IEFBE 4337
5 oktober 2026
Uitspraak

RvS stelt prejudiciële vragen over voedingssupplementen, geneesmiddelen en medische claims in online reviews

 
IEFBE 4335
5 oktober 2026
Uitspraak

Prejudiciële vragen gesteld over de Etias-verordening

 
IEFBE 4334
5 oktober 2026
Uitspraak

UPC CoA: verklaring van niet-inbreuk vóór octrooiverlening is kwestie van ontvankelijkheid

 
IEFBE 4337

RvS stelt prejudiciële vragen over voedingssupplementen, geneesmiddelen en medische claims in online reviews

HvJ EU - CJUE 25 mrt 2026, IEFBE 4337; ECLI:NL:RVS:2026:1651 ([appellanten] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://www.ie-forum.be/artikelen/rvs-stelt-prejudiciele-vragen-over-voedingssupplementen-geneesmiddelen-en-medische-claims-in-online-reviews

Raad van State 25 maart 2026, RB 4151; LS&R 2473; IEFbe 4337; ECLI:NL:RVS:2026:1651 ([appellanten] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In deze zaken tussen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en verschillende online verkopers staat de vraag centraal wanneer een als voedingssupplement verkocht product moet worden aangemerkt als geneesmiddel naar aandiening. De NVWA constateerde dat de verkopers verschillende producten op hun websites presenteerden met uitingen over onder meer pijn, gewrichten, verkoudheid, griep en het coronavirus. De minister legde daarop boetes op wegens het zonder handelsvergunning te koop aanbieden van geneesmiddelen en het maken van reclame voor geneesmiddelen zonder handelsvergunning.

IEFBE 4335

Prejudiciële vragen gesteld over de Etias-verordening

HvJ EU - CJUE 4 dec 2025, IEFBE 4335; C-846/25 (Ligue des droits humains), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-etias-verordening

Prejudicële vragen gesteld aan HvJ EU 4 december 2025, IT 5546; IEFbe 4335; C-846/25 (Ligue des droits humains) via MinBuza. Ligue des droits humains (hierna: verzoeker) heeft in 2024 een beroep ingesteld bij het Grondwettelijke Hof tot vernietiging van een wet betreffende de oprichting en organisatie van de opdrachten van ETIAS Nationale Eenheid (hierna: E.N.E). De wet regelt onder meer de verwerking van persoonsgegevens in het kader van reisautorisaties binnen de EU, risicobeoordelingen, het gebruik van het ETIAS-informatiesysteem, en de procedures rond het intrekken en annuleren van reisautorisaties. Verzoeker stelt dat de combinatie van het beheren van veiligheidsrisico's en het beheer van de grenzen leidt tot een strafbaarstelling van migratie, wat een onevenredige inbreuk op de grondrechten (zoals het recht op privacy en gegevensbescherming) inhoudt. Volgens verzoeker zou artikel 3, lid 1, punt 6, van de ETIAS-verordening een te ruime en onvoldoende nauwkeurige definitie van "veiligheidsrisico" geven. De Ministerraad verdedigt de wet en stelt dat het kritiek gericht is tegen de bewoording van de ETIAS-verordening zelf, waarover het Grondwettelijk Hof niet bevoegd is te oordelen, en dat de wet voldoende waarborgen en regelingen bevat die in overeenstemming zijn met de Grondwet en internationale normen. In het kader van dit beroep rijst voor het Grondwettelijk Hof de vraag of de nationale wet, die uitvoering geeft aan de ETIAS-verordening, voldoende nauwkeurig is omschreven en verenigbaar is met het Unierecht.

IEFBE 4334

UPC CoA: verklaring van niet-inbreuk vóór octrooiverlening is kwestie van ontvankelijkheid

Unified Patent Court (UPC) 21 sep 2026, IEFBE 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel), https://www.ie-forum.be/artikelen/upc-coa-verklaring-van-niet-inbreuk-voor-octrooiverlening-is-kwestie-van-ontvankelijkheid

UPC CoA 21 september 2026, IEF 23894; IEFbe 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel). In deze zaak tussen OMNIA en Sidel staat de vraag centraal of bij het UPC een vordering tot verklaring van niet-inbreuk kan worden ingesteld voordat de betrokken Europese octrooien zijn verleend. OMNIA stelde op 3 maart 2026 bij de Centrale Divisie Parijs een vordering in tot verklaring dat haar Opera Omnia labelling module geen inbreuk maakt op EP 4 594 194 en EP 4 624 351. Beide octrooien waren op dat moment nog niet verleend. Sidel diende daarna opt-outverzoeken in en stelde in een preliminary objection dat het UPC niet bevoegd was van de vordering kennis te nemen. De Centrale Divisie verwierp dat bezwaar, waarna Sidel in hoger beroep ging.

IEFBE 4332

Gerecht EU: normaal gebruik VECTOR FUND aangetoond en verwarringsgevaar met MARKETVECTOR

Gerecht EU - Tribunal UE 1 okt 2026, IEFBE 4332; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-normaal-gebruik-vector-fund-aangetoond-en-verwarringsgevaar-met-marketvector

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23889; IEFbe 4332; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR). Van Eck Associates Corp. verzocht om vernietiging van een beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de internationale registratie MARKETVECTOR voor financiële diensten in klasse 36. De oppositie van Vector S.A. was gebaseerd op het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND. Het Gerecht bevestigt dat normaal gebruik van het oudere merk is aangetoond. Hoewel VECTOR FUND niet in exact de geregistreerde vorm was gebruikt, werd het element ‘vector’ wel als merk gebruikt ter identificatie van de commerciële herkomst van de betrokken fondsen en financiële diensten. Dat het teken daarnaast ook als handelsnaam of vennootschapsnaam werd gebruikt, sluit merkgebruik niet uit wanneer het tevens een verband legt tussen het teken en de aangeboden diensten. De weglating van het beschrijvende element ‘fund’ tast het onderscheidend vermogen van het oudere merk niet aan. Ook de toevoeging van aanduidingen als ‘navigator’, ‘flexible’, ‘top managers mixed’ en ‘SICAV’ verandert dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen voor het relevante publiek beschrijvend zijn voor de kenmerken of juridische vorm van de verschillende fondsen. De kamer van beroep had daarom terecht geoordeeld dat sprake was van normaal gebruik in de zin van artikel 47 leden 2 en 3, gelezen in samenhang met artikel 18 lid 1 onder a UMVo.

IEFBE 4333

Article written by Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson, Simmons & Simmons. 

AI x Dispute Resolution: AI and IP - protecting rights & managing risk

Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson, 15 September 2026.

AI and IP disputes are here: what businesses need to know now

From landmark copyright cases to ownership questions and cross-border risk, this quick guide distils the latest legal developments and the practical steps organisations should take now.

AI-related disputes are no longer a hypothetical risk for organisations rolling-out use of AI models and tools. With cases already before courts across the UK, Europe and the US, early rulings are beginning to reshape the risk landscape, particularly in terms of IP infringement.

In the latest session of our AI x Dispute Resolution Webinar Series 2026, Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson examined the key cases on AI training and outputs, whether AI-generated inventions and outputs are capable of IP protection and set out the practical steps organisations should be taking now to manage risk. This article summarises the key issues discussed, the practical takeaways, some of the interesting questions raised by attendees and what organisations should be thinking about next.

IEFBE 4331

Gerecht EU bevestigt verwarringsgevaar tussen T-HEAD en oudere HEAD-merken

Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026, IEFBE 4331; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-t-head-en-oudere-head-merken

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23888; IEFbe 4331; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD). T-Head (Shanghai) Semiconductor Co. Ltd verzocht om vernietiging van een beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de inschrijving van het beeldmerk T-HEAD voor onder meer waren en diensten in de klassen 9, 35, 41, 42 en 45. De oppositie van Head Technology GmbH was gebaseerd op verschillende oudere HEAD-merken, waaronder Oostenrijkse woordmerken en een internationale registratie. Het Gerecht verwerpt eerst het betoog dat de kamer van beroep haar motiveringsplicht had geschonden bij de vergelijking van de waren in klasse 9. Voor zover T-Head bepaalde waren in haar beroep bij het EUIPO niet uitdrukkelijk had betwist, mocht de kamer van beroep aansluiten bij de motivering van de oppositieafdeling. Ook was de motivering niet tegenstrijdig waar onderscheid werd gemaakt tussen gespecialiseerde technologische componenten met meerdere mogelijke toepassingen en waren die volgens hun omschrijving specifiek als computerhardware moesten worden aangemerkt. Voor die laatste categorie, waaronder computerchips, centrale verwerkingseenheden en netwerkhardware, mocht de kamer van beroep aannemen dat sprake was van ten minste een geringe mate van soortgelijkheid met de software waarop de oudere merken betrekking hadden. Ook de overige door T-Head bestreden vergelijkingen van waren en diensten in de klassen 35, 41, 42 en 45 konden volgens het Gerecht standhouden.

IEFBE 4330

Gerecht EU vernietigt EUIPO-beslissing wegens onvoldoende motivering over onderscheidend vermogen element ‘food’

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4330; ECLI:EU:T:2026:538 (Food Pass), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-vernietigt-euipo-beslissing-wegens-onvoldoende-motivering-over-onderscheidend-vermogen-element-food

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23887; IEFbe 4330; ECLI:EU:T:2026:538 (Food Pass). Agraya GmbH maakte op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo oppositie tegen de inschrijving van het aangevraagde beeldmerk Food Pass voor diensten in de klassen 42 en 44, met een beroep op haar oudere Uniewoordmerk FoodPLUS voor diensten in de klassen 35, 41 en 42. De oppositieafdeling wees de oppositie af en de Tweede kamer van beroep bevestigde die beslissing. Voor de beoordeling ging de kamer, uit proceseconomische overwegingen en vanuit de voor Agraya gunstigste veronderstelling, ervan uit dat alle betrokken diensten identiek waren. Zij achtte de tekens visueel en fonetisch minder dan gemiddeld overeenstemmend en begripsmatig verschillend. Daarbij oordeelde zij dat het gemeenschappelijke element ‘food’ slechts een zwak onderscheidend vermogen had en dat het oudere merk FoodPLUS, mede vanwege het weinig onderscheidende karakter van ‘plus’, slechts een minimaal intrinsiek onderscheidend vermogen bezat. Op grond daarvan kwam zij tot de conclusie dat geen verwarringsgevaar bestond.

IEFBE 4328

Oorspronkelijk verschenen op AI-Forum.

Thomson Reuters wint ook in hoger beroep: geen fair use bij AI-training met headnotes

Het Amerikaanse Third Circuit (equivalent van ons gerechtshof) heeft de overwinning van Thomson Reuters op ROSS Intelligence bevestigd. Het gebruik van de koptitels uit de juridische databank van Reuters voor de ontwikkeling van een met die databank concurrerende AI-zoektool, valt niet onder fair use. Het betreft de eerste Amerikaanse uitspraak in hoger beroep over fair use in de context van AI.

Bent u graag up to date op het snijvlak van AI en recht? Meld u vandaag nog aan voor het aankomende Nationaal AI & Data Congres van donderdag 5 november.

IEFBE 4329

Gerecht EU: geen restitutio in integrum na gemiste verlengingstermijn voor Uniemodel

Gerecht EU - Tribunal UE 9 sep 2026, IEFBE 4329; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-geen-restitutio-in-integrum-na-gemiste-verlengingstermijn-voor-uniemodel

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23886; IEFbe 4329; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO). Barth GmbH verzocht om vernietiging en wijziging van een beslissing van de Derde kamer van beroep van het EUIPO over een geregistreerd Uniemodel voor isolerende dozen. De bescherming van het model liep op 17 juni 2024 af. Nadat noch binnen de reguliere termijn, noch binnen de aanvullende termijn tegen betaling van een toeslag om verlenging was verzocht, stelde het EUIPO vast dat de bescherming was verstreken. Barth diende vervolgens een verzoek om restitutio in integrum in op grond van artikel 67 lid 1 van Verordening nr. 6/2002. Volgens Barth was de termijnoverschrijding het gevolg van een samenloop van fouten van twee medewerkers van haar gemachtigde. Het Gerecht bevestigt dat herstel in de vorige toestand alleen mogelijk is wanneer de betrokkene, ondanks alle door de omstandigheden vereiste zorgvuldigheid, een termijn niet heeft kunnen naleven. Daarvoor moet een systeem van interne controle en termijnbewaking bestaan dat onbedoelde termijnoverschrijdingen in beginsel uitsluit. Menselijke fouten bij de handmatige verwerking van termijnen zijn volgens het Gerecht niet uitzonderlijk of onvoorzienbaar. Het gebruikte controlesysteem bood onvoldoende waarborgen: de controle berustte in wezen op de ene medewerker die het werk van een andere medewerker controleerde, terwijl geen systematische controle plaatsvond op de medewerker die de verlengingstermijn uit het systeem verwijderde. Ook werd niet in ieder dossier gecontroleerd of de verlengingsvergoeding daadwerkelijk was betaald. Systematische controles, zoals het opvragen van een betalingsbewijs of een controle achteraf of de verlenging in het register was ingeschreven, hadden de fout kunnen ontdekken.

IEFBE 4327

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

Vorige week werd de afgelopen leergang van de Mr. S.K. Martens Academie feestelijk afgesloten met de diplomauitreiking. In het jaar daarvoor werkten de deelnemers tijdens masterclasses en online sessies aan actuele vraagstukken binnen het IE- en procesrecht, met veel aandacht voor de praktijk. Zo stond ook een oefenrechtbank op het programma, waarin deelnemers hun procesvaardigheden konden toepassen in een realistische setting.

We danken alle deelnemers, docenten en hoofddocenten voor hun inzet, betrokkenheid en bijdrage aan een inhoudelijk sterke en inspirerende leergang.

Met de afsluiting van deze lichting kijken we ook alweer vooruit. Eind november start een nieuwe groep met de officiële specialisatieopleiding op het gebied van intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding is bedoeld voor ervaren advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun kennis verder willen verdiepen en hun praktische vaardigheden willen aanscherpen.

Tijdens de opleiding komen onder meer procederen, bewijs, merkenrecht, auteursrecht en de invloed van AI op de rechtspraktijk aan bod. Door de kleinschalige opzet is er veel ruimte voor interactie, discussie en het uitwisselen van ervaringen met docenten en andere deelnemers.

De inschrijvingen voor de nieuwe lichting zijn nog geopend.
Voor aanmelden of een offerte op maat mail naar info@delex.nl.