IEFBE 4354
14 oktober 2026
Uitspraak

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen MAGORA en GRUPO AGORA voor financiële, vastgoed- en accommodatiediensten

 
IEFBE 4353
14 oktober 2026
Uitspraak

Gerecht EU: overdracht merk aan Oekraïense onderneming doet verstreken beroepstermijn niet herleven

 
IEFBE 4352
13 oktober 2026
Uitspraak

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

 
IEFBE 4354

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen MAGORA en GRUPO AGORA voor financiële, vastgoed- en accommodatiediensten

Gerecht EU - Tribunal UE 14 okt 2026, IEFBE 4354; ECLI:EU:T:2026:668 (MAGORA), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-magora-en-grupo-agora-voor-financiele-vastgoed-en-accommodatiediensten

Gerecht EU 14 oktober 2026, IEF 23933; IEFbe 4354; ECLI:EU:T:2026:668 (MAGORA). Het Gerecht oordeelt over een oppositie tegen de inschrijving van het Uniewoordmerk MAGORA, aangevraagd door Holding Tourisme voor diensten in de klassen 36 en 43, waaronder financiële diensten, vastgoeddiensten en tijdelijke accommodatie. De Spaanse onderneming Agora SA maakte bezwaar tegen de inschrijving op grond van haar oudere Uniebeeldmerk GRUPO AGORA. De oppositieafdeling van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) wees de oppositie gedeeltelijk toe, waarna de kamer van beroep deze beslissing bevestigde wegens verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001. Holding Tourisme betwistte onder meer de overeenstemming tussen de betrokken diensten en merken. Volgens haar zou het relevante publiek, mede vanwege het hogere aandachtsniveau en de verschillen in betekenis en vormgeving, de merken voldoende van elkaar kunnen onderscheiden.

IEFBE 4353

Gerecht EU: overdracht merk aan Oekraïense onderneming doet verstreken beroepstermijn niet herleven

Gerecht EU - Tribunal UE 14 okt 2026, IEFBE 4353; ECLI:EU:T:2026:669 (FIND MY CAR), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-overdracht-merk-aan-oekraiense-onderneming-doet-verstreken-beroepstermijn-niet-herleven

Gerecht EU 14 oktober 2026, IEF 23932; IEFbe 4353; ECLI:EU:T:2026:669 (FIND MY CAR). Het Gerecht oordeelt over de niet-ontvankelijkverklaring van een beroep in een procedure tot vervallenverklaring van het woordmerk FIND MY CAR. Apple Inc. had in 2023 bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) een vordering tot vervallenverklaring van het merk ingediend wegens het ontbreken van normaal gebruik. De nietigheidsafdeling wees deze vordering toe, waarna merkhouder Mega Pop beroep instelde bij de kamer van beroep van het EUIPO. De schriftelijke uiteenzetting van de gronden van beroep werd echter pas op 13 september 2024 ingediend, terwijl de wettelijke termijn op 30 augustus 2024 was verstreken. Mega Pop beriep zich op een bijzondere termijnverlenging voor partijen met een vestiging in Oekraïne, omdat het merk inmiddels was overgedragen aan de Oekraïense onderneming SOLAR MARKET LLC. De overgang werd op 13 september 2024 in het merkenregister ingeschreven. De kamer van beroep verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de termijn bij die inschrijving al was verstreken en de bijzondere verlenging niet van toepassing was.

IEFBE 4352

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

Unified Patent Court (UPC) 25 nov 2025, IEFBE 4352; UPC_CoA_528/2024; UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi and Regeneron), https://www.ie-forum.be/artikelen/upc-coa-octrooi-amgen-op-cholesterolverlagende-antilichamen-blijft-in-stand

UPC CoA 25 november 2025, IEF 23924; LS&R 2477; IEFbe 4352; UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi en Regeneron). In deze zaak tussen Amgen enerzijds en Sanofi en Regeneron anderzijds staat de geldigheid centraal van Europees octrooi EP 3 666 797 voor antilichamen die het eiwit PCSK9 blokkeren en daarmee kunnen worden ingezet bij de behandeling van aandoeningen die samenhangen met een verhoogd cholesterolgehalte. Amgen brengt het cholesterolverlagende geneesmiddel Repatha op de markt, terwijl Sanofi en Regeneron het concurrerende geneesmiddel Praluent aanbieden. De Centrale Divisie München van het UPC had het octrooi in juli 2024 volledig vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit. Amgen is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.

IEFBE 4351

UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 31 aug 2026, IEFBE 4351; UPC-COA-312/2025 (Fujifilm tegen Kodak), https://www.ie-forum.be/artikelen/upc-coa-verzoek-fujifilm-om-schorsende-werking-tijdens-herzieningsprocedure-afgewezen

UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.

IEFBE 4348

Gerecht EU: geen verwarringsgevaar tussen DENTEK en dentix ondanks identieke of soortgelijke tandverzorgingsproducten

Gerecht EU - Tribunal UE 7 okt 2026, IEFBE 4348; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-geen-verwarringsgevaar-tussen-dentek-en-dentix-ondanks-identieke-of-soortgelijke-tandverzorgingsproducten

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23914, IEFbe 4348; ECLI:EU:T:2026:637 (dentix). Dentek Oral Care heeft oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk ‘dentix’ voor onder meer tandpasta, tandzijde en tandenborstels in de klassen 3 en 21. De oppositie is gebaseerd op twee oudere Uniewoordmerken DENTEK en twee oudere Uniebeeldmerken DenTek. Volgens Dentek Oral Care bestaat verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie toe vanwege verwarringsgevaar bij een deel van het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek. De kamer van beroep vernietigde die beslissing en oordeelde dat geen verwarringsgevaar bestond, ook niet voor identieke waren. Het Gerecht onderschrijft het oordeel van de kamer van beroep dat het gemeenschappelijke element ‘dent’ door het relevante publiek in de gehele Europese Unie wordt herkend als een verwijzing naar tandverzorging en daarom een zwak onderscheidend vermogen heeft. Dentek Oral Care heeft onvoldoende onderbouwd dat dit voor het Bulgaarstalige of Griekstalige publiek anders ligt. Hoewel beide tekens uit zes letters bestaan en de eerste vier letters identiek zijn, is de visuele overeenstemming gering. Het geringe onderscheidend vermogen van het gemeenschappelijke element ‘dent’ vermindert namelijk het gewicht van die overeenstemming, terwijl de uitgangen ‘ek’ en ‘ix’ van elkaar verschillen.

IEFBE 4345

Gebruik e.plus+ niet aangetoond voor SIM-kaarten, maar wel voor telecommunicatiediensten

Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026, IEFBE 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+), https://www.ie-forum.be/artikelen/gebruik-e-plus-niet-aangetoond-voor-sim-kaarten-maar-wel-voor-telecommunicatiediensten

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23907; IEFbe 4345; ECLI:EU:T:2026:615 (e.plus+). ePlus Inc. had verzocht om vervallenverklaring van het Uniebééldmerk e.plus+ van Telefónica Germany wegens het ontbreken van normaal gebruik in de zin van artikel 58 lid 1 onder a UMVo. De nietigheidsafdeling verklaarde het merk vervallen voor alle betrokken waren en diensten en de kamer van beroep liet die beslissing in stand. In beroep beperkte Telefónica haar vordering tot SIM-kaarten in klasse 9 en telecommunicatiediensten in klasse 38. Voor de SIM-kaarten bevestigt het Gerecht het oordeel van de kamer van beroep. De overgelegde bewijsstukken betroffen onder meer starterspakketten, opwaardeertegoeden en prepaidkaarten, maar geen SIM-kaarten als fysieke chips die een abonnee op een mobiel netwerk identificeren en authenticeren. Dat de aangeboden pakketten mogelijk dergelijke SIM-kaarten bevatten, bewijst niet dat e.plus+ overeenkomstig zijn wezenlijke merkfunctie voor die goederen is gebruikt. De consument zal het teken in deze context volgens het Gerecht verbinden met de commerciële herkomst van de telecommunicatiediensten en niet met die van de SIM-kaart als zelfstandig product. De kamer van beroep heeft daarom terecht geoordeeld dat de aard van het gebruik voor SIM-kaarten in klasse 9 niet was aangetoond.

IEFBE 4341

UPC CoA: schorsende werking hoger beroep tegen nietigheidsbeslissing geldt niet voor kostenbeslissing

Unified Patent Court (UPC) 18 sep 2026, IEFBE 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead), https://www.ie-forum.be/artikelen/upc-coa-schorsende-werking-hoger-beroep-tegen-nietigheidsbeslissing-geldt-niet-voor-kostenbeslissing

UPC CoA 18 september 2026, IEF 23902; LS&R 2475; IEFbe 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead). In deze zaak tussen de Academy of Military Medical Sciences (AMMS) en Gilead staat de vraag centraal of de automatische schorsende werking van een hoger beroep tegen een nietigheidsbeslissing zich ook uitstrekt tot de daarmee samenhangende kostenbeslissing. Gilead had bij de Central Division Milan nietigverklaring van EP 3 854 403 gevorderd. De rechtbank herriep het octrooi volledig en bepaalde, overeenkomstig een afspraak tussen partijen, dat AMMS € 800.000 aan proceskosten van Gilead moest dragen. AMMS stelde hoger beroep in tegen de nietigheidsbeslissing. AMMS stelde zich op het standpunt dat de automatische schorsende werking van art. 74 lid 2 UPCA niet alleen de beslissing over de geldigheid van het octrooi raakt, maar ook de kostenbeslissing. Het Hof van Beroep volgt dat standpunt niet. Art. 74 lid 2 UPCA vormt een uitzondering op de hoofdregel dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. De automatische schorsende werking is volgens het Hof gerechtvaardigd door de bijzondere aard van geldigheidsbeslissingen, die erga omnes werken en de juridische status van het octrooi raken zolang het hoger beroep nog loopt.

IEFBE 4344

Verwarringsgevaar tussen MARKETVECTOR INDEXES en VECTOR FUND; normaal gebruik ouder merk voldoende aangetoond

Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026, IEFBE 4344; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES), https://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-marketvector-indexes-en-vector-fund-normaal-gebruik-ouder-merk-voldoende-aangetoond

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23906; IEFbe 4344; ECLI:EU:T:2026:609 (MARKETVECTOR INDEXES). Van Eck Associates had de Europese Unie aangewezen voor de internationale registratie van het woordteken MARKETVECTOR INDEXES voor financiële diensten in klasse 36. Vector S.A. stelde oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND en beriep zich op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Nadat Van Eck om bewijs van normaal gebruik had gevraagd, legde Vector onder meer jaarstukken, websiteprints, verklaringen, nieuwsbrieven, artikelen en gegevens over de registratie van fondsen over. Het Gerecht oordeelt dat de kamer van beroep terecht heeft aangenomen dat het oudere merk normaal is gebruikt. Het merk was weliswaar niet in exact dezelfde vorm gebruikt als geregistreerd, maar het gebruik van het element “vector” kan als gebruik van VECTOR FUND gelden. “Fund” is beschrijvend voor de betrokken financiële diensten, zodat het weglaten daarvan het onderscheidend vermogen van het merk niet wijzigt. Ook toevoegingen als “navigator”, “flexible”, “top managers mixed” en “SICAV” veranderen dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen beschrijvend zijn voor kenmerken of de rechtsvorm van de betrokken fondsen. Het Gerecht stelt bovendien vast dat “vector” niet uitsluitend als handels- of ondernemingsnaam is gebruikt, maar ook als merk, omdat het teken in de overgelegde stukken zelfstandig de commerciële herkomst van de betrokken financiële diensten aanduidt.

IEFBE 4350

Gerecht EU: geen nietigheid van merk lightoptics wegens onvoldoende bewijs van ouder auteursrecht en kwade trouw

Gerecht EU - Tribunal UE 7 okt 2026, IEFBE 4350; ECLI:EU:T:2026:644 (lightoptics), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-geen-nietigheid-van-merk-lightoptics-wegens-onvoldoende-bewijs-van-ouder-auteursrecht-en-kwade-trouw

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23916; IEFbe 4350; ECLI:EU:T:2026:644 (lightoptics). Salumanus heeft verzocht om nietigverklaring van het Uniebeeldmerk ‘lightoptics’, dat op naam van Heyoptics is ingeschreven voor onder meer glasvezelkabels, elektronische apparatuur en commerciële diensten in de klassen 9 en 35. Volgens Salumanus kan zij zich beroepen op een ouder auteursrecht op een overeenstemmend teken en heeft Heyoptics bij de merkaanvraag te kwader trouw gehandeld. Het verzoek is gebaseerd op artikel 60 lid 2 onder c en artikel 59 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De nietigheidsafdeling van EUIPO wees het verzoek af, waarna ook de kamer van beroep oordeelde dat Salumanus onvoldoende had aangetoond dat zij bescherming kon ontlenen aan het Poolse auteursrecht. Het Gerecht bevestigt dat niet is bewezen dat Salumanus het betreffende teken vóór de merkaanvraag van 1 november 2021 heeft gecreëerd. De overgelegde e-mails, overeenkomsten, productfoto's en andere documenten tonen onvoldoende aan wie het teken heeft ontworpen en wanneer dit is gebeurd. Ook het feit dat Salumanus producten met het teken heeft verhandeld, bewijst niet dat zij de maker ervan is. Het Gerecht benadrukt dat degene die zich op een ouder nationaal auteursrecht beroept, onder meer het bestaan en de beschermingsomvang van dat recht en de inhoud van het toepasselijke nationale recht moet aantonen. Omdat Salumanus onvoldoende heeft bewezen dat zij het teken vóór de merkaanvraag heeft gecreëerd, hoeft het Gerecht niet verder te beoordelen of de verstrekte informatie over het Poolse auteursrecht toereikend is. De voor het eerst bij het Gerecht ingediende aanvullende e-mails worden bovendien niet-ontvankelijk verklaard.

IEFBE 4349

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen ABAC en ABACCO’S STEAKHOUSE voor restaurant- en hoteldiensten

Gerecht EU - Tribunal UE 7 okt 2026, IEFBE 4349; ECLI:EU:T:2026:645 (ABACCO'S STEAKHOUSE), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-abac-en-abacco-s-steakhouse-voor-restaurant-en-hoteldiensten

Gerecht EU 7 oktober 2026, IEF 23915; IEFbe 4349; ECLI:EU:T:2026:645 (ABACCO'S STEAKHOUSE). Abacco’s GmbH komt op tegen de beslissing van de kamer van beroep van EUIPO waarbij de weigering van bescherming in de Europese Unie van het internationaal geregistreerde beeldmerk ‘ABACCO’S STEAKHOUSE’ voor diensten op het gebied van het verstrekken van eten en drinken en tijdelijke accommodatie in klasse 43 werd bevestigd. Restaurant Abac SL had oppositie ingesteld op basis van het oudere Spaanse woordmerk ABAC, dat onder meer is ingeschreven voor dezelfde diensten. Volgens Restaurant Abac bestaat verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001 (UMVo). De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie toe en de kamer van beroep verwierp het daartegen ingestelde beroep. Het Gerecht onderschrijft het oordeel dat de betrokken diensten identiek zijn en dat het relevante publiek bestaat uit het algemene publiek in Spanje met een gemiddeld aandachtsniveau. Het woordelement ‘abacco’s’ vormt het meest onderscheidende en dominante bestanddeel van het aangevraagde merk. Het element ‘steakhouse’ is beschrijvend voor de betrokken diensten en de horizontale scheidingslijn heeft geen onderscheidend vermogen. Omdat het oudere merk ABAC volledig terugkomt aan het begin van het dominante bestanddeel ‘abacco’s’, stemmen de tekens visueel in gemiddelde mate en fonetisch in ten minste bovengemiddelde mate overeen.