IEFBE 2820

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: Verricht YouTube een mededeling?

HvJ EU - CJUE 13 sep 2018, IEFBE 2820; (YouTube e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-verricht-youtube-een-mededeling

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 13 september 2018, IEF 18242; IEFbe 2820; IT 2713; C-682/18; C-683/18 (YouTube e.a.) Via MinBuza: C-682/18 – Verzoeker is een muziekproducent en was mede-eigenaar van muziekuitgeverij “Petersongs Musikverlag KG”. Hij stelt ook eigenaar te zijn van “Nemo Studios”. Nemo Studio heeft met artieste ME een wereldwijd geldende exclusieve artiestenovereenkomst gesloten voor het gebruik van geluids- en video-opnamen. De artieste ME heeft een album uitgebracht en heeft opgetreden. Op YouTube zijn beelden en afbeeldingen van het optreden van de artieste ME verschenen. Verzoeker heeft toen Google verzocht om die beelden offline te halen. Later zijn op YouTube weer geluidsopnamen van uitvoeringen van de artieste op te vragen, die waren samengevoegd met stilstaande en bewegende beelden. Verzoeker eist van de eerste en de derde verweerster staking, verstrekking van inlichtingen en vaststelling van hun verplichting tot schadevergoeding. Deze eisen baseert hij op zijn eigen rechten als producent van de geluidsdrager „A Winter Symphony”, alsmede op eigen en van de artieste afgeleide rechten.

IEFBE 2817

Hof van Beroep Brussel mindert schadevergoeding Alcimex aan Bacardi

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 25 sep 2018, IEFBE 2817; 2014/AR/137 (Alcimex tegen Bacardi), http://www.ie-forum.be/artikelen/hof-van-beroep-brussel-mindert-schadevergoeding-alcimex-aan-bacardi

Hof van Beroep Brussel 25 september 2018, IEF 18237, IEFbe 2817 (Alcimex tegen Bacardi). Zie ook IEF 13094. Merkenrecht. Hoger beroep. Vernietiging vonnis Rechtbank van Koophandel te Brussel d.d. 2 september 2013. Het hoger beroep is ingesteld door Alcimex, dat volgens Bacardi een inbreuk maakte op haar merkrecht door flessen drank van Bacardi die zonder haar toestemming in de EER zijn ingevoerd te verkopen. Alcimex werd in eerste aanleg werd veroordeeld de inbreukmakende handelingen te staken, schadevergoeding te betalen aan Bacardi en winst af te dragen aan Bacardi. De bij Alcimex in beslag genomen flessen moesten worden vernietigd en Alcimex werd veroordeeld de gedingkosten te betalen. Nu vordert Alcimex vernietiging van dit vonnis. Tegen de inbreukvordering van Bacardi stelt Alcimex dat er sprake is van uitputting. Allereerst beslist het Hof dan over de bewijslast: Alcimex moet bewijzen dat er sprake is van uitputting, terwijl Bacardi zal moeten bewijzen dat er een inbreuk is gemaakt. Het verweer van Alcimex (het beroep op uitputting) wordt door het hof niet aanvaard, waarna het hof gaat kijken naar de door Bacardi gevorderde maatregelen. Dit is allereerst het stopzetten van de inbreukmakende handeling. Het hof wijst deze vordering toe. Daarnaast vordert Bacardi een schadevergoeding bedragende 21.680 euro. De rechtbank wijst deze echter slechts gedeeltelijk toe, tot een hoogte van 12.500 euro. Ook vordert Bacardi winstafdracht. Dit wordt toegewezen tot een bedrag van 179,90 euro. Tot slot vordert Bacardi de kosten van de deskundige en de gerechtsdeurwaarder, vernietiging van de inbreukmakende waar, en publicatie van het arrest. Al deze vorderingen werden toegekend.

IEFBE 2816

De blinde vlek in het Heksenkaas vs Witte Wievenkaas arrest

, IEFBE 2816; http://www.ie-forum.be/artikelen/de-blinde-vlek-in-het-heksenkaas-vs-witte-wievenkaas-arrest
witte wieven heksen

HvJEU is blind voor discriminatieonderzoek

Er is al veel geschreven over het “Heksenkaas”-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie ("HvJEU") van 13 november 2018 (Levola Hengelo BV tegen Smilde Foods BV).

Behalve tot veel woordgrappen – zie bijvoorbeeld boek9 (Over smaak valt niet te twisten, maar over clichés wel, B915578) – leidde dit arrest van het HvJEU tot nogal wat meer serieuze beschouwingen vanuit juridisch oogpunt. Zoals bijvoorbeeld de commentaren die te lezen waren op IE-Forum van Michaël De Vroey (BakerMcKenzie, Antwerpen, IEF 18106), Brigitte Spiegeler en Ernst van Knobelsdorff (Heffels Spiegeler Advocaten, Den Haag, IEF 18131), en Léon Dijkman (European University Institute, IEF 18121).

Mijn bijdrage aan de discussie over dit arrest gaat over de vraag of de smaak van een voedingsmiddel  op enige verantwoorde manier valt te onderscheiden van een ander soortgelijk voedingsmiddel. Deze ‘hamvraag’ wordt door het HvJEU ontkennend beantwoord. Maar is dat wel terecht?

De kern van het arrest is, zoals bekend mag worden verondersteld, de stelling dat de smaak van een product niet op basis van een copyright kan worden beschermd, “omdat het niet mogelijk is de smaak van een voedingsmiddel nauwkeurig en objectief te identificeren, waardoor die smaak kan worden onderscheiden van de smaak van andere producten van dezelfde aard.”.

Is de consequentie van het arrest louter dat er geen bescherming op basis van een copyright kan ontstaan, of zou er wellicht toch sprake kunnen zijn van het ongeoorloofd kopiëren van een intellectuele schepping (een specifieke receptuur met een door het relevante publiek te herkennen en te onderscheiden smaakbeleving) van de samensteller van het voedingsmiddel?

Lees hier verder.

IEFBE 2815

A tribute to Florent Gevers, in memoriam a travers le temps - Thursday, March 21, 2019

On Thursday, March 21 2019 a tribute to Florent Gevers, in memoriam a travers le temps, will be held.
 
The meeting is organised by LES Benelux, BMM and AIPPI Belgium.
 
The meeting will be held in The Hotel, Boulevard de Waterloo 38, B-1000 Brussels, Belgium. Start of the meeting is 09.00 and the end is estimated at 17.00.
 
The following speakers have been confirmed:

  • Sir Robin Jacob, London, United Kingdom
    “The intersection between designs and trademarks with respect to shapes”
  • Sir David Tatham, London, United Kingdom
    “Domain Name Disputes”
  • Prof.Dr. Alexander von Mühlendahl, Bardehle, Pagenberg, Munich, Germany
    “IP infringement: international jurisdiction in the EU” or “Overview of CJEU case-law”
  • Mr. Fernand de Visscher, Simont Braun, Brussels, Belgium
    “Design law: the consequences and question marks following the Groupe Nivelles judgment of CJEU”
  • Mr. Ivan Verougstraete, Former president Court of cassation Belgium and Benelux Court, Brussels, Belgium
    “Jurisdictional evolution: new competences for the Benelux Court of Justice”
  • Mr. Philippe Péters, NautaDutilh, Brussels, Belgium (to be confirmed)
    “Lookalikes from the position of trade mark owners”
  • Mr. Luis-Alfonso Durán
    ”Administrative procedures for revocation and declaration of invalidity of trade marks in the EU and non-use defence in opposition procedures,(articles 44 & 45 of EU Directive 2015/2436). Was it a wise and reflected decision? Risks involved for trade mark owners"

Further details of the program will follow soon.

IEFBE 2813

Erven Salvador Dalí willen maskers uit La casa de papel verbieden

De Volkskrant 29 januari 2019, Bas Kist.

De maskers uit de Netflix-serie La casa de papel vliegen wereldwijd de toonbanken over. Tot ergernis van Spaanse kunstenaar Salvador Dali’s erfgenamen. Zij willen de maskers verbieden.

De Gala-Salvador Dalí Foundation, de organisatie die de nalatenschap van de kunstenaar Salvador Dalí beheert, is de strijd aangegaan met de makers van de populaire Netflix-serie La casa de papel. Volgens de Dalí Foundation maakt de serie inbreuk op de portretrechten van de in 1989 overleden Spaanse kunstenaar. De bankrovers die in de serie de Koninklijke Munt van Spanje binnendringen om zelf bankbiljetten te drukken, maken bij hun overval veelvuldig gebruik van maskers die, met hun hangende snor en uitpuilende ogen, duidelijk zijn afgeleid van het uiterlijk van Dalí.

IEFBE 2814

Rechtbank blijft bij tussenvonnis: Van Haren maakt inbreuk op merkenrecht Louboutin

6 feb 2019, IEFBE 2814; ECLI:NL:GHAMS:2016:3755 (Louboutin en CLS tegen Van Haren), http://www.ie-forum.be/artikelen/rechtbank-blijft-bij-tussenvonnis-van-haren-maakt-inbreuk-op-merkenrecht-louboutin

Rechtbank Den Haag 6 februari 2019, IEF 18217; IEFbe 2814 (Louboutin en CLS tegen Van Haren). Zie ook: IEF 17759; IEF 17487; IEF 17209IEF 16890IEF 15786IEF 15746IEF 14828IEF 13716IEF 12902IEF 12573. Merkenrecht. Nu de merkenrichtlijn 2015 nog niet is omgezet in het BVIE bestaat er voor de rechtbank geen reden om te onderzoeken of zij dient terug te komen op haar tussenvonnis. Van belang acht de rechtbank hierbij dat het een zaak betreft die speelt tussen twee particuliere partijen. De rechtbank houdt dus vast aan haar eerdere conclusie, en oordeelt dat Van Haren inbreuk maakt op het merkenrecht van Louboutin. De rechtbank neemt de antwoorden die het HvJEU op de prejudiciële vragen heeft gegeven wel mee in haar vonnis, maar dit leidt niet tot een andere conclusie dan in het tussenarrest. Nu vaststaat dat er sprake is van een Beneluxmerk, is daarmee de inbreuk door Van Haren ook gegeven.

IEFBE 2797

Vordering Pacovis tot nietigverklaring Gemeenschapsmodel borden afgewezen, totaalindruk verschilt

EUIPO - BHIM - OHMI 22 feb 2018, IEFBE 2797; (Pacovis tegen Natural Tableware), http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-pacovis-tot-nietigverklaring-gemeenschapsmodel-borden-afgewezen-totaalindruk-verschilt

EUIPO 22 februari 2018, IEF 18130; IEFbe 2797 (Pacovis tegen Natural Tableware) Modelrecht. Pacovis stelt dat de borden van de serie "Ellipse" van Natural Tableware ontbreekt aan nieuwheid omdat Pacovis een zelfde design had gemaakt en gepubliceerd. Oordeel is echter dat deze borden niet geopenbaard zijn overeenkomstig art. 7 GModVo en nu dit een vereiste is voor het toepassen van art. 5 en 6 GModVo, is het niet nodig de verdere validiteit in overweging te nemen met betrekking tot deze borden. Pacovis stelt ook dat de borden niet voldoen aan een eigen karakter, omdat, gezien de totaalindruk wordt gewekt, deze niet van andere eerder geopenbaarde ontwerpen verschilt. Deze stelling is onjuist, in het licht van de algemene indruk die wordt gewekt bij de geÏnformeerde gebruiker, wijken de eerdere ontwerpen wel af. De ovale vormen zijn onregelmatig en de contouren en materialen zijn anders. De vordering tot nietigverklaring van het ingeschreven Gemeenschapsmodel wordt afgewezen. Zie tevens onderstaande uitspraak.

Hof Amsterdam 20 maart 2018, IEF 18130, IEFbe 2797 (Pacovis tegen Natural Tableware). Procesrecht. Pacovis trekt het hoger beroep in, waarop Natural Tableware een proceskostenvergoeding vordert. Het hof wijst deze toe, op basis van het liquidatietarief. 

IEFBE 2812

Conclusie AG over art. 5 lid 3 Auteursrechtrichtlijn

HvJ EU - CJUE 10 jan 2019, IEFBE 2812; ECLI:EU:C:2019:16 (Spiegel Online tegen Volker Beck), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-over-art-5-lid-3-auteursrechtrichtlijn

Conclusie AG 10 januari 2019, IEF 18207; IEFbe 2812; IT 2711; C‑516/17; ECLI:EU:C:2019:16 (Spiegel Online tegen Volker Beck) Auteursrecht. AG stelt voor dat het hof de prejudiciële vragen van het Bundesgerichthof als volgt beantwoordt. Lidstaten zijn verplicht in hun nationale recht bescherming te waarborgen van de uitsluitende rechten zoals in art. 2 t/m 4 Auteursrechtrichtlijn. Die rechten kunnen enkel worden beperkt door toepassing van de beperkingen en restricties die uitputtend zijn beschreven in artikel 5 van die richtlijn. De lidstaten blijven echter vrij in hun keuze van de middelen die zij passend achten om die verplichting na te komen. Gebruik van een werk van letterkunde in kader van verslag actuele gebeurtenis valt niet onder beperking art. 5 lid 3 onder c Auteursrechtrichtlijn indien met het gebruik beoogde doel lezing van het gehele werk of deel daarvan vereist. Art. 5 lid 3 onder d Auteursrechtrichtlijn n.v.t. indien werk zonder toestemming in geheel beschikbaar wordt gesteld als los in te zien en te downloaden bestand. Art. 11 Handvest EU vormt geen begrenzing van uitsluitende rechten auteur om reproductie en mededeling aan publiek van zijn werk toe te staan of verbieden, en biedt geen rechtvaardiging voor beperking van of inbreuk van die rechten. Geldt eveneens in situatie waarin auteur betrokken werk een publieke functie uitoefent en dat werk zijn overtuiging openbaart ten aanzien van kwesties van algemeen belang, voor zover dat werk reeds voor het publiek beschikbaar is.

IEFBE 2810

HOYNG ROKH MONEGIER benoemt Johan Elkenbracht tot partner

Het Europese IE-recht nichekantoor HOYNG ROKH MONEGIER benoemt Johan Elkenbracht tot partner.
 
Johan Elkenbracht is Europees en Nederlands octrooigemachtigde. De praktijk van Johan bestrijkt alle aspecten van de octrooiverlenings- en adviespraktijk, waaronder het opstellen van nieuwe octrooiaanvragen, het voeren van verlenings-, oppositie- en beroepsprocedures bij het Europees Octrooibureau (EOB) en het verzorgen van freedom-to-operate opinies. Hij treedt bovendien regelmatig op in octrooigeschillen voor de Nederlandse rechter en adviseert over IE strategieën. Johans praktijk is in het bijzonder gericht op life sciences, procestechnologie, chemie en materiaalkunde.
 
Bart van den Broek, managing partner in Amsterdam: “Johan heeft een uitzonderlijke expertise opgebouwd in de life sciences en procestechnologiesector. Sinds zijn komst in 2014 heeft hij een enorme bijdrage geleverd aan de uitbouw en de expertise van het octrooiteam van HOYNG ROKH MONEGIER. Het team van octrooigemachtigden telt nu 15 personen, waarvan 5 partners.”
 
Voor zijn komst bij HOYNG ROKH MONEGIER werkte Johan 16 jaar als in-house octrooigemachtigde bij Koninklijke DSM.

IEFBE 2808

Conclusie AG: beheerder website met gegevensverzamelende plug-in derde mede-verantwoordelijk gegevensverwerking

19 dec 2018, IEFBE 2808; ECLI:EU:C:2018:1039 (Fashion ID), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-beheerder-website-met-gegevensverzamelende-plug-in-derde-mede-verantwoordelijk-gegevens

Conclusie AG 19 december 2018, IT 2704; IEFbe 2808; C-40/17; ECLI:EU:C:2018:1039 (Fashion ID) Privacy. Via het persbericht. De advocaat-generaal stelt voor om voor recht te verklaren dat volgens de richtlijn gegevensbescherming de beheerder van een website (zoals Fashion ID) die een plug-in van een derde partij op zijn website heeft geplaatst (zoals de ,,Vind ik leuk”-knop van Facebook) die ervoor zorgt dat persoonsgegevens van de gebruiker worden verzameld en doorgezonden, samen met die derde partij dient te worden geacht verantwoordelijk te zijn voor de verwerking. De advocaat-generaal stelt tevens voor om voor recht te verklaren dat de gebruiker van de website waar nodig toestemming moet geven aan de beheerder ervan (Fashion ID) die de content van een derde partij heeft opgenomen. Zo ook geldt voor de beheerder van de website (Fashion ID) de verplichting om de gebruiker van de website de vereiste minimuminformatie te verstrekken. Lees verder.

IEFBE 2807

Conclusie AG: beperk verwijderingen koppelingen die exploitanten van zoekmachine moeten uitvoeren tot niveau EU

HvJ EU - CJUE 10 jan 2019, IEFBE 2807; ECLI:EU:C:2019:15 (Google tegen CNIL), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-beperk-verwijderingen-koppelingen-die-exploitanten-van-zoekmachine-moeten-uitvoeren-tot

Conclusie AG 10 januari 2019, IT 2705; IEF 18190; IEFbe 2807; C-507/17; ECLI:EU:C:2019:15 (Google tegen CNIL) Privacy. Domeinnaamrecht. Via het persbericht. AG Szpunar stelt het Hof voor om vast te stellen dat de exploitant van een zoekmachine bij inwilliging van een verzoek tot verwijdering van koppelingen niet verplicht is om deze verwijdering toe te passen op alle domeinnamen van zijn zoekmachine zodat de betrokken koppelingen niet langer verschijnen ongeacht de plaats van waaruit de zoekopdracht op de naam van de indiener van het verzoek wordt uitgevoerd. Daarentegen benadrukt de advocaat-generaal dat zodra een recht op verwijdering van koppelingen binnen de Unie is vastgesteld, de exploitant van een zoekmachine alle mogelijke maatregelen moet nemen om te zorgen voor een doeltreffende en volledige verwijdering van de koppelingen binnen het grondgebied van de Europese Unie, ook via de techniek van „geoblocking”, vanaf een IP-adres dat wordt geacht zich te bevinden in een van de lidstaten, ongeacht de domeinnaam die wordt ingevoerd door de internetgebruiker die de zoekopdracht uitvoert. Lees verder.

IEFBE 2809

Conclusie AG: exploitant zoekmachine moet verzoek tot verwijdering koppelingen naar gevoelige gegevens systematisch inwilligen

HvJ EU - CJUE 10 jan 2019, IEFBE 2809; ECLI:EU:C:2019:14 (G.C. e.a. tegen CNIL), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-exploitant-zoekmachine-moet-verzoek-tot-verwijdering-koppelingen-naar-gevoelige-gegeven

Conclusie AG 10 januari 2019, IT 2706; IEFbe 2809;  C-136/17; ECLI:EU:C:2019:14 (G.C. e.a. tegen CNIL) Privacy. Via het persbericht. AG Szpunar stelt het Hof voor te beslissen dat de exploitant van een zoekmachine een verzoek tot verwijdering van koppelingen naar gevoelige gegevens systematisch moet inwilligen. De exploitant van de zoekmachine moet evenwel erop toezien dat het recht van toegang tot informatie en het recht op vrije meningsuiting worden beschermd. Lees verder.

IEFBE 2806

Conclusie AG: Verbod toepassing regels die zoekmachines verbieden fragmenten persproducten aan te bieden zonder voorafgaande toestemming uitgever

HvJ EU - CJUE 13 dec 2018, IEFBE 2806; ECLI:EU:C:2018:1004 (VG Media tegen Google), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-verbod-toepassing-regels-die-zoekmachines-verbieden-fragmenten-persproducten-aan-te-bie

Conclusie AG 13 december 2018, IEF 18187; IEFbe 2699; IT 2806; C-299/17; ECLI:EU:C:2018:1004 (VG Media tegen Google) Auteursrecht. Naburig recht. Via het persbericht. In 2013 heeft Duitsland een naburig recht van het auteursrecht ingevoerd voor uitgevers van perspublicaties, zonder de ontwerpwetgeving aan de Commissie mee te delen. In de nieuwe bepalingen wordt vastgesteld dat commerciële exploitanten van een internetzoekmachine (en commerciële dienstenaanbieders die content bewerken) – anders dan andere gebruikers, waaronder commerciële gebruikers – zonder passende toestemming geen fragmenten – behalve losse woorden of zeer korte tekstfragmenten – van bepaalde content in de vorm van tekst, afbeeldingen of video verstrekt door uitgevers van perspublicaties mogen aanbieden. VG Media is een Duitse organisatie voor collectief beheer die auteursrechten en naburige rechten in naam van, onder andere, uitgevers van perspublicaties beheert. VG Media heeft namens haar leden een schadevordering tegen Google ingesteld bij het Landgericht Berlin (rechter in eerste aanleg van Berlijn) met betrekking tot het gebruik dat Google sinds 1 augustus 2013 maakt van tekstfragmenten, afbeeldingen en video’s uit door leden van VG Media geproduceerde pers- en mediacontent, zonder daarvoor een vergoeding te betalen. Lees verder.

IEFBE 2805

Eerder stakingsbevel Uber viseert elke verdeling bezoldigde taxiritten aan chauffeurs zonder toelating zoals art. 3 Ordonnantie 27 april 1995

Overig - Autres 18 dec 2018, IEFBE 2805; (Taxi Radio Bruxelles en Uber BE tegen Uber BV c.s.), http://www.ie-forum.be/artikelen/eerder-stakingsbevel-uber-viseert-elke-verdeling-bezoldigde-taxiritten-aan-chauffeurs-zonder-toelati

Vzr. NL Ondernemingsrechtbank Brussel 18 december 2018, IEFbe 2805 (Taxi Radio Bruxelles en Uber BE tegen Uber BV c.s.) Marktpraktijken. Uitleg eerder stakingsbevel [IEFbe 1541]. Stakingsbevel viseert elke verdeling van bezoldigde taxiritten aan chauffeurs die niet beschikken over een toelating zoals bepaald door artikel 3 van de Ordonnantie van 27 april 1995, ongeacht de benaming van de betrokken dienst door Uber.

IEFBE 2804

Woordmerk Anne Frank Stichting ingetrokken, naam slechts gebruikt als verwijzing

EUIPO - BHIM - OHMI 7 dec 2018, IEFBE 2804; (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting), http://www.ie-forum.be/artikelen/woordmerk-anne-frank-stichting-ingetrokken-naam-slechts-gebruikt-als-verwijzing

EUIPO Cancellation Division 7 december 2018, IEF 18174; IEFbe 2804 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting) Merkenrecht. Zie ook Volkskrant. Verzoek tot intrekken woordmerk Anne Frank gedaan door Anne Frank Fonds. Anne Frank Stichting heeft verwezen naar de naam, maar heeft de naam niet als zelfstandige merknaam gebruikt, waardoor het in vijf jaar niet "normaal" is gebruikt. Verzoek tot intrekking toegewezen.

IEFBE 2803

Marten Bouma onder HvJ EU Jägermeister/EUIPO

, IEFBE 2803; http://www.ie-forum.be/artikelen/marten-bouma-onder-hvj-eu-j-germeister-euipo

Marten Bouma onder HvJ EU 5 juli 2018; IEF 17826 (Jägermeister tegen EUIPO) Het is de tijd van het terugkijken naar wat er allemaal is gebeurd het afgelopen jaar. Het arrest van het Hof van Justitie van 5 juli roept bij mij steeds meer vragen op, het neemt zelfs mystieke vormen aan. Wat is er eigenlijk gedeponeerd? Waarom switcht de Onderzoeker bij het EUIPO van grondslag? Zijn de afbeeldingen het wezenlijke probleem of is het eigenlijk de classificatie van de afgebeelde producten? Zou het Benelux bureau een andere aanpak hebben gekozen? Waarom is de deposant zo halsstarrig? Waarom is Locarno klasse 07.99 Miscellaneous niet toegepast? Lees verder.

IEFBE 2802

Nietigverklaring model Multimox, argument latere elektronische beschikstelling irrelevant voor openbaarmaking

EUIPO - BHIM - OHMI 30 apr 2018, IEFBE 2802; (Asian Gear tegen Multimox), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietigverklaring-model-multimox-argument-latere-elektronische-beschikstelling-irrelevant-voor-openba

EUIPO 30 april 2018, IEF 18161; IEFbe 2802; (Asian Gear tegen Multimox) Modellenrecht. Asian Gear diende verzoek in tot nietigverklaring tegen het gemeenschapsmodel met nr. 00607155-0002, die op 19 oktober 2006 is aangemeld.Zij stelt dat de scooter aan nieuwheid en eigen karakter ontbreekt omdat er sinds 22 december 2005 een identieke Chinese modelinschrijving zou bestaan. Alle argumenten met betrekking tot latere elektronische terbeschikkingbestelling van het Chinese model zijn irrelevant, omdat zelfs in de tijd dat de registers van de nationale en intergouvernementele bureaus nog niet online te benaderen waren, het gebruikelijk was dat de publicatiebladen van de bureaus in grote bibliotheken te bekijken waren. De ingewijden van de voertuigindustrie in het onderhavige geval konden dus rederlijkerwijs kennis hebben genomen van de publicatie van het Chinese model. Ook ontbreekt het eigen karakter, omdat er afgezien van de contrasterende vormgeving van het gemeenschapsmodel, geen sprake is van doorslaggevende verschillen tussen de bedoelde modellen vanuit de afbeelding. Aanvraag tot nietigverklaring ingewilligd.

IEFBE 2801

Gerecht vernietigt ten dele besluit EC tot vaststelling bestaan beperkende overeenkomsten en misbruik machtspositie op markt perindopril

HvJ EU - CJUE 12 dec 2018, IEFBE 2801; ECLI:EU:T:2018:910 (Biogaran tegen Commissie), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-vernietigt-ten-dele-besluit-ec-tot-vaststelling-bestaan-beperkende-overeenkomsten-en-misbrui

HvJ EU 12 december 2018, IEF 18151; LS&R 1683; IEFbe 2801; ECLI:EU:T:2018:910 (Biogaran tegen Europese Commissie) Octrooirecht. Contractrecht. Via persbericht.De Servier-groep ontwikkelde perindopril, een geneesmiddel dat tot de klasse van angiotensine-converterende enzymremmers ('ACE') behoort, gebruikt in de cardiovasculaire geneeskunde en voornamelijk bedoeld voor de behandeling van hypertensie en hartfalen. Het perindopril samengestelde octrooi, ingediend bij het EPO in 1981, verliep in de loop van de jaren 2000 in verschillende EU-lidstaten. Het actieve farmaceutische bestanddeel van perindopril, dat wil zeggen de biologisch actieve chemische stof die de gewenste therapeutische effecten produceert, neemt de vorm aan van een zout, erbumine. Een nieuw octrooi met betrekking tot erbumine en zijn productieprocessen werd door Servier in 2001 bij het EPO ingediend en in 2004 verleend (het 947-octrooi). Naar aanleiding van geschillen waarbij de geldigheid van dat octrooi werd aangevochten, heeft Servier verschillende schikkingsovereenkomsten gesloten met een aantal generieke bedrijven, waarmee elk van deze ondernemingen moest afzien van toetreding tot de markt of het betwisten van dat octrooi. Het Gerecht vernietigt ten dele het besluit van de Europese Commissie tot vaststelling van het bestaan ​​van beperkende overeenkomsten en misbruik van een machtspositie op de markt voor perindopril. Het Gerecht bevestigt echter dat bepaalde overeenkomsten inzake octrooiering concurrentiebeperkend kunnen zijn. Lees verder. 

IEFBE 2800

Conclusie AG: sampling moet een inbreuk vormen op rechten producent fonogram indien gebruik zonder toestemming

HvJ EU - CJUE 12 dec 2018, IEFBE 2800; ECLI:EU:C:2018:1002 (Pelham e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-sampling-moet-een-inbreuk-vormen-op-rechten-producent-fonogram-indien-gebruik-zonder-to

Conclusie AG 12 december 2018, IEF 18150; IEFbe 2800; C‑476/17; ECLI:EU:C:2018:1002 (Pelham e.a.) Naburige rechten. Via het persbericht. Ralf Hűtter en Florian Schneider-Esleben zijn leden van de band Kraftwerk, die in 1977 een fonogram uitbracht met daarop het werk „Metall auf Metall”. Pelham GmbH, een vennootschap naar Duits recht, is producent van een fonogram met het werk „Nur mir”. Hűtter en SchneiderEsleben stellen dat Pelham, Moses Pelham en Martin Haas met behulp van sampling ongeveer twee seconden van een ritmische sequens van „Metall auf Metall” hebben gekopieerd en deze met minieme wijzigingen en op een herkenbare manier in een doorlopende herhaling onder het nummer „Nur mir” hebben gezet. Volgens Hütter en Schneider-Esleben wordt zo inbreuk gemaakt op het naburige recht waarvan zij als producenten van het betrokken fonogram houder zijn, en dus hebben zij met name verzocht om staking van de inbreuk, toekenning van schadevergoeding en afgifte van de fonogrammen met het oog op vernietiging ervan. Advocaat-generaal Szpunar stelt het Hof voor te oordelen dat sampling een inbreuk vormt op de rechten van de producent van een fonogram als er zonder diens toestemming gebruik van wordt gemaakt.   Lees verder.

IEFBE 2799

Prejudicieel gestelde vragen: is het feit dat een licentiehouder van software zich niet houdt aan de voorwaarden van de overeenkomst een auteursrechtinbreuk of kan hiervoor een afzonderlijke regeling gelden?

HvJ EU - CJUE 16 okt 2018, IEFBE 2799; (Free Mobile tegen IT Development), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-is-het-feit-dat-een-licentiehouder-van-software-zich-niet-houdt-aan-de

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 oktober 2018, IEF 18145; IT 2689; IEFbe 2799; C-666/18 (Free Mobile tegen IT Development) Via Minbuza. Free Mobile is een aanbieder van mobiele telefonie op de Franse markt. Bij overeenkomst van 25.08.2010 heeft IT Development aan Free Mobile een licentie verleend en een onderhoudscontract met haar afgesloten voor het softwarepakket ClickOnSite. IT Development heeft aangevoerd dat er in strijd met de licentieovereenkomst wijzigingen zijn aangebracht in de software en heeft op 22.05.2015 inbeslagneming wegens inbreuk laten verrichten ten kantore van de onderneming Coraso, een subcontractant van Free Mobile. Volgens Free Mobile zijn de verzoeken op grond van inbreuk niet ontvankelijk. Daarnaast stelt Free Mobile dat de originaliteit van de software niet is bewezen en dat de handelingen voor beslag inzake inbreuk nietig zijn. Ook stelt Free Mobile dat de aangebrachte wijzigingen alleen betrekking hebben op de eigen database van de licentiehouders en dat de clausule waarin is bepaald dat het softwarepakket niet mag worden gewijzigd in strijd is met de bepalingen van het wetboek van intellectuele eigendom. Deze bepalingen moeten worden geacht niet te zijn geschreven. De rechter in eerste aanleg heeft de vorderingen van IT Development niet-ontvankelijk verklaard. IT Development heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de rechter in tweede aanleg verzocht om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof. In eerste aanleg waren de verzoeken van IT Development uitsluitend gebaseerd op inbreuk. In hoger beroep zijn zij subsidiair tevens gebaseerd op de contractuele aansprakelijkheid.