IEFBE 3006

Dirk Visser: e-books mogen niet worden doorverkocht

Dirk Visser

De ‘eigenaar’ van een legaal gedownload exemplaar van een e-book mag dat niet aan een derde  doorverkopen. Dat is de consequentie van de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU van 19 december 2019, schrijft Dirk Visser vandaag op Mr-online. Het Hof is van oordeel dat “de levering aan het publiek van een voor onbeperkte tijd te gebruiken e-book via een downloadlink” niet valt onder het distributierecht, maar onder het recht van “mededeling aan het publiek”. Het cruciale verschil is dat het ‘distributierecht’ na de eerste ‘verkoop’ is ‘uitgeput’ en dat het betreffende exemplaar vervolgens mag worden doorverkocht.
Lees hier verder.

IEFBE 3007

HvJ EU: levering e-books voor onbepaalde tijd valt onder 'mededeling aan publiek'

HvJ EU - CJUE 19 dec 2019, IEFBE 3007; ECLI:EU:C:2019:1111 (NUV tegen Tom Kabinet), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-levering-e-books-voor-onbepaalde-tijd-valt-onder-mededeling-aan-publiek

HvJ EU 19 december 2019, IEF 18898, IT 2974, IEFbe 3007; ECLI:EU:C:2019:1111 (NUV tegen Tom Kabinet) Beantwoording van de prejudiciële vragen [IEF 17593] en [IEF 18676] in een geding over het tegen betaling beschikbaar stellen van e‑books door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd. Kan dit al dan niet een distributiehandeling zijn in de zin van artikel 4(1) Auteursrechtrichtlijn? Geoordeeld wordt dat “de levering aan het publiek van een voor onbeperkte tijd te gebruiken e-book via een downloadlink” niet onder het distributierecht valt, maar onder het recht van “mededeling aan het publiek”.

IEFBE 3005

Merkgebruik door de kunstenaar

Het gebeurt steeds vaker: kunstenaars die merken gebruiken om een bepaald politiek statement te maken, of enkel voor esthetische redenen. Denk bijvoorbeeld aan de ‘Campbell’s Soup Cans’ van Andy Warhol, volgens hemzelf een kritische reflectie op de Amerikaanse samenleving. Of aan het kunstwerk van Nadia Plesner van een Afrikaans kind met een Louis Vuitton tas, waarmee zij haar verbazing uit over de aandacht voor mode, terwijl humanitaire rampen relatief onopgemerkt blijven. De merkhouders van deze merken kunnen dit merkgebruik soms niet waarderen. Toch is het in veel gevallen wel toegestaan.
Wat is de reden? Hoe zit het eigenlijk met de artistieke vrijheid tegenover de rechten van de merkhouder? Recentelijk is hierover een vraag gesteld aan het Benelux Hof, naar aanleiding van de Damn Pérignon-zaak [IEF 18795]. De vraag betreft de uitleg van ‘geldige reden’ in artikel 2.20.1.d BVIE en de criteria die de nationale rechter in aanmerking zou moeten nemen om tegenstrijdige belangen af te wegen.
Lees hier verder.

IEFBE 3003

Prejudiciële vraag: is overgenomen website-informatie merkinbreuk?

Duitse jurisprudentie - Jurisprudence allemande 9 sep 2019, IEFBE 3003; (MK Advokaten ), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-is-overgenomen-website-informatie-merkinbreuk

Oberlandesgericht Düsseldorf 9 september 2019, IEF 18878, IEFbe 3003; C-684/19 ( MK Advokaten) Via MinBuza. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Verzoekster met de naam “MBK Rechtsanwälte” is een advocatenmaatschap. Verzoekster is tevens houder van datzelfde Duitse woordmerk dat staat ingeschreven voor onder meer “advies bij rechtszaken; juridisch advies; advocatendiensten; dienstverlening”. Verweerster is ook een advocatenmaatschap die enige tijd actief was onder de namen “mbk rechtsanwälte” en “mbk advokaten”. Landsgericht Düsseldorf verbood verweerster om juridische diensten aan te bieden onder het teken “mbk”. Na dit vonnis heeft verzoekster aangevoerd dat er nog steeds vermelding op internet zijn te vinden van “mbk advokaten”. Deze vermeldingen zijn overgenomen uit een lokaal telefoonboek waar verweerster stond vermeld. Echter, deze vermelding heeft verweerster na het vonnis laten verwijderen. Zij was niet verplicht verdere inspanningen te leveren. In eerste aanleg is verweerster een boete opgelegd omdat zij als gevolg van het vonnis niet alleen de vermeldingen diende te verwijderen waar zij zelf opdracht toe had gegeven, maar ook alle andere vermeldingen die haar economisch voordeel verschaften en gebaseerd waren op de rechtstreeks door haar aangevraagde vermelding. Tegen deze beslissing heeft verweerster beroep ingesteld bij de verwijzende rechter.

IEFBE 3002

HvJ EU: geen bescherming voor niet-geografische bestanddelen Balsamico

HvJ EU - CJUE 4 dec 2019, IEFBE 3002; ECLI:EU:C:2019:1045 (Aceto Balsamico di Modena tegen Balema), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-bescherming-voor-niet-geografische-bestanddelen-balsamico

HvJ EU 4 december 2019, IEF 18866, IEFbe 3002; ECLI:EU:C:2019:1045 (Aceto Balsamico di Modena tegen Balema) Het Consorzio Tutela Aceto Balsamico di Modena – een vereniging van producenten van producten met de benaming „Aceto Balsamico di Modena (BGA)” – heeft het Duitse vennootschap Balema verzocht om de term „balsamico” niet langer te gebruiken [IEF 18035]. Vastgesteld wordt nu dat de bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” zich niet uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke nietgeografische bestanddelen ervan. De registratie van de betrokken BGA en de daaruit voortvloeiende bescherming hebben betrekking op de benaming „Aceto Balsamico di Modena” in haar geheel, aangezien het deze benaming is die onmiskenbaar naamsbekendheid heeft verworven op de nationale en internationale markt.

IEFBE 3001

HvJ EU over verlenging van vergunning voor parallelimport

HvJ EU - CJUE 14 nov 2019, IEFBE 3001; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-over-verlenging-van-vergunning-voor-parallelimport

HvJ EU 14 november 2019, IEF 18859, LS&R 1763, IEFbe 3001; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb) Aan Vaselife is een vergunning verleend voor de parallelimport van gewasbeschermingsmiddel Vaselife UB. Het Ctgb heeft het verzoek om de aan Vaselife toegekende vergunning te verlengen, geweigerd. Vervolgens is de toelating overgeschreven op Chrysal. Chrysal heeft bezwaar ingediend tegen het besluit over de verlenging van de vergunning. Dit bezwaar van Chrysal is door het Ctgb gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegelijkertijd heeft het Ctgb het verzoek tot verlenging van de vergunning afgewezen. Vaselife heeft hiertegen beroep ingesteld bij het CBb, zie [LS&R 1626]. Het Ctgb heeft het verzoek van Chrysal om de naam van het middel te veranderen in Chrysal BVB, ingewilligd, en de respijtperiode verruimd waardoor ook de bestaande voorraad van het middel Vaselife UB mocht worden afgeleverd en opgebruikt. Hiertegen heeft Chrysal beroep ingesteld bij het CBb. Het CBb heeft vervolgens het HvJ EU verzocht om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

IEFBE 3000

Gebruik teken 'Flow Tech' maakt inbreuk op handelsnaam 'Flow Tech Industries'

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 29 mrt 2019, IEFBE 3000; (Telenet tegen Flow Tech), http://www.ie-forum.be/artikelen/gebruik-teken-flow-tech-maakt-inbreuk-op-handelsnaam-flow-tech-industries

Hof van Cassatie van België 29 maart 2019, IEFbe 3000; C/18/03023/N/2 (Telenet tegen Flow Tech) Telenet heeft sinds 2017 het teken 'Flow Tech' in gebruik. Dit teken is identiek aan de handelsnaam van Flow Tech Idustries. Flow Tech heeft Telenet herhaaldelijk gedagvaard en staking van het gebruik door de eiseressen van het aan haar handelsnaam identieke teken 'Flow Tech', zie ook [IEFbe 2542]. De handelsnaam 'Flow Tech' heeft onderscheidend vermogen. Het gebruik van een overeenstemmend teken is bewezen. Het staat vast dat sprake is van een effectief gebruik van een met de handelsnaam van verweerster overstemmend teken in het economisch verkeer. Het teken 'Flow Technologie' dat Telenet meer recent is gaan gebruiken, stemt in hoge mate overeen met de de handelsnaam van gebruiker waardoor het teken als overeenstemmend teken heeft te gelden. De vordering tot staking van dit teken, alsmede de uitbreiding van de dagvaarding die op dit teken ziet, zijn gegrond.

IEFBE 2999

Nietigverklaring wegens verwarringsgevaar 'mediflor' en 'floramed' gerechtvaardigd

Gerecht EU - Tribunal UE 20 nov 2019, IEFBE 2999; ECLI:EU:T:2019:794 (Werner tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietigverklaring-wegens-verwarringsgevaar-mediflor-en-floramed-gerechtvaardigd

Gerecht EU 20 november 2019, IEF 18855, IEFbe 2999; ECLI:EU:T:2019:794 (Werner tegen EUIPO) Scheffler heeft bij het EUIPO het beeldmerk 'Floramed', geschreven in lichtblauwe letters, laten inschrijven. Merck heeft als interveniënte een verzoek tot vernietiging van de merkinschrijving ingesteld, vanwege het woordmerk 'Mediflor' dat was ingeschreven voor dezelfde waren als het litigieuze beeldmerk. Ondertussen is het beeldmerk overgedragen aan eiser, de heer Werner, en is die overdracht ingeschreven in het EU-merkenregister. Vervolgens willigde de nietigheidsafdeling van het EUIPO het verzoek van Merck tot nietigverklaring in op grond dat er verwarringsgevaar tussen de twee merken zou bestaan. Werner heeft hiertegen beroep ingesteld. Bij beschikking heeft het EUIPO dit beroep afgewezen. In de onderhavige zaak is getoetst of er daadwerkelijk, zoals het EUIPO heeft betoogd, verwarringsgevaar bestaat. Het oordeel komt op het volgende neer: (i) het relevante publiek bestaat uit de gemiddelde consumenten en vakmannen, (ii) de twee producten (floramed en mediflor) zijn deels identiek en deels soortgelijk, onder andere gezien het feit dat de twee producten door dezelfde onderneming worden geproduceerd, op dezelfde manier worden gedistribueerd, tot dezelfde groep consumenten zijn gericht en hetzelfde doel dienen of elkaar aanvullen. Wat de visuele en auditieve kenmerken van de tekens betreft, komt het EUIPO tot de conclusie dat de begrippen 'med' en 'medi' dichter bij elkaar lijken te liggen dan 'flor' en 'flora'. Dit maakt echter niet uit omdat de tegenoverstaande tekens uit dezelfde elementen bestaan, te weten med/medi en flor/flora.

IEFBE 2998

Benelux- en Uniemerk nietig vanwege beschrijvend karakter

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 31 okt 2019, IEFBE 2998; A/18/02147 (Omega Pharma tegen Ceres Pharma), http://www.ie-forum.be/artikelen/benelux-en-uniemerk-nietig-vanwege-beschrijvend-karakter

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 31 oktober 2019, IEFbe 2998, IEF 18852; A/18/02147 (Omega Pharma tegen Ceres Pharma) Vonnis inzake Benelux- en Uniemerken. Omega Pharma, het bedrijf achter XL-S Medical, verwijt als eisende partij dat Ceres Pharma inbreuk pleegt op haar merken door het gebruiken van het teken X-Slim en XSlim. Ceres Pharma stelt op haar beurt dat het woord- en beeldmerk XL>S nietig verklaard moet worden vanwege het beschrijvende karakter ervan. Deze tegenvordering van Ceres Pharma wordt gegrond verklaard en heeft tot gevolg dat het woord- en beeldmerk van Omega Pharma “XL>S” nietig is. Omega Pharma heeft naar het oordeel van de rechtbank niet kunnen bewijzen dat er een voldoende mate van bekendheid of inburgering was voor het betreffende merk.

IEFBE 2996

Bevoegdheid rechter bij inbreuk Uniemerk 'waar de inbreuk heeft plaatsgevonden'

HvJ EU - CJUE 5 sep 2019, IEFBE 2996; ECLI:EU:C:2019:674 (AMS Neve tegen Heritage Audio), http://www.ie-forum.be/artikelen/bevoegdheid-rechter-bij-inbreuk-uniemerk-waar-de-inbreuk-heeft-plaatsgevonden

HvJ EU 5 september 2019, IEF 18850, IEFbe 2996; ECLI:EU:C:2019:674 (AMS Neve tegen Heritage Audio) Uitlegging artikel 97, lid 5 van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het (Unie)merk. AMS Neve is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk en produceert/verkoopt audioapparatuur. Heritage Audio is gevestigd in Spanje en verkoopt eveneens audioapparatuur. AMS stapt naar de Intelectual Property and Enterprise Court (merkenrechter Verenigd Koninkrijk) met een vordering wegens inbreuk op een Uniemerk waarvan AMS een exclusieve licentie houdt. Zij menen dat Heritage imitaties van de aan AMS toebehorende Uniemerk te koop hebben aangeboden in het Verenigd Koninkrijk. Het Court of Appeal vraagt uitleg omtrent enkele aspecten met betrekking tot haar bevoegdheid inzake. Nu er reclameuittingen hebben plaatsgevonden die zijn gericht op consumenten en handelaren die zich in het Verenigd Koninkrijk bevinden, is derhalve ook de rechter in deze lidstaat bevoegd kennis te nemen.

IEFBE 2995

Aanbestedingsprocedure distributiefunctie reizigersinformatiesysteem hoeft niet te worden gestaakt

1 nov 2019, IEFBE 2995; ECLI:NL:RBMNE:2019:5093 (Ferranti tegen Provincie Utrecht), http://www.ie-forum.be/artikelen/aanbestedingsprocedure-distributiefunctie-reizigersinformatiesysteem-hoeft-niet-te-worden-gestaakt

Rechtbank Midden-Nederland 1 november 2019; IEF 18848, IT 2953, IEFbe 2995; ECLI:NL:RBMNE:2019:5093 (Ferranti tegen Provincie Utrecht) De Provincie Utrecht en NDOV-DOVA U.A. hebben een Europese aanbestedingsprocedure lopen voor de ontwikkeling, beheer en doorontwikkeling van de distributiefunctie van een dynamisch reizigersinformatiesysteem. Dit systeem geeft via websites, apps en displays op stations en haltes informatie over actuele aankomst- en vertrektijden. De aanbesteding is voorlopig gegund aan Strukton Systems. Ferranti Computer Systems, een Belgische kandidaat in de aanbestedingsprocedure, kan zich niet vinden in deze beslissing. Zij menen dat de procedure onrechtmatig is en moet worden gestaakt. Daarnaast vinden zij dat hun inschrijving onjuist is beoordeeld en dat de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd. Verder ziet een deel van de grieven op de verplichte overdracht van intellectuele eigendomsrechten aan DOVA in geval van gunning. Ferranti wordt op alle punten in het ongelijk gesteld. Wat betreft de overdracht van intellectuele eigendomsrechten, kan niet worden gesteld dat deze eis disproportioneel is, nu er geen aanwijzingen zijn dat DOVA de verkregen informatie van plan is te gebruiken voor de ontwikkeling van een concurrerend product. 

IEFBE 2994

Desinformatie en de democratische rechtsstaat

Op 2 december wordt in Utrecht een paneldiscussie gehouden over 'Desinformatie en de democratische rechtsstaat' geleid door prof. dr. Madeleine de Cock Buning van de Universiteit Utrecht. Wetenschappers, wetgevers en professionals uit de praktijk gaan in discussie.
Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer: vertrouwen in de media en journalistiek, hate speech, content moderatie en vrije meningsuiting en het vertrouwen in de rechtsstaat. Deelname is open voor iedereen en gratis. Wel graag even aanmelden via deze link.

IEFBE 2993

HvJ EU: bevoegdheid rechtbanken omtrent Gemeenschapsmodellen

21 nov 2019, IEFBE 2993; ECLI:EU:C:2019:998http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-bevoegdheid-rechtbanken-omtrent-gemeenschapsmodellen

HvJ EU 21 november 2019, IE 18839; ECLI:EU:C:2019:998 (Bevoegdheid Gemeenschapsmodellen) Antwoord op prejudiciële vraag van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. Met verordening nr. 6/2002, afdeling 2 (“Geschillen ter zake van inbreuk op en geldigheid van Gemeenschapsmodellen”) wordt onder andere gepoogd in iedere lidstaat ‘rechtbanken voor Gemeenschapsmodellen’ te creëren, met als doel een hogere mate van specialisatie te bewerkstelligen. De vraag wordt opgeworpen welke rechterlijke instanties van een lidstaat bevoegd zijn voorlopige en beschermende maatregelen te bevelen voor een Gemeenschapsmodel. Is dit enkel voorbehouden aan de hiervoor genoemde gespecialiseerde rechtbanken, of zijn ook andere gerechten van lidstaten bevoegd? Bij de beantwoording hiervan dient niet alleen rekening te worden gehouden met de bewoording van de bepaling, maar ook met de context en de doelstellingen. Geconcludeerd wordt dat rechtbanken die bevoegd zijn voorlopige of beschermende maatregelen voor nationale modellen te bevelen, ook bevoegd zijn om hetzelfde te doen voor Gemeenschapsmodellen.

IEFBE 2991

Agicoa verplicht tot terugbetaling van 722.000 EUR royalties aan TV Vlaanderen

14 okt 2019, IEFBE 2991; (TV Vlaanderen tegen Agicoa), http://www.ie-forum.be/artikelen/agicoa-verplicht-tot-terugbetaling-van-722-000-eur-royalties-aan-tv-vlaanderen

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 14 oktober 2019, IEFbe 2991; A/15/07211 (TV Vlaanderen tegen Agicoa) Na tussenkomst van het Hof van Justitie in de zaak van TV Vlaanderen tegen de beheersvennootschappen Sabam en Agicoa (HJEU 13 oktober 2011, Airfield, C-431/09 en C-432/09), oordeelde het Hof van Beroep te Brussel op 9 juni 2015 dat TV Vlaanderen contractueel de toestemming had gekregen van de auteursrechthebbenden zodat zij geen bijkomende vergoeding verschuldigd was aan Agicoa voor de satellietuitzendingen van televisieprogramma’s. Daarop stelde TV Vlaanderen een vordering in tot terugbetaling van de royalties die zij in de periode 2007-2010 had betaald als gevolg van het vonnis. 
De rechtbank oordeelt nu dat deze royalties moeten worden terugbetaald, bij gebrek aan oorzaak. Door de vernietiging van het vonnis door het Hof van Beroep is de onderliggende rechtsverhouding waarop de overeenkomst voortbouwt met terugwerkende kracht weggevallen. De beslissende beweegreden voor partijen om tot een overeenkomst te komen is vernietigd en wordt bijgevolg nooit geacht te hebben bestaan, zo stelt de ondernemingsrechtbank. Agicoa wordt veroordeeld tot terugbetaling van 722.000 EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke interesten en de gerechtskosten.

IEFBE 2990

Reclame van EG valt buiten toepassingsgebied geneesmiddelenwet

17 okt 2019, IEFBE 2990; (EG tegen Apotex), http://www.ie-forum.be/artikelen/reclame-van-eg-valt-buiten-toepassingsgebied-geneesmiddelenwet

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 17 oktober 2019, IEFbe 2990; 2019/4980 (EG tegen Apotex) EG is een farmaceutisch bedrijf dat zich toespitst op de ontwikkeling, productie en verkoop van generische geneesmiddelen. EG voerde in diverse media een reclamecampagne om haar bedrijf meer bekendheid te geven.  De reclamecampagne, opgedeeld in verschillende fases (teasing -, reveal - en after gedeelte) zocht antwoord op de vraag: “Wat heeft bijna elke Belg in huis zonder het te weten?”. Het antwoord luidde “EG”.  Daarbij onthulde EG de boodschap “EG – betaalbare geneesmiddelen. Kijk eens thuis bij je rond. De kans is groot dat ook jij EG in huis hebt. Binnenkort vind je de geneesmiddelen van EG in een nieuwe verpakking”.
Apotex, een rechtstreekse concurrent in de sector van de generische geneesmiddelen, verweet EG met haar reclamecampagne reclame te maken voor geneesmiddelen, in strijd met de geneesmiddelenwet en het koninklijk besluit betreffende geneesmiddelenreclame. Ondergeschikt verweet Apotex EG inbreuk te plegen op de algemene regels inzake eerlijke marktpraktijken. Apotex vorderde de staking van de gehele reclamecampagne.
De vorderingen worden afgewezen. De reclame van EG is geen productreclame, maar bedrijfs- of institutionele reclame. Dit valt buiten het toepassingsgebied van de geneesmiddelenwet en het koninklijk besluit betreffende geneesmiddelenreclame.

IEFBE 2987

Nietigheid ABC wegens niet-dienstbaarheid aan basisoctrooi

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 26 feb 2019, IEFBE 2987; (Gilhead Sciences tegen Sandoz), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietigheid-abc-wegens-niet-dienstbaarheid-aan-basisoctrooi

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 26 februari 2019, IEFbe 2987, LS&R 1756; A/17/02864 (Gilead Sciences tegen Sandoz) Gilead Sciences is een biofarmaceutisch bedrijf dat tenofovir disoproxil en emtricitabine gecombineerd commercialiseert onder de naam Truvada. Dit geneesmiddel wordt gebruikt ter behandeling van HIV. Gilead Sciences is houdster van een octrooirecht ten aanzien van Truvada. Tevens bezit Gilead Sciences een aanvullend beschermingscertificaat dat ziet op Truvada. Sandoz is een Belgische onderneming die generieke geneesmiddelen commercialiseert. Sandoz is voornemens een generiek combinatieproduct met de actieve bestanddelen tenofovir disoproxil en emtricitabine op de Belgische markt te brengen. Gilead Sciences is het hiermee niet eens en eist staking van de distributie en elke andere verspreiding of inbreuken op het octrooi en het aanvullende beschermingscertificaat door Sandoz. Gilead wordt in dit geschil in het ongelijk gesteld, gezien met betrekking van Truvada niet is voldaan aan de tweeledige voorwaarde, voortvloeiende uit het Teva-arrest. De combinatie van werkzame stoffen (emtricitabine en tenofovir disoproxil) valt in het licht van de beschrijving noch noodzakelijkerwijs onder de uitvinding waarvoor het octrooi geldt, noch kunnen emtricitabine en tenofovir disoproxil worden geïdentificeerd in het licht van alle door het basisoctrooi bekendgemaakte gegevens.

IEFBE 2989

Gerecht van forumkeuze beslist eerst over aanvaarding van forumkeuzebeding

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 6 nov 2019, IEFBE 2989; (Dataprovider tegen Kapitol), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-van-forumkeuze-beslist-eerst-over-aanvaarding-van-forumkeuzebeding

Rechtbank Amsterdam 6 november 2019, IEF 18817, IT 2942, IEFbe 2989; (Dataprovider tegen Kapitol) Dataprovider is een Nederlands bedrijf dat informatie op internet indexeert en structureert door middel van een robot die websites afspeurt op zoek naar bruikbare gegevens. De datasets die hiermee worden verzameld worden vervolgens aangeboden aan haar klanten. Kapitol (handelend onder de naam Infobel) exploiteert online telefoongidsen. Op de website www.infobel.com worden contactgegevens van ondernemingen en personen beschikbaar gesteld. In de algemene voorwaarden van Kapitol staat dat een zakelijke gebruiker per dag 100 keer gegevens mag opvragen en dat vanaf de 101ste opvraag een bedrag in rekening zal worden gebracht. Verder staat in diezelfde algemene voorwaarden een forumkeuze voor de rechtbank te Brussel.

IEFBE 2988

Heroeping inzake afgewezen beroep nietigverklaring merk is geldig

HvJ EU - CJUE 31 okt 2019, IEFBE 2988; ECLI:EU:C:2019:916 (Repower tegen EUIPO/repowermap.org), http://www.ie-forum.be/artikelen/heroeping-inzake-afgewezen-beroep-nietigverklaring-merk-is-geldig

HvJ EU 31 oktober 2019, IEF 18815, IEFbe 2988; ECLI:EU:C:2019:916 (Repower tegen EUIPO/repowermap.org) Repower heeft het woordmerk “Repower“ laten inschrijven bij het EUIPO. Vervolgens heeft repowermap.org als interveniënte een vordering tot nietigverklaring van het litigieuze merk ingesteld. Volgens interveniënte mist het merk onderscheidend vermogen voor alle door dit merk aangeduide waren en diensten. Het EUIPO wijst de vordering toe. Beroep tegen de nietigverklaring wordt afgewezen. Vervolgens heeft het EUIPO het besluit tot afwijzing van het beroep herroepen wegens ontoereikende motivering. De kamer van beroep beoogde daarmee om het onderscheidend vermogen van het litigieuze merk nog een keer te analyseren. Vervolgens is tegen deze herroeping is door Repower beroep ingesteld bij het Gerecht. Dit beroep is in eerste aanleg in zijn geheel verworpen, omdat aan de voorwaarden van de toepassing van het algemene rechtsbeginsel dat de intrekking van onrechtmatige bestuurshandelingen toestaat, was voldaan. De vergissing van de kamer van beroep bij de keuze van de rechtsgrondslag rechtvaardigde de vernietiging van de litigieuze beslissing niet. In het onderhavige geschil is hoger beroep ingesteld tegen de genoemde uitspraak van het Gerecht. Repower is in deze zaak in het ongelijk gesteld. Volgens het Hof is het besluit tot afwijzing namelijk geldig herroepen.