DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op maandag 8 mei 2017
IEFBE 2156

Bijdrage ingezonden door  Thierry van Innis, Van Innis & Delarue.

Thierry van Innis - De afmetingen van een model!

Noot bij Hof van Beroep Brussel 14 maart 2017, IEFbe 2147(Vasco voorheen The Heating Company tegen Quin/Sabi Therm) Bij een vluchtige lezing lijkt het dat dit arrest het Unierecht , zoals door het Hof van Justitie uitgelegd, op heldere en overtuigende wijze toepast.

Het maakt echter onder punt 24 de fout het wettelijk begrip van ‘model’ te verwarren of te vereenzelvigen met het wettelijk begrip van ‘voortbrengsel’, door gewag te maken van welbepaalde afmetingen die de conflicterende modellen van radiatoren zouden vertonen, door tevens radiatoren met elkaar te vergelijken i.p.v. hun conflicterende modellen en het dan te hebben over de ‘onvolmaakte herinnering’ van de geïnformeerde koper van radiatoren.

Immers, een model is het uiterlijk van een voortbrengsel en dus niet het voortbrengsel waarin het is of kan worden belichaamd. Het heeft dus uiteraard geen afmetingen, geen gewicht, geen materie, geen kostprijs.

Als immaterieel object heeft het echter welbepaalde onderlinge proporties tussen al zijn visuele kenmerken.

Het is, kortom, een ‘corpus mysticum’ en niet het ‘corpus mechanicum’ waarin of waarop het is belichaamd of toegepast.

En dit geldt vanzelfsprekend zowel voor het ter bescherming ingeroepen model als voor het aangevochten.

Wat tenslotte de door de geïnformeerde gebruiker gemaakte vergelijkingen aangaat, leert punt 55 van het arrest Pepsi in de zaak C-281/10 dat, in strijd met het arrest van het hof van beroep, deze persoon geacht moet worden de conflicterende modellen rechtstreeks met elkaar te vergelijken, tenzij “een dergelijke vergelijking niet mogelijk is of in de betrokken sector ongebruikelijk is, met name wegens specifieke omstandigheden of wegens de kenmerken van de voorwerpen waarop de betrokken modellen betrekking hebben”. Dat modellen van radiatoren onder laatstbedoelde uitzondering zouden vallen wordt niet gezegd en lijkt trouwens niet aannemelijk.

Dit gezegd zijnde zou een correctere toepassing van het Unierecht wellicht tot dezelfde conclusie hebben geleid.

Thierry van Innis