Auteursrecht - Droit d'auteur

IEFBE 3202

Meubels wel beschermd, maar geen auteursrechtelijke schending

Antwerpen - Anvers 24 mrt 2021, IEFBE 3202; (Het Heerenhuis tegen Strak), http://www.ie-forum.be/artikelen/meubels-wel-beschermd-maar-geen-auteursrechtelijke-schending

Hof van Beroep Antwerpen 24 maart 2021, IEF 19884, IEFbe 3202, 2018/AR/2178 (Het Heerenhuis tegen Strak) Het Heerenhuis is een meubelmakerij uit Antwerpen die o.a. een bepaald type fauteuil en bijzettafel produceert. Geïntimeerden hebben de auteursrechten op deze producten geschonden volgens Het Heerenhuis. Deze vordert dan ook van het hof dat geïntimeerden de onderstelde schending staken op straffe van verscheidene dwangsommen. Het Heerenhuis vordert daarbovenop een zeer hoge schadevergoeding van geïntimeerden op basis van gederfde winst en geleden verlies. Het hof verklaart voor recht dat de fauteuil en de bijzettafel auteursrechtelijke bescherming toekomen, maar wijst alle overige vorderingen af. 

IEFBE 3195

HvJ EU: UCMR – ADA tegen vereniging

HvJ EU - CJUE 21 jan 2021, IEFBE 3195; ECLI:EU:C:2021:50 (UCMR – ADA tegen vereniging), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-ucmr-ada-tegen-vereniging

HvJ EU 21 januari 2021, IEF 19825, IEFbe 3195; ECLI:EU:C:2021:50 (UCMR – ADA tegen vereniging) Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen UCMR – ADA, een organisatie voor auteursrechten van componisten en culturele vereniging „Suflet de Român” (Ziel van Roemenië), thans in liquidatie, over de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op een betaling van door de vereniging aan UCMR‑ADA verschuldigde royalty’s uit hoofde van de mededeling aan het publiek van muziekwerken in het kader van een door de vereniging georganiseerd optreden.
Het verzoek betreft de uitlegging van artikel 24, lid 1, artikel 25, onder a), en artikel 28 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1), zoals gewijzigd bij richtlijn 2010/88/EU van de Raad van 7 december 2010 (PB 2010, L 326, blz. 1).

Beantwoording van de prejudiciële vragen: 

IEFBE 3179

Geen auteursrecht 'Feather Cuff' armband

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 21 jan 2021, IEFBE 3179; (SaS Ohara tegen Tawo), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrecht-feather-cuff-armband

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 21 januari 2021, IEFbe 3179; A/20/00973 (Ohara tegen Towa) [Vervolg op IEFbe 3110]. Philippe Audibert ontwerpt mode-accessoires waaronder juwelen, die wereldwijd verkocht worden door zijn onderneming Ohara. Tawo verkoopt eveneens juwelen. Ohara stelt dat Tawo producten op de markt brengt die identiek zijn aan hun “Feather Cuff” armbanden. In de dagvaarding is de vordering gesteund op de Gemeenschapsmodelrechten en auteursrechten die zij zouden hebben op het zogenaamde 'AHE model'. Ohara stelt zich daarbij op het standpunt dat het oorspronkelijk karakter van de armband wordt gevormd doordat de auteur bewust zou hebben gekozen voor strakke en ongebogen vederharen die vanuit de spoel van de veer schuin naar de zijkanten lopen. Geoordeeld wordt dat van oorspronkelijkheid van de armband niet gesproken kan worden. Het volstaat niet om banale elementen te combineren om een oorspronkelijk werk te creëren. Towa heeft daarnaast op voldoende wijze aannemelijk kunnen maken dat de armbanden behoren tot een stijl, de zogenaamde 'Navajo-cultuur'. Gelet op de afwezigheid van het bestaan van auteursrechten wordt de vordering van Ohara dan ook afgewezen. 

IEFBE 3174

Schending auteursrechtelijk stelplicht leidt tot nietige dagvaarding

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 30 jul 2020, IEFBE 3174; (Soclothes tegen Studio 10), http://www.ie-forum.be/artikelen/schending-auteursrechtelijk-stelplicht-leidt-tot-nietige-dagvaarding

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 30 juli 2020, EFbe 3164; A/19/00480 (Soclothes tegen Studio 10) Soclothes bracht gebreide “tricot” kledij op de markt onder het merk “Valentine Witmeur”. Studio 10 verkoopt loshangende gebreide truien onder het merk “Lee and Me” met als stijlkenmerken contrasterende kleurblokken en strepen op de mouwen. Soclothes beweerde dat Studio 10 de truien van Valentine Witmeur reproduceerde of minstens adapteerde, daarmee haar auteursrechten schond en zich schuldig maakte aan oneerlijke marktpraktijken. Soclothes had evenwel in haar dagvaarding nagelaten in concreto de truien te identificeren waarvoor zij auteursrechtelijke bescherming opeiste en welke truien precies een inbreuk zouden maken op de beweerde auteursrechtelijk beschermde truien. De vage en algemene bewoordingen van de dagvaarding en het gebrek aan precisie bij het formuleren van de vorderingen vormde, aldus de rechter, een schending van de rechten van verdediging van Studio 10. De dagvaarding werd zodoende nietig verklaard ingevolge art. 702,3° Ger.W.

IEFBE 3175

Geen auteursrecht voor ingebouwde stopcontacten

Gent(afd. Gent) - Gand(div. Gand) 9 sep 2020, IEFBE 3175; (Creative 4 tegen Van Den Weghe), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrecht-voor-ingebouwde-stopcontacten

Ondernemingsrechtbank Gent 9 september 2020, IEFbe 3175; A/19/02879 (Creative 4 tegen Van Den Weghe) Creative 4 (“C4”) claimt auteursrechten op geïntegreerde en verzonken stopcontacten gecommercialiseerd onder de naam “TRIMLESS”. Zij beweert dat de “Lapris” stopcontacten van VAN DEN WEGHE een inbreuk uitmaken. C4 slaagt er volgens de rechtbank niet in aan te geven welke waarneembare vormkenmerken van de TRIMLESS stopcontacten precies auteursrechtelijke bescherming toekomen. Volgens de rechtbank betreffen de TRIMLESS stopcontacten louter een werkwijze om een bepaald technisch effect te bereiken. C4 heeft als dusdanig geen authentieke vormgevingskeuzes kunnen maken. Bij toepassing van de zogenaamde “techniekrestrictie” kwalificeren de TRIMLESS stopcontacten bijgevolg niet als een auteursrechtelijk beschermd werk. Daar C4 er eveneens niet in slaagt om begeleidende omstandigheden voor te leggen die aantonen dat C4 werkelijk schade leidt door de aanwezigheid op de markt van de Lapris, faalt ook haar vordering wegens schending van de eerlijke marktpraktijken.

IEFBE 3173

Conclusie A-G in Mircom tegen Telenet

HvJ EU - CJUE 17 dec 2020, IEFBE 3173; ECLI:EU:C:2020:1063 (Mircom tegen Telenet BVBA), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-in-mircom-tegen-telenet

HvJ EU Conclusie A-G 17 december 2020, IEF 19712, IT 3381, IEFbe 3173; ECLI:EU:C:2020:1063 (Mircom tegen Telenet BVBA) Verzoek om een prejudiciële beslissing van de ondernemingsrechtbank Antwerpen. Richtlijn 2001/29/EG, artikel 3, lid 1. Begrip ‚mededeling aan het publiek’. Downloaden van een bestand met een beschermd werk via een peer-to-peernetwerk en gelijktijdige terbeschikkingstelling van de onderdelen van dat bestand ter upload voor andere gebruikers.
Antwoorden van A-G Szpunar:

IEFBE 3171

Wil van partijen primeert interpretatieregels

Antwerpen - Anvers 13 jan 2021, IEFBE 3171; (X tegen Directlease ), http://www.ie-forum.be/artikelen/wil-van-partijen-primeert-interpretatieregels

Hof van beroep Antwerpen 13 januari 2021, IEF 19705, IEFbe 3171; 2020/AR/133 (X tegen Directlease) Appellanten zijn een autojournalist en de vennootschap waarin de journalist zijn activiteiten heeft ondergebracht. Geïntimeerde, Directlease NV is een leasemaatschappij. Appellanten stellen dat Directlease haar auteursrechten op 6.200 artikelen (en 809 foto’s) heeft geschonden door de reproductie en de mededeling aan het publiek van deze werken zonder toestemming van appellanten op de website van Directlease. In 2014 hadden appellanten ook een vordering ingesteld tegen Directlease wegens schending van auteursrechten. Partijen sloten toen een dading waarbij Directlease zich er onder meer toe verbond om “een vergoeding van 35.000 EUR te betalen voor het laatstgenoemde gebruik van diens werken in de periode van september 2010 t/m 2014”. 

IEFBE 3142

Overlegging aan rechter is geen ‘mededeling aan het publiek’

HvJ EU - CJUE 28 okt 2020, IEFBE 3142; ECLI:EU:C:2020:863 (BY tegen CX), http://www.ie-forum.be/artikelen/overlegging-aan-rechter-is-geen-mededeling-aan-het-publiek

HvJ EU 28 oktober 2020, IEF 19542, IT 3301, IEFbe 3142; ECLI:EU:C:2020:863 (BY tegen CX) Auteursrecht. Verzoeker en verweerder in het hoofdgeding zijn natuurlijke personen die elk een eigen website beheren. In het kader van een procedure voor de civiele rechter in Zweden heeft verweerder in het hoofdgeding een kopie van een tekstpagina met een foto overgelegd als bewijsstuk aan de rechter bij wie de zaak aanhangig was. Verzoeker in het hoofdgeding meent dat daarmee zijn auteursrechten zijn geschonden. De Zweedse rechter heeft het HvJ EU prejudiciële vragen gesteld. In wezen wenst de Zweedse rechter te vernemen of het begrip ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3 lid 1 Richtlijn 2001/29 zich mede uitstrekt tot het geval waarin een beschermd werk langs elektronische weg aan een rechter wordt overgelegd als bewijsstuk in een gerechtelijke procedure tussen particulieren. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. Het recht op een doeltreffende voorziening in rechte zou ernstig worden aangetast indien een rechthebbende zich tegen de overlegging van bewijsstukken aan een rechter kon verzetten op de enkele grond dat die bewijsstukken auteursrechtelijk beschermd materiaal bevatten.

Lees hier de noot van Frédéric Lejeune bij dit arrest.