Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 2915

Gedrag Converse strookt niet met verwachting redelijke procespartij

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 18 jul 2019, IEFBE 2915; (Converse tegen Carrefour), http://www.ie-forum.be/artikelen/gedrag-converse-strookt-niet-met-verwachting-redelijke-procespartij

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 16 juli 2019, IEF 18598, IEFbe 2915 (Converse tegen Carrefour) Merkenrecht. Converse is een Amerikaans schoenenfabrikant die schoenen produceert. Carrefour maakt deel uit van de Carrefour Groep. Converse voert diverse procedures over haar merken in Nederland en België. Twee toeleveranciers van Carrefour, Sporttrading en Leisure and Sports Gear NV kwamen vrijwillig tussen in de procedure. Converse stelt dat er sprake is van merkinbreuk op de litigieuze schoenen door Carrefour en vordert onder meer schorsing van de procedure. De vorderingen van Converse worden afgewezen.

IEFBE 2914

Denim & Co Primark mist onderscheidend vermogen

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 17 jul 2019, IEFBE 2914; (Primark tegen Fashion Linq), http://www.ie-forum.be/artikelen/denim-co-primark-mist-onderscheidend-vermogen

Rechtbank Den Haag 17 juli 2019, IEF 18597, IEFbe 2914 (Primark tegen Fashion Linq) Merkenrecht. Onderscheidend vermogen. Fashion Linq is een groothandelbedrijf die zich richt op onder meer ontwerpen van modeproducten. Afnemers bestellen kleding zoals ontworpen en gepresenteerd van eigen merken van Fashion Linq of bij wijze van private label producten. Het is houdster van de merken ‘de Denim & Co-merken’. Primark is een winkelconcern dat betaalbare modeproducten aanbiedt. Primark verkoopt kleding onder het teken ‘Denim Co’ en gebruikt dit teken op prijskaartjes en labels. Fashion Linq viel Primark aan op haar langdurig en op grote schaal gebruik van Denim Co op basis van BNL en EU merken. Het eerste verweer van Primark slaagt al, namelijk dat Denim & Co voldoende onderscheidend vermogen ontbeert.

IEFBE 2913

Inbreuk Hennessy-merken parallelimport champagne en cognac

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 3 jul 2019, IEFBE 2913; ECLI:NL:RBDHA:2019:6874 (Hennessy tegen Simizy), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-hennessy-merken-parallelimport-champagne-en-cognac

Rechtbank Den Haag 3 juli 2019, IEF 18589, IEFbe 2913; ECLI:NL:RBDHA:2019:6874 (Hennessy tegen Simizy) Inbreuk. Merkenrecht. Hennessy cs maken deel uit van het concern Luis Vuitton Moët Hennessy. Hennessy zijn houdsters van een aantal merken voor (onder meer) alcoholhoudende dranken. Simizy verhandelt alcoholhoudende dranken in de Europese Unie met als specialisme de handel in champagnegoederen. Deze zaak gaat over gestelde inbreuk op de Hennessy-merken door Simizy in Nederland/de Benelux, bij parallelimport van champagne en cognac onder de Hennessy-merken. Het zwaartepunt van het verwijt van Hennessy ligt uiteindelijk op het gesteld inbreukmakend gebruik van de Hennessy-merken, bestaande uit het aanbieden in Nederland van Hennessy-merkproducten, het ter verhandeling en aanbieding in Nederland in voorraad hebben van deze producten en gebruik van de Hennessy-merken in stukken voor zakelijk gebruik. De rechtbank veroordeelt Simizy inbreuk te staken. 

IEFBE 2888

EUIPO wijst vordering nietigverklaring rode zool af

EUIPO - BHIM - OHMI 22 mei 2019, IEFBE 2888; (Van Haren tegen Louboutin), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-wijst-vordering-nietigverklaring-rode-zool-af

EUIPO 22 mei 2019, IEF 18484, IEFbe 2888; (Van Haren tegen Louboutin) In navolging van de rechtbank Den Haag [IEF 18217] heeft het EUIPO de door Van Haren ingestelde vordering tot nietigverklaring van het Uniemerk voor de rode zool afgewezen. Het EUIPO oordeelt dat:
(i)  de nieuwe nietigheidsgrond bepaald in artikel 7(1)(e)(iii) van de Uniemerkenverordening niet van toepassing is op merken gedeponeerd vóór de inwerkingtreding van deze nieuwe nietigheidsgrond;
(ii) de rode zool hoe dan ook niet onder deze nieuwe nietigheidsgrond valt, nu de rode zool geen wezenlijke waarde aan de waar geeft.
Zie ook: IEF 17759; IEF 17487; IEF 17209; IEF 16890; IEF 15786; IEF 15746; IEF 14828; IEF 13716; IEF 12902 en IEF 12573.

IEFBE 2885

Niet enkel lovende aard ten grondslag aan betwist merk

HvJ EU - CJUE 15 mei 2019, IEFBE 2885; ECLI:EU:C:2019:406 (VM tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/niet-enkel-lovende-aard-ten-grondslag-aan-betwist-merk

HvJ EU 15 mei 2019, IEF 18472, IEFbe 2885; ECLI:EU:C:2019:406 (VM tegen EUIPO) In 2009 heeft VM Vermögens-Management bij EUIPO een Uniemerkaanvraag ingediend krachtens verordening nr. 207/2009 voor woordteken 'Vermögensmanufaktur'. Interveniënte in eerste aanleg, DAT Vermögensmanagement, diende bij EUIPO een vordering tot nietigverklaring van het betwiste merk in. VM voert zes middelen aan, waaronder schending van artikel 65, leden 2 en 3, van verordening nr. 207/2009, in samenhang met artikelen 17 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Schending van artikel 36, eerste zin, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Hogere voorziening wordt in geheel afgewezen. Het argument van VM dat het gerecht blijk gaf van onjuiste rechtsopvatting door te stellen dat het betwiste merk onderscheidend vermogen miste, alleen omdat de uitdrukking Vermögensmanufaktur een lovende verwijzing is, berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest.

IEFBE 2881

Registratie NEYMAR door derde partij die niet wist van de 'rising star in football', ongeldig

Gerecht EU - Tribunal UE 14 mei 2019, IEFBE 2881; ECLI:EU:T:2019:329 (Neymar), http://www.ie-forum.be/artikelen/registratie-neymar-door-derde-partij-die-niet-wist-van-de-rising-star-in-football-ongeldig

Gerecht EU 14 mei 2019, IEF 18456; IEFbe 2881; T-795/17; ECLI:EU:T:2019:329 (NEYMAR) Merkenrecht. Het Gerecht EU bevestigd dat de registratie van het woordmerk NEYMAR door een derde partij ongeldig is. De aanvrager geeft toe dat hij wist van het bestaan van Mr. Da Silva Santos Júnior, maar niet wist dat de Braziliaanse voetballer een 'rising star in football' was wiens talent internationaal bekend was. Hij claimt dat dit nog niet in Europa bekend was. Het EUIPO bewijst dat er veel over hem was gepubliceerd tussen 2009 en 2012 met name in Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

IEFBE 2863

HvJ EU: Inbreuk op testlabel-merk als derde ongerechtvaardigd voordeel trekt

HvJ EU - CJUE 11 apr 2019, IEFBE 2863; ECLI:EU:C:2019:317 (OKO-Test Verlag tegen Dr. Rudolf Liebe Nachf), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-inbreuk-op-testlabel-merk-als-derde-ongerechtvaardigd-voordeel-trekt

HvJ EU 11 april 2019, IEF 18390, IEFbe 2863; ECLI:EU:C:2019:317 (ÖKO-Test Verlag tegen Dr. Rudolf Liebe Nachf) Merkenrecht.

1) Artikel 9, lid 1, onder a) en b), [UniemerkenVo] en artikel 5, lid 1, onder a) en b) [Merkenrichtlijn] moeten aldus worden uitgelegd dat de houder van een individueel merk bestaande uit een testlabel zich op grond van die bepalingen niet ertegen kan verzetten dat een derde een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met dit merk aanbrengt op waren die noch dezelfde zijn als noch soortgelijk zijn aan de waren of diensten waarvoor dat merk is ingeschreven.

2) Artikel 9, lid 1, onder c), van verordening nr. 207/2009 en artikel 5, lid 2, van richtlijn 2008/95 moeten aldus worden uitgelegd dat de houder van een bekend individueel merk bestaande uit een testlabel zich op grond van die bepalingen ertegen kan verzetten dat een derde een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met dit merk aanbrengt op waren die noch dezelfde zijn als noch soortgelijk zijn aan die waarvoor dat merk is ingeschreven, indien is aangetoond dat deze derde daardoor ongerechtvaardigd voordeel trekt uit of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van dat merk en de derde in dit geval niet heeft aangetoond dat er een „geldige reden” in de zin van die bepalingen is voor het aanbrengen van dat teken.

 
IEFBE 2857

Conclusie AG: Reclame maken voor imitatieproducten in ander land, dan is die Uniemerkrechter in dat land bevoegd

HvJ EU - CJUE 28 mrt 2019, IEFBE 2857; ECLI:EU:C:2019:276 (AMS Neve), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-reclame-maken-voor-imitatieproducten-in-ander-land-dan-is-die-uniemerkrechter-in-dat-la

Conclusie AG HvJ EU 28 maart 2019, IEF 18346; IEFbe 2857; ECLI:EU:C:2019:276; C-172/18 (AMS Neve) Bevoegdheid. Merkenrecht. Grondgebied waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden. Op een website afgebeelde advertenties en verkoopaanbiedingen. Conclusie AG:

Artikel 97, lid 5, van [Uniemerkverordening] moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een onderneming, die gevestigd is en haar hoofdkantoor heeft in lidstaat A, aldaar stappen heeft ondernomen om te adverteren voor bepaalde waren en deze onder een teken dat identiek is aan een Uniemerk te koop aan te bieden op een website die is gericht op zowel handelaren als consumenten in lidstaat B, een rechtbank voor het Uniemerk van lidstaat B bevoegd is om uitspraak te doen over een vordering wegens inbreuk op het Uniemerk vanwege deze advertenties en verkoopaanbieding van deze producten op dit grondgebied.

Het is aan de verwijzende rechter om over dit punt een beslissing te nemen bij de toetsing van de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat uit hoofde van artikel 97, lid 5, van verordening nr. 207/2009.