Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 3276

Figuratieve elementen maken merken genoeg onderscheidend

Brussel - Bruxelles 28 jun 2021, IEFBE 3276; (Appellante tegen geïntimeerden), http://www.ie-forum.be/artikelen/figuratieve-elementen-maken-merken-genoeg-onderscheidend

Hof van beroep Brussel 28 juni 2021, IEFbe 3276; 2019/AR/1204 (Appellante tegen geïntimeerden) Deze zaak speelt tussen verschillende rechtspersonen die gebruik maken van de merken 'Golden Vegas' en 'Golden Palace', beide voor casino's. Hier gaat een vonnis van 25 april 2019 aan vooraf, waarbij appellante verzocht om vast te stellen dat 'Golden Vegas' inbreuk maakte op haar merken in de zin van artikel 2.20.2b en/of c BVIE. De eerste rechter verklaarde deze vordering niet gegrond. In dit hoger beroep vordert appellant nogmaals de vorderingen ontvankelijk en gegrond te verklaren. Het hof oordeelt als volgt. Volgens vaste rechtspraak moet er bij samengestelde merken worden gekeken naar de bestanddelen. Gelijkenis ontstaat pas wanneer het overeenstemmende bestanddeel dominerend is in de totaalindruk die het merk oproept. De veronderstelling is dan dat de andere delen verwaarloosbaar zijn. In casu kunnen de figuratieve elementen van de merken niet als verwaarloosbaar worden beschouwd. Deze hebben niet slechts een decoratieve functie maar onderbouwen de andere, hierdoor onderscheidende, bestanddelen. De elementen 'Palace' en 'Vegas' in de beeldmerken zijn, mede hierdoor, minstens gelijkwaardig aan het element Golden. De mate van fonetische overeenstemming tussen de merken is van ondergeschikt belang. Dit zorgt er dan ook voor dat het hof het bestreden vonnis grotendeels bevestigt. 

IEFBE 3271

Verwarringsgevaar beeldmerken

Gerecht EU - Tribunal UE 1 sep 2021, IEFBE 3271; ECLI:EU:T:2021:523 (FF IP srl tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-beeldmerken

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20167, IEFbe 3271; ECLI:EU:T:2021:523 (FF IP srl tegen EUIPO en Seven SpA)  EFFEGI Srl heeft een aanvraag tot inschrijving van het beeldteken ´the DoubleF´ ingediend bij het EUIPO. Interveniënte Seven SpA heeft bezwaar gemaakt tegen de inschrijving vanwege haar oudere beeldmerk ´THE DOUBLE´. Verzoekster voert in wezen één enkel middel aan, namelijk schending van artikel 8, lid 1, van verordeningnr. 207/2009, zoals gewijzigd, dat in vier alinea's is verdeeld. Zij betoogt dat de Kamer van Beroep 1) een beoordelingsfout heeft gemaakt m.b.t. het relevante publiek, 2) ten onrechte de waren en diensten heeft vergeleken waarop de betwiste merken betrekking hebben, 3) ten onrechte een hoge mate van visuele en fonetische gelijkenis en een zeer hoge mate van conceptuele gelijkenis, of zelfs quasi-identiteit, tussen de betrokken merken heeft vastgesteld, 4) had moeten vaststellen dat het oudere merk een laag onderscheidend vermogen had en verwarringsgevaar moeten uitsluiten. De Kamer van Beroep heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat er verwarringsgevaar bestond. Het middel wordt afgewezen.

IEFBE 3270

Gerecht EU verwerpt beroep nietigverklaring e*message

Gerecht EU - Tribunal UE 1 sep 2021, IEFBE 3270; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-verwerpt-beroep-nietigverklaring-e-message

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20165, IT 3642, IEFbe 3270; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple) eMessage Wireless Information Services heeft een aanvraag tot inschrijving van het Gemeenschapsmerk 'e*message' ingediend bij het EUIPO. Op verzoek van interveniënte Apple Inc. werd de inschrijving nietig verklaard. eMessage voert in beroep zeven middelen aan. Het eerste middel betoogt dat er geen geldige bepaling bestaat om het litigieuze merk ongeldig te verklaren. Het tweede middel klaagt over een onjuiste toepassing van de huidige uitlegging van artikel 7, lid 1, onder b) en c), van verordening 2017/1001. Het derde en het vierde middel gaan over fouten in de beoordeling van de figuratieve elementen van het litigieuze merk bij het onderzoek van het beschrijvende karakter ervan. Het vijfde middel klaagt over een onjuiste beoordeling van het onderscheidend vermogen van het litigieuze merk. Het zesde en het zevende middel gaan over een schending van artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van de beginselen van bescherming van het gewettigd vertrouwen en van de rechtszekerheid. De middelen worden afgewezen.

IEFBE 3265

Strijd tussen twee merken krabconserven

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 22 jul 2021, IEFBE 3265; (Walfood tegen Intriguing Brands), http://www.ie-forum.be/artikelen/strijd-tussen-twee-merken-krabconserven

Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel 22 juli 2021, IEFbe 3265; A/21/00012 (Walfood tegen Intriguing Brands) Deze zaak betreft een inbreukprocedure die Walfood heeft aangespannen tegen Chatka Seafood en haar distributeur Intriguing Brands. Walfood is eigenaar van het merk Chatka in heel Europa, met uitzondering van Spanje, waar Chatka Seafood dit bezit. Dit merk wordt door beide partijen gebruikt op krabconserven in combinatie met een afbeelding van een koningskrab. Walfood verzet zich tegen de verhandeling van Chatka producten uit Spanje op andere grondgebieden dan het Spaanse en verzoekt dan ook tot vaststelling van inbreuk op artikel 2.20 §2, b BVIE. De ondernemingsrechtbank heeft Chatka Seafood en Intriguing Brand veroordeeld om het gebruik van het merk Chatka in de Benelux te staken, inhoudende dat dit ook niet meer mag gebeuren via internationale online platforms. 

IEFBE 3264

Beroep Rich John Richmond als merknaam te gebruiken afgewezen

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jul 2021, IEFBE 3264; ECLI:EU:T:2021:432 (Fashioneast en AM.VI. tegen Moschillo ), http://www.ie-forum.be/artikelen/beroep-rich-john-richmond-als-merknaam-te-gebruiken-afgewezen

Gerecht EU 14 juli 2021, IEF 20141, IEFbe 3264; ECLI:EU:T:2021:432 (Fashioneast en AM.VI. tegen Moschillo) Fashioneast en AM.VI. hebben bij het EUIPO bovenstaande als merknaam aangevraagd en toegewezen gekregen, in onder meer de classificaties sieraden, tassen en kleding volgens de Nice Classificatie. Moschillo heeft als reactie hierop een vordering tot vervallenverklaring van het merk ingediend, op grond van het niet normaal gebruiken van het merk. Deze vordering is toegewezen. Beroep van Fashioneast en AM.VI. bij het EUIPO leverde niet het beoogde resultaat op, wat ertoe heeft geleid dat de partijen de beslissing aanvechten bij het Gerecht. Het EUIPO zou volgens de verzoekers niet genoeg hebben gekeken naar het bewijsmateriaal in de vorm van foto's, echter is hier geen enkel spoor van het 'richmond' element te zien. Daarnaast zou er onterecht geoordeeld zijn dat er niet genoeg onderscheidend vermogen is in de woordencombinatie 'rich' en 'richmond'. Het Gerecht oordeelt dat gebruik van de bestanddelen "rich" en "richmond" tezamen, maar op verschillende delen van de waren, geen normaal gebruik van het litigieuze merk kan vormen dat het onderscheidend vermogen ervan niet wijzigt. Het beroep wordt in zijn geheel verworpen. 

IEFBE 3262

Prejudiciële vraag over de uitleg van artikel 10 van de Richtlijn 2004/48

HvJ EU - CJUE 7 jun 2021, IEFBE 3262; (Procter & Gamble tegen Perfumesco), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-uitleg-van-artikel-10-van-de-richtlijn-2004-48

Hooggerechtshof Polen 7 juni 2021, IEF 20133, IEFbe 3262; C-355/21–1 (Procter & Gamble tegen Perfumesco)  De verzoekende partij Procter & Gamble is producent van parfum en krachtens een licentieovereenkomst merkhouder van Hugo Boss. Perfumesco is een groothandel in onder andere parfum en verkoopt zogenaamde demonstratieproducten van het merk Hugo Boss. De Poolse rechter heeft de verordering van verzoeker tot vernietiging van de producten van Perfumesco toegewezen, omdat deze zonder de toestemming van P & G in de handel zijn gebracht. Daarnaast waren de verpakkingen beschadigd, wat de naam en het exclusieve karakter van Hugo Boss in diskrediet brengt. Bijgevolg hebben de genoemde rechterlijke instanties aangenomen dat de regeling van nationaal recht niet strijdig met het Unierecht in ruime zin mag zijn en dat de vernietiging van de waren ook moet worden gelast wanneer deze niet op onrechtmatige wijze door de eigenaar zijn vervaardigd of gemerkt.In dat verband is het in de prejudiciële vraag aan de orde zijnde vraagstuk gerezen, namelijk of artikel 10 van richtlijn 2004/48 zich verzet tegen de uitlegging van een bepaling van nationaal recht, die de mogelijkheid tot het gelasten van de vernietiging van waren beperkt tot waren die op onrechtmatige wijze zijn vervaardigd of gemerkt. 

IEFBE 3261

Letters „Ø” en „ϕ” te overeenstemmend om als beeldmerk ingeschreven te kunnen worden

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jul 2021, IEFBE 3261; ECLI:EU:T:2021:442 (Cole Haan tegen Samsøe & Samsøe), http://www.ie-forum.be/artikelen/letters-en-te-overeenstemmend-om-als-beeldmerk-ingeschreven-te-kunnen-worden

Gerecht EU 14 juli 2021, IEF 20132, IEFbe 3261; ECLI:EU:T:2021:442 (Cole Haan tegen Samsøe & Samsøe)  Cole Haan heeft inschrijving van een beeldmerk aangevraagd (links). Samsøe is van mening dat deze erg lijkt op haar eigen, oudere beeldmerk (rechts). Beide beeldmerken zijn bedoeld voor onder andere kleding en schoenen. De inschrijving door Cole Haan is in eerste instantie door het EUIPO geweigerd. Cole Haan vordert in deze zaak vernietiging van die beslissing en wil het merk kunnen inschrijven. Hiertoe heeft Cole Haan verschillende betekenissen van de letter „Ø” als argument aangevoerd. Het Gerecht verwerpt het beroep van Cole Haan en oordeelt dat het beeldmerk niet kan worden ingeschreven. Het relevante publiek zal het beeldmerk niet opvatten als een Deense letter, een wiskundig symbool of als een aanduiding van de diameter van een voorwerp. Nu het beeldmerk niet op deze wijze kan worden opgevat, stemmen de teken in te hoge mate overeen. 

IEFBE 3257

Gerecht EU: Nomad is een geldig merk

Gerecht EU - Tribunal UE 30 jun 2021, IEFBE 3257; ECLI:EU:T:2021:397 (MCM tegen The Nomad Company), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-nomad-is-een-geldig-merk

Gerecht EU 30 juni 2021, IEF 20115, IEFbe 3257; ECLI:EU:T:2021:397 (MCM tegen The Nomad Company) Nomad is een Nederlands outdoor merk en merkhouder van onder andere het woordmerk NOMAD, ingeschreven voor onder andere rugtassen, slaapzaken, kleding en schoenen. MCM is een Zwitsers bedrijf dat ook kleding, schoenen en tassen verkoopt. In 2017 is MCM op grond van vermeende beschrijvendheid en vermeend gebrek aan onderscheidend vermogen bij het EUIPO tevergeefs een nietigheidsactie tegen het merk NOMAD gestart. Het door MCM ingestelde beroep bij het EUIPO is eveneens volledig afgewezen. Het Gerecht bevestigt dat het merk NOMAD, dat volgens het woordenboek zoveel betekent als “een lid van een volk dat van de ene naar de andere plaats reist en geen vaste woonplaats heeft”, niet beschrijvend is voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven. MCM bracht naar voren dat bepaalde nomadische stammen tassen verkopen, maar het Gerecht oordeelt dat het relevante publiek echter geen link zal leggen tussen NOMAD en tassen. MCM wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van de procedure.