Uitspraak ingezonden door Rik Balk, Balk Legal.
BenGH over merk NIELSON: kwade trouw en incidenteel beroep buiten de beroepstermijn
BenGH 15 april 2026, IEF 23650; IEF-Be 4243; C 2021/18/V ([verzoeker] tegen [verweerders]). In deze zaak tussen [verzoeker] en [verweerders] gaat het om de vraag of de Eerste Kamer van het Benelux‑Gerechtshof aanleiding ziet een arrest van de Tweede Kamer te corrigeren, waarin een Benelux‑woordmerk NIELSON (gedeeltelijk) nietig is verklaard wegens depot te kwader trouw. Daarnaast speelt de vraag of incidenteel beroep tegen een beslissing van het BBIE mogelijk is nadat de in het BVIE opgenomen beroepstermijn is verstreken. [verzoeker] heeft in 2013 het Benelux‑woordmerk NIELSON aangevraagd, dat in 2013 is ingeschreven voor diensten in de klassen 35, 41 en 42. In 2020 hebben [verweerders] bij het BBIE een vordering ingediend tot vervallenverklaring en nietigverklaring van het merk voor de in klasse 41 aangeduide diensten. Zij hebben zich daarbij beroepen op verval wegens het ontbreken van normaal gebruik en op kwade trouw bij de aanvraag. Het BBIE heeft het merk vervallen verklaard voor een groot deel van de diensten in klasse 41, maar de inschrijving in stand gelaten voor de diensten van een DJ. Het beroep op kwade trouw is door het BBIE afgewezen. Daarbij is onder meer overwogen dat het gebruik van het teken “Mister Nielson” voor DJ‑diensten niet afdoet aan het onderscheidend vermogen van het ingeschreven merk, dat voor DJ‑diensten normaal gebruik is aangetoond, dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat [verzoeker] ten tijde van de aanvraag geen gebruiksintentie had en dat voor de aanvraag een commerciële logica bestond. [verweerders] hebben beroep ingesteld bij de Tweede Kamer van het Benelux‑Gerechtshof. [verzoeker] heeft incidenteel beroep ingesteld tegen de beslissing van het BBIE. De Tweede Kamer heeft dat incidentele beroep niet‑ontvankelijk verklaard omdat het na afloop van de in artikel 1.15bis BVIE genoemde beroepstermijn van twee maanden is ingesteld en BVIE, het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux‑Gerechtshof en het Reglement op de procesvoering geen grondslag bieden voor incidenteel beroep buiten die termijn. Voorts heeft de Tweede Kamer de beslissing van het BBIE vernietigd voor zover het beroep op kwade trouw was afgewezen. Samengevat heeft zij geoordeeld dat de inschrijving te kwader trouw is aangevraagd voor diensten die identiek zijn aan of overeenstemmen met de diensten waarvoor het teken Nielson op het moment van de aanvraag werd gebruikt, waarbij onder meer betekenis is toegekend aan de (door de Tweede Kamer vastgestelde) bekendheid van de artiest Nielson, de bekendheid van [verzoeker] met dat gebruik, diens eigen gebruik van “Mister Nielson” en diens beweegredenen voor het depot. Voor de overige diensten in klasse 41 is het merk reeds vervallen verklaard.