Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 3231

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over noodzakelijkheidsvereiste

HvJ EU - CJUE 9 mrt 2021, IEFBE 3231; (SodaStream tegen MySoda Oy), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-over-noodzakelijkheidsvereiste

Hooggerechtshof Finland 9 maart 2021, IEF 20010, IEFbe 3231; C-197/21 (SodaStream tegen MySoda Oy)  Deze zaak betreft de vraag of iemand die CO2-flessen, die door een merkhouder of met zijn toestemming in de handel zijn gebracht navult en verkoopt, het recht heeft om de van het merk van de merkhouder voorziene etiketten van die flessen te verwijderen en te vervangen door eigen etiketten. In Finland worden door MySoda Oy gevulde CO2-flessen verhandeld. Na ontvangst, via de distributeur, van de door de consument leeg geretourneerde, van SodaStream afkomstige CO2-flessen, heeft MySoda Oy eerst het daarop aanwezige etiket van SodaStream verwijderd. Na de navulling van de flessen heeft zij daarop haar eigen etiket op die manier aangebracht dat de graveringen op de flessen, met inbegrip van het merk SodaStream of Soda-Club, zichtbaar bleven. Het staat vast dat SodaStream hier geen toestemming voor heeft gegeven. Het Hooggerechtshof in Finland stelt in deze zaak een viertal prejudiciële vragen aan het Hof omtrent de uitleg van het noodzakelijkheidsvereiste. Het Hof wordt gevraagd om een antwoord te geven op de vraag of het noodzakelijk is, dat etiketten vervangen worden voordat de flessen weer in de handel kunnen worden gebracht. 

IEFBE 3227

Prejudiciële vraag over de inhoud van een vonnis in bepaalde merkenrecht uitspraken

HvJ EU - CJUE 17 mrt 2021, IEFBE 3227; (Harman tegen AB SA), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-inhoud-van-een-vonnis-in-bepaalde-merkenrecht-uitspraken

Districtsrechtbank Warschau 17 maart 2021, IEF 19977, IEFbe 3227; C-175/21–1 (Harman tegen AB SA)  AB is een distributeur van elektronica en vervoert onder andere producten van Harman. Verweerster heeft de genoemde waren verworven van een andere verkoper dan de productdistributeur op de Poolse markt waarmee verzoekster een overeenkomst had gesloten. De gestelde prejudiciële vraag gaat over de inhoud en formulering van een rechterlijke uitspraak in bepaalde vorderingen van een merkhouder. De verwijzende rechter is zich onder andere bewust van het risico op beperking van het vrije verkeer van goederen, wanneer het in rechterlijke uitspraken bij algemene bewoordingen blijft. Dit zou volgens de verwijzende rechter ondervangen kunnen worden door in de uitspraak nauwkeurig serienummers op te nemen. 

IEFBE 3225

Prejudiciële vraag over de stel- en bewijsplicht in een vervallenverklaringsprocedure

HvJ EU - CJUE 4 mrt 2021, IEFBE 3225; (Maxxus tegen Globus), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-stel-en-bewijsplicht-in-een-vervallenverklaringsprocedure

Landgericht Saarbrücken 4 maart 2021, IEF 19976, IEFbe 3225; C-183/21 (Maxxus tegen Globus)  De Duitse rechter heeft in deze zaak een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld over de uitleg van Europese richtlijnen betreffende het merkenrecht. De vraag ziet op de uitlegging van de merkenrichtlijn(en) met betrekking tot nationale vervallenverklaringsprocedures wegens niet-gebruik van nationale merken. Globus is houder van een merknaam, waarvan Maxxus betwist dat het nog in gebruik is. Volgens de verwijzende rechter heeft Maxxus weinig eigen onderzoek gedaan om aan te tonen dat Globus de merknaam inderdaad niet meer gebruikt. Globus heeft zich uitgebreid verweerd. De verwijzende rechter vraagt zich af bij wie nu de stel- en bewijsplicht rust. 

IEFBE 3221

Merk 'Impossible Burger' niet nietig verklaard door EUIPO

EUIPO - BHIM - OHMI 5 mei 2021, IEFBE 3221; (Nestlé tegen Impossible Foods), http://www.ie-forum.be/artikelen/merk-impossible-burger-niet-nietig-verklaard-door-euipo

EUIPO 5 mei 2021, IEF 19962, IEFbe 3221; C 33 961 (Nestlé tegen Impossible Foods) Vervolg op [IEF 19227]. In juli 2018 heeft het Amerikaanse bedrijf Impossible Foods de 'Impossible Burger' op de markt gebracht. Dit is een plantaardige vervanger voor een hamburger. Later is Nestlé haar eigen vleesvervanger gaan uitbrengen, onder de naam 'Incredible Burger'. Impossible Foods vorderde van Nestlé dat zij deze vermeende merkinbreuk op haar Impossible Burger zou staken. De rechtbank stelde Impossible Foods hierbij in het gelijk. Als reactie hierop vordert Nestlé van het EUIPO dat het merk Impossible Burger nietig verklaard moet worden, omdat volgens haar er een publiek belang is bij het vrijhouden van deze termen voor gebruik. Het EUIPO is het hier echter niet mee eens en wijst de vordering van Nestlé af.

IEFBE 3217

Hoger beroep merkinbreuk afgewezen

Brussel - Bruxelles 6 mei 2021, IEFBE 3217; (Appellante tegen Louis Vuitton), http://www.ie-forum.be/artikelen/hoger-beroep-merkinbreuk-afgewezen

Hof van beroep Brussel 6 mei 2021, IEF 19947, IEFbe 3217, 2014/AR/217 (Appellante tegen Louis Vuitton) Appellante meent dat Louis Vuitton een inbreuk heeft gepleegd jegens haar eigen merk. In eerdere aanleg is geoordeeld dat dit niet het geval was gezien het onderscheidend vermogen en de reputatie van Louis Vuitton. Hier is appellante tegen in beroep gegaan, maar tevergeefs. Het hof van beroep heeft deze afgewezen in dit vonnis.

IEFBE 3208

Beroep tegen nietigverklaring Monopoly-merk verworpen

Gerecht EU - Tribunal UE 21 apr 2021, IEFBE 3208; ECLI:EU:T:2021:211 (Hasbro tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/beroep-tegen-nietigverklaring-monopoly-merk-verworpen

Gerecht EU 21 april 2021, IEF 19922, IEFbe 3208; ECLI:EU:T:2021:211 (Hasbro tegen EUIPO) Hasbro heeft meerdere keren het merk Monopoly laten registreren in de Europese Unie. Daarbij is steeds een iets andere warenlijst gebruikt. De oudere registraties zijn steeds vernieuwd. In 2019 heeft het EUIPO het litigieuze merk gedeeltelijk nietig verklaard omdat deze ontdekte dat Hasbro te kwader trouw was bij de indiening van de aanvraag tot inschrijving van het merk. Hasbro heeft het Gerecht verzocht deze beslissing te vernietigen. Deze wijst echter het beroep van Hasbro af wegens ongegrondheid.

IEFBE 3200

Uniemerk van online gokbedrijf nietig verklaard

Brussel - Bruxelles 30 mrt 2021, IEFBE 3200; (bet365 tegen Rocoluc en EAC), http://www.ie-forum.be/artikelen/uniemerk-van-online-gokbedrijf-nietig-verklaard
Kansspelen-Unsplash

Hof van beroep Brussel 30 maart 2021, IEF 19871, IEFbe 3200, 2019/AR/1312 (bet365 tegen Rocoluc en EAC) Bet365 is een groot internationaal gokbedrijf dat online kansspelen aanbiedt, onder andere in België. Rocoluc en EAC zijn Belgische bedrijven die eveneens actief zijn in de kansspelsector. Samen zijn zij online actief onder de naam 'bet333'. Bet365 is van mening dat hiermee inbreuk wordt gemaakt op haar Uniemerk. Het Hof van beroep gaat hier echter niet in mee, mede omdat bet365 niet over de juiste vergunning beschikt om in België kansspelen aan te bieden. Daarbovenop wijst zij de tegenvordering van Roculuc en EAC toe, waarmee zij het Uniemerk van bet365 nietig verklaard.

IEFBE 3181

Gebruik label Château Pétrus onrechtmatig

Henegouwen(afd. Bergen) - Hainaut(div.Mons) 6 jan 2021, IEFBE 3181; (Château Pétrus tegen X), http://www.ie-forum.be/artikelen/gebruik-label-ch-teau-p-trus-onrechtmatig

Tribunal de première instance (correctionnel) du Hainaut, division Charleroi 6 janvier 2021, 19C000951 (Petrus contre X) Contrefaçon par importation de plus de 3000 étiquettes de vin « Château Petrus ». Constitution de partie civile par le titulaire de la marque « Château Petrus », notamment du chef de contrefaçon de sa marque figurative renommée (forme et graphisme de l’étiquette de vin). 

Poursuites recevables : la collaboration, lors de la saisie de la marchandise contrefaite à l’aéroport de Gosselies (Charleroi), entre les autorités douanières et le titulaire de la marque n’est pas contraire au principe du procès équitable prévu à l’article 6.1. de la CEDH. 

Délit de contrefaçon établi : l’importation constitue un « usage » non autorisé de la marque au sens de la CBPI. L’usage relève de la « vie des affaires » dès lors qu’il s’inscrit dans un activité commerciale visant l’obtention un avantage économique. La marque figurative « Château Pétrus » contrefaite étant une marque renommée, l’usage de celle-ci peut être prohibé même pour des produits différents que les produits désignés, tels que par exemple les objets de décoration. Le prévenu entendait tirer indûment profit de la renommée et du pouvoir distinctif de la marque, l’acquisition des étiquettes ayant été faite dans le but de revendre des objets décoratifs revêtus de ces étiquettes, à haut prix. Le dommage moral subi par le titulaire de la marque est indemnisé à concurrence d’un montant forfaitaire de 10 € par étiquette contrefaisante.