IEFBE 3487

HvJ EU: Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting

HvJ EU - CJUE 16 jun 2022, IEFBE 3487; ECLI:EU:C:2022:484 (Toshiba tegen Europese Commissie ), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-gerecht-heeft-blijk-gegeven-van-een-onjuiste-rechtsopvatting

HvJ EU 16 juni 2022, IT 3985, IEFbe 3487; ECLI:EU:C:2022:484 (Toshiba tegen Europese Commissie) De Europese Commissie stelde vast dat Toshiba inbreuk had gemaakt op artikel 101 VWEU en artikel 53 EER-overeenkomst door haar deelname aan een mededingingsregeling inzake optische diskdrives (odd’s). Zij zou haar gedrag onderling hebben afgestemd met andere partijen. Hiervoor legde de Europese Commissie in haar besluit een boete op aan Toshiba. Toshiba heeft hiertegen vervolgens beroep ingesteld dat primair strekte tot nietigverklaring van het besluit en subsidiair tot verlaging van de opgelegde geldboete. Het Gerecht heeft het beroep in zijn geheel verworpen. Hierop is Toshiba naar het HvJ EU gegaan.

IEFBE 3485

Geen auteursrechtelijke en modelrechtelijke inbreuk meubelset

Brussel - Bruxelles 29 mei 2018, IEFBE 3485; (Meubar tegen Oosterlynck), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrechtelijke-en-modelrechtelijke-inbreuk-meubelset

Hof van beroep Brussel 29 mei 2018, IEFbe 3485; rolnr. 2017/AR/425 (Meubar tegen Oosterlynck) Zie eerste aanleg [IEFbe 2295]. Meubar is een Belgische meubelfabrikant die een meubelset liet ontwerpen genaamd 'York'. Zij beweert dat Oosterlynck een vergelijkbare meubelset onder de naam 'Emily' op de markt brengt die inbreuk maakt op haar auteursrecht en op haar niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrecht. Ten aanzien van de niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrechten stelt de rechter dat drie jaar zijn verstreken na het openbaar maken van de meubelen, waardoor Meubar geen rechten meer kan uitputten ten aanzien hiervan. Wat betreft het auteursrecht van Meubar op de meubelset, acht de rechter deze vordering ook ongegrond. Het hof komt tot het oordeel dat de meubelset niet getuigt van een eigen intellectuele schepping van de auteur. Hierdoor kwamen de vrije en creatieve bekwaamheden van de auteur niet tot uiting. Tot slot acht het hof ook een beroep op strijdigheid met de eerlijke marktpraktijken ongegrond.

IEFBE 3484

Gedeeltelijke nietigverklaring besluit Commissie, maar geen verlaging boete

HvJ EU - CJUE 16 jun 2022, IEFBE 3484; ECLI:EU:C:2022:483 (Quanta tegen Europese Commissie ), http://www.ie-forum.be/artikelen/gedeeltelijke-nietigverklaring-besluit-commissie-maar-geen-verlaging-boete

HvJ EU 16 juni 2022, IT 3984, IEFbe 3484; ECLI:EU:C:2022:483 (Quanta tegen Europese Commissie) De Europese Commissie stelde vast dat de deelnemers aan de mededingingsregeling hun concurrentiegedrag onderling hadden afgestemd. De Europese Commissie heeft vanwege de inbreuk op artikel 101 VWEU en 53 EER-overeenkomst aan (onder meer) Quanta een boete opgelegd. Quanta stelde vervolgens beroep in dat primair strekte tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie en subsidiair tot verlaging van de aan haar opgelegde boete. Het Gerecht heeft dit beroep in zijn geheel verworpen. Hierop is Quanta naar het HvJ EU gestapt. Het Hof meent dat het Gerecht niet zomaar kon oordelen dat de Commissie de rechten van verdediging van Quanta niet had geschonden. De mededeling van punten van bezwaar van de Commissie bevatte namelijk niet de belangrijkste elementen die met betrekking tot de afzonderlijke inbreuken tegen Quanta werden aangevoerd. Aangezien het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, dient het bestreden arrest te worden vernietigd. Daarnaast moet het besluit van de Europese Commissie nietig worden verklaard voor zover daarin is bepaald dat Quanta artikel 101 VWEU en artikel 53 EER-overeenkomst heeft geschonden door deel te nemen aan meerdere afzonderlijke inbreuken. Het Hof is verder van oordeel dat de boete niet verlaagd dient te worden.

IEFBE 3483

HvJ EU verklaart besluit van Europese Commissie nietig

HvJ EU - CJUE 16 jun 2022, IEFBE 3483; ECLI:EU:C:2022:478 (Sony tegen Europese Commissie ), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verklaart-besluit-van-europese-commissie-nietig

HvJ EU 16 juni 2022, IT 3982, IEFbe 3483; ECLI:EU:C:2022:478 (Sony tegen Europese Commissie) Zie ook ECLI:EU:C:2022:480. De Europese Commissie heeft Sony te kennen gegeven dat zij inbreuk had gemaakt op artikel 101 VWEU en artikel 53 EER-overeenkomst door deel te nemen aan een mededingingsregeling inzake optische diskdrives (odd’s). De commissie legde Sony hiervoor een geldboete op. Bij verzoekschrift heeft Sony vervolgens een beroep ingesteld. Dit beroep werd door het Gerecht volledig verworpen. Vervolgens verzoekt Sony het Hof om het bestreden arrest te vernietigen en het bedrag van de aan hen opgelegde geldboete te verlagen. Door het Hof wordt geoordeeld dat het besluit van de Commissie nietig wordt verklaard voor zover daarin vastgesteld is dat Sony artikel 101 en artikel 53 EER-overeenkomst heeft geschonden door deel te nemen aan afzonderlijke inbreuken. De Commissie had immers slechts vastgesteld dat Sony niet alleen had deelgenomen aan één enkele voortdurende inbreuk maar ook aan meerdere afzonderlijke inbreuken. Het Hof oordeelt dan ook dat het Gerecht blijk had gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de Commissie had voldaan aan haar verplichting om het litigieuze besluit te motiveren. Wat betreft de geldboete heeft Sony niet aangetoond waarom de hoogte daarvan zodanig overdreven is dat geoordeeld zou moeten worden dat de geldboete onevenredig is. 

IEFBE 3482

Onvoldoende waarschijnlijkheid bescherming farmaceutisch octrooi

Brussel - Bruxelles 20 feb 2018, IEFBE 3482; (Mylan tegen Icos), http://www.ie-forum.be/artikelen/onvoldoende-waarschijnlijkheid-bescherming-farmaceutisch-octrooi

Hof van beroep Brussel 20 februari 2018, IEF 20812, IEFbe 3482, LS&R 2086; rolnr. 2018/KR/3 (Mylan tegen Icos) Zie ook de latere uitspraak: [LS&R 1764] en de gelijktijdige uitspraak: [IEFbe 3480]. Icos is een biotechnologisch bedrijf dat is overgenomen door de farmaceutische onderneming Eli Lilly & Company. Eli Lilly brengt het geneesmiddel Cialis op de markt, met als actieve bestanddeel tadalafil. Tadalafil maakt onderdeel uit van het octrooi EP 668 waarvan de beschermingsduur in 2017 is verstreken, na afloop van het aanvullend beschermingscertificaat 009. Icos is nog wel houder van het tweede generatie octrooi betreffende de doseringssamenstelling van tadalafil, genaamd EP 181. Het Hof oordeelt dat de bescherming die wordt ingeroepen door Icos omtrent EP 181 niet voldoende waarschijnlijk is, waardoor de vordering van Icos onvoldoende schijn van recht heeft om de door haar gevorderde maatregelen te verantwoorden. De vordering van Icos wordt daarom in hoger beroep als ongegrond bestempeld.

IEFBE 3481

Onvoldoende bewijs originaliteit, naast tergend en roekeloos beroep

Gent - Gand 7 feb 2022, IEFBE 3481; (Eiser tegen Juntoo), http://www.ie-forum.be/artikelen/onvoldoende-bewijs-originaliteit-naast-tergend-en-roekeloos-beroep

Hof van beroep Gent 7 februari 2022, IEFbe 3481; rolnr. 2020/AR/1836 (Eiser tegen Juntoo)  Zie ook [IEFbe 3463] Eiser is kunstenaar en maakt al zijn kunstwerken in een bepaalde stijl en op een bepaalde wijze. Het oeuvre van de kunstenaar is opgenomen in een boek van Lannoo Publishers. De kunstenaar spreekt Juntoo als bedrijf achter de website Overstock aan op het verkopen van een illegale productie van zijn werk en beroept zich op het auteursrecht. Het beroep van de kunstenaar faalt, omdat hij tekortschiet in de bewijslast omtrent de originaliteit van een werk. Daarnaast oordeelt het hof dat vanwege het tergend en roekeloze hoger beroep van de kunstenaar, een schadevergoeding verschuldigd is aan Overstock. Het hof komt tot dit oordeel op grond van de omstandigheden dat na 47 minuten na ontvangst van het bestreden vonnis hoger beroep is aangetekend, dat de kunstenaar geen rekening hield met de afwijzing van een eerdere eis door de ondernemingsrechtbank Antwerpen en dat tot slot de kunstenaar ook in de appelprocedure onvoldoende zorg besteedde aan zijn inventaris en stukkenbundel.

IEFBE 3480

Bescherming door farmaceutisch octrooi onvoldoende waarschijnlijk

Brussel - Bruxelles 20 feb 2018, IEFBE 3480; (Sandoz tegen Icos), http://www.ie-forum.be/artikelen/bescherming-door-farmaceutisch-octrooi-onvoldoende-waarschijnlijk

Hof van beroep Brussel 20 februari 2018, IEF 20813, IEFbe 3480, LS&R 2084; rolnr. 2018/KR/3 (Sandoz tegen Icos) Zie ook de latere uitspraak: [LS&R 1764]. Icos is een biotechnologisch bedrijf dat is overgenomen door de farmaceutische onderneming Eli Lilly & Company. Eli Lilly brengt het geneesmiddel Cialis op de markt, met als actieve bestanddeel tadalafil. Tadalafil maakt onderdeel uit van het octrooi EP 668 waarvan de beschermingsduur in 2017 is verstreken, na afloop van het aanvullend beschermingscertificaat 009. Icos is nog wel houder van het tweede generatie octrooi betreffende de doseringssamenstelling van tadalafil, genaamd EP 181. Het Hof oordeelt dat de bescherming die wordt ingeroepen door Icos omtrent EP 181 niet voldoende waarschijnlijk is, waardoor de vordering van Icos onvoldoende schijn van recht heeft om de door haar gevorderde maatregelen te verantwoorden. De vordering van Icos wordt daarom in hoger beroep als ongegrond bestempeld.

IEFBE 3479

Normaal gebruik merk uiteengezet door Gerecht EU

HvJ EU - CJUE 1 jun 2022, IEFBE 3479; ECLI:EU:T:2022:310 (Worldwide Machinery tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/normaal-gebruik-merk-uiteengezet-door-gerecht-eu

Gerecht EU 1 juni 2022, IEF 20806, IEFbe 3479; ECLI:EU:T:2022:310 (Worldwide Machinery tegen EUIPO) In 2013 is het Europese merk van Scaip Srl, de voorganger van Scaip SvA, ingeschreven voor klasse 12, waarna in 2018 Worldwide Machinery herroeping van het merk verzoekt. Worldwide Machinery beroept zich hierbij op het niet normaal gebruik van het merk door Scaip SpA in de afgelopen jaren dat het is ingeschreven. Het EUIPO heeft dit gedeeltelijk toegewezen, gezien volgens het EUIPO bij een deel van de ingeschreven merk wel voldoende normaal gebruik kon worden aangetoond. Het Hof van Justitie gaat hierin mee. Hierbij benadrukt het Hof dat het in dit geval gaat om specialistische goederen die gebruikt worden door een gespecialiseerd publiek. Dit betekend daarom ook een klein marktsegment. Het beginsel van territorialiteit, binnen het arrest silente PORTE & PORTE, waar de appellant een beroep op doet kan, dus niet in dit onderhavige geval worden toegepast. Het onderhavige beroep wordt verworpen.

IEFBE 3478

HvJ EU: nationale regeling omtrent ontslag functionaris gegevensbescherming toegestaan

HvJ EU - CJUE 22 jun 2022, IEFBE 3478; ECLI:EU:C:2022:495 (Leistritz tegen LH), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-nationale-regeling-omtrent-ontslag-functionaris-gegevensbescherming-toegestaan

HvJ EU 22 juni 2022, IT 3979, IEFbe 3478; ECLI:EU:C:2022:495 (Leistritz tegen LH) In dit onderhavige geval staat de arbeidsrechtelijke bescherming van natuurlijke personen als functionaris voor gegevensbescherming centraal. Met de prejudiciële vragen die zijn gesteld aan het Hof van Justitie, poogt de hoogste Duitse rechter antwoord te verkrijgen op de vraag hoe art. 38 lid 3, tweede volzin, AVG moet worden uitgelegd, in het licht van de arbeidsrechtelijke verhouding tussen de functionaris voor gegevensbescherming en de verwerkingsverantwoordelijke waar hij in dienst is. Het Hof oordeelt dat art. 38 lid 3, tweede volzin, AVG zich niet verzet tegen een nationale regeling, waarbij een functionaris voor gegevensbescherming door de verwerkingsverantwoordelijke alleen om een gewichtige reden kan worden ontslagen, mits die regeling de te verwezenlijken doelstellingen van de AVG niet ondermijnt.

IEFBE 3476

Uitvinding ontbreekt inventiviteit, hoger beroep ongegrond

Antwerpen - Anvers 14 mei 2018, IEFBE 3476; (Friesland Brands tegen Incopack), http://www.ie-forum.be/artikelen/uitvinding-ontbreekt-inventiviteit-hoger-beroep-ongegrond

Hof van beroep Antwerpen 14 mei 2018, IEFbe 3476; rolnr. 2014/AR/345 (Friesland Brands tegen Incopack) Friesland Brands is houder van een Europees octrooi dat ziet op een aerosolcontainer met een spuitmond die bestemd is voor voedselproducten. Zij stelt dat Incopack inbreuk maakt op haar octrooi door slagroomaerosolcontainers met spuitmonden te produceren en te verdelen. Na een deskundigenbericht acht het hof dat de uitvinding, waar het octrooi van Friesland Brands betrekking op heeft, niet inventief is. Volgens het hof vloeit de uitvinding op een voor de hand liggende wijze voort uit de stand van de techniek. Het hof verklaart het hoger beroep daarom ongegrond.

IEFBE 3477

Yolandi Coetzee sluit zich aan bij Life Sciences-team van Taylor Wessing

Ter ondersteuning van de procespraktijk breidt Taylor Wessing met de komst van octrooi specialist Yolandi Coetzee haar Life Sciences team uit. Yolandi is naar Nederland verhuisd vanuit Zuid-Afrika om in dienst te kunnen treden bij Taylor Wessing. Yolandi heeft een wetenschappelijke en rechtenstudie afgerond en is gediplomeerd microbioloog en biochemicus. Ze is geregistreerd octrooigemachtigde in Zuid-Afrika en is tevens toegelaten tot de Zuid-Afrikaanse balie.   

IEFBE 3474

Vordering tot nietigverklaring tafellampmodellen slaagt

Brussel - Bruxelles 6 nov 2018, IEFBE 3474; (Neoz tegen Imagilights), http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-tot-nietigverklaring-tafellampmodellen-slaagt

Hof van Beroep Brussel 6 november 2018, IEFbe 3474; rolnr. 2017/AR/240 (Neoz tegen Imagilights) Imagilights is actief in het verkopen en ontwikkelen van verlichtingsapparatuur en in het bijzonder handelt zij in innovatieve tafellampen. Neoz is een Australisch bedrijf, actief in de verlichtingsindustrie en stelt dat de ontwerpen van Imagilights inbreuk maken op haar modelrechten. In eerste aanleg kreeg Neoz geen gelijk en dit wordt in hoger beroep bevestigd. Hierbij concludeert het hof dat de tafellampen in kwestie quasi-identiek zijn aan elkaar. De vordering tot nietigverklaring van de ingeschreven modellen in hoger beroep slaagt hierdoor, ook vanwege de omstandigheid dat er een eerdere kortstondige publicatie in 2010 geschiedde. Deze openbaarmaking is volgens het hof nieuwheidsschadelijk voor de inschrijving van de modellen.

IEFBE 3472

Hoger beroep omtrent octrooien gegrond verklaard

Brussel - Bruxelles 12 mrt 2019, IEFBE 3472; (Genentech tegen Pfizer), http://www.ie-forum.be/artikelen/hoger-beroep-omtrent-octrooien-gegrond-verklaard

Hof van Beroep Brussel 12 maart 2019, IEFbe 3472; Rolnr. 2018/AR/1718 (Genentech tegen Pfizer) Genentech verzoekt het hof om de vorderingen van Pfizer ongegrond te verklaren voor zover de vorderingen zien op het Belgische luik van EP 1 308 455. Daarnaast verzoekt Genentech het hof ook om de vorderingen omtrent het Belgische luik van EP 1 037 926 zonder voorwerp te verklaren en daardoor als niet ontvankelijk te bestempelen. Het hof oordeelt dat deze vorderingen van Genentech gegrond zijn en verklaart het bestreden vonnis teniet voor zover het deze vorderingen betreft.

IEFBE 3475

Geen verwarringsgevaar door beschrijvende bestanddelen tekens en merken

BenGH 15 juni 2022, IEF 20799, IEFbe 3475; C 2021/8 (The a2 Milk Company tegen MJN U.S. Holdings) Zie ook C 2020/19, C 2020/20. Mead Johnson Nutrition ontwikkelt en verkoopt zuigelingenvoeding, en is deposant van drie verschillende “A2”-merken. The a2 Milk Company ontwikkelt en verkoopt allerhande melkproducten die het zogenoemde “A2-bèta-caseine-eiwit” bevatten, en is houder van verschillende “a2”-merken. Het BBIE heeft de oppositie van The a2 Milk Company tegen de merkaanvragen afgewezen, met als spil in haar overwegingen de beschrijvendheid van het element “A2” / “a2” voor melk en melkproducten. The A2 Milk Company heeft beroep ingesteld. Naar aanleiding van het HvJ EU Equivalenza-arrest rees de vraag op welke momenten een beschrijvend karakter van een merk een rol speelt; bij de beoordeling van de overeenstemming tussen teken en merk, of pas bij de globale beoordeling van het verwarringsgevaar.

IEFBE 3473

Iedere werkdag een nieuwe Belgische uitspraak op IE-Forum

De komende zomerperiode verschijnt er iedere werkdag een nieuwe (Belgische) uitspraak op IE-Forum.be. Deze uitspraken zijn gedaan in de periode januari 2018 t/m december 2019.

Heeft u zelf uitspraken die mogelijk interessant kunnen zijn om gepubliceerd te worden op onze website? Mail dan naar redactie@ie-forum.be.

IEFBE 3470

Inbreuk door Poolse onderneming door gebruik geldig gemeenschapsmodel

Brussel - Bruxelles 10 sep 2019, IEFBE 3470; (Tulplast tegen Del Ponti), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-door-poolse-onderneming-door-gebruik-geldig-gemeenschapsmodel

Hof van beroep Brussel 10 september 2019, IEFbe 3470; rolnr. 2015/AR/552 (Tulplast tegen Del Ponti) Del Ponti beheert meerdere gemeenschapsmodellen binnen haar portfolio, waaronder een gemeenschapsmodel betreffende een 'beugel'. Tulplast is een Poolse onderneming die volgens Del Ponti slaafse kopieën van een vergelijkbare beugel verkoopt. De rechter in eerste aanleg gaf gehoor aan de vorderingen van Del Ponti en Tulplast komt hiertegen in beroep. Het hof bevestigt dat het ingeschreven model geldig is en bevestigt het vonnis van de rechter in eerste aanleg. Overige maatregelen en vorderingen van zowel Del Ponti als Tulplast worden door het hof verworpen. Daarbij acht het hof aannemelijk dat het toegewezen stakingsbevel voldoende ontradend is om toekomstige inbreuken te voorkomen. 

IEFBE 3469

Geen auteursrechtelijke bescherming voor ‘Skidoo’-model

Brussel - Bruxelles 9 jun 2022, IEFBE 3469; (VF International Sagl tegen La Redoute en La Boutique Officielle), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-voor-skidoo-model

Cour d’appel de Bruxelles (9 e ch.), 9 juin 2022, IEFbe 3469; 2021/AR/384 en 2021/AR/1385, (VF International Sagl tegen La Redoute en La Boutique Officielle) Le litige oppose VF qui fabrique et distribue des vestes sous la marque ‘Napapijri’ à deux sociétés de vente de vêtements qui distribuent des vestes sous la marque ‘Geographical Norway’ sur le territoire belge. En 2020, VF avait assigné ces deux sociétés en cessation de contrefaçon de droit d’auteur mais fut déboutée par le président du tribunal de l’entreprise francophone de Bruxelles. La cour d’appel confirme les jugements entrepris. Dans la mesure où VF International soutenait avoir fait des choix libres et créatifs concernant (i) la bande rectangulaire horizontale contrastante et (ii) le drapeau norvégien, seuls ces deux éléments font l’objet de l’analyse en contrefaçon. Or, dit la cour, ces deux éléments, même combinés aux autres éléments du modèle ‘Skidoo’, ne sont pas de nature à révéler une création intellectuelle propre à leur auteur. Leur reprise ne constitue donc pas une atteinte aux droits d’auteur. La cour compare néanmoins la manière dont les éléments se présentent de façon concrète (couleurs, inscriptions et proportions) chez chacune des parties. Elle en conclut qu’il ne peut être retenu que les « les vestes distribuées par La Redoute et La Boutique Officielle incorporent une contrefaçon du modèle de veste ‘Skidoo’ de VF ; les vestes incriminées n’empruntent pas au modèle de veste ‘Skidoo’ de VF les éléments visuels vantés par VF dans des proportions similaires ».

IEFBE 3466

Conflict tussen soortgelijke handelsnamen

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 27 apr 2022, IEFBE 3466; ( Saucisses contre La Bouche.), http://www.ie-forum.be/artikelen/conflict-tussen-soortgelijke-handelsnamen

Tribunal de l’entreprise francophone de Bruxelles Chambre des actions en cessation 27 avril 2022, IEFbe 3466; A/21/03120 (Saucisses contre La Bouche) Action en cessation auprès du Tribunal de l’entreprise fondée sur les articles 8 de la Convention de l’Union de Paris, VI.98 et VI.104 du CDE en raison de la violation des droits découlant d’un nom commercial (Saucisses) par un nom commercial et une marque postérieurs (Saussice). Le Tribunal a conclu que la dénomination commerciale et la marque postérieurs sont identiques au nom commercial antérieur d’un point de vue auditif. L’existence d’un logo semi-figuratif ne permet pas d’échapper au constat d’identité, un nom commercial ayant, avant tout, vocation à être prononcée par le public qui y est confronté. En ce qui concerne la nature activités exercées, il n’est nullement requis que toutes les activités des parties soient identiques afin de conclure à l’existence du risque de confusion. Les entreprises étant également situées à proximité l’une de l’autre, le Tribunal a constaté l’existence du risque de confusion et a déclaré les demandes de Saucisses fondées.

IEFBE 3467

Conclusie A-G in zaak optische diskdrives

HvJ EU - CJUE 3 jun 2022, IEFBE 3467; ECLI:EU:C:2021:452 (Sony en Toshiba c.s. tegen Europese Commissie), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-in-zaak-optische-diskdrives

HvJ EU Conclusie A-G 3 juni 2021, IT 3965, IEFbe 3467; ECLI:EU:C:2021:452 (Sony en Toshiba c.s. tegen Europese Commissie) Deze conclusie behelst een viertal hogere voorzieningen ingesteld door leveranciers van optische diskdrives. In het bijzonder wordt ingegaan op twee onderwerpen die in elk van deze zaken voortkomen. Ten eerste wordt de formulering behandeld die wordt gebruikt om naast de enkele voortdurende inbreuk, ook meerdere afzonderlijke inbreuken die tezamen als één enkele voortdurende inbreuk kwalificeren, te motiveren in het kader van art. 101 VWEU. Hierbij geeft de Commissie rekwirantes geen andere motivering, dan die motivering die ook is gebruikt om aan te tonen dat er sprake is van één enkele voortdurende inbreuk. Ten tweede wordt er ook nader ingegaan op de berekening van een sanctie wanneer er sprake is van verkoop binnen het kartel of winstdeling.

IEFBE 3465

Hof van beroep bevestigt vonnis in merkenzaak tussen VF en Carrefour/Kano: neutralisatietheorie niet van toepassing

Brussel - Bruxelles 3 dec 2022, IEFBE 3465; (Kano International Sas tegen VF International Sagl), http://www.ie-forum.be/artikelen/hof-van-beroep-bevestigt-vonnis-in-merkenzaak-tussen-vf-en-carrefour-kano-neutralisatietheorie-niet

Cour d'appel Bruxelles 3 december 2021, IEFbe 3465; 2020/AR/1602 (Kano International Sas tegen VF International Sagl) Zie ook [IEFbe 3364] en [IEFbe 3139]. Het hof van beroep oordeelt dat het gebruik van de hierboven rechts afgebeelde tekens inbreuk maakt op de hierboven links afgebeelde merken van VF. Volgens het hof bestaat er een reëel gevaar op verwarring. Het feit dat de woordelementen van de tekens verschillen, staat daar volgens het hof niet aan in de weg. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt immers geenszins dat woordelementen systematisch dominanter zijn dan beeldelementen. Het hof van beroep meende bovendien dat de door het Hof van Justitie geformuleerde neutralisatietheorie niet van toepassing was omdat een “begripsmatig verschil de visuele gelijkenissen slechts kan neutraliseren indien dit verschil dermate uitgesproken is dat de conflicterende tekens een andere totaalindruk oproepen, hetgeen hier niet het geval is”. De tekens vertonen, ondanks het begripsmatig verschil in hun woordelementen, belangrijke gelijkenissen in hun beeldelementen.