IEFBE 3256

Gerecht EU: Ongewone lippenstift in aanmerking voor modelregistratie

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jul 2021, IEFBE 3256; ECLI:EU:T:2021:443 (Guerlain tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-ongewone-lippenstift-in-aanmerking-voor-modelregistratie

Gerecht EU 14 juli 2021, IEF 20098, IEFbe 3256; ECLI:EU:T:2021:443 (Guerlain tegen EUIPO) Guerlain is producent van lippenstift en wil het specifiek driedimensionale ontwerp registreren. Het EUIPO heeft de aanvraag in eerste instantie afgewezen vanwege een gebrek aan onderscheidend karakter van het model, maar het Gerecht oordeelt anders. Ze oordeelt dat de vorm van de lippenstift zodanig ongewoon is binnen deze sector, dat het zich onderscheidt van andere modellen. De ovale vorm leidt tot een bepaalde herkenning bij het relevante publiek en wijkt af van de norm. Hierbij is ook van belang dat de lippenstift niet rechtop kan staan. Zodoende komt het Gerecht tot de conclusie dat het model in aanmerking komt voor inschrijving. 

IEFBE 3255

Najaarsagenda opleidingen

Voor de één is het zomerreces al begonnen, de ander is nog druk aan het werk. Bij deLex bereiden we rustig het nieuwe programma voor, om in september een vliegende start te maken met Entertainment en IE. Vanaf dan verwelkomen we u graag weer bij onze opleidingen!

Najaarsprogramma
- Donderdag 8 september: Entertainment en IE
- Dinsdag 5 oktober: Benelux Merkencongres 2021 deel 2
- Donderdag 7 oktober: Nederlands Octrooicongres 2021 deel 2

IEFBE 3254

Conclusie A-G in de zaak Polen tegen Parlement en Raad

HvJ EU - CJUE 15 jul 2021, IEFBE 3254; (Polen tegen Parlement en Raad), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-in-de-zaak-polen-tegen-parlement-en-raad

Volgens de Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie is de zogenaamde 'uploadfilter' niet in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Op grond van artikel 17 van de DSM-richtlijn zijn online deelplatformen verplicht om geüploade beschermde content te monitoren en te filteren ten behoeve van de rechthebbenden van deze beschermde content. Polen heeft hierop een zaak bij het Hof aangespannen om artikel 17 nietig te laten verklaren. Volgens Polen is een uploadfilter in strijd met de vrijheid van meningsuiting. De A-G concludeert vandaag (15 juli) dat dit niet het geval is. Weliswaar wordt het recht op vrijheid van meningsuiting op deze manier beperkt, maar volgens de A-G is dit in overeenstemming met artikel 52 lid 1 van het Handvest. Dit artikel regelt de voorwaarden waaronder de vrijheid van meningsuiting mag worden beperkt. Het volledige persbericht is hier te lezen (Engelstalig). 

Deze uitspraak zal ook op vrijdag 16 juli worden besproken tijdens de Leiden Law Lunch - 'Uploadfilter en uitingsvrijheid'

IEFBE 3253

Finally a green light for the start of the UPC

Finally a green light for the start of the UPC – an analysis of the ruling by the Bundesverfassungsgericht and the remaining preparatory work.

On 23 June 2021 the German Constitutional Court (Bundesverfassungsgericht) issued an order rejecting the requests for a preliminary injunction against ratification of the Unified Patent Court (UPC) Agreement . The order was published on 9 July 2021 [IEF 20078] and immediately drew a lot of attention, because this removed the most important obstacle for the start of the UPC. In fact, the UPC will now almost certainly open for business by the end of 2022, or the beginning of 2023 at the latest.
I will first discuss the judgment of the German Constitutional Court and then briefly the next steps towards the start of the UPC.
Lees verder >>

IEFBE 3251

Gerecht EU: 'Bio' in merknamen heeft nagenoeg zelfde betekenis

Gerecht EU - Tribunal UE 30 jun 2021, IEFBE 3251; ECLI:EU:T:2021:396 (Biovène Cosmetics tegen EUIPO en Eugène), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-bio-in-merknamen-heeft-nagenoeg-zelfde-betekenis

Gerecht EU 30 juni 2021, IEF 20087, IEFbe 3251; ECLI:EU:T:2021:396 (Biovène Cosmetics tegen EUIPO en Eugène) Biovène heeft in 2016 de gelijknamige merknaam bij het EUIPO ingeschreven. Eugène Perma is houder van de merknaam Biorene en is van mening dat Biovène inbreuk maakt op haar merknaam. Beide ondernemingen zijn actief in de cosmeticasector. EUIPO heeft vanwege verwarringsgevaar de inschrijving van Biovène afgewezen. Het Gerecht gaat na of er sprake is van vergelijkbare producten en vergelijkbare beeldmerken. Volgens het Gerecht betreft het inderdaad vergelijkbare producten, omdat beide zijn bedoeld voor lichamelijke verzorging en hygiëne. Daarnaast is er geen sprake van producten die voor de gemiddelde consument goed te onderscheiden zijn, onder andere vanwege het feit dat ‘Bio’ in deze context nagenoeg dezelfde betekenis heeft.

IEFBE 3250

Gerecht EU: Wolf en Rolf conceptueel en fonetisch te verschillend

Gerecht EU - Tribunal UE 30 jun 2021, IEFBE 3250; ECLI:EU:T:2021:406 (Wolf tegen EUIPO en Rolf), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-wolf-en-rolf-conceptueel-en-fonetisch-te-verschillend

Gerecht EU 30 juni 2021, IEF 20085, IEFbe 3250; ECLI:EU:T:2021:406 (Wolf tegen EUIPO en Rolf)  Wolf is houder van de gelijknamige merknaam. Rolf is houder van het later ingeschreven beeldmerk. Beide partijen zijn in vergelijkbare sectoren actief. Wolf heeft bij het EUIPO bezwaar gemaakt tegen de inschrijving van het beeldmerk, maar dit is afgewezen. Wolf vordert nu bij het Gerecht vernietiging van die beslissing en voert daartoe aan dat er sprake is van verwarringsgevaar. Volgens Wolf lijken de merken teveel op elkaar. Ondanks het feit dat drie van de vier letters hetzelfde zijn en in dezelfde volgorde staan, is er volgens het Gerecht geen sprake van een fonetische en conceptuele gelijkenis. De twee beeldmerken zijn niet zodanig gelijk, dat het voor het relevante publiek leidt tot verwarring. Het Gerecht bevestigt de uitspraak van het EUIPO. 

IEFBE 3249

Alfredo dos Santos Gil: Reproduceren zonder reproductie

Na het wat voorzichtige bericht van Sena dat nog wordt nagedacht over de gevolgen van het Atresmedia-arrest van het HvJ EU van alweer 18 november 2020 [IEF 19610] zijn intussen uitgebreidere annotaties verschenen. Een aftrap deed Wigman met zijn commentaar [IEF 19622] onder de galmende kop: Dreun voor Sena!
Na lezing van de commentaren is eerder sprake van een zevenklapper van vragen, onzekerheden en verrassende constateringen. Dat brengt partijen in de praktijk in een lastig parket hoe hiermee om te gaan. Hieronder geef ik de inhoud weer van de uitspraak en ga ik onder meer in op aspecten uit de commentaren, die vooral tot verdere vragen leiden. Ook zeg ik wat over de rechtsontwikkeling in de Unie door deze uitspraak.
Lees hier verder. 

 
IEFBE 3248

News flash: UPC gaat door!

, IEFBE 3248; http://www.ie-forum.be/artikelen/news-flash-upc-gaat-door

Vandaag is de uitspraak van het Bundesverfassungsgericht van 23 juni gepubliceerd, waarin de voorlopige voorzieningen tegen het Unified Patent Court Agreement worden afgewezen. Volgens het persbericht is de reden: "the Court states that the constitutional complaints lodged in the principal proceedings are inadmissible as the complainants failed to sufficiently assert and substantiate a possible violation of their fundamental rights". Daarmee lijkt ook het doek voor de klachten zelf gevallen.
Dit betekent dat de Bondspresident nu de ratificatiewet kan tekenen. De ratificatie wordt nog niet meteen ingediend, omdat nu eerst de voorbereidende werkzaamheden moeten worden afgerond, waaronder het selecteren, benoemen en opleiden van de rechters. Deponering van de ratificatie gebeurt zodra dit zo ver gevorderd is dat het UPC 3 maanden later daadwerkelijk open kan gaan.
Dit betekent dat het UPC nu binnen een jaar operationeel kan zijn.

IEFBE 3246

Geluid van openen drankblikje is geen klankmerk

7 jul 2021, IEFBE 3246; ECLI:EU:T:2021:420 (Ardagh Metal Beverage tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/geluid-van-openen-drankblikje-is-geen-klankmerk

Gerecht EU 7 juli 2021, IEF 20072, IEFbe 3246; ECLI:EU:T:2021:420 (Ardagh Metal Beverage tegen EUIPO) Ardagh heeft een Uniemerkaanvraag bij het EUIPO ingediend. Het merk waarvan inschrijving is aangevraagd, is het klankteken dat doet denken aan het geluid dat ontstaat bij het openen van een drankblikje, gevolgd door een stilte van ongeveer één seconde en gebruis van ongeveer negen seconden. Het Gerecht begint met de opmerking dat een dergelijk klankmerk een onderscheidend vermogen dient te hebben, zodat de consument het aanmerkt als merk. Een element van functionele aard valt hier niet onder. Omdat het openen van een blikje onlosmakelijk verbonden is met een technische oplossing voor het hanteren van dranken kan dit geluid niet worden opgevat als een aanduiding van de commerciële herkomst van deze blikjes. Het Gerecht houdt de weigering van de aanvraag door het EUIPO in stand. 

IEFBE 3247

Najaarsagenda 2021

Blijf ook dit najaar op de hoogte met de actualiteitenlunches, webinars en congressen van deLex. Met actuele, interactieve programma’s en volop gelegenheid tot netwerken! Waar mogelijk organiseren we bijeenkomsten op locatie, waar nodig gaan we online.

Programma

IEFBE 3245

Woordmerk 'Miley Cyrus' heeft een duidelijke en specifieke semantische inhoud

Gerecht EU - Tribunal UE 16 jun 2021, IEFBE 3245; ECLI:EU:T:2021:372 (Smiley Miley tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/woordmerk-miley-cyrus-heeft-een-duidelijke-en-specifieke-semantische-inhoud

Gerecht EU 16 juni 2021, IEF 20068; ECLI:EU:T:2021:372 (Smiley Miley tegen EUIPO) Smiley Miley heeft in 2014 het woordmerk 'Miley Cyrus' geregistreerd. Het EUIPO heeft in eerste aanleg bepaald, dat er sprake is van verwarring ten aanzien van de merknaam Cyrus, een verkoper van onder andere muziekinstallaties. Smiley Miley komt daar in deze zaak tegen in beroep en voert aan dat de vergelijking minimaal is. Het Gerecht vernietigt de uitspraak van het EUIPO. Ze stelt dat de naam Miley Cyrus voor het relevante publiek een duidelijke en specifieke semantische inhoud heeft, omdat zij bij het grote publiek bekend staat als een internationale zangeres. Deze specifieke inhoud geldt niet voor de merknaam Cyrus, waardoor er geen sprake kan zijn van verwarringsgevaar. 

IEFBE 3244

Onvoldoende bewijs voor normaal gebruik woordmerk

28 jun 2021, IEFBE 3244; (De Brauw tegen Forbitex), http://www.ie-forum.be/artikelen/onvoldoende-bewijs-voor-normaal-gebruik-woordmerk

BOIP 29 juni 2021, IEF 20064, IEFbe 3244; CANC/3000225/DW (De Brauw tegen Forbitex)  De Brauw vordert in deze zaak de doorhaling van het woordmerk AMALIA. Ze voert daartoe aan dat er geen sprake is van normaal gebruik van dit woordmerk. Het woordmerk wordt volgens eiser niet vermeld op facturen van Forbitex en is ook niet op de website te vinden. Forbitex heeft daarop twee relevante facturen overlegd, waar het woordmerk AMALIA wel wordt gebruikt. Volgens het bureau is dit echter onvoldoende om aan te nemen dat de commerciële exploitatie in het zakenleven reëel is. Zodoende is er volgens het Bureau geen sprake van normaal gebruik. De vordering tot vervallenverklaring wordt toegewezen. 

IEFBE 3243

Verzoek om schadedeskundige afgewezen

25 mei 2021, IEFBE 3243; http://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-om-schadedeskundige-afgewezen

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 25 mei 2021, IEF 20063, IEFbe 3243; A/20/00670 (Del Ponti tegen Tulplast) Deze zaak maakt deel uit van een breder geschil tussen Del Ponti (een onderneming naar Belgisch recht) en Tulplast (een onderneming naar Pools recht) dat in 2014 begon voor de stakingsrechter te Brussel werd aangespannen. Del Ponti beschuldigde Tulplast ervan een van zijn producten te hebben gereproduceerd en gekopieerd in strijd met haar bij het OHIM geregistreerde model. Zowel de eerste rechter als de beroepsrechter bevestigden de inbreuk van Tulplast en bevallen ze derhalve de staking ervan.
In een daaropvolgende schadevergoedingsprocedure die eind 2019 werd ingeleid vorderde Del Ponti vergoeding van de schade die zij beweerde te hebben geleden. Del Ponti verzocht, in hoofdorde, de veroordeling van Tulplast tot betaling van een schadevergoeding, provisioneel begroot op 1.000.000 (later in de procedure verminderd tot 250.000) EUR en, ondergeschikt, deskundige aan te stellen ten einde haar schade concreet te begroten.

IEFBE 3242

Conflict met Uniemerk bestaat niet meer na afloop nietigheidsprocedure

Gerecht EU - Tribunal UE 2 jun 2021, IEFBE 3242; ECLI:EU:T:2021:318 (Style & Taste tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/conflict-met-uniemerk-bestaat-niet-meer-na-afloop-nietigheidsprocedure

Gerecht EU 2 juni 2021, IEF 20054, IEFbe 3242; ECLI:EU:T:2021:318 (Style & Taste tegen EUIPO)  Style & Taste heeft bij het EUIPO een nietigheidsverklaring aangevraagd voor het beeldmerk van The Polo/Lauren Company, omdat het logo te veel zou lijken op een eerder geregistreerd merk van Style & Taste. Style & Taste heeft volgens het Gerecht niet kunnen aantonen, dat het conflict met haar Uniemerk na afloop van de nietigheidsprocedure nog zal voortduren. Dit hangt samen met het feit dat de inschrijving van het oudere merk reeds in 2017 verstreken was. Het merk van Style & Taste genoot op het moment van uitspraak van het EUIPO in de nietigheidsprocedure aangespannen door Style & Taste geen bescherming meer. Het beroep wordt daarom verworpen. 

IEFBE 3241

Prejudiciële vragen over productaansprakelijkheid

22 apr 2021, IEFBE 3241; (Keskinäinen tegen Philips), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-productaansprakelijkheid

Hooggerechtshof Finland 22 april 2021, IEF 20051; C-264/21 (Keskinäinen tegen Philips)  Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: Keskinäinen, een Finse verzekeringsmaatschappij, heeft als gevolg van een brand een schadevergoeding uitgekeerd. Deze brand was ontstaan door een Philips espressomachine, die in Roemenië geproduceerd is door het Italiaanse bedrijf Saeco. Saeco en Philips zijn merken van KPNV. De verzekeringsmaatschappij achtte KPNV aansprakelijk voor deze schade, maar die laatste stelt dat zij niet de producent is. De Finse rechter stelt in deze zaak een tweetal prejudiciële vragen over de uitleg van het begrip 'producent' in de zin van artikel 3 van de richtlijn 85/374 over productaansprakelijkheid. 

IEFBE 3240

EUIPO publiceert social media discussiepaper

Op 15 juni jl. heeft de EUIPO een social media discussion paper gepubliceerd. Hierin worden nieuwe en bestaande ontwikkelingen rondom inbreuken op intellectueel eigendom als gevolg van de komst van sociale media onderzocht. In deze publicatie komen onder andere inbreuken van IE-rechten in social media advertenties, besloten groepen en livestreaming aan bod. Ook komt de EUIPO met een aantal adviezen over de mogelijkheden voor rechthebbenden om inbreuken tegen te kunnen gaan. Het officiële document is hier te lezen. Voor meer informatie zie de website van de EUIPO

IEFBE 3239

Prejudiciële vragen over satellietboeket-aanbieder

HvJ EU - CJUE 15 jun 2021, IEFBE 3239; (AKM), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-satellietboeket-aanbieder

Oberster Gerichtshof in Oostenrijk 15 juni 2021, IEF 20046, IEFbe 3239, IT 3563; C-290/21 -1 (AKM) Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: Verzoekster is een Oostenrijkse maatschappij voor collectieve belangenbehartiging die de uitzendrechten in Oostenrijk in beheer heeft. Verweerster, gevestigd te Luxemburg, biedt tegen betaling gecodeerde programma’s van talrijke Oostenrijkse omroeporganisaties aan. Het aanbod is gebundeld in verschillende pakketten (satellietboeketten) en wordt doorgegeven via satelliet. De verwijzende rechter wenst te vernemen hoe een satellietboeket-aanbieder in rechte moet worden gekwalificeerd. De vraag is met name of op een dergelijke aanbieder in het geval van een grensoverschrijdende uitzending per satelliet met signaalversleuteling het uplink-staatbeginsel van toepassing is, dat wil zeggen of hij op dezelfde wijze moet worden behandeld als de omroeporganisatie.

IEFBE 3238

HvJ EU: registratiesysteem verkeersovertredingen in strijd met AVG

HvJ EU - CJUE 22 jun 2021, IEFBE 3238; ECLI:EU:C:2021:504 (B tegen Republiek Letland), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-registratiesysteem-verkeersovertredingen-in-strijd-met-avg

HvJ EU 22 juni 2021, IT 3562, IEFbe 3238; ECLI:EU:C:2021:504 (B tegen Republiek Letland)  Het Hof geeft in deze uitspraak een antwoord op een aantal door het Letse grondwettelijk hof gestelde prejudiciële vragen. De persoonsgegevens van natuurlijk persoon B staan bij de Letse directie verkeersveiligheid geregistreerd, omdat hij een aantal verkeersovertredingen heeft begaan. Op basis van deze overtredingen zijn er zogenaamde strafpunten aan B toegekend. Vervolgens is het door middel van deze regeling ook voor een ieder mogelijk om zonder belang inzage te krijgen in dit soort gegevens. B betwist dat deze regeling in overeenstemming is met de AVG, omdat de regeling het recht op eerbiediging van het privéleven zou schenden. In de eerste plaats merkt het Hof op dat de informatie over strafpunten kwalificeert als persoonsgegevens, die binnen de werkingssfeer van de AVG valt. Verder oordeelt het Hof dat deze regeling niet proportioneel is in verhouding tot het doel, namelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het feit dat het om een min of meer openbaar register gaat, doordat iedereen zonder direct belang persoonsgegevens van anderen kan inzien, leidt bovendien tot onverenigbaarheid met de AVG. 

IEFBE 3237

HvJ EU over de aansprakelijkheid van (video)deelplatformen

HvJ EU - CJUE 22 jun 2021, IEFBE 3237; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-over-de-aansprakelijkheid-van-video-deelplatformen

HvJ EU 22 juni 2021, IEF 20039, IT 3558; IEFbe 3237; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando)  Beantwoording van prejudiciële vragen. Het betreft hier twee gevoegde zaken. In 2008 zijn op YouTube een aantal werken van muziekproducent Frank Peterson zonder diens toestemming verschenen. In 2013 zijn een aantal werken van uitgeverij Elsevier op het platform van Cyando verschenen. De hoogste Duitse rechter heeft vervolgens een aantal prejudiciële vragen gesteld over de aansprakelijkheid van platformexploitanten met betrekking tot auteursrechtelijk beschermde werken. Allereerst komt de vraag aan de orde of er sprake is van een 'mededeling aan het publiek' in de zin van richtlijn 2001/29. Hierover zegt het Hof dat dit alleen het geval is wanneer het platform er toe bijdraagt dat het publiek toegang tot die content wordt gegeven, wetende dat het om beschermde werken gaat en deze content niet prompt verwijdert of de toegang ertoe niet prompt blokkeert. Om te worden uitgesloten van vrijstelling van aansprakelijkheid moet een platform volgens het Hof kennis hebben van de concrete, onwettige handelingen van gebruikers ten aanzien van de geüploade werken. Zie ook [IEF 18242].