IEFBE 3235

Dos Santos Gil: Facebook, Google en het nieuwe uitgeversrecht

De wijziging van de Auteurswet en Wet naburige rechten per 7 juni is nog vers van de pers en meteen zijn de eerste pogingen zichtbaar van platforms, zoals Facebook, daar zo min mogelijk ‘last’ van te hebben.

Het gaat in dit geval om het nieuwe naburige recht van uitgevers op online hergebruik van hun perspublicaties door online dienstenverleners, zoals nieuwsaggregatoren en mediamonitordiensten (artikel 7b Wnr). De creatie van dit recht op Europees niveau was een controversieel onderwerp met intense lobbies van de (pers)uitgevers versus de grote tech platforms. Het recht is er toch gekomen, met een beperkte beschermingstermijn van twee jaar na publicatie en met uitgebreide uitzonderingen voor onder meer non commercieel hergebruik, het puur linken naar perspublicaties en zeer korte overnames.

De achterliggende gedachte is dat de productie en verspreiding van nieuws door (vooral traditionele) persmedia, bijvoorbeeld kranten, worden bedreigd door de online platforms. Tegelijkertijd profiteren de platforms van de beschikbaarheid van deze perspublicaties. De platforms, zoals Google (News) en Facebook, presenteren de publicaties van uitgevers vaak via een korte samenvatting en beeldmateriaal aan de bezoekers van hun diensten en “verkopen” diezelfde bezoekers weer aan hun adverteerders. Weliswaar kan door bezoekers vervolgens worden gelinkt naar de volledige online publicatie, maar dit zou toch de directe relatie tussen klanten en uitgevers en het verdienmodel van de uitgevers – verkoop van reclame en abonnementen – ondermijnen.
Lees verder.

IEFBE 3234

HvJ EU: Facebook Ierland e.a.

HvJ EU - CJUE 15 jun 2021, IEFBE 3234; ECLI:EU:C:2021:483 (Facebook Ierland e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-facebook-ierland-e-a

HvJ EU 15 juni 2021, IEF 20023, IT 3546, IEFbe 3234; ECLI:EU:C:2021:483 (Facebook Ierland e.a.) Beantwoording van prejudiciële vragen ingediend door het Hof van Beroep van Brussel. Algemene verordening gegevensbescherming (AVG): het Hof verduidelijkt de voorwaarden waaronder de nationale toezichthoudende autoriteiten hun bevoegdheden inzake grensoverschrijdende gegevensverwerking kunnen uitoefenen. Een nationale toezichthoudende autoriteit kan onder bepaalde voorwaarden haar bevoegdheid uitoefenen om elke vermeende inbreuk op de AVG ter kennis te brengen van de gerechtelijke autoriteiten van een lidstaat, ook al is zij niet de leidende autoriteit voor die verwerking. Zie ook het persbericht van het HvJ EU.

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEFBE 3233

Podcast over Digital Services Act

Jan Brölmann, partner en advocaat Information Technology bij Van Benthem & Keulen bespreekt in deze podcast het voorstel voor de Digital Services Act (DSA). De Digital Services Act is een voorstel van de Europese Commissie waarin regels zijn opgenomen die bijdragen aan de bestrijding van desinformatie en illegale content. Aan de orde komen de meest opvallende bepalingen uit het huidige voorstel voor de Digital Services Act en de gevolgen daarvan voor online tussenpersonen en in het bijzonder de online platforms.

IEFBE 3232

Geïndexeerde en gekopieerde inhoud databank is "hergebruik"

HvJ EU - CJUE 3 jun 2021, IEFBE 3232; ECLI:EU:C:2021:434 (CV-Online tegen Melons), http://www.ie-forum.be/artikelen/ge-ndexeerde-en-gekopieerde-inhoud-databank-is-hergebruik

HvJ EU 3 juni 2021, IEF 20021, IT 3544, IEFbe 3232; ECLI:EU:C:2021:434 (CV-Online tegen Melons)  In deze zaak beantwoordt het Hof een tweetal prejudiciële vragen over het databankenrecht. CV-Online beheert een databank voor vacatures, Melons beheert een zoekmachine voor vacatures. CV-Online is van mening dat Melons een substantieel deel van de inhoud van de databank hergebruikt in de zin van de Databankenrichtlijn, onder andere door het gebruik van hyperlinks naar de website van CV-Online. Het Hof gaat hierin mee en stelt dat Melons, door de inhoud van de websites te indexeren en naar haar eigen server te kopiëren, de inhoud van de databank van CV-Online zonder toestemming op een andere drager wordt overgedragen. Dit levert volgens het Hof ook schade op, wanneer de wijze waarop gebruikers naar de databank worden geleid een andere is dan de samensteller had beoogd. Aldus is er sprake van "opvraging" en "hergebruik" in de zin van de Databankenrichtlijn, wat door de maker van de databank verboden kan worden. 

IEFBE 3231

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over noodzakelijkheidsvereiste

HvJ EU - CJUE 9 mrt 2021, IEFBE 3231; (SodaStream tegen MySoda Oy), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-over-noodzakelijkheidsvereiste

Hooggerechtshof Finland 9 maart 2021, IEF 20010, IEFbe 3231; C-197/21 (SodaStream tegen MySoda Oy)  Deze zaak betreft de vraag of iemand die CO2-flessen, die door een merkhouder of met zijn toestemming in de handel zijn gebracht navult en verkoopt, het recht heeft om de van het merk van de merkhouder voorziene etiketten van die flessen te verwijderen en te vervangen door eigen etiketten. In Finland worden door MySoda Oy gevulde CO2-flessen verhandeld. Na ontvangst, via de distributeur, van de door de consument leeg geretourneerde, van SodaStream afkomstige CO2-flessen, heeft MySoda Oy eerst het daarop aanwezige etiket van SodaStream verwijderd. Na de navulling van de flessen heeft zij daarop haar eigen etiket op die manier aangebracht dat de graveringen op de flessen, met inbegrip van het merk SodaStream of Soda-Club, zichtbaar bleven. Het staat vast dat SodaStream hier geen toestemming voor heeft gegeven. Het Hooggerechtshof in Finland stelt in deze zaak een viertal prejudiciële vragen aan het Hof omtrent de uitleg van het noodzakelijkheidsvereiste. Het Hof wordt gevraagd om een antwoord te geven op de vraag of het noodzakelijk is, dat etiketten vervangen worden voordat de flessen weer in de handel kunnen worden gebracht. 

IEFBE 3230

HvJ EU: Vorderingen Yokohama ongegrond en niet-ontvankelijk

HvJ EU - CJUE 3 jun 2021, IEFBE 3230; ECLI:EU:C:2021:431 (Yokohama en EUIPO tegen Pirelli ), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-vorderingen-yokohama-ongegrond-en-niet-ontvankelijk

HvJ EU 3 juni 2021, IEF 20000, IEFbe 3230; ECLI:EU:C:2021:431 (Yokohama en EUIPO tegen Pirelli)  Yokohama en het EUIPO vorderen in deze zaak vernietiging van een eerder arrest. In dit eerdere arrest heeft het Gerecht een beslissing van het EUIPO vernietigd [IEF 18097]. In het kort houdt deze zaak in dat Yokohama een door Pirelli ingeschreven model voor banden nietig wil laten verklaren, omdat er volgens Yokohama sprake is van wezenlijke kenmerken van dit merk die uitsluitend functioneel zijn. Het Hof bevestigt in deze zaak het oordeel van het Gerecht, dat het ingeschreven merk er niet toe leidt dat Pirelli haar concurrenten kan verbieden om vergelijkbare vormen van banden te verhandelen, wanneer een dergelijke vorm in combinatie met andere elementen van het loopvlak van een band een vorm oplevert die verschilt van elk van deze elementen afzonderlijk. Echter, alle door Yokohama nieuw aangevoerde verweren worden niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard. 

IEFBE 3229

Noot Hugenholtz onder Brompton Bicycle

Noot van prof. mr. P.B. Hugenholtz onder het arrest Brompton Bicycle, HvJ EU 11 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:461 [IEF 19259], zojuist verschenen in NJ. Industriële vormgeving (design) is het probleemkind in de familie van de intellectuele eigendom. Enerzijds vervult het ontwerp van een gebruiksvoorwerp een nuttige, door eisen van techniek en utiliteit bepaalde functie (op een stoel moet gezeten kunnen worden; op een laptop gewerkt). Anderzijds heeft het design een belangrijke esthetische en commerciële component (de stoel en de laptop moeten er aantrekkelijk uitzien). Daarmee staat het design met een been in de techniek (traditioneel het domein van het octrooirecht) en met het andere in dat van de kunst (het terrein van het auteursrecht).
Lees verder.

IEFBE 3227

Prejudiciële vraag over de inhoud van een vonnis in bepaalde merkenrecht uitspraken

HvJ EU - CJUE 17 mrt 2021, IEFBE 3227; (Harman tegen AB SA), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-inhoud-van-een-vonnis-in-bepaalde-merkenrecht-uitspraken

Districtsrechtbank Warschau 17 maart 2021, IEF 19977, IEFbe 3227; C-175/21–1 (Harman tegen AB SA)  AB is een distributeur van elektronica en vervoert onder andere producten van Harman. Verweerster heeft de genoemde waren verworven van een andere verkoper dan de productdistributeur op de Poolse markt waarmee verzoekster een overeenkomst had gesloten. De gestelde prejudiciële vraag gaat over de inhoud en formulering van een rechterlijke uitspraak in bepaalde vorderingen van een merkhouder. De verwijzende rechter is zich onder andere bewust van het risico op beperking van het vrije verkeer van goederen, wanneer het in rechterlijke uitspraken bij algemene bewoordingen blijft. Dit zou volgens de verwijzende rechter ondervangen kunnen worden door in de uitspraak nauwkeurig serienummers op te nemen. 

IEFBE 3225

Prejudiciële vraag over de stel- en bewijsplicht in een vervallenverklaringsprocedure

HvJ EU - CJUE 4 mrt 2021, IEFBE 3225; (Maxxus tegen Globus), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-stel-en-bewijsplicht-in-een-vervallenverklaringsprocedure

Landgericht Saarbrücken 4 maart 2021, IEF 19976, IEFbe 3225; C-183/21 (Maxxus tegen Globus)  De Duitse rechter heeft in deze zaak een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld over de uitleg van Europese richtlijnen betreffende het merkenrecht. De vraag ziet op de uitlegging van de merkenrichtlijn(en) met betrekking tot nationale vervallenverklaringsprocedures wegens niet-gebruik van nationale merken. Globus is houder van een merknaam, waarvan Maxxus betwist dat het nog in gebruik is. Volgens de verwijzende rechter heeft Maxxus weinig eigen onderzoek gedaan om aan te tonen dat Globus de merknaam inderdaad niet meer gebruikt. Globus heeft zich uitgebreid verweerd. De verwijzende rechter vraagt zich af bij wie nu de stel- en bewijsplicht rust. 

IEFBE 3226

Prejudiciële vragen over aansprakelijkheid voor aanbieden hakken met rode zool

8 mrt 2021, IEFBE 3226; (Christian Louboutin tegen Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-aansprakelijkheid-voor-aanbieden-hakken-met-rode-zool

Tribunal d’arrondissement (Luxemburg) 8 maart 2021, IEF 19975, IEFbe 3226; C-148/21 (Christian Louboutin tegen Amazon) Christian Louboutin is houder van het zogenoemde positiemerk „rode zool” voor hoge hakken. Amazon publiceert regelmatig verkoopaanbiedingen voor hakken met rode zolen die zonder instemming van Christian Louboutin in de handel worden gebracht. Christian Louboutin heeft gevorderd dat Amazon het verhandelen van deze hakken dient te staken. De zaak is uiteindelijk in cassatie beland bij de arrondissementsrechtbank Luxemburg. Deze besluit een aantal prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof over in hoeverre Amazon aansprakelijk gehouden kan worden voor het aanbieden van de hakken op hun platform.

IEFBE 3224

Benelux Merkencongres, kijk online mee of neem deel op locatie

Mis deze editie niet van het Benelux Merkencongres van deLex. Op 17 juni en op 5 oktober strijken we neer in het Auditorium van De Brauw Blackstone Westbroek, met alle technische faciliteiten voor een hybride congres. Zo heeft u de optie om online mee te kijken of op locatie deel te nemen. 

Ook deze keer hebben dagvoorzitters Tobias Cohen Jehoram (De Brauw Blackstone Westbroek, EUR) en Martin Senftleben (IViR, Bird&Bird) een actueel programma samengesteld, met diverse (internationale) experts.

Enkele sprekers en onderwerpen:

  • "EU trade mark protection at the interface between the real and virtual world", Anke Moerland, Associate Professor of Intellectual Property Law, Universiteit Maastricht
  • “Digital Due Process Principles for Online Platforms in the Light of the Digital Services Act", Professor dr. Frederick Mostert, Dickson Poon School of Law, King’s College, London; Of Counsel, Bird & Bird
  • Dairy Partners [IEF19633], Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht bespreekt de prejudiciële vragen en de conclusie van de A-G terzake.

Natuurlijk komen meer actualiteiten aan bod evenals het overzicht van rechtspraak. Kortom: voldoende ingrediënten voor een boeiende en inspirerende dag, met volop ruimte voor netwerken, vragen en discussie.

Meer weten of aanmelden? Kijk op de website of mail naar info@delex.nl.
Aantal plaatsen op locatie is beperkt.

IEFBE 3223

Katrien Loyens: Een einde voor patent op coronavaccins?

De ontwikkelingslanden binnen de Wereldhandelsorganisatie, waaronder India en Zuid-Afrika, kwamen met een voorstel om de patenten op de coronavaccins tijdelijk vrij te geven.
Dit zou de wereldwijde productie van de vaccins stimuleren, waardoor er sneller gevaccineerd kan worden. De vaccinatie in lage- en middeninkomenslanden zou eveneens verhoogd kunnen worden. Op heden werd er nog maar 17% van de vaccins aan voormelde landen geleverd, waar zij thans 47% van de wereldbevolking vertegenwoordigen.
Momenteel worden de vaccins beschermd door een patent (i.e. een octrooi), hetgeen de uitvinder het exclusieve recht geeft om het vaccin te produceren en te commercialiseren. Dit exclusief recht stimuleert de innovatie, nu de uitvinder zijn investering kan terugverdienen binnen de beschermingstermijn waarbinnen hij het exclusief recht geniet om het vaccin te verkopen.

Lees hier verder.

IEFBE 3221

Merk 'Impossible Burger' niet nietig verklaard door EUIPO

EUIPO - BHIM - OHMI 5 mei 2021, IEFBE 3221; (Nestlé tegen Impossible Foods), http://www.ie-forum.be/artikelen/merk-impossible-burger-niet-nietig-verklaard-door-euipo

EUIPO 5 mei 2021, IEF 19962, IEFbe 3221; C 33 961 (Nestlé tegen Impossible Foods) Vervolg op [IEF 19227]. In juli 2018 heeft het Amerikaanse bedrijf Impossible Foods de 'Impossible Burger' op de markt gebracht. Dit is een plantaardige vervanger voor een hamburger. Later is Nestlé haar eigen vleesvervanger gaan uitbrengen, onder de naam 'Incredible Burger'. Impossible Foods vorderde van Nestlé dat zij deze vermeende merkinbreuk op haar Impossible Burger zou staken. De rechtbank stelde Impossible Foods hierbij in het gelijk. Als reactie hierop vordert Nestlé van het EUIPO dat het merk Impossible Burger nietig verklaard moet worden, omdat volgens haar er een publiek belang is bij het vrijhouden van deze termen voor gebruik. Het EUIPO is het hier echter niet mee eens en wijst de vordering van Nestlé af.

IEFBE 3220

HvJ EU verklaart Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk

HvJ EU - CJUE 5 mei 2021, IEFBE 3220; ECLI:EU:C:2021:357 (Tinnus Entreprises tegen EUIPO en Koopman International), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verklaart-tinnus-enterprises-niet-ontvankelijk

HvJ EU  5 mei 2021, IEF 19961, IEFbe 3220; ECLI:EU:C:2021:357 (Tinnus Entreprises tegen EUIPO en Koopman International) Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk verklaard in haar appel tegen de uitspraak van het Gerecht van de Europese Unie van 18 november 2020 [IEF 19589], waarin werd geoordeeld dat zowel de Invalidity Division als de Boards of Appeal van het EUIPO terecht de ongeldigheid hebben uitgesproken van de modelregistratie van Tinnus voor een waterballonvuller (fluid distribution equipment), omdat alle kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie zijn bepaald. Tinnus heeft naar het inzicht van het Hof onvoldoende aangetoond dat in de hogere voorziening een vraag aan de orde is die van belang is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie.
Vastgesteld wordt dat Tinnus zelf heeft erkend dat de vier afzonderlijke elementen van de ballonvuller – die waren beoordeeld als volledig technisch bepaald - wel degelijk de kenmerken van het uiterlijk vormden. Een verder nieuwheidsonderzoek was dus niet nodig. Voor zover werd gesteld dat de criteria van het arrest van 8 maart 2018, DOCERAM [IEF 17542] onjuist zouden zijn toegepast, heeft Tinnus nagelaten aan te geven welke criteria volgens haar onjuist zijn toegepast. Bovendien is niet door Tinnus aangegeven of er überhaupt een vraagstuk speelt dat van belang is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie. Het verzoek om verdere behandeling wordt daarom afgewezen.
 

IEFBE 3219

Prejudiciële vragen over het verlenen van een licentie en FRAND-voorwaarden

HvJ EU - CJUE 23 mrt 2021, IEFBE 3219; (Nokia tegen Daimler), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-het-verlenen-van-een-licentie-en-frand-voorwaarden

Landgericht Düsseldorf 23 maart 2021, IEF 19958, IEFbe 3219; C-182/21 (Nokia tegen Daimler)  Daimler heeft zonder licentie telecommunicatietechnologie van Nokia gebruikt. Tegelijkertijd wil Nokia geen licentie tegen FRAND-voorwaarden verlenen aan de leveranciers van Daimler. Daimler is van mening dat er sprake is van misbruik van machtspositie aan de kant van Nokia. De Duitse rechter heeft in deze zaak een aantal prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van het verbod van misbruik, het verlenen van licenties en de verhouding tot FRAND-voorwaarden.  

IEFBE 3218

Vier vragen aan Polo van der Putt

In een serie interviews stellen we graag een aantal vrouwen en mannen achter de deLex-platforms aan jullie voor. Als eerste: Polo van der Putt. Partner bij Vondst en vanaf het eerste uur betrokken bij IT en Recht. Hoog tijd voor een paar vragen.

U bent in 1996 begonnen in de advocatuur. Was u toen al direct actief binnen de IT-sector of is deze interesse pas later tot uiting gekomen?

Ja, ik ben meteen binnen de IT-praktijk gaan werken, maar het had ook net zo goed iets anders kunnen zijn. Ik werd wel direct gegrepen en heb de IT-praktijk nooit meer verlaten. Het leuke vind ik nog steeds de opwinding bij trajecten dat het allemaal beter gaat worden (al mislukt er natuurlijk wel heel erg veel). Tijdens mijn studie had ik overigens al IT-vakken gevolgd. Het inleidende vak was in feite een cursus Word en Excel. Bij het verdiepingsvak hebben we geprogrammeerd in een hogere programmeertaal. Doel was om een programma te schrijven dat een rechtsvraag kon oplossen. Dat was leuk. De docent vertelde vol trots dat, met de nodige subsidie, door de universiteit software was ontwikkeld om wetten te toetsen. Belangrijkste wapenfeit was dat die software een fout in de Wegenverkeerswet had gevonden. Als je die letterlijk las, mochten trams op de stoep rijden. Een blunder van jewelste, aldus de docent. Dat ik ondanks dit succesverhaal toch nog open stond voor de IT-praktijk mag eigenlijk een wonder heten.

Wat is de meest spraakmakende zaak die u heeft meegemaakt?

IEFBE 3217

Hoger beroep merkinbreuk afgewezen

Brussel - Bruxelles 6 mei 2021, IEFBE 3217; (Appellante tegen Louis Vuitton), http://www.ie-forum.be/artikelen/hoger-beroep-merkinbreuk-afgewezen

Hof van beroep Brussel 6 mei 2021, IEF 19947, IEFbe 3217, 2014/AR/217 (Appellante tegen Louis Vuitton) Appellante meent dat Louis Vuitton een inbreuk heeft gepleegd jegens haar eigen merk. In eerdere aanleg is geoordeeld dat dit niet het geval was gezien het onderscheidend vermogen en de reputatie van Louis Vuitton. Hier is appellante tegen in beroep gegaan, maar tevergeefs. Het hof van beroep heeft deze afgewezen in dit vonnis.

IEFBE 3214

Gebruikelijk tegelpatroon leidt niet tot modelinbreuk

Brussel - Bruxelles 30 mrt 2021, IEFBE 3214; (Grosfillex tegen Dumaplast), http://www.ie-forum.be/artikelen/gebruikelijk-tegelpatroon-leidt-niet-tot-modelinbreuk

Hof van beroep Brussel 30 maart 2021, IEF 19943, IEFbe 3214; 2015/AR/1943 (Grosfillex tegen Dumaplast)  Grosfillex is sedert 2012 houder van een Gemeenschapsmodel voor een decoratief paneel, voornamelijk gebruikt in badkamers. Dumaplast brengt eveneens quasi identieke decoratieve panelen op de markt. Grosfillex betoogt dat Dumaplast inbreuk pleegt op haar Gemeenschapsmodel. Dumaplast vordert van haar kant de nietigverklaring van het Gemeenschapsmodel wegens gebrek aan eigen karakter. Dumaplast steunt daarbij op enkele anterioriteiten waarvan de meest relevante het tegelpatroon is uit 2011 dat wordt toegepast op keramische tegels. Met extensieve verwijzing naar het Group Nivelles arrest van het Hof van Justitie (C-361/15P), oordeelt het Hof van Beroep te Brussel dat bij de beoordeling van het eigen karakter wel degelijk rekening moet worden gehouden met het oudere model niettegenstaande de vaststelling dat het ouder model (keramische wandtegels) tot een andere sector behoort dan het Gemeenschapsmodel (wandpanelen).

IEFBE 3216

Inhoudsopgave BIE 2021-2

Inhoudsopgave van de nieuwe editie Berichten Industriële Eigendom 2-2021.

Artikelen
Een pleidooi voor herbezinning in FRAND-zaken − Jelle Drok en Romy Siebelink 70

You can’t have your cake and eat it too – over risicoverdeling bij handhaving van octrooirechten − Een kritische beschouwing naar aanleiding van Rb. Den Haag 14 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10160 (Menzis/AstraZeneca) − Rutger Kleemans en Romy Siebelink 82

IEFBE 3215

Inhoudsopgave BIE 2021-1

Inhoudsopgave Berichten Industriële Eigendom aflevering 1, 2012.

Artikelen
De gedachte achter het ondoorgrondelijke: het hoe, wat en waarom van de wezenlijke waarde van de waar − Jorn Torenbosch 2

Hot Topics from the United States: 2020 Intellectual Property Law
Highlights − Eversheds Sutherland US IP Group 14

Berichten uit het buitenland
Frankrijk 2020 − Rein-Jan Prins 25

Terugblik
Procesrecht/sancties 2020 − Titia Deurvorst en Constant van Nispen 38

Handelsnaam- en domeinnaamrecht 2020 − Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht 41