IEFBE 2983

Prejudiciële vragen: is artistieke vrijheid een geldige reden?

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 14 okt 2019, IEFBE 2983; (Hennessy tegen Cedric Art), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-is-artistieke-vrijheid-een-geldige-reden

Benelux Gerechtshof 14 oktober 2019, IEF 18795, IEFbe 2983; A 2018/1/8 (Hennessy tegen Cedric Art) Hennessy houdt zich wereldwijd bezig met het produceren en verhandelen van champagnewijnen, waaronder de Dom Pérignon. De fles kenmerkt zich door een lange hals met een schildvormig etiket met daarop de naam Dom Pérignon. Voor deze vormgeving deed Hennessy destijds een beroep op kunstenaar Andy Warhol. Hennessy is houdster van de merkrechten betreffende deze vormgeving. Cédric Peers is kunstenaar en verkent in zijn werken de grenzen tussen marketing en kunst. In zijn schilderijen zijn de Don Pérignon-merken duidelijk identificeerbaar of er is sprake van speelse variaties op deze merken, waarbij de werken een ironiserende en soms ook erotische inslag hebben.

IEFBE 2981

Prejudiciële vragen over termijn bij vervallenverklaring Uniemerk

HvJ EU - CJUE 6 jun 2019, IEFBE 2981; (Husqvarna tegen Lidl E-Commerce), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-termijn-bij-vervallenverklaring-uniemerk

HvJ EU 6 juni 2019, IEF 18791, IEFbe 2981; C-607/19 (Husqvarna tegen Lidl E-Commerce) Via MinBuza Husqvarna produceert gereedschappen voor tuinonderhoud. Zij is houdster van het merk dat in de kleuren oranje-grijs-lichtgrijs is aangevraagd voor de waar ´Bewässerungsspritze´. Het door Husqvarna verkochte sproeitoestel komt overeen met het litigieuze merk. Verweerster, een vennootschap van het Lidl-concern, bood in haar online-winkel een spiraalslang-set aan. Husqvarna beweert dat hierdoor inbreuk is gemaakt op haar merkrecht en heeft staking, alsmede schadevergoeding en vergoeding van de aanmaningskosten, gevorderd. Verweerster heeft daarentegen in reconventie doorhaling van het litigieuze merk geëist omdat het merk volgens haar is vervallen doordat het minmaal vijf jaar niet is gebruikt. Nadat de vorderingen van Husqvarna in hoger beroep werden afgewezen en de reconventionele vorderingen werden toegewezen, is een procedure bij de Duitse Bundesgerichtshof gestart. Deze verwijzende rechter wenst nog meer duidelijk over de uitleg en betekenis van het Unierecht in deze zaak ten aanzien van de berekening van het termijn voor vervallenverklaring van het merk, alsmede de vraag wat het doorslaggevende tijdstip is.

IEFBE 2980

Nieuw model van Porsche is niet nieuw

6 jun 2019, IEFBE 2980; (Porsche tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/nieuw-model-van-porsche-is-niet-nieuw

Gerecht 6 juni 2019, IEF 18789, IEFbe 2980; T-209/18 (Porsche tegen EUIPO) Het geschil is ontstaan naar aanleiding van het verzoek tot nietigverklaring van de inschrijving van het gemeenschapsmodel van Porsche bij het EUIPO. Volgens de indiener van dit verzoek, Autec, was het litigieuze model noch nieuw, noch had het een eigen karakter. Het litigieuze model zou zich niet merkbaar onderscheiden van andere modellen van het autotype 'Porsche 911'. Het EUIPO had het verzoek van Autec toegewezen en het model nietig verklaard. Volgens het EUIPO staat het bestaan van het model van de oudere serie van het autotype 'Porsche 911' reeds in de weg aan het eigen karakter van het model van de nieuwe serie van deze zelfde auto. Porsche tracht hiertegen in rechte op te treden op de grond dat de algemene indruk van het litigieuze model bij de geïnformeerde gebruiker van dit type auto verschilt van de indruk die wordt gewekt door het oudere model. De twee conflicterende modellen zouden zich door hun uiterlijke verschijningsvorm onderscheiden, waardoor het litigieuze model wel degelijk een eigen karakter zou hebben, aldus Porsche. In dit geval heeft het EUIPO objectief rekening gehouden met alle verschillen tussen de conflicterende modellen en kon het EUIPO tot de slotsom komen dat verschillen te zwak waren om de bij de geïnformeerde gebruiker algemene indruk aanmerkelijk te beïnvloeden. Deze indruk wordt ook volgens het Gerecht gevormd door de wezenlijke kenmerken van de modellen.

IEFBE 2979

Inloggen app betekent niet dat bedrijfsgeheimen zijn getoond

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 16 okt 2019, IEFBE 2979; (Jas tegen A en Crane), http://www.ie-forum.be/artikelen/inloggen-app-betekent-niet-dat-bedrijfsgeheimen-zijn-getoond

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 16 oktober 2019, IEFbe 2979; A/19/04068 (Jas tegen A en Crane) Dhr. A was werknemer van Jas totdat hij ontslag nam. Jas en A kwamen overeen dat de arbeidsprestaties per 8 maart een einde zouden nemen. Eind maart heeft A een arbeidsovereenkomst bij Crane ondertekend. Crane is een concurrent van A. In de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst met Jas heeft A over een toegangsrecht tot de applicatie 'Zoho' beschikt. Zoho is een webgebaseerd online CRM-kantoorpakket met tekstverwerking, databases, notities, wiki’s, webconferenties, enzovoort. De Zoho-app was gevoed met bedrijfsgegevens van Jas. Op 1 maart heeft A vanuit de kantoren van Crane ingelogd in de Zoho-applicatie. Volgens Jas zijn hierbij bedrijfsgeheimen getoond aan Crane. Ten minste zou hier sprake zijn van oneerlijke concurrentie. Hiervan is echter in deze zaak geen sprake: ookal is de informatie wellicht bedrijfsgevoelig, blijkt nergens uit dat de informatie, ware zij publiek, een andere handelswaarde zou hebben. Ook is geen sprake van oneerlijke concurrentie. Dit omdat niet is aangetoond dat Crane contact heeft opgenomen met A (en niet andersom). Er is dus onvoldoende bewezen om te kunnen constateren dat er sprake is van onrechtmatige afwerking.

IEFBE 2978

Geen merkenrecht puzzelkubus op grond van technisch doel

HvJ EU - CJUE 24 okt 2019, IEFBE 2978; ECLI:EU:T:2019:765 (Rubik's Brand tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-merkenrecht-puzzelkubus-op-grond-van-technisch-doel

Gerecht EU 24 oktober 2019, IEF 18785, IEFbe 2978; ECLI:EU:T:2019:765 (Rubik's Brand tegen EUIPO) Na een verwerping van een verzoek tot nietigverklaring van de merkinschrijving van de Rubik's kubus en verwerping door het Hof, heeft het Gerecht de twee beschikkingen opgeheven, omdat ook de kenmerken die van buiten niet zichtbaar zijn in aanmerking hadden moeten worden genomen bij de beantwoording van de vraag of de inschrijving op grond van de technische functionaliteit moet worden afgewezen. Het EUIPO kwam in een nieuwe beslissing tot de conclusie dat de vorm niet als Uniemerk had mogen worden ingeschreven, omdat elk van de essentiële kenmerken van de vorm noodzakelijk zijn om het technisch effect te verwezenlijken. Het technische effect wordt bereikt doordat de rijen met kleine, verschillend gekleurde dobbelstenen, welke samen een grote dobbelsteen vormen, verticaal en horizontaal kunnen worden gedraaid totdat elke kant van de grote dubbelsteen dezelfde kleur heeft. Het bestreden merk is daarmee in strijd met Unierecht, omdat de essentiële kenmerken allemaal een technische functie dienen. Het Gerecht heeft dat in deze zaak bevestigd en geoordeeld dat het doel van het spel inhoudt een driedimensionale puzzel in vorm van een dubbelsteen met verschillend gekleurde kanten weer te reproduceren. Dit doel word gefaciliteerd door de technische kenmerken.

IEFBE 2976

Merkinbreuk door gebruik tekens zonder toestemming

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 26 sep 2019, IEFBE 2976; (Traxxas tegen JSP), http://www.ie-forum.be/artikelen/merkinbreuk-door-gebruik-tekens-zonder-toestemming

Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel 26 september 2019, IEFbe 2976; (Traxxas tegen JSP) Traxxas is een Amerikaanse producent die radiogeleide of telegeleide voertuigen en accessoires, zoals elektrische connectoren, aanbiedt. JSP houdt zich bezig met de verdeling van radiografisch gestuurd modelspeelgoed in Europa. Zij verdeelt verschillende merkproducten in de sector van telegeleide modelbouw in de Benelux en daarbuiten. JSP verdeelde verschillende producten die zij aan had gekocht bij Traxxas in het kader van een mondelinge, niet-exclusieve distributieovereenkomst van onbepaalde duur. Er is een geschil ontstaan over de beëindiging van die distributierelatie door Traxxas en de intellectuele eigendomsrechten van partijen. Traxxas is houdster van verschillende internationale merken, waaronder het woord- en beeldmerk TRX4, en van een octrooi voor een 'Elektrisch verbindingssamenstel'. Traxxas verwijt JSP o.a. merkinbreuk te plegen door zonder haar toestemming originele Traxxas connectoren te verhandelen met het opschrift 'TRX'. Wat de merkinbreuk betreft is niet bewezen geacht dat Traxxas afstand zou hebben gedaan om zich tegen het gebruik van haar merken door JSP te verzetten. Wat de modellen betreft, is onvoldoende gebleken of de connectoren bij normaal gebruik zichtbaar blijven wanneer zij verwerkt zijn in een modelauto en of er andere zichtbare kenmerken zijn die aan de voorwaarden inzake nieuwheid en een eigen karakter voldoen. Omdat de merkinbreuk een onrechtmatig voordeel voor JSP kan opleveren, is tevens sprake van misleidende handelspraktijken.

IEFBE 2973

Benelux-Gerechtshof bevestigt weigering BOIP in eerste beroepszaak

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 okt 2019, IEFBE 2973; (Bimbo tegen BOIP), http://www.ie-forum.be/artikelen/benelux-gerechtshof-bevestigt-weigering-boip-in-eerste-beroepszaak

Benelux Gerechtshof 18 oktober 2019, IEF 18777, IEFbe 2973; C 2018/7 (Grupo Bimbo tegen BOIP) Merkenrecht. Grupo Bimbo heeft een Benelux aanvraag ingediend voor het woordmerk THINS voor diverse voedingsmiddelen in de klassen 29 en 30. Deze aanvraag is door het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP) gedeeltelijk geweigerd, omdat het een courante aanduiding is die beschrijvend is voor voedingsmiddelen die in een dunne variant op de markt (kunnen) worden gebracht. Grupo Bimbo heeft beroep ingesteld tegen de definitieve gedeeltelijke weigering van BOIP. Het is daarmee de allereerste beroepszaak tegen een beslissing tot weigering op absolute gronden sinds de instelling van het BenGH als beroepsinstantie in eerste aanleg. Het BenGH verwerpt het beroep en bevestigt de beslissing van BOIP.

IEFBE 2971

HvJ EU: Red Bull opnieuw in ongelijk gesteld

HvJ EU - CJUE 29 jul 2019, IEFBE 2971; ECLI:C:2019:641 (Red Bull tegen EUIPO/ Marques/ Optimum Mark), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-red-bull-opnieuw-in-ongelijk-gesteld

HvJ EU 29 juli 2019, IEF 18766, IEFbe 2971; ECLI:C:2019:641 (Red Bull tegen EUIPO/ Marques/ Optimum Mark) Red Bull heeft een merkaanvraag ingediend voor de combinatie van twee kleuren voor de energiedranken van Red Bull. De aangevraagde bescherming betreft de kleuren blauw en zilver, waarbij de verhouding ongeveer 50/50 bedraagt. De merken zijn, nadat ze op grond van het door het gebruik ontstaan onderscheidend vermogen werden ingeschreven, op 9 oktober 2013 nietig verklaard door de nietigheidsafdeling van het EUIPO en op verzoek van Optimum Mark. Red Bull heeft hiertegen beroep ingesteld bij de kamer van beroep van het EUIPO. Volgens de kamer van beroep voldeed de grafische voorstelling van de litigieuze merken niet aan de vereisten van nauwkeurigheid en duurzaamheid. De litigieuze merken lieten immers de schikking van twee kleuren volgens tal van verschillende combinaties, met een zeer verschillende totaalindruk, toe. Het Gerecht EU oordeelde dat de kleurenmerkcombinatie van Red Bull nietig is nu het tal van verschillende combinaties toelaat [IEF 17315, IEFbe 2415]. Red Bull wordt opnieuw in het ongelijk gesteld. De eerste vier middelen in hogere voorziening zijn afgewezen: i) schending van de beginselen van gelijke behandeling en evenredigheid in de context van artikel 4 en artikel 7, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009; ii) schending van artikel 4 en artikel 7, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009; iii) schending van het vertrouwensbeginsel; iiii) schending van het evenredigheidsbeginsel. Het vijfde middel  -  schending van artikel 134, lid 1, en artikel 135 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht - wordt niet-ontvankelijk verklaard.

IEFBE 2975

Merkinbreuk en vergelijkende reclame Cubilis

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 16 okt 2019, IEFBE 2975; (Stardekk tegen Roomraccoon), http://www.ie-forum.be/artikelen/merkinbreuk-en-vergelijkende-reclame-cubilis

Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) 16 oktober 2019, IEFbe 2975; A/19/03981 (Stardekk tegen Roomraccoon) Merkenrecht. Vergelijkende reclame. Stardekk commercialiseert een softwarepakket Cubilis voor hotels en restaurants en is houder van dat merk. Roomraccoon commercialiseert een softwarepakket Roomracoon, gericht op dezelfde markt en met vergelijkbare functionaliteiten. Op de website wordt meerdere malen verwezen naar Cubilis, in die zin dat Roomraccoon een alternatief is voor Cubilis. Ook in de broncode van de webpagina komt meerdere malen Cubilis terug. Stardekk vordert dat sprake is van inbreuk op haar merkenrecht en vergelijkende reclame. Volgens de rechtbank is sprake van merkinbreuk op grond van de BVIE en vergelijkende reclame op grond van de WER.

IEFBE 2974

Prejudiciële vragen: inbreuk auteursrecht door overleggen foto aan rechter?

HvJ EU - CJUE 16 okt 2019, IEFBE 2974; (BY tegen CX), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-inbreuk-auteursrecht-door-overleggen-foto-aan-rechter

HvJ EU 16 oktober 2019, IEF 18772, IEFbe 2974; C-637/19 BY (BY tegen CX) Auteursrecht. Via MinBuza: CX en BY zijn twee particulieren met elk een eigen website. In een andere zaak heeft CX een kopie van een tekstpagina met een foto van de website van BY, dienende als bewijsstuk, aan de rechter overgelegd. Volgens BY is die foto auteursrechtelijk beschermd en heeft CX inbreuk gemaakt op dat auteursrecht. BY vordert om deze reden schadevergoeding. De rechter, voor wie de zaak in eerste aanleg aanhangig was, heeft vastgesteld dat het feit dat de foto was overgelegd aan de rechter, ertoe heeft geleid dat het algemeen toegankelijk is op grond van de Zweedse grondwettelijke bepalingen inzake openbaarheid van documenten. Volgens de rechter in eerste aanleg had CX daarmee de foto gedistribueerd in de zin van de wet op het auteursrecht, echter is volgens hem geen schade geleden door BY en hij wees de vordering af. BY heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter (zie C-637/19). Voor de verwijzende rechter bestaat onduidelijkheid ten aanzien van de vraag of een rechter moet worden beschouwd als het publiek in de zin van de richtlijn auteursrecht. Om deze reden verzoekt de verwijzende rechter om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

IEFBE 2972

Vraag over artistieke vrijheid als geldige reden gebruik merk

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 22 okt 2019, IEFBE 2972; (Hennessy tegen Cedric Art), http://www.ie-forum.be/artikelen/vraag-over-artistieke-vrijheid-als-geldige-reden-gebruik-merk

Benelux Gerechtshof 13 februari 2019, IEFbe 2972; Zaak A2018/1/8 (Hennessy tegen Cedric Art) Merkenrecht. Hennessy is wereldwijd actief in de productie en verhandeling van verschillende champagnewijnen, waaronder Dom Pérignon en brengt deze champagnewijnen op de markt in kenmerkende buikachtige flessen met lange hals en met de typische aankleding bestaande uit een schildvormig etiket met drie punten. Cédric is kunstenaar. Zijn stijl is popart. Deze kunststroming haalt haar beelden uit de consumptiemaatschappij. De kunstenaar stelt een collectie tentoon op zijn website en biedt deze te koop aan onder de naam Damn Perignon Collection. De zaak wordt aangehouden totdat het Benelux Gerechtshof uitspraak zal hebben gedaan over de prejudiciële vraag die luidt: 'Kan de vrijheid van meningsuiting, en de artistieke vrijheid in het bijzonder, zoals gewaarborgd door artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en artikel 11 van het Handvest van de Grondrechten van de EU, een 'geldige reden' uitmaken in de zin van artikel 2.20.1.d) van het Benelux Verdrag inzake de lntellectuele Eigendom?

IEFBE 2970

Studiedag AIPII Belgium

Beste leden,

Wij nodigen u van harte uit voor onze jaarlijkse studiedag op donderdag 21 november 2019. Het thema is: Contracten, Arbitrage, Bemiddeling, Artificiële intelligentie en Intellectuele Eigendom – Gekruiste inzichten uit de academische, publieke en private milieus.

Uitnodiging, programma en inschrijvingsformulier

Wij kijken alvast uit naar uw aanwezigheid!

Voel u vrij deze informatie te delen met uw collega’s en contacten!

Met vriendelijke groeten,
André Clerix, BNVBIE / ANBPPI en Dominique Kaesmacher, AIPPI Belgium

 

IEFBE 2969

'Nieuwe beperking' gerechtvaardigd door voorkoming identiteits- en documentfraude

3 okt 2019, IEFBE 2969; http://www.ie-forum.be/artikelen/nieuwe-beperking-gerechtvaardigd-door-voorkoming-identiteits-en-documentfraude

HvJ EU 3 oktober 2019, IT 2907; IEFbe 2969; ECLI:EU:C:2019:823 (Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen A, B en P)  Namens twee Turkse onderdanen, A en B, zijn aanvragen ingediend inzake een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst dan wel voor gezinshereniging in Nederland. De staatssecretaris heeft de aanvragen ingewilligd onder de voorwaarde dat A en B biometrische gegevens afstaan, met name een opname van gezicht en vingerafdrukken. A en B hebben hieraan meegewerkt en de verzochte machtigingen gekregen. P, de echtgenote van B, is woonachtig in Nederland en heeft zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit. A, B en P hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit (de voorwaarde) van de staatssecretaris.

Een nationale regeling die voorziet in het afnemen, vastleggen en bewaren van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen in een centraal bestand vormt een “nieuwe beperking" in de zin van artikel 7 van besluit nr. 2/76 en artikel 13 van besluit nr. 1/80. Een dergelijke beperking is verboden, tenzij de beperking om dwingende reden van algemeen belang gerechtvaardigd is. Aangezien de regeling in kwestie een legitiem doel nastreeft en geschikt is om dat doel te bereiken, rijst de vraag of in het onderhavige geval het afnemen, vastleggen en bewaren van biometrische gegevens onder de 'nieuwe beperking' valt en zo ja, of deze evenredig is aan het nagestreefde doel. Er is wel degelijk sprake van een 'nieuwe beperking'. Deze is echter gerechtvaardigd door het doel document- en identiteitsfraude te voorkomen en te bestrijden.

Prejudiciële antwoorden:

70      Gelet op een en ander moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus moet worden uitgelegd dat een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf aan onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat hun biometrische gegevens worden afgenomen, vastgelegd en bewaard in een centraal bestand, een „nieuwe beperking” in de zin van die bepaling vormt. Die beperking wordt echter gerechtvaardigd door het doel om identiteits- en documentfraude te voorkomen en te bestrijden.

[…]

73      In dat verband zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak de rechtvaardiging van een verzoek om een prejudiciële beslissing niet is gelegen in het formuleren van rechtsgeleerde adviezen over algemene of hypothetische vraagstukken, maar in de behoefte aan de werkelijke beslechting van een geschil dat verband houdt met het Unierecht (arrest van 21 december 2016, Tele2 Sverige en Watson e.a., C‑203/15 en C‑698/15, EU:C:2016:970, punt 130 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

74      In casu blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regeling in wezen bepaalt dat het beschikbaar stellen van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen, aan derden met het oog op het opsporen en vervolgen van strafbare feiten alleen is toegestaan wanneer het gaat om strafbare feiten waarvoor een maatregel van voorlopige hechtenis kan worden opgelegd, wanneer op zijn minst het vermoeden bestaat dat een onderdaan van een derde land een dergelijk strafbaar feit heeft gepleegd.

75      Uit de verwijzingsbeslissing blijkt echter niet dat A en B ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd en dat hun biometrische gegevens aan derden beschikbaar zijn gesteld op grond van artikel 107, leden 5 en 6, van de Vreemdelingenwet. Overigens heeft de Nederlandse regering ter terechtzitting voor het Hof bevestigd dat de biometrische gegevens van A en B niet zijn gebruikt in strafrechtelijke procedures.

76      Derhalve dient de tweede prejudiciële vraag niet-ontvankelijk te worden verklaard.

77      Aangezien de tweede vraag niet-ontvankelijk is verklaard, behoeft de derde vraag niet te worden beantwoord.

Prejudiciële vragen:

31 Daarop heeft de Raad van State de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

1) a) [Moet] artikel 7 van besluit nr. 2/76 onderscheidenlijk artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus worden uitgelegd dat deze bepalingen zich niet
    verzetten tegen een nationale regeling die voorziet in het algemeen verwerken en bewaren van biometrische gegevens van onderdanen van derde
    landen, waaronder Turkse onderdanen, in een bestand in de zin van artikel 2, aanhef en onder a) en b), van richtlijn [95/46], omdat deze nationale 
    regeling niet verder gaat dan nodig is voor het verwezenlijken van het met deze regeling nagestreefde legitieme doel om identiteits‑ en 
    documentfraude te voorkomen en bestrijden? 

    b) Is daarbij van belang dat de duur van het bewaren van de biometrische gegevens is gekoppeld aan de duur van het legale en/of illegale verblijf 
    van onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen?

2) Moet artikel 7 van besluit nr. 2/76 onderscheidenlijk artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling geen beperking in de zin van deze bepalingen vormt, indien het effect van de nationale regeling op de toegang tot de werkgelegenheid, als bedoeld in deze bepalingen, te onzeker en indirect is om te kunnen aannemen dat deze toegang wordt belemmerd?

3)  a) Indien het antwoord op vraag 2 is dat een nationale regeling die het mogelijk maakt de biometrische gegevens van onderdanen van derde 
     landen, waaronder Turkse onderdanen, uit een bestand aan derden beschikbaar te stellen met het oog op voorkomen, opsporen en onderzoeken 
     van – al dan niet terroristische – misdrijven een nieuwe beperking is, moet artikel 52, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 7 en artikel 8 van
     het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dan aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een dergelijke nationale
     regeling?

     b) Is daarbij van belang dat deze onderdaan op het moment dat hij als verdachte van een misdrijf is aangehouden het verblijfsdocument, waarop 
     zijn biometrische gegevens zijn opgeslagen, bij
     zich heeft?”

IEFBE 2968

Handhaving geschillen auteursrecht en contractuele aansprakelijkheid is aan nationale wetgever

HvJ EU - CJUE 12 sep 2019, IEFBE 2968; (IT Development tegen Free Mobile), http://www.ie-forum.be/artikelen/handhaving-geschillen-auteursrecht-en-contractuele-aansprakelijkheid-is-aan-nationale-wetgever

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18757, IT 2905, IEFbe 2968;C‑666/18 (IT Development tegen Free Mobile) Free Mobile is aanbieder van mobiele telefonie en licentiehouder van het computerprogramma “ClickOnSite“. Het auteursrecht van “ClickOnSite“ berust bij de vennootschap IT Development. De licentiehouder heeft zonder toestemming van de auteursrechthebbende wijzigingen in het computerprogramma aangebracht. De houder van het auteursrecht op dat computerprogramma heeft de licentiehouder vervolgens gedagvaard. De vordering in eerste aanleg was gebaseerd op de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en werd afgewezen. De Franse  appelrechter twijfelt of de gedraging van geïntimeerde een inbreuk op het op het programma rustende auteursrecht vormt ofwel een tekortkoming in de nakoming vormt. Naar Frans recht kan een vordering uit onrechtmatige daad slechts worden ingesteld indien tussen partijen geen contractsverhouding bestaat.

IEFBE 2965

Belgisch 'Hotel Julien' tegen Nederlands 'Hotel Julien': geen verwarringsgevaar

Antwerpen - Anvers 12 sep 2019, IEFBE 2965; (Morilo tegen Hotel Julien), http://www.ie-forum.be/artikelen/belgisch-hotel-julien-tegen-nederlands-hotel-julien-geen-verwarringsgevaar

Hof van beroep Antwerpen 12 september 2019, IEF 18751, IEFbe 2965; 2018/AR/2322 (Morilo tegen Hotel Julien) Morilo baat een hotel uit Antwerpen dat grote bekendheid heeft verworven onder de naam Hotel Julien. Morilo is houdster van de domeinnaam hotel-julien.com. Het hotel is genoemd naar de zoon van de zaakvoerster van Morilo. Eind maart 2018 vernam Morilo dat in Den Bosch een nieuw hotel zou komen onder de naam Hotel Julien. Hotel Julien registreerde voor haar nieuw hotel onder meer de domeinnaam hoteljulien.nl. Zij dankt haar naam aan de voornaam van de architect van het gebouw. Tevens heeft zij het Benelux woordmerk 'Hotel Julien' gedeponeerd. Morilo acht dit een inbreuk op haar handelsnaamrecht en stelt dat sprake is van verwarring die is gecreëerd doordat het nieuwe hotel exact dezelfde naam gebruikt voor hetzelfde type hotel. In het algemeen wordt aangenomen dat het handelsnaamrecht is geschonden, indien sprake is van een gevaar voor verwarring. In het onderhavige geval is er geen sprake van verwarringsgevaar. Evenmin is er sprake van misleidende reclame. Hiermee is het vonnis in eerste aanleg bevestigd.

IEFBE 2966

Geen inbreuk handelsnaamrecht wegens plaatsgebonden functie van hotels

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 31 okt 2018, IEFBE 2966; (Morilo tegen Hotel Julien), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-inbreuk-handelsnaamrecht-wegens-plaatsgebonden-functie-van-hotels

Rechtbank van Koophandel Antwerpen, afdeling Antwerpen 31 oktober 2018, IEF 18752, IEFbe 2966; A/18/3581 (Morilo tegen Hotel Julien) Morilo baat een hotel uit met de naam Hotel Julien in Antwerpen. Morilo stelt dat Hotel Julien inbreuk heeft gemaakt op haar handelsnaamrecht door het gebruik van 'Hotel Julien' voor een hotel in Den Bosch. Daarnaast zou sprake zijn van oneerlijke handelspraktijken. Morilo vordert staking van het gebruik van de naam 'Hotel Julien' en de inlassing van een melding van dit verbod op de website van Hotel Julien. In casu is noch voor wat betreft de genoemde handelsnaam, noch ten aanzien van de eerlijke marktpraktijken, inbreuk gepleegd. Hotels vervullen namelijk per definitie een plaatsgebonden functie. Bijgevolg is geen sprake van verwarringsgevaar. 

IEFBE 2963

Inbreuk op Jaguar en Land Rover door gebruik beeld- en woord-merk

27 jun 2019, IEFBE 2963; (JLR tegen Minerva), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-op-jaguar-en-land-rover-door-gebruik-beeld-en-woord-merk

Voorzitter van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 27 juni 2019, IEF 1874, IEFbe 2963; A/18/02888, (JLR tegen Minerva) JLR is een Britse producent van gezin-, sport-, en terreinwagens onder de merken Jaguar en Land Rover. JLR is titularis van een groot aantal merken die zijn ingeschreven voor voertuigen. In het bijzonder hebben deze betrekking op het woord Jaguar en de afbeelding van een springende jaguar. Minerva is een Belgische groothandelaar van fietsen en fietsuitrustingen, die actief is in een vijftiental landen. Minerva heeft fietsen op de markt gebracht onder het teken Jaguar. Het teken bestaat uit het woord Jaguar én het beeld van een sluipende panter, waarvan door Minerva oorspronkelijk was toegezegd dat het niet zou worden gebruikt. Het gebruik van het gewraakte complexe teken - directe combinatie van het woord Jaguar en het beeld van een jaguar -  door Minerva vormt in het economische verkeer een schending van de merkenrechten van JLR. Dit omdat sprake is van een onderscheidend vermogen en verwarringsgevaar bij het relevante publiek.

IEFBE 2964

ALAI European Author’s Right Award

ALAI European Author’s Right Award

In the spirit of inspiring the next generation of Intellectual Property experts, ALAI, with the support of GESAC, have launched an annual award for students.

The award, which ran its first edition in 2019, rewards the writer of the best essay that relates to authors’ rights. The essay should have a European dimension and include aspects related to the collective management of authors’ rights.

Students of all nationalities are welcome to apply. See here for the full eligibility criteria and prize details (French version).

This year’s winner will be selected by the following expert jury presided over by Prof. Frank Gotzen, President of ALAI:

  • Caroline Bonin, Head of Legal Affairs, SACEM
  • Gábor Faludi, outside Counsel for  Artisjus
  • Paul Torremans, Professor of Intellectual Property Law, University of Nottingham
  • Raquel Xalabarder, Catedràtica de Propietat Intel·lectual, Universitat Oberta de Catalunya

 

Timeline

17 November 2019

Deadline for students to write 1-page abstract on their essay

1 December 2019
Editorial Committee selects max. 10 abstracts that are eligible for the award

16 February 2020
Deadline for students to submit their essay into the designated format

1 April 2020
Editorial Committee selects winner(s)

Place and date TBC
Award ceremony

Application forms (French version), abstracts, essays and questions can be sent to alai.award@gesac.org.

ALAI is an independent learned society dedicated to studying and discussing legal issues arising in connection with the protection of the interests of creative individuals. Copyright and performing artists’ rights are today an integral part of fundamental human rights as enshrined in several international conventions, declarations and charters.