IEFBE 4158
27 maart 2026
Uitspraak

Prejudiciële vragen gesteld over of een dynamisch IP-adres geldt als een persoonsgegeven

 
IEFBE 4163
27 maart 2026
Artikel

Seminar over de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026

 
IEFBE 4157
27 maart 2026
Uitspraak

Prejudiciële vragen gesteld over de mededeling aan het publiek

 
IEFBE 4158

Prejudiciële vragen gesteld over of een dynamisch IP-adres geldt als een persoonsgegeven

HvJ EU - CJUE 24 jan 2026, IEFBE 4158; C-654/25 (US en DR tegen KY), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-of-een-dynamisch-ip-adres-geldt-als-een-persoonsgegeven

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 6 oktober 2025, IT 5158; IEFbe 4158 (US en DR tegen KY) via MinBuza. Verzoeker exploiteert een website waarin hij Google Fonts heeft geïntegreerd. Hierdoor worden bij het bezoeken van de betreffende websites de lettertypen van Google Fonts via een Google-server gedownload en het betreffende IP-adres van de bezoeker naar Google in de VS verzonden. Een bezoeker van de site, die middels een webcrawler bewust de doorgiften uitlokte, vordert schadevergoeding wegens een vermeende inbreuk op zijn AVG-rechten. Verzoeker betaalde onder druk, maar vorderde terugbetaling. Verzoeker kreeg in hoger beroep gelijk omdat een dynamische IP-adres geen persoonsgegeven is, waardoor er geen schadevergoedingsrecht zou zijn ontstaan en de bezoeker daarmee rechtsmisbruik pleegde. De verwijzende rechter vraagt het Hof wanneer een dynamisch IP-adres volgens het Unierecht als persoonsgegeven geldt, of schadevergoeding mogelijk is wanneer de betrokkene de inbreuk bewust heeft uitgelokt, en in hoeverre een dergelijk geval tot rechtsmisbruik kan leiden. 

IEFBE 4163

Seminar over de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026

Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.

In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.

Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.

IEFBE 4157

Prejudiciële vragen gesteld over de mededeling aan het publiek

HvJ EU - CJUE 26 jan 2026, IEFBE 4157; C-667/25 (Natural Beauty Levin SRL tegen Asociaţia Centrul Român pentru Administrarea Drepturilor Artiştilor Interpreţi (CREDIDAM)), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-mededeling-aan-het-publiek

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 26 januari 2026, IEF 23404; IEFbe 4157; C-667/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband) via MinBuza. Deze zaak betreft een geschil tussen de eigenaar van de schoonheidssalon ‘Natural Beauty Levin SRL’ en de Roemeense vereniging voor het beheer van de rechten van uitvoerende kustenaars. De vereniging vordert schadevergoeding van verweerster voor het zonder toestemming mededelen aan het publiek van fonogrammen die voor commerciële doeleinden zijn uitgegeven. Ter discussie staat of het uitrusten van de salon met televisietoestellen waarop achtergrondmuziek wordt gespeeld kwalificeert als ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 8, lid 2 van richtlijn 2006/115.

IEFBE 4159

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen TEAM BEVERAGE en TEAM en laat weigering van schorsing in stand

Gerecht EU - Tribunal UE 25 mrt 2026, IEFBE 4159; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-team-beverage-en-team-en-laat-weigering-van-schorsing-in-stand

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23407; IEFbe 4159; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Team Beverage AG tegen de beslissing van de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO. Team Beverage vraagt het figuratieve Uniemerk TEAM BEVERAGE aan voor verschillende diensten in klasse 36, waaronder verzekerings-, financiële en bancaire diensten. Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG stelt oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk TEAM, dat eveneens voor verzekeringsdiensten is ingeschreven. Tijdens de procedure stelt Team Beverage ook nietigheids- en vervalvorderingen tegen het oudere merk in en verzoekt zij om schorsing van de oppositieprocedure. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep dat verzoek terecht afwijst. Op grond van artikel 71, lid 1, onder a en b, van Gedelegeerde Verordening 2018/625 beschikt de Kamer van Beroep over een ruime beoordelingsmarge en moet zij de belangen van partijen afwegen. Daarbij mag zij betrekken dat eerdere, grotendeels gelijksoortige procedures tegen het oudere merk al zijn afgewezen, dat de verzoekster geen overtuigende redenen voor schorsing aanvoert en dat de omstandigheden wijzen op een vooral vertragend gebruik van die procedures. procedures.

IEFBE 4151

Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld? 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.

Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog. 

IEFBE 4154

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

Gerecht EU - Tribunal UE 10 dec 2025, IEFBE 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-tegen-uniemodel-voor-verlichtingsarmatuur

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23396; IEFbe 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH). In zaak T-82/25 stond een beroep centraal tegen een beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO inzake een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel voor een verlichtingsarmatuur. LTV had de nietigheid ingeroepen op grond van artikel 25, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de artikelen 5 en 6, en stelde dat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had in het licht van een aantal oudere modellen. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af omdat LTV de openbaarmaking van die oudere modellen onvoldoende had aangetoond in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 6/2002. Ook wees zij de verzoeken af tot onderzoeksmaatregelen, waaronder het horen van getuigen, een deskundigenonderzoek en een mondelinge behandeling. In beroep bij het EUIPO diende LTV daarnaast nieuwe stukken in: bijlage AL werd meegenomen omdat die betrekking had op een al eerder ingeroepen ouder model, maar bijlagen AB tot en met AK bleven buiten beschouwing omdat zij oudere modellen bevatten die niet al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek waren aangevoerd.

IEFBE 4153

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek BLUE BRAND CHICKEN: eerdere vernietigingsuitspraak bindt Kamer van Beroep

Gerecht EU - Tribunal UE 13 okt 2025, IEFBE 4153; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-blue-brand-chicken-eerdere-vernietigingsuitspraak-bindt-kamer-van-beroep

Gerecht EU 13 oktober 2025, IEF 23394; IEFbe 4153; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys). In zaak T-44/25 stond een beroep centraal tegen de beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO om het nietigheidsverzoek tegen het driedimensionale Uniemerk BLUE BRAND CHICKEN af te wijzen. Het merk betrof de blauw-witte rechthoekige vorm van een doos voor waren en diensten in de klassen 29 en 40. Verzoeker had nietigheid gevorderd op grond van artikel 52, lid 1, onder b, van Verordening nr. 207/2009, stellende dat de merkaanvraag te kwader trouw was ingediend. De nietigheidsafdeling had dat verzoek aanvankelijk toegewezen, maar die uitkomst hield geen stand nadat het Gerecht in een eerdere procedure de toenmalige beslissing van de Kamer van Beroep had vernietigd. Nadat het Hof van Justitie de hogere voorziening tegen dat vernietigingsarrest niet had toegelaten, besliste de Vierde Kamer van Beroep opnieuw en wees zij het nietigheidsverzoek af, omdat zij, gebonden aan dat eerdere arrest, tot de slotsom kwam dat de aangevoerde bewijsmiddelen kwade trouw niet konden dragen.

IEFBE 4155

Invitation to HOYNG ROKH MONEGIER's Women in IP event, 16 April 2026, Amsterdam - Only a few places left!

Dear All,

We would like to invite you to Women in IP 2026: From idea to impact: Women redefining the narrative across the IP lifecycle, hosted by HOYNG ROKH MONEGIER in collaboration with AIPLA and FIPE.

This year’s edition features an inspiring panel discussion exploring female influences across the IP landscape. IP is more than protection: it starts with bold ideas, takes shape through inventions and design, is strengthened by legal strategy, defended through enforcement, unlocked through licensing, and amplified through branding and marketing. While these stages are deeply interconnected, they are rarely discussed as a whole.

For this event, we will welcome three exciting panelists who each represent one or more stages of the IP lifecycle. They will share their experiences, the changes and challenges they have seen over the years in their respective parts of the IP cycle and the key moments in which they have “redefined the narrative” in their work, their organisations, and the wider IP ecosystem.

IEFBE 4156

Uitspraak ingezonden door Joris Deene, Everest.

Geen auteursrechtelijke bescherming en geen bewezen inbreuk: fotojournalist tegen UGent over online CLIM‑werkpakketten

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 16 mrt 2026, IEFBE 4156; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT), https://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-en-geen-bewezen-inbreuk-fotojournalist-tegen-ugent-over-online-clim-werkpakketten

Hof van beroep Gent 16 maart 2026, IEF 23398, IT 5154, IEFbe 4156; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT). Deze zaak gaat over een geschil tussen fotojournalist Peter‑Vincent Schuld, hoofdredacteur van het online tijdschrift FactsFound.news, en de Universiteit Gent (UGent) omtrent het online gebruik van 18 foto’s in twee CLIM‑werkpakketten (“Mag ik spelen?” en “Verhuizen? Wat is dat?”) die door het Steunpunt Diversiteit en Leren (vakgroep Taalkunde UGent) zijn ontwikkeld en in 2016 integraal en kosteloos online werden geplaatst. Schuld had in 2006–2007 foto’s geleverd aan de Uitgeverij De Boeck voor papieren educatieve uitgaven en verwijst naar facturen en een dading, maar bezorgt die stukken in hoger beroep niet effectief aan het hof. Vanaf 2020 stelt hij UGent herhaaldelijk in gebreke wegens “auteursrechtfraude” en dagvaardt hij in 2024 UGent voor de rechtbank van eerste aanleg Gent, met een vordering tot bescherming van zijn auteursrecht en tot vergoeding van materiële schade van 84.350 euro en morele schade van 10.000 euro. UGent betwist zowel auteurschap als rechthebbenschap, voert onder meer nietigheid van de dagvaarding, verjaring, afstand van recht/rechtsverwerking, en een exceptie van borgstelling aan en stelt dat de auteursvermogensrechten op de CLIM‑pakketten, inclusief de foto’s, bij Uitgeverij De Boeck liggen, gelet op de colofon met “© 2007 Uitgeverij De Boeck nv – Alle rechten voorbehouden”. De rechtbank verwerpt de wering‑ en ontvankelijkheidsverweren, oordeelt dat de vordering ontvankelijk maar ongegrond is omdat Schuld niet aantoont dat hij nog de vermogensrechten bezit, en legt de gerechtskosten voor vier vijfde ten laste van Schuld en voor één vijfde ten laste van UGent. Schuld stelt hoger beroep in en vraagt vernietiging van het vonnis in zoverre zijn vordering ongegrond is verklaard en veroordeling van UGent tot 94.350 euro plus proceskosten, terwijl UGent incidenteel beroep instelt en de vordering alsnog als ontoelaatbaar of minstens ongegrond wil zien afgewezen, met volledige kostenveroordeling van Schuld. In hoger beroep identificeert het hof op basis van de CLIM‑pakketten nauwkeurig de 18 betwiste foto’s, maar werpt de door Schuld op 8 december 2025 via e‑deposit neergelegde conclusie en het nieuwe stuk ambtshalve uit de debatten omdat ze, in strijd met artikel 747 §4 Ger.W. en artikel 740 Ger.W., niet tijdig aan UGent zijn overgemaakt; het hof houdt enkel rekening met de beroepsakte en de daarin opgesomde stukken, die Schuld uiteindelijk evenmin neerlegt.

IEFBE 4152

Gerecht wijst beroep van Mordalski af omdat een reeds vervallen Uniemerk niet meer nietig kan worden verklaard

Gerecht EU - Tribunal UE 19 mrt 2026, IEFBE 4152; ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalski tegen EUIPO en Anita Food, SA), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-wijst-beroep-van-mordalski-af-omdat-een-reeds-vervallen-uniemerk-niet-meer-nietig-kan-worden-verklaard

Gerecht EU 19 maart 2026, IEF 23391; IEFbe 4152;  ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalsk tegen EUIPO en Anita Food, SA). In deze zaak verzocht Grzegorz Mordalski om nietigverklaring van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 5 februari 2025. Die beslissing betrof zijn verzoek tot nietigverklaring van een figuratief Uniemerk van Anita Food SA, dat was aangevraagd op 18 februari 2009, geregistreerd op 27 januari 2010 en, bij gebrek aan verlenging, waarvan de registratie was vervallen op 18 februari 2019. Mordalski had zelf in 2016 in Polen een nationaal merk aangevraagd, maar dat was in 2020 geweigerd wegens gevaar voor verwarring met onder meer dit oudere Uniemerk. Daarop diende hij op 1 november 2020 bij het EUIPO een verzoek tot nietigverklaring van dat Uniemerk in op grond van artikel 60, lid 1, onder a, van verordening 2017/1001, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, onder a en b, maar gelet op de datum van de Uniemerkaanvraag moest het Gerecht voor de materiële beoordeling uitgaan van de overeenkomstige bepalingen van verordening nr. 40/94, namelijk artikel 52, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1. De annuleringsafdeling had dat verzoek op 7 juni 2024 afgewezen omdat de registratie op het moment van het verzoek al was verstreken, en de kamer van beroep had dat oordeel bevestigd.