IEFBE 4195
21 april 2026
Uitspraak

Gymshark blokkeert inschrijving “Sharkys Gym” wegens verwarringsgevaar met GYMSHARK-merk

 
IEFBE 4089
21 april 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
IEFBE 4193
20 april 2026
Artikel

Algemene thema's zijn niet auteursrechtelijk beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof

 
IEFBE 4195

Uitspraak ingezonden door Marloes Smilde, Markedly

Gymshark blokkeert inschrijving “Sharkys Gym” wegens verwarringsgevaar met GYMSHARK-merk

Overig - Autres 26 jan 2026, IEFBE 4195; N° 2020307 ((Gymshark Unlimited tegen Sharkys Gym)), https://www.ie-forum.be/artikelen/gymshark-blokkeert-inschrijving-sharkys-gym-wegens-verwarringsgevaar-met-gymshark-merk

BOIP, 26 januari 2026, IEF23492, IEF-BE4195, N° 2020307, (Gymshark Limited tegen Sharkys Gym). In deze procedure staat Gymshark Limited tegenover Sharkys Gym. Laatstgenoemde had een Benelux-aanvraag ingediend voor een gecombineerd woord-/beeldmerk “SHARKYS GYM” voor sport- en fitnessdiensten in klasse 41. Gymshark stelde oppositie in op grond van drie oudere GYMSHARK-merken. Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom beoordeelt de oppositie om proceseconomische redenen uitsluitend aan de hand van het woordmerk GYMSHARK. Centraal staat de vraag of sprake is van verwarringsgevaar in de zin van artikel 2.2ter lid 1 sub b BVIE. Het Bureau past de vaste globale beoordeling toe, waarbij alle relevante factoren in onderlinge samenhang worden gewogen, waaronder de mate van overeenstemming tussen de tekens, de soortgelijkheid van de diensten, het onderscheidend vermogen van het oudere merk en het relevante publiek. Daarbij wordt uitgegaan van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument, in dit geval het algemene publiek met een gemiddeld aandachtsniveau. Ten aanzien van de diensten stelt het Bureau vast dat de door Sharkys Gym aangevraagde sport- en fitnessdiensten in klasse 41 identiek dan wel sterk overeenstemmend zijn met de diensten waarvoor het woordmerk GYMSHARK is ingeschreven. Het gaat in beide gevallen om (onder meer) sport-, fitness- en trainingsdiensten. Het Bureau benadrukt daarbij dat deze vergelijking uitsluitend plaatsvindt op basis van de omschrijvingen in het register, zodat feitelijk gebruik – zoals het onderscheid tussen sportkleding en sportschooldiensten – buiten beschouwing blijft. Bij de vergelijking van de tekens staat de totaalindruk centraal, met bijzondere aandacht voor de onderscheidende en dominerende bestanddelen. Het woordmerk GYMSHARK zal door het relevante publiek worden opgevat als een samenstelling van “gym” en “shark”, waarbij “gym” beschrijvend is voor sportgerelateerde diensten en “shark” het meest onderscheidende element vormt. In het betwiste teken “SHARKYS GYM” geldt een vergelijkbare analyse: ook hier is “gym” beschrijvend, terwijl “sharkys” het meest onderscheidende woordelement is. Hoewel het teken daarnaast grafische elementen bevat, waaronder een gestileerde haaienkop en aanvullende tekst (“the leg day paradise”), zal het publiek zich met name richten op de prominente woordelementen.

IEFBE 4089

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IEFBE 4193

Algemene thema's zijn niet auteursrechtelijk beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof


Het Gerechtshof Düsseldorf oordeelde dat een met AI gegenereerde afbeelding van een hond onder water geen inbreuk maakt op het auteursrecht op de foto waar de afbeelding op is gebaseerd. Volgens het hof is alleen het onbeschermde motief van de foto overgenomen, en niet de beschermde creatieve keuzes van de fotograaf. In het auteursrecht geldt: niet stijl, idee of motief worden beschermd, maar alleen de concrete creatieve uitwerking.

De uitspraak is ook voor Nederland relevant. Het hof baseert zijn beoordeling op het Unierechtelijke werkbegrip en verwijst naar recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In deze blog lichten we toe hoe het hof tot zijn oordeel komt, en welke belangrijke vraag het juist onbeantwoord laat.

IEFBE 4185

HvJ EU verduidelijkt regels voor verzamelen en bewaren van biometrische gegevens door politie

HvJ EU - CJUE 20 nov 2025, IEFBE 4185; ECLI:EU:C:2025:905 (JH tegen Policejní prezidium), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verduidelijkt-regels-voor-verzamelen-en-bewaren-van-biometrische-gegevens-door-politie

Hof van Justitie EU 20 november 2025, IT 5194; IEFbe 4185; ECLI:EU:C:2025:905 (JH tegen Policejní prezidium). Deze zaak draait om de vraag in hoeverre de politie biometrische en genetische gegevens, zoals foto’s, vingerafdrukken en DNA-profielen, mag verzamelen en bewaren van personen die worden verdacht of beschuldigd van een opzettelijk gepleegd strafbaar feit. Centraal staat richtlijn 2016/680, de politierichtlijn voor gegevensbescherming, die regels geeft voor de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten in het kader van strafrechtelijke handhaving. In de onderliggende zaak was tegen JH een strafprocedure gestart. In dat kader heeft de Tsjechische politie, ondanks zijn verzet, identificatiehandelingen verricht: er zijn vingerafdrukken afgenomen, een wanguitstrijkje gemaakt voor DNA-analyse, foto’s genomen en uiterlijke kenmerken vastgelegd. Deze gegevens zijn vervolgens opgeslagen in politiedatabanken. JH verzette zich daartegen en stelde dat dit een onrechtmatige inmenging vormde in zijn recht op privéleven. Een lagere rechter gaf hem gelijk en oordeelde dat de maatregelen niet voldeden aan het evenredigheidsvereiste, mede omdat het ging om een relatief licht strafbaar feit, zonder sterke aanwijzingen voor recidive. De hoogste bestuursrechter in Tsjechië legde daarop prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie. Die vragen gingen in essentie over drie punten: welke mate van differentiatie vereist is tussen categorieën betrokkenen bij het verzamelen van biometrische en genetische gegevens, of zulke gegevens zonder maximale bewaartermijn mogen worden opgeslagen, en wat precies moet worden verstaan onder “lidstatelijk recht” als grondslag voor zulke verwerkingen.

IEFBE 4192

Article written by Maurits Westerik, Coupry Lawyers & TU Delft.

The Logo Trap: OnlyOffice's AGPLv3 gambit and what it means for free and open-source compliance

If you are active in the field of IT law or software development, chances are you will be familiar with open source licensing, and specifically the General Public License (GPL) in its various iterations, GPLv1, GPLv2 and GPLv3, as well as closely-related licenses based on them, like the AGPL. It is one of the most ‘copyleft’ licenses in Free (as in Freedom, also clarified with th addition of ‘Libre’) Open Source Software, or F(L)OSS community. It is a wonderful legal document – yes, that is a thing: open source is a legal construct at heart, and brilliant one at that – and someone just tried to hack it...

IEFBE 4191

Het Gerecht oordeelt dat tussen CAMALEON EL NATURALISTA en El Naturalista geen verwarringsgevaar bestaat

Gerecht EU - Tribunal UE 15 apr 2026, IEFBE 4191; ECLI:EU:T:2026:256 (Laboratorios ACPG, SA tegen EUIPO en Laboratorio de Cosmética Armonía, SA), https://www.ie-forum.be/artikelen/het-gerecht-oordeelt-dat-tussen-camaleon-el-naturalista-en-el-naturalista-geen-verwarringsgevaar-bestaat

Gerecht EU 15 april 2026, IEF 23476; IEFbe 4191; ECLI:EU:T:2026:256 (Laboratorios ACPG, SA tegen EUIPO en Laboratorio de Cosmética Armonía, SA). Het Gerecht heeft het beroep van Laboratorios ACPG verworpen en daarmee het besluit van de Vijfde Kamer van Beroep van het EUIPO van 26 november 2024 in stand gelaten, waarin was geoordeeld dat tussen het aangevraagde figuratieve Uniemerk CAMALEON EL NATURALISTA en het oudere figuratieve Uniemerk El Naturalista geen verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001. De aanvraag betrof klasse 3-waren, namelijk parfumerie, etherische oliën, cosmetica, haarlotions, tandpasta, make-upproducten en cosmetische crèmes. De oppositie was gebaseerd op het oudere Uniemerk El Naturalista, eveneens onder meer ingeschreven voor klasse 3-waren, en voor dat oudere merk was normaal gebruik voor de betrokken klasse 3-producten aangetoond. De Kamer van Beroep had geoordeeld dat het relevante publiek bestond uit professionals en het algemene publiek in de Unie, dat het aandachtsniveau van het algemene publiek normaal was en dat de betrokken producten identiek waren. Voor het Gerecht voerde Laboratorios ACPG aan dat de Kamer van Beroep de onderscheidende en dominante bestanddelen, de mate van overeenstemming tussen de tekens, het intrinsieke onderscheidend vermogen van het oudere merk en de mogelijkheid dat het aangevraagde merk als variant of submerk van het oudere merk zou worden opgevat, onjuist had beoordeeld. Het Gerecht verduidelijkte bovendien dat het niet bevoegd was om, zoals subsidiair verzocht, zelf de inschrijving van het aangevraagde merk te weigeren, zodat dat onderdeel van het petitum wegens onbevoegdheid moest worden afgewezen.

IEFBE 4190

Het Gerecht oordeelt dat tussen Ibumax-Lysin en ibum verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b UMVo

Gerecht EU - Tribunal UE 15 apr 2026, IEFBE 4190; ECLI:EU:T:2026:257 (Vitabalans Oy tegen EUIPO en Hasco TM sp. z o.o. sp.k.), https://www.ie-forum.be/artikelen/het-gerecht-oordeelt-dat-tussen-ibumax-lysin-en-ibum-verwarringsgevaar-bestaat-in-de-zin-van-artikel-8-lid-1-onder-b-umvo

Gerecht EU 15 april 2026, IEF 23475, IEFbe 4190; ECLI:EU:T:2026:257 (Vitabalans Oy tegen EUIPO en Hasco TM sp. z o.o. sp.k.). Het Gerecht heeft het beroep van Vitabalans verworpen en daarmee het besluit van de Eerste Kamer van Beroep van het EUIPO van 29 april 2025 in stand gelaten, waarin was geoordeeld dat tussen het aangevraagde Uniewoordmerk Ibumax-Lysin en het oudere Poolse woordmerk ibum verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001. Vitabalans had Ibumax-Lysin aangevraagd voor “ibuprofen for use as an oral analgesic” in klasse 5, terwijl Hasco TM oppositie had ingesteld op basis van onder meer het oudere Poolse merk ibum, dat onder meer is ingeschreven voor farmaceutische producten en analgesica in klasse 5. Het Gerecht bevestigde allereerst dat de bijlagen A.6 tot en met A.8, die pas voor het eerst voor het Gerecht waren overgelegd, niet-ontvankelijk waren, omdat de rechtmatigheidstoetsing beperkt blijft tot het feitelijke en juridische kader dat voor de Kamer van Beroep bestond. Verder onderschreef het Gerecht dat het relevante publiek zich in Polen bevindt en bestaat uit zowel het algemene publiek als gezondheidsprofessionals, die bij farmaceutische producten een hoog aandachtsniveau hebben. Ook de warenvergelijking hield stand: “ibuprofen for use as an oral analgesic” valt binnen de ruimere categorieën “pharmaceutical products” en meer specifiek “analgesics” van het oudere merk, zodat de betrokken waren identiek zijn.

IEFBE 4186

Actualiteiten merken-, modellen- en auteursrecht op woensdag 22 april

Op woensdag 22 april 2026 organiseren we de voorjaarseditie van actualiteiten merken- modellen- en auteursrecht.

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van productvormgeving, auteursrecht en merkenrecht, met Selmer Bergsma (De Brauw Blackstone Westbroek), Jesse Hofhuis (HOFHUIS) en Joris van Manen (HOYNG ROKH MONEGIER). In slechts drie uur tijd, tijdens de lunch, heeft u weer het complete overzicht.

IEFBE 4189

Het Gerecht oordeelt dat tussen Serosan en CLENOSAN geen verwarringsgevaar bestaat

Gerecht EU - Tribunal UE 15 apr 2026, IEFBE 4189; ECLI:EU:T:2026:258 (Ionfarma, SL tegen EUIPO en Vision Healthcare BV), https://www.ie-forum.be/artikelen/het-gerecht-oordeelt-dat-tussen-serosan-en-clenosan-geen-verwarringsgevaar-bestaat

Gerecht EU 15 april 2026, IEF 23474; IEFbe 4189; ECLI:EU:T:2026:258 (Ionfarma, SL tegen EUIPO en Vision Healthcare BV). Het Gerecht heeft het beroep van Ionfarma verworpen en daarmee het besluit van de Vijfde Kamer van Beroep van het EUIPO van 22 mei 2025 in stand gelaten, waarin was geoordeeld dat tussen het aangevraagde Uniewoordmerk Serosan en het oudere Spaanse woordmerk CLENOSAN geen verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001. Vision Healthcare had Serosan aangevraagd voor een reeks waren in klasse 5, waaronder voedingssupplementen, kruidenpreparaten, vitaminen, sedativa, tonica, probiotica, eiwit- en enzymsupplementen en plantaardige extracten voor farmaceutische doeleinden. Ionfarma stelde oppositie in op basis van het oudere Spaanse woordmerk CLENOSAN voor “soaps, cosmetics” in klasse 3; op verzoek van Vision Healthcare leverde Ionfarma tevens bewijs van normaal gebruik van het oudere merk. De oppositieafdeling wees de oppositie af, waarna ook de Kamer van Beroep het beroep verwierp. Het Gerecht stelde voorop dat het relevante territorium Spanje is en dat het relevante publiek bestaat uit afnemers van zowel de klasse 3-waren als de klasse 5-waren; voor de waren van het oudere merk geldt een gemiddeld aandachtsniveau en voor de gezondheidsgerelateerde waren van het aangevraagde merk een hoog aandachtsniveau, zodat het relevante aandachtsniveau varieert van gemiddeld tot hoog. Voor de vergelijking van de waren sloot het Gerecht zich aan bij de door de Kamer van Beroep uit proceseconomische redenen gekozen, voor Ionfarma meest gunstige aanname dat de betrokken waren identiek zijn, juist omdat de Kamer van Beroep de warenvergelijking niet inhoudelijk had uitgewerkt en het niet aan het Gerecht is om dat voor het eerst zelf te doen.

IEFBE 4188

Het Gerecht oordeelt dat tussen LEONHART en EL LEON voor het Spaanse publiek geen verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b UMVo

Gerecht EU - Tribunal UE 15 apr 2026, IEFBE 4188; ECLI:EU:T:2026:259 (Instanta sp. z o.o. tegen EUIPO en Heineken España, SA), https://www.ie-forum.be/artikelen/het-gerecht-oordeelt-dat-tussen-leonhart-en-el-leon-voor-het-spaanse-publiek-geen-verwarringsgevaar-bestaat-in-de-zin-van-artikel-8-lid-1-onder-b-umvo

Gerecht EU 15 april 2026, IEF 23473; IEFbe 4188; ECLI:EU:T:2026:259 (Instanta sp. z o.o. tegen EUIPO en Heineken España, SA). In zijn arrest in zaak T-461/25 heeft het Gerecht het besluit van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO van 12 mei 2025 vernietigd en gewijzigd, omdat tussen het aangevraagde Uniewoordmerk LEONHART en het oudere Spaanse figuratieve merk EL LEON geen verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001. Instanta had LEONHART aangevraagd voor waren in de klassen 30 en 32, waarna Heineken España oppositie instelde op basis van haar oudere Spaanse figuratieve merk EL LEON, dat onder meer was ingeschreven voor waren in klasse 32. De oppositieafdeling had de oppositie toegewezen en de Kamer van Beroep had het daartegen ingestelde beroep verworpen. Het Gerecht stelde voorop dat het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek als het professionele publiek in Spanje met een gemiddeld aandachtsniveau, en liet ook in stand dat de betrokken waren identiek dan wel gemiddeld soortgelijk zijn. Wel verklaarde het Gerecht het pas voor het eerst in beroep aangevoerde argument dat het element “hart” door het Spaanse publiek met het woord harto in verband zou kunnen worden gebracht, alsmede het daarbij overgelegde woordenboekuittreksel, niet-ontvankelijk, omdat dit betoog niet reeds voor de Kamer van Beroep was aangevoerd en dus buiten het feitelijke en juridische kader van het geding viel.