IEFBE 3062

HvJ EU: geen gebruik merken voor eigen commerciële communicatie

HvJ EU - CJUE 2 apr 2020, IEFBE 3062; ECLI:EU:C:2020:267 (Coty tegen Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-gebruik-merken-voor-eigen-commerci-le-communicatie

HvJ EU 2 april 2020, IEF 19119, IEFbe 3062; ECLI:EU:C:2020:267 (Coty tegen Amazon) Prejudiciële beslissing in het kader van een geding tussen Coty Germany GmbH enerzijds en Amazon Services Europe Sàrl, Amazon Europe Core Sàrl, Amazon FC Graben GmbH en Amazon EU Sàrl anderzijds betreffende de verkoop op een marktplaats van de website www.amazon.de, door een derde verkoper, zonder toestemming van Coty, van parfumflesjes waarvoor de aan het betrokken merk verbonden rechten niet zijn uitgeput.
Het betreft de uitlegging van artikel 9, lid 2, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het [Uniemerk] (PB 2009, L 78, blz. 1), in de versie van vóór de wijziging ervan bij verordening (EU) 2015/2424 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015 (PB 2015, L 341, blz. 21), en van artikel 9, lid 3, onder b), van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB 2017, L 154, blz. 1).

IEFBE 3061

HvJ EU: verhuur van auto met radio is geen mededeling aan publiek

HvJ EU - CJUE 2 apr 2021, IEFBE 3061; ECLI:EU:C:2020:268 (Stim en SAMI), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verhuur-van-auto-met-radio-is-geen-mededeling-aan-publiek

HvJ EU 2 april 2020; IEF 19118, IEFbe 3061; ECLI:EU:C:2020:268 (Stim en SAMI) Zie ook [IEF 18245] en [IEF 18963]. Stim en Sami zijn Zweedse organisaties voor het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten. Fleetmanager Sweden AB en Nordisk Biluthyrning AB zijn Zweedse autoverhuurbedrijven. Laatsgenoemden verhuren voertuigen aan bedrijven, die op hun beurt de voertuigen weer verhuren aan particulieren. De voertuigen zijn uitgerust met een radio. Houdt de verhuur van auto’s die standaard zijn uitgerust met een radio in dat de verhuurder van die auto’s een gebruiker is die een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 respectievelijk een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 doet?

IEFBE 3060

Cassatie Cat/Tigercat afgewezen

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 6 mrt 2020, IEFBE 3060; ((Cat tegen Tigercat)), http://www.ie-forum.be/artikelen/cassatie-cat-tigercat-afgewezen

Hof van Cassatie 6 maart 2020, IEFbe 3060; C.18.0366.F/1 (Cat tegen Tigercat) Merkenrecht. Het cassatieberoep tegen de arresten van het Hof van beroep te Luik van 20 maart en 6 juni 2018 [IEFbe 2523] is afgewezen.

IEFBE 3059

Conclusie A-G in Cooper International Spirits e.a.

18 sep 2019, IEFBE 3059; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a. ), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-in-cooper-international-spirits-e-a

HvJ EU Conclusie A-G 18 september 2019, IEF 19105, IEFbe 3059; ECLI:EU:C:2019:755 ( Cooper International Spirits e.a.) Zie eerder [IEF 18117]. De Cour de cassation heeft bij beslissing van 26 september 2018 de behandeling van de voor hem aanhangige zaak geschorst en de volgende prejudiciële vraag gesteld: „Moeten artikel 5, lid 1, onder b), en de artikelen 10 en 12 van [richtlijn 2008/95] aldus worden uitgelegd dat een merkhouder die zijn merk nooit heeft gebruikt en wiens rechten vervallen zijn verklaard bij het verstrijken van de periode van vijf jaar vanaf de publicatie van zijn inschrijving, schadevergoeding wegens inbreuk kan verkrijgen op grond dat de wezenlijke functie van zijn merk is aangetast doordat een derde, vóór de datum de vervallenverklaring is ingegaan, een met dit merk overeenstemmend teken heeft gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor dit merk was ingeschreven?”
Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen AR en de vennootschappen Cooper International, Établissements Boudier en Dalfour over vermeende inbreuken op het ingeschreven Franse merk „SAINT GERMAIN” vóór de vervallenverklaring van dit merk.

IEFBE 3058

Voorwaarden HvJ EU aan cameratoezicht

HvJ EU - CJUE 11 nov 2019, IEFBE 3058; ECLI:EU:C:2019:1064 (Asociatia de Proprietari), http://www.ie-forum.be/artikelen/voorwaarden-hvj-eu-aan-cameratoezicht

HvJ EU 11 december 2019, IT 3083, IEFbe 3058; ECLI:EU:C:2019:1064 (Asociatia de Proprietari) TK, eiser in de zaak, woont in een appartement, waarvan hij eigenaar is, in gebouw M5A. Op verzoek van bepaalde mede-eigenaren van dat gebouw heeft de vereniging van eigenaren tijdens een algemene vergadering op 7 april 2016 besloten om bewakingscamera’s in het gebouw te installeren. Ter uitvoering van dit besluit zijn er drie bewakingscamera’s geïnstalleerd in de gemeenschappelijke ruimten van gebouw M5A. TK heeft zich tegen de installatie van dit videobewakingssysteem verzet, omdat dit een schending van het recht op eerbiediging van het privéleven zou vormen. De verwijzende rechter verzoekt naar aanleiding hiervan om een prejudiciële beslissing wat betreft de uitlegging van artikel 6, lid 1, onder e), en artikel 7, onder f), van richtlijn 95/46/EG en artikelen 8 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).

IEFBE 3057

EHRM: privacy ontslagen werknemers niet geschonden

EHRM - Cour eur. D.H. 17 okt 2019, IEFBE 3057; (Lopez Ribalda tegen Spanje), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-privacy-ontslagen-werknemers-niet-geschonden

De Grote Kamer van het EHRM 17 oktober 2019, IT 3082, IEFbe 3057(Lopez Ribalda/Spanje) Een supermarktmanager had middels een verborgen camera winkelmedewerkers gefilmd op verdenking van diefstal. De medewerkers bekenden schuld, waarna zij werden ontslagen. De medewerkers waren van mening dat hun privacy was geschonden en wendden zich tot het EHRM. In hun eerste arrest van 9 januari 2018 werd geoordeeld dat het recht op privacy van de ontslagen werknemers is geschonden. De Spaanse regering was het niet eens met de beslissing van het EHRM en verzocht om een verwijzing van de zaak naar de Grote Kamer.

Het eerdere arrest van het EHRM is vernietigd. Op haar oordeel dat de privacy van de ontslagen werknemers niet geschonden is, heeft de Grote Kamer onder andere ten grondslag gelegd dat:

(i)                  de video-surveillance slechts op een deel van de winkel zag,
(ii)                de duur van de surveillance van 10 dagen niet langer was dan noodzakelijk om de diefstal aan het licht te brengen,
(iii)               de verdenking zag op ernstig wangedrag, en
(iv)               er gefilmd werd in een openbare ruimte en niet in een toilet of kleedkamer.

IEFBE 3056

Duitse Bundesverfassungsgericht verklaart ratificatie van UPC-verdrag nietig

Het Duitse Bundesverfassungsgericht heeft de ratificatie van het Unified Patent Court Verdrag (UPC Verdrag) nietig verklaard. Het UPC Verdrag was in de Bondsdag aangenomen met een unanieme stemming van de 35 aanwezige leden. Het Bundesverfassungsgericht heeft echter bepaald dat dit moest gebeuren met tweederde van het totaal aantal leden – dit zijn er 709. De vraag is nu of er een nieuwe stemming komt in de Bondsdag en welke procedure daarvoor gevolg moet worden. Verder zijn de materiële klachten tegen UPC Verdrag niet-ontvankelijk verklaard.

Lees ook het artikel van Wouter Pors op Twobirds.com.

IEFBE 3055

BOIP: nakoming van termijnen gedurende periode van maatschappelijke beperkingen door coronavirus

Na de door de Nederlandse regering aangekondigde beperkende maatregelen in verband met het coronavirus, zal BOIP met een uiterst minimale bezetting doorwerken. BOIP is zich er van bewust dat dit ook geldt voor alle IE-professionals en ondernemers die momenteel onderhanden zijnde verzoeken en procedures bij BOIP hebben. Onder deze omstandigheden heeft BOIP besloten:

1. Vanaf 16 maart 2020 tot aan het moment waarop er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en ondernemers in de Benelux-landen, zal BOIP geen verzoeken of procedures intrekken omdat een gegeven termijn niet werd gerespecteerd. Dit geldt evenzeer voor niet tijdig ingediende oppositieprocedures of niet tijdig verrichte betalingen.

2. BOIP zal op basis van de sinds 16 maart 2020 opgedane ervaringen en de maatschappelijke ontwikkelingen vaststellen wanneer er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en andere ondernemers in de Benelux-landen. BOIP zal hiervoor te zijner tijd een datum (“BAU-datum”) vaststellen en deze communiceren via een nieuwe mededeling van de Directeur-Generaal.

IEFBE 3054

Onvoldoende bewijs voor vermoeden van inbreuk op Converse-schoen

Brussel - Bruxelles 10 mrt 2020, IEFBE 3054; (Converse Inc tegen Carrefour Belgium), http://www.ie-forum.be/artikelen/onvoldoende-bewijs-voor-vermoeden-van-inbreuk-op-converse-schoen

Hof van Beroep Brussel 10 maart 2020, IEFbe 3054; 2010/KR/191 (Converse Inc tegen Carrefour Belgium) In maart 2009 heeft schoenenfabrikant Converse Inc beslag inzake namaak laten leggen op schoenen die door supermarktketen Carrefour werden verkocht. Carrefour heeft in april 2009 derdenverzet aangetekend tegen de beschikking van de Voorzitter van de toenmalige Nederlandstalige Rechtbank van Koophandel te Brussel die het verzoek tot beslag inzake namaak inwilligde. Dit derdenverzet werd toegekend, en de beschikking werd ingetrokken. Het Hof van Beroep te Brussel heeft zich op 10 maart 2020 uitgesproken over het beroep dat door Converse werd aangetekend tegen deze beslissing.

Converse had in haar verzoekschrift tot beslag inzake namaak gesteld dat zij "ontegensprekelijk had vastgesteld" dat de schoenen in kwestie namaak waren. Zij steunde zich hiervoor op een bewijs van aankoop van de schoenen, foto's van de schoenen, en een éénzijdige verklaring van een werknemer, waarin werd gesteld dat interne tests hadden aangetoond dat de schoenen namaak waren. Wat het aankoopbewijs en de foto's betreft, oordeelde het Hof dat deze geen bewijs van vermoeden van inbreuk konden leveren, aangezien er geen authenticiteitskenmerken of foto's van originele schoenen ter vergelijking werden gegeven. Wat de eenzijdige verklaring betreft, oordeelde het Hof dat de inhoud daarvan op geen enkele manier gecontroleerd kon worden. Bovendien stemden de schoenen in de verklaring niet helemaal overeen met de aangekochte schoenen, dus was de verklaring ook niet betrouwbaar. De bewijzen die door Converse werden aangebracht waren dus niet voldoende om een vermoeden van inbreuk of dreiging van inbreuk te bewijzen. Bijgevolg heeft het Hof het beroep van Converse afgewezen.

IEFBE 3053

Raoul Waterman: conclusie A-G over netneutraliteit en zero-rating

Op 4 maart 2020 is een conclusie gepubliceerd van Advocaat-Generaal (“AG”) Sánchez-Bordona van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJ”) over netneutraliteit en zero-rating. De zaak die aan het HvJ is voorgelegd heeft betrekking op twee mobiele telefonie-abonnementen van de Hongaarse aanbieder van telecommunicatiediensten Telenor. Beide abonnementen hadden een datalimiet maar het gebruik van bepaalde applicaties telde niet mee voor het dataverbruik. Dit soort abonnementen worden “zero-rated” abonnementen genoemd. Daarnaast was voor beide abonnementen kenmerkend dat na het bereiken van de datalimiet de snelheid van het dataverkeer in grote mate vertraagd werd, behalve voor de zero-rated applicaties. De AG van het HvJ concludeert nu dat dit soort zero-rated abonnementen in strijd is met de Europese regels omtrent netneutraliteit.

IEFBE 3052

BOIP: nakoming termijnen gedurende beperkingen door coronavirus

Na de door de Nederlandse regering aangekondigde beperkende maatregelen in verband met het coronavirus, zal BOIP met een uiterst minimale bezetting doorwerken. BOIP is zich er van bewust dat dit ook geldt voor alle IE-professionals en ondernemers die momenteel onderhanden zijnde verzoeken en procedures bij BOIP hebben. Onder deze omstandigheden heeft BOIP besloten:

1. Vanaf heden tot en met het einde van de opgelegde maatschappelijke beperkingen in de Benelux-landen, zal BOIP geen verzoeken of procedures intrekken omdat een gegeven termijn niet werd gerespecteerd.

2. Nadat deze periode is beëindigd zal er voor alle verzoeken en procedures waarvoor geldt dat de termijnen op dat moment zijn verstreken of deze op dat moment minder dan een maand bedragen, een extra termijn van een maand worden gegeven. Deze maand zal worden gerekend vanaf het moment dat er in de Benelux-landen geen maatschappelijke beperkingen meer gelden. BOIP zal te zijner tijd hiervoor een datum vaststellen en deze communiceren via een nieuwe mededeling van de Directeur Generaal.

3. BOIP is niet in staat voor alle individuele verzoeken en procedures een nieuwe termijn te communiceren. Deze mededeling treedt dan ook in plaats van mededelingen per specifiek geval.

IEFBE 3051

HvJ EU: verwarringsgevaar tussen 'black label' en 'labell'

4 mrt 2020, IEFBE 3051; ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO tegen Equivalenza Manufactory), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verwarringsgevaar-tussen-black-label-en-labell

HvJ EU 4 maart 2020, IEF 19068, IEFbe 3051; ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO tegen Equivalenza Manufactory) Het EUIPO vordert in hogere voorziening vernietiging van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 7 maart 2018, waarbij het Gerecht heeft beslist tot vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 11 oktober 2016 (zaak R 690/2016-2) inzake een oppositieprocedure tussen ITM Entreprises SAS en Equivalenza Manufactory SL. Equivalenza Manufactory had bij het EUIPO een aanvraag tot inschrijving van een beeldteken als Uniemerk ingediend. ITM Entreprises had oppositie ingesteld wegens verwarringsgevaar. Het EUIPO had de oppositie toegewezen wegens het bestaan van verwarringsgevaar bij het relevante publiek in vier lidstaten.

IEFBE 3050

Argumenten GBA in tegenspraak met feiten en wetgeving

Brussel - Bruxelles 19 feb 2020, IEFBE 3050; ( Gegevensbeschermingsautoriteit tegen slijterij), http://www.ie-forum.be/artikelen/argumenten-gba-in-tegenspraak-met-feiten-en-wetgeving

Hof van beroep Brussel 19 februari 2020, IEFbe 3050; 2019/AR/1600 (Gegevensbeschermingautoriteit tegen slijterij) In 2018 ontving de Gegevensbeschermingsautoriteit een klacht van een persoon die klant was bij drankenhandel X. Om bij de slijterij een klantenkaart te kunnen krijgen, werd zij verplicht om haar elektronische identiteitskaart te laten lezen in het computersysteem van de drankenhandel. De betrokkene wenste haar identiteitskaart echter niet elektronisch te laten lezen. Haar voorstel om, bij wijze van alternatief, de persoonsgegevens die nodig waren om een klantenkaart aan te maken op een andere wijze te verstrekken, werd afgewezen. Bijgevolg werd de betrokkene een klantenkaart van de drankenhandel geweigerd, hoewel zij graag een klantenkaart wilde. De GBA stelde drie inbreuken op de Algemene Verordening Gegevensbescherming vast en legde een boete op. Het Marktenhof heeft de beslissing van de GBA vernietigd. Geconcludeerd wordt dat de proceskamer van de GBA haar beslissing onvoldoende rechtvaardigt, o.a. omdat de argumenten van de GBA soms in tegenspraak zijn met de feiten en de dan geldende wetgeving. De GBA wordt ook bekritiseerd voor het niet rechtvaardigen van het bedrag van de boete die zij had opgelegd.

IEFBE 3045

Gerecht EU vernietigt besluit EUIPO

Gerecht EU - Tribunal UE 27 feb 2020, IEFBE 3045; (Bog-Fran/EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-vernietigt-besluit-euipo

Gerecht EU 27 februari 2020, IEF 19061, IEFbe 3045; T-159/19 (Bog-Fran/EUIPO) Fabryki Mebli “Forte” had een ontwerp van een kast succesvol ingeschreven bij EUIPO. Hiertegen had Bog-Fran bezwaar gemaakt omdat het ontwerp niet nieuw genoeg was en het individueel karakter mist, wat vereist is op basis van artikelen 4, 5 en 6 van Verordening Nr. 6/2002. De Invalidity Division van EUIPO ging mee in het bezwaar van Bog-Fran, hoewel de derde kamer van beroep van EUIPO dit besluit vervolgens vernietigde omdat het eerdere ontwerp nog niet publiekelijk toegankelijk was in lijn met artikel 7 lid 1 van Verordening Nr. 6/2002.

IEFBE 3048

Arthur Zimin: scheldwoord als merk

Vorig jaar gooide het Amerikaanse Supreme Court het verbod op de registratie van 'immorele' of 'schandalige' merken overboord. Het verbod was in strijd met de vrije meningsuiting, en daarmee ongrondwettig. In hun minderheidsopinie waarschuwden enkele rechters destijds voor een weinig smaakvolle toekomst waarin "the most vulgar, profane or obscene words and images imaginable" als merk zouden worden ingeschreven. Helemaal ongelijk kregen ze niet: op de dag van de uitspraak probeerde men onder meer 'fuck you you fucking fuck' en 'same shit different day' als merk te registreren.
Vorige week was het de beurt aan de hoogste rechter van de Europese Unie, het Hof van Justitie, om zich uit te spreken over vulgaire merken [IEF 19042].

IEFBE 3044

Hof van Justitie verduidelijkt artikel 13 van Verordening 2100/94

HvJ EU - CJUE 19 dec 2019, IEFBE 3044; ECLI:EU:C:2019:1131 (CVVP/Sanchis), http://www.ie-forum.be/artikelen/hof-van-justitie-verduidelijkt-artikel-13-van-verordening-2100-94

HvJ EU 19 december 2019, IEF 19058, IEFbe 3044; ECLI:EU:C:2019:1131 (CVVP/Sanchis) Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 13 van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (hierna: de verordening). Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen CVVP, die de belangen vertegenwoordigt van de houder van het communautiare kwekersrecht voor mandarijnenbomen van het ras “Nadorcott”, en Adolfo Sanchis over de exploitatie door laatstgenoemde van bomen van dit ras. Er wordt geoordeeld dat artikel 13, lid 2, onder a), en lid 3 van de verordening zo moet worden uitgelegd dat voor het aanplanten van een beschermd ras en het oogsten van de vruchten ervan die niet kunnen worden gebruikt als teeltmateriaal, de toestemming van de houder van het communautaire kwekersrecht voor dat plantenras vereist is voor zover de voorwaarden van artikel 13, lid 3 van de verordening zijn vervuld.

IEFBE 3049

HvJ EU vernietigt arrest van Gerecht inzake inschrijving BBQLOUMI

HvJ EU - CJUE 5 mrt 2020, IEFBE 3049; ECLI:EU:C:2020:170 (Halloumi tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-vernietigt-arrest-van-gerecht-inzake-inschrijving-bbqloumi

HvJ EU 5 maart 2020, IEF 19063, IEFbe 3049; ECLI:EU:C:2020:170 (Halloumi tegen EUIPO) In een eerder arrest oordeelde het Gerecht EU dat het collectieve merk Halloumi, dat is voorbehouden aan Cypriotische kaasproducenten, niet in de weg staat aan de inschrijving van het teken “BBQLOUMI” als Uniemerk voor kaas van een Bulgaarse producent. Halloumi verzoekt om vernietiging van het bestreden arrest inhoudende verwerping van haar beroep tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van EUIPO inzake een oppositieprocedure. Er wordt overwogen dat indien een vereniging verzoekt om inschrijving als collectief Uniemerk van een teken dat een plaats van herkomst kan aanduiden, zij ervoor dient te zorgen dat dit teken elementen bevat aan de hand waarvan de consument de waren of diensten van haar leden kan onderscheiden van die van andere ondernemingen.

IEFBE 3047

Hongaarse belastingsanctie is onverenigbaar met Unierecht

3 mrt 2020, IEFBE 3047; ECLI:EU:C:2020:141 (Google Ireland Limited tegen Hongaarse belastingdienst), http://www.ie-forum.be/artikelen/hongaarse-belastingsanctie-is-onverenigbaar-met-unierecht

HvJ EU 3 maart 2020, IT 3061, IEFbe 3047; ECLI:EU:C:2020:141 ( Google Ireland Limited tegen Hongaarse belastingdienst) Het Ierse Google Ireland Limited oefent in 2016 aan Hongaarse advertentiebelasting onderworpen activiteiten uit. De belasting is van toepassing op ondernemingen die slechts online diensten in de Hongaarse taal aanbieden, zonder dat deze diensten noodzakelijkerwijs in Hongarije „verbruikt” worden. Google verzuimt echter om te voldoen aan haar verplichting tot registratie en betaalt de belasting niet, waarop de Hongaarse  Belasting- en douanedienst besluit om een boete van meer dan drie miljoen euro op te leggen aan Google. Google is het hier niet mee eens. De Hongaarse rechter stelt prejudiciële vragen. Het Hof van Justitie concludeert dat een specifieke registratieplicht voor de heffing en inning van een bijzondere belasting (in dit geval de advertentiebelasting) op zich niet in strijd is met de vrijheid van dienstverrichting. Daarnaast vormt de specifieke wijze waarop de Hongaarse wet op de advertentiebelasting dwangmaatregelen oplegt aan buiten Hongarije gevestigde ondernemingen een indirecte beperking van de vrijheid van dienstverrichting die vanwege haar onevenredigheid niet gerechtvaardigd is. Voor de inperking van de rechtsbescherming tegen de bijzonder hoge dwangsommen die met betrekking tot de advertentiebelasting worden opgelegd, geldt dat dit een ongerechtvaardigde beperking van de vrijheid van dienstverrichting vormt.

IEFBE 3043

Conclusie A-G over merkinbreuk en fulfilment

28 nov 2019, IEFBE 3043; ECLI:EU:C:2019:1031 (Coty Germany tegen Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-over-merkinbreuk-en-fulfilment

Conclusie AG 28 november 2019, IEF 19054, IEFbe 3043; ECLI:EU:C:2019:1031 (Coty Germany tegen Amazon) Volgens Coty Germany hebben ondernemingen van de Amazon-groep inbreuk gemaakt op het recht van de houder van een Uniemerk om derden het gebruik van het teken te verbieden. De inbreuk zou zijn begaan toen de ondernemingen, zonder toestemming van de merkhouder, betrokken werden bij de verkoop van een door het merk beschermd parfum waarvan Coty Germany de licentiehouder is. Het Bundesgerichtshof stelde een prejudiciële vraag [IEF 18055] over de uitlegging van artikel 9, lid 2, onder b), van verordening nr. 207/2009 en van artikel 9, lid 3, onder b), van verordening 2017/1001:
 „Heeft een persoon die voor een derde waren opslaat die het merkenrecht schenden, zonder van deze inbreuk op de hoogte te zijn, deze waren in voorraad met het oogmerk deze aan te bieden of in de handel te brengen, wanneer hij niet zelf maar alleen de derde voornemens is de waren aan te bieden of in de handel te brengen?”
De A-G concludeert dat onder omstandigheden (zoals in het hoofdgeding) deze persoon ook aangesproken kan worden op grond van merkinbreuk.

IEFBE 3042

EUIPO moet nieuwe beslissing nemen over aanvraag Constantin

27 feb 2020, IEFBE 3042; ECLI:EU:C:2020:118 (Constantin Film Produktion tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-moet-nieuwe-beslissing-nemen-over-aanvraag-constantin

HvJ EU 27 februari 2020; IEF 19042, IEFbe 3042; ECLI:EU:C:2020:118 (Constantin Film Produktion tegen EUIPO) Constantin Film Produktion wilde het woordteken „Fack Ju Göhte”, tevens de titel van haar succesvolle Duitse komedie, als Uniemerk bij het EUIPO inschrijven. Het aangevraagde woordteken werd door het EUIPO in strijd met de „goede zeden” geacht. Het gaat in deze zaak om verduidelijking, welke juridische toets moet worden verricht om te oordelen of een merkaanvraag op grond van artikel 7, lid 1, onder f), van verordening nr. 207/2009 dient te worden afgewezen: wanneer kan een merkaanvraag „in strijd met de openbare orde of de goede zeden” worden geacht? Voorts wordt verzocht de draagwijdte te preciseren van de op het EUIPO rustende verplichting om een beslissing die als afwijkend van eerdere beslissingen in soortgelijke zaken kan worden beschouwd, met redenen te omkleden. Zie ook de conclusie van a-g Bobek op 2 juli 2019, ECLI:EU:C:2019:553. Het Hof vernietigt het arrest van het Gerecht en de beslissing van het EUIPO. Er is onvoldoende rekening gehouden met het feit dat het gaat om de titel van een komische film, de perceptie van de Engelse uitdrukking 'Fuck you' van het Duits sprekende publiek is niet noodzakelijkerwijs dezelfde als die van het de Engelstalige publiek, ook al is de uitdrukking goed bekend bij het Duitstalige publiek. Gevoeligheid in de moedertaal kan zelfs groter zijn dan in een vreemde taal.