IEFBE 4170
1 april 2026
Artikel

Het nieuwe AI-Forum tijdschrift is verschenen (auteursrecht, aansprakelijkheid, cybersecurity & meer)

 
IEFBE 4169
1 april 2026
Uitspraak

Oud jaartal in luxemerk kan misleidend zijn wanneer het ten onrechte eeuwenoud vakmanschap en prestige suggereert

 
IEFBE 4168
31 maart 2026
Uitspraak

Technisch noodzakelijke serverkopieën bij platforms zijn reproducties, maar vergen binnen art. 17 DSM-richtlijn geen afzonderlijke toestemming

 
IEFBE 4170

Het nieuwe AI-Forum tijdschrift is verschenen (auteursrecht, aansprakelijkheid, cybersecurity & meer)

Wat is de stand van zaken op het gebied van AI en auteursrecht? Hoe zit dat met aansprakelijkheid en cybersecurity? Wat is de wisselwerking tussen de AVG en de AI-verordening in de praktijk? En last but not least: zijn we te afhankelijk geworden van Big Tech?

In het nieuwe AI-Forum tijdschrift (2026-1) brengen wij deze actuele thema’s samen.

Met dank aan de bijdragen van:

Daniel Gervais (Vanderbilt University);
Roeland de Bruin (Kienhuis Legal);
Julie Petersen (Artes Law);
Thijs Kelder en Wouter Seinen (Pinsent Masons) ;
Fulco Blokhuis (Boekx);
Menno Weij (The Data Lawyers).

Nog geen abonnee? Het volledige tijdschrift is vrij toegankelijk via ons proefabonnement.

IEFBE 4169

Oud jaartal in luxemerk kan misleidend zijn wanneer het ten onrechte eeuwenoud vakmanschap en prestige suggereert

HvJ EU - CJUE 26 mrt 2026, IEFBE 4169; ECLI:EU:C:2026:250 (Fauré Le Page Maroquinier SAS en Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS), https://www.ie-forum.be/artikelen/oud-jaartal-in-luxemerk-kan-misleidend-zijn-wanneer-het-ten-onrechte-eeuwenoud-vakmanschap-en-prestige-suggereert

HvJ EU 26 maart 2026, IEF 23425; IEFbe 4169; ECLI:EU:C:2026:250 (Fauré Le Page Maroquinier SAS en Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS). Het Hof verduidelijkt de reikwijdte van art. 3, lid 1, onder g, Richtlijn 2008/95, dat ziet op merken die het publiek kunnen misleiden. Het hoofdgeding betreft twee Franse merken met de aanduiding “Fauré Le Page Paris 1717”, ingeschreven in 2011 voor onder meer lederwaren, reistassen, koffers en handtassen. De achtergrond is dat de historische onderneming Maison Fauré Le Page, sinds 1716 actief in Parijs op het gebied van wapens, munitie en lederen accessoires, in 1992 wordt ontbonden, terwijl Fauré Le Page Paris pas in 2009 wordt opgericht en kort daarna het oudere Franse merk “Fauré Le Page” overneemt. Goyard ST-Honoré, actief in de luxe lederwaren- en reisartikelensector, vordert nietigverklaring van de merken wegens hun vermeend misleidende karakter. De cour d’appel de Paris oordeelt na terugverwijzing dat de bestanddelen “Parijs 1717” bij het relevante publiek de indruk kunnen wekken dat sprake is van een sinds 1717 voortgezette onderneming en van overgedragen eeuwenoud vakmanschap, terwijl daarvan feitelijk geen sprake is. Volgens die rechter is dat van belang omdat consumenten van luxe lederwaren bijzonder veel gewicht hechten aan geschiedenis, traditie en erfgoed, en daaruit kwaliteit en prestige van de waar afleiden. In cassatie voeren de vennootschappen Fauré Le Page aan dat een merk alleen misleidend kan zijn wanneer het onjuiste informatie geeft over de kenmerken van de waren of diensten zelf, en niet wanneer het slechts betrekking heeft op kenmerken van de merkhouder. De verwijzende rechter vraagt daarom of een merk dat een getal bevat dat door het relevante publiek wordt opgevat als een verwijzing naar het oprichtingsjaar van de onderneming, en dat daardoor de suggestie wekt van eeuwenoud vakmanschap dat de waar een kwaliteitsgarantie en een prestigieus imago verleent, onder art. 3, lid 1, onder g, kan vallen.

IEFBE 4168

Technisch noodzakelijke serverkopieën bij platforms zijn reproducties, maar vergen binnen art. 17 DSM-richtlijn geen afzonderlijke toestemming

HvJ EU - CJUE 26 mrt 2026, IEFBE 4168; ECLI:EU:C:2026:270 (ustro-Mechana en AKM tegen Aufsichtsbehörde für Verwertungsgesellschaften), https://www.ie-forum.be/artikelen/technisch-noodzakelijke-serverkopieen-bij-platforms-zijn-reproducties-maar-vergen-binnen-art-17-dsm-richtlijn-geen-afzonderlijke-toestemming

Conclusie A-G 26 maart 2026, IEF 23424; IEFbe 4168; ECLI:EU:C:2026:270 (Austro-Mechana en AKM tegen Aufsichtsbehörde für Verwertungsgesellschaften). De conclusie van A-G Emiliou in zaak C-579/24 betreft de verhouding tussen art. 2 en 3 Infosoc-richtlijn en art. 17 DSM-richtlijn in de context van online content-sharing service providers zoals YouTube, SoundCloud en Pinterest. Aanleiding is een Oostenrijks geschil tussen de collectieve beheersorganisaties Austro-Mechana en AKM en de Oostenrijkse toezichthouder voor beheersorganisaties. Austro-Mechana beheert onder meer reproductierechten, terwijl AKM onder meer rechten van mededeling en beschikbaarstelling aan het publiek beheert. De prejudiciële vragen draaien om de vraag of de digitale kopieën van beschermde content die automatisch op de servers van zulke platforms worden gemaakt wanneer gebruikers content uploaden, reproducties zijn in de zin van art. 2 Infosoc-richtlijn, en of daarvoor naast de onder art. 17 lid 1 DSM-richtlijn vereiste toestemming voor mededeling of beschikbaarstelling aan het publiek nog een aparte toestemming nodig is. De A-G beantwoordt eerst bevestigend dat zulke technisch noodzakelijke serverkopieën inderdaad onder het reproductierecht vallen. Art. 2 Infosoc-richtlijn is ruim geformuleerd en omvat directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproducties, met elk middel en in elke vorm; ook opslag op servers valt daaronder. Volgens de A-G kan evenmin een beroep worden gedaan op de uitzondering van art. 5 lid 1 Infosoc-richtlijn voor tijdelijke, incidentele en technisch noodzakelijke reproducties, omdat de betrokken serverkopieën niet louter vluchtig of tijdelijk zijn, maar potentieel langdurig op de servers blijven opgeslagen. Daarmee bevestigt hij dat het uploaden van content naar zulke platforms niet alleen een handeling van mededeling of beschikbaarstelling aan het publiek onder art. 3 Infosoc-richtlijn oplevert, maar daarnaast ook een zelfstandige handeling van reproductie onder art. 2 Infosoc-richtlijn.

IEFBE 4164

Merken,- modellen- en auteursrecht op 22 april 2026 met vroegboekkorting

Op woensdag 22 april 2026 organiseren we de voorjaarseditie van actualiteiten merken- modellen- en auteursrecht.  Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van productvormgeving, auteursrecht en merkenrecht, met Selmer Bergsma (De Brauw Blackstone Westbroek), Jesse Hofhuis (HOFHUIS) en Joris van Manen (HOYNG ROKH MONEGIER). In slechts drie uur tijd, tijdens de lunch, heeft u weer het complete overzicht.

IEFBE 4163

Seminar: de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026 met vroegboekkorting

Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.

In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.

Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.

IEFBE 4167

Gerecht bevestigt vervallenverklaring van Uniemerk OSSA SINCE 1940 wegens niet-normaal gebruik

Gerecht EU - Tribunal UE 25 mrt 2026, IEFBE 4167; ECLI:EU:T:2026:211 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-vervallenverklaring-van-uniemerk-ossa-since-1940-wegens-niet-normaal-gebruik

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23417; 4167; ECLI:EU:T:2026:211 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL). Het Gerecht verwerpt het beroep van de merkhouder en bevestigt daarmee dat het figuratieve Uniemerk OSSA SINCE 1940 terecht vervallen is verklaard op grond van artikel 58, lid 1, onder a, UMVo wegens niet-normaal gebruik. De relevante periode loopt van 15 juni 2017 tot en met 14 juni 2022, dus de vijf jaren vóór het vervalverzoek van 15 juni 2022. Het Gerecht wijst het betoog af dat Spaanse nationale uitspraken en de exclusieve licentie met Cool Bikes tot een andere berekening van die periode moeten leiden. Het Uniemerkenstelsel is autonoom, zodat nationale uitspraken EUIPO en het Gerecht niet binden. Ook als een omstandigheid mogelijk een rechtvaardiging voor niet-gebruik zou kunnen zijn, verandert dat de berekening van die vijfjaarsperiode niet.

IEFBE 4162

Prejudiciële vragen gesteld over inzagerecht van een mededingingsautoriteit

HvJ EU - CJUE 7 nov 2025, IEFBE 4162; C-711/25 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-inzagerecht-van-een-mededingingsautoriteit

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 7 november 2025, RB 3988; IT 5161; IEFbe 4162; C/2026/295 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)) via MinBuza. De Italiaanse mededingingsautoriteit AGCM doet onderzoek naar Ryanair vanwege vermoeden van gedrag dat misbruik van een machtspositie kan opleveren (onder artikel 102 VWEU). De Ierse autoriteit heeft bijstand verleend aan het mededingingsonderzoek, en zij hebben een ‘search warrant’ verkregen voor onderzoek op de kantoren van Ryanair. Ryanair is tegen die beslissing in beroep gegaan, en heeft in februari 2024 bij de AGCM verzocht om inzage in het dossier. Ter discussie staat of artikel 27, lid 2 van verordening 1/2003, dat stelt dat partijen ‘recht hebben tot inzage van het dossier van de Commissie’ ook geldt voor verzoeken die door nationale mededingingsautoriteiten worden ingediend bij andere nationale autoriteiten, krachtens art. 22, lid 1.

IEFBE 4166

Gerecht bevestigt vervallenverklaring Uniemerk OSSA wegens niet-normaal gebruik

Gerecht EU - Tribunal UE 25 mrt 2026, IEFBE 4166; ECLI:EU:T:2026:212 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-vervallenverklaring-uniemerk-ossa-wegens-niet-normaal-gebruik

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23416; IEFbe 4166; ECLI:EU:T:2026:212 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL). Het Gerecht verwerpt het beroep van de merkhouder en bevestigt daarmee dat het figuratieve Uniemerk OSSA terecht vervallen is verklaard op grond van artikel 58, lid 1, onder a, UMVo wegens niet-normaal gebruik. De relevante periode loopt van 15 juni 2017 tot en met 14 juni 2022, dus de vijf jaren vóór het vervalverzoek. Het argument dat Spaanse nationale uitspraken en een exclusieve licentieovereenkomst tot een andere berekening van die periode moeten leiden, wijst het Gerecht af. Het Uniemerkenstelsel is autonoom, zodat nationale rechterlijke uitspraken EUIPO en het Gerecht niet binden. Ook als er mogelijk een rechtvaardiging voor niet-gebruik zou zijn, verandert dat de berekening van die vijfjaarsperiode niet.

IEFBE 4161

Prejudiciële vragen gesteld over verjaringsregels binnen het merkenrecht

HvJ EU - CJUE 3 nov 2025, IEFBE 4161; C-693/25 (MPM - QUALITY [v.o.s.] tegen ELTON hodinářská, a.s.), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-verjaringsregels-binnen-het-merkenrecht

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 3 november 2025, IEF 23140; IEFbe 4161; C/2026/631 (MPM - QUALITY [v.o.s.] tegen ELTON hodinářská, a.s.) via MinBuza. Deze zaak betreft een merkenrecht-geschil tussen twee Tsjechische bedrijven (horlogemakers) over het gebruik van het woord ‘PRIM’. Het bedrijf ‘MPM-quality’ is sinds 2001 eigenaar van een nationaal merk voor horloges en uurwerken, dat met een voorrangsrecht teruggaat tot 1984. ‘ELTON hodinářská’ heeft een Uniemerk dat in 2003 werd aangevraagd en in 2005 officieel werd ingeschreven. Toen Tsjechië in 2004 lid werd van de Europese Unie, kreeg het Uniemerk van ELTON automatisch ook rechtskracht in Tsjechië. MPM-Quality had vanaf dat moment vijf jaar de tijd om actie te ondernemen tegen het gebruik van het merk in Tsjechië, maar vanwege een tijdelijke doorhaling van het merk (en daaruit volgende rechtszaken), heeft MPM-Quality dit pas weer in februari 2021 kunnen aanvechten. De centrale vraag is of het verzoekschrift nog tijdig is ingediend.

IEFBE 4160

Prejudiciële vragen gesteld over het recht op inzage bij een leningsovereenkomst

HvJ EU - CJUE 22 okt 2025, IEFBE 4160; C/2026/289 (I. N. R. tegen “Viva Credit” AD), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-het-recht-op-inzage-bij-een-leningsovereenkomst

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 22 oktober 2025, IT 5159; IEFbe 4160; C-676/25 (I. N. R. tegen "Viva Credit” AD) via MinBuza. In september 2023 hebben ‘I.N.R.’ en verwerende partij ‘Viva Credit’ een leningsovereenkomst gesloten. In april 2025, na beëindiging van de overeenkomst, heeft I.N.R. op basis van artikel 15 AVG een verzoek ingediend bij verweerder en verzocht om alle informatie omtrent het gebruik van zijn persoonsgegevens met hem te delen. Viva Credit heeft een uittreksel van de leningsovereenkomst met daarin de verwerkte persoonsgegevens met hem gedeeld. Viva Credit weigert vervolgens het nieuwe verzoek van I.N.R. om een kopie van de volledige overeenkomsten met hem te delen (en niet alleen de uittreksels), waarna I.N.R. in beroep gaat. De Bulgaarse rechter vraagt het Hof naar de reikwijdte van artikel 15 AVG.