IEFBE 3284

Verwarringsgevaar ondanks weinig overeenstemmingen

Gerecht EU - Tribunal UE 15 sep 2021, IEFBE 3284; ECLI:EU:T:2021:569 (Albéa tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-ondanks-weinig-overeenstemmingen

Gerecht EU 15 september 2021, IEF 20201, IEFbe 3284; ECLI:EU:T:2021:569 (Albéa tegen EUIPO) In 2013 heeft verzoekster Albéa Services aanvraag gedaan tot inschrijving van het beeldmerk 'Albéa' in onder andere de klasse cosmetica. Dm-drogerie markt GmbH & Co heeft hiertegen oppositie gesteld. Zij is houder van Uniemerk 'Balea' in overeenkomende klasse. De bestreden beslissing is een uitspraak van de vijfde kamer van beroep, die in de kern stelt dat er te veel verwarringsgevaar voor het relevante publiek ontstaat. Het Gerecht gaat hier in mee en overweegt het volgende. De beoordeling van het verwarringsgevaar hangt af van een tal aan elementen, met name de bekendheid van het merk bij het betrokken publiek. Volgens het Gerecht is er een zekere onderlinge afhankelijkheid tussen de herkenning van een merk door het publiek en het onderscheidend vermogen ervan. Ondanks een geringe visuele en fonetische overeenstemming tussen de conflicterende tekens komt het Gerecht tot de conclusie dat het merk 'Balea' door het grote marktaandeel in cosmetische producten hoog onderscheidend is. Hierdoor kan er toch verwarringsgevaar kan ontstaan tussen de twee beeldmerken. Het beroep dat betrekking heeft op de klasse cosmetica wordt verworpen. 

IEFBE 3283

Benelux Merkencongres. Aanmelden is nog mogelijk!

We gaan weer live, met een optie om online deel te nemen: het Benelux Merkencongres vindt nog één keer plaats in het Auditorium bij De Brauw Blackstone Westbroek! Met diverse sprekers, actuele onderwerpen en dit keer weer ouderwets gelegenheid tot netwerken bij de borrel.
Onder begeleiding van dagvoorzitters Tobias Cohen Jehoram (De Brauw Blackstone Westbroek, EUR) en Martin Senftleben (IViR, Bird&Bird) passeren de volgende onderwerpen de revue:

- Actualiteiten merkenrecht, prof. mr. Tobias Cohen Jehoram
- Merkinschrijving en verklaringen ten aanzien van beoogd gebruik, prof. dr. Martin Senftleben
- Verwijzend merkgebruik, Mifare (NXP vs Infineon), Allard Ringnalda (Klos cs)

IEFBE 3282

Beantwoording prejudiciële vragen over levering software

16 sep 2021, IEFBE 3282; ECLI:EU:C:2021:742 (The Software Incubator tegen Computer Associates), http://www.ie-forum.be/artikelen/beantwoording-prejudici-le-vragen-over-levering-software

HvJ EU 16 september 2021, IT 3660, IEF 20196, IEFbe 3282; ECLI:EU:C:2021:742 (The Software Incubator tegen Computer Associates) De Supreme Court of the United Kingdom heeft het Hof verzocht een prejudiciële beslissing te nemen. Hierbij werden twee vragen gesteld:
1) Als computersoftware elektronisch wordt geleverd, valt dit dan onder 'goederen' volgens de betekenis van dat begrip zoals dit staat in de definitie van een handelsagent in richtlijn 86/653? 2) Indien de software aan klanten van een principaal wordt geleverd door een licentie van onbepaalde tijd toe te kennen, valt dit dan onder 'verkoop van goederen' volgens richtlijn 86/653?

IEFBE 3281

Interview met scheidend hoogleraar Bernt Hugenholtz

Bernt Hugenholtz, hoogleraar informatierecht en mede-oprichter van het Instituut voor Informatierecht (IViR) aan de UvA, is met pensioen. In Folia, het online medium van de UvA, verscheen een afscheidsinterview met de emeritus hoogleraar. "Sinds de opkomst van het internet is het vakgebied geëxplodeerd. Deelgebieden zoals privacy, uitingsvrijheid, cybersecurity, telecommunicatieregulering en later desinformatie en hate speech zijn enorm belangrijk geworden. Dat geldt ook voor het auteursrecht."
Lees verder >>

 

IEFBE 3280

Vernietiging uitspraak in zaak over modelrecht van scooters

3 sep 2020, IEFBE 3280; (Multimox tegen Asian Gear), http://www.ie-forum.be/artikelen/vernietiging-uitspraak-in-zaak-over-modelrecht-van-scooters

EUIPO 30 september 2021, IEF 20192, IEFbe 3280; R 1042/2018-3; (Multimox tegen Asian Gear) In 2018 diende Asian Gear een verzoek in tot nietigverklaring van de inschrijving van een scootermodel [zie IEF 18161]. Deze aanvraag werd destijds ingewilligd. EUIPO's Derde Kamer van Beroep heeft deze uitspraak op 3 september 2020 vernietigd. Tegen deze vernietiging is inmiddels beroep ingesteld bij het Gerecht van de Europese Unie. Echter loopt parallel aan deze zaak een procedure waarbij de rechtbank Den Haag opeising van hetzelfde model heeft toegewezen aan Sanyang [zie IEF 20143]. Hierdoor is aan het Gerecht uitstel van uitspraak gevraagd in de vernietigingsprocedure. 

IEFBE 3278

Voorwaarden voor ontvankelijkheid in nietigheidsprocedure

15 sep 2021, IEFBE 3278; ECLI:EU:T:2021:587 (Residencial Palladium tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/voorwaarden-voor-ontvankelijkheid-in-nietigheidsprocedure

Gerecht EU 15 september 2021, IEF 20190, IEFbe 3278; ECLI: ECLI:EU:T:2021:587 (Residencial Palladium tegen EUIPO) Palladium Gestión is de houder van het beeldmerk Palladium Hotels & Resorts. In 2006 heeft Residencial Palladium bij het EUIPO een verzoek ingediend tot nietigverklaring van dit merk. Dit verzoek werd later dat jaar weer ingetrokken. In 2017 werd er een tweede aanvraag tot nietigverklaring ingediend op grond van de absolute en relatieve nietigheidsgrond van verordening nr. 40/94. Dit verzoek is niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht oordeelt in deze zaak dat de kamer van beroep blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Wanneer hetzelfde oudere recht wordt ingeroepen ter ondersteuning van een nieuw verzoek tot nietigverklaring met hetzelfde doel en dezelfde oorzaak en waarbij dezelfde partijen betrokken zijn, is dit nieuwe verzoek niet direct niet-ontvankelijk. Dit is alleen zo wanneer het oorspronkelijk verzoek heeft geleid tot een beslissing die definitief is geworden. Het Gerecht vernietigt de beslissing van de kamer van beroep wegens schending van de motiveringsplicht. 

IEFBE 3277

Beantwoording prejudiciële vragen over BOB 'Champagne'

9 sep 2021, IEFBE 3277; ECLI:EU:C:2021:713 (CIVC tegen GB), http://www.ie-forum.be/artikelen/beantwoording-prejudici-le-vragen-over-bob-champagne

HvJ EU 9 september 2021, IEF 20185, IEFbe; ECLI:EU:C:2021:713 (CIVC tegen GB) GB bezit verscheidene tapasbars in Spanje en maakt gebruik van het teken Champanillo. Dit teken wordt met name gebruikt in combinatie met een grafische drager waarop twee klinkende glazen met een mousserende drank zijn afgebeeld. CIVC is een orgaan dat de belangen van champagneproducenten behartigt. De oppositie die CIVC heeft aangetekend is toegewezen. Inschrijving van het teken zou onverenigbaar zijn met de beschermde oorsprongsbenaming 'Champagne'. De Spaanse rechter ging niet mee in dit oordeel. Champanillo zou als handelsnaam voor een horeca-etablissement geen gevaar opleveren voor de BOB 'Champagne'. De rechter in tweede aanleg stelde naar aanleiding hiervan prejudiciële vragen, met als belangrijkste of de omvang van de BOB ook bescherming mogelijk maakt tussen niet-soortgelijke producten. Het HvJ antwoordt bevestigend hierop en stelt dat ook de reputatie van het BOB 'Champagne' beschermd wordt, en dat diensten die hier enigszins mee te maken hebben ook onder de bescherming vallen. Verordening nr. 1308/2013 moet dus worden uitgelegd dat het BOB’s beschermt tegen handelingen die betrekking hebben op zowel producten als diensten.

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEFBE 3276

Figuratieve elementen maken merken genoeg onderscheidend

Brussel - Bruxelles 28 jun 2021, IEFBE 3276; (Appellante tegen geïntimeerden), http://www.ie-forum.be/artikelen/figuratieve-elementen-maken-merken-genoeg-onderscheidend

Hof van beroep Brussel 28 juni 2021, IEFbe 3276; 2019/AR/1204 (Appellante tegen geïntimeerden) Deze zaak speelt tussen verschillende rechtspersonen die gebruik maken van de merken 'Golden Vegas' en 'Golden Palace', beide voor casino's. Hier gaat een vonnis van 25 april 2019 aan vooraf, waarbij appellante verzocht om vast te stellen dat 'Golden Vegas' inbreuk maakte op haar merken in de zin van artikel 2.20.2b en/of c BVIE. De eerste rechter verklaarde deze vordering niet gegrond. In dit hoger beroep vordert appellant nogmaals de vorderingen ontvankelijk en gegrond te verklaren. Het hof oordeelt als volgt. Volgens vaste rechtspraak moet er bij samengestelde merken worden gekeken naar de bestanddelen. Gelijkenis ontstaat pas wanneer het overeenstemmende bestanddeel dominerend is in de totaalindruk die het merk oproept. De veronderstelling is dan dat de andere delen verwaarloosbaar zijn. In casu kunnen de figuratieve elementen van de merken niet als verwaarloosbaar worden beschouwd. Deze hebben niet slechts een decoratieve functie maar onderbouwen de andere, hierdoor onderscheidende, bestanddelen. De elementen 'Palace' en 'Vegas' in de beeldmerken zijn, mede hierdoor, minstens gelijkwaardig aan het element Golden. De mate van fonetische overeenstemming tussen de merken is van ondergeschikt belang. Dit zorgt er dan ook voor dat het hof het bestreden vonnis grotendeels bevestigt. 

IEFBE 3275

Paul Kreijger: Champanillo, of de lange arm van de beschermde oorsprongsbenaming

, IEFBE 3275; http://www.ie-forum.be/artikelen/paul-kreijger-champanillo-of-de-lange-arm-van-de-beschermde-oorsprongsbenaming

Het Hof van Justitie bezorgde op 9 september jl.,zaak C-783/19, ECLI:EU:C:2021:713, opnieuw een klinkende overwinning aan het Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne (CIVC), de Franse vereniging van Champagneproducenten die als sinds jaar en dag de beschermde oorsprongsbenaming (BOB) met hand en tand bewaakt. Inderdaad, “opnieuw”: de grote bekendheid van de BOB Champagne leidt er meestal toe dat gebruik van deze naam voor allerlei producten geen lang leven beschoren is. Voor zover dat niet al bij de nationale rechter strandt (al wat oudere voorbeeld zijn de Xenos Moët & Chandon kaars, ECLI:NL:RBSGR:2000:AK4412 en “Shampers” shampoo, ECLI:NL:RBSGR:1999:AK4206) loopt het veelal niet goed af bij het Hof van Justitie; het tot deze week meest recente voorbeeld is de welbekende Champagner Sorbet-saga, waarin het gebruik van Champagne als ingrediënt in ijs alleen corresponderende vermelding op de verpakking rechtvaardigde als de smaak (mede) door die Champagne bepaald werd. Daar is dan nu de Champanillo-zaak bijgekomen.
Lees verder >>

Het Champanillo-arrest wordt uitgebreid besproken tijdens de Leiden Law Lunch op woensdag 15 september a.s.

IEFBE 3274

Beeldmerk te abstract om tot verwarring te leiden

1 sep 2021, IEFBE 3274; ECLI:EU:T:2021:530 (Sony tegen EUIPO ), http://www.ie-forum.be/artikelen/beeldmerk-te-abstract-om-tot-verwarring-te-leiden

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20175, IEFbe 3274; ECLI:EU:T:2021:530 (Sony tegen EUIPO) In 2017 heeft de andere partij in het geschil, Wai Leong Wong, een aanvraag tot inschrijving van het woordteken GT RACING ingediend. Sony heeft hier oppositie tegen ingesteld. Dit was gebaseerd op bovenstaand ingeschreven Uniebeeldmerk, alsmede een aantal niet-ingeschreven woordmerken. Deze oppositie is afgewezen en het beroep dat hierop volgde is verworpen. Sony voert in deze zaak onder andere aan dat de kamer van beroep een fout heeft gemaakt bij de vergelijking van de conflicterende tekens. Het relevante publiek, waaronder liefhebbers van videospelletjes, zou het ingeschreven merk opvatten als een gestileerde weergave van de hoofdletters 'G' en 'T'. Het Gerecht oordeelt dat de kamer terecht heeft gesteld dat bij gebreke van een duidelijke verwijzing of informatie waaruit blijkt dat dat element de letters in kwestie vertegenwoordigde, het onwaarschijnlijk was dat ze door het relevante publiek zouden worden herkend. Ook de andere middelen die verzoekster aanvoert worden ongegrond verklaard, waardoor het beroep in zijn geheel wordt verworpen.

IEFBE 3273

Prejudiciële vraag over de uitleg van verordening nr. 531/2012

2 sep 2021, IEFBE 3273; ECLI:EU:C:2021:675 (Vodafone tegen Duitsland), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-uitleg-van-verordening-nr-531-2012

HvJ EU 2 september 2021, IT 3648; IEFbe 3273; ECLI:EU:C:2021:675 (Vodafone tegen Duitsland) Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de verordening nummer 531/2012. Deze gaat over roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie. In artikel 3 staat onder andere dat telecombedrijven diensten moeten aanbieden zonder discriminatie. Vodafone is actief in deze branche en stelt haar klanten voor om bij het basistarief gratis „zero-rating”-tariefopties te nemen. De algemene contractvoorwaarden bepalen dat deze tariefopties alleen geldig zijn op het nationale grondgebied.  Daarop heeft het Verwaltungsgericht Köln het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing te nemen over de vraag of dit verenigbaar is met Unierecht. Gelet op een en ander dient op de gestelde vragen te worden geantwoord dat artikel 3 van verordening 2015/2120 aldus moet worden uitgelegd dat een beperking van het roaminggebruik wegens de activering van een „zero-rating”-tariefoptie onverenigbaar is met de verplichtingen die voortvloeien uit lid 3 van dat artikel.

IEFBE 3272

Uniewoordmerk 'Limbic® Types' niet beschrijvend

1 sep 2021, IEFBE 3272; ECLI:EU:T:2021:527 (Gruppe Nymphenburg Consult tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/uniewoordmerk-limbic-types-niet-beschrijvend

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20169, IEFbe 3272; ECLI:EU:T:2021:527 (Gruppe Nymphenburg Consult tegen EUIPO) Deze zaak betreft een beroep tegen de beslissing van de grote kamer van beroep van het EUIPO van 2 december 2019 over de inschrijving van het woordteken Limbic® Types. Dit verzoek is afgewezen met als reden dat het teken te beschrijvend zou zijn. Het aangevraagde merk kan vertaald worden als 'limbische typen'. Engelstalig publiek zou het merk opvatten als een aanduiding voor een persoonsindeling op grond van persoonlijkheidsprofielen of ‑kenmerken die zijn opgesteld aan de hand van kennis over het limbisch systeem. Nymphenburg verzoekt het Gerecht om deze beslissing te vernietigen. Het Gerecht oordeelt dat het betrokken publiek het symbool '®’ en de term 'types’ zal begrijpen. Dat één of meer bestanddelen beschrijvend zijn volstaat niet als reden om de merkinschrijving af te wijzen. Dit kan alleen wanneer het hele teken beschrijvend is. Vastgesteld moet dan ook worden dat het oordeel van de kamer van beroep dat het relevante publiek het teken Limbic® Types begrijpt als aanduiding van de verschillende persoonlijkheidstypen, die elk anders reageren op stimuleringen van het limbisch systeem, onjuist is.

IEFBE 3271

Verwarringsgevaar beeldmerken

Gerecht EU - Tribunal UE 1 sep 2021, IEFBE 3271; ECLI:EU:T:2021:523 (FF IP srl tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-beeldmerken

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20167, IEFbe 3271; ECLI:EU:T:2021:523 (FF IP srl tegen EUIPO en Seven SpA)  EFFEGI Srl heeft een aanvraag tot inschrijving van het beeldteken ´the DoubleF´ ingediend bij het EUIPO. Interveniënte Seven SpA heeft bezwaar gemaakt tegen de inschrijving vanwege haar oudere beeldmerk ´THE DOUBLE´. Verzoekster voert in wezen één enkel middel aan, namelijk schending van artikel 8, lid 1, van verordeningnr. 207/2009, zoals gewijzigd, dat in vier alinea's is verdeeld. Zij betoogt dat de Kamer van Beroep 1) een beoordelingsfout heeft gemaakt m.b.t. het relevante publiek, 2) ten onrechte de waren en diensten heeft vergeleken waarop de betwiste merken betrekking hebben, 3) ten onrechte een hoge mate van visuele en fonetische gelijkenis en een zeer hoge mate van conceptuele gelijkenis, of zelfs quasi-identiteit, tussen de betrokken merken heeft vastgesteld, 4) had moeten vaststellen dat het oudere merk een laag onderscheidend vermogen had en verwarringsgevaar moeten uitsluiten. De Kamer van Beroep heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat er verwarringsgevaar bestond. Het middel wordt afgewezen.

IEFBE 3270

Gerecht EU verwerpt beroep nietigverklaring e*message

Gerecht EU - Tribunal UE 1 sep 2021, IEFBE 3270; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-verwerpt-beroep-nietigverklaring-e-message

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20165, IT 3642, IEFbe 3270; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple) eMessage Wireless Information Services heeft een aanvraag tot inschrijving van het Gemeenschapsmerk 'e*message' ingediend bij het EUIPO. Op verzoek van interveniënte Apple Inc. werd de inschrijving nietig verklaard. eMessage voert in beroep zeven middelen aan. Het eerste middel betoogt dat er geen geldige bepaling bestaat om het litigieuze merk ongeldig te verklaren. Het tweede middel klaagt over een onjuiste toepassing van de huidige uitlegging van artikel 7, lid 1, onder b) en c), van verordening 2017/1001. Het derde en het vierde middel gaan over fouten in de beoordeling van de figuratieve elementen van het litigieuze merk bij het onderzoek van het beschrijvende karakter ervan. Het vijfde middel klaagt over een onjuiste beoordeling van het onderscheidend vermogen van het litigieuze merk. Het zesde en het zevende middel gaan over een schending van artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van de beginselen van bescherming van het gewettigd vertrouwen en van de rechtszekerheid. De middelen worden afgewezen.

IEFBE 3269

Herziene editie The Dutch Copyright Act 2021

Vandaag verschijnt het boek Auteurswet / The Dutch Copyright Act 2021, de herdruk op de uitgave uit 2015. Deze herziene uitgave bevat de implementatie van de DSM-richtlijn en de Richtlijn Online Omroep 2021. De margekopjes, verwijzingen en andere aanvullingen zijn toegevoegd door Visser Schaap & Kreijger, een advocatenkantoor gespecialiseerd in intellectuele eigendom, media en mededinging. De uitgave bevat ook een Engelse vertaling van die geconsolideerde tekst van de Auteurswet. Deze vertaling is bewerkt en aangevuld door Hendriks & James, een juridisch vertaalbureau, mede gespecialiseerd in teksten op het gebied van de intellectuele eigendom.
Bestel het boek hier of via de boekhandel of Bol.com.

IEFBE 3268

Najaarscongressen deLex

Save the date voor de deLex najaarscongressen 2021:

- 5 oktober Benelux Merkencongres
- 7 oktober Nederlands Octrooicongres
- 25 november Nationaal Mediarechtcongres
- 2 december IE-Winterforum
- 16 december Nationaal Reclamerechtcongres

Meer weten: kijk op de IE-agenda, klik hier of mail naar info@delex.nl voor meer informatie.

IEFBE 3267

Doorgifte persoonsgegevens naar de VS

19 aug 2021, IEFBE 3267; (Qarin tegen het Vlaamse Gewest), http://www.ie-forum.be/artikelen/doorgifte-persoonsgegevens-naar-de-vs

Raad van State 19 augustus 2021, IEFbe 3267; A. 234.221/XII-9119 (Qarin tegen het Vlaamse Gewest) Het Vlaamse Gewest heeft tussenkomende partij ViaVan een opdracht gegeven. ViaVan is een dochteronderneming van een Amerikaanse entiteit. In het kader van deze opdracht zullen op grootschalige wijze persoonsgegevens worden verwerkt, waaronder speciale categorieën. Dit zijn bijvoorbeeld gezondheidsgegevens of persoonsgegevens van minderjarigen. De verzoekende partijen, waaronder Qarin, stellen als belangrijkste middel dat er geen geldige doorgiftegrond bestaat voor persoonsgegevens naar de Verenigde Staten. Dit volgt uit het Schrems II arrest van het Hof van Justitite. Deze stelling lijkt in zijn algemeenheid voorbij te gaan aan andere wijzen waarop gegevensbescherming gegarandeerd kan worden, ook in de VS. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. 

IEFBE 3266

Leergang Intellectueel Eigendomsrecht start 2 november

Op 2 november start aan de VU de Leergang Intellectueel Eigendomsrecht. Van ongeautoriseerde internetdownloads en nieuwe content platforms tot investeringen in baanbrekende technologieën en marketing op basis van prestigieuze brands. Het recht van intellectueel eigendom doordringt de kenniscreatie, -overdracht en -benutting in het bedrijfsleven, bij de overheid, in scholen, universiteiten, musea en bibliotheken, en zelfs in het privéleven. Het bepaalt de spelregels voor eerlijke concurrentie en ordent de markt. Maar op welke manieren worden intellectuele eigendomsrechten eigenlijk verkregen? Hoe worden deze rechten geëxploiteerd en gehandhaafd? Hoe verstrekt de bescherming en handhaving van intellectueel eigendom zich uit in de analoge en de digitale wereld?
Lees verder >>

IEFBE 3265

Strijd tussen twee merken krabconserven

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 22 jul 2021, IEFBE 3265; (Walfood tegen Intriguing Brands), http://www.ie-forum.be/artikelen/strijd-tussen-twee-merken-krabconserven

Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel 22 juli 2021, IEFbe 3265; A/21/00012 (Walfood tegen Intriguing Brands) Deze zaak betreft een inbreukprocedure die Walfood heeft aangespannen tegen Chatka Seafood en haar distributeur Intriguing Brands. Walfood is eigenaar van het merk Chatka in heel Europa, met uitzondering van Spanje, waar Chatka Seafood dit bezit. Dit merk wordt door beide partijen gebruikt op krabconserven in combinatie met een afbeelding van een koningskrab. Walfood verzet zich tegen de verhandeling van Chatka producten uit Spanje op andere grondgebieden dan het Spaanse en verzoekt dan ook tot vaststelling van inbreuk op artikel 2.20 §2, b BVIE. De ondernemingsrechtbank heeft Chatka Seafood en Intriguing Brand veroordeeld om het gebruik van het merk Chatka in de Benelux te staken, inhoudende dat dit ook niet meer mag gebeuren via internationale online platforms. 

IEFBE 3264

Beroep Rich John Richmond als merknaam te gebruiken afgewezen

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jul 2021, IEFBE 3264; ECLI:EU:T:2021:432 (Fashioneast en AM.VI. tegen Moschillo ), http://www.ie-forum.be/artikelen/beroep-rich-john-richmond-als-merknaam-te-gebruiken-afgewezen

Gerecht EU 14 juli 2021, IEF 20141, IEFbe 3264; ECLI:EU:T:2021:432 (Fashioneast en AM.VI. tegen Moschillo) Fashioneast en AM.VI. hebben bij het EUIPO bovenstaande als merknaam aangevraagd en toegewezen gekregen, in onder meer de classificaties sieraden, tassen en kleding volgens de Nice Classificatie. Moschillo heeft als reactie hierop een vordering tot vervallenverklaring van het merk ingediend, op grond van het niet normaal gebruiken van het merk. Deze vordering is toegewezen. Beroep van Fashioneast en AM.VI. bij het EUIPO leverde niet het beoogde resultaat op, wat ertoe heeft geleid dat de partijen de beslissing aanvechten bij het Gerecht. Het EUIPO zou volgens de verzoekers niet genoeg hebben gekeken naar het bewijsmateriaal in de vorm van foto's, echter is hier geen enkel spoor van het 'richmond' element te zien. Daarnaast zou er onterecht geoordeeld zijn dat er niet genoeg onderscheidend vermogen is in de woordencombinatie 'rich' en 'richmond'. Het Gerecht oordeelt dat gebruik van de bestanddelen "rich" en "richmond" tezamen, maar op verschillende delen van de waren, geen normaal gebruik van het litigieuze merk kan vormen dat het onderscheidend vermogen ervan niet wijzigt. Het beroep wordt in zijn geheel verworpen.