IEFBE 2974

Prejudiciële vragen: inbreuk auteursrecht door overleggen foto aan rechter?

HvJ EU - CJUE 16 okt 2019, IEFBE 2974; (BY tegen CX), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-inbreuk-auteursrecht-door-overleggen-foto-aan-rechter

HvJ EU 16 oktober 2019, IEF 18772, IEFbe 2974; C-637/19 BY (BY tegen CX) Auteursrecht. CX en BY zijn twee particulieren met elk een eigen website. In een andere zaak heeft CX een kopie van een tekstpagina met een foto van de website van BY, dienende als bewijsstuk, aan de rechter overgelegd. Volgens BY is die foto auteursrechtelijk beschermd en heeft CX inbreuk gemaakt op dat auteursrecht. BY vordert om deze reden schadevergoeding. De rechter, voor wie de zaak in eerste aanleg aanhangig was, heeft vastgesteld dat het feit dat de foto was overgelegd aan de rechter, ertoe heeft geleid dat het algemeen toegankelijk is op grond van de Zweedse grondwettelijke bepalingen inzake openbaarheid van documenten. Volgens de rechter in eerste aanleg had CX daarmee de foto gedistribueerd in de zin van de wet op het auteursrecht, echter is volgens hem geen schade geleden door BY en hij wees de vordering af. BY heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter (zie C-637/19). Voor de verwijzende rechter bestaat onduidelijkheid ten aanzien van de vraag of een rechter moet worden beschouwd als het publiek in de zin van de richtlijn auteursrecht. Om deze reden verzoekt de verwijzende rechter om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

IEFBE 2972

Vraag over artistieke vrijheid als geldige reden gebruik merk

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 22 okt 2019, IEFBE 2972; (Hennessy tegen Cedric Art), http://www.ie-forum.be/artikelen/vraag-over-artistieke-vrijheid-als-geldige-reden-gebruik-merk

Benelux Gerechtshof 13 februari 2019, IEFbe 2972; Zaak A2018/1/8 (Hennessy tegen Cedric Art) Merkenrecht. Hennessy is wereldwijd actief in de productie en verhandeling van verschillende champagnewijnen, waaronder Dom Pérignon en brengt deze champagnewijnen op de markt in kenmerkende buikachtige flessen met lange hals en met de typische aankleding bestaande uit een schildvormig etiket met drie punten. Cédric is kunstenaar. Zijn stijl is popart. Deze kunststroming haalt haar beelden uit de consumptiemaatschappij. De kunstenaar stelt een collectie tentoon op zijn website en biedt deze te koop aan onder de naam Damn Perignon Collection. De zaak wordt aangehouden totdat het Benelux Gerechtshof uitspraak zal hebben gedaan over de prejudiciële vraag die luidt: 'Kan de vrijheid van meningsuiting, en de artistieke vrijheid in het bijzonder, zoals gewaarborgd door artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en artikel 11 van het Handvest van de Grondrechten van de EU, een 'geldige reden' uitmaken in de zin van artikel 2.20.1.d) van het Benelux Verdrag inzake de lntellectuele Eigendom?

IEFBE 2973

Gedeeltelijke weigering Uniemerk Thins

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 okt 2019, IEFBE 2973; (Bimbo tegen BOIP), http://www.ie-forum.be/artikelen/gedeeltelijke-weigering-uniemerk-thins

Benelux Gerechtshof 18 oktober 2019, IEFbe 2973; C 2018/7 (Bimbo tegen BOIP) Merkenrecht. Bimbo heeft een aanvraag ingediend voor het woordmerk Thins dat vervolgens door het EUIPO is ingeschreven. Ingevolge een vordering tot nietigverklaring tegen deze inschrijving, heeft Bimbo vrijwillig afstand gedaan van het Uniemerk voor alle waren waarvoor het was ingeschreven. Bimbo heeft vervolgens een aanvraag ingediend tot omzetting van het merk voor de waren van klasse 29 en 30. Deze aanvraag is gedeeltelijk geweigerd, omdat het teken wel kan worden ingeschreven voor de overige, niet in de weigering genoemde, merken waarvoor het is gedeponeerd. Bimbo is in beroep gegaan tegen de beslissing van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (OBPI) in het kader van de definitieve gedeeltelijke wegering om het woordmerk Thins in te schrijven. In het onderhavige geval is de weigeringsbeslissing gegrond verklaard.

IEFBE 2970

Studiedag AIPII Belgium

Beste leden,

Wij nodigen u van harte uit voor onze jaarlijkse studiedag op donderdag 21 november 2019. Het thema is: Contracten, Arbitrage, Bemiddeling, Artificiële intelligentie en Intellectuele Eigendom – Gekruiste inzichten uit de academische, publieke en private milieus.

Uitnodiging, programma en inschrijvingsformulier

Wij kijken alvast uit naar uw aanwezigheid!

Voel u vrij deze informatie te delen met uw collega’s en contacten!

Met vriendelijke groeten,
André Clerix, BNVBIE / ANBPPI en Dominique Kaesmacher, AIPPI Belgium

 

IEFBE 2969

'Nieuwe beperking' gerechtvaardigd door voorkoming identiteits- en documentfraude

3 okt 2019, IEFBE 2969; http://www.ie-forum.be/artikelen/nieuwe-beperking-gerechtvaardigd-door-voorkoming-identiteits-en-documentfraude

HvJ EU 3 oktober 2019, IT 2907; IEFbe 2969; ECLI:EU:C:2019:823 (Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen A, B en P)  Namens twee Turkse onderdanen, A en B, zijn aanvragen ingediend inzake een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst dan wel voor gezinshereniging in Nederland. De staatssecretaris heeft de aanvragen ingewilligd onder de voorwaarde dat A en B biometrische gegevens afstaan, met name een opname van gezicht en vingerafdrukken. A en B hebben hieraan meegewerkt en de verzochte machtigingen gekregen. P, de echtgenote van B, is woonachtig in Nederland en heeft zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit. A, B en P hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit (de voorwaarde) van de staatssecretaris.

Een nationale regeling die voorziet in het afnemen, vastleggen en bewaren van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen in een centraal bestand vormt een “nieuwe beperking" in de zin van artikel 7 van besluit nr. 2/76 en artikel 13 van besluit nr. 1/80. Een dergelijke beperking is verboden, tenzij de beperking om dwingende reden van algemeen belang gerechtvaardigd is. Aangezien de regeling in kwestie een legitiem doel nastreeft en geschikt is om dat doel te bereiken, rijst de vraag of in het onderhavige geval het afnemen, vastleggen en bewaren van biometrische gegevens onder de 'nieuwe beperking' valt en zo ja, of deze evenredig is aan het nagestreefde doel. Er is wel degelijk sprake van een 'nieuwe beperking'. Deze is echter gerechtvaardigd door het doel document- en identiteitsfraude te voorkomen en te bestrijden.

Prejudiciële antwoorden:

70      Gelet op een en ander moet op de eerste vraag worden geantwoord dat artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus moet worden uitgelegd dat een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf aan onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat hun biometrische gegevens worden afgenomen, vastgelegd en bewaard in een centraal bestand, een „nieuwe beperking” in de zin van die bepaling vormt. Die beperking wordt echter gerechtvaardigd door het doel om identiteits- en documentfraude te voorkomen en te bestrijden.

[…]

73      In dat verband zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak de rechtvaardiging van een verzoek om een prejudiciële beslissing niet is gelegen in het formuleren van rechtsgeleerde adviezen over algemene of hypothetische vraagstukken, maar in de behoefte aan de werkelijke beslechting van een geschil dat verband houdt met het Unierecht (arrest van 21 december 2016, Tele2 Sverige en Watson e.a., C‑203/15 en C‑698/15, EU:C:2016:970, punt 130 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

74      In casu blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regeling in wezen bepaalt dat het beschikbaar stellen van biometrische gegevens van onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen, aan derden met het oog op het opsporen en vervolgen van strafbare feiten alleen is toegestaan wanneer het gaat om strafbare feiten waarvoor een maatregel van voorlopige hechtenis kan worden opgelegd, wanneer op zijn minst het vermoeden bestaat dat een onderdaan van een derde land een dergelijk strafbaar feit heeft gepleegd.

75      Uit de verwijzingsbeslissing blijkt echter niet dat A en B ervan verdacht worden een strafbaar feit te hebben gepleegd en dat hun biometrische gegevens aan derden beschikbaar zijn gesteld op grond van artikel 107, leden 5 en 6, van de Vreemdelingenwet. Overigens heeft de Nederlandse regering ter terechtzitting voor het Hof bevestigd dat de biometrische gegevens van A en B niet zijn gebruikt in strafrechtelijke procedures.

76      Derhalve dient de tweede prejudiciële vraag niet-ontvankelijk te worden verklaard.

77      Aangezien de tweede vraag niet-ontvankelijk is verklaard, behoeft de derde vraag niet te worden beantwoord.

Prejudiciële vragen:

31 Daarop heeft de Raad van State de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

1) a) [Moet] artikel 7 van besluit nr. 2/76 onderscheidenlijk artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus worden uitgelegd dat deze bepalingen zich niet
    verzetten tegen een nationale regeling die voorziet in het algemeen verwerken en bewaren van biometrische gegevens van onderdanen van derde
    landen, waaronder Turkse onderdanen, in een bestand in de zin van artikel 2, aanhef en onder a) en b), van richtlijn [95/46], omdat deze nationale 
    regeling niet verder gaat dan nodig is voor het verwezenlijken van het met deze regeling nagestreefde legitieme doel om identiteits‑ en 
    documentfraude te voorkomen en bestrijden? 

    b) Is daarbij van belang dat de duur van het bewaren van de biometrische gegevens is gekoppeld aan de duur van het legale en/of illegale verblijf 
    van onderdanen van derde landen, waaronder Turkse onderdanen?

2) Moet artikel 7 van besluit nr. 2/76 onderscheidenlijk artikel 13 van besluit nr. 1/80 aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling geen beperking in de zin van deze bepalingen vormt, indien het effect van de nationale regeling op de toegang tot de werkgelegenheid, als bedoeld in deze bepalingen, te onzeker en indirect is om te kunnen aannemen dat deze toegang wordt belemmerd?

3)  a) Indien het antwoord op vraag 2 is dat een nationale regeling die het mogelijk maakt de biometrische gegevens van onderdanen van derde 
     landen, waaronder Turkse onderdanen, uit een bestand aan derden beschikbaar te stellen met het oog op voorkomen, opsporen en onderzoeken 
     van – al dan niet terroristische – misdrijven een nieuwe beperking is, moet artikel 52, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 7 en artikel 8 van
     het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dan aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een dergelijke nationale
     regeling?

     b) Is daarbij van belang dat deze onderdaan op het moment dat hij als verdachte van een misdrijf is aangehouden het verblijfsdocument, waarop 
     zijn biometrische gegevens zijn opgeslagen, bij
     zich heeft?”

IEFBE 2968

Handhaving geschillen auteursrecht en contractuele aansprakelijkheid is aan nationale wetgever

HvJ EU - CJUE 12 sep 2019, IEFBE 2968; (IT Development tegen Free Mobile), http://www.ie-forum.be/artikelen/handhaving-geschillen-auteursrecht-en-contractuele-aansprakelijkheid-is-aan-nationale-wetgever

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18757, IT 2905, IEFbe 2968;C‑666/18 (IT Development tegen Free Mobile) Free Mobile is aanbieder van mobiele telefonie en licentiehouder van het computerprogramma “ClickOnSite“. Het auteursrecht van “ClickOnSite“ berust bij de vennootschap IT Development. De licentiehouder heeft zonder toestemming van de auteursrechthebbende wijzigingen in het computerprogramma aangebracht. De houder van het auteursrecht op dat computerprogramma heeft de licentiehouder vervolgens gedagvaard. De vordering in eerste aanleg was gebaseerd op de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en werd afgewezen. De Franse  appelrechter twijfelt of de gedraging van geïntimeerde een inbreuk op het op het programma rustende auteursrecht vormt ofwel een tekortkoming in de nakoming vormt. Naar Frans recht kan een vordering uit onrechtmatige daad slechts worden ingesteld indien tussen partijen geen contractsverhouding bestaat.

IEFBE 2965

Belgisch 'Hotel Julien' tegen Nederlands 'Hotel Julien': geen verwarringsgevaar

Antwerpen - Anvers 12 sep 2019, IEFBE 2965; (Morilo tegen Hotel Julien), http://www.ie-forum.be/artikelen/belgisch-hotel-julien-tegen-nederlands-hotel-julien-geen-verwarringsgevaar

Hof van beroep Antwerpen 12 september 2019, IEF 18751, IEFbe 2965; 2018/AR/2322 (Morilo tegen Hotel Julien) Morilo baat een hotel uit Antwerpen dat grote bekendheid heeft verworven onder de naam Hotel Julien. Morilo is houdster van de domeinnaam hotel-julien.com. Het hotel is genoemd naar de zoon van de zaakvoerster van Morilo. Eind maart 2018 vernam Morilo dat in Den Bosch een nieuw hotel zou komen onder de naam Hotel Julien. Hotel Julien registreerde voor haar nieuw hotel onder meer de domeinnaam hoteljulien.nl. Zij dankt haar naam aan de voornaam van de architect van het gebouw. Tevens heeft zij het Benelux woordmerk 'Hotel Julien' gedeponeerd. Morilo acht dit een inbreuk op haar handelsnaamrecht en stelt dat sprake is van verwarring die is gecreëerd doordat het nieuwe hotel exact dezelfde naam gebruikt voor hetzelfde type hotel. In het algemeen wordt aangenomen dat het handelsnaamrecht is geschonden, indien sprake is van een gevaar voor verwarring. In het onderhavige geval is er geen sprake van verwarringsgevaar. Evenmin is er sprake van misleidende reclame. Hiermee is het vonnis in eerste aanleg bevestigd.

IEFBE 2966

Geen inbreuk handelsnaamrecht wegens plaatsgebonden functie van hotels

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 31 okt 2018, IEFBE 2966; (Morilo tegen Hotel Julien), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-inbreuk-handelsnaamrecht-wegens-plaatsgebonden-functie-van-hotels

Rechtbank van Koophandel Antwerpen, afdeling Antwerpen 31 oktober 2018, IEF 18752, IEFbe 2966; A/18/3581 (Morilo tegen Hotel Julien) Morilo baat een hotel uit met de naam Hotel Julien in Antwerpen. Morilo stelt dat Hotel Julien inbreuk heeft gemaakt op haar handelsnaamrecht door het gebruik van 'Hotel Julien' voor een hotel in Den Bosch. Daarnaast zou sprake zijn van oneerlijke handelspraktijken. Morilo vordert staking van het gebruik van de naam 'Hotel Julien' en de inlassing van een melding van dit verbod op de website van Hotel Julien. In casu is noch voor wat betreft de genoemde handelsnaam, noch ten aanzien van de eerlijke marktpraktijken, inbreuk gepleegd. Hotels vervullen namelijk per definitie een plaatsgebonden functie. Bijgevolg is geen sprake van verwarringsgevaar. 

IEFBE 2963

Inbreuk op Jaguar en Land Rover door gebruik beeld- en woord-merk

27 jun 2019, IEFBE 2963; (JLR tegen Minerva), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-op-jaguar-en-land-rover-door-gebruik-beeld-en-woord-merk

Voorzitter van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 27 juni 2019, IEF 1874, IEFbe 2963; A/18/02888, (JLR tegen Minerva) JLR is een Britse producent van gezin-, sport-, en terreinwagens onder de merken Jaguar en Land Rover. JLR is titularis van een groot aantal merken die zijn ingeschreven voor voertuigen. In het bijzonder hebben deze betrekking op het woord Jaguar en de afbeelding van een springende jaguar. Minerva is een Belgische groothandelaar van fietsen en fietsuitrustingen, die actief is in een vijftiental landen. Minerva heeft fietsen op de markt gebracht onder het teken Jaguar. Het teken bestaat uit het woord Jaguar én het beeld van een sluipende panter, waarvan door Minerva oorspronkelijk was toegezegd dat het niet zou worden gebruikt. Het gebruik van het gewraakte complexe teken - directe combinatie van het woord Jaguar en het beeld van een jaguar -  door Minerva vormt in het economische verkeer een schending van de merkenrechten van JLR. Dit omdat sprake is van een onderscheidend vermogen en verwarringsgevaar bij het relevante publiek.

IEFBE 2964

ALAI European Author’s Right Award

ALAI European Author’s Right Award

In the spirit of inspiring the next generation of Intellectual Property experts, ALAI, with the support of GESAC, have launched an annual award for students.

The award, which ran its first edition in 2019, rewards the writer of the best essay that relates to authors’ rights. The essay should have a European dimension and include aspects related to the collective management of authors’ rights.

Students of all nationalities are welcome to apply. See here for the full eligibility criteria and prize details (French version).

This year’s winner will be selected by the following expert jury presided over by Prof. Frank Gotzen, President of ALAI:

  • Caroline Bonin, Head of Legal Affairs, SACEM
  • Gábor Faludi, outside Counsel for  Artisjus
  • Paul Torremans, Professor of Intellectual Property Law, University of Nottingham
  • Raquel Xalabarder, Catedràtica de Propietat Intel·lectual, Universitat Oberta de Catalunya

 

Timeline

17 November 2019

Deadline for students to write 1-page abstract on their essay

1 December 2019
Editorial Committee selects max. 10 abstracts that are eligible for the award

16 February 2020
Deadline for students to submit their essay into the designated format

1 April 2020
Editorial Committee selects winner(s)

Place and date TBC
Award ceremony

Application forms (French version), abstracts, essays and questions can be sent to alai.award@gesac.org.

ALAI is an independent learned society dedicated to studying and discussing legal issues arising in connection with the protection of the interests of creative individuals. Copyright and performing artists’ rights are today an integral part of fundamental human rights as enshrined in several international conventions, declarations and charters.

IEFBE 2962

Prejudiciële vragen over rol hostingdienstverlener

, IEFBE 2962; http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-rol-hostingdienstverlener

Oberster Gerichtshof 28 mei 2019, IEF 18739, IT 2893, IEFbe 2962 (Puls 4 TV tegen YouTube) Via MinBuza. Puls 4 TV exploiteert een Oostenrijkse televisiezender. YouTube is exploitant van het videoplatform www.youtube.com als hostingdienstverlener. YouTube maakt gebruik van “monetarisatie“ (het voorzien van geüploade videos van reclame), indien de gebruiker toestemming geeft. In het onderhavige geschil heeft YouTube de door Puls 4 TV gewraakte video’s steeds onmiddellijk verwijderd nadat zij per aanmaning in kennis was gesteld van de auteursrechtelijke bevoegdheden van Puls 4 TV. Puls 4 TV had YouTube verzocht om staking van het ter beschikking stellen van video’s die door Puls 4 TV geproduceerde audiovisuele werken bevatten. Volgens haar worden inbreuken op haar auteursrecht technisch gefaciliteerd door de monetarisatie van YouTube.

IEFBE 2961

Inbreuk op auteursrechten software

Gent - Gand 4 feb 2019, IEFBE 2961; 2017/AR/665 (Autodesk en Microsoft Corporation tegen Aldera, Mini Flat en BSA), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-op-auteursrechten-software

Hof van Beroep Gent 4 februari 2019, IEFbe 2961; 2017/AR/665 (Autodesk en Microsoft Corporation tegen Aldera, Mini Flat en BSA) Autodesk en Microsoft zijn softwareontwikkelaars en exploitanten van de intellectuele eigendomsrechten op bepaalde softwarepakketten. Beide bedrijven zijn lid van BSA, een non-profit-handelsorganisatie die belangen van de softwaremarkt en hardwarepartners verdedigt. Aldera en Mini Flat houden zich bezig met verandabouw. BSA heeft Aldera gewaarschuwd voor het gebruik van software zonder licentie. Aldera en Mini Flat hebben zich ingeschreven voor de legalisatieprocedure van BSA. Door de gerechtsdeurwaarder is een proces-verbaal van beslag inzake namaak opgesteld. Autodesk en Microsoft stellen dat inbreuk is gemaakt op hun auteursrechten door onder meer Aldera en Mini Flat. Dit is door het hof gegrond verklaard.

IEFBE 2960

Paul Geerts - noot onder HvJ EU Funke Medien en Spiegel Online

HvJ EU Funke Medien [IEF 18623] en Spiegel Online [IEF 18644]: geen pyrrusoverwinning voor de informatievrijheid

1. Op 29 juli jl. heeft het HvJ EU twee belangrijke auteursrecht arresten gewezen (1).  In die arresten is veel beslist. In deze bijdrage sta ik alleen stil bij het oordeel van het Hof dat het auteursrechtelijke systeem van beperkingen een gesloten systeem is. Maar: hoe gesloten is gesloten?

2. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het oordeel van het Hof betreur. Mijn voorkeur gaat uit naar een open systeem van beperkingen en dat betekent dat ik mij veel meer voel aangesproken door de benadering die de Hoge Raad in zijn Dior/Evora-arrest heeft gevolgd (2).  Het Hof wil van zo’n fair-use-achtig-systeem niets weten omdat (i) een juist evenwicht tussen het auteursrecht en andere grondrechten al in de Auteursrechtrichtlijn (Arl) zelf is gelegen, en (ii) het toelaten van beperkingen die niet onder de in art. 5 Arl uitputtend opgesomde beperkingen vallen, de effectiviteit van de door de Arl tot stand gebrachte harmonisatie van het auteursrecht in gevaar brengt.

IEFBE 2959

HvJ EU: hostingprovider kan gelast worden informatie te verwijderen

HvJ EU - CJUE 3 okt 2019, IEFBE 2959; ECLI:EU:V:2019:821 (Glawischnig-Piesczek tegen Facebook), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-hostingprovider-kan-gelast-worden-informatie-te-verwijderen
Facebook

HvJ EU 3 oktober 2019, IT 2887, IEFbe 2959; ECLI:EU:V:2019:821 (Glawischnig-Piesczek tegen Facebook) Naar aanleiding van een artikel van een Oostenrijks online-magazine, dat via een persoonlijk Facebook-account door een gebruiker is gedeeld en waarin het beleid van “die Grünen“ werd afgekeurd, vordert Glawschig-Piesczek (fractievoorzitter voor “die Grünen“ in de Oostenrijkse Nationalrat) verwijdering van het commentaar en daarmee overeenstemmende uitlatingen door Facebook, omdat het haar eer aantast. Overeenkomstig de richtlijn inzake elektronische handel is het verboden om de hostingprovider een algemene verplichting op te leggen om toezicht te houden op door hen opgeslagen informatie of actief naar aanwijzingen voor onwettige activiteiten te zoeken. Niet verboden is het om een hostingprovider te gelasten informatie te verwijderen dan wel de toegang daartoe onmogelijk te maken, die: (i)  identiek is aan eerder onwettig verklaarde informatie, (ii) inhoudelijk overeenstemt met eerder onwettig verklaarde informatie, mits het toezicht op en het onderzoek van de informatie op grond van een dergelijk bevel is beperkt tot boodschap overbrengende informatie waarvan de inhoud in wezen gelijk blijft aan de onwettig verklaarde inhoud, (iii) wereldwijd toegankelijk is, behoudens de grenzen van het relevante internationale recht waarmee de lidstaten rekening moeten houden.

IEFBE 2958

HvJ EU: voor plaatsen cookies is actieve toestemming van internetgebruikers vereist

HvJ EU - CJUE 1 okt 2019, IEFBE 2958; (Verbraucherzentrale tegen Planet49), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-voor-plaatsen-cookies-is-actieve-toestemming-van-internetgebruikers-vereist

HvJ EU 1 oktober 2019, RB 3344, IT 2885, IEFbe 2958; C-673/17 (Verbraucherzentrale tegen Planet49) De Duitse federale vereniging van consumentenbeschermingsorganisaties betwist het gebruik dat Planet49 maakt van een standaard aangevinkt selectievakje waarmee internetgebruikers die aan onlinereclameloterijen willen deelnemen, toestemming verlenen voor het plaatsen van cookies. Met deze cookies wordt informatie verzameld om reclame te kunnen maken voor producten van partners van Planet49. Het Bundesgerichtshof verzoekt om uitlegging van het Unierecht over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij elektronische communicatie. Geoordeeld wordt dat de toestemming van de gebruiker van een website voor het plaatsen en raadplegen van cookies op zijn apparatuur, niet rechtsgeldig is verleend wanneer hiertoe gebruik is gemaakt van een standaard aangevinkt selectievakje dat deze gebruiker moet uitvinken indien hij weigert zijn toestemming te verlenen.
Het is hierbij niet van belang of de informatie die is opgeslagen op de apparatuur van de gebruiker of daaruit is opgevraagd, al dan niet bestaat in persoonsgegevens. Het Unierecht beoogt de gebruiker namelijk te beschermen tegen iedere inmenging in zijn privéleven en met name tegen het risico dat verborgen identificatoren en andere soortgelijke software zonder zijn medeweten zijn apparatuur binnenkomen. Het Hof benadrukt dat de toestemming in die zin 'specifiek' moet zijn dat de gebruiker niet door het enkele feit dat hij op de knop voor deelname aan de reclameloterij heeft gedrukt, al geacht kan worden rechtsgeldig toestemming te hebben gegeven voor het plaatsen van cookies. Bovendien moet volgens het Hof de aanbieder van diensten de gebruiker onder meer informeren over de vraag hoelang de cookies actief blijven en of derden al dan niet toegang tot de cookies kunnen hebben. Zie ook [IT 2730].

IEFBE 2957

Prejudiciële vragen over btw-richtlijn en muziekwerken

8 aug 2019, IEFBE 2957; (UCMR-ADA), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-btw-richtlijn-en-muziekwerken

Înalta Curte de Casație și Justiție, Roemenië 8 augustus 2019, IEF 18719, IT 2884, IEFbe 2957; C-501/19 (UCMR-ADA) Via MinBuza. Verzoekster is een vereniging voor het collectieve beheer van de vermogensrechtelijke auteursrechten op muziekwerken. Verweerster is een rechtspersoon die actief is in de organisatie van optredens waarbij muziekwerken aan het publiek worden meegedeeld. Verweerster heeft een concert georganiseerd waarvoor zij een niet-exclusieve licentie voor het gebruik van muziekwerken heeft ontvangen. Hiervoor was verweerster verplicht aan verzoekster vergoedingen te betalen voor een bedrag dat was berekend in de licentie. Aangezien verweerster slechts een deel van deze vergoedingen had betaald, heeft verzoekster een vordering in rechte ingesteld. Zowel de bodemrechter als de rechter in tweede aanleg heeft verzoeksters vordering gegrond verklaard. Anders dan de rechter in eerste aanleg heeft de appelrechter vastgesteld dat de inning van de vergoedingen door verzoekster geen belastbare handeling uitmaakt en dat de verschuldigde vergoedingen niet aan btw zijn onderworpen. Daarom heeft de appelrechter het bedrag waartoe verweerster in eerste aanleg was veroordeeld, verminderd met het bedrag aan btw. Tegen de uitspraak van de appelrechter heeft zowel verzoekster als verweerster cassatieberoep ingesteld bij de verwijzende rechter. Verzoekster voert aan dat de btw nu voor rekening van de auteurs komt, en niet de eindgebruikers (wat in strijd zou zijn met de fiscale neutraliteit). Verweerster komt op tegen het bedrag van de vergoeding omdat het soort optreden onjuist zou zijn gekwalificeerd.

IEFBE 2956

Geen gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk in ingeschreven model

Gerecht EU - Tribunal UE 24 sep 2019, IEFBE 2956; ECLI:EU:T:2019:681 (Piaggio tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-gebruik-van-auteursrechtelijk-beschermd-werk-in-ingeschreven-model

Gerecht EU 24 september 2019, IEF 18710, IEbe 2956; ECLI:EU:T:2019:681 (Piaggio tegen EUIPO) Uitlegging overeenkomstig artikel 6 van verordening nr. 6/2002. Geen gebruik zonder toestemming van een in een lidstaat auteursrechtelijk beschermd werk in het ingeschreven model. Zhejiang Zhongneng Industry Group diende bij EUIPO een aanvraag tot inschrijving van een gemeenschapsmodel, een scooter, in. Verzoekster, Piaggio & C. SpA diende bij het EUIPO een vordering tot nietigverklaring van het litigieuze model in. Zij stelde onder meer dat het model in essentie gelijk is aan haar ouder model scooter. Het zou dezelfde algemene indruk maken, waardoor kon worden uitgesloten dat het nieuw was en een eigen karakter had overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van verordening nr. 6/2002 en door het relevante publiek verward worden met het oudere merk. Ook stelt Piaggio dat het oudere model werd beschermd door het Italiaanse en Franse auteursrecht, en het oudere model ten onrechte als geestesproduct werd gebruikt in het litigieuze model. Het beroep wordt verworpen.

IEFBE 2955

Gezondheidsclaims leiden tot misleiding van de consument

19 jun 2019, IEFBE 2955; A/18/02680 (Omega Pharma tegen Laboratoires Forté), http://www.ie-forum.be/artikelen/gezondheidsclaims-leiden-tot-misleiding-van-de-consument-1

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 19 juni 2019, IEFbe 2955; A/18/02680 (Omega Pharma tegen Laboratoires Forté) Omega Pharma is een producent en aanbieder van voorschriftvrije geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Omega Pharma en Laboratoires Forté hebben allebei het afslankproduct XtraSlim700. Laboratoires Forté zegt daarnaast nog dat haar product een verbranding van 700 kcal teweeg zou brengen. Dit staat ook op de verpakking van haar product. Omega eist in rechte onder meer het erkennen dat met betrekking tot dit product sprake is van oneerlijke handels- en marktpraktijken en het staken van inbreuken met betrekking tot het product XtraSlim700. Er is in casu inderdaad sprake van oneerlijke handelspraktijken, aangezien het gaat om een gezondheidsclaim in strijd met de wetgeving inzake commerciële mededelingen voor levensmiddelen. Dit kan de consument misleiden over de te verwachten resultaten van XtraSlim700. 

IEFBE 2952

BMM Student Award

Elk jaar wordt de BMM Student Award toegekend voor een scriptie en/of artikel van een student over het recht inzake merken, modellen en/of tekeningen, handelsnamen alsmede de auteursrechtelijke aspecten van deze rechtsgebieden.

De BMM roept iedereen die in 2017-2019 als student een uitstekende scriptie of artikel heeft geschreven op om deze vóór 15 oktober 2019 per e-mail toe te zenden aan het secretariaat van de BMM.

Aan de Award is een geldprijs van 1.000 euro verbonden. De winnende bijdrage zal daarnaast, eventueel in verkorte vorm, gepubliceerd worden in het BMM bulletin. De eeuwige roem mag bovendien niet vergeten worden. Zie het reglement voor de BMM Student Award voor de voorwaarden.