IEFBE 2779

Jacqueline Seignette - Duitse BGH stelt prejudiciële vragen over auteursrechtelijke verantwoordelijkheid YouTube

HvJ EU - CJUE 13 sep 2018, IEFBE 2779; ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube), http://www.ie-forum.be/artikelen/jacqueline-seignette-duitse-bgh-stelt-prejudici-le-vragen-over-auteursrechtelijke-verantwoordelijkhe

BGH 13 september 2018, ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube) Op 12 september stemde het Europese Parlement in met een geamendeerd voorstel voor een richtlijn over auteursrecht in de digitale eengemaakte markt  (DSM richtlijn). Onderdeel van dit voorstel is een bepaling over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van internet platforms als YouTube en Facebook. Deze platforms moeten ofwel licenties voor de content regelen, ofwel in samenspraak met de rechthebbenden maatregelen nemen om inbreukmakende content te weren. De Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europese Parlement zijn intussen in overleg getreden om op basis van de besluitvorming in het Europese Parlement tot een definitieve tekst te komen.

Eén dag (!) na de stemming in het Europese Parlement stelde het Duitse hoogste gerechtshof prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van YouTube. Het Bundesgerichtshof (BGH) vraagt of een video content platform een mededeling aan het publiek verricht en zo niet, wat dan de verantwoordelijkheid van het platform is in het licht van artikel 14 E-commerce richtlijn, artikel 8 lid 3 Auteursrechtrichtlijn en artikel 11 en 13 Handhavingsrichtlijn. Al deze bepalingen zeggen iets over de (grens aan de) maatregelen die rechthebbenden van Internet dienstverleners kunnen verlangen. Het toepassingsgebied en de reikwijdte van deze bepalingen en hun onderlinge verhouding zijn echter allesbehalve duidelijk. Een samenhangend regime voor indirecte aansprakelijkheid ontbreekt. Aan de rechter de taak om deze Europese regels te duiden en in te passen in de nationale regels over indirecte aansprakelijkheid.

IEFBE 2778

Gerecht EU: DEVIN, naam van Bulgaarse stad, kan worden geregistreerd als EU-merk

Gerecht EU - Tribunal UE 25 okt 2018, IEFBE 2778; ECLI:EU:T:2018:719 (Funke Medien NRW), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-devin-naam-van-bulgaarse-stad-kan-worden-geregistreerd-als-eu-merk
devin

Gerecht EU 25 oktober 2018, IEF 18059; IEFbe 2778; ECLI:EU:T:2018:719; T-122/17 (Funke Medien NRW) Merkenrecht. Persbericht: DEVIN, de naam van een Bulgaarse stad, kan worden geregistreerd voor een EU-merk voor mineraalwater. De geografische naam blijft niet alleen voor beschrijvend gebruik beschikbaar voor derde partijen, zoals voor promotie van toerisme in de stad, maar ook als een onderscheidingsteken in bepaalde gevallen en waarbij er geen verwarringsgevaar optreedt.

IEFBE 2774

Due diligence onderzoek – claims, overeenkomsten en compliance – bent u er klaar voor?

Download Whitepaper, A Beginner's Guide to Due Diligence Preparedness, Wolters Kluwer. Of u nou bij een startup werkt of een multinational, er kan aan u gevraagd worden om een due diligence rapport vast te leggen voor een potentiele koper of investeerder. In elk geval moet u voorbereid zijn. Mocht de CEO, CFO of bedrijfsjurist verantwoordelijk zijn voor de voorbereidingen, is het handig om een lijst te hebben met de belangrijkste zaken die aan de orde komen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste zaken om u op weg te helpen:

IEFBE 2777

Conclusie AG: Eenvoudig militair rapport niet auteursrechtelijk beschermd

HvJ EU - CJUE 25 okt 2018, IEFBE 2777; ECLI:EU:C:2018:870 (Funke Medien NRW), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-eenvoudig-militair-rapport-niet-auteursrechtelijk-beschermd

Conclusie AG HvJ EU 25 oktober 2018, IEF 18058; IEFbe 2777; ECLI:EU:C:2018:870; C‑469/17 (Funke Medien NRW) Auteursrecht. Volgens AG Szpunar (persbericht) kan een eenvoudige militair rapport geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Allereerst voldoet zo'n rapport niet als een werk dat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Ten tweede zou zo'n beperking een ongerechtvaardigde beperking betekenen van de vrijheid van meningsuiting. Conclusie AG:

„Artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, gelezen in samenhang met artikel 52, lid 1, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat een lidstaat zich niet kan beroepen op het auteursrecht zoals neergelegd in artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 1, [InfoSoc-Richtlijn] teneinde te verhinderen dat vertrouwelijke documenten van die lidstaat worden meegedeeld aan het publiek in het kader van een debat over vraagstukken van algemeen belang. Deze uitlegging staat er niet aan in de weg dat die lidstaat andere bepalingen van nationaal recht toepast, met name die inzake de bescherming van vertrouwelijke informatie, mits hij daarbij het Unierecht in acht neemt.”

 

IEFBE 2776

Prejudicieel gestelde vraag HvJ EU over een persoon die voor een derde waren opslaat zonder van merkinbreuk op de hoogte te zijn

HvJ EU - CJUE 26 jul 2018, IEFBE 2776; (Coty Germany tegen Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-hvj-eu-over-een-persoon-die-voor-een-derde-waren-opslaat-zonder-van-merk

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 26 juli 2018, IEF 18055; IEFbe 2776; C-567/18 (Coty Germany tegen Amazon)

Heeft een persoon die voor een derde waren opslaat die het merkenrecht schenden, zonder van deze inbreuk op de hoogte te zijn, deze waren in voorraad met het oogmerk deze aan te bieden of in de handel te brengen, wanneer hij niet zelf maar alleen de derde voornemens is de waren aan te bieden of in de handel te brengen?

Via Minbuza: Verzoekster verkoopt parfums. Verweersters behoren tot het Amazonconcern. De eerste verweerster is gevestigd in Luxemburg, de derde verweerster is in Graben in Duitsland gevestigd en drijft aldaar een pakhuis. Verzoekster stelt houder te zijn van een licentie van het Uniemerk nr. 876874 DAVIDOFF (‘het litigieuze merk’) dat de waren ‘perfumery, essential oils, cosmetics’ beschermt en gemachtigd te zijn in eigen naam aanspraak te kunnen maken op de aan het merk verbonden rechten. Op de internetsite amazon.de biedt de eerste verweerster derde aanbieders de mogelijkheid om aanbiedingen te plaatsen op de „Amazon-Marketplace”. De koopovereenkomsten met betrekking tot de aldus verkochte waren komen tot stand tussen de derde aanbieders en de kopers. De derde aanbieders hebben de mogelijkheid deel te nemen aan het programma „Verzending door Amazon”, waarbij de waren door vennootschappen van het Amazonconcern wordt opgeslagen en de verzending wordt uitgevoerd door middel van externe dienstverrichters.

IEFBE 2775

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU over opslag van verkeers- en locatiegegevens voor meer dan enkel onderzoeken, opsporen en vervolgen van feiten van zware criminaliteit

HvJ EU - CJUE 19 jul 2018, IEFBE 2775; (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-over-opslag-van-verkeers-en-locatiegegevens-voor-meer-dan-en

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 19 juli 2018, IT 2661; IEFbe 2775; C-520/18 (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.) Privacy. Beroepsgeheim advocaten. Locatiegegevens. Opsporing. Strafrecht. Via Minbuza: Verweerders hebben een beroep tot vernietiging van de wet van 29 mei 2016 betreffende het verzamelen en bewaren van gegevens in de sector van de elektronische communicatie (de bestreden wet) ingesteld. Deze wet wijzigt verschillende bepalingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, welke verschillende richtlijnen, waaronder richtlijn 2005/58 in Belgisch recht zijn omgezet. Bij wet van 30 juli 2013 welke een aantal bepalingen van de wet van 13 juni 2005 wijzigt, werd richtlijn 2006/24/EG gedeeltelijk in Belgisch recht omgezet, alsook artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58/EG. Nadat richtlijn 2006/24 door het Hof ongeldig werd verklaard, heeft de verwijzende rechter artikel 126 van de wet van 13 juni 2005, zoals gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, vernietigd. Met de bestreden wet heeft de wetgever willen tegemoetkomen aan die vernietiging. De bestreden wet legt de operatoren van elektronische communicatiediensten een veralgemeende verplichting op om de verkeers- en locatiegegevens van gebruikers gedurende bepaalde periode te bewaren en regelt de toegang van de gerechtelijke autoriteiten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten tot deze gegevens. De verzoekende partijen beroepen zich onder andere op schending van verschillende artikelen van de grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met verschillende artikelen van het VEU en het Handvest. Ten aanzien van de verplichting tot het verzamelen en bewaren van gegevens voeren zij aan dat de bestreden wet in strijd is met het beroepsgeheim waar bepaalde personen aan onderworpen zijn. Daarnaast stellen de zij dat de veralgemeende bewaring van gegevens een schending van het evenredigheidsbeginsel inhoudt en het een ernstige aantasting van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uitmaakt. Daarnaast wordt de duur van de bewaring, namelijk 12 maanden, buitensporig geacht. Ook wordt het feit dat er geen nauwkeurige beschrijving van de omstandigheden en voorwaarden inzake het verlenen van toegang tot de bevoegde autoriteiten bekritiseerd. De Belgische Staat daarentegen voert aan dat het beroepsgeheim niet absoluut is en dat de bestreden wet in voldoende grenzen voorziet wat betreft de toegang tot de gegevens. Verder wordt gesteld dat de termijn van twaalf maanden noodzakelijk is om terroristische misdrijven te bestrijden.

IEFBE 2772

De EU herziet haar regels voor de governance van het .eu-TLD

Ontwerpverordening voor .eu-TLD naam, 2018/0110 (COD) De EU herziet haar regels voor de governance van het topniveaudomein .eu, de internet­domeinnaam voor de Europese Unie en haar burgers. De ambassadeurs van de lidstaten zijn het vandaag in het Comité van permanente vertegenwoordigers eens geworden over het standpunt van de Raad over de voorgestelde herziening, die rekening houdt met de aanzienlijke veranderingen in de internet­omgeving sinds de aanneming van de eerste .eu-verordening 16 jaar geleden, zoals de hardere concurrentie voor domeinnamen en de grotere rol voor de multistakeholder­gemeenschap bij internet­governance. De overeengekomen tekst maakt de governance van het .eu-domein transparanter door een multistakeholder­groep in te stellen die de Commissie moet adviseren over de toepassing van de regels. Ook wordt het recht om een .eu-domein te registreren uitgebreid naar EU-burgers met een verblijfplaats buiten de EU. Daarnaast heeft de Raad de tekst afgestemd op de bepalingen van de algemene verordening gegevens­bescherming.

IEFBE 2773

Prejudicieel gestelde vraag: Is er onderscheidend vermogen #DARFERDAS? als er in de praktijk significante en evidente mogelijkheden bestaan om als herkomstaanduiding te dienen?

HvJ EU - CJUE 21 jun 2018, IEFBE 2773; (#DARFERDAS?), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-is-er-onderscheidend-vermogen-darferdas-als-er-in-de-praktijk-significan

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 21 juni 2018, IEF 18053; IEFbe 2773; C-541/18 (#Darferdas?) De merkenafdeling van het Deutsche Patent- und Markenamt (Duits octrooi- en merkenbureau) heeft de aanvraag voor het woordmerk “ #darferdas? ” voor de waren van klasse 25 (kledingstukken, in het bijzonder T-shirts, schoeisel en hoofddeksels) afgewezen op grond dat het aangevraagde merk onderscheidend vermogen mist. De merkaanvrager heeft hierop beroep ingesteld, welke werd verworpen door het Bundespatentgericht. Met het cassatieberoep wil de merkaanvrager alsnog zijn inschrijvingsaanvraag geldend maken.

1. Heeft een teken onderscheidend vermogen wanneer in de praktijk significante en evidente mogelijkheden bestaan om het als herkomstaanduiding van de waren of diensten te gebruiken, ook wanneer het daarbij niet om de meest waarschijnlijke gebruiksvorm van het teken gaat?

IEFBE 2771

Scheerapparaten in transit wel degelijk bestemd voor de EU, maken inbreuk

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 22 okt 2018, IEFBE 2771; (Koninklijke Philips Electronics tegen Lucheng Meijing), http://www.ie-forum.be/artikelen/scheerapparaten-in-transit-wel-degelijk-bestemd-voor-de-eu-maken-inbreuk

Hof van Beroep Antwerpen 22 oktober 2018 en 2 oktober 2017; IEFbe 2771 (Koninklijke Philips Electronics tegen Lucheng Meijing) Transit-zaak. In het vonnis in eerste aanleg, werd Philips in het ongelijk gesteld [IEFbe 645]. In een tussenarrest van 2 oktober 2017 had het Hof reeds geoordeeld dat Philips voldoende aannemelijk maakt dat de tegengehouden goederen wel degelijk bestemd zijn voor de EU. Op vraag van Far East Sourcing Ltd werden bijkomende conclusietermijnen opgelegd om partijen de gelegenheid te geven (aanvullend) te concluderen over de geldigheid van het door Philips ingeroepen model en de inbreukvraag.  In het eindarrest van 22 oktober 2018 wordt het verweer van Far East Sourcing afgewezen. Het vonnis van de eerste rechter moet worden hervormd en stelt het meer bepaald dat de tegengehouden Golden Shaver scheerapparaten inbreuk maken op DM 034.562; moeten vernietigd worden; Far East Sourcing de kosten van vernietiging moet dragen; de rechtsplegingsvergoeding voor eerste aanleg en hoger beroep (d.i. in het totaal 24.000 EUR) voor rekening zijn van Far East Sourcing.

IEFBE 2770

18 januari 2019 - EU Judges Meeting Amsterdam

Friday, 18th January 2019. Hilton Hotel, Apollolaan 138, 1077 BG Amsterdam. MARQUES is hosting its first European Judges Meeting in Amsterdam on 18 January 2019. Following the popularity of national judges meetings, which have been organised by MARQUES all over the world, this new one-day event will bring together IP-specialist judges and practitioners from across Europe to discuss developments in the CJEU and General Court, EUIPO Boards of Appeal and national courts.

IEFBE 2769

Charles Gielen onder HvJ EU ESS/Group Nivelles

Noot Charles Gielen onder HvJ EU 21 september 2017, IEF 18047; IEFbe 2769; eerder als NJ 2018/360 (ESS en EUIPO/Group Nivelles) 1. Deze zaak [IEF 17130] gaat over de bescherming van de verschijningsvorm van voortbrengselen, ofwel over modelrechten, en in het bijzonder modelrechten, gevestigd onder de zgn. Gemeenschapsmodellen Verordening (EG) nr. 6/2002, hierna “GMVo.” Voor bescherming is vereist dat een GM nieuw is en een eigen karakter heeft. Group Nivelles vordert nietigverklaring van een GM van Easy Sanitary Solutions (hierna: “ESS”), bestaande uit een douchegoot en zij beriep zich op afbeeldingen van een ouder model van een derde, stellende dat door de openbaarmaking daarvan, het model van ESS niet nieuw is, hetzij geen eigen karakter heeft. Het begrip “nieuwheid” vormt de kern van dit arrest. In hoeverre het oudere model afbreuk doet aan het eigen karakter van het ESS-model zal onderwerp vormen van een nadere beslissing van, als ik het goed zie, de nietigheidsafdeling van EUIPO.

2. Het Hof heeft naar aanleiding van een door EUIPO tegen de beslissing van het Gerecht ingebracht middel, allereerst een beslissing gegeven over de vraag hoe het zit met de bewijslast en bewijsvoering in het kader van een vordering tot nietigverklaring van een model. Ik bespreek de volgens mij juiste beslissing van het Hof op dit punt (rov. 54 t/m 77) niet.

IEFBE 2768

Prejudicieel gestelde vraag over uitzonderingsregeling die exploitatie tussen kunstenaars(collectieven) en instituut regelt

HvJ EU - CJUE 11 jul 2018, IEFBE 2768; (INA), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-over-uitzonderingsregeling-die-exploitatie-tussen-kunstenaars-collectiev

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 11 juli 2018, IEF 18044; IEFbe 2768; C-484/18 (INA) Naburige rechten. Via Minbuza. Het INA is verantwoordelijk voor het bewaren en tot zijn recht laten komen van het nationale audiovisuele erfgoed. Het bewaart de audiovisuele archieven van de nationale radio- en televisiezenders en draagt bij aan de exploitatie ervan. PG en GF verwijten het INA dat het, zonder hun toestemming, op zijn website videogrammen en een fonogram te koop heeft aangeboden met uitvoeringen door de jazzdrummer waarvan zij de rechthebbenden zijn. Het INA beroept zich op een bijzondere wettelijke regeling op basis waarvan het de archieven kan exploiteren door de uitvoerend kunstenaars een forfaitaire vergoeding te betalen zoals vastgesteld in collectieve overeenkomsten met hun representatieve vakbonden. De rechthebbenden stellen dat die wettelijke regeling strijdig is met de richtlijn. 

IEFBE 2767

HvJ EU: Houder van internetaansluiting kan zich niet aan filesharing auteursrechtinbreuk onttrekken door gewoon een gezinslid aan te wijzen dat toegang kon hebben

HvJ EU - CJUE 18 okt 2018, IEFBE 2767; ECLI:EU:C:2018:841 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-houder-van-internetaansluiting-kan-zich-niet-aan-filesharing-auteursrechtinbreuk-onttrekken-d

HvJ EU 18 oktober 2018, IEF 18043; IEFbe 2767; IT 2657; ECLI:EU:C:2018:841; C-149/17 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer)
Uit het persbericht: De houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt door filesharing, kan zich niet onttrekken aan zijn aansprakelijkheid door gewoon een gezinslid aan te wijzen dat toegang kon hebben tot die aansluiting.  De rechthebbenden moeten beschikken over een doeltreffende voorziening in rechte of over middelen op grond waarvan de bevoegde rechterlijke instanties kunnen gelasten dat de noodzakelijke informatie wordt verstrekt. HvJ EU:

Artikel 8, leden 1 en 2, [InfoSoc-Richtlijn], gelezen in samenhang met artikel 3, lid 1, van deze richtlijn, enerzijds, en artikel 3, lid 2,[Handhavingsrichtlijn], anderzijds, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling als in het hoofdgeding, zoals uitgelegd door de bevoegde nationale rechterlijke instantie, krachtens welke de houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt door filesharing, daarvoor niet aansprakelijk kan worden gesteld, wanneer hij minstens één gezinslid aanwijst dat toegang had tot deze aansluiting, zonder dat hij meer preciseringen verstrekt over het tijdstip waarop deze aansluiting is gebruikt door dat gezinslid en over de aard van het gebruik ervan door dat gezinslid.

IEFBE 2766

Prejudicieel gestelde vragen over afgiftevoorwaarde art. 3a) ABC-verordening

HvJ EU - CJUE 17 okt 2018, IEFBE 2766; (Afgiftevoorwaarde ABC-verordening), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-afgiftevoorwaarde-art-3a-abc-verordening

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 17 oktober 2017, IEF 18036; IEFBE 2766; LS&R 1653; C-650/17 (Afgiftevoorwaarde ABC-verordening) Octrooirecht. Via Minbuza. Verzoekster is houdster van een Europees octrooi, dat inmiddels door tijdsverloop is vervallen. Het octrooi betreft een procedure voor de verlaging van de bloedglucosespiegel bij zoogdieren door het toedienen van zogenoemde DPPIV- remmers. De onder deze categorie van werkzame stoffen vallende werkzame stof sitagliptine werd na de datum van de aanvraag van het basisoctrooi door een licentiehoudster ontwikkeld die hiervoor een octrooi heeft verkregen op grond waarvan een aanvullend beschermingscertificaat aan haar werd afgegeven. Verzoekster verzocht bij het Duits octrooi- en merkenbureau op grond van het Duitse deel van het Europese octrooi om afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat voor het product “sitagliptine in alle vormen die vallen onder de bescherming door het basisoctrooi”, subsidiair voor “sitagliptine, in het bijzonder sitagliptinefosfaat-monohydraat.” Ten aanzien van de vereiste vergunning voor het in de handel brengen als geneesmiddel baseerde zij zich hierbij op de toelatingen van het geneesmiddel Januvia van door het EMA. Bij besluit werd de aanvraag afgewezen, aangezien niet zou zijn voldaan aan de afgiftevoorwaarde overeenkomstig artikel 3a) van de ABC-verordening. De verwijzende rechter concludeert dat het Hof om richtsnoeren moet worden gevraagd over de uitlegging van artikel 3a) van de ABC-verordening.

IEFBE 2765

Prejudicieel gestelde vraag: Geldt bescherming van de volledige benaming 'Aceto Balsamico di Modena' ook voor niet-geografische bestanddelen?

12 apr 2018, IEFBE 2765; (Balsamico), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-geldt-bescherming-van-de-volledige-benaming-aceto-balsamico-di-modena-oo

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 12 april 2018, IEF 18035; IEFbe 2765; C-432/18 (Balsamico) Oorsprongsbenamingen. Via Minbuza. Verzoekster vervaardigt op azijn gebaseerde producten en brengt deze in de handel in de regio Baden. Zij verkoopt al minstens 25 jaar producten onder de benaming “Balsamico” en “Deutscher Balsamico”. Verweerster is een vereniging van producenten van producten met de benaming “Aceto Balsamico di Modena”. Dit is een benaming als bedoeld in verordening 583/2009 voor azijn uit de streek Modena. Verweerster is van mening dat het gebruik van de benaming “Balsamico” door verzoekster in strijd is met de bescherming van de geografische aanduiding “Aceto Balsamico di Modena”. De verwijzende rechter concludeert dat het Hof om een richtsnoer moet worden gevraagd over de uitlegging van bescherming van een volledige oorsprongsbenaming indien niet-geografische bestanddelen gebruikt worden.

IEFBE 2764

Kangoeroechips wel gebruikt, maar niet als 3D-merk

Gerecht EU - Tribunal UE 27 sep 2018, IEFBE 2764; ECLI:EU:T:2018:610 (Kangoeroechips), http://www.ie-forum.be/artikelen/kangoeroechips-wel-gebruikt-maar-niet-als-3d-merk
Kangoeroechips

Gerecht EU 27 september 2018, IEF 18034 ; IEFbe 2764; ECLI:EU:T:2018:610 (Kangoeroechips) Merkenrecht. Vernietiging. M J. Quinlan heeft een 3D-merk in de vorm van een Kangoeroe voor o.a. chips. Intersnack vordert de doorhaling van dit merk vanwege niet normaal gebruik in de afgelopen vijf jaren. De nietigheidsafdeling wijst het verzoek af. Partijen hebben een licentieverdrag voor de octrooien en modellen voor kangoeroechips gesloten in 1994 en zodoende is er wel normaal gebruik gemaakt van het merk. Echter de Kamer van beroep komt tot de conclusie dat de snacks zijn verkocht, maar niet als merk wordt gebruikt. Op de verpakking staan woorden als 'Jumpy's' of een beeldelement met een gestileerde 2D-silhouet van een kangoeroe. Van de respondenten van het marktonderzoek herkent 60% de vorm, maar slechts de helft daarvan herkent het als afkomstig van een bepaalde onderneming. De vorderingen worden afgewezen.

IEFBE 2763

Beroep op Asics merk tegen beeldmerkaanvraag met vier lijnen die kruisen slaagt niet

Gerecht EU - Tribunal UE 16 okt 2018, IEFBE 2763; ECLI:EU:T:2018:685 (Asics tegen EUIPO - Van Lieshout Textielagenturen), http://www.ie-forum.be/artikelen/beroep-op-asics-merk-tegen-beeldmerkaanvraag-met-vier-lijnen-die-kruisen-slaagt-niet
van lieshout textiel asics

Gerecht EU 16 oktober 2018, IEF 18031; IEFbe 2763; ECLI:EU:T:2018:685; T-581/17 (Asics tegen EUIPO - Van Lieshout Textielagenturen) Merkenrecht. Van Lieshout Textielagenturen heeft een beeldmerkaanvraag gedaan voor vier gekruiste lijnen. Oppositie is gebaseerd op Asics beeldmerken. Oppositiedivisie wees de oppositie af. Board of Appeal wijst het beroep af: "the only similarity resulting from the presence of lines which crossed". Gerecht EU wijst het beroep af.

IEFBE 2747

BMM Najaarsbijeenkomst 28 en 30 november in Clervaux

, IEFBE 2747; http://www.ie-forum.be/artikelen/bmm-najaarsbijeenkomst-28-en-30-november-in-clervaux

Na een aantal succesvolle bijeenkomsten in België en Nederland, is het nu tijd om de grens op te zoeken – en er zelfs over te gaan. Op 29 en 30 november 2018 zal de Najaarsvergadering 2018 zal dan ook in Clervaux, Luxemburg plaatsvinden. Zoals gebruikelijk, wordt op de donderdagmiddag (29 november) aangevangen met een sociale activiteit. In de avond vindt een smakelijk diner en spetterend dansfeest plaats. Vrijdag (30 november) staat de hele dag in het teken van de conferentie zelf. De dag wordt afgesloten met een borrel. Meer informatie

IEFBE 2762

25 oktober - Digital Transformation: Formulating A Legal Tech Strategy

Meld u aan voor een lunchbijeenkomst (Engelstalig) van Wolters Kluwer en Vialegis op donderdag 25 oktober! Tijdens de sessie zullen een aantal experts hun ervaringen met u delen op het gebied van ‘legal tech.’ Barend Blondé, Partner bij FrahanBlondé, vertelt over het selecteren van de juiste technologieën binnen de juridische afdeling en waar u rekening mee moet houden tijdens het implementatieproces. Er wordt ook ingegaan op hoe ‘legal tech’ juridische afdelingen op vele vlakken ondersteunt, inclusief het uitvoeren van administratieve werkzaamheden, het genereren van rapportages, en risicobeheer, zelfs als de werkdruk stijgt. U ontdekt hoe onze tools bijdragen aan de efficiëntie en productiviteit van de juridische afdeling en de business die ze bedienen.

Deelname is gratis. We hopen u te mogen verwelkomen!

IEFBE 2761

Geen schending motiveringsplicht Hof van Beroep uitspraak Roquette tegen Syral: probleemoplossingstoets niet enige manier om uitvinderswerkzaamheid aan te tonen

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 22 mrt 2018, IEFBE 2761; (Roquette Frères tegen Syral Belgium), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-schending-motiveringsplicht-hof-van-beroep-uitspraak-roquette-tegen-syral-probleemoplossingstoe

Hof van Cassatie 22 maart 2018, IEFBE 2761 (Roquette Fréres tegen Syral Belgium) Octrooirecht. Het Hof van Beroep [IEFBE 2276] oordeelde dat het octrooi van Roquette geen uitvinderswerkzaamheid heeft. Roquette stelt dat het Hof van Beroep zijn motiveringsplicht ingevolge artikel 149 Grondwet heeft geschonden: zij had de probleemoplossingstoets moeten aanvoeren. Het Hof van Cassatie oordeelt dat het aanvoeren daarvan slechts een argument ter staving van het middel inzake de aanwezigheid van uitvinderswerkzaamheid is. Omdat het octrooi nietig is verklaard, dient het Hof van Cassatie niet meer in te gaan op verweer van eiseres betreffende de in ondergeschikte orde door de verweerster gevorderde verklaring van niet-inbreuk. Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep.