IEFBE 2913

Inbreuk Hennessy-merken parallelimport champagne en cognac

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 3 jul 2019, IEFBE 2913; ECLI:NL:RBDHA:2019:6874 (Hennessy tegen Simizy), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-hennessy-merken-parallelimport-champagne-en-cognac

Rechtbank Den Haag 3 juli 2019, IEF 18589, IEFbe 2913; ECLI:NL:RBDHA:2019:6874 (Hennessy tegen Simizy) Inbreuk. Merkenrecht. Hennessy cs maken deel uit van het concern Luis Vuitton Moët Hennessy. Hennessy zijn houdsters van een aantal merken voor (onder meer) alcoholhoudende dranken. Simizy verhandelt alcoholhoudende dranken in de Europese Unie met als specialisme de handel in champagnegoederen. Deze zaak gaat over gestelde inbreuk op de Hennessy-merken door Simizy in Nederland/de Benelux, bij parallelimport van champagne en cognac onder de Hennessy-merken. Het zwaartepunt van het verwijt van Hennessy ligt uiteindelijk op het gesteld inbreukmakend gebruik van de Hennessy-merken, bestaande uit het aanbieden in Nederland van Hennessy-merkproducten, het ter verhandeling en aanbieding in Nederland in voorraad hebben van deze producten en gebruik van de Hennessy-merken in stukken voor zakelijk gebruik. De rechtbank veroordeelt Simizy inbreuk te staken. 

IEFBE 2912

Denigrerende vergelijkende reclame Dyson over stofzuiger BSH

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 26 jun 2019, IEFBE 2912; (Dyson tegen BSH), http://www.ie-forum.be/artikelen/denigrerende-vergelijkende-reclame-dyson-over-stofzuiger-bsh

Ondernemingsrechtbank Antwerpen (Afdeling Antwerpen) 26 juni 2019, IEF 18584, IEFbe 3329, RB 2912  (Dyson tegen BSH) Marktpraktijken. Slechtmaking. Vergelijkende reclame. Dyson dagvaardde BSH in 2015, omdat de reclame van een stofzuiger van BSH incorrect en misleidend zou zijn. Naast de dagvaarding stuurde Dyson ook een persbericht uit, waarin zij stelde dat BSH zich schuldig maakte aan oneerlijke marktpraktijken en waarbij zij de link maakte met het Volkswagenschandaal. De Europese Commissie bepaalde dat de aangegeven energielabel niet meer gebruikt mag worden in verband met stofzuigers. Volgens Dyson bleef BSH verwijzen naar het energielabel in verband met haar stofzuigers en misleidde zij nog steeds de consument. De stakingsrechter oordeelt dat Dyson zich bij het persbericht schuldig maakte aan slechtmaking en denigrerende en onrechtmatige vergelijkende reclame. 

IEFBE 2911

Geen auteursrechtelijke inbreuk lamp Kwantum

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 4 jul 2019, IEFBE 2911; (Serax tegen Kwantum), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrechtelijke-inbreuk-lamp-kwantum

Ondernemingsrechtbank Antwerpen (Afdeling Antwerpen) 4 juli 2019, IEF 18581, IEFbe 2911 (Serax tegen Kwantum) Auteursecht. Serax verdeelt een hanglamp ontworpen door Renate Vos die bestaat uit een betonnen en een siliconen deel. Kwantum België en Kwantum Nederland verkopen een gelijkwaardige hanglamp. Serax ziet hierin auteursrechtelijke inbreuk, en vordert staking van de verdeling van de lamp van Kwantum en schadevergoeding. De vordering wordt afgewezen als ongegrond. Serax heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan. 

IEFBE 2910

Prejudiciële vragen HvJ EU: sprake van misbruik machtspositie?

HvJ EU - CJUE 28 feb 2019, IEFBE 2910; (SABAM tegen BVBA Weareone en NV Wecandance), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-hvj-eu-sprake-van-misbruik-machtspositie

Ondernemingsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) 28 februari 2019, IEF 18572, IEFbe 2910; C372/19 (SABAM tegen BVBA Weareone en NV Wecandance) Via MinBuza: Sabam is een beheermaatschappij voor auteursrechten en heeft het recht een vergoeding te vragen voor het gebruik van haar repertoire. BVBA Weareone.World en de NV Wecandance organiseren festivals waaronder Tomorrowland en Wecandance. Sabam maakt aanspraak op licentievergoedingen die de festivals verschuldigd zouden zijn voor het gebruik van muziek uit haar repertoire. Verweerders zijn het niet eens met de tarieven die Sabam heeft gevraagd en vinden dat het tarief niet overeenstemt met de economische waarde van de diensten die Sabam levert.

IEFBE 2908

Prejudiciële vragen HvJ EU over interpretatie van de Verhuurrichtlijn

11 jan 2019, IEFBE 2908; (Recorded Artists Actors Performers tegen Phonographic Performance), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-hvj-eu-over-interpretatie-van-de-verhuurrichtlijn

High Court (Ierland) 11 januari 2019, IEF 18561, IEFbe 2908; C-265/19 (Recorded Artists Actors Performers tegen Phonographic Performance) Via MinBuza. Licentievergoedingen muziek. Het betreft de inning en verdeling van de licentievergoedingen voor het ten gehore brengen van opgenomen muziek in het openbaar of het uitzenden van opgenomen muziek. Nationale wetgeving bepaalt dat de gebruiker één licentievergoeding betaalt aan een licentieverlenende instantie, maar dat het geïnde bedrag wordt verdeeld tussen de producent en de uitvoerende kunstenaars. Er is verschil van mening over de uitlegging en toepassing van een contractuele overeenkomst. Het Ierse recht hanteert voor producenten respectievelijk uitvoerende kunstenaars verschillende kwalificatiecriteria.

IEFBE 2907

Prejudiciële vragen HvJ EU over verstrekken informatie illegale YouTube-uploader

21 feb 2019, IEFBE 2907; (Constantin Film Verleih tegen YouTube en Google), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-hvj-eu-over-verstrekken-informatie-illegale-youtube-uploader

BGH 21 februari 2019, IEF 18550, IEFbe 2907, IT 2809; C-264/19 (Constantin Film Verleih tegen YouTube en Google) Via MinBuza. Intellectuele eigendom. Exclusieve gebruiksrechten. Uitlegging van het Unierecht, artikel 267 VWEU. Internetplatform. Verzoekster, Constantin Film Verleih, is een Duitse onderneming die stelt houdster te zijn van de exclusieve gebruiksrechten van twee films. Verzoekster eist dat het internetplatform YouTube en de moedermaatschappij Google informatie verstrekken over het e-mailadres, het telefoonnummer en het IP-adres van gebruikers die de betrokken films illegaal op YouTube hebben geüpload. Er is twijfel of de verzochte informatie valt onder het begrip “de naam en het adres” in de zin van artikel 8(2)a) van de richtlijn. Enerzijds zouden deze gegevens het enige doeltreffende middel voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten kunnen vormen, anderzijds zijn IP-adressen persoonsgegevens.

IEFBE 2906

Bas Kist: de lessen van Adidas

Op 19 juni bepaalde het Europese Gerecht dat de merkregistratie van adidas [IEF 18536] bestaande uit drie verticale zwarte strepen, ongeldig is. Ondanks het feit dat adidas maar liefst 1200 pagina’s aan gebruiksbewijs indiende, heeft het bedrijf niet kunnen aantonen dat zijn eenvoudige strepenmerk door gebruik in de EU onderscheidend vermogen heeft gekregen (is ingeburgerd). Wat zijn de belangrijkste lessen die je kunt trekken uit deze opvallende uitspraak?

IEFBE 2905

Prejudiciële vragen over driedimensionaal merk

Overig - Autres 19 mrt 2019, IEFBE 2905; (Gömböc tegen het Bureau voor IE), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-driedimensionaal-merk

Kúria (Hongarije) 19 maart 2019, IEF 18542; IEFbe 2905 C-237/19 (Gömböc tegen het Bureau voor IE) Via MinBuza. Inschrijving merk. Merkenrecht. Gömböc heeft bij het Bureau voor IE in Hongarije een aanvraag ingediend voor inschrijving van een driedimensionaal teken als merk voor siervoorwerpen en siervoorwerpen uit glas of keramiek en speelgoederen. Het Bureau heeft deze aanvraag op basis van een weigeringsgrond in de Hongaarse Merkenwet afgewezen. Het Bureau stelt dat siervoorwerpen worden uitgesloten van merkregistratie als de tekens uitsluitend bestaan uit een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, en de Gömböc ontleent zijn opvallende verschijningsvorm niet aan de vorm, maar aan het ontwerp.

IEFBE 2904

Terechte ongeldigheid modelregistratie waterballonvuller Tinnus

12 jun 2019, IEFBE 2904; (Tinnus Enterprises tegen Mystic Products en Koopman International ), http://www.ie-forum.be/artikelen/terechte-ongeldigheid-modelregistratie-waterballonvuller-tinnus

EUIPO Board of Appeal 2 juni 2019, IEF 18538, IEFbe 2904; R1002/2018-3 (Tinnus Enterprises tegen Mystic Products en Koopman International) Bevestigd wordt dat de Invalidity Division terecht de ongeldigheid heeft uitgesproken van de modelregistratie van Tinnus voor een waterballonvuller (fluid distribution equipment), omdat alle kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie zijn bepaald. De DOCERAM-uitspraak van het HvJ EU wordt toegepast [IEF 17542 en zie ook IEF 17701 en IEF 18001] waarin de ‘multiplicity of forms’ theorie is afgewezen en bevestigt dat het bestaan van technische alternatieven niet betekent dat het model niet technisch is bepaald.

IEFBE 2903

Bevestiging nietigheid driestrepen-merk Adidas

19 mei 2019, IEFBE 2903; (Adidas tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/bevestiging-nietigheid-driestrepen-merk-adidas

Gerecht EU 19 juni 2019, IEF 18536, IEFbe2903 (Adidas tegen EUIPO) In 2013 heeft verzoekster Adidas bij EUIPO een Uniemerkaanvraag ingediend voor het beeldmerk: „Drie op dezelfde afstand van elkaar geplaatste parallel lopende strepen van gelijke lengte die in welke richting dan ook op de waar zijn aangebracht”. Het merk is onder nummer 12442166 ingeschreven. Interveniënte, Shoe Branding Europe BVBA vorderde daarop nietigverklaring van het betrokken merk. Deze vordering is toegewezen wegens het ontbreken van elk – zowel intrinsiek als door het gebruik verkregen – onderscheidend vermogen. Adidas stelt dat de kamer van beroep ten onrechte talrijke bewijzen buiten beschouwing heeft gelaten omdat deze betrekking hadden op andere tekens dan het betrokken merk en, in de tweede plaats, dat de kamer van beroep de zaak onjuist heeft beoordeeld door vast te stellen dat niet was aangetoond dat het betrokken merk onderscheidend vermogen had verkregen als gevolg van het gebruik dat ervan is gemaakt op het grondgebied van de Unie. Het beroep wordt verworpen.

IEFBE 2901

Gmail is geen electronische communicatiedienst in zin kaderrichtlijn

HvJ EU - CJUE 13 jun 2019, IEFBE 2901; ECLI:EU:C:2019:498 (Google LLC tegen Duitsland), http://www.ie-forum.be/artikelen/gmail-is-geen-electronische-communicatiedienst-in-zin-kaderrichtlijn

HvJ EU 13 juni 2019, IEF 18531, IEFbe 2901, IT&R 2802; ECLI:EU:C:2019:498 (Google LLC tegen Duitsland) Prejudiciële beslissing. Telecommunicatiedienst. Richtlijn 2002/21/EG. Google is een internetzoekmachine en een e‑maildienst, genaamd Gmail. Met Gmail kunnen gebruikers e‑mails en data via het internet verzenden en ontvangen. Om van deze dienst gebruik te maken moet de gebruiker een e‑mailaccount aanmaken waardoor hij kan beschikken over een adres op basis waarvan hij wordt geïdentificeerd als afzender en ontvanger van e‑mails. Het gaat in deze zaak tussen Google LLC en Duitsland over het BNetzA besluit, waarbij wordt vastgesteld dat de e-maildienst Gmail van Google een telecommunicatiedienst is en Google om die reden op straffe van een dwangsom wordt gelast de verplichting tot kennisgeving na te komen. De BNetzA is van mening dat Gmail een telecommunicatiedienst is in de zin van § 6, lid 1, TKG. Google is van mening dat Gmail geen telecommunicatiedienst is, omdat met deze dienst geen signalen worden overgebracht. Het verzoek om prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de kaderrichtlijn over het begrip telecommunicatiedienst. Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEFBE 2900

Middelen Visi/One tegen nietigheid ongegrond

13 jun 2019, IEFBE 2900; ECLI:EU:T:2019:417 (Visi/One tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/middelen-visi-one-tegen-nietigheid-ongegrond

Gerecht EU 13 juni 2019, IEF 18528, IEFbe 2900; ECLI:EU:T:2019:417 (Visi/one tegen EUIPO) Modellenrecht. Visi/one GmbH heeft bij het EUIPO de inschrijving aangevraagd en verkregen van het litigieus model. Dit model wordt gebruikt voor onder andere informatieschermen en reclameborden voor voertuigen. EasyFix GmbH voerde een vordering tot nietigverklaring van het ligitieuze model in, omdat het niet nieuw zou zijn en geen eigen karakter zou hebben. Visi/ OneGmbH stelt tegen de beslissing op de nietigheid beroep in bij het EUIPO en voert vier middelen aan: 1) onjuiste beoordeling van het bewijsmateriaal inzake de openbaarmaking van een „ouder model”, in strijd met artikel 7, lid 1, van verordening nr. 6/2002; 2) schending van het in artikel 62, tweede volzin, van deze verordening neergelegde recht om te worden gehoord; 3) schending van de in artikel 62, eerste volzin, van die verordening neergelegde motiveringsplicht, en 4) onjuiste beoordeling van het eigen karakter van het litigieuze model, in strijd met artikel 6 en 25, lid 1, onder b), van die verordening. Alle middelen zijn ongegrond verklaard.

IEFBE 2899

Burgemeester moet beter weten en maakt inbreuk privacyrecht

Overig - Autres 28 mei 2019, IEFBE 2899; DOS-2018-05808 en DOS-2018-05815 (Klagers tegen Burgemeester), http://www.ie-forum.be/artikelen/burgemeester-moet-beter-weten-en-maakt-inbreuk-privacyrecht

De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit 28 mei 2019, IEFbe 2899; DOS-2018-05808 en DOS-2018-05815 (Klagers tegen Burgemeester) Privacyrecht. AVG. Er zijn klachten ingediend bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen een burgemeester die e-mailadressen verkregen in het kader van een verkavelingswijziging, heeft gebruikt voor de verzending van verkiezingspropaganda. Klagers zijn van mening dat dit een inbreuk maakt op hun recht op privacy en rechten ontleent aan de AVG. Nu de mailadressen zijn hergebruikt op deze manier is er sprake van afwending van doelbinding. Een burgemeester met zijn voorbeeldfunctie en te verwachten kennisniveau dient zich hier niet schuldig aan te maken. Er wordt een administratieve geldboete opgelegd.

IEFBE 2898

Conclusie AG: bestaan van disclaimer heeft geen invloed op verwarringsgevaar

6 mrt 2019, IEFBE 2898; (Roslags Punsch tegen Roslagsöl), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-bestaan-van-disclaimer-heeft-geen-invloed-op-verwarringsgevaar

Conclusie AG 6 maart 2019, IEF 18523, IEFbe 2898; C-705/17 (Roslags Punsch tegen Roslagsöl) Merkenrecht. Het voor alcoholhoudende dranken van klasse 33 ingeschreven beeldmerk ROSLAGS PUNSCH wordt sinds 2007 gehouden door Norrtelje Brenneri Aktiebolag. Het merk is ingeschreven met de volgende disclaimer: ´Inschrijving geeft geen uitsluitend recht voor het woord Roslagspunsch´. Roslagen is de naam van een geografisch gebied aan de oostkust van Zweden. Verzoeker (Mats Hansson) heeft bij het Zweeds bureau voor intellectuele eigendom (hierna: PRV) een aanvraag ingediend voor de inschrijving van ROSLAGSÖL als nationaal woordmerk voor alcoholvrije dranken en bier van klasse 32. Het PRV heeft de aanvraag afgewezen vanwege gevaar voor verwarring tussen het aangevraagde merk en het ingeschreven beeldmerk ROSLAGS PUNSCH, en er derhalve sprake was van een weigeringsgrond. Conclusie AG:

IEFBE 2897

Inschrijven nog mogelijk voor Benelux Merkencongres donderdag 20 juni

Wat maakt copycats succesvol, bezien vanuit de consument?; Grensoverschrijdende bevoegdheid in merkenzaken (forumshoppen of toch niet?); Het strategisch inzetten van beschermingsregimes, en: Content filtering in copyright, een model voor het merkenrecht?
Deze onderwerpen en meer komen aan de orde tijdens het Benelux Merkencongres op donderdag 20 juni, samengesteld door Tobias Cohen Jehoram en Martin Senftleben.

IEFBE 2896

Prejudiciële vragen aan HvJ EU: verricht exploitant Usenetdiensten mededeling aan publiek?

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 7 jun 2019, IEFBE 2896; ECLI:NL:HR:2019:849 (Stichting Brein tegen News-Service Europe), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-verricht-exploitant-usenetdiensten-mededeling-aan-publiek

Hoge Raad 7 juni 2019, IEF 18511, IT 2792, IEFbe 2896; ECLI:NL:HR:2019:849 (Stichting Brein tegen News-Service Europe) Auteursrecht. Vervolg op eerdere uitspraak Hoge Raad [IEF 18372], en [IEF 16425]. Partijen reageerden schriftelijk op vragen die waren voorgelegd, maar ook opmerkingen gemaakt over feiten en omstandigheden die de Hoge Raad in cassatie als vaststaand in het arrest heeft vermeld. De door de advocaten gemaakte opmerkingen geven aanleiding tot het schrappen van twee passages.

IEFBE 2895

Skype biedt een telecommunicatiedienst aan

HvJ EU - CJUE 5 jun 2019, IEFBE 2895; ECLI:EU:C:2019:460 (Skype tegen BIPT), http://www.ie-forum.be/artikelen/skype-biedt-een-telecommunicatiedienst-aan

HvJ EU 5 juni 2019, IEF 18509, IEFbe 2895, IT 2791; ECLI:EU:C:2019:460 (Skype tegen BIPT) Telecommunicatie. De vennootschap Skype Communications is de ontwikkelaar van communicatiesoftware met de benaming Skype, het BIPT heeft Skype Communications verzocht om dit instituut overeenkomstig artikel 9, § 1, WEC kennis te geven van haar diensten. Omdat Skype dit heeft nagelaten, heeft het BIPT Skype een boete opgelegd. In geschil is de vraag of dit mogelijk is omdat Skype betoogd geen telecommunicatiedienst aan te bieden in de zin van artikel 2, onder c), van richtlijn 2002/21/EG. Het hof is van oordeel dat Skype wel een telecommunicatiedienst aanbiedt, en overweegt als volgt:

Artikel 2, onder c), van richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en ‑diensten (kaderrichtlijn), zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009, moet aldus worden uitgelegd dat het aanbieden door een softwareontwikkelaar van een functionaliteit waarmee een „Voice over Internet Protocol”-dienst (VoIP) [spraak over het internetprotocol (VoIP)] ter beschikking wordt gesteld waardoor de gebruiker via het openbaar geschakeld telefoonnet (PSTN) van een lidstaat vanaf een terminal naar een vast of mobiel nummer van een nationaal nummerplan kan bellen, een „elektronische-communicatiedienst” in de zin van die bepaling is wanneer de ontwikkelaar voor het aanbieden van deze dienst wordt vergoed en met het oog op het aanbieden ervan overeenkomsten moet sluiten met de aanbieders van telecommunicatiediensten die naar behoren zijn gemachtigd om oproepen naar het PSTN over te brengen en daaraan af te geven.

IEFBE 2892

Bevoegd tot kennisname vorderingen Netmedia en Sparta Solutions

29 mei 2019, IEFBE 2892; ECLI:NL:RBDHA:2019:5482 (Online Publisher tegen Netmedia), http://www.ie-forum.be/artikelen/bevoegd-tot-kennisname-vorderingen-netmedia-en-sparta-solutions

Rechtbank Den Haag, 29 mei 2019, IEF 18502, IEFbe 2892; ECLI:NL:RBDHA:2019:5482 (Online Publisher tegen Netmedia) Merkenrecht. Auteursrecht. Bevoegdheidsincident. België. Online Publisher is houdster van de Benelux-merken ‘het publ.sh-merk en de BX-merken’ en voert ‘Wepublish’ als één van haar handelsnamen. Online Publisher had een samenwerking met Netmedia. Netmedia maakt gebruik van tekens die overeenstemmen met BX-merken. Online Publisher stelt dat Netmedia inbreuk maakt op haar auteursrechten en handelsnaamrechten. Netmedia heeft Online Publisher gedagvaard voor de Belgische rechter en vordert onder meer onbevoegheid van de rechtbank. Online Publisher voert onder meer aan dat Netmedia niet bij alle facturen (dezelfde) voorwaarden heeft gevoegd en dat er geen sprake zou zijn van stilzwijgende aanvaarding van de algemene voorwaarden. Netmedia slaagt er niet in toe te lichten dat de voorwaarden ook zien op de samenwerking als zodanig, op de afwikkeling daarvan of op onrechtmatig handelen na afloop van die samenwerking. Beslissing in hoofdzaak wordt verwezen naar de rol.

3.2.1. Netmedia hanteert algemene voorwaarden, die zij bij de door haar aan Online Publisher verzonden facturen heeft gevoegd. Online Publisher heeft de algemene voorwaarden naar Belgische recht (stilzwijgend) aanvaard door de aan haar gezonden facturen zonder voorbehoud te betalen.

3.2.2. De aldus toepasselijke algemene voorwaarden bevatten een forumkeuzebeding:
"Onderhavige transactie wordt beheerst door Belgisch recht. In geval van betwisting zullen de rechtbank van Hasselt (België) exclusief bevoegd zijn (…)."
Dit beding brengt mee dat de Belgische rechter exclusief bevoegd is om van alle vorderingen tussen partijen kennis te nemen. Dit geldt ook voor geschillen die direct of indirect voortvloeien uit de samenwerking tussen partijen.

3.3.3. Bevoegdheid ten aanzien van alle gedaagden is gegeven omdat het onrechtmatig handelen onder ander bestaat uit uitingen op websites die zich mede op Nederland waaronder begrepen het arrondissement Den Haag. Ten aanzien van de merkinbreuk is de rechtbank bevoegd op grond van art. 4.6 BVIE.

4.3. In de zaak tussen Netmedia en Online Publisher kan in het midden blijven of de bedoelde algemene voorwaarden met forumkeuzebeding van toepassing zijn geworden, omdat het subsidiaire verweer van Online Publisher doel treft: de algemene voorwaarden – die uitsluitend zijn toegezonden op de achterkant van door Netmedia een Online Publisher toegezonden facturen – kunnen, zo al overeengekomen, naar het oordeel van de rechtbank uitsluitend betrekking hebben op de betaling van de facturen en in dat verband gerezen geschillen, en niet op de geschillen die in deze zaak aan de orde zijn. Het door Netmedia c.s. ingeroepen beding ziet immers uitsluitend op “Onderhavige transactie” (zie 3.2.2). Dit moet aldus worden begrepen dat de voorwaarden uitsluitend zijn bedoeld te gelden met betrekking tot (de afwikkeling van de betaling van) de factuur waarbij de voorwaarden gevoegd zijn. De stelling dat de voorwaarden ook zien op de samenwerking als zodanig dan wel op de afwikkeling daarvan dan wel op onrechtmatig handelen na afloop van die samenwerking, heeft Netmedia c.s. op geen enkele wijze toegelicht. Ook de stukken bieden daartoe geen aanknopingspunt. Integendeel: voor de samenwerking zijn, naar Online Publisher aanvoert en Netmedia c.s. niet heeft betwist, aparte ‘spelregels’ overeengekomen in oktober 2014. Niet valt in te zien hoe de later toegezonden verschillende sets algemene voorwaarden daar onderdeel van zijn gaan uitmaken.

4.4. Gelet op het voorgaande is geen sprake van een uitdrukkelijk afwijkende overeenkomst in de zin van art. 4.6 BVIE met betrekking de bevoegdheid ten aanzien van de gestelde inbreuk op de BX-merken. Ook heeft Netmedia c.s. onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat partijen een gerecht van een lidstaat exclusief hebben aangewezen (als bedoeld in art. 25 Brussel I bis-Vo) voor de kennisneming van de vorderingen die hier voorliggen, die alle verband houden met de afwikkeling van de samenwerking waarvoor de spelregels overeengekomen zijn. Ook anderszins is niet gebleken dat het forumkeuzebeding voor die rechtsbetrekking geldt.

IEFBE 2894

Noot Charles Gielen onder HvJ EU Mitsubishi tegen Duma

De zaak Mitsubishi tegen Duma draait om de vraag of het zonder toestemming van de merkhouder weghalen van een merk van een product, het zogenaamde de-branding, merkinbreuk oplevert. Met een, volgens mij onjuiste redenering, concludeert het Hof dat dit inderdaad inbreuk oplevert [IEF 16602]. De Advocaat-Generaal kwam in zijn conclusie [IEF 17680] tot het oordeel dat de-branding niet op grond van het merkenrecht kan worden tegengegaan, maar mogelijk wel op basis van regels ter bestrijding van oneerlijke concurrentie. Waar gaat het om?

IEFBE 2893

Doorhalingsbeslissing merk 'Ik wil van mijn auto af'

3 jun 2019, IEFBE 2893; (WijKopenAutos tegen Dealerdirect ), http://www.ie-forum.be/artikelen/doorhalingsbeslissing-merk-ik-wil-van-mijn-auto-af

BBIE 3 juni 2019, IEF 18503, IEFbe 2893 (WijKopenAutos tegen Dealerdirect) Merkenrecht. Onderscheidend vermogen. Doorhalingsbeslissing. Vervolg op kort geding [IEF 17914]. Verzoeker tot doorhaling WijKopenAutos stelt dat de bekendheid van 'ik wil van mijn auto af' in het Nederlandstalige gebied te laag is om toekenning van een exclusief merkrecht te rechtvaardigen. DealerDirect BV, verweerder, is van mening dat het merk 'ik wil van mijn auto af' door inburgering over voldoende onderscheidend vermogen beschikt en dat de beslissing van het Bureau om het voor inschrijving toe te laten juist is geweest. Hij verzoekt het nietigheidsverzoek ongegrond te verklaren en de inschrijving te handhaven. Het bestreden merk is ab initio beschrijvend en mist ieder onderscheidend vermogen. De bezwaren worden niet weggenomen door het gebruik dat er van het merk is gemaakt. Inburgering is niet aangetoond. Het verzoek tot doorhaling wordt toegekend.