Auteursrecht - Droit d'auteur

IEFBE 3239

Prejudiciële vragen over satellietboeket-aanbieder

HvJ EU - CJUE 15 jun 2021, IEFBE 3239; (AKM), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-satellietboeket-aanbieder

Oberster Gerichtshof in Oostenrijk 15 juni 2021, IEF 20046, IEFbe 3239, IT 3563; C-290/21 -1 (AKM) Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: Verzoekster is een Oostenrijkse maatschappij voor collectieve belangenbehartiging die de uitzendrechten in Oostenrijk in beheer heeft. Verweerster, gevestigd te Luxemburg, biedt tegen betaling gecodeerde programma’s van talrijke Oostenrijkse omroeporganisaties aan. Het aanbod is gebundeld in verschillende pakketten (satellietboeketten) en wordt doorgegeven via satelliet. De verwijzende rechter wenst te vernemen hoe een satellietboeket-aanbieder in rechte moet worden gekwalificeerd. De vraag is met name of op een dergelijke aanbieder in het geval van een grensoverschrijdende uitzending per satelliet met signaalversleuteling het uplink-staatbeginsel van toepassing is, dat wil zeggen of hij op dezelfde wijze moet worden behandeld als de omroeporganisatie.

IEFBE 3237

HvJ EU over de aansprakelijkheid van (video)deelplatformen

HvJ EU - CJUE 22 jun 2021, IEFBE 3237; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-over-de-aansprakelijkheid-van-video-deelplatformen

HvJ EU 22 juni 2021, IEF 20039, IT 3558; IEFbe 3237; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando)  Beantwoording van prejudiciële vragen. Het betreft hier twee gevoegde zaken. In 2008 zijn op YouTube een aantal werken van muziekproducent Frank Peterson zonder diens toestemming verschenen. In 2013 zijn een aantal werken van uitgeverij Elsevier op het platform van Cyando verschenen. De hoogste Duitse rechter heeft vervolgens een aantal prejudiciële vragen gesteld over de aansprakelijkheid van platformexploitanten met betrekking tot auteursrechtelijk beschermde werken. Allereerst komt de vraag aan de orde of er sprake is van een 'mededeling aan het publiek' in de zin van richtlijn 2001/29. Hierover zegt het Hof dat dit alleen het geval is wanneer het platform er toe bijdraagt dat het publiek toegang tot die content wordt gegeven, wetende dat het om beschermde werken gaat en deze content niet prompt verwijdert of de toegang ertoe niet prompt blokkeert. Om te worden uitgesloten van vrijstelling van aansprakelijkheid moet een platform volgens het Hof kennis hebben van de concrete, onwettige handelingen van gebruikers ten aanzien van de geüploade werken. Zie ook [IEF 18242]. 

IEFBE 3236

HvJ EU: MICM

HvJ EU - CJUE 17 jun 2021, IEFBE 3236; ECLI:EU:C:2021:492 (MICM), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-micm

HvJ EU 17 juni 2021, IEF 20033, IEFbe 3236, IT 3555; ECLI:EU:C:2021:492 (MICM) De onderneming Mircom International Content Management & Consulting (M.I.C.M.) Limited (hierna: „Mircom”) heeft bij de ondernemingsrechtbank Antwerpen (België) een verzoek om informatie ingediend tegen Telenet BVBA, een internetprovider. Met dit verzoek wordt beoogd een beslissing te verkrijgen waarbij Telenet wordt gelast om aan de hand van de IP-adressen die een gespecialiseerde onderneming voor Mircom heeft verzameld, de identificatiegegevens van Telenetklanten over te leggen. De internetverbindingen van Telenetklanten zijn gebruikt om via het BitTorrentprotocol films uit de catalogus van Mircom op een peer-to-peernetwerk te delen. Telenet verzet zich tegen het verzoek van Mircom.
De verwijzende rechter heeft het Hof gevraagd of het delen op dit netwerk van onderdelen van een mediabestand met een beschermd werk krachtens het Unierecht een mededeling aan het publiek vormt. Voorts of een houder van intellectuele-eigendomsrechten, zoals Mircom, die deze rechten niet exploiteert, maar schadevergoeding vordert van vermeende inbreukmakers, gebruik kan maken van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen waarin het Unierecht voorziet om de eerbiediging van die rechten te verzekeren, bijvoorbeeld door om informatie te verzoeken. Ten slotte heeft de verwijzende rechter het Hof verzocht duidelijkheid te verschaffen over de vraag of Mircom de IP-adressen van de klanten op rechtmatige wijze heeft verzameld en of het rechtmatig is om de door Mircom aan Telenet gevraagde gegevens te verstrekken. Zie ook het persbericht van het HvJ EU.

Antwoorden op de prejudiciële vragen:

IEFBE 3202

Meubels wel beschermd, maar geen auteursrechtelijke schending

Antwerpen - Anvers 24 mrt 2021, IEFBE 3202; (Het Heerenhuis tegen Strak), http://www.ie-forum.be/artikelen/meubels-wel-beschermd-maar-geen-auteursrechtelijke-schending

Hof van Beroep Antwerpen 24 maart 2021, IEF 19884, IEFbe 3202, 2018/AR/2178 (Het Heerenhuis tegen Strak) Het Heerenhuis is een meubelmakerij uit Antwerpen die o.a. een bepaald type fauteuil en bijzettafel produceert. Geïntimeerden hebben de auteursrechten op deze producten geschonden volgens Het Heerenhuis. Deze vordert dan ook van het hof dat geïntimeerden de onderstelde schending staken op straffe van verscheidene dwangsommen. Het Heerenhuis vordert daarbovenop een zeer hoge schadevergoeding van geïntimeerden op basis van gederfde winst en geleden verlies. Het hof verklaart voor recht dat de fauteuil en de bijzettafel auteursrechtelijke bescherming toekomen, maar wijst alle overige vorderingen af. 

IEFBE 3195

HvJ EU: UCMR – ADA tegen vereniging

HvJ EU - CJUE 21 jan 2021, IEFBE 3195; ECLI:EU:C:2021:50 (UCMR – ADA tegen vereniging), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-ucmr-ada-tegen-vereniging

HvJ EU 21 januari 2021, IEF 19825, IEFbe 3195; ECLI:EU:C:2021:50 (UCMR – ADA tegen vereniging) Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen UCMR – ADA, een organisatie voor auteursrechten van componisten en culturele vereniging „Suflet de Român” (Ziel van Roemenië), thans in liquidatie, over de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op een betaling van door de vereniging aan UCMR‑ADA verschuldigde royalty’s uit hoofde van de mededeling aan het publiek van muziekwerken in het kader van een door de vereniging georganiseerd optreden.
Het verzoek betreft de uitlegging van artikel 24, lid 1, artikel 25, onder a), en artikel 28 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1), zoals gewijzigd bij richtlijn 2010/88/EU van de Raad van 7 december 2010 (PB 2010, L 326, blz. 1).

Beantwoording van de prejudiciële vragen: 

IEFBE 3179

Geen auteursrecht 'Feather Cuff' armband

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 21 jan 2021, IEFBE 3179; (SaS Ohara tegen Tawo), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrecht-feather-cuff-armband

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 21 januari 2021, IEFbe 3179; A/20/00973 (Ohara tegen Towa) [Vervolg op IEFbe 3110]. Philippe Audibert ontwerpt mode-accessoires waaronder juwelen, die wereldwijd verkocht worden door zijn onderneming Ohara. Tawo verkoopt eveneens juwelen. Ohara stelt dat Tawo producten op de markt brengt die identiek zijn aan hun “Feather Cuff” armbanden. In de dagvaarding is de vordering gesteund op de Gemeenschapsmodelrechten en auteursrechten die zij zouden hebben op het zogenaamde 'AHE model'. Ohara stelt zich daarbij op het standpunt dat het oorspronkelijk karakter van de armband wordt gevormd doordat de auteur bewust zou hebben gekozen voor strakke en ongebogen vederharen die vanuit de spoel van de veer schuin naar de zijkanten lopen. Geoordeeld wordt dat van oorspronkelijkheid van de armband niet gesproken kan worden. Het volstaat niet om banale elementen te combineren om een oorspronkelijk werk te creëren. Towa heeft daarnaast op voldoende wijze aannemelijk kunnen maken dat de armbanden behoren tot een stijl, de zogenaamde 'Navajo-cultuur'. Gelet op de afwezigheid van het bestaan van auteursrechten wordt de vordering van Ohara dan ook afgewezen. 

IEFBE 3174

Schending auteursrechtelijk stelplicht leidt tot nietige dagvaarding

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 30 jul 2020, IEFBE 3174; (Soclothes tegen Studio 10), http://www.ie-forum.be/artikelen/schending-auteursrechtelijk-stelplicht-leidt-tot-nietige-dagvaarding

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 30 juli 2020, EFbe 3164; A/19/00480 (Soclothes tegen Studio 10) Soclothes bracht gebreide “tricot” kledij op de markt onder het merk “Valentine Witmeur”. Studio 10 verkoopt loshangende gebreide truien onder het merk “Lee and Me” met als stijlkenmerken contrasterende kleurblokken en strepen op de mouwen. Soclothes beweerde dat Studio 10 de truien van Valentine Witmeur reproduceerde of minstens adapteerde, daarmee haar auteursrechten schond en zich schuldig maakte aan oneerlijke marktpraktijken. Soclothes had evenwel in haar dagvaarding nagelaten in concreto de truien te identificeren waarvoor zij auteursrechtelijke bescherming opeiste en welke truien precies een inbreuk zouden maken op de beweerde auteursrechtelijk beschermde truien. De vage en algemene bewoordingen van de dagvaarding en het gebrek aan precisie bij het formuleren van de vorderingen vormde, aldus de rechter, een schending van de rechten van verdediging van Studio 10. De dagvaarding werd zodoende nietig verklaard ingevolge art. 702,3° Ger.W.

IEFBE 3175

Geen auteursrecht voor ingebouwde stopcontacten

Gent(afd. Gent) - Gand(div. Gand) 9 sep 2020, IEFBE 3175; (Creative 4 tegen Van Den Weghe), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrecht-voor-ingebouwde-stopcontacten

Ondernemingsrechtbank Gent 9 september 2020, IEFbe 3175; A/19/02879 (Creative 4 tegen Van Den Weghe) Creative 4 (“C4”) claimt auteursrechten op geïntegreerde en verzonken stopcontacten gecommercialiseerd onder de naam “TRIMLESS”. Zij beweert dat de “Lapris” stopcontacten van VAN DEN WEGHE een inbreuk uitmaken. C4 slaagt er volgens de rechtbank niet in aan te geven welke waarneembare vormkenmerken van de TRIMLESS stopcontacten precies auteursrechtelijke bescherming toekomen. Volgens de rechtbank betreffen de TRIMLESS stopcontacten louter een werkwijze om een bepaald technisch effect te bereiken. C4 heeft als dusdanig geen authentieke vormgevingskeuzes kunnen maken. Bij toepassing van de zogenaamde “techniekrestrictie” kwalificeren de TRIMLESS stopcontacten bijgevolg niet als een auteursrechtelijk beschermd werk. Daar C4 er eveneens niet in slaagt om begeleidende omstandigheden voor te leggen die aantonen dat C4 werkelijk schade leidt door de aanwezigheid op de markt van de Lapris, faalt ook haar vordering wegens schending van de eerlijke marktpraktijken.