IEFBE 3613
31 januari 2023
Artikel

Ontschrijving, onttekening en ontkenning

 
IEFBE 3612
30 januari 2023
Artikel

Toespraak Ellen Gevers - Science Fiction werd Science Fact; tijd voor een virtuele merkenstrategie

 
IEFBE 3611
27 januari 2023
Artikel

Toespraak Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht Chat-GPT

 
IEFBE 3582

HvJ EU: Luxembourg Business Registers

HvJ EU - CJUE 22 nov 2022, IEFBE 3582; ECLI:EU:C:2022:912 (Luxembourg Business Registers), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-luxembourg-business-registers

HvJ EU 22 november 2022, IT 4160, IEFbe 3582; C-37/20, ECLI:EU:C:2022:912 (Luxembourg Business Registers)  Arrest van het Hof in de gevoegde zaken C-37/20 (Luxembourg Business Registers) en C-601/20 (Sovim). Het Hof stelt in het licht van het Handvest de ongeldigheid vast van de bepaling van de antiwitwasrichtlijn dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de informatie over de uiteindelijk begunstigden van binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten in alle gevallen voor het grote publiek toegankelijk is. Het Hof merkt onder meer op dat toegang van het grote publiek tot informatie over de uiteindelijk begunstigden een ernstige  inmenging vormt in de grondrechten op eerbiediging van het privéleven en bescherming van persoonsgegevens, die respectievelijk zijn neergelegd in de artikelen 7 en 8 van het Handvest. De bekendgemaakte informatie maakt het immers voor een potentieel onbeperkt aantal personen mogelijk informatie te verkrijgen over de materiële en financiële situatie van uiteindelijk begunstigden.

IEFBE 3581

Prejudiciële vragen over aansprakelijkheid hostdienst

HvJ EU - CJUE 23 aug 2022, IEFBE 3581; (IFPI Tsjechië), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-over-aansprakelijkheid-hostdienst

Vrchní soud v Praze (Tsjechië) 23 augustus 2022, IEF 21104, IEFbe 3581; C-470/22 (IFPI Tsjechië) Prejudiciële vragen. Via MinBuza. Cassatie, gesteld door de Vrchní soud v Praze (Hooggerechtshof van Tsjechië). IFPI Tsjechië vertegenwoordigt de rechten van de Tsjechische muziekindustrie. De diensten van verweersters stellen eindgebruikers in staat om bestanden te uploaden, te zoeken en te downloaden. Op hun sites kunnen de bestanden van nationale en internationale artiesten die door IFPI Tsjechië worden vertegenwoordigd, worden gedownload. In haar verzoekschrift vordert IFPI Tsjecië bescherming tegen de vermeende oneerlijke mededinging van verweersters, die niet alleen mogelijkheden voor de opslag van bestanden, maar ook een zoekmachinedienst op hun websites aanbieden, waarbij zij hun gebruikers door middel van financiële vergoedingen aanmoedigen om bestanden te uploaden die onwettige inhoud bevatten en een inbreuk vormen op het intellectuele-eigendomsrecht van artiesten. 

IEFBE 3580

Uitspraak ingezonden door Matthias Vandamme, Sirius Legal

Plaats van namaak moet erg ruim worden uitgelegd

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 8 nov 2022, IEFBE 3580; (N tegen C), https://www.ie-forum.be/artikelen/plaats-van-namaak-moet-erg-ruim-worden-uitgelegd

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 8 november 2022, IEFbe 3580 (N tegen C) Eiser is een Britse fotograaf, verweerder is gevestigd in West-Vlaanderen. Verweerder had een foto van de eisende partij bewerkt en gebruikt op diens website zonder de toestemming van de fotograaf. De website van verweerder is toegankelijk vanuit Antwerpen, dus de inbreuk kon daar ook worden vastgesteld. De vraag die centraal staat is of de Antwerpse rechtbank bevoegd is te oordelen over een dergelijke auteursrechtinbreuk. De arrondissementsrechtbank bevestigt met dit vonnis dat het begrip 'plaats van de namaak' erg ruim moet worden uitgelegd. Aangezien de website van verweerder toegankelijk is vanuit Antwerpen, zijn de Antwerpse rechtbanken dan ook bevoegd. Deze beslissing is interessant omdat dit type inbreuken zich vaak voordoet en hier voor de rechtbanken wel eens onduidelijkheid over bestaat. Met dit vonnis hakt de arrondissementsrechtbank de knoop definitief door. Voornamelijk aangezien de arrondissementsrechtbank dé specialist is inzake materiële en territoriale bevoegdheid.

IEFBE 3579

Uitspraak ingezonden door Jorn Torenbosch, Universiteit Utrecht en KLOS c.s.

HvJ EU: Harman International Industries

HvJ EU - CJUE 17 nov 2022, IEFBE 3579; ECLI:EU:C:2022:895 (Harman International Industries), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-harman-international-industries

HvJ EU 17 november 2022, IEF 21100, IEFbe 3579; C‑175/21, ECLI:EU:C:2022:895 (Harman International Industries) Zie [IEF 20826]. Harman produceert audiovisuele apparatuur, waaronder luidsprekers, hoofdtelefoons en audiosystemen. Zij heeft met een distributeur een overeenkomst gesloten voor de verkoop op het Poolse grondgebied van haar waren die zijn voorzien van de Uniemerken JBL en HARMAN, waarvan zij houder is. AB verkoopt op de Poolse markt waren van Harman die zij kocht van een andere leverancier dan de door Harman voor die markt erkende distributeur. Harman heeft bij de Sąd Okręgowy w Warszawie (rechter in eerste aanleg Warschau, Polen), de verwijzende rechter, een vordering ingesteld tot staking van de inbreuk op de rechten die zij aan haar merken ontleende. Volgens de verwijzende rechter bestaat het risico dat de rechterlijke bescherming van het vrije verkeer van goederen wordt beperkt als gevolg van de Poolse rechterlijke praktijk inzake de formulering van het dictum van beslissingen waarbij een inbreuk wordt vastgesteld. 

IEFBE 3578

HvJ EU: Bayer Intellectual Property

HvJ EU - CJUE 17 nov 2022, IEFBE 3578; ECLI:EU:C:2022:892 (Bayer Intellectual Property), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-bayer-intellectual-property

HvJ EU 17 november 2022, IEF 21099, LS&R 2131, IEFbe 3578; C‑204/20, ECLI:EU:C:2022:892 (Bayer Intellectual Property) Via MinBuza: Verzoekster is houdster van het Duitse merk ANDROCUR en maakt deel uit van de Bayer-groep. ANDROCUR is een geneesmiddel dat onder meer in Duitsland wordt verhandeld. Oorspronkelijk was het merk op 2 november 1956 ingeschreven op naam van Schering Aktiengesellschaft. Na verschillende wijzigingen van de naam van deze vennootschap werd het merk in 2012 overgedragen aan verzoekster. Verweerster is de grootste Duitse geneesmiddelenimporteur. Bij brief van 28 januari 2019 heeft zij verzoekster ervan in kennis gesteld dat zij het geneesmiddel ANDROCUR in verpakkingen met een inhoud van 50 tabletten zou invoeren uit Nederland en in Duitsland zou distribueren in verpakkingen met een inhoud van 50 of 100 tabletten.

IEFBE 3577

HvJ EU: Merck Sharp & Dohme e.a.

17 nov 2022, IEFBE 3577; ECLI:EU:C:2022:893 (Merck Sharp & Dohme e.a.), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-merck-sharp-dohme-e-a

HvJ EU 17 november 2022, IEF 21098, LS&R 2130, IEFbe 3577; C-224/20, ECLI:EU:C:2022:893 (Merck Sharp & Dohme e.a.) Via MinBuza: In deze verwijzingsbeschikking worden zeven zaken beschreven die hebben geleid tot de prejudiciële vragen. Deze zaken hebben betrekking op parallelimport/-distributie en herverpakking van geneesmiddelen. Verzoeksters zijn geneesmiddelenfabrikanten en merkhouders voor de geneesmiddelen die elk van hen vervaardigt en verkoopt. Verweersters voeren geneesmiddelen die door verzoeksters in andere landen van de EU in de handel zijn gebracht, parallel in Denemarken in. De verwerende parallelimporteurs herverpakken de geneesmiddelen in nieuwe buitenverpakkingen. Verzoekers stellen dat het merkenrecht een merkhouder het recht geeft om zich in omstandigheden als die van het hoofdgeding te verzetten tegen herverpakking in nieuwe buitenverpakkingen. De verwerende parallelimporteurs betogen dat de herverpakking noodzakelijk en dus rechtmatig is. De vraag rijst of de geneesmiddelenfabrikanten zich kunnen verzetten tegen die herverpakking.

IEFBE 3576

HvJ EU: Novartis tegen Abacus Medicine

HvJ EU - CJUE 17 nov 2022, IEFBE 3576; ECLI:EU:C:2022:891 (Novartis tegen Abacus Medicine), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-novartis-tegen-abacus-medicine

HvJ EU 17 november 2022; IEF 21097, LS&R 2129, IEFbe 3576; C-147/20,ECLI:EU:C:2022:891 (Novartis tegen Abacus Medicine) Via MinBuza. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen Novartis Pharma GmbH, die in Duitsland is gevestigd en in deze lidstaat houder is van de exclusieve rechten op de woordmerken Novartis en Votrient, en Abacus Medicine A/S, die is gevestigd in Denemarken, betreffende de verhandeling in Duitsland door laatstgenoemde vennootschap van geneesmiddelen van het merk Votrient die uit andere lidstaten parallel zijn ingevoerd.
Verweerster wil nieuwe verpakkingen gebruiken in plaats van de oorspronkelijke verpakkingen van verzoekster om aan de voorwaarden voor parallelimport te voldoen. Verweerster verwijst hierbij naar artikel 5.3 van verordening 2016/161 “De fabrikanten drukken de streepjescode op de verpakking af op een glad, gelijkmatig en laag reflecterend oppervlak”. Aangezien het etiket vanwege de siliconenlaag op de verpakking van Vorient makkelijk kan worden verwijderd, meent verweerster dat zij als parallelimporteur geen andere keuze heeft dan een eigen verpakking voor de distributie in Duitsland te gebruiken. Verzoekster verzoekt om verweerster te verbieden Votrient in nieuwe verpakkingen in de handel te brengen op grond van artikel 9(2) van verordening 2017/1001.

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEFBE 3575

Conclusie A-G: recht op informatie houder IE-recht

HvJ EU - CJUE 17 nov 2022, IEFBE 3575; ECLI:EU:C:2022:905 (TB tegen Castorama Polska en Knor), https://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-recht-op-informatie-houder-ie-recht

HvJ EU Conclusie A-G 17 november 2022, IEF 21092, IEFbe 3575; ECLI:EU:C:2022:905 (TB tegen Castorama Polska en Knor) TB is een natuurlijke persoon die via haar online winkels siervoorwerpen op de markt brengt. In het kader van haar commerciële activiteiten verkoopt zij machinaal door haar vervaardigde reproducties met een ongecompliceerde grafische vormgeving, bestaande uit een beperkt aantal kleuren, geometrische figuren en korte zinnen. Twee van deze reproducties worden zonder haar toestemming verkocht in de winkels van Castorama, die deze krijgt aangeleverd door Knor. TB vordert de Sąd Okręgowy w Warszawie (rechter in eerste aanleg Warschau) Castorama informatie te verstrekken over de distributiekanalen en de hoeveelheid ontvangen en bestelde goederen. Castorama betwist dat de reproducties van TB niet als werken kunnen worden aangemerkt. De verwijzende rechter stelt het Hof twee vragen. De eerste vraag is of art. 8 lid 1 van richtlijn 2004/48, aldus worden uitgelegd dat het betrekking heeft op een maatregel ter bescherming van intellectuele-eigendomsrechten die slechts kan worden genomen wanneer in de betreffende procedure of in een andere procedure wordt vastgesteld dat de rechthebbende houder van een intellectuele-eigendomsrecht is?

IEFBE 3574

"Wellmonde" maakt geen inbreuk op "Well and Well"

9 nov 2022, IEFBE 3574; ECLI:EU:T:2022:687 (Pharmadom tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/wellmonde-maakt-geen-inbreuk-op-well-and-well

Gerecht EU 9 november 2022, IEF 21089, IEFbe 3574; ECLI:EU:T:2022:687 (Pharmadom tegen EUIPO) Op 12 december 2016 heeft Wellstat Therapeutics Corp het EU-woordmerk Wellmonde geregistreerd. Op 10 april 2017 heeft Phardom hiertegen oppositie ingesteld omdat eerder het merk Well and Well is ingeschreven. De oppositie is door de kamer van beroep van het EUIPO afgewezen. Het Gerecht oordeelt dat er een geringe mate van visuele overeenstemming is tussen Wellmonde en Well, dat geldt ook voor de fonetische overeenstemming. De tekens stemmen tevens niet begripsmatig overeen. Tot slot oordeelt het Gerecht dat er ook geen sprake is van verwarringsgevaar, de oppositie is terecht afgewezen.

IEFBE 3573

Oppositie tegen beeldmerk wolf terecht afgewezen

Gerecht EU - Tribunal UE 9 nov 2022, IEFBE 3573; ECLI:EU:T:2022:697 (Société Elmar Wolf tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/oppositie-tegen-beeldmerk-wolf-terecht-afgewezen

Gerecht EU 9 november 2022, IEF 21087, IEFbe 3573; ECLI:EU:T:2022:697 (Société Elmar Wolf tegen EUIPO) Op 25 juli 2016 heeft Fuxtec GmbH, een Duitse verkoper van tuingereedschap, een Unie-beeldmerk geregistreerd. Het merk is een afbeelding van de kop van een wolf. Société Elmar Wolf heeft op 17 augustus 2017 tegen deze registratie oppositie ingesteld omdat haar merk ook de kop van een hond/wolf afbeeldt. De oppositie is door de kamer van beroep van het EUIPO afgewezen. Het Gerecht stelt dat de kamer van beroep terecht heeft geoordeeld dat de betrokken tekens visueel slechts in geringe mate overeenstemmen. Ook heeft de kamer van beroep terecht geoordeeld dat de tekens niet conceptueel overeenstemmen. Tot slot is er geen sprake van verwarringsgevaar. Het beroep van Société Elmar Wolf wordt verworpen.