Naburige rechten - Droits voisins

IEFBE 2768

Prejudicieel gestelde vraag over uitzonderingsregeling die exploitatie tussen kunstenaars(collectieven) en instituut regelt

HvJ EU - CJUE 11 jul 2018, IEFBE 2768; (INA), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-over-uitzonderingsregeling-die-exploitatie-tussen-kunstenaars-collectiev

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 11 juli 2018, IEF 18044; IEFbe 2768; C-484/18 (INA) Naburige rechten. Via Minbuza. Het INA is verantwoordelijk voor het bewaren en tot zijn recht laten komen van het nationale audiovisuele erfgoed. Het bewaart de audiovisuele archieven van de nationale radio- en televisiezenders en draagt bij aan de exploitatie ervan. PG en GF verwijten het INA dat het, zonder hun toestemming, op zijn website videogrammen en een fonogram te koop heeft aangeboden met uitvoeringen door de jazzdrummer waarvan zij de rechthebbenden zijn. Het INA beroept zich op een bijzondere wettelijke regeling op basis waarvan het de archieven kan exploiteren door de uitvoerend kunstenaars een forfaitaire vergoeding te betalen zoals vastgesteld in collectieve overeenkomsten met hun representatieve vakbonden. De rechthebbenden stellen dat die wettelijke regeling strijdig is met de richtlijn. 

IEFBE 2554

HvJ EU: Voor vaststelling 'nadeel bij mededinging' bij stroomafwaartse markt door collectieve beheersvennootsschap is geen bewijs van daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering vereist

HvJ EU - CJUE 19 apr 2018, IEFBE 2554; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-voor-vaststelling-nadeel-bij-mededinging-bij-stroomafwaartse-markt-door-collectieve-beheersve

HvJ EU 19 april 2018, IEF 17641; IEFbe 2554; C-525/16; ECLI:EU:C:2018:270 (MEO tegen Autoridade da Concorrência) Begrip  ,nadeel bij de mededinging’. Discriminerende prijzen op de stroomafwaartse markt. Vennootschap voor het beheer van de naburige rechten van het auteursrecht. PT Comunicações SA, rechtsvoorganger van MEO, heeft bij de mededingingsautoriteit een klacht ingediend tegen GDA wegens eventueel misbruik van machtspositie. GDA zou buitensporig hoge prijzen hanteren voor het gebruik van de naburige rechten van de auteursrechten en dat GDA tevens ongelijke voorwaarden toepaste op MEO in vergelijking met een andere leverancier van betaaldiensten voor het uitzenden van televisiesignalen en de inhoud ervan. HvJ EU:

Het begrip „nadeel bij de mededinging” in de zin van artikel 102, tweede alinea, onder c), VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het, in het geval waarin een onderneming met een machtspositie discriminerende prijzen toepast op haar handelspartners op de stroomafwaartse markt, ziet op de situatie waarin deze gedraging een verstoring van de mededinging tussen deze handelspartners tot gevolg kan hebben. Voor de vaststelling van een dergelijk „nadeel bij de mededinging” is geen bewijs van een daadwerkelijke en kwantificeerbare verslechtering van de mededingingspositie vereist, maar die vaststelling moet worden gebaseerd op een analyse van alle relevante omstandigheden van het concrete geval die de slotsom rechtvaardigt dat die gedraging invloed heeft op de kosten, winsten, of enig ander relevant belang van een of meer van voornoemde partners, zodat deze gedraging die mededingingspositie kan aantasten.

IEFBE 2550

Sabam schuldig aan oneerlijke marktpraktijken door verhogen van tarieven voor festivals tot een aanzienlijk niveau

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 12 apr 2018, IEFBE 2550; (Muziekfestivals tegen Sabam), http://www.ie-forum.be/artikelen/sabam-schuldig-aan-oneerlijke-marktpraktijken-door-verhogen-van-tarieven-voor-festivals-tot-een-aanz

Voorz. NL Rechtbank van Koophandel Brussel 12 april 2018, IEFbe 2550 (Muziekfestivals tegen Sabam) Collectief beheer. Auteursrechten. Naburige rechten. Eisende partijen zijn allemaal actief in de sector van de organisatie van concerten en/of festivals. De stakingsrechter stelt vast dat Sabam zich schuldig maakt aan oneerlijke marktpraktijken en hierdoor een inbreuk maakt op de artikels VI.104 WER, IV.2 WER en 102 VwEU onder meer door (i) de tarieven voor festivals te verhogen tot een aanzienlijk niveau (tot 37%), (ii) te weigeren andere kosten dan reservatiekosten, BTW, gemeentebelastingen, openbaar vervoer kosten af te trekken van de berekeningsbasis van de vergoedingen, (iii) onvoldoende rekening te houden met het aantal werken uit het repertoire van Sabam dat wordt uitgevoerd en (iv) zeer hoge minimumtarieven toe te passen die niet in verhouding staan tot de werken die werden uitgevoerd. Stakingsrechter beveelt de onmiddellijke stopzetten onder verbeurte van een dwangsom van €5.000 per individuele inbreuk, met een maximum van €1.000.000.

IEFBE 2322

Vragen aan HvJEU: Vormt een regeling, waarbij gebruikers verboden wordt om persproducten aan het publiek ter beschikking te stellen, een technisch voorschrift?

HvJ EU - CJUE 8 mei 2017, IEFBE 2322; C-299/17 (VG Media), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvjeu-vormt-een-regeling-waarbij-gebruikers-verboden-wordt-om-persproducten-aan-het-publi

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 8 mei 2017, IEF 17053; IEFbe 2322; C-299/17 (VG Media tegen Google ) Auteursrecht. Via Minbuza: VG Media is een vennootschap die de in §87f van het Duitse wet op het auteursrecht (hierna: UrhG) genormeerde rechten van houders van naburige rechten op het digitale uitgeefaanbod uitoefent jegens gebruikers. Op 1 augustus2013 trad in Duitsland het in de UrhG geregelde zogenoemde naburige recht voor krantenuitgevers in werking. Het wetsontwerp heeft geen kennisgevingsprocedure doorlopen overeenkomstig richtlijn 98/34/EG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften.

Verzoeker sluit met de rechthebbenden de “uitoefeningsovereenkomst televisie, radio, uitgever”, op grond waarvan de rechthebbenden de rechten en aanspraken op door hen vervaardigde persproducten in de zin van de UrhG (online, niet print) die hun thans toekomen en gedurende de overeenkomst nog zullen toekomen, exclusief door haar laten uitoefenen. Naar keuze gaat het hier om het recht om delen van persproducten ter beschikking van het publiek te stellen door middel van commerciële zoekmachines en/of het recht om delen van persproducten ter beschikking van het publiek te stellen door middel van diensten die op overeenkomstige wijze content bewerken. Verweerder (Google Inc.) exploiteert onder de domeinnamen www.google.de en www.google.com de bekende zoekmachine voor het vinden van websites (Google Search). Verzoeker richt zich met haar vordering tegen het feit dat verweerder in het verleden tekstfragmenten (snippets) en foto’s uit het aanbod van verzoekers leden voor haar eigen diensten gebruikte zonder daarvoor een vergoeding te betalen. Om die reden vordert zij vaststelling van een verplichting tot schadevergoeding wegens het gebruik van tekstfragmenten, foto’s en bewegend beeld voor het tonen van zoekresultaten en nieuwsoverzichten sinds 1 augustus 2013. Daarnaast vraagt zij om informatie en vordert zij schadevergoeding.

IEFBE 2321

Vragen aan HvJ EU: Zijn gedragingen als het maken en plaatsen op Youtube van videobeelden van politieagenten te beschouwen als een verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden?

HvJ EU - CJUE 1 jun 2017, IEFBE 2321; (Datu valsts inspekcija), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-zijn-gedragingen-als-het-maken-en-plaatsen-op-youtube-van-videobeelden-van-politie

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 1 juni 2017, IEFbe 2321; IT 2341; C-345/17 (Datu valsts inspekcija) Via Minbuza: Verzoeker tot cassatie maakte een video-opname van het moment waarop hij een verklaring aflegde bij de Letse nationale politie en heeft deze vervolgens op wwww.youtube.com geplaatst. De dienst gegevensbescherming stelde zich in zijn besluit nr. 2-1/6417 van 30 augustus 2013 op het standpunt dat verzoeker inbreuk had gemaakt op artikel 8, lid 1 wet op de bescherming van persoonsgegevens, aangezien hij de politieagenten, als betrokkenen, in strijd met die bepaling niet had geïnformeerd over het doel van de verwerking van hun persoonsgegevens. Verzoeker wendde zich daarop tot de rechter met het verzoek het besluit van de dienst gegevensbescherming onrechtmatig te verklaren en hem een schadevergoeding toe te kennen. Tot staving van zijn vordering voerde hij aan dat hij met die video een praktijk van de politie onder de aandacht wilde brengen die volgens hem onrechtmatig was. De Administratīvā rajona tiesa (lagere bestuursrechter) verwierp dat beroep en ook de Administratīvā apgabaltiesa (regionale bestuursrechter) wees verzoekers vorderingen af. Verzoeker heeft cassatieberoep ingesteld.

IEFBE 2066

HvJ EU: Voor de BTW-richtlijn verrichten reproductierechthouders geen dienst ten behoeve van producenten en importeurs van blancodragers

HvJ EU - CJUE 18 jan 2017, IEFBE 2066; ECLI:EU:C:2017:22 (SAWP), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-voor-de-btw-richtlijn-verrichten-reproductierechthouders-geen-dienst-ten-behoeve-van-producen

HvJ EU 18 januari 2017, IEF 16535; IEFbe 2066; C‑37/16; ECLI:EU:C:2017:22 (SAWP) Auteurs, uitvoerend kunstenaars en andere rechthebbenden verrichten geen dienst in de zin van artikel 24, lid 1, en artikel 25, aanhef en onder a), van de btw-richtlijn ten behoeve van producenten en importeurs van bandrecorders en vergelijkbare inrichtingen en van blanco dragers bij wie collectieve beheersorganisaties voor rekening van de rechthebbenden, maar in eigen naam, bij de verkoop van deze inrichtingen en dragers een heffing innen.

 

IEFBE 1995

HvJ EU: Collectieve vertegenwoordiging voor out-of-print books moet auteursrechten respecteren zonder formaliteiten

HvJ EU - CJUE 16 nov 2016, IEFBE 1995; C-301/16 (Soulier en Doke), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-collectieve-vertegenwoordiging-voor-out-of-print-books-moet-auteursrechten-respecteren-zonder
books

HvJ EU 16 november 2016, IEF 16377; IEFbe 1995; IT 2172; C-301/15 (Soulier en Doke) Auteursrecht en naburige rechten. Exclusief reproductierecht. Wettelijke collectieve vertegenwoordiging voor out-of-print books. Uit het persbericht: The copyright directive precludes national legislation authorising the digital reproduction of out-of-print books in breach of the exclusive rights of authors. National legislation must guarantee the protection accorded to authors by the directive and ensure, in particular, that they are actually informed of the envisaged digital exploitation of their work, while being able to put an end to it without formalities.

 

 

IEFBE 1992

HvJ EU: er is geen verschil tussen uitlening van een papieren boek en de uitlening van e-book

HvJ EU - CJUE 10 nov 2016, IEFBE 1992; (VOB tegen Stichting Leenrecht), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-er-is-geen-verschil-tussen-uitlening-van-een-papieren-boek-en-de-uitlening-van-e-book
e-books

HvJ EU 10 november 2016, IEF 16359; IEFbe 1992; C-174/15; (VOB tegen Stichting Leenrecht) Auteursrecht. Naburige rechten. De rechtbank Den Haag heeft vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU over het uitlenen van e-books. Kort samengevat is de vraag of openbare bibliotheken e-books mogen uitlenen tegen betaling van de wettelijke leenrechtvergoeding. Er wordt ook (voorwaardelijk) een vraag gesteld over of de verkoop van een  e-book leidt tot uitputting van het distributierecht.
HvJ EU: De rechters van het Europese Hof beslisten op 10 november dat er geen verschil is tussen een uitlening van een papieren boek en de uitlening van  e-book. Het HvJ volgt hiermee de conclusie van de A-G.