IEFBE 2792

Michaël De Vroey onder HvJ EU Levola Hengelo/Smilde

, IEFBE 2792; http://www.ie-forum.be/artikelen/micha-l-de-vroey-onder-hvj-eu-levola-hengelo-smilde

Michael de Vroëy onder HvJ EU 13 november 2018, IEF 18098; IEFbe 2790; (Levola Hengelo tegen Smilde) Op 13 november 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie ("HvJEU") het "Heksenkaas"-arrest geveld dat moest antwoorden op de vraag of de smaak van een voedingsmiddel voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Lees verder.

IEFBE 2791

HvJ bekrachtigt conclusie A-G: voornaam persoon geldt niet als gebruik met geldige reden

HvJ EU - CJUE 30 mei 2018, IEFBE 2791; ECLI:EU:C:2018:349 (Kenzo Estate), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-bekrachtigt-conclusie-a-g-voornaam-persoon-geldt-niet-als-gebruik-met-geldige-reden

Hof van Justitie 30 mei 2018, IEF 18103; IEFbe 2791; ECLI:EU:C:2018:349 (Kenzo Estate) Merkenrecht. Zie eerder [IEF 17339], [IEFbe 2423]. Vraag of voornaam persoon als "gebruik met geldige reden" geldt. Hof gaat mee met A-G: de voornaam van een persoon is geen gebruik met geldige reden.

IEFBE 2790

HvJ EU: Geen auteursrecht op smaak van een voedingsmiddel

HvJ EU - CJUE 13 nov 2018, IEFBE 2790; (Heksenkaas - Levola Hengelo tegen Smilde), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-auteursrecht-op-smaak-van-een-voedingsmiddel

HvJ EU 13 november 2018, IEF 18098; IEFbe 2790; ECLI:EU:C:2018:899; C-310/17 (Levola Hengelo tegen Smilde) Uit het persbericht: Hof volgt Conclusie AG [IEF 17873] Auteursrecht en naburige rechten – Begrip ‚werk’ – Smaak van een voedingsmiddel. De smaak van een voedingsmiddel kan niet auteursrechtelijk worden beschermd. De smaak van een voedingsmiddel kan namelijk niet worden aangemerkt als een „werk”.

[Infosorichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat zij eraan in de weg staat dat de smaak van een voedingsmiddel op grond van deze richtlijn auteursrechtelijk wordt beschermd en dat een nationale wettelijke regeling in die zin wordt uitgelegd dat zij auteursrechtelijke bescherming verleent aan een dergelijke smaak.

IEFBE 2789

Beeldmerk Pirelli Tyre ten onrechte nietig verklaard: vorm niet uitsluitend nodig voor technische uitkomst

Gerecht EU - Tribunal UE 24 okt 2018, IEFBE 2789; ECLI:EU:T:2018:709 (Pirelli Tyre SpA tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/beeldmerk-pirelli-tyre-ten-onrechte-nietig-verklaard-vorm-niet-uitsluitend-nodig-voor-technische-uit

Gerecht EU 24 oktober 2018, IEF 18097; IEFbe 2789; ECLI:EU:T:2018:709 (Pirelli Tyre SpA tegen EUIPO) Merkenrecht. Pirelli Tyre SpA heeft een Uniemerkaanvraag ingediend, inhoudende een beeldteken dat een groef in L-vorm weergeeft. De waren waarvoor inschrijving is aangevraagd, behoren tot klasse 12 (o.a. luchtbanden, velgen). Interveniënte The Yokohoma Rubber heeft een vordering tot nietigverklaring bij het EUIPO ingesteld. Het EUIPO heeft het merk nietig verklaard voor de waren, alsmede voor velgen en wieldoppen voor allerlei soorten voertuigen, op grond dat het teken uitsluitend bestond uit de vorm van de betrokken waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen. Pirelli Tyre SpA heeft hiertegen beroep ingesteld. De nietigheidsafdeling heeft het beroep alleen toegewezen zover het merk was nietig verklaard voor velgen en wieldoppen, omdat het geen betrekking had op deze waren. De bewijzen tonen niet aan dat een op zichzelf staande groef met een vorm als die welke door het teken is weergegeven, kan zorgen voor de technische uitkomst waarover sprake is in de bestreden beslissing. Beslissing van van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO gedeeltelijk vernietigd. 

IEFBE 2788

Beroep Bacardi verworpen: kamer van beroep gaat niet over geldigheid merk

Gerecht EU - Tribunal UE 24 okt 2018, IEFBE 2788; ECLI:EU:T:2018:715 (Bacardi tegen Palírna U zeleného stromu), http://www.ie-forum.be/artikelen/beroep-bacardi-verworpen-kamer-van-beroep-gaat-niet-over-geldigheid-merk

Gerecht EU 24 oktober 2018, IEF 18096; IEFbe 2788; ECLI:EU:T:2018:715 (Bacardi tegen Palírne U zeleného stromu) Merkenrecht. Bacardi heeft bij het EUIPO een beeldmerkaanvraag ingediend inhoudende een "42 BELOW". Palírna U zeleného stromu heeft oppositie ingediend, gebaseerd op het niet-ingeschreven beeldmerk inhoudende "42 VODKA". De kamer van beroep oordeelde dat er in casu verwarringsgevaar bestond bij het relevante publiek. Bacardi stelt dat de kamer van beroep art. 8 lid 4 verordening 207/2009 heeft geschonden door te besluiten dat het niet-ingeschreven merk voldeed aan de door dit artikel gestelde voorwaarden en dus in de weg kon staan aan inschrijving van het aangevraagde merk. De kamer van beroep is echter niet bevoegd om de geldigheid van het niet-ingeschreven merk te beoordelen en dus uitspraak te doen over eventuele inbreuk. Het stond aan Bacardi om aan te tonen dat het niet-ingeschreven merk ongeldig was. Beroep wordt verworpen. 

IEFBE 2787

"Magic Minerals by Jerome Alexander" en "Mineral Magic" geen gelijke tekens, afwijzing oppositie rechtmatig

Gerecht EU - Tribunal UE 15 okt 2018, IEFBE 2787; ECLI:EU:T:2018:679 (John Mills tegen Jerome Alexander Consulting), http://www.ie-forum.be/artikelen/magic-minerals-by-jerome-alexander-en-mineral-magic-geen-gelijke-tekens-afwijzing-oppositie-rechtma

Gerecht EU 15 oktober 2018, IEF 18095; IEFbe 2787; ECLI:EU:T:2018:679 (John Mills tegen Jerome Alexander Consulting) Merkenrecht. John Mills heeft bij het EUIPO een Uniemerkaanvraag ingediend voor het woordteken "Mineral Magic". De oppositie is gebaseerd op de volgende oudere merken: Amerikaans woordmerk "Magic Minerals by Jerome Alexander" ter aanduiding van gezichtspoeder dat mineralen bevat en het niet-ingeschreven Amerikaans woordmerk "Magic Minerals" ter aanduiding van cosmetica. Oppositie is afgewezen. De eerste kamer van beroep EUIPO heeft de beslissing van de oppositieafdeling vernietigd en de inschrijving van het aangevraagde merk geweigerd op grond van art. 8 lid 3 verordening 207/2009. De tekens hebben namelijk een frappante gelijkenis. Dat het USPTO geen bezwaar had gemaakt tegen inschrijving van het merk "Magic Minerals by Jerome Alexander", ondanks het bestaan van Mineral Magic Cosmetics, impliceerde niet noodzakelijk dat er geen enkel verwarringsgevaar tussen de merken bestond. Art. 8 lid 3 verordening 207/2009 kan echter alleen toepassing vinden als het merk van de houder en het door zijn gemachtigde of vertegenwoordiger aangevraagde merk gelijk zijn en niet slechts overeenstemmen. In casu is duidelijk dat de conflicterende tekens niet gelijk zijn, zoals elke partij erkent. De beslissing van het EUIPO wordt vernietigd. 

IEFBE 2786

Intrekking woordmerk "spinning" onterecht: uitsluiting bepaald relevant publiek door EUIPO

Gerecht EU - Tribunal UE 8 nov 2018, IEFBE 2786; ECLI:EU:T:2018:758 (Mad Dogg Athletics tegen Aerospinning Master Franchising), http://www.ie-forum.be/artikelen/intrekking-woordmerk-spinning-onterecht-uitsluiting-bepaald-relevant-publiek-door-euipo

Gerecht EU 8 november 2018, IEF 18092; IEFbe 2786; ECLI:EU:T:2018:758; T‑718/16 (Mad Dogg Athletics tegen Aerospinning Master Franchising) Merkenrecht. Amerikaans bedrijf Mad Dogg Athletics is houder van het Europees woordmerk "SPINNING", ingeschreven voor klassen audio- en videocassetten, uitrusting voor lichaamsoefeningen en lichaamsoefeningstraining. Aerospinning Master Franchising stelde dat "spinning" een gebruikelijke naam is geworden voor twee laatstgenoemde klassen. Het EUIPO heeft de rechten van Mad Dogg Athletics om deze reden ingetrokken. Het EUIPO heeft echter ten onrechte geoordeeld dat het relevante publiek dat bij de beoordeling van de grond voor herroeping in aanmerking moest worden genomen, uitsluitend bestond uit eindgebruikers van fitnessapparaten. De indoorfietsen die door Mad Dogg Athletics worden verkocht, worden gekocht door commerciële exploitanten van sportscholen, sportfaciliteiten en revalidatiecentra. Zij spelen een centrale rol op de markt van fitnessapparatuur en hebben een beslissende invloed op de selectie door eindgebruikers van diensten voor trainingsopleidingen. Bovendien had het EUIPO in haar beslissing tot intrekking moeten beslissen of het betwiste merk wel degelijk een gebruikelijke naam voor de goederen en diensten in kwestie was geworden. Het Gerecht vernietigt de beslissing van het EUIPO met betrekking tot fitnessapparatuur en lichaamstraining.

IEFBE 2785

Prejudiciele vraag: mag Mozzarella di Bufala Campana BOB alleen geproduceerd worden in daarvoor bestemde fabrieken?

HvJ EU - CJUE 12 jul 2018, IEFBE 2785; (Buffelmozzarella), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vraag-mag-mozzarella-di-bufala-campana-bob-alleen-geproduceerd-worden-in-daarvoor-beste

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 12 juli 2018, IEF 18091; RB 3244; IEFbe 2785; C-569/18 (Buffelmozzarella) Via Minbuza. De vennootschappen Caseificio Cirigliana e.a. produceren en verkopen buffelmozzarella van de regio Campanië met een BOB, maar ook buffelmozzarella zonder BOB en „gemengde” mozzarella „van koe- en buffelmelk”. In 2014 stellen zij bij de bestuursrechter in Lazio beroep in tegen de ministeriele regeling waarin wordt bepaald dat dat de productie van mozzarella moet plaatsvinden in een fysieke gescheiden ruimte dan die waarin de productie van Mozzarella di Bufala Campana BOB plaatsvindt. Het verbod om maar enig ander ingrediënt dan de buffelmelk te mogen verwerken in een buffelmozzarella BOB fabriek vergt extra investeringen van de bedrijven voor de aanschaf van aparte productie- en opslaginstallaties, of tot stopzetting van de productie van producten zonder BOB, zoals mozzarella van gemengde koe- en buffelmelk. Volgens verzoeksters is dit in strijd is met het beginsel uit de verordening oorsprongsbenamingen die als voornaamste doel heeft de waarde van „beschermde” producten te vergroten als aanvulling op het plattelandsontwikkelingsbeleid en het landbouwbeleid, met name in achtergebleven regio’s, wat de regio Campanië in feite is. Het beroep wordt verworpen en verzoeksters stellen beroep in bij de verwijzende rechter (Consiglio di Stato).

IEFBE 2784

Prejudicieel gestelde vragen over merkgebruik tabaksproducten

HvJ EU - CJUE 26 jul 2018, IEFBE 2784; (Fédération des fabricants de cigares), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-merkgebruik-tabaksproducten

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 26 juli 2018, IEF 18090; RB 3243; IEFbe 2784; C-517/18 (Fédération des fabricants de cigares) Via Minbuza. Verzoekster (Fédération des fabricants de cigares) heeft de minister-president verzocht om intrekking van het decreet inzake de productie, de presentatie, de verkoop en het gebruik van tabak, vaping-producten en voor roken bestemde producten op basis van kruiden andere dan tabak (hierna: decreet). Vervolgens vordert zij de nietigverklaring wegens bevoegdheidsoverschrijding van de stilzwijgende beslissing waarmee de minister-president haar verzoek heeft afgewezen. Verzoekster stelt dat het decreet zijn bevoegdheid overschrijdt door vermeldingen toe te voegen die niet zijn voorzien bij de richtlijn. Tevens zou het decreet een onevenredige inbreuk vormen op de vrijheid van ondernemerschap, de vrijheid van meningsuiting en het recht op eigendom. Verweerder (minister van Solidariteit en Volksgezondheid) concludeert primair tot schorsing van de behandeling en subsidiair, tot afwijzing van het verzoek. De société nationale d’exploitation industrielle des tabacs et allumettes (interveniënt) betoogt dat een letterlijke uitlegging van de richtlijn zou leiden tot het verbod van bepaalde merknamen, die essentieel zijn voor de identificatie van het product en dat artikel 13 van de richtlijn problematisch is vanuit het oogpunt van het recht op eigendom, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van ondernemerschap en de beginselen van evenredigheid en rechtszekerheid, zelfs wanneer een procedure op tegenspraak is voorzien.

IEFBE 2783

AIPPI World Congress Cancun resolutions

Van 22 tot en met 26 september 2018 vond het 48e World Congress van AIPPI plaats in Cancun, Mexico. Ongeveer 23 leden van de Vereniging voor Intellectuele Eigendom (VIE), de Nederlandse groep van AIPPI, hebben dit congres bezocht, waarvan twaalf zich onder leiding van onze nieuwe voorzitter, Gwen ten Berge, hebben ingespannen dat bijgaande zes resoluties zijn aangenomen.

IEFBE 2782

Hof: Oppositie BLACKBERRY tegen BERRYBOOT alsnog afgewezen

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 6 nov 2018, IEFBE 2782; http://www.ie-forum.be/artikelen/hof-oppositie-blackberry-tegen-berryboot-alsnog-afgewezen

Hof Den Haag 6 november 2018, IEF 18085; IEFbe 2782 (Maxnet tegen Blackberry) Merkenrecht. Maxnet heeft een Benelux-depot voor het woordmerk BERRYBOOT verricht voor waren en diensten in klassen 9 en 42. Blackberry heeft met succes oppositie ingesteld op basis van haar Uniewoordmerk BLACKBERRY. Het hof deelt niet het oordeel van het BBIE dat het relevante publiek het bestanddeel BOOT minder onderscheidend zal achten omdat het verwijst naar het Engelse werkwoord 'to boot, wat opstarten van een computer betekent. Visueel, auditief en conceptueel is er slechts in beperkte mate overeenstemming door het deel BERRY. Het andere deel BOOT, heeft een duidelijk andere betekenis. Het hof beveelt de inschrijving als merk.

IEFBE 2781

BBIE Tariefwijzigingen vanaf 1 januari 2019

Op 1 januari 2019 worden tarieven bij het BBIE geïndexeerd op +1,5%. Ook is er een aantal aanpassingen in de tarievenstructuur voor merken en modellen. Alle tariefwijzigingen 2019 op een rij [persbericht]:

  • Indexatie met 1,5%
  • Merkaanvragen en -vernieuwingen: tarief per klasse
  • Modellen: afschaffing van de toeslag per afbeelding
  • Mutaties: dezelfde tariefstructuur en -hoogte bij merken en modellen
IEFBE 2780

HR stelt prejudiciële vraag na sprongcassatie over bevoegde rechterlijke instanties GModVo

HvJ EU - CJUE 2 nov 2018, IEFBE 2780; ECLI:NL:HR:2018:2027 (Spin Master tegen High5), http://www.ie-forum.be/artikelen/hr-stelt-prejudici-le-vraag-na-sprongcassatie-over-bevoegde-rechterlijke-instanties-gmodvo

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 2 november 2018, IEF 18077, IEFbe 2780; ECLI:NL:HR:2018:2027 (Spin Master tegen High5) Modellenrecht. Procesrecht. Zie eerder [IEF 16516], [IEF 17968]. Spin Master is een Canadese onderneming in speelgoedproducten. Onder het merk “Bunchems” verhandelt zij speelballetjes (klittenballetjes) van plastic. Op 16 januari 2015 is op naam van Spin Master en onder nummer 002614669-0002 een Gemeenschapsmodel voor haar speelballetjes geregistreerd. High5 verhandelt onder de naam “Linkeez” eveneens speelballetjes (klittenballetjes) van plastic. High5 stelde dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam niet bevoegd was. De voorzieningenrechter verklaarde zich echter wel bevoegd omdat een verbodsvordering is ingesteld die beperkt is tot het Nederlandse grondgebied. Op grond van art. 81 GModVo is de rechtbank Den Haag in eerste aanleg bevoegd. De Procureur-Generaal vordert dit vonnis, waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, ‘in het belang der wet’ te vernietigen. Het cassatiemiddel houdt in dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat uitsluitend de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag bevoegd is kennis te nemen van vorderingen tot het treffen van voorlopige en beschermende maatregelen inzake inbreuk op Gemeenschapsmodellen.

IEFBE 2779

Jacqueline Seignette - Duitse BGH stelt prejudiciële vragen over auteursrechtelijke verantwoordelijkheid YouTube

HvJ EU - CJUE 13 sep 2018, IEFBE 2779; ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube), http://www.ie-forum.be/artikelen/jacqueline-seignette-duitse-bgh-stelt-prejudici-le-vragen-over-auteursrechtelijke-verantwoordelijkhe

BGH 13 september 2018, ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube) Op 12 september stemde het Europese Parlement in met een geamendeerd voorstel voor een richtlijn over auteursrecht in de digitale eengemaakte markt  (DSM richtlijn). Onderdeel van dit voorstel is een bepaling over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van internet platforms als YouTube en Facebook. Deze platforms moeten ofwel licenties voor de content regelen, ofwel in samenspraak met de rechthebbenden maatregelen nemen om inbreukmakende content te weren. De Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europese Parlement zijn intussen in overleg getreden om op basis van de besluitvorming in het Europese Parlement tot een definitieve tekst te komen.

Eén dag (!) na de stemming in het Europese Parlement stelde het Duitse hoogste gerechtshof prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van YouTube. Het Bundesgerichtshof (BGH) vraagt of een video content platform een mededeling aan het publiek verricht en zo niet, wat dan de verantwoordelijkheid van het platform is in het licht van artikel 14 E-commerce richtlijn, artikel 8 lid 3 Auteursrechtrichtlijn en artikel 11 en 13 Handhavingsrichtlijn. Al deze bepalingen zeggen iets over de (grens aan de) maatregelen die rechthebbenden van Internet dienstverleners kunnen verlangen. Het toepassingsgebied en de reikwijdte van deze bepalingen en hun onderlinge verhouding zijn echter allesbehalve duidelijk. Een samenhangend regime voor indirecte aansprakelijkheid ontbreekt. Aan de rechter de taak om deze Europese regels te duiden en in te passen in de nationale regels over indirecte aansprakelijkheid.

IEFBE 2778

Gerecht EU: DEVIN, naam van Bulgaarse stad, kan worden geregistreerd als EU-merk

Gerecht EU - Tribunal UE 25 okt 2018, IEFBE 2778; ECLI:EU:T:2018:719 (Funke Medien NRW), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-devin-naam-van-bulgaarse-stad-kan-worden-geregistreerd-als-eu-merk
devin

Gerecht EU 25 oktober 2018, IEF 18059; IEFbe 2778; ECLI:EU:T:2018:719; T-122/17 (Funke Medien NRW) Merkenrecht. Persbericht: DEVIN, de naam van een Bulgaarse stad, kan worden geregistreerd voor een EU-merk voor mineraalwater. De geografische naam blijft niet alleen voor beschrijvend gebruik beschikbaar voor derde partijen, zoals voor promotie van toerisme in de stad, maar ook als een onderscheidingsteken in bepaalde gevallen en waarbij er geen verwarringsgevaar optreedt.

IEFBE 2774

Due diligence onderzoek – claims, overeenkomsten en compliance – bent u er klaar voor?

Download Whitepaper, A Beginner's Guide to Due Diligence Preparedness, Wolters Kluwer. Of u nou bij een startup werkt of een multinational, er kan aan u gevraagd worden om een due diligence rapport vast te leggen voor een potentiele koper of investeerder. In elk geval moet u voorbereid zijn. Mocht de CEO, CFO of bedrijfsjurist verantwoordelijk zijn voor de voorbereidingen, is het handig om een lijst te hebben met de belangrijkste zaken die aan de orde komen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste zaken om u op weg te helpen:

IEFBE 2777

Conclusie AG: Eenvoudig militair rapport niet auteursrechtelijk beschermd

HvJ EU - CJUE 25 okt 2018, IEFBE 2777; ECLI:EU:C:2018:870 (Funke Medien NRW), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-eenvoudig-militair-rapport-niet-auteursrechtelijk-beschermd

Conclusie AG HvJ EU 25 oktober 2018, IEF 18058; IEFbe 2777; ECLI:EU:C:2018:870; C‑469/17 (Funke Medien NRW) Auteursrecht. Volgens AG Szpunar (persbericht) kan een eenvoudige militair rapport geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Allereerst voldoet zo'n rapport niet als een werk dat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Ten tweede zou zo'n beperking een ongerechtvaardigde beperking betekenen van de vrijheid van meningsuiting. Conclusie AG:

„Artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, gelezen in samenhang met artikel 52, lid 1, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat een lidstaat zich niet kan beroepen op het auteursrecht zoals neergelegd in artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 1, [InfoSoc-Richtlijn] teneinde te verhinderen dat vertrouwelijke documenten van die lidstaat worden meegedeeld aan het publiek in het kader van een debat over vraagstukken van algemeen belang. Deze uitlegging staat er niet aan in de weg dat die lidstaat andere bepalingen van nationaal recht toepast, met name die inzake de bescherming van vertrouwelijke informatie, mits hij daarbij het Unierecht in acht neemt.”

 

IEFBE 2776

Prejudicieel gestelde vraag HvJ EU over een persoon die voor een derde waren opslaat zonder van merkinbreuk op de hoogte te zijn

HvJ EU - CJUE 26 jul 2018, IEFBE 2776; (Coty Germany tegen Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-hvj-eu-over-een-persoon-die-voor-een-derde-waren-opslaat-zonder-van-merk

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 26 juli 2018, IEF 18055; IEFbe 2776; C-567/18 (Coty Germany tegen Amazon)

Heeft een persoon die voor een derde waren opslaat die het merkenrecht schenden, zonder van deze inbreuk op de hoogte te zijn, deze waren in voorraad met het oogmerk deze aan te bieden of in de handel te brengen, wanneer hij niet zelf maar alleen de derde voornemens is de waren aan te bieden of in de handel te brengen?

Via Minbuza: Verzoekster verkoopt parfums. Verweersters behoren tot het Amazonconcern. De eerste verweerster is gevestigd in Luxemburg, de derde verweerster is in Graben in Duitsland gevestigd en drijft aldaar een pakhuis. Verzoekster stelt houder te zijn van een licentie van het Uniemerk nr. 876874 DAVIDOFF (‘het litigieuze merk’) dat de waren ‘perfumery, essential oils, cosmetics’ beschermt en gemachtigd te zijn in eigen naam aanspraak te kunnen maken op de aan het merk verbonden rechten. Op de internetsite amazon.de biedt de eerste verweerster derde aanbieders de mogelijkheid om aanbiedingen te plaatsen op de „Amazon-Marketplace”. De koopovereenkomsten met betrekking tot de aldus verkochte waren komen tot stand tussen de derde aanbieders en de kopers. De derde aanbieders hebben de mogelijkheid deel te nemen aan het programma „Verzending door Amazon”, waarbij de waren door vennootschappen van het Amazonconcern wordt opgeslagen en de verzending wordt uitgevoerd door middel van externe dienstverrichters.

IEFBE 2775

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU over opslag van verkeers- en locatiegegevens voor meer dan enkel onderzoeken, opsporen en vervolgen van feiten van zware criminaliteit

HvJ EU - CJUE 19 jul 2018, IEFBE 2775; (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-over-opslag-van-verkeers-en-locatiegegevens-voor-meer-dan-en

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 19 juli 2018, IT 2661; IEFbe 2775; C-520/18 (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.) Privacy. Beroepsgeheim advocaten. Locatiegegevens. Opsporing. Strafrecht. Via Minbuza: Verweerders hebben een beroep tot vernietiging van de wet van 29 mei 2016 betreffende het verzamelen en bewaren van gegevens in de sector van de elektronische communicatie (de bestreden wet) ingesteld. Deze wet wijzigt verschillende bepalingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, welke verschillende richtlijnen, waaronder richtlijn 2005/58 in Belgisch recht zijn omgezet. Bij wet van 30 juli 2013 welke een aantal bepalingen van de wet van 13 juni 2005 wijzigt, werd richtlijn 2006/24/EG gedeeltelijk in Belgisch recht omgezet, alsook artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58/EG. Nadat richtlijn 2006/24 door het Hof ongeldig werd verklaard, heeft de verwijzende rechter artikel 126 van de wet van 13 juni 2005, zoals gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, vernietigd. Met de bestreden wet heeft de wetgever willen tegemoetkomen aan die vernietiging. De bestreden wet legt de operatoren van elektronische communicatiediensten een veralgemeende verplichting op om de verkeers- en locatiegegevens van gebruikers gedurende bepaalde periode te bewaren en regelt de toegang van de gerechtelijke autoriteiten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten tot deze gegevens. De verzoekende partijen beroepen zich onder andere op schending van verschillende artikelen van de grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met verschillende artikelen van het VEU en het Handvest. Ten aanzien van de verplichting tot het verzamelen en bewaren van gegevens voeren zij aan dat de bestreden wet in strijd is met het beroepsgeheim waar bepaalde personen aan onderworpen zijn. Daarnaast stellen de zij dat de veralgemeende bewaring van gegevens een schending van het evenredigheidsbeginsel inhoudt en het een ernstige aantasting van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uitmaakt. Daarnaast wordt de duur van de bewaring, namelijk 12 maanden, buitensporig geacht. Ook wordt het feit dat er geen nauwkeurige beschrijving van de omstandigheden en voorwaarden inzake het verlenen van toegang tot de bevoegde autoriteiten bekritiseerd. De Belgische Staat daarentegen voert aan dat het beroepsgeheim niet absoluut is en dat de bestreden wet in voldoende grenzen voorziet wat betreft de toegang tot de gegevens. Verder wordt gesteld dat de termijn van twaalf maanden noodzakelijk is om terroristische misdrijven te bestrijden.

IEFBE 2772

De EU herziet haar regels voor de governance van het .eu-TLD

Ontwerpverordening voor .eu-TLD naam, 2018/0110 (COD) De EU herziet haar regels voor de governance van het topniveaudomein .eu, de internet­domeinnaam voor de Europese Unie en haar burgers. De ambassadeurs van de lidstaten zijn het vandaag in het Comité van permanente vertegenwoordigers eens geworden over het standpunt van de Raad over de voorgestelde herziening, die rekening houdt met de aanzienlijke veranderingen in de internet­omgeving sinds de aanneming van de eerste .eu-verordening 16 jaar geleden, zoals de hardere concurrentie voor domeinnamen en de grotere rol voor de multistakeholder­gemeenschap bij internet­governance. De overeengekomen tekst maakt de governance van het .eu-domein transparanter door een multistakeholder­groep in te stellen die de Commissie moet adviseren over de toepassing van de regels. Ook wordt het recht om een .eu-domein te registreren uitgebreid naar EU-burgers met een verblijfplaats buiten de EU. Daarnaast heeft de Raad de tekst afgestemd op de bepalingen van de algemene verordening gegevens­bescherming.