Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 3038

Fyffes International aan kop in de bananenoorlog

EUIPO - BHIM - OHMI 21 jan 2020, IEFBE 3038; (Chiquita Brands tegen Fyffes International), http://www.ie-forum.be/artikelen/fyffes-international-aan-kop-in-de-bananenoorlog

Board of Appeal EUIPO 21 januari 2020, IEF 19013, IEFbe 3038; zaak R 962/2019-5 (Chiquita Brands tegen Fyffes International) Deze zaak gaat om de bananenoorlog tussen Chiquita Brands en Fyffes International (“de EUTM eigenaar”). De EUTM eigenaar wilde bovenstaand merk registreren voor ananassen, bananen, vers fruit en groenten. Chiquita maakte bezwaar tegen registratie van dit merk. Er wordt geoordeeld dat uit alle bewijsmiddelen - waaronder het bewijs dat buiten de relevante periode is weergegeven - blijkt dat het gebruik zoals afgebeeld door de EUTM eigenaar in relatie tot “bananas, plantains and pineapples” voldoende is om een marktaandeel op een specifieke markt  in stand te houden, dan wel te creëren. Het is niet relevant of dit het resultaat is van eigenlijke commerciële successen. Er wordt daarom geconcludeerd dat het bestreden oordeel tot stand blijft, welke ook de registratie voor het teken voor “plantains’’ omvat.

IEFBE 3031

HvJ EU: merkdepot zonder voornemen te gaan gebruiken in de bewuste klasse kan te kwader trouw zijn

HvJ EU - CJUE 29 jan 2020, IEFBE 3031; ECLI:EU:C:2020:45 (Sky tegen Skykick), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-merkdepot-zonder-voornemen-te-gaan-gebruiken-in-de-bewuste-klasse-kan-te-kwader-trouw-zijn

HvJ EU 29 januari 2020, IEF 18982, IT 3025, IEFbe 3031; ECLI:EU:C:2020:45 (Sky tegen SkyKick) Het Britse bedrijf Sky is merkhouder van Uniemerken met betrekking tot televisie-uitzendingen, telecom en meer. Deze merken zijn ook ingeschreven in het Verenigd Koninkrijk als nationale woordmerken. Sky heeft een vordering wegens inbreuk op de merken ingesteld tegen SkyKick, een Amerikaanse onderneming die zich voornamelijk bezighoudt met het aanbieden van cloud-services. SkyKick heeft aangevoerd dat de ingeroepen merken geheel of gedeeltelijk nietig zijn omdat onvoldoende duidelijk en nauwkeurig is aangegeven op welke waren en diensten deze betrekking hebben. Tevens zouden de merken te kwader trouw zijn aangevraagd, om een zeer ruime merkbescherming te verkrijgen.

IEFBE 3026

Oppositie tegen inschrijving depot Castart ongegrond

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 23 jan 2020, IEFBE 3026; (Les Castarts tegen GDS), http://www.ie-forum.be/artikelen/oppositie-tegen-inschrijving-depot-castart-ongegrond

Benelux Gerechtshof 23 januari 2020, IEF 18971, IEFbe 3026; C 2019/3 (Les Castarts tegen GDS) GDS stelde oppositie in tegen de inschrijving van woord/beeldmerk Castart. Zij voerde aan dat het teken overeenstemt met haar oudere merk KARSTADT en betrekking heeft op waren en diensten die identiek of soortgelijk zijn aan de waren en diensten waarvoor haar oudere merk is ingeschreven en dat daardoor bij het publiek gevaar voor verwaring bestaat (artikel 2.3, sub b, BVIE). Het Bureau wees de oppositie (nr. 2013822) toe en besliste dat het Benelux depot met nummer 1362238 niet werd ingeschreven. Deze oppositie is ten onrechte toegewezen. Les Castart is nu het gelijk gesteld. De algemene indruk die het teken en het (oudere) merk bij de gemiddelde consument achterlaten, is ondanks de beperkte overeenkomsten te verschillend. Er is geen sprake van verwarringsgevaar.

IEFBE 3024

NOVA HOLDING pleegt inbreuk op het merk van NOVAGRAAF

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 16 jan 2020, IEFBE 3024; (NOVA HOLDING tegen NOVAGRAAF), http://www.ie-forum.be/artikelen/nova-holding-pleegt-inbreuk-op-het-merk-van-novagraaf

Benelux-Gerechtshof 16 januari 2020, IEF 18960, IEFbe 3024; C 2018/9 (NOVA HOLDING tegen NOVAGRAAF) Tussen partijen is in geschil of het teken van NOVA HOLDING inbreuk maakt op het oudere merk van NOVAGRAAF. De uitspraak van Canon en Lloyd Schuhfabrik Meyer is in deze zaak bevestigd. Het gaat om de vraag of het teken en het merk zodanig overeenstemmen dat daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren en/of diensten directe of indirecte verwarring kan ontstaan – waaronder is te verstaan het gevaar dat het publiek kan menen dat de betrokken waren of diensten van dezelfde onderneming of, in voorkomend geval, van economisch verbonden ondernemingen, afkomstig zijn. Het verwarringsgevaar wordt beoordeeld aan de hand van een globale totaalindruk. Het verwarringsgevaar is des te groter naarmate de onderscheidingskracht van het oudere merk sterker is. Er wordt geoordeeld dat in deze zaak sprake is van een reëel verwarringsgevaar, waardoor de eerdere uitspraak wordt vernietigd en NOVA HOLDING dus met haar teken inbreuk maakt op het oudere merk van NOVAGRAAF.

IEFBE 3020

Sony wint langdurend conflict over Uniewoordmerk Vita

Gerecht EU - Tribunal UE 19 dec 2019, IEFBE 3020; T‑690/18 (Sony tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/sony-wint-langdurend-conflict-over-uniewoordmerk-vita

Gerecht EU 19 december 2019, IEF 18945, IEFbe 3020; ECLI:EU:T:2019:894 (Sony tegen EUIPO) In september 2005 is er bij het EUIPO een Uniemerk ingeschreven voor het woordteken Vita. In september 2011 zijn de rechten op het woordmerk overgedragen aan Sony Computer Entertainment Europe. In 2014 heeft de nietigheidsafdeling, op verzoek van het Spaanse Vieta Audio, het merk vervallen verklaard voor alle waren waarvoor het was ingeschreven. Het merk zou niet voldaan hebben aan de eis dat het binnen vijf jaar na registratie normaal gebruikt moet worden. Sony heeft hiertegen beroep ingesteld bij het EUIPO. In juni 2011 heeft Sony de Playstation Vita console gepresenteerd en in 2012 is deze op de markt verschenen. De zaak is door verscheidene gerechten behandeld. Sony is van mening dat een beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO uit 2018 bepaalde beslissingen uit een uitspraak van de vijfde kamer van beroep uit 2017 onterecht in stand hield. De uitspraak uit 2017 was vernietigd op grond van ontoereikende motivering. Nu dat het geval was, had het daaropvolgende gerecht alle relevante punten opnieuw moeten onderbouwen. Dit is echter niet gebeurd. Er werd op bepaalde punten enkel gerefereerd naar de eerdere uitspraak. De grieven van Sony worden gegrond verklaard en de uitspraak van de vierde kamer van beroep van de EUIPO wordt vernietigd.

54      Nadat de eerdere beslissing was vernietigd wegens ontoereikende motivering, was de vierde kamer van beroep dan ook verplicht om zich opnieuw uit te spreken over alle voor de toepassing van artikel 51, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009 relevante punten, teneinde te voldoen aan de krachtens artikel 65, lid 6, van verordening nr. 207/2009 op haar rustende verplichting om de maatregelen te treffen die nodig waren voor de uitvoering van het arrest van 12 december 2017, Vita (T‑35/16, niet gepubliceerd, EU:T:2017:886).

55      Ten slotte kan gelet op het voorgaande evenmin worden ingestemd met het door het EUIPO subsidiair aangevoerde argument dat het door de vierde kamer van beroep over de punten in kwestie ingenomen standpunt kennelijk identiek is aan het standpunt dat de vijfde kamer van beroep over die punten heeft ingenomen in de eerdere beslissing, en dat daarom de bestreden beslissing niet ontoereikend is gemotiveerd. Uit de bestreden beslissing blijkt immers niet (zie punten 29‑33 hierboven) dat het door de vierde kamer van beroep over de punten in kwestie ingenomen standpunt identiek is aan het standpunt dat de vijfde kamer van beroep over die punten heeft ingenomen in de eerdere beslissing. In de bestreden beslissing heeft de vierde kamer van beroep ten onrechte geconstateerd dat het Gerecht bepaalde vaststellingen van de vijfde kamer van beroep had bevestigd. Derhalve achtte zij zich door die vaststellingen gebonden, zonder evenwel de relevante argumenten van partijen te hebben onderzocht en er een standpunt over te hebben ingenomen. Zoals in punt 52 hierboven reeds is opgemerkt, kon de vierde kamer van beroep bovendien niet gebonden zijn door de vaststellingen van de vijfde kamer van beroep en kon zij deze vaststellingen niet bevestigen in de bestreden beslissing.

56      Aangezien de vierde kamer van beroep haar verplichting om zich opnieuw uit te spreken over de relevante punten niet is nagekomen, moet het eerste middel in zoverre worden aanvaard en dient de bestreden beslissing in haar geheel te worden vernietigd, zonder dat uitspraak hoeft te worden gedaan over de andere grieven en het andere middel.

IEFBE 3014

Geen verwarringsgevaar merk en teken Sport World

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 okt 2019, IEFBE 3014; (Sportsdirect tegen Nethys), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarringsgevaar-merk-en-teken-sport-world

Benelux Gerechtshof 18 oktober 2019, IEF 18908, IEFbe 3014; C 2018/8 (Sportsdirect tegen Nethys) Merkenrecht. Nethys heeft een merk en teken ingeschreven. Sportsdirect heeft hiertegen oppositie en een administratieve procedure ingesteld tot nietigverklaring of vervallenverklaring van de merken op grond van de BVIE, omdat haar oudere merk teveel overeen zou komen. Het lukt Sportsdirect niet de inbreuken aan te tonen. Er is geen sprake van verwarringsgevaar bij het publiek.

IEFBE 3013

Geen inbreuk Primark Dr. Martens

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 20 dec 2019, IEFBE 3013; ECLI:NL:RBAMS:2019:9724 (Airwair tegen Primark), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-inbreuk-primark-dr-martens

Rechtbank Amsterdam 20 december 2019, IEF 18907, IEFbe 3013; ECLI:NL:RBAMS:2019:9724 (Airwair tegen Primark) Merkenrecht. Auteursrecht. Slaafse nabootsing. Airwair brengt schoenen op de markt met de naam “Dr. Martens”. De kenmerkende bestanddelen van het merk liggen in de schoenzool. Primark brengt soortgelijke schoenen op de markt. Airway vordert iedere inbreuk op haar merk- en auteursrechten te staken. Primark hoeft niet te stoppen met verkoop schoenen. Airwair heeft zich niet beroepen op het woordmerk “Dr. Martens”, maar op haar gedeponeerde vormmerken. Daarvan is niet aannemelijk gemaakt dat ze bekend zijn. Ook is verwarringsgevaar van de Primark schoenen met de ingeroepen vormmerken niet aannemelijk. Voor zover de Airwair schoenen auteursrechtelijke bescherming genieten, hebben ze een andere totaalindruk dan de Primark schoenen. De gevraagde voorziening wordt afgewezen. Slaafse nabootsing is niet aannemelijk gemaakt.

IEFBE 3010

Verwarringsgevaar woordmerk DIDI en teken GiGi

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 4 dec 2019, IEFBE 3010; (BXT tegen GiGi), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-woordmerk-didi-en-teken-gigi

Benelux Gerechtshof 4 december 2019, IEF 18902, IEFbe 3010; C 2018/11/9 (BXT tegen GiGi) Op 9 september 2016 heeft BXT een Benelux-depot verricht van het woordmerk DIDI voor waren en diensten in klassen 9, 12,35,36,37,39,42 en 45. Op 15 november 2016 heeft GiGi oppositie ingesteld tegen de inschrijving van dit depot. De oppositie is gebaseerd op het Benelux woordmerk, Uniewoordmerk GIGI en Benelux gecombineerde woord-/beeldmerk GIGI voor waren in klasse 12: opvouwbare elektrische scooters. De oppositie is terecht gedeeltelijk toegewezen; het verzoek tot vernietiging van de beslissing wordt afgewezen. Tussen het merk en het teken is sprake van een zekere tot aanmerkelijke mate van  overeenstemming. Voor zover het teken is gedeponeerd voor identieke en soortgelijke waren als waarvoor het oudere merk is ingeschreven - in aanmerking genomen dat de eindgebruiker in het algemeen niet de gelegenheid heeft merk en teken rechtstreeks met elkaar te vergelijken, maar aanhaakt bij het onvolmaakte beeld dat bij hem of haar is achtergebleven - is sprake van (reëel) direct of indirect verwarringsgevaar.