IEFBE 3546
23 september 2022
Uitspraak

HvJ EU Conclusie A-G: satellietboeket-aanbieder

 
IEFBE 3545
19 september 2022
Artikel

Benelux Merkencongres op 13 oktober

 
IEFBE 3544
16 september 2022
Uitspraak

Gerecht EU: Google en Alphabet tegen Europese Commissie

 
IEFBE 3492

Inbreuk op geplaatste boomroosters en -korven

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Brussel - Bruxelles 3 dec 2018, IEFBE 3492; (Velopa tegen FE+, DeckX, PIDPA, Gemeente Balen en Antea), https://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-op-geplaatste-boomroosters-en-korven

Hof van Beroep Brussel 3 december 2018, IEFbe 3492; rolnr. 2016/AR/49 (Velopa tegen FE+, DeckX, PIDPA, Gemeente Balen en Antea) Velopa produceert en verdeelt straatmeubilair, waaronder boomroosters met eventueel een boomkorf. Zij is tevens houder van een tweetal Gemeenschapsmodellen met betrekking tot deze boomrooster en -korf. Velopa stelt dat FE+ inbreuk maakt op haar intellectueel eigendomsrechten als gevolg van de door Deckx aangevraagde boomroosters en -korven te fabriceren. Het hof oordeelt ten eerste dat de uiterlijke kenmerken van de boomroosters en -korven niet louter zijn bepaald door de technische functie ervan. Hierdoor komt het hof vervolgens tot de conclusie, dat de geplaatste boomroosters en -korven geen andere algemene indruk wekken bij de geïnformeerde gebruiker. Dit heeft tot gevolg dat de geplaatste boomroosters en -korven inbreuk maken op de Gemeenschapsmodellen van Velopa. Ook kwalificeren deze boomroosters- en korven als werken in de zin van het auteursrecht, waardoor dit ook een auteursrechtelijke inbreuk betreft. 

IEFBE 3489

Gebruik van PNR-gegevens van passagiers van vluchten

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
HvJ EU - CJUE 21 jun 2022, IEFBE 3489; ECLI:EU:C:2022:491 (Ligue tegen Ministerraad), https://www.ie-forum.be/artikelen/gebruik-van-pnr-gegevens-van-passagiers-van-vluchten

HvJ EU 21 juni 2022, IT 3986, IEFbe 3489; ECLI:EU:C:2022:491 (Ligue tegen Ministerraad) De Ligue des droits humains (hierna: de Ligue) heeft bij het Grondwettelijk Hof in België beroep ingesteld tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens. De rechter dient een verzoek in om een prejudiciële beslissing. Door het Hof wordt onder meer geoordeeld dat artikel 2, lid 2 onder d en artikel 23 AVG zo moeten worden uitgelegd dat de AVG van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens die wordt voorgeschreven in nationale wetgeving die tegelijkertijd de API-richtlijn, richtlijn 2010/65 en de PNR-richtlijn in nationaal recht beoogt om te zetten. Daarnaast verzet artikel 6 van de PNR-richtlijn zich volgens het Hof tegen nationale wetgeving die toestaat dat overeenkomstig de richtlijn verzamelde PNR-gegevens verwerkt worden voor andere doeleinden dan die uitdrukkelijk in artikel 1 lid 2 van de richtlijn genoemd worden.

IEFBE 3486

Verhandelaar Chinese driewieler aansprakelijk voor modelinbreuk

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Brussel - Bruxelles 17 dec 2019, IEFBE 3486; (Fun tegen Smart Trike), https://www.ie-forum.be/artikelen/verhandelaar-chinese-driewieler-aansprakelijk-voor-modelinbreuk

Hof van beroep Brussel 17 december 2019, IEFbe 3486; rolnr. 2015/AR/1281 (Fun tegen Smart Trike) Smart Trike is houder van het gemeenschapsmodel van een driewieler die in verschillende stappen meegroeit met het kind. Dit gemeenschapsmodel is op 12 september 2007 aangevraagd en op 3 oktober van datzelfde jaar ingeschreven. Fun is een speelgoedhandelaar en bood in 2013 op de Belgische markt ook driewielers aan die volgens Smart Trike inbreuk maken op haar modelrecht. Het hof bevestigt het bestreden vonnis en oordeelt dat de geïmporteerde driewieler van Fun inbreuk pleegt op het ingeschreven gemeenschapsmodel van Smart Trike. Een referentie naar het ingeschreven Chinese model waar Fun zich op beroept, mocht ook niet baten, gezien de Chinese modelregistratie geen waarde heeft in de EU en vanwege het feit dat de registratie enkele maanden na de inschrijving van Smart Trike plaatsvond.

IEFBE 3487

HvJ EU: Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
HvJ EU - CJUE 16 jun 2022, IEFBE 3487; ECLI:EU:C:2022:484 (Toshiba tegen Europese Commissie ), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-gerecht-heeft-blijk-gegeven-van-een-onjuiste-rechtsopvatting

HvJ EU 16 juni 2022, IT 3985, IEFbe 3487; ECLI:EU:C:2022:484 (Toshiba tegen Europese Commissie) De Europese Commissie stelde vast dat Toshiba inbreuk had gemaakt op artikel 101 VWEU en artikel 53 EER-overeenkomst door haar deelname aan een mededingingsregeling inzake optische diskdrives (odd’s). Zij zou haar gedrag onderling hebben afgestemd met andere partijen. Hiervoor legde de Europese Commissie in haar besluit een boete op aan Toshiba. Toshiba heeft hiertegen vervolgens beroep ingesteld dat primair strekte tot nietigverklaring van het besluit en subsidiair tot verlaging van de opgelegde geldboete. Het Gerecht heeft het beroep in zijn geheel verworpen. Hierop is Toshiba naar het HvJ EU gegaan.

IEFBE 3485

Geen auteursrechtelijke en modelrechtelijke inbreuk meubelset

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Brussel - Bruxelles 29 mei 2018, IEFBE 3485; (Meubar tegen Oosterlynck), https://www.ie-forum.be/artikelen/geen-auteursrechtelijke-en-modelrechtelijke-inbreuk-meubelset

Hof van beroep Brussel 29 mei 2018, IEFbe 3485; rolnr. 2017/AR/425 (Meubar tegen Oosterlynck) Zie eerste aanleg [IEFbe 2295]. Meubar is een Belgische meubelfabrikant die een meubelset liet ontwerpen genaamd 'York'. Zij beweert dat Oosterlynck een vergelijkbare meubelset onder de naam 'Emily' op de markt brengt die inbreuk maakt op haar auteursrecht en op haar niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrecht. Ten aanzien van de niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrechten stelt de rechter dat drie jaar zijn verstreken na het openbaar maken van de meubelen, waardoor Meubar geen rechten meer kan uitputten ten aanzien hiervan. Wat betreft het auteursrecht van Meubar op de meubelset, acht de rechter deze vordering ook ongegrond. Het hof komt tot het oordeel dat de meubelset niet getuigt van een eigen intellectuele schepping van de auteur. Hierdoor kwamen de vrije en creatieve bekwaamheden van de auteur niet tot uiting. Tot slot acht het hof ook een beroep op strijdigheid met de eerlijke marktpraktijken ongegrond.

IEFBE 3484

Gedeeltelijke nietigverklaring besluit Commissie, maar geen verlaging boete

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
HvJ EU - CJUE 16 jun 2022, IEFBE 3484; ECLI:EU:C:2022:483 (Quanta tegen Europese Commissie ), https://www.ie-forum.be/artikelen/gedeeltelijke-nietigverklaring-besluit-commissie-maar-geen-verlaging-boete

HvJ EU 16 juni 2022, IT 3984, IEFbe 3484; ECLI:EU:C:2022:483 (Quanta tegen Europese Commissie) De Europese Commissie stelde vast dat de deelnemers aan de mededingingsregeling hun concurrentiegedrag onderling hadden afgestemd. De Europese Commissie heeft vanwege de inbreuk op artikel 101 VWEU en 53 EER-overeenkomst aan (onder meer) Quanta een boete opgelegd. Quanta stelde vervolgens beroep in dat primair strekte tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie en subsidiair tot verlaging van de aan haar opgelegde boete. Het Gerecht heeft dit beroep in zijn geheel verworpen. Hierop is Quanta naar het HvJ EU gestapt. Het Hof meent dat het Gerecht niet zomaar kon oordelen dat de Commissie de rechten van verdediging van Quanta niet had geschonden. De mededeling van punten van bezwaar van de Commissie bevatte namelijk niet de belangrijkste elementen die met betrekking tot de afzonderlijke inbreuken tegen Quanta werden aangevoerd. Aangezien het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, dient het bestreden arrest te worden vernietigd. Daarnaast moet het besluit van de Europese Commissie nietig worden verklaard voor zover daarin is bepaald dat Quanta artikel 101 VWEU en artikel 53 EER-overeenkomst heeft geschonden door deel te nemen aan meerdere afzonderlijke inbreuken. Het Hof is verder van oordeel dat de boete niet verlaagd dient te worden.

IEFBE 3483

HvJ EU verklaart besluit van Europese Commissie nietig

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
HvJ EU - CJUE 16 jun 2022, IEFBE 3483; ECLI:EU:C:2022:478 (Sony tegen Europese Commissie ), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verklaart-besluit-van-europese-commissie-nietig

HvJ EU 16 juni 2022, IT 3982, IEFbe 3483; ECLI:EU:C:2022:478 (Sony tegen Europese Commissie) Zie ook ECLI:EU:C:2022:480. De Europese Commissie heeft Sony te kennen gegeven dat zij inbreuk had gemaakt op artikel 101 VWEU en artikel 53 EER-overeenkomst door deel te nemen aan een mededingingsregeling inzake optische diskdrives (odd’s). De commissie legde Sony hiervoor een geldboete op. Bij verzoekschrift heeft Sony vervolgens een beroep ingesteld. Dit beroep werd door het Gerecht volledig verworpen. Vervolgens verzoekt Sony het Hof om het bestreden arrest te vernietigen en het bedrag van de aan hen opgelegde geldboete te verlagen. Door het Hof wordt geoordeeld dat het besluit van de Commissie nietig wordt verklaard voor zover daarin vastgesteld is dat Sony artikel 101 en artikel 53 EER-overeenkomst heeft geschonden door deel te nemen aan afzonderlijke inbreuken. De Commissie had immers slechts vastgesteld dat Sony niet alleen had deelgenomen aan één enkele voortdurende inbreuk maar ook aan meerdere afzonderlijke inbreuken. Het Hof oordeelt dan ook dat het Gerecht blijk had gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de Commissie had voldaan aan haar verplichting om het litigieuze besluit te motiveren. Wat betreft de geldboete heeft Sony niet aangetoond waarom de hoogte daarvan zodanig overdreven is dat geoordeeld zou moeten worden dat de geldboete onevenredig is. 

IEFBE 3482

Onvoldoende waarschijnlijkheid bescherming farmaceutisch octrooi

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Brussel - Bruxelles 20 feb 2018, IEFBE 3482; (Mylan tegen Icos), https://www.ie-forum.be/artikelen/onvoldoende-waarschijnlijkheid-bescherming-farmaceutisch-octrooi

Hof van beroep Brussel 20 februari 2018, IEF 20812, IEFbe 3482, LS&R 2086; rolnr. 2018/KR/3 (Mylan tegen Icos) Zie ook de latere uitspraak: [LS&R 1764] en de gelijktijdige uitspraak: [IEFbe 3480]. Icos is een biotechnologisch bedrijf dat is overgenomen door de farmaceutische onderneming Eli Lilly & Company. Eli Lilly brengt het geneesmiddel Cialis op de markt, met als actieve bestanddeel tadalafil. Tadalafil maakt onderdeel uit van het octrooi EP 668 waarvan de beschermingsduur in 2017 is verstreken, na afloop van het aanvullend beschermingscertificaat 009. Icos is nog wel houder van het tweede generatie octrooi betreffende de doseringssamenstelling van tadalafil, genaamd EP 181. Het Hof oordeelt dat de bescherming die wordt ingeroepen door Icos omtrent EP 181 niet voldoende waarschijnlijk is, waardoor de vordering van Icos onvoldoende schijn van recht heeft om de door haar gevorderde maatregelen te verantwoorden. De vordering van Icos wordt daarom in hoger beroep als ongegrond bestempeld.

IEFBE 3481

Uitspraak ingezonden door Alexis Fierens, DLA Piper.

Onvoldoende bewijs originaliteit, naast tergend en roekeloos beroep

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Gent - Gand 7 feb 2022, IEFBE 3481; (Eiser tegen Juntoo), https://www.ie-forum.be/artikelen/onvoldoende-bewijs-originaliteit-naast-tergend-en-roekeloos-beroep

Hof van beroep Gent 7 februari 2022, IEFbe 3481; rolnr. 2020/AR/1836 (Eiser tegen Juntoo)  Zie ook [IEFbe 3463] Eiser is kunstenaar en maakt al zijn kunstwerken in een bepaalde stijl en op een bepaalde wijze. Het oeuvre van de kunstenaar is opgenomen in een boek van Lannoo Publishers. De kunstenaar spreekt Juntoo als bedrijf achter de website Overstock aan op het verkopen van een illegale productie van zijn werk en beroept zich op het auteursrecht. Het beroep van de kunstenaar faalt, omdat hij tekortschiet in de bewijslast omtrent de originaliteit van een werk. Daarnaast oordeelt het hof dat vanwege het tergend en roekeloze hoger beroep van de kunstenaar, een schadevergoeding verschuldigd is aan Overstock. Het hof komt tot dit oordeel op grond van de omstandigheden dat na 47 minuten na ontvangst van het bestreden vonnis hoger beroep is aangetekend, dat de kunstenaar geen rekening hield met de afwijzing van een eerdere eis door de ondernemingsrechtbank Antwerpen en dat tot slot de kunstenaar ook in de appelprocedure onvoldoende zorg besteedde aan zijn inventaris en stukkenbundel.

IEFBE 3480

Bescherming door farmaceutisch octrooi onvoldoende waarschijnlijk

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Brussel - Bruxelles 20 feb 2018, IEFBE 3480; (Sandoz tegen Icos), https://www.ie-forum.be/artikelen/bescherming-door-farmaceutisch-octrooi-onvoldoende-waarschijnlijk

Hof van beroep Brussel 20 februari 2018, IEF 20813, IEFbe 3480, LS&R 2084; rolnr. 2018/KR/3 (Sandoz tegen Icos) Zie ook de latere uitspraak: [LS&R 1764]. Icos is een biotechnologisch bedrijf dat is overgenomen door de farmaceutische onderneming Eli Lilly & Company. Eli Lilly brengt het geneesmiddel Cialis op de markt, met als actieve bestanddeel tadalafil. Tadalafil maakt onderdeel uit van het octrooi EP 668 waarvan de beschermingsduur in 2017 is verstreken, na afloop van het aanvullend beschermingscertificaat 009. Icos is nog wel houder van het tweede generatie octrooi betreffende de doseringssamenstelling van tadalafil, genaamd EP 181. Het Hof oordeelt dat de bescherming die wordt ingeroepen door Icos omtrent EP 181 niet voldoende waarschijnlijk is, waardoor de vordering van Icos onvoldoende schijn van recht heeft om de door haar gevorderde maatregelen te verantwoorden. De vordering van Icos wordt daarom in hoger beroep als ongegrond bestempeld.