Auteursrecht - Droit d'auteur

IEFBE 2896

Prejudiciële vragen aan HvJ EU: verricht exploitant Usenetdiensten mededeling aan publiek?

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 7 jun 2019, IEFBE 2896; ECLI:NL:HR:2019:849 (Stichting Brein tegen News-Service Europe), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-verricht-exploitant-usenetdiensten-mededeling-aan-publiek

Hoge Raad 7 juni 2019, IEF 18511, IT 2792, IEFbe 2896; ECLI:NL:HR:2019:849 (Stichting Brein tegen News-Service Europe) Auteursrecht. Vervolg op eerdere uitspraak Hoge Raad [IEF 18372], en [IEF 16425]. Partijen reageerden schriftelijk op vragen die waren voorgelegd, maar ook opmerkingen gemaakt over feiten en omstandigheden die de Hoge Raad in cassatie als vaststaand in het arrest heeft vermeld. De door de advocaten gemaakte opmerkingen geven aanleiding tot het schrappen van twee passages.

IEFBE 2878

Conclusie AG: criteria modellenbescherming niet toepassen op auteursrechtelijke bescherming

HvJ EU - CJUE 2 mei 2019, IEFBE 2878; (Cofemel tegen G-Star Raw CV), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-criteria-modellenbescherming-niet-toepassen-op-auteursrechtelijke-bescherming

Conclusie AG 2 mei 2019, IEF 18448, IEFbe 2878; ECLI:EU:C:2019:363 (Cofemel tegen G-Star Raw CV) Auteursrecht. Modellenrecht. G-Star stelde dat verzoekster inbreuk maakte op zijn auteursrecht door o.a. identieke kledingstukken. Cofemel bracht in dat de kledingstukken geen ‘artistieke creaties in juridische zin’ zijn, aangezien ze niet oorspronkelijk zijn en niet bekend is aan wie de desbetreffende auteursrechten toebehoren.
In tweede aanleg kwamen rechters tot de conclusie dat de broeken van het model ARC en het grafisch ontwerp van het model ROWDY auteursrechtelijk moeten worden beschermd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2(1)i van het Portugees wetboek van auteursrechten en de naburige rechten (hierna: CDADC). Gelet op de vernieuwende aard en oorspronkelijkheid ervan, evenals hun esthetische waarde, die vrucht is van de intellectuele schepping door de auteur ervan. Verzoekster Cofemel stelde cassatieberoep in bij de verwijzende rechter [IEF 17471].

IEFBE 2861

Prejudicieel te stellen vragen: Verricht Usenetdienst een mededeling aan het publiek?

HvJ EU - CJUE 5 apr 2019, IEFBE 2861; ECLI:NL:HR:2019:503 (Stichting BREIN tegen News-Service Europe), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-te-stellen-vragen-verricht-usenetdienst-een-mededeling-aan-het-publiek

HR 5 april 2019, IEF 18372; IEFbe 2861; IT 2737;  ECLI:NL:HR:2019:503 (Stichting BREIN tegen News-Service Europe) Auteursrecht. NTD. Hof Amsterdam [IEF 16425] bepaalde dat Usenetprovider effectieve NTD-procedure moet invoeren als ze activiteiten hervat. De vragen van uitleg van Unierecht waarvan de Hoge Raad beantwoording door het HvJEU nodig acht voor zijn beslissing op het cassatieberoep, zijn de volgende:

1. Verricht een exploitant van een platform voor Usenetdiensten (zoals NSE is geweest), onder de omstandigheden zoals hiervoor in 3.1 en 4.2.3 beschreven, een mededeling aan het publiek in de zin van art. 3 lid 1 [Auteursrechtrichtlijn]?

2. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt (en dus sprake is van een mededeling aan het publiek):
Staat de vaststelling dat de exploitant van een platform voor Usenetdiensten een mededeling aan het publiek verricht
in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn in de weg aan toepassing van art. 14 lid 1 [Richtlijn inzake elektronische handel]?

IEFBE 2853

Vragen aan HvJ EU: Is auteursrechtelijke bescherming vouwfiets uitgesloten als verschijningsvorm noodzakelijk is voor technisch resultaat?

HvJ EU - CJUE 18 dec 2018, IEFBE 2853; (Brompton Bicycle), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-is-auteursrechtelijke-bescherming-vouwfiets-uitgesloten-als-verschijningsvorm-nood

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 18 december 2018, IEF 18332; IEFbe 2853; C-833/18 (Brompton Bicycle) Via MinBuza: Brompton Bicycle beschuldigt CHEDECH ervan inbreuk te maken op Brompton’s auteursrecht betreffende haar vouwfietsen. Net als de vouwfietsen van CHEDECH, hebben die van Brompton drie standen (gevouwen, open en stand-by). Brompton meent daarom dat inbreuk wordt gemaakt op haar auteursrecht door de identieke verschijningsvormen van de vouwfietsen. Richtlijn 2001/29/EG bepaalt dat voor gebruiksvoorwerpen auteursrechtelijke bescherming uitgesloten is indien het gaat om verschijningsvormen die noodzakelijk zijn voor het bereiken van het technische resultaat. CHEDECH stelt dat dit laatste in deze zaak ook het geval is. In de Belgische rechtspraak wordt om de noodzakelijkheid te bepalen het onlosmakelijke verbandcriterium toegepast. Het Hof past een ander criterium toe, namelijk het oorzakelijkheidscriterium. In dat licht wenst de verwijzende Belgische rechter duidelijkheid van het Hof.

IEFBE 2840

HvJ EU: Tweedimensionaal decoratief teken kan niet uitsluitend bestaan uit vorm

HvJ EU - CJUE 14 mrt 2019, IEFBE 2840; ECLI:EU:C:2019:199 (Textilis tegen Svenskt Tenn Aktiebolag ), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-tweedimensionaal-decoratief-teken-kan-niet-uitsluitend-bestaan-uit-vorm

HvJ EU 14 maart 2019, IEF 18297; IEFbe 2840; C‑21/18; ECLI:EU:C:2019:199 (Textilis tegen Svenskt Tenn Aktiebolag). Auteursrecht. Modellenrecht. In IEF 7795 schreven Dirk Visser en Marnox Langeveld: 'In de Textilis-zaak gaat het – kort gezegd – om een zowel auteurs- als merkenrechtelijk beschermde stof(patroon) van de Zweedse onderneming Svenskt Tenn. Concurrent Textilis bood op haar website stoffen en bepaalde andere producten voor interieurinrichting aan met patronen waarop Svenskt Tenn een exclusief recht claimt. In eerste aanleg oordeelde de Zweedse rechter (Tingsrätt) dat dat de inschrijving van het merk MANHATTAN geen betrekking heeft op een teken bestaande uit een vorm, zodat het merk niet nietig kon worden verklaard op een weigeringsgrond. Omdat de weigeringsgronden echter ná de merkregistratie van het merk MANHATTAN zijn uitgebreid met het ‘of een ander kenmerk’-criterium, stelde het Zweedse gerechtshof (Svea Hovrätt) de prejudiciële vragen'.

IEFBE 2822

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: Doet verhuurder van auto met radio-ontvanger een mededeling?

HvJ EU - CJUE 30 nov 2018, IEFBE 2822; (Stim et SAMI), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-doet-verhuurder-van-auto-met-radio-ontvanger-een-mededeling

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 15 november 2018, IEF 18245; IEFbe 2822; IT 2714; C-753/18 (Stim et SAMI) Via MinBuza: T 5909-17 – Fleetmanager Sweden AB verhuurt auto’s aan bedrijven als Sixt die ze vervolgens voor de kortetermijnverhuur gebruiken. Deze auto’s zijn uitgerust met een radio. Auteursrechtenvereniging Stim heeft een vordering ingesteld van 369.450,- SEK tegen Fleetmanager omdat door de kortetermijnverhuur andere exploitanten zonder toestemming van Stim muziek ter beschikking van het publiek (kunnen) stellen door de radio in de auto. Stim betoogde dat het ter beschikking stellen een inbreuk vormde op de rechten van auteurs of hun rechtsopvolgers overeenkomstig §2, leden 1 en 3, van de Wet op het auteursrecht. Fleetmanager betoogt o.a. dat een huurder van een huurauto niet kan worden gezien als “algemeen publiek”.

T 891-18 – Nordisk Biluthyrning AB verhuurt voertuigen, o.a. voor de korte termijn. De voertuigen zijn standaard met een radio uitgerust. 
SAMI is een auteursrechtenorganisatie. De twee partijen hadden een overeenkomst tussen 2011 en 2014. Nordisk Biluthyring beargumenteerde dat de rechter voor recht moet verklaren dat Nodrisk Biluthyring in 2015 en 2016 geen vergoeding moet betalen aan SAMI omdat o.a. de radio in een auto een integrerend deel van de uitrusting van die auto vormt en daarom geen bewuste handeling uit kan voeren, maar alleen de fysieke faciliteiten voor mededeling beschikbaar kan stellen. De rechter heeft geoordeeld dat de Wet op het auteursrecht richtlijnconform moet worden uitgelegd en dat dit overeenkomt met een “mededeling aan het publiek”. Verder verklaarde de rechter dat Nordisk Biluthyrning, door radio-ontvangers in huurauto’s beschikbaar te stellen, het voor de huurders mogelijk maakte fonogrammen te beluisteren, en dat er dus sprake was van een “mededeling”. 

IEFBE 2825

Is handdoekvouw-machine een werk in de zin van het auteursrecht?

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 14 feb 2019, IEFBE 2825; 2019/2604 (Olma BV tegen Texfinity NV), http://www.ie-forum.be/artikelen/is-handdoekvouw-machine-een-werk-in-de-zin-van-het-auteursrecht

Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen 14 februari 2019, IEFbe 2825; 2019/2604 (Olma BV tegen Texfinity NV). Auteursrecht. Eerste aanleg. Texfinity NV (hierna: Texfinity) is producent en distributeur van nieuwe en gebruikte professionele wasserijmachines. De vennootschap Olma BV (hierna: Olma) is eveneens een producent van wasserijmachines en tevens een doorstart van een gelijknamige, failliete, onderneming. Olma claimt in voorliggend geschil dat Texfinity een inbreuk maakt op de auteursrechten die zij stelt te hebben op een handdoekvouw-machine. Olma stelt deze rechten te hebben overgenomen van het failliete Olma, waarvan zij alle activa heeft overgenomen. Texfinity beweert dat zij bij het faillissement een overeenkomst heeft gesloten in de vorm van een addendum waarin het gebruik van deze machine haar werd verzekerd.
Maar eerst wil de Rechtbank ingaan op de vraag of hier wel van een werk in de zin van het auteursrecht gesproken kan worden. Ook al erkent de Rechtbank de mogelijkheid dat zuivere machines auteursrechtelijke bescherming genieten, oordeelt zij dat er in dit geval geen sprake is van een werk door gebrek aan creatieve keuzes. Dit mede omdat de uitdrukking van verschillende onderdelen door hun technische functie is bepaald. De Rechtbank komt derhalve tot de conclusie dat de vorderingen van Olma afgewezen dienen te worden.