IEFBE 3371

Universele oplader voor elektronische apparaten

De EU werkt aan een wetsontwerp waarin een gemeenschappelijke standaard­poort wordt voorgesteld voor alle smartphones, tablets, digitale camera's, koptelefoons, draagbare luidsprekers en video­spel­consoles. Op 26 januari zijn de lidstaten het eens geworden over een onderhandelings­mandaat voor het voorstel voor een universele oplader. Het voorstel heeft tot doel ervoor te zorgen dat het niet langer nodig is een nieuwe oplader te kopen wanneer u een nieuwe mobiele telefoon of soortgelijk artikel koopt en dat alle apparaten met dezelfde oplader kunnen worden opgeladen.
Lees verder op de website van de Europese Raad.

IEFBE 3370

Prejudiciële vragen betreffende bewaring van kredietinformatie

HvJ EU - CJUE 7 sep 2021, IEFBE 3370; (SCHUFA Holding e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-betreffende-bewaring-van-kredietinformatie

Verwaltungsgericht Wiesbaden (Duitsland) 7 september 2021, IT 3790, IEFbe 3370; C-552/21 (SCHUFA Holding e.a.) Via MinBuza. Verzoeker is een zelfstandige op het gebied van financiële dienstverlening die door omstandigheden tot insolventieprocedure over is gegaan, waaruit een kwijtschelding van restschuld volgde. Deze kwijtschelding is door SCHUFA Holding geregistreerd bij een particulier kredietregistratiebureau. Verzoeker heeft getracht conform artikel 21 AVG bezwaar tegen de registratie aan te tekenen, dat door SCHUFA Holding is afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker zich verzet tegen deze weigering, aanhalend dat bewaring van de kredietinformatie langer dan een jaar in strijd is met het Unierecht, waartegen SCHUFA Holding heeft ingebracht dat conform artikel 6, lid 1, onder b) en f) gegevens met betrekking tot beoordeling van kredietwaardigheid zo lang als noodzakelijk wordt geacht bewaard mogen worden, ook met het oog op statistische beeldvorming omtrent algemene financiële gedraging van categorieën individuen. Verzoeker heeft verweerder (Deelstaat Hessen) verzocht de registratie door SCHUFA Holding van de kwijtschelding van restschuld te wissen. Verzoeker stelt dat een belangenafweging conform artikel 6, lid 1, onder f), niet heeft plaatsgevonden en heeft verzocht om de registratie te wissen in de zin van artikel 17. SCHUFA Holding stelt zich op het standpunt dat artikel 21, lid 1, er niet in is gelezen informatiebeschikking over kredietwaardigheid zoals noodzakelijk in een kredietwaardigheidsonderzoek te onthouden.

Prejudiciële vragen:

IEFBE 3366

Prejudiciële vragen over verstrekken van persoonsgegevens

HvJ EU - CJUE 3 dec 2021, IEFBE 3366; (Osterreichische Datenschutzbehorde et CRIF), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-verstrekken-van-persoonsgegevens

Bundesverwaltungsgericht (Oostenrijk) 3 december 2021, IT 3786, IEFbe 3366; C-487/21 (Osterreichische Datenschutzbehorde et CRIF) via MinBuza. Verzoeker verzocht een kredietinformatiebureau op grond van artikel 15 AVG om inzage in persoonsgegevens en om toezending van een kopie van de ten aanzien van zijn persoon verwerkte gegevens in een gebruikelijk technisch formaat. Het kredietinformatiebureau verstrekte de gevraagde inlichtingen gedeeltelijk in geaggregeerde vorm, waarbij de ten aanzien van de persoon van verzoeker opgeslagen gegevens werden weergegeven in een op naam, geboortedatum, straat, postcode en plaats gerangschikte tabel en voorts in een overzicht over ondernemingsfuncties en vertegenwoordigingsbevoegdheden.

IEFBE 3369

Vallen kredietscores onder geautomatiseerde verwerking?

HvJ EU - CJUE 24 nov 2021, IEFBE 3369; (SCHUFA Holding), http://www.ie-forum.be/artikelen/vallen-kredietscores-onder-geautomatiseerde-verwerking

Verwaltungsgericht Wiesbaden (Duitsland) 23 november 2021, IT 3789, IEFbe 3369; C-634/21 (SCHUFA Holding) via MinBuza De in het geding geroepen partij SCHUFA Holding, heeft een kredietscore berekend voor verzoekster. Dit was negatieve informatie en verzoekster eiste daarom om verwijdering van volgens haar onjuiste vermeldingen en inzage in opgeslagen gegevens. De in het geding geroepen partij heeft hierbij niet toegelicht welke afzonderlijke stukken informatie in de berekening worden opgenomen en hoe deze worden gewogen. Verzoekster heeft een klacht hiertegen ingediend bij verweerder, maar deze heeft geen verdere stappen ondernomen. Dit met de motivering dat de in het geding geroepen partij wel moet voldoen aan de vereisten die zijn geregeld in het Unierecht en in nationale regelgeving, maar dat daaraan wordt voldaan in onderhavig geval.

IEFBE 3368

Comment on the Copyright and the Digital Services Act Proposal

The European Copyright Society (ECS) has issued a comment on the Copyright and the Digital Services Act Proposal. Copyright law accounts for most content removals from online platforms and search engine result lists, by an order of magnitude. This practice will become subject to numerous due diligence obligations under the proposed Regulation on a Single Market For Digital Services (Digital Services Act, DSA), which also covers copyright infringing content. In this Comment, the European Copyright Society (ECS) takes the opportunity to share its view on (1) the relationship between the EU copyright acquis and the DSA and (2) on further selected aspects of the DSA from a copyright perspective.

Read the full comment here.

IEFBE 3367

Prejudiciële vragen over ontslagen functionaris gegevensbescherming

HvJ EU - CJUE 2 dec 2021, IEFBE 3367; (KISA), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-ontslagen-functionaris-gegevensbescherming

Bundesarbeitsgericht (Duitsland) 2 december 2021, IT 3788, IEFbe 3367; C-560/21 (KISA) via MinBuza. Verzoeker is in dienst van verweerder als applicatie-adviseur. Verweerder heeft verzoeker benoemd tot functionaris voor gegevensbescherming, maar ongeveer twee weken later weer ontslagen in deze functie, omdat deze in strijd zou zijn met zijn beroepsactiviteiten als applicatie-adviseur. Verweerder stelt dat met het verwerken van financiële gegevens van burgers een belangenconflict ontstond met de taken van een functionaris voor gegevensbescherming. De nationale rechter is er niet zeker van of de AVG regelingen van lidstaten toestaat die aan het ontslag van een functionaris voor gegevensbescherming strengere voorwaarden stellen dan het Unierecht.

Prejudiciële vragen:

IEFBE 3365

Reserveer nu een plek voor het eerste DCSP-seminar

Elke bedrijf, iedere organisatie heeft te maken met data, cybersecurity en privacy. Een juiste data governance en ownership mag niet ontbreken. Hoe werkt het? Waar begin je? En wat levert het op?
Joke Bodewits – partner privacy & cybersecurity bij Hogan Lovells – zal de bredere vraagstukken van data governance en ownership behandelen. Denk aan personal data, machine data, IE-aspecten, technische controle et cetera.
Vaste DCSP-columnist Bernold Nieuwesteeg – directeur law and economics & cybersecurity bij Erasmus universiteit en CrossOver, Quirine Eijkman – ondervoorzitter bij het College voor de Rechten van de Mens en Christian Prickaerts – directeur managed services bij Fox-IT gaan met elkaar in gesprek.
 

IEFBE 3364

Neutralisatietheorie niet van toepassing

3 dec 2021, IEFBE 3364; http://www.ie-forum.be/artikelen/neutralisatietheorie-niet-van-toepassing

Franstalig Hof van beroep Brussel 3 december 2021, IEFbe 3364 (VF International tegen Carrefour Belgium 2) In oktober 2020 verscheen  een vonnis van de Voorzitter van de Franstalige ondernemingsrechtbank te Brussel waarin Kano en Carrefour werden veroordeeld tot de staking van het gebruik van twee tekens die inbreuk maakten op de merken van VF, het moederbedrijf van de merken Kipling, Eastpak, Timberland en Napapijri [IEFbe 3139]. Het hof heeft onlangs het beroep van Kano tegen dit vonnis verworpen. Het hof oordeelde net als de eerste rechter dat de door Kano en Carrefour gebruikte tekens verwarring konden wekken met de merken van VF.

IEFBE 3363

Webinar op 4 februari: UPC, een nieuwe fase

Op weg naar het Unified Patent Court is weer een nieuwe stap gezet, met de inwerkingtreding van het Provisional Application Protocol op 19 januari. Wat betekent dat nu eigenlijk? Wat moet – en gaat – er nog gebeuren? Wat is het tijdpad en waar moet u aan denken?
 
Op 4 februari praat Willem Hoyng, member drafting committee Rules of Proceedings en member van de Advisory Board of the Preparatory Committee, u bij en beantwoordt hij uw vragen.
 
Datum: 4 februari, van 12.30 - 13.30 uur
Locatie: online update
Accreditatie: 1 opleidingspunt

Als oud-deelnemer aan onze jurisprudentielunches Octrooirecht, of Octrooirechtcongres betaalt u een speciaal tarief á 50 euro. Selecteer hiervoor ‘prijs anders’ bij het inschrijven via de website.

Lees ook het artikel German French UPC Supremacy? van Willem Hoyng.

IEFBE 3362

Willem Hoyng: German French UPC Supremacy?

Under the heading Juve Patent Survey 2021 Juve uses the title “UPC favourites: French and German judges dominate”. Juve suggests that its findings are based on Juve’s own worldwide survey of 1300 “patent experts”.

We do not know (other than the indication “heads of patent departments in selected technology companies across Europe as well as lawyers and patent attorneys with patents experience”) who these 1300 patent experts are; how many of these so-called experts have litigated patent cases; and how many of them have litigated several cases in front of the judges they nominate and/or have studied in depth the decisions of these judges.

Lees verder op EPLAW.org >>

IEFBE 3361

Vordering tot doorhaling woordmerk UBO toegewezen

13 jan 2022, IEFBE 3361; http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-tot-doorhaling-woordmerk-ubo-toegewezen

BOIP 13 januari 2022, IEF 20480, IEFbe 3361; N3000217 (Kamer van Koophandel tegen UBO) Doorhalingsbeslissing. Op 27 maart 2020 diende de verzoeker (Kamer van Koophandel) een vordering tot doorhaling van Benelux inschrijving 13933760 van het woordmerk UBO in. De verzoeker stelt dat er onder andere sprake is van de nietigheidsgronden uit artikel 2.2.bis, lid 1 sub b en c BVIE. Inhoudelijk betekent dit dat het bestreden merk elk onderscheidend vermogen mist en dat het merk beschrijvend is. Verzoeker stelt dat de aanduiding UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’ en dat deze term wordt gebruikt om de belanghebbende van een onderneming of rechtspersoon aan te duiden. Uit de stellingen van partijen blijkt voorts dat het woord UBO kan dienen om een kenmerk aan te duiden van de diensten waarvoor het merk is geregistreerd. Dit leidt tot de conclusie dat de in artikel 2.2bis, lid 1, sub b en c BVIE bedoelde absolute nietigheidsgronden van toepassing zijn. Het Bureau besluit dat de vordering tot doorhaling wordt toegewezen en dat de Benelux merkinschrijving 1393760 wordt doorgehaald voor alle diensten.

IEFBE 3360

Start periode van voorlopige toepassing Unified Patent Court

Oostenrijk ratificeerde op 18 januari jl. het Protocol inzake voorlopige toepassing bij het UPC-verdrag. Hiermee is de periode van voorlopige toepassing gestart waarin de institutionele bepalingen van het UPC-verdrag in werking treden.

Lees meer over deze ratificatie op de website van het Unified Patent Court.

IEFBE 3359

Prejudiciële vragen over alternatieve modellen

HvJ EU - CJUE 21 dec 2021, IEFBE 3359; (Papierfabriek Doetinchem), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-alternatieve-modellen

Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland) 21 december 2021, IEF 20476, IEFbe 3359; C-684/21 (Papierfabriek Doetinchem) via MinBuza. Verzoekster is houder van het recht op een gemeenschapsmodel dat is ingeschreven en gepubliceerd (litigieus model) met betrekking tot een packing device. Verweerster verkocht een concurrerend product dat door verzoekster wordt beschouwd als een inbreuk op het litigieuze model. Verweerster is van mening dat het litigieuze model nietig is omdat alle kenmerken van het model uitsluitend worden bepaald door de technische functie van het voortbrengsel. Zij heeft een reconventionele vordering tot nietigverklaring van verzoeksters gemeenschapsmodel ingesteld. De rechter in eerste aanleg heeft haar vordering in reconventie afgewezen. Hij was van oordeel dat de kenmerken van het litigieuze model gezien het bestaan van een groot aantal ontwerpalternatieven niet uitsluitend worden bepaald door de technische functie ervan. In het hiertegen ingestelde hoger beroep heeft de verwijzende rechter de reconventionele vordering tot nietigverklaring van het litigieuze model toegewezen.

IEFBE 3357

Vernietiging beslissing Uniewoordmerk SO COUTURE

HvJ EU - CJUE 21 jan 2021, IEFBE 3357; (L’Oréal tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/vernietiging-beslissing-uniewoordmerk-so-couture

HvJ EU Kamer van beroep 21 januari 2021, IEF 20474, IEFbe 3357; T-30/21 (L’Oréal tegen EUIPO) Verzoekschrift. L’Oréal is de verzoekende partij en het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) de verwerende partij. L’Oréal heeft een inschrijvingsaanvraag gedaan bij EUIPO voor het Uniewoordmerk SO COUTURE. Dit verzoek is door de vijfde kamer van beroep van het EUIPO op 3 november 2020 in zaak R 158/2016-5 afgewezen. L'Oréal verzoekt nu dat deze beslissing op grond van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad bij de globale beoordeling en de beoordeling van het verwarringsgevaar wordt vernietigd. De Kamer van beroep oordeelt dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd.

IEFBE 3356

HvJ EU Conclusie A-G over parallelimport van geneesmiddelen

HvJ EU - CJUE 13 jan 2022, IEFBE 3356; ECLI:EU:C:2022:28 (Parallelimport geneesmiddelen), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-conclusie-a-g-over-parallelimport-van-geneesmiddelen

HvJ EU Conclusie A-G 13 januari 2022, IEF 20473, LS&R 2014, IEFbe 3356; ECLI:EU:C:2022:28 (Parallelimport geneesmiddelen) Deze conclusie betreft drie rechtszaken waarin verschillende geschillen spelen betreffende parallelimport van geneesmiddelen. Het Landgericht Hamburg heeft de behandeling van deze rechtszaken geschorst en het Hof meerdere prejudiciële vragen gesteld. Onder andere de vragen of artikel 47 bis van richtlijn [2001/83] zo moet worden uitgelegd dat ten aanzien van parallel ingevoerde producten kan worden aangenomen dat de maatregelen ter zake van de verwijdering en het aanbrengen van de veiligheidskenmerken overeenkomstig artikel 54, onder o), van richtlijn [2001/83], hetgeen door de parallelimporteur wordt uitgevoerd door middel van ofwel heretikettering ofwel ompakking, gelijkwaardig zijn wanneer beide maatregelen voor het overige voldoen aan de voorwaarden van richtlijn [2001/83] en van gedelegeerde verordening [2016/161] en even geschikt zijn om de authenticiteit en de identiteit van het geneesmiddel te controleren en om te bewijzen dat met het geneesmiddel is geknoeid?

IEFBE 3355

HvJ EU Conclusie A-G inzake rechtsverwerking wegens gedogen

HvJ EU - CJUE 13 jan 2022, IEFBE 3355; ECLI:EU:C:2022:25 (Heitec AG tegen Heitech promotion GmbH), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-conclusie-a-g-inzake-rechtsverwerking-wegens-gedogen

HvJ EU Conclusie A-G 13 januari 2022, IEF 20472, IEFbe 3355; ECLI:EU:C:2022:25 (Heitec AG tegen Heitech promotion GmbH) Heitec is houdster van het op 4 juli 2005 als Uniemerk ingeschreven woordmerk HEITEC. Verweerster in het hoofdgeding is op 16 april 2003 in het handelsregister ingeschreven onder de handelsnaam HEITECH Promotion GmbH, waaronder zij haar activiteiten verricht (hierna: Heitech). Op 22 april 2009 is Heitech schriftelijk in gebreke gesteld door Heitec wegens het gebruik van de handelsnaam en het merk met het woordelement HEITECH. Heitec heeft voor de rechter primaire vorderingen ingesteld wegens inbreuk op de haar door haar handelsnaam HEITEC verleende rechten, en subsidiair vorderingen wegens inbreuk op haar Uniemerk HEITEC. Het Bundesgerichtshof heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof vier prejudiciële vragen gesteld over de uitleg van artikel 9, leden 1 en 2, van richtlijn [2008/95] alsmede in de zin van artikel 54, leden 1 en 2, en artikel 111, lid 2, van verordening [nr. 207/2009]. De A-G concludeert o.a. dat alleen een einde kan worden gemaakt aan de termijn van rechtsverwerking wegens gedogen als de houder van oudere rechten laat blijken een einde te maken aan het gedogen door beroep in te stellen binnen een termijn van vijf jaar vanaf het ogenblik waarop hij kennis heeft gekregen van het gebruik van het jongere merk.

IEFBE 3353

EUIPO: "Impossible Sausage" is een geldig Uniemerk

EUIPO - BHIM - OHMI 22 dec 2021, IEFBE 3353; (Nestlé tegen Impossible Foods), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-impossible-sausage-is-een-geldig-uniemerk

EUIPO the Fifth Board of Appeal 22 December 2021 IEF 20470 , IEFbe 3353; R 972/2021 (Nestlé tegen Impossible Foods) In 2019 diende Impossible Foods Inc. (een bedrijf dat plantaardige vervangers voor vleesproducten ontwikkelt) een aanvraag in voor de inschrijving van het woordmerk Impossible Sausage. Het merk is op 19 september 2019 ingeschreven. Op 20 november 2019 heeft Nestlé een verzoek tot nietigverklaring van het ingeschreven Uniemerk ingediend. De argumenten die door Nestlé zijn aangevoerd ter onderbouwing van het feit dat het woordmerk slechts een verwijzing is naar de kenmerken van de waren en dus een onderscheidend vermogen mist, slagen niet. Nestlé wijst er ook op dat de houder van het Uniemerk de term onmogelijk op een beschrijvende manier gebruikt in zijn promotie- en reclameactiviteiten en dat dit dus zou aantonen dat het publiek het teken als niet-onderscheidend of beschrijvend zou opvatten.

IEFBE 3354

EUIPO: "Impossible Burger" is een geldig Uniemerk

EUIPO - BHIM - OHMI 22 dec 2021, IEFBE 3354; (Nestlé tegen Impossible Foods), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-impossible-burger-is-een-geldig-uniemerk

EUIPO the Fifth Board of Appeal 22 December 2021 IEF 20471, IEFbe 3354 ; R 973/2021-5 (Nestlé tegen Impossible Foods) In 2018 diende Impossible Foods Inc. (een bedrijf dat plantaardige vervangers voor vleesproducten ontwikkelt) een aanvraag in voor de inschrijving van het woordmerk Impossible Burger. Op 28 februari 2019 is het merk ingeschreven. Op 18 maart 2019 heeft Nestlé een verzoek tot nietigverklaring van het ingeschreven Uniemerk ingediend. De argumenten die door Nestlé zijn aangevoerd ter onderbouwing van het feit dat het woordmerk slechts een verwijzing is naar de kenmerken van de waren en dus een onderscheidend vermogen mist, slagen niet. Nestlé wijst er ook op dat de houder van het Uniemerk merk de term onmogelijk op een beschrijvende manier gebruikt in zijn promotie- en reclameactiviteiten en dat dit dus zou aantonen dat het publiek het teken als niet-onderscheidend of beschrijvend zou opvatten.

IEFBE 3352

EUIPO vernietigt beslissing

EUIPO - BHIM - OHMI 29 nov 2021, IEFBE 3352; (Volkswagen Aktiengesellschaft), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-vernietigt-beslissing

EUIPO First Board of Appeal 29 november 2021, IEF 20466, IEFbe 3352; Case R 2421/2020-1 (Volkswagen Aktiengesellschaft) In een verzoekschrift in 2017 verzocht Volkswagen tot inschrijving van een beeldmerk. Bij beslissing van 25 april 2018 is de aanvraag afgewezen. Op 1 juni 2018 is tegen die beslissing beroep ingesteld. Bij beslissing van 30 oktober 2020 heeft de onderzoeker de aanvraag voor alle goederen en diensten die het onderwerp zijn van deze procedure afgewezen. The First Board of Appeal vernietigt de bestreden beslissing en wijst de vordering tot voortzetting van de inschrijvingsprocedure terug o.a. omdat verzoekster had bewezen dat het Bureau alle aanzichten van het vormmerk als beeldmerken al had ingeschreven. Uit het besluit blijkt niet waarom tot een andere conclusie is gekomen. 

IEFBE 3351

Prejudiciële vragen over het begrip "benaming van het product"

HvJ EU - CJUE 5 nov 2021, IEFBE 3351; (BiFi The Original), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-het-begrip-benaming-van-het-product

Bayerisches Verwaltungsgericht Ansbach (Duitsland) 5 november 2021, IEF 20465, IEFbe 3351; C-595/21 (BiFi The Original) via MinBuza. Verzoekster produceert het product “BiFi The Original Turkey” en brengt het als voorverpakt levensmiddel via de detailhandel op de markt. Bij de productie worden palmvet en raadzaadolie gebruikt. “BiFi The Original” is een woord- en beeldmerk volgens het Duitse merkenrecht en een beeldmerk volgens het Unierecht. De instantie die toezicht houdt op levensmiddelen heeft op 7-1-2019 bij besluit bevolen dat het verzoekster verboden is het product onder de benaming “BiFi 100% Turkey” in de handel te brengen zonder de bij de productie gebruikte ingrediënten in de onmiddellijke nabijheid van de benaming van het product te vermelden in een specifiek bepaalde lettergrootte. Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de verwijzende rechter. Verzoekster heef de etikettering in het tweede kwartaal van 2019 gewijzigd. Sindsdien staat er in het hoofdgezichtsveld op de voorkant van de verpakking “BiFi The Original” en daarnaast of daaronder “Turkey”. Boven het woord “Turkey” staat een afbeelding van een kalkoen in het zwart. Op de achterzijde van het etiket wordt het levensmiddel telkens vóór de ingrediëntenlijst omschreven als “gevogelte-minisalami met palmvet en raapzaadolie”. De lettergrootten van “BiFi”, “The Original” en “Turkey” verschillen. “BiFi is het grootst geschreven en “The Original” het kleinst. Prejudiciële vragen: