gebruik en Toezicht van het Keurmerk is op bepaalde onderdelen aangepast en de Regeling Vakbekwaamheid BMM-Keurmerk is ingevoerd. De Regeling is per 1 januari 2017 ingegaan. Keurmerkhouders zullen begin 2018 voor het eerst opgave doen van het aantal behaalde punten (12) onder genoemde Regeling. In die Regeling is onder andere opgenomen dat elke Keurmerkdrager vóór 15 februari het over het afgelopen jaar aantal behaalde punten doorgeeft aan het secretariaat. Erkend gemachtigden ontvangen daartoe tijdig een uitnodiging.

En français: Il y a plusieurs modifications concernant la marque de certification...

IEFBE 2083

Inbreukverbod op LIEF! door teken LIEFDIER voor dierenaccessoires

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 2 feb 2017, IEFBE 2083; ECLI:NL:RBDHA:2017:921 (LIEF! tegen LIEFDIER), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreukverbod-op-lief-door-teken-liefdier-voor-dierenaccessoires
lief liefdier

Vzr. Rechtbank Den Haag 2 februari 2017, IEF 16574; IEFbe 2083; ECLI:NL:RBDHA:2017:921 (KFH/LIEF! tegen IJsvogel) Uniemerkenrechten. KFH is houdster van Uniewoordmerken LIEF! ook voor dierenaccessoires. IJsvogel brengt een magazine uit voorzien van het logo LIEF DIER en een 'Lief Dier collectie' van kussens voor honden of katten. Het merk LIEF! is geldig. LIEF in LIEF DIER heeft, zoals IJsvogel ook aanvoert, een specifieke betekenis, omdat het doorgaans verwijst naar een eigenschap van het dier waarvoor het dierenaccessoire is bestemd. Zo kan het merk LIEF! ook worden opgevat, derhalve is er - naast de vidueel en auditieve - ook conceptuele overeenstemming. Een punt van verschil is het ontbreken van het uitroepteken in LIEF DIER. Ten opzichte van de hiervoor vermelde punten van overeenstemming, legt dit verschil evenwel onvoldoende gewicht in de schaal. Inbreukverbod met nevenvorderingen wordt toegewezen tegen gedaagde partij die voor soortgelijke dierenaccessoires teken LIEFDIER gebruikt.

IEFBE 2082

Conclusie AG: Indexeren bestanden in peer-to-peernetwerk met een zoekmotor is mededeling aan het publiek, indien beheerder op de hoogte was van inbreuk

HvJ EU - CJUE 8 feb 2017, IEFBE 2082; ECLI:EU:C:2017:99 (Stichting Brein tegen Ziggo-XS4ALL), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-indexeren-bestanden-in-peer-to-peernetwerk-met-een-zoekmotor-is-mededeling-aan-het-publ

Conclusie AG HvJ EU 8 februari 2017, IEF 16572; IEFbe2082; IT 2220; ECLI:EU:C:2017:99; C-610/15 (Stichting Brein tegen Ziggo-XS4ALL) Auteursrecht. Peer-to-peer. Zie eerder IEF 13467, IEF 14976; IEF 15422. Indexeringssite met behulp waarvan beschermde werken zonder toestemming van rechthebbenden kunnen worden gedeeld – Artikel 8, lid 3 – Gebruik door een derde van diensten van een tussenpersoon om inbreuk te maken op het auteursrecht – Verzoek om een verbod. Conclusie AG:

Het feit dat een beheerder van een website het mogelijk maakt bestanden te vinden die auteursrechtelijk beschermde werken bevatten en ter uitwisseling worden aangeboden in een peer-to-peernetwerk, door deze bestanden te indexeren en hiervoor te voorzien in een zoekmotor, vormt een mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1 [InfoSocRichtlijn], indien deze beheerder ervan op de hoogte was dat een werk beschikbaar werd gesteld op het netwerk zonder toestemming van de auteursrechthebbenden en hij niet heeft gereageerd om dit werk ontoegankelijk te maken

IEFBE 2081

HvJ EU: Prijsvergelijking tussen winkels van andere omvang en type kan onrechtmatig zijn

HvJ EU - CJUE 8 feb 2017, IEFBE 2081; ECLI:EU:C:2017:95 (Carrefour Hypermarchés), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-prijsvergelijking-tussen-winkels-van-andere-omvang-en-type-kan-onrechtmatig-zijn

HvJ EU 8 februari 2017, IEFbe 2081; RB 2814 ; ECLI:EU:C:2017:95; C-562/15 (Carrefour Hypermarchés)
Persbericht: Vergelijkend adverteren gebaseerd op prijzen tussen winkel met een ander omvang en type is in bepaalde omstandigheden onrechtmatig. Op deze wijze adverteren is ook misleidend indien de consument niet duidelijk geïnformeerd wordt in de advertentie over het verschil in grootte en opmaak van de winkels waartussen wordt vergeleken. HvJ EU:

Artikel 4, onder a) en c), van [richtlijn 2006/114/EG], gelezen in samenhang met artikel 7, leden 1 tot en met 3 van[richtlijn oneerlijke handelspraktijken], dient aldus te worden uitgelegd dat als ongeoorloofd in de zin van eerstgenoemde bepaling kan worden aangemerkt, een reclameboodschap zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, waarin de prijzen worden vergeleken van winkels van verschillende omvang of van een verschillend type, wanneer deze winkels behoren tot bedrijven die elk een reeks winkels van verschillende omvang en type bezitten en de adverteerder de prijzen die worden toegepast in de winkels van grotere omvang of een groter type van zijn distributieketen vergelijkt met die welke zijn genoteerd in de winkels van kleinere omvang of een kleiner type van de concurrerende ketens, tenzij de consument er in de reclameboodschap zelf duidelijk van op de hoogte wordt gebracht dat het een vergelijking betreft van de prijzen die worden toegepast in de winkels van grotere omvang of een groter type van de adverteerder en de prijzen die zijn genoteerd in de winkels van kleinere omvang of een kleiner type van de concurrerende bedrijven.

IEFBE 2080

Vragen aan HvJ EU: Kan een ABC-houder import naar Duitsland uit toetredende EU-lidstaten tegenhouden, ondanks dat er een ABC-regeling was, maar geen basisoctrooi van de ABC in die landen bestond?

HvJ EU - CJUE 6 feb 2017, IEFBE 2080; (Pfizer tegen Orifarm), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-kan-een-abc-houder-import-naar-duitsland-uit-toetredende-eu-lidstaten-tegenhouden

HvJ EU 6 februari 2017, IEF 16569; IEFbe 2080; LS&R 1424; C-681/16 (Pfizer tegen Orifarm) ABC. Octrooirecht. Verzoekster is een in IER gevestigde onderneming van het Pfizer-concern. Zij is in het octrooiregister ingeschreven als houdster van een ABC dat is 31-03-2006 afgegeven door het DUI patentbureau voor het in DUI geldende basisoctrooi (voor TNF-bindende eiwitten), in 1989 afgegeven aan AHP Manufacturing en vervallen op 31-08-2010. Het ABC beschermt Etanercept (werkzame stof van het geneesmiddel Enbrel) en geldt als vergunning voor het in de handel brengen. De eerste vergnning voor Enbrel is op 01-02-2000 in ZWI afgegeven en zo geldig voor de EU. Het ABC was in DUI geldig tot 01-02-2015, en na een ‘pediatrische verlenging’ (Vo. 1901/2006) tot 01-09-2015 niet meer geldig. Verweerster (Orifarm in Leverkusen/DUI) maakt deel uit van de DEN Orifarm groep, actief in de parallelimport (uit landen waar de prijzen lager liggen). Zij maakt bij brief van 27-06-2013 aan verzoekster haar voornemen bekend parallelimport te beginnen vanuit EST en LET, en later ook uit andere NLS (BUL, KRO, LIT, POL, ROE, SLW, SLV, TSJ en HON). In april 2015 ontdekt verzoekster op de DUI markt verpakkingen waarop verweerster als parallelimporteur wordt genoemd. Zij start een procedure waarin zij betoogt dat verweerster het ABC heeft geschonden en verzoekt om informatie, terugroeping en vernietiging alsook om vaststelling van de schadevergoedingsplicht. Zij is van mening dat de regelingen van de specifieke mechanismen, die zijn opgenomen in de toetredingsakten van de NLS, op het onderhavige geval van toepassing zijn waardoor verweerster zich niet op het argument van uitputting kon beroepen. Verweerster stelt dat de specifieke mechanismen om verschillende redenen niet van toepassing zijn. (zie de noot van de vertaler onderaan pagina 4 voor wat betreft het verschil in de DUI versie van de toetredingsakten van de begrippen “Besonderen Mechanismus” en “Speziellen Mechanismus”.) Gestelde vragen:

1. Kan degene aan wie een aanvullend beschermingscertificaat is verleend voor de Bondsrepubliek Duitsland zich op de regelingen van de specifieke mechanismen beroepen om te verhinderen dat producten uit de nieuwe lidstaten Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië, Slowakije, Roemenië, Bulgarije en Kroatië (bijlage IV bij de toetredingsakte van 2003, PB 2003, L 236, blz. 797, zoals gewijzigd bij PB 2004, L 126, blz. 4, voor Estland, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Hongarije, Slowakije en Tsjechië; deel I, bijlage V, punt 1, van de toetredingsakte van 2005, PB 2005, L 157, blz. 268, voor Roemenië en Bulgarije; bijlage IV bij de toetredingsakte van 2011, PB 2012, L 112, blz. 60, voor Kroatië) in de Bondsrepubliek Duitsland worden ingevoerd, wanneer het aanvullende beschermingscertificaat in de Bondsrepubliek Duitsland werd aangevraagd op een tijdstip waarop in die nieuwe lidstaten (die toen nog toetredende landen waren) al regelingen bestonden voor de verkrijging van een dergelijk aanvullend beschermingscertificaat, maar een dergelijk certificaat in die staten niet kon worden aangevraagd door of verleend aan de houder van het voor de Bondsrepubliek Duitsland afgegeven beschermingscertificaat, aangezien deze in de betrokken staten niet beschikte over een basisoctrooi, wat nodig was om een aanvullend beschermingscertificaat te kunnen verkrijgen?

IEFBE 2079

Impulsief downloaden van kosteloze versie Cariphy-software, duidt niet op grote mate van oplettendheid van professionals

1 feb 2017, IEFBE 2079; ECLI:NL:RBDHA:2017:907 (IPPZ; Karify tegen Cariphy), http://www.ie-forum.be/artikelen/impulsief-downloaden-van-kosteloze-versie-cariphy-software-duidt-niet-op-grote-mate-van-oplettendhei
karify cariphy

Rechtbank Den Haag 1 februari 2017, IEF 16561; IEFbe 2079; ECLI:NL:RBDHA:2017:907 (IPPZ; Karify tegen Cariphy) Merkenrecht. Onvolmaakt beeld. Gemiddeld aandachtsniveau. IPPZ is actief op het gebied van softwareontwikkeling en advies in de zorgsector, onder de geregistreerde merken KARIFY voert zij een dochteronderneming. Cariphy brengt health en fitness software op de markt. Een kosteloze versie valt te downloaden en kan impulsief door professionals worden gedownload. Er is een gemiddeld aandachtsniveau bij het relevante publiek, auditief en begripsmatig is de overeenstemming volledig. De mindere visuele overeenstemming onvoldoende (tegen)gewicht in de schaal om die overeenstemming te neutraliseren. De aard van de producten is identiek; qua functionaliteit en gebruikers belangrijke overeenkomsten. De rechtbank is ambtshalve bekend met de nietigverklaring van het merk CARIPHY (IEF 16551), maar dat is voor de uitkomst niet relevant. Ex artikel 9 lid 2 sub b UMVo dient het teken CARIPHY ter aanduiding van software gericht op zorgaanbieders dient in de gehele EU te worden gestaakt, op last van een dwangsom. Karify kan geen aanspraak om merkenrecht maken, zij is slechts volle dochteronderneming van de merkhouder IPPZ.

 

IEFBE 2078

Hogere voorziening tegen mededingingsrechtelijk besluit vanwege octrooischikkingen met Lundbeck

HvJ EU - CJUE 25 nov 2016, IEFBE 2078; (Xellia c.s. tegen Europese Commissie), http://www.ie-forum.be/artikelen/hogere-voorziening-tegen-mededingingsrechtelijk-besluit-vanwege-octrooischikkingen-met-lundbeck

Hogere voorziening HvJ EU 25 november 2016, IEF 16559; IEFbe 2077; C-611/16 P (Xellia c.s. tegen Europese Commissie) en vgl. C-586/16 P (Sun Pharmaceutical) Octrooirecht. Mededingingsrecht. Beperking markttoegang vanwege bestaande octooirechten. Tot staving van de hogere voorziening voeren rekwirantes negen gronden aan, gebaseerd op onjuiste rechtsopvattingen van het Gerecht. Het Gerecht heeft de verkeerde juridische maatstaf toegepast om te beoordelen of Alpharma een potentiële concurrent was in de context waarin haar producten inbreuk maakten op Lundbecks octrooien. Bij het ontbreken van bewijs dat Lundbecks octrooien zwak waren, moeten de octrooien worden vermoed geldig te zijn en moet toetreding tot de markt met een inbreukmakend product worden geacht onwettig zijn.

Hoewel het Gerecht erkent dat Alpharma pas vlak voor de schikking ontdekte dat Lundbecks octrooi zou worden verleend en dat haar producten inbreuk maakten op Lundbecks octrooien, heeft het verzuimd te beoordelen of de Commissie had bewezen dat toetreding tot de markt voor Alpharma een economisch haalbare strategie bleef in het licht van deze bijkomende belemmeringen voor toegang. In plaats daarvan steunde het Gerecht op bewijs dat niet in het litigieuze besluit was genoemd en heeft het ten onrechte de bewijslast naar rekwirantes verschoven, opdat zij de stelling van de Commissie weerleggen dat Alpharma een potentiële concurrent was.

IEFBE 2076

Gerecht EU: Het aandachtsniveau van het publiek kan relatief simpele tekens herkennen als merk

31 jan 2017, IEFBE 2076; ECLI:EU:T:2017:44 (http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=187321&pageIndex=0&doclang=FR&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=274810), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-het-aandachtsniveau-van-het-publiek-kan-relatief-simpele-tekens-herkennen-als-merk
()

Gerecht EU 31 januari 2017, IEF 16557; IEFbe 2076; T-130/16; ECLI:EU:T:2017:44; (Coesia tegen EUIPO; Teken bestaand uit twee cursieve, rode haakjes) Merkenrecht. Examinator weigert de aanvraag voor alle producten en diensten vanwege gebruik aan onderscheidend vermogen. Het beroep werd verworpen met dezelfde motivatie. Het Gerecht EU vernietigt die beslissing, aangezien de kamer van beroep heeft nagelaten het aandachtsniveau van het relevante publiek in beschouwing te nemen; dat publiek heeft kennis van de markt en heeft hoge aandacht, en kan de relatief simpele, figuratieve tekens herkennen als merk.

IEFBE 2075

Prejudicieel gestelde vragen over voorwaarden voor heretikettering parallelingevoerde Debrisoft

HvJ EU - CJUE 6 okt 2015, IEFBE 2075; (Debrisoft), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-voorwaarden-voor-heretikettering-parallelingevoerde-debrisoft

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 6 oktober 2015; IEF 16556; IEFbe 2075; LS&R1419; C-642/16 (Debrisoft; Junek Europ-Vertrieb tegen Lohmann & Rauscher) Merkenrecht. Verzoekster is houdster van het op 22-06-2010 ingeschreven gemeenschapswoordmerk ‘debrisoft’ voor ‘hygiënische producten voor de geneeskunde’, ‘pleisters’ en ‘verbandmiddelen’. Zij fabriceert en verhandelt onder meer het product ‘Debrisoft zum Debridement, STERILE, 10x10 cm, 5 Stück’. Verweerster is een in OOS gevestigde vennootschap die in DUI via parallelimport verzoeksters producten verhandelt en naar OOS uitvoert. Verzoekster koopt 25-05-2012 in een apotheek in Düsseldorf een pakket dat door verweerster in DUI was ingevoerd en waarop door verweerster een etiket was aangebracht op een onbedrukt gedeelte van het doosje (zodat verzoeksters merk zichtbaar was). Op het etiket staat naast verweersters naam en adres onder meer een farmaceutisch nummer dat het goederenverkeer met apotheken moet vereenvoudigen. Verweerster heeft verzoekster niet geïnformeerd over de herinvoer van haar product en evenmin over de ompakking/heretikettering. Verzoekster vordert dat het verweerster wordt verboden haar product zonder toestemming in DUI in de handel te brengen, terugroeping van de al in de distributiekanalen aanwezige producten alsmede schadevergoeding. De rechter (Landgericht) wijst de vordering toe. In hoger beroep houdt het vonnis stand. De appelrechter constateert een inbreuk op verzoekster merkenrecht. Uit het feit dat verzoekster het product oorspronkelijk in de EU in de handel heeft gebracht vloeit geen uitputting van haar recht voort. Verweerster vraagt en krijgt beroep tot Revision en ligt nu voor bij de verwijzende rechter.

IEFBE 2074

Conclusie AG: Verstrekken van persoonsgegevens geen plicht, maar nationale recht kan het wel mogelijk maken

HvJ EU - CJUE 26 jan 2017, IEFBE 2074; ECLI:EU:C:2017:43 (Rīgas satiksme), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-verstrekken-van-persoonsgegevens-geen-plicht-maar-nationale-recht-kan-het-wel-mogelijk

Conclusie AG 26 januari 2017, IT 2215; IEFbe 2074; ECLI:EU:C:2017:43; zaak C-13/16 (Rīgas satiksme) Persoonsgegevens – Rechtmatige gegevensverwerking – Artikel 7, onder f), van richtlijn 95/46/EG – Omvang en voorwaarden – Verplichting of bevoegdheid om persoonsgegevens te verwerken – Begrip ‚verwerking noodzakelijk voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de voor de verwerking verantwoordelijke of van de derde(n). Conclusie AG:

Artikel 7, onder f), van [Privacy]richtlijn 95/46/EG kan niet aldus worden uitgelegd dat de voor de verwerking verantwoordelijke verplicht is om de persoonsgegevens te verstrekken waar een derde om heeft verzocht teneinde een civielrechtelijke procedure in te stellen.

Artikel 7, onder f), van de richtlijn verzet zich er echter niet tegen dat deze gegevens worden verstrekt, mits het nationale recht het verstrekken van persoonsgegevens in situaties als aan de orde in het hoofdgeding mogelijk maakt. Het feit dat de betrokkene ten tijde van het ongeval minderjarig was, is in dit verband niet relevant.

IEFBE 2073

Hof: Als gevolg van de misleiding, vanuit een zeker gevoel van herkenning, vraagtekensigaretten willen kopen

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 23 jan 2017, IEFBE 2073; ((Tabacofina en Britisch American Tobacco tegen Torrekens Tobacco en Landewyck)), http://www.ie-forum.be/artikelen/hof-als-gevolg-van-de-misleiding-vanuit-een-zeker-gevoel-van-herkenning-vraagtekensigaretten-willen
?-pakje

Hof van beroep Antwerpen 23 januari 2017, IEFbe 2073 (Tabacofina en Britisch American Tobacco tegen Torrekens Tobacco en Landewyck) Handelspraktijken. Het hof stelt vast dat het gebruik van "Since 1935", "C'est du belge" (FR), "Van bij ons" (NL), "Le Mélange Belge original pour un goût intense et authentique" (FR), "De originele Belgische mengeling met een intense en authentieke smaak" (NL) op de productverpakking met het vraagteken, alsook in reclame en communicatie een verboden en misleidende praktijk uitmaakt in de zin van artikelen VI.95, VI97, en VI.105.1.a WER. En het vraagtekenpakje, inclusief de blauwe en gouden variant inbreuk maakt op VI.95 en VI104 WER. Staking en vernietiging wordt bevolen. Arrest moet gepubliceerd wroden in vijf kranten met nationale spreiding. Vergelijk IEFbe 1680, IEFbe 1240, IEFbe 1639.

IEFBE 2072

EUIPO: CARIPHY is auditief identiek aan KARIFY

EUIPO - BHIM - OHMI 23 jan 2017, IEFBE 2072; (Cariphy ; Innovatie Psychologisch Psychiatrische Zorg tegen Cariphy), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-cariphy-is-auditief-identiek-aan-karify

EUIPO Cancellation Division 25 januari 2017, IEF 16550; IEFbe 2072 (Cariphy ; Innovatie Psychologisch Psychiatrische Zorg tegen Cariphy) Merkenrecht. De verzochte nietigheid is deels toegewezen. Het merk CARIPHY is nietig voor de goederen en diensten in klasse 9 (software and evidence based software in the field of physiothepary), 41 (education), 42 (design and development of software) en 44 (medical services and advice). Het merk CARIPHY blijft wel geregistreerd voor de resterende goederen en diensten in klasse 5, 26, 28, 32, 41 (sports). Met een beroep op IPPZs ouder merk KARIFY wordt aangenomen dat de tekens visueel vergelijkbaar en auditief identief zijn; de letter K/C en f/ph worden gewoonlijk gebruikt als equivalenten met dezelfde klanken. Het is daarom voor het relevante publiek verwarringwekkend voor de goederen en diensten die identiek, gelijk of bijna gelijk zijn.

IEFBE 2071

Teken van meer dan plaatstelijke betekenis, moet meer hebben dan alleen een geografisch-lokale betekenis

EUIPO - BHIM - OHMI 23 jan 2017, IEFBE 2071; (Petrogas Gas-Systems tegen Petrogas International), http://www.ie-forum.be/artikelen/teken-van-meer-dan-plaatstelijke-betekenis-moet-meer-hebben-dan-alleen-een-geografisch-lokale-beteke
petrogas

EUIPO Cancellation Division 23 januari 2017, IEF 16549; IEFbe 2071 (Petrogas Gas-Systems tegen Petrogas International) Merkenrecht. De administratieve nietigheidsactie is gericht tegen een Uniemerk, maar wordt afgewezen. Ze wordt geïnitieerd op grond van een niet-geregistreerd merk (teken van meer dan plaatselijke betekenis) én op grond van kwade trouw. ‘More than mere local significance’ is more than just a geographical examination. The economic impact of the use of the sign must also be evaluated. De verzoeker slaagt niet in het bewijs. De vordering tot doorhaling wordt afgewezen.

IEFBE 2070

De ne pas porter atteinte dans l'ensemble des EU aux droits des modèles de jantes

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 16 feb 2015, IEFBE 2070; (BMW contre Auto Sport Willy, Eurawheels, Threeface Tuning), http://www.ie-forum.be/artikelen/de-ne-pas-porter-atteinte-dans-l-ensemble-des-eu-aux-droits-des-mod-les-de-jantes
bmw jantes

Tribunal de commerce Francophone de Bruxelles 16 février 2015, IEFbe 2070 (BMW contre Auto Sport Willy, Eurawheels, Threeface Tuning) Droit des modèles. Droit des marques. BMW est titulaire exclusive pour l'Union européenne et internationaux de différents (28) modèles de jantes enregistrés en son nom; est également titulaire de droits d'auteur sur chachun de ces modèles de jantes et est en outre titulaire de tous les marques renommées. L'huissier a constaté l'offre à la vente sur le site Internet de différents modèles de jantes, lesquelle sont des copies serviles des modèles. L'employé de la SA Auto Sport Willy a ainsi remis à l'huissier quatre logos BMW 'd'origine'. Le tribunsal acte l'engagement de la SARL EURAWHEELS de ne pas porter atteinte dans l'ensemble des Etats de l'Union européenne aux droits exclusifs et ordonne de communiquer le nombre exact de jantes litigieuses qu'elle a commercialisées, etc. (...)

IEFBE 2077

Inhoud Facebookpost op Google is verwerking strafrechtelijke persoonsgegevens, portret is dat niet

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 24 jan 2017, IEFBE 2077; ECLI:NL:RBOVE:2017:278 (Facebook community X), http://www.ie-forum.be/artikelen/inhoud-facebookpost-op-google-is-verwerking-strafrechtelijke-persoonsgegevens-portret-is-dat-niet

Rechtbank Overijssel 24 januari 2017, IEF 16558; IT 2216; IEFbe 2076; ECLI:NL:RBOVE:2017:278 (Facebook community X) Privacy. Gegevensbescherming. Portretrecht. Recht om vergeten te worden. Verzoeker vordert verwijdering van vier URLs, waaronder Facebookpost, een filmpje van toenmalig bedrijf op de woonbeurs, een foto van hem met op achtergrond naam van toenmalig bedrijf en artikel met daarbij een foto van hem. De rechtbank beveelt Google de verwijzing naar één URL , met een bericht van de Facebookpagina (Community [xxxx]), die voortkomt uit de zoekopdracht naar de naam van [verzoeker] te verwijderen. De inhoud van de bronpagina waarop URL 1 betrekking heeft bevat naar het oordeel van de rechtbank strafrechtelijke persoonsgegevens.

IEFBE 2069

Brinkhof versterkt haar octrooipraktijk met Koen Bijvank

Brinkhof versterkt per 1 maart 2017 de octrooipraktijk met de komst als partner van octrooigemachtigde drs. Koen Bijvank van het Haagse octrooikantoor V.O. Bij V.O. was Koen (1971) hoofd van de sectie Chemistry & Life Sciences. Koens praktijk richt zich vooral op het behandelen van octrooigeschillen op het gebied van de farmaceutica, organische chemie, agrochemie en medische technologie. Zijn reputatie als vooraanstaand octrooigemachtigde wordt bevestigd in de rankings, maar blijkt ook uit zijn voorzitterschap van de Vereniging voor Intellectuele Eigendom (de Nederlandse Groep van de Association Internationale pour la Protection de la Propriété Intellectuelle, AIPPI) en van de European Patent Litigators Association (EPLIT).

IEFBE 2068

HvJ EU: Handhavingsrichtlijn verzet zich niet tegen tweemaal de passende vergoeding zonder feitelijke schade aan te tonen

HvJ EU - CJUE 25 jan 2017, IEFBE 2068; ECLI:EU:C:2017:36 (OTVK tegen Poolse Filmmakers Associatie), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-handhavingsrichtlijn-verzet-zich-niet-tegen-tweemaal-de-passende-vergoeding-zonder-feitelijke

HvJ EU 25 januari 2017, IEF 16546; IEFbe 2068; ECLI:EU:C:2017:36; C-367/15 (OTVK tegen Poolse Filmmakers Associatie) Auteursrecht. Tweemaal het bedrag van de normalerwijze verschuldigde royalty’s. Het hof antwoord:

Artikel 13 van IE-Handhavingsrichtlijn moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, volgens welke de houder van een intellectuele-eigendomsrecht waarop inbreuk is gemaakt, van de inbreukmaker hetzij vergoeding van de door hem geleden schade kan verlangen rekening houdend met alle passende aspecten van het concrete geval, hetzij – zonder dat hij de feitelijke schade hoeft aan te tonen – betaling kan vorderen van een bedrag ter hoogte van tweemaal de passende vergoeding die verschuldigd zou zijn geweest indien toestemming was verleend om het betrokken werk te gebruiken

IEFBE 2067

European Copyright Society's General Opinion on the EU Copyright Reform Package

ECS general opinion copyright reform package

European Copyright Society, 'General Opinion on the EU Copyright Reform Package', 24 januari 2017. In  the  first  part  we  make  a  number  of  overarching observations on the entire copyright reform package [Voorstel Richtlijn Digital Single Market, 14september2016, COM(2016)593 final, 2016/0280(COD)]. Thereafter, we submit specific comments on a number of substantive issues addressed by the proposals. (...) The European  Copyright  Society  does,  however,  have  a  number  of  general  concerns  about the copyright reform package.

Part 1. General observations as the lack of ambition; Private ordering; Fragmented approach; The sharing economy; Method.
Part 2. Substantive comments on Text and data mining (art. 3 DSM Directive); Neighbouring right for news publishers (art.11 DSM Directive); ‘Reprobel article’ (art. 12 DSM Directive); Platform liability (art. 13 DSM Directive); Fair remuneration in contracts of authors and performers (DSM Directive, art. 14-15)

IEFBE 2066

HvJ EU: Voor de BTW-richtlijn verrichten reproductierechthouders geen dienst ten behoeve van producenten en importeurs van blancodragers

HvJ EU - CJUE 18 jan 2017, IEFBE 2066; ECLI:EU:C:2017:22 (SAWP), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-voor-de-btw-richtlijn-verrichten-reproductierechthouders-geen-dienst-ten-behoeve-van-producen

HvJ EU 18 januari 2017, IEF 16535; IEFbe 2066; C‑37/16; ECLI:EU:C:2017:22 (SAWP) Auteurs, uitvoerend kunstenaars en andere rechthebbenden verrichten geen dienst in de zin van artikel 24, lid 1, en artikel 25, aanhef en onder a), van de btw-richtlijn ten behoeve van producenten en importeurs van bandrecorders en vergelijkbare inrichtingen en van blanco dragers bij wie collectieve beheersorganisaties voor rekening van de rechthebbenden, maar in eigen naam, bij de verkoop van deze inrichtingen en dragers een heffing innen.