IEFBE 4255
13 juli 2026
Uitspraak

Gerecht EU: kamer van beroep onderschat dominante positie van ‘BIOGROUP’ en overeenstemming tussen beeldmerken

 
IEFBE 4252
13 juli 2026
Uitspraak

Uniemerk 4011 B552 terecht nietig wegens kwade trouw

 
IEFBE 4254
13 juli 2026
Uitspraak

HvJ EU: state-of-the-art geoblocking voorkomt een mededeling aan het publiek in een lidstaat waar het werk nog beschermd is

 
IEFBE 4255

Gerecht EU: kamer van beroep onderschat dominante positie van ‘BIOGROUP’ en overeenstemming tussen beeldmerken

Gerecht EU - Tribunal UE 13 jul 2026,, IEFBE 4255; ECLI:EU:T:2026:449 (SCM Biogroup tegen EUIPO en Bio Group Medical System Srl), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-kamer-van-beroep-onderschat-dominante-positie-van-biogroup-en-overeenstemming-tussen-beeldmerken

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23681; IEFbe 4255; ECLI:EU:T:2026:449 (SCM Biogroup tegen EUIPO en Bio Group Medical System Srl). SCM Biogroup verzette zich tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk BIO-GROUP MEDICAL SYSTEM voor onderzoeks-, analyse-, test- en controlediensten in klasse 42. De oppositie was onder meer gebaseerd op het oudere Uniebeeldmerk BIOGROUP en op de handelsnaam SCM BIOGROUP en de domeinnaam biogroup.fr. Nadat de oppositieafdeling de oppositie had toegewezen, vernietigde de kamer van beroep die beslissing en wees zij de oppositie volledig af wegens het ontbreken van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dat het relevante publiek hoofdzakelijk bestaat uit beroepsbeoefenaren met een relatief hoog aandachtsniveau. Ook onderschrijft het Gerecht dat het gemeenschappelijke element ‘biogroup’ of ‘bio-group’ slechts zwak onderscheidend is. De woorden ‘bio’ en ‘group’ zijn voor het relevante publiek begrijpelijk en hun samenvoeging levert geen ongebruikelijke of fantasievolle term op die meer is dan de som van de afzonderlijke bestanddelen. De overgelegde bewijzen tonen wel gebruik van het oudere merk aan, maar zijn onvoldoende om een door intensief gebruik of bekendheid versterkt onderscheidend vermogen vast te stellen.

IEFBE 4252

Uniemerk 4011 B552 terecht nietig wegens kwade trouw

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4252; ECLI:EU:T:2026:422 ((Driss El Hakmaoui Attilah tegen EUIPO)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/uniemerk-4011-b552-terecht-nietig-wegens-kwade-trouw

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23673; IEFbe 4252; ECLI:EU:T:2026:422 (Driss El Hakmaoui Attilah tegen EUIPO). Het Gerecht van de Europese Unie verwerpt het beroep van Driss El Hakmaoui Attilah tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 23 oktober 2024 (zaak R 403/2024‑2), waarin het Uniebeeldmerk 4011 B552 nietig wordt verklaard wegens kwade trouw. Bella Tawziaa II en Groupe Bellakhdar vorderen op 31 maart 2022 bij het EUIPO nietigverklaring van het in 2013 aangevraagde Uniebeeldmerk (nr. 11 674 413) voor waren in klasse 30 (waaronder koffie, thee en aanverwante producten). Zij beroepen zich daarbij op oudere rechten die onder meer de elementen 4011 en B552, Arabische woordelementen en een leeuwconcept of leeuwafbeelding bevatten. De nietigheidsvordering is formeel gebaseerd op art. 59 lid 1 sub b Verordening (EU) 2017/1001 (Uniemerkverordening 2017), maar omdat de merkaanvraag dateert van 21 maart 2013, beoordeelt het Gerecht de zaak materieel aan de hand van art. 52 lid 1 sub b Verordening (EG) nr. 207/2009. Het Gerecht benadrukt dat bij kwade trouw niet dezelfde vergelijking plaatsvindt als bij verwarringsgevaar: het gaat niet om een precieze mate van overeenstemming vanuit het perspectief van de gemiddelde consument, maar om de bedoeling van de aanvrager op het moment van indiening van de merkaanvraag. Die bedoeling moet objectief worden vastgesteld aan de hand van alle relevante omstandigheden, waarbij ook feiten van na het depot in aanmerking mogen worden genomen voor zover zij licht werpen op de intentie ten tijde van het depot.

IEFBE 4254

HvJ EU: state-of-the-art geoblocking voorkomt een mededeling aan het publiek in een lidstaat waar het werk nog beschermd is

HvJ EU - CJUE 9 jul 2026,, IEFBE 4254; ECLI:EU:C:2026:559 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-state-of-the-art-geoblocking-voorkomt-een-mededeling-aan-het-publiek-in-een-lidstaat-waar-het-werk-nog-beschermd-is

HvJ EU 9 juli 2026, IEF 23680; IEFbe 4254; ECLI:EU:C:2026:559 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten). In het kader van een gezamenlijk initiatief van de Anne Frank Stichting, de KNAW en de Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten werd via een Belgische website een kosteloos toegankelijke wetenschappelijke editie van de manuscripten van Anne Frank aangeboden. De werken behoren in onder meer België tot het publieke domein, maar zijn in Nederland gedeeltelijk nog tot 2037 auteursrechtelijk beschermd. De toegang vanuit Nederland werd daarom met geoblocking geblokkeerd. Het Hof oordeelt dat in Nederland geen mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 plaatsvindt wanneer die geoblocking een doeltreffende technische voorziening in de zin van artikel 6 lid 3 vormt. In deze context is daarvan sprake wanneer de geoblocking state-of-the-art is. De doeltreffendheid hoeft niet absoluut te zijn: de enkele mogelijkheid dat individuele gebruikers de blokkade met een VPN of vergelijkbare dienst omzeilen, maakt haar niet ondoeltreffend. Bij de beoordeling moet onder meer rekening worden gehouden met de geschiktheid en evenredigheid van de maatregel, de stand van de techniek, de technische en praktische uitvoerbaarheid, de kosten en de mogelijkheden tot omzeiling. Een aanvullende verklaring waarin de gebruiker bevestigt zich in een publiekdomeinland te bevinden, is niet doeltreffend omdat zij uitsluitend afhankelijk is van de bereidheid van de gebruiker om naar waarheid te antwoorden. De conclusie van A-G Rantos van 15 januari 2026 is gepubliceerd op IE-Forum onder [IEF 23216].

IEFBE 4251

deLex zoekt redactioneel stagiair

Ben jij rechtenstudent en nieuwsgierig naar de wereld van intellectueel eigendom? Van bekende merken, muziek, mode en social media tot AI, reclamecampagnes, design en grote sportevenementen: binnen het intellectuele eigendomsrecht, ICT-recht en privacyrecht komen voortdurend actuele en herkenbare onderwerpen voorbij. Bij deLex krijg je de kans om je hierin te verdiepen en mee te werken aan juridische nieuwsvoorziening voor professionals in deze specialistische rechtsgebieden.

Vanaf half augustus 2026 zoeken wij een redactioneel stagiair voor drie dagen per week. De exacte startdatum is in overleg. Als juridische uitgeverij bieden wij je de mogelijkheid om drie maanden lang mee te werken binnen een dynamische en gespecialiseerde praktijk. 

Tijdens je stage houd je je onder meer bezig met het beheren van online databases, het meewerken aan vakbladen en het bijwonen van congressen en opleidingen. Je ontwikkelt je in het verzamelen en analyseren van juridische bronnen, scherpt je redactionele vaardigheden aan en krijgt volop gelegenheid om je netwerk binnen het juridische werkveld uit te breiden.

Ben je in de afrondende fase van je bachelor of volg je een master Rechtsgeleerdheid, en heb je bijzondere interesse in IE-, ICT- en privacyrecht? Stuur dan je cv en motivatiebrief naar rdolman@delex.nl.

IEFBE 4250

Liaise Advocaten verwelkomt partner Charissa Koster

Persbericht Liaise Advocaten 9 juli 2026

Charissa is nu een week bij ons en het samenwerken is nu al een feest. Haar praktijk én
persoonlijkheid matchen perfect met de onze.

Charissa Koster is een ervaren en bevlogen media-, IE- en tech-advocaat. Al jaren staat ze aan
de zijde van bekende mediapartijen: van BN'ers, kranten en uitgevers tot auteurs, film- en
televisieproducenten en gaming- en tech-bedrijven. In en buiten de rechtszaal. Ze is adviseur en
boardroom partner, maar net zo goed een actief procesadvocaat die soepel schakelt tussen
mediarecht, intellectueel eigendom, IT en ondernemersvraagstukken. Strategisch, scherp en
altijd op zoek naar het beste resultaat samen met de cliënt, of dat nu een start-up of een
multinational is.

Dit sluit perfect aan met waar we als Liaise Advocaten voor staan: vanuit een realistische en
persoonlijke stijl bouwen aan lange termijnrelaties met onze cliënten.
En we hebben ontzettend veel zin dit met Charissa samen nog verder te gaan uitbouwen!

IEFBE 4249

Kan AI het auteursrecht juist redden? Een nieuwe visie op licenties in het AI-tijdperk


Mogen ontwikkelaars van generatieve AI auteursrechtelijk beschermde werken gebruiken voor de training van hun modellen? En zo ja, onder welke voorwaarden? De discussie wordt al langere tijd gevoerd, maar juridische duidelijkheid laat nog op zich wachten. Ondertussen speelt een interessante vervolgvraag: hoe ziet een werkbaar licentiesysteem eruit, ervan uitgaande dat toestemming en/of compensatie van de rechthebbende is vereist?

In deze bijdrage wordt die vervolgvraag belicht. Niet het voor de hand liggende scenario van collectief beheer, maar het meer experimentele concept waarin AI-agenten namens individuele makers licenties onderhandelen en beheren. Kan AI, de technologie die het huidige auteursrecht onder druk zet, uiteindelijk ook bijdragen aan een efficiëntere uitoefening daarvan?

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IEFBE 4248

Aankondiging BIE-Scriptieprijs 2026

De redactie van Berichten Industriële Eigendom organiseert ook in 2026 weer de jaarlijkse competitie voor de “BIE-Scriptieprijs”. 

Met de instelling van deze prijs beogen wij studenten te stimuleren zich te verdiepen in IE-vraagstukken en kennis te laten maken met het tijdschrift BIE. Onder IE verstaan wij hier het recht van de industriële eigendom (octrooi-, merken-, modellen-, handelsnaam-, databanken-en kwekersrecht plus het recht inzake geografische aanduidingen) alsmede het recht van de ongeoorloofde mededinging, inclusief de bescherming van bedrijfsgeheimen. Ook scripties over auteursrecht kunnen meedingen voor zover deze (mede) betrekking hebben op de hiervoor genoemde gebieden, zoals industriële vormgeving, technische excepties, cumulatie van beschermingsregimes, e.d. 

De prijs voor de beste IE-scriptie bedraagt € 1500. Daarnaast vragen we de auteur om voor BIE een artikel te schrijven op basis van zijn of haar scriptie. 

Eenieder kan goede scripties op het gebied van IE aanmelden en inzenden voor de BIE-Scriptieprijs. Docenten op het gebied van IE worden speciaal daartoe uitgenodigd. De inlevertermijn eindigt op 1 oktober 2026. De jury beslist in die maand. De fysieke uitreiking van de prijs vindt plaats tijdens de redactielunch op woensdag 11 november 2026

Scripties mogen zowel in het Nederlands als Engels worden geschreven. In niet voorziene gevallen beslist de jury. De mogelijkheid wordt voorbehouden dat de prijs niet wordt uitgereikt indien de jury, gelet op de kwaliteit van de ingezonden scripties, daartoe besluit. 

Scripties kunnen worden gemaild naar de uitgever van de BIE, Claudia Zuidema czuidema@delex.nl.

IEFBE 4247

Verworven onderscheidend vermogen van merkondeel maakt samengesteld merk niet intrinsiek onderscheidend

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4247; ECLI:EU:T:2026:432 (Veikkaus Oy tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verworven-onderscheidend-vermogen-van-merkondeel-maakt-samengesteld-merk-niet-intrinsiek-onderscheidend

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23659, IEFbe 4247; ECLI:EU:T:2026:432 (Veikkaus Oy tegen EUIPO). In deze zaak vordert Veikkaus gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO over haar aanvraag voor het Uniewoordmerk FOR BETTER GAMING - VEIKKAUS. De aanvraag zag onder meer op diensten in de klassen 35, 41 en 42, waaronder retaildiensten voor game- en goksoftware, online entertainment-, spel-, gok-, wed- en casinodiensten en ontwerp-, ontwikkel- en onderhoudsdiensten voor online goksoftware en gokwebsites. De kamer van beroep had het beroep slechts gedeeltelijk toegewezen voor enkele diensten, maar de inschrijving voor de overige diensten geweigerd wegens gebrek aan intrinsiek onderscheidend vermogen op grond van artikel 7 lid 1 onder b, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 2, Verordening 2017/1001. Volgens de kamer van beroep zou het Finstalige relevante publiek het teken begrijpen als “voor beter gokken/spelen – weddenschap, gokvoorspelling” en dus niet als herkomstaanduiding, maar als een zuiver promotionele boodschap voor de betrokken diensten. De subsidiaire stelling van Veikkaus dat het teken door gebruik onderscheidend vermogen had verkregen, was nog niet inhoudelijk beoordeeld en was door de kamer van beroep terugverwezen naar de onderzoeker.

IEFBE 4246

Afbeelding uit octrooischrift kan ouder model zijn, octrooischrift zelf niet

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4246; ECLI:EU:T:2026:423 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en B.K.Licht GmbH & Co. KG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/afbeelding-uit-octrooischrift-kan-ouder-model-zijn-octrooischrift-zelf-niet

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23658; IEFbe4246; ECLI:EU:T:2026:423 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO BKLicht GmbH & Co. KG). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging van een beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO in een nietigheidsprocedure over een ingeschreven Uniemodel dat een stervormige lampenkap voorstelt. Het model was ingeschreven voor “elektrische guirlandes” en “lampenkappen”. B.K.Licht had de nietigheid van het model gevorderd wegens gebrek aan individueel karakter op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002. Die nietigheidsaanvraag was gebaseerd op twee oudere afbeeldingen uit een Zwitsers en een Amerikaans octrooischrift. De nietigheidsafdeling had de aanvraag afgewezen, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing en verwees de zaak terug, omdat de nietigheidsafdeling bij de vergelijking van de algemene indruk ten onrechte ook de technische beschrijving van de uitvinding en andere afbeeldingen uit de octrooischriften had betrokken. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Een octrooi beschermt immers een technische uitvinding en niet de uiterlijke verschijningsvorm van een product. Een octrooischrift kan daarom niet als zodanig worden ingeroepen om het individuele karakter van een Uniemodel te ontkrachten; alleen de daarin opgenomen, voldoende precies geïdentificeerde afbeeldingen kunnen als oudere modellen dienen. In dit geval had B.K.Licht alleen de twee “Fig. 1”-afbeeldingen als oudere modellen D1 en D2 ingeroepen.

IEFBE 4245

Geen individueel karakter voor Uniemodel van stervormige lampenkap

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4245; ECLI:EU:T:2026:425 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-individueel-karakter-voor-uniemodel-van-stervormige-lampenkap

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23657; IEFbe 4245; ECLI:EU:T:2026:425 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging en herziening van de beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO, waarin het beroep tegen de nietigverklaring van haar ingeschreven Uniemodel is verworpen. Het model, ingeschreven voor onder meer “guirlandes électriques” en “abat-jour”, wordt door het Gerecht op basis van de ingeschreven modelweergaven aangemerkt als een stervormige lampenkap en niet als een lichtsnoer of kerst-/adventster. Light Tec had de nietigheid van het model gevorderd op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002, wegens gebrek aan individueel karakter. DecoTrend stelde dat de kamer van beroep de nietigheidsaanvraag ten onrechte had beoordeeld aan de hand van het oudere Duitse model D2, omdat volgens haar alleen het Amerikaanse octrooischrift en het daarin opgenomen model D1 waren ingeroepen. Het Gerecht verwerpt dit betoog: de nietigheidsaanvraag moest worden gelezen als één geheel, inclusief de bijlagen en motivering, waaruit voldoende duidelijk bleek dat ook D2 en D3 waren ingeroepen. Omdat één ouder model al voldoende kan zijn om individueel karakter te ontkrachten, mocht de kamer van beroep de beoordeling beperken tot D2.