IEFBE 4219
6 mei 2026
Uitspraak

Verwarringsgevaar tussen proGlan en PRO PLAN

 
IEFBE 4218
6 mei 2026
Uitspraak

Verwarringsgevaar tussen alma FARMACIE en ALMA HYBRID

 
IEFBE 4217
6 mei 2026
Artikel

Actualiteiten Privacyrecht op woensdag 24 juni 2026

 
IEFBE 4219

Verwarringsgevaar tussen proGlan en PRO PLAN

Gerecht EU - Tribunal UE 6 mei 2026, IEFBE 4219; ECLI:EU:T:2026:315 (Ecuphar tegen EUIPO en Société des produits Nestlé SA), https://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-proglan-en-pro-plan

Gerecht EU 6 mei 2026, IEF 23534, IEFbe 4219; ECLI:EU:T:2026:315 (Ecuphar tegen EUIPO en Société des produits Nestlé SA). In T-291/25 bevestigt het Gerecht de weigering van de Uniemerkaanvraag voor het figuratieve teken proGlan, aangevraagd voor “medicines for anal gland function for veterinary use” in klasse 5. Nestlé had oppositie ingesteld op basis van haar oudere internationale registratie met werking in de EU voor het woordmerk PRO PLAN, geregistreerd voor “nutritional supplements for veterinary use” en “nutritional supplements for animal consumption” in klasse 5. De oppositie was gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht verklaart allereerst dat het niet bevoegd is om zelf registratie van het aangevraagde merk toe te staan en dat het beroep tegen de beslissing van de oppositieafdeling niet-ontvankelijk is, omdat bij het Gerecht alleen beslissingen van de Kamers van Beroep kunnen worden aangevochten. Inhoudelijk bevestigt het Gerecht dat het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek, zoals huisdiereigenaren, als professionals, zoals dierenartsen, binnen de Europese Unie. Professionals hebben doorgaans een hoog aandachtsniveau en ook het algemene publiek heeft een hoger dan gemiddeld aandachtsniveau, omdat de betrokken waren de gezondheid en het welzijn van dieren kunnen beïnvloeden. Dat verhoogde aandachtsniveau sluit verwarringsgevaar echter niet uit.

IEFBE 4218

Verwarringsgevaar tussen alma FARMACIE en ALMA HYBRID

Gerecht EU - Tribunal UE 6 mei 2026, IEFBE 4218; ECLI:EU:T:2026:317 (Pharma Green Holding SpA SB tegen EUIPO en Alma Lasers Ltd), https://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-alma-farmacie-en-alma-hybrid

Gerecht EU 6 mei 2026, IEF 23533; IEFbe 4218; ECLI:EU:T:2026:317 (Pharma Green Holding SpA SB tegen EUIPO en Alma Lasers Ltd). In T-480/25 bevestigt het Gerecht de weigering van de Uniemerkaanvraag voor het figuratieve teken alma FARMACIE, aangevraagd voor onder meer cosmetica, farmaceutische producten, voedingssupplementen en farmaceutische/medische diensten in de klassen 3, 5 en 44. Alma Lasers had daartegen oppositie ingesteld op grond van haar oudere internationale registratie met werking in de EU voor het woordmerk ALMA HYBRID, geregistreerd voor onder meer medische lasers, medische diensten en hygiëne- en schoonheidsverzorging. De oppositie was gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep haar beoordeling mocht beperken tot het Spaans- en Portugeestalige publiek, omdat voor weigering van een Uniemerk voldoende is dat verwarringsgevaar bestaat in een deel van de Unie. Voor cosmetica en schoonheidsverzorging geldt een gemiddeld aandachtsniveau, terwijl voor farmaceutische producten, voedingssupplementen en medische of farmaceutische diensten een hoog aandachtsniveau kan gelden vanwege het verband met gezondheid. Dat hogere aandachtsniveau sluit verwarringsgevaar echter niet uit, omdat ook oplettende consumenten merken meestal niet rechtstreeks vergelijken en moeten afgaan op hun onvolmaakte herinnering.

IEFBE 4217

Actualiteiten Privacyrecht op woensdag 24 juni 2026

Op woensdag 24 juni 2026 organiseren we vanaf 15.00 uur Actualiteiten Privacyrecht.

Tijdens deze middag nemen Quinten Kroes (Brinkhof) en Vita Zwaan (Rubicon Impact & Litigation) u mee in de ontwikkelingen en rechtspraak op het gebied van privacyrecht. In slechts twee uur tijd krijgt u een helder en actueel overzicht van relevante rechtspraak.

Tot 1 juni 2026 geldt een kortingsactie: meld u voor deze datum aan en ontvang €50 vroegboekkorting. 

IEFBE 4210

HvJEU: Vaste staatsinkomsten uit frequentievergoedingen toegestaan, mits niet boven marktwaarde

HvJ EU - CJUE 5 mrt 2026, IEFBE 4210; ECLI:EU:C:2026:156 (Elettronica Industriale SpA tegen Ministero delle Imprese e del Made in Italy,), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvjeu-vaste-staatsinkomsten-uit-frequentievergoedingen-toegestaan-mits-niet-boven-marktwaarde

HvJ EU 5 maart 2026, IT 5248; IEFbe 4210; ECLI:EU:C:2026:156 ( Elettronica Industriale SpA tegen Ministero delle Imprese e del Made in Italy). In deze prejudiciële zaak staat de vraag centraal of lidstaten bij het vaststellen van vergoedingen voor het gebruik van digitale televisiefrequenties rekening mogen houden met vooraf vastgestelde begrotingsdoelstellingen. Aanleiding vormt een Italiaans stelsel waarbij de hoogte van de vergoedingen mede wordt bepaald door een wettelijk vastgelegd minimum aan jaarlijkse inkomsten voor de staatsbegroting. Een netwerkexploitant betwistte de geldigheid van deze regeling, omdat zij zou neerkomen op een zuiver fiscale heffing die niet verenigbaar is met het Unierechtelijke kader voor elektronische communicatie.

IEFBE 4214

Gerecht EU: promotiebrochure kan bewijs leveren van openbaarmaking ouder model

Gerecht EU - Tribunal UE 29 apr 2026, IEFBE 4214; ECLI:EU:T:2026:301 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO, Top Ten EOOD), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-promotiebrochure-kan-bewijs-leveren-van-openbaarmaking-ouder-model

Gerecht EU 29 april 2026, IEF 23524; IEFbe 4214; ECLI:EU:T:2026:301 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO, Top Ten EOOD). In zaak T-579/25 bevestigt het Gerecht de beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO in een nietigheidsprocedure over een ingeschreven Uniemodel voor deuren van Doors Bulgaria. Het betwiste model was aangevraagd in 2013 en ingeschreven voor waren in klasse 25.02 van de Locarno-classificatie. Top Ten had in 2023 om nietigverklaring verzocht op grond van artikel 25 lid 1 onder b van Verordening (EG) nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de vereisten van nieuwheid en eigen karakter uit de artikelen 4, 5 en 6 van die verordening. Ter onderbouwing beriep Top Ten zich onder meer op een promotiebrochure uit 2010 waarin een vergelijkbaar deurontwerp was afgebeeld. De nietigheidsafdeling verklaarde het model nietig wegens gebrek aan eigen karakter. De Kamer van Beroep bevestigde die beslissing en oordeelde dat de brochure voldoende bewijs vormde dat het oudere model vóór de relevante datum aan het publiek beschikbaar was gesteld in de zin van artikel 7 lid 1 van de verordening. Ten overvloede oordeelde zij dat de betrokken modellen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk wekten.

IEFBE 4213

Gerecht EU: woordmerk '5 Coins' mist onderscheidend vermogen voor spel- en gokgerelateerde producten en diensten

Gerecht EU - Tribunal UE 29 apr 2026, IEFBE 4213; ECLI:EU:T:2026:298 (Wazdan Innovations tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-woordmerk-5-coins-mist-onderscheidend-vermogen-voor-spel-en-gokgerelateerde-producten-en-diensten

Gerecht EU 29 april 2026, IEF 23523; IEFbe 4213; ECLI:EU:T:2026:298 (Wazdan Innovations tegen EUIPO). Dit arrest betreft een beroep van Wazdan Innovations Ltd. tot vernietiging van de beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO van 10 december 2024, waarbij de inschrijving van het woordmerk "5 Coins" werd geweigerd. De aanvraag was op 21 augustus 2023 ingediend door Wazdan Holding Ltd. voor producten en diensten in de klassen 9, 28, 35, 41 en 42 (Nice-classificatie), waaronder spelletjessoftware, elektronische spelen, loyaliteitsprogramma's, casino- en gokdiensten en softwareontwikkeling. De examinator had de aanvraag bij beslissing van 11 maart 2024 gedeeltelijk afgewezen op grond van zowel art. 7 lid 1 onder b) als onder c) UMVo. Na een door Wazdan doorgevoerde beperking van de lijst van producten en diensten bevestigde de Kamer van Beroep de weigering, maar uitsluitend op grond van het ontbreken van onderscheidend vermogen ex art. 7 lid 1 onder b) UMVo (Verordening (EU) 2017/1001), waarbij zij het beschrijvende karakter ex art. 7 lid 1 onder c) UMVo uitdrukkelijk buiten beschouwing liet. Een beperkt aantal categorieën, waaronder organisatie van sportevenementen, culturele activiteiten en ontwerp van onlinespellen, werd wel toegelaten. Wazdan stelde drie middelen aan: (1) schending van art. 7 lid 1 onder b) UMVo wegens onjuiste kwalificatie als "quasi-beschrijvend" teken en onjuiste toepassing, (2) schending van de beginselen van gelijke behandeling, behoorlijk bestuur en gewettigd vertrouwen wegens afwijking van eerdere EUIPO-beslissingen over vergelijkbare merken, en (3) motiveringsgebrek ex art. 94 lid 1 UMVo jo. art. 296 tweede alinea VWEU. Het Gerecht wees het primaire verzoek tot hervorming, strekkend tot inschrijving van het merk, af wegens onbevoegdheid: het EUIPO neemt geen formeel inschrijvingsbesluit dat vatbaar is voor beroep, en het Gerecht kan in het kader van zijn hervormingsbevoegdheid ex art. 72 lid 3 UMVo niet in de plaats treden van het EUIPO om een inschrijving te bevelen.

IEFBE 4211

Online update: Fictief makerschap op woensdag 20 mei

Woensdag 20 mei neemt Peter Teunissen (Radboud Universiteit) u opnieuw mee in het fictief makerschap. Dit keer bespreekt hij het advies van de Commissie Auteursrecht over de impact van het ONB-arrest op fictief makerschap. Samen met u loopt hij door het advies heen en bespreekt wat erin staat en waarom het advies op die manier is ingericht. Hij bespreekt de drie scenario's en aandachtspunten. Hierbij is zeker ruimte voor vragen. Daarnaast gaat hij kort in op het makerschap in Europa. 

Meer weten of aanmelden?

IEFBE 4212

HvJEU: doorgifte radioprogramma's via intern kabelnetwerk verzorgingstehuis geen 'mededeling aan het publiek' ex art. 3 lid 1 Richtlijn 2001/29

HvJ EU - CJUE 30 apr 2026, IEFBE 4212; ECLI:EU:C:2026:355 (GEMA tegen VHC 2 Senior Residence and Nursing Home), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvjeu-doorgifte-radioprogramma-s-via-intern-kabelnetwerk-verzorgingstehuis-geen-mededeling-aan-het-publiek-ex-art-3-lid-1-richtlijn-2001-29

HvJ EU 30 april 2026, IEF 23521; IEFbe 4212; ECLI:EU:C:2026:355 (GEMA tegen VHC 2 Senior Residence and Nursing Home). Dit arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Eerste Kamer, 30 april 2026, C-127/24) betreft een prejudiciële verwijzing van het Bundesgerichtshof (Duitsland) in een geschil tussen GEMA en VHC 2, exploitant van een verzorgingstehuis met 89 permanent wonende bewoners. VHC 2 ontvangt via een eigen satellietantenne radio- en televisieprogramma's en zendt deze tijdgelijktijdig, ongewijzigd en volledig door via een intern kabelnetwerk naar aansluitingen in de individuele bewonerskamers. GEMA stelde dat hiervoor een licentie vereist was en vorderde staking. Na wisselende uitkomsten in feitelijke instanties stelde het Bundesgerichtshof drie prejudiciële vragen: (1) of de bewoners een "onbepaald aantal potentiële adressaten" vormen, (2) of het criterium van het "specifieke technische procedé" nog algemene gelding heeft dan wel beperkt is tot doorgiften via het open internet, en (3) of sprake is van een "nieuw publiek," waarbij ook aan de orde werd gesteld of relevant is dat bewoners de programma's zelfstandig via een antenne hadden kunnen ontvangen en of rechthebbenden reeds een vergoeding hebben ontvangen voor de oorspronkelijke uitzending.