IEFBE 2947

HvJ EU: kwade trouw bij verwarringsgevaar hangt af van omstandigheden geval

HvJ EU - CJUE 12 sep 2019, IEFBE 2947; ECLI:EU:C:2019:724 (Koton tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-kwade-trouw-bij-verwarringsgevaar-hangt-af-van-omstandigheden-geval

HVJ EU 12 september 2019, IEF 18692; IEFbe 2947; ECLI:EU:C:2019:724 (Koton tegen EUIPO) Nadal Esteban heeft bij het EUIPO een aanvraag ingediend voor een teken als Uniemerk, voor waren en diensten van de klassen 25, 35 en 39 (kledingstukken, reclame en transport). Rekwirante, een onderneming die kledingstukken, schoeisel en accessoires produceert en verkoopt, heeft oppositie ingesteld op grond van kwade trouw in verband met oudere merken. Ongeacht het feit dat de tekens overeenstemmen en interveniënt kennis had van de oudere merken van rekwirante, zijn volgens het EUIPO de diensten waarvoor de twee merken zijn ingeschreven in te hoge mate verschillend om van kwade trouw te kunnen spreken. Wat zijn de criteria op grond waarvan kan worden bepaald of sprake is van kwade trouw in een situatie waarin verwarringsgevaar bestaat? Kwade trouw moet worden beoordeeld in het licht van alle omstandigheden van het geval. Daarnaast moeten de volgende criteria in acht worden genomen: (i) de vraag of de aanvrager wist dat verwarringsgevaar bestaat, (ii) de commerciële logica achter de indiening van de aanvraag tot inschrijving, en (iii) chronologie van de gebeurtenissen die de inschrijving hebben gekenmerkt. 

IEFBE 2946

Conclusie AG over exclusieve bevoegdheid rechtbanken voor Gemeenschapsmodel

18 sep 2019, IEFBE 2946; ECLI:EU:C:2019:760 (Spin Master tegen High5), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-over-exclusieve-bevoegdheid-rechtbanken-voor-gemeenschapsmodel

Conclusie AG HvJ EU 18 september 2019, IEF 18694; IEFbe 2946; ECLI:EU:C:2019:760 (Spin Master tegen High5) Spin Master is een Canadese onderneming in speelgoedproducten. Onder het merk 'Bunchems' verhandelt zij gekleurde speelballetjes (klittenballetjes) die aan elkaar klitten, waardoor allerlei vormen en figuren kunnen worden gemaakt. Op 16 januari 2015 is op haar naam een Gemeenschapsmodel voor deze speelballetjes geregistreerd. High5 verhandelt onder de naam 'Linkeez' eveneens gekleurde klittenballetjes. Spin Master heeft bij de voorzieningenrechter van rechtbank Amsterdam [IEF 16516] een vordering ingesteld tot vaststelling van voorlopige en beschermende maatregelen wegens inbreuk op haar geregistreerde Gemeenschapsmodel. Zij verzocht om High5 te verbieden de producten in Nederland te koop aan te bieden. High5 voerde aan dat alleen de rechtbank Den Haag bevoegd was om van het geschil kennis te nemen en dat de rechtbank Amsterdam dus niet bevoegd was. De prejudiciële vraag [IEF 18077] luidt of de exclusieve bevoegdheid van de (gespecialiseerde) rechtbanken voor het Gemeenschapsmodel om kennis te nemen van bepaalde vorderingen ter zake van inbreuken en geldigheid, zoals bedoeld in de artikelen 80 en 81 van verordening nr. 6/2002, zich al dan niet uitstrekt tot de in artikel 90 van die verordening bedoelde voorlopige en beschermende maatregelen?

IEFBE 2945

Taalwijziging niet mogelijk wegens beroep op territoriale bevoegdheid

Overig - Autres 10 dec 2018, IEFBE 2945; 2018/15/E (Laberatoires Forté tegen Omega Pharma), http://www.ie-forum.be/artikelen/taalwijziging-niet-mogelijk-wegens-beroep-op-territoriale-bevoegdheid

Arrondissementsrechtbank Brussel 10 december 2018, IEFbe 2945; 2018/15/E, (Laberatoires Forté tegen Omega Pharma) Omega Pharma heeft een geding aanhangig gemaakt tegen Laboratoires Forte i.v.m. een vordering tot staken. Eiseres heeft uitdrukkelijk gekozen voor de Nederlandstalige rechtbank van koophandel, als grondslag nemende de inbreuken door gedaagde in de Vlaamse gemeenten buiten Brussel. Laboratoires Forte vraagt om taalwijziging. De zaak werd aanhangig gemaakt op grond van territoriale bevoegdheid, aangezien de inbreuken plaatsvonden op het grondgebied van de Vlaamse gemeente. Omega Pharma was als eiseres bevoegd om de territoriale bevoegdheid en de daarmee verbonden taalkeuze vast te leggen. Op grond van de taalwet bestaat in een dergelijk geval geen mogelijkheid tot het vragen van een taalwijziging.

IEFBE 2944

HvJ EU: onderscheidend vermogen teken hangt af van alle feiten en omstandigheden

12 sep 2019, IEFBE 2944; ECLI:EU:C:2019:725 (AS tegen Deutsches Patent- und Markenamt), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-onderscheidend-vermogen-teken-hangt-af-van-alle-feiten-en-omstandigheden

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18689, IEFbe 2944; ECLI:EU:C:2019:725 (AS tegen Deutsches Patent- und Markenamt) AS verzocht het DPMA om inschrijving van het “#darferdas?“ als merk voor waren, waaronder kledingstukken, schoeisel en hoofddeksels. Het DPMA stelde dat het teken in kwestie onderscheidend vermogen zou missen. De verwijzende rechter overweegt dat de eis van het onderscheidend vermogen niet inhoudt dat het teken in elk denkbaar gebruik als merk te beschouwen is, maar dat er significante en evidente mogelijkheden bestaan om dat teken zo te gebruiken dat het door het publiek zonder moeite als merk kan worden opgevat. Aangezien twijfels bestaan, vroeg de verwijzende rechter om toetsing van de juistheid van deze overwegingen. Slechts als er geen andere aanwijzingen zijn, moet de vraag of er sprake is van onderscheidend vermogen van een teken, worden beantwoord in het licht van de gebruiksvormen die gelet op de gewoonten van de betrokken economische sector, in de praktijk significant kunnen zijn. In eerste plaats moet echter worden gekeken naar alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder ook alle waarschijnlijke gebruiksvormen van het teken begrepen.

IEFBE 2943

Schadevergoeding vanwege productie en verkoop inbreukmakende radiatoren

Brussel - Bruxelles 23 sep 2018, IEFBE 2943; (Vasco tegen Quinn en Sabi), http://www.ie-forum.be/artikelen/schadevergoeding-vanwege-productie-en-verkoop-inbreukmakende-radiatoren

Hof van Beroep Brussel 23 oktober 2018, IEFbe 2943; 2013/AR/2418 en 2013/AR/2430 (Vasco tegen Quinn en Sabi) Schadevergoeding. Rechtsplegingsvergoeding. Vasco produceert en verkoopt wereldwijd producten op het gebied van verwarming en ventilatie. Zij houdt een internationaal driedimensionaal model voor radiatoren, ingeschreven voor Benelux, Zwitserland, Frankrijk, Italië en Duitsland sinds 2002. Verwijzende naar de catalogus van Sabi, stelde Vasco in 2008 dat het product “Albe“ van Sabi  inbreuk maakt op de modelinschrijving van Vasco en stelde Sabi in gebreke om verdere inbreuk op de internationale inschrijving te staken en gestaakt te houden. Op 1 maand 2009 hebben Sabi en Quinn bij overeenkomst afgesproken dat Sabi radiatoren van het gamma “Albe“ aan Quinn zal verkopen, die ze vervolgens onder de naam “Riva“ doorverkoopt. Na herhaaldelijke ingebrekestelling, werd Vasco op 5 juli 2011 door de Voorzitter van de rechtbank van Koophandel te Brussel bij beschikking gemachtigd om bij Quinn (en zo nodig ook op elke andere locatie waar inbreukmakende radiatoren of informatie daarover kan worden gevonden) tot beslag inzake namaak over te gaan. Het beslag bij Quinn was op 7 juli 2011 niet meer mogelijk, omdat de “Riva“-radiatoren al zijn afgenomen door Sabi, waar op de volgende dag tot beslag werd overgegaan. Het Hof heeft Quinn en Sabi vervolgens veroordeeld tot onder andere betaling van schadevergoeding.

IEFBE 2942

Opinie A-G Hogan in gevoegde zaken Royalty Pharma en Sandoz

Op 11 september 2019 verscheen de conclusie van A-G Hogan in de gevoegde zaken C-650/17 (Royalty Pharma) en C-114/18 (Sandoz), waarin prejudiciële vragen zijn gesteld over artikel 3 sub a van de ABC-verordening (Vo. 469/2009). Hij borduurt hierbij voort op zaak C-121/17 (Teva/Gilead), waarin werd bevestigd dat het criterium om te bepalen wat het product dat door een van kracht zijnd basisoctrooi wordt beschermd het regime van artikel 69 EOV is, in samenhang met het uitlegprotocol van dit artikel. De reikwijdte van het aanvullend beschermingscertificaat moet daarom worden bepaald aan de hand van de conclusies van het octrooi dat de basis vormt van het ABC. Het product moet daar ofwel expliciet in worden genoemd, ofwel de conclusies moeten daar noodzakelijkerwijs en specifiek ("necessarily and specificly") naar verwijzen. In Teva/Gilead werd geoordeeld dat ten aanzien van een combinatieproduct de octrooiconclusies, in het licht van de beschrijving en tekeningen,  noodzakelijkerwijs naar de combinatie van werkzame stoffen moet verwijzen en dat elk van de werkzame stoffen afzonderlijk specifiek identificeerbaar moeten zijn in de leer van het octrooi.

IEFBE 2941

Dirk Visser: auteursrecht op design, EU-wijd verbod makkelijker

In zijn Cofemel-arrest van 12 september 2019 [IEF 18680] heeft het HvJ EU bevestigd dat het auteursrecht op design Europees is geharmoniseerd. Design kan zowel via het modellenrecht als via het auteursrecht worden beschermd. Auteursrechtelijke bescherming is aantrekkelijker, omdat die geen (tijdige!) registratie vergt en (véél!) langer duurt. Wel kent het auteursrecht een hogere drempel voor bescherming dan het modellenrecht. Hoeveel hoger blijft vaag en een punt van discussie. Omdat nu wel zeker is dat overal in de EU dezelfde norm geldt, wordt het makkelijker om voor de hele EU op basis van auteursrecht een verbod te krijgen.

IEFBE 2940

Thierry van Innis: noot onder Cofemel

La protection des modèles (utilitaires) par le droit d’auteur dans l’Union européenne

Par son arrêt Cofemel prononcé le 12 septembre 2019 par la Cour de justice de l’Union européenne, les conditions de protection des modèles se trouvent enfin harmonisées [IEF 2938].

Certes, l’harmonisation de la protection des modèles enregistrés était déjà parfaite, par l’effet, d’une part, du règlement 6/2001 sur les dessins et modèles communautaires et, d’autre part, de la directive 98/71 sur la protection juridique des dessins ou modèles.

IEFBE 2939

HvJ EU: bepaling 'perssnippets' is niet van toepassing zonder mededeling aan Commissie

HvJ EU - CJUE 12 sep 2019, IEFBE 2939; ECLI:EU:C:2019:716 (VG Media tegen Google LLC), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-bepaling-perssnippets-is-niet-van-toepassing-zonder-mededeling-aan-commissie

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18681, IEFbe 2939; ECLI:EU:C:2019:716, (VG Media tegen Google LLC) VG Media is een Duitse beheermaatschappij voor auteursrechten. Google zou inbreuk hebben gemaakt op de naburige rechten van de leden, persuitgevers, door op haar zoekmachine en haar geautomatiseerde informatiesite "Google Nieuws" gebruik te maken van zogenoemde "perssnippets". Meer specifiek gaat het erom dat Google fragmenten of samenvattingen van persteksten online zet, zonder daarvoor een vergoeding te betalen. Dit zou in strijd zijn met een Duitse bepaling, strekkende tot de bescherming van persuitgevers, die op 1 augustus 2013 in werking is getreden. Het Landgericht Berlin vraagt antwoord op de volgende vragen: (i) is de bepaling in kwestie een "technisch voorschrift" in de zin van richtlijn 98/34 betreffende normen en technische voorschriften en zo ja, (ii) had het ontwerp van de bepaling aan de Commissie moeten worden voorgelegd, voorafgaande aan de inwerkingtreding van de bepaling in Duitsland?
Het feit dat de bepaling in kwestie een regel is brengt mee dat het gaat om een "technisch voorschrift" in de zin van de richtlijn betreffende normen en technische voorschriften. De bepaling strekt voornamelijk tot de bescherming van persuitgevers tegen inbreuken op het auteursrecht door online zoekmachines. Een dergelijke bescherming is alleen noodzakelijk tegen systematische aanvallen op de werken van online-uitgevers door dienstverleners van de informatiemaatschappij. Bijgevolg is de bepaling specifiek gericht op de diensten van de informatiemaatschappij. Het ontwerp van het technische voorschrift had voorafgaand aan de inwerkingtreding aan de Commissie moeten worden meegedeeld. Het ontbreken van deze mededeling heeft de niet-toepasselijkheid van de bepaling ten gevolge. Zie ook [IEF 18187] en [IEF 17053].

IEFBE 2938

HvJ EU: geen auteursrechtelijke bescherming modellen louter vanwege esthetisch effect

HvJ EU - CJUE 12 sep 2019, IEFBE 2938; ECLI:EU:C:2019:721https://redactie-delex.netcon.nl/articles/add (Cofemel tegen G-Star Raw), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-auteursrechtelijke-bescherming-modellen-louter-vanwege-esthetisch-effect

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18680, IEFbe 2938; ECLI:EU:C:2019:721 (Cofemel tegen G-Star Raw) Bij de Supremo Tribunal de Justica in Portugal is een procedure gestart tussen Cofemel en G-Star naar aanleiding van G-Stars beschuldigingen dat Cofemel jeans, sweatshirts en T-shirts zou hebben geproduceerd en verkocht die namaak vormen op de eigen modellen van G-Star. Cofemel zou inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van G-Star. Auteursrechten overeenkomstig de richtlijn inzake het auteursrecht komen toe aan auteurs van "werken". Dit geeft de auteur het exclusieve recht om reproductie, mededeling aan het publiek en distributie toe te staan of te verbieden. Daarnaast bestaat voor modellen afzonderlijke bescherming, gebaseerd op de richtlijn inzake de rechtsbescherming van modellen en de verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. Naar nationaal Portugees recht bestaat daarnaast nog de mogelijkheid om tekeningen en modellen auteursrechtelijk te beschermen, echter zonder aan te geven aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om deze bescherming en de daaraan verbonden rechten te kunnen uitoefenen. De rechtsvraag die centraal staat, luidt: staat de richtlijn inzake het auteursrecht in de weg aan auteursrechtelijke bescherming van modellen naar Portugees auteursrecht op grond van het teweegbrengen van een specifiek esthetisch effect?
De vraag of een model kan worden aangemerkt als "werk" heeft niet te maken met het esthetisch effect dat al dan niet teweeg wordt gebracht. Om van een "werk" te kunnen spreken is vereist: (i) het voorwerp in kwestie is met voldoende nauwkeurigheid en objectiviteit identificeerbaar, en (ii) het voorwerp is een intellectuele schepping waardoor de keuzevrijheid en de persoonlijkheid van de auteur worden weergespiegeld. Geconcludeerd wordt dat een specifiek esthetisch effect dat door een model wordt teweeggebracht niet rechtvaardigt dat dergelijke modellen als "werken" worden aangemerkt. Zie ook [IEF 17471] en [IEF 18448].

IEFBE 2937

Conclusie AG: distributierecht wordt niet uitgeput door levering van gedownloade e-books

HvJ EU - CJUE 10 sep 2019, IEFBE 2937; ECLI:EU:C:2019:697 (NUV tegen Tom Kabinet), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-distributierecht-wordt-niet-uitgeput-door-levering-van-gedownloade-e-books

Conclusie AG HvJ EU 10 september 2019, IEF 18676, IEFbe 2937;  ECLI:EU:C:2019:697 (NUV tegen Tom Kabinet) Auteursrecht. Beschikbaarstelling van e‑books op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd. Zie eerder [IEF 17593], [   IEF 16941] en [IEF 16945]. Antwoord op de vragen of het tegen betaling op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van een ebook al dan niet een distributiehandeling kan zijn in de zin van artikel 4(1) Auteursrechtrichtlijn. Of daarmee het distributierecht kan zijn uitgeput in de zin van artikel 4(2) is niet evident. De AG concludeert dat levering van e‑books door middel van online downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd niet onder het distributierecht valt.

IEFBE 2936

HvJ EU: telecombedrijven moeten locatiegegevens 112-beller kosteloos verstrekken

HvJ EU - CJUE 5 sep 2019, IEFBE 2936; C-417/19 (AW tegen Lietuvos valstybė), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-telecombedrijven-moeten-locatiegegevens-112-beller-kosteloos-verstrekken

HVJ EU 5 september 2019, IT 2855, IEFbe 2936; C-417/19 (AW tegen Lietuvos valstybė) Telecombedrijven moeten de locatiegegevens over de beller kosteloos verstrekken aan de instantie die de noodoproepen naar „112” beheert. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat deze verplichting wordt nageleefd, ook als de mobiele telefoon geen simkaart bevat. In 2013 is een meisje in een buitenwijk van Panevėžys (Litouwen) ontvoerd, verkracht en levend verbrand in de kofferbak van een auto. Terwijl zij daar was opgesloten, heeft zij ongeveer tien keer met een mobiele telefoon het uniforme Europese alarmnummer „112” gebeld om hulp te vragen. Het nummer van de gebruikte mobiele telefoon verscheen echter niet op de apparatuur van de alarmcentrale, waardoor niet kon worden bepaald waar zij was. Men heeft niet kunnen vaststellen of de gebruikte mobiele telefoon een simkaart bevatte en evenmin waarom haar nummer niet zichtbaar was bij de alarmcentrale.

IEFBE 2935

VZW Max maakt inbreuk op merk Omroep MAX

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 20 dec 2018, IEFBE 2935; (Omroep MAX tegen VZW MAX), http://www.ie-forum.be/artikelen/vzw-max-maakt-inbreuk-op-merk-omroep-max

Voorzitter van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 20 december 2018, IEF18660, IEFbe 2935 (Omroepvereniging MAX/ VZW MAX) Merkenrecht. Omroepvereniging Max is een Nederlandse publieke omroep op het gebied van radio en televisie. De uitzendingen van Omroep Max worden ook in België uitgezonden. Omroep Max opereert onder de naam “Omroep MAX”, dan wel gewoon “MAX”. Ook de programma’s verwijzen naar de naam. VZW Max is een radiostation die onder de naam Max radio-uitzendingen aanbood. Omroep Max vordert staking van het gebruik door VZW Max met betrekking tot radio-uitzendingen van het teken “MAX”, waardoor sprake is van schending van de merkenrechten in de zin van art. 2.20.1.a BVIE. De vordering wordt toegewezen. Er is sprake van schending van de merkenrechten.

IEFBE 2934

Bindu De Knock: 'The Joyful noise of money. Katy Perry loses lawsuit'

Katy Perry and Capitol Records have been ordered to pay $ 2.78 M in damages to the copyright owners of the song ‘Joyful Noise’. Perry and her team of songwriters including Max Martin were found guilty of copying elements from Flame’s Joyful Noise. As a result of the established copyright infringement, Perry and her record company must pay damages to the Joyful Noise creators. Just like the Blurred Lines-case, this case too stretches the limits of copyright law to grant protection to ordinary musical expressions.

IEFBE 2933

EPO User Day in Den Haag

Register now for the EPO User Day in The Hague on 24 September 2019.

Places still available:
-Workshop on the web-based online filing system (CMS), 10.30 - 12.30 hrs, Language: German and 13.45 - 15.45 hrs, Language: French
-Technical workshop on the established EPO Online Filing software - basic installation, configuration and system administration, 10.30 - 12.30 hrs, Language: English
-Technical workshop on the established EPO Online Filing software - patent management system (PMS) gateway, 13.45 - 15.45 hrs, Language: English

IEFBE 2931

Gebrek verwarringsgevaar identieke handelsnaam Hotel Julien

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 31 okt 2018, IEFBE 2931; (BVBA Morilo tegen Hotel Julien BV), http://www.ie-forum.be/artikelen/gebrek-verwarringsgevaar-identieke-handelsnaam-hotel-julien

Rechtbank van Koophandel Antwerpen, afdeling Antwerpen 31 oktober 2018, IEFbe 2931 (BVBA Morilo tegen Hotel Julien BV) Handelsnaamrecht. Morilo en Hotel Julien baten beide in Antwerpen en Den Bosch een hotel uit genaamd Hotel Julien. Morilo meent dat deze situatie aanleiding kan geven tot verwarring en vordert dat aan Hotel Julien BV wordt bevolen het gebruik van deze naam te staken. Dit zou immers inbreuk maken op de handelsnaamrechten van Morilo en op de eerlijke marktpraktijken. De vorderingen worden afgewezen vanwege gebrek aan verwarringsgevaar.

IEFBE 2930

Interieur schoenenwinkels komen te zeer overeen: sprake van inbreuk op auteursrecht

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 7 aug 2019, IEFBE 2930; ECLI:NL:RBDHA:2019:8166 (Shoebaloo en MVSA tegen Invert GCV), http://www.ie-forum.be/artikelen/interieur-schoenenwinkels-komen-te-zeer-overeen-sprake-van-inbreuk-op-auteursrecht

Rechtbank Den Haag 7 augustus 2019, IEF 18645, IEFbe 2930; ECLI:NL:RBDHA:2019:8166 (Shoebaloo en MVSA tegen Invert GCV) Auteursrecht. Slaafse Nabootsing. Eerder is in deze zaak al de bevoegdheid van de Nederlandse rechter vastgesteld (zie IEF 16401 en IEFbe 2005). Shoebaloo exploiteert schoenenwinkels. Het interieur van deze winkels is gebaseerd op de Amerikaanse Antelope Canyons. Dit interieur is in opdracht van Shoebaloo door MVSA uitgewerkt. Invert heeft in haar schoenenwinkel in Antwerpen een interieur dat naar mening van Shoebaloo en MVSA te zeer overeenkomt met het interieur van de winkels van Shoebaloo. Het recht van het land waarvoor de bescherming wordt gevorderd, beheerst de rechtsverhouding. Dat is in dit geval België, daar waar de inbreuk gemaakt wordt. Nu werk- en inbreukbegrip geharmoniseerd zijn, heeft dit geen gevolgen. Van belang is dat de wand los gezien kan worden als werk op zich. Er zijn voldoende creatieve keuzes gemaakt bij het ontwerp van het interieur, en de vormgeving was niet gangbaar in het vormgevingserfgoed. Op grond van een vergelijking van beide interieurs wordt een zodanige overeenstemming geconstateerd dat sprake is van een inbreuk. De vordering op grond van slaafse nabootsing faalt echter nu deze onvoldoende is onderbouwd. De vorderingen worden voor zover redelijk toegewezen op grond van de auteursrechtinbreuk.

IEFBE 2929

HvJ EU: nationale rechter moet afweging maken tussen auteursrechten en informatievrijheid

HvJ EU - CJUE 27 jul 2019, IEFBE 2929; ECLI:EU:C:2019:625 (Beck tegen Spiegel Online), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-nationale-rechter-moet-afweging-maken-tussen-auteursrechten-en-informatievrijheid

HvJ EU 29 juli 2019, IEF 18644, IEFbe 2929, IT 2849; ECLI:EU:C:2019:625 (Volker Beck tegen Spiegel Online) Auteursrecht. Informatievrijheid. Volker Beck is een Duits politicus die een opzienbarend manuscript heeft geschreven dat door Spiegel Online op internet is geplaatst. Beck heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikbaarstelling van het manuscript en het artikel op de website van Spiegel Online, omdat hij dat als een schending van zijn auteursrecht beschouwt. Na een eerste oordeel in het voordeel van Beck, is de rechter in beroep van oordeel dat de uitlegging van artikel 5, lid 3, onder c) en d), van richtlijn 2001/29, gelezen in het licht van de grondrechten, en in het bijzonder van informatievrijheid en vrijheid van media, niet voor zich spreekt. Hij vraagt zich met name af of deze bepaling discretionaire ruimte laat bij de omzetting ervan in nationaal recht (voor prejudiciële vragen zie ook: IEF 17179 en IEFbe 2372).

IEFBE 2928

De IE rechtspraak van de zomer van 2019

Vrijdag 30 augustus 2019 bespreekt Dirk Visser tijdens Leiden Revisited de onderstaande rechtspraak van de afgelopen zomer. Hierbij alvast de PowerPoint. Aanmelden kan hier.
 
HvJ EU 29 juli 2019,  C-469/17, IEF 18623 (Funke, „Afghanistan-Papiere”)
HvJ EU 29 juli 2019,  C-476/17, IEF 18613 (Pelham, „Metall auf Metall“)
HvJ EU 29 juli 2019, C-516/17, IEF 18644 (Spiegel Online/Volker Beck)

Als er tijd voor is:
Rb. Amsterdam 12 juli 2019, IEF 18590 (Dijkstra/Dutch News)
Rb. Amsterdam 17 juli 2019, IEF 18599 (Geldof/Overamstel)
Hof Den Haag 23 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2016:13329, IEF 18605 (Snappet/GEU)
Hof Amsterdam 30 juli 2019, IEF 18616 (Rezvani/Klarenbeek)
Hof Arnhem 14 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5012, IEF 18537 (Dairy Partners)

IEFBE 2926

Bas Kist: MasterCard verliest merken

MasterCard heeft een gevoelige nederlaag geleden. Het Europese merkenbureau EUIPO heeft onlangs twee belangrijke merkregistraties van het bedrijf ongeldig verklaard.
Met deze merken in zwart-wit – sinds 2012 geregistreerd in Europa – hoopte Mastercard de bescherming van zijn bekende geel-rode ‘ballen-logo’ uit te breiden naar elk gebruik van twee overlappende cirkels, ongeacht de kleuren.