DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 4105

Normaal gebruik van het merk ZOOM in de Benelux

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 7 mei 2025, IEFBE 4105; C 2024/10 (Zoom Video Communications, Inc tegen Kabushiki Kaisha Zoom), https://www.ie-forum.be/artikelen/normaal-gebruik-van-het-merk-zoom-in-de-benelux

BenGH 7 mei 2025, IEF 23276; IEFbe 4105; C 2024/10 (Zoom Video Communications, Inc. tegen Kabushiki Kaisha Zoom). In deze zaak oordeelt het Benelux-Gerechtshof over een verzoek van Zoom Video Communications, Inc. tot vervallenverklaring wegens niet-gebruik van het oudere Benelux-woordmerk ZOOM, dat toebehoort aan Kabushiki Kaisha Zoom. Het geschil draait om de vraag of het merk in de periode 2016–2021 normaal is gebruikt voor de waren waarvoor het is ingeschreven in de klassen 9 en 15. Het Hof bevestigt het uitgangspunt dat van normaal gebruik sprake is wanneer het merk reëel commercieel wordt gebruikt om afzet te vinden of te behouden, waarbij een globale beoordeling plaatsvindt aan de hand van onder meer aard van de waren, marktkenmerken en omvang en frequentie van het gebruik. Bij ruime warenomschrijvingen moet worden onderzocht of zelfstandige subcategorieën kunnen worden onderscheiden op basis van doel en bestemming; alleen dan kan verval gedeeltelijk worden uitgesproken.

IEFBE 4103

Geen verwarringsgevaar tussen WelMedis en médis bij gezondheids- en schoonheidsdiensten

Gerecht EU - Tribunal UE 4 feb 2026, IEFBE 4103; ECLI:EU:T:2026:70 (Médis - Companhia portuguesa de seguros de saúde, S. A. tegen EUIPO en RGCC Holdings AG), https://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-welmedis-en-medis-bij-gezondheids-en-schoonheidsdiensten

Gerecht EU 4 februari 2026, IEF 23272; IEFbe 4103; ECLI:EU:T:2026:70 (Médis - Companhia portuguesa de seguros de saúde, S. A. tegen EUIPO en RGCC Holdings AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Médis – Companhia portuguesa de seguros de saúde tegen de beslissing van het EUIPO om de oppositie tegen het Uniemerk WelMedis af te wijzen (zaak T-142/25). De oppositie was gebaseerd op het oudere internationale beeldmerk médis en ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo wegens vermeend verwarringsgevaar. De aangevraagde WelMedis-inschrijving zag op cosmetica en schoonheidsdiensten (klassen 3 en 44), terwijl het oudere merk médis onder meer betrekking had op medische en gezondheidsgerelateerde producten en diensten (klassen 5, 41 en 44). Het EUIPO en de Kamer van Beroep hadden geoordeeld dat, hoewel sommige waren en diensten (beperkt) soortgelijk zijn, de verschillen tussen de tekens zodanig zijn dat geen sprake is van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dit oordeel.

IEFBE 4093

LEGO-blokje mist eigen karakter: Gerecht bevestigt nietigheid Uniemodel

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jan 2026, IEFBE 4093; ECLI:EU:T:2026:6 (Lego A/S tegen EUIPO en Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd), https://www.ie-forum.be/artikelen/lego-blokje-mist-eigen-karakter-gerecht-bevestigt-nietigheid-uniemodel

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23232; IEFbe4093; ECLI:EU:T:2026:6 (Lego A/S tegen EUIPO en Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd). Het Gerecht (Tweede kamer) verwerpt het beroep van Lego A/S tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO om een ingeschreven Uniemodel voor een bouwblokje uit een speelgoedbouwsysteem nietig te verklaren wegens ontbreken van eigen karakter (art. 6 jo. art. 25(1)(b) Vo 6/2002). De nietigheidsaanvraag was ingediend door Guangdong Qman Toys en gebaseerd op een ouder model dat via de website brickset.com openbaar was gemaakt (onderdeel nr. 61252). EUIPO en de Kamer van Beroep vonden dat het betwiste model bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekte dan het oudere model, omdat de hoofdkenmerken samenvielen (o.m. een plaat met cilindrische stud(s) bovenop, gladde oppervlakken en een halvemaanvormige klem centraal in een eindwand). LEGO stelde in beroep dat de verschillen, onder meer rechthoekig (betwist model) versus vierkant (ouder model), een extra stud en verschillen aan de onderzijde, te weinig gewicht hadden gekregen.

IEFBE 4091

Zorginstellingen voor ouderen identiek aan verzorgingstehuizen: Gerecht corrigeert Kamer van Beroep

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jan 2026, IEFBE 4091; ECLI:EU:T:2026:4 (Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC tegen EUIPO en Kamstar GmbH), https://www.ie-forum.be/artikelen/zorginstellingen-voor-ouderen-identiek-aan-verzorgingstehuizen-gerecht-corrigeert-kamer-van-beroep

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 2322; IEFbe 4091; ECLI:EU:T:2026:4 (Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC tegen EUIPO en Kamstar GmbH). In 2022 diende Kamstar GmbH twee aanvragen in voor de Uniewoordmerken Kimsum en Kimkom, die onder meer betrekking hadden op diensten in klasse 43, waaronder hotel- en restaurantdiensten, dagopvang en zorg- en huisvestingsdiensten voor ouderen en kinderen. Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC stelde oppositie in op basis van haar oudere Uniewoordmerk KIMPTON, dat eveneens bescherming geniet voor een breed scala aan diensten in klasse 43. De Oppositieafdeling wees de bezwaren af wegens het ontbreken van verwarringsgevaar. In beroep verklaarde de Kamer van Beroep de opposities gedeeltelijk gegrond, maar oordeelde dat voor bepaalde diensten op het gebied van dagopvang en ouderenzorg geen verwarringsgevaar bestond, omdat deze slechts in geringe mate zouden overeenkomen met de door het oudere merk bestreken diensten.

IEFBE 4081

Benelux-merk EIFFEL ten onrechte doorgehaald: geen kwade trouw en geen misleiding

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 30 sep 2025, IEFBE 4081; C 2024/03 (Eiffel World tegen verweerster), https://www.ie-forum.be/artikelen/benelux-merk-eiffel-ten-onrechte-doorgehaald-geen-kwade-trouw-en-geen-misleiding

BenGH 26 november, IEF 23204; IEFbe 4081; C 2024/03 (Eiffel World tegen verweerster). Het Benelux-Gerechtshof vernietigt het besluit van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) waarbij het Benelux-woordmerk EIFFEL van Eiffel World was doorgehaald wegens vermeende kwade trouw en misleiding. Het Hof stelt voorop dat kwade trouw bij merkaanvraag slechts kan worden aangenomen wanneer uit objectieve en samenhangende omstandigheden blijkt dat het merk is aangevraagd met een oneerlijk oogmerk, zoals het schaden van derden of het verkrijgen van een exclusief recht buiten de normale merkrechtelijke functies. Dat Eiffel World en haar bestuurder Philippe Coupérie-Eiffel bekend waren met de Association des descendants de Gustave Eiffel (ADGE) en eerdere geschillen over de naam Eiffel, is daarvoor onvoldoende. Naar Benelux-recht bestaat geen vereiste van voorafgaande toestemming van een familievereniging voor het deponeren van een achternaam als merk, en verplichtingen die Philippe Coupérie-Eiffel in het verleden jegens ADGE is aangegaan binden Eiffel World niet. Ook het gestelde niet-gebruik van het merk vormt op zichzelf geen bewijs van kwade trouw.

IEFBE 4074

V4 versus V4 Financial Partners: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar ondanks zwakke onderscheidingskracht

Gerecht EU - Tribunal UE 10 dec 2025, IEFBE 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA), https://www.ie-forum.be/artikelen/v4-versus-v4-financial-partners-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-ondanks-zwakke-onderscheidingskracht

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23186; IEFbe 4074; ECLI:EU:T:2025:1093 (V4 Holding, a.s. tegen EUIPO en V4 Financial Partners, SA). V4 Holding (Slowakije) vroeg EUIPO om het Uniemerk “V4 Financial Partners” (figuurmerk) ongeldig te verklaren. Volgens V4 Holding was er verwarringsgevaar met haar eerdere Slowaakse figuurmerk “V4” (voor diensten in klassen 35 en 36) en daarnaast met een niet-ingeschreven teken “V4” dat zij in Slowakije zou gebruiken. De Cancellation Division verklaarde het Uniemerk in 2022 volledig nietig op basis van art. 60(1)(a) jo. 8(1)(b) UMVo (relatieve nietigheidsgrond: verwarringsgevaar), en keek daarbij alleen naar het Slowaakse merk (proces-economie). V4 Financial Partners ging in beroep: de Board of Appeal gaf haar gelijk en verwees de zaak terug naar de Cancellation Division. V4 Holding stapte daarop naar het Gerecht. EUIPO wierp eerst nog op dat de advocaat van V4 Holding mogelijk niet onafhankelijk was (vermeende banden met de V4-groep), maar het Gerecht verwerpt dat: er is geen bewijs van een arbeidsrelatie of van banden die de onafhankelijkheid “manifest” aantasten.

IEFBE 4070

Gerecht EU: kans op verwarringsgevaar tussen "VAL --- ACRYL" en "Malacryl"

Gerecht EU - Tribunal UE 10 dec 2025, IEFBE 4070; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-kans-op-verwarringsgevaar-tussen-val-acryl-en-malacryl

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23178; IEFbe 4070; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE). Cin Valentine vordert in dit merkenrechtelijke geschil de vernietiging van een beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO. Het gaat om een aanvraag voor het woordmerk “VAL --- ACRYL” voor waren in klasse 2 (verf). DAW SE had oppositie ingesteld op basis van haar oudere merk “Malacryl”, eveneens ingeschreven voor klasse 2. De Kamer van Beroep oordeelde dat er sprake is van verwarringsgevaar en wees de aanvraag af. 

IEFBE 4069

CEFA/EFFAS vs CFA: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar en wijst beroep af

Gerecht EU - Tribunal UE 26 nov 2025, IEFBE 4069; ECLI:EU:T:2025:1067 (EFFAS tegen EUIPO en CFA), https://www.ie-forum.be/artikelen/cefa-effas-vs-cfa-gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-en-wijst-beroep-af

Gerecht EU 26 november 2025; IEF 23171; IEFbe 4069; ECLI:EU:T:2025:1067 (EFFAS tegen EUIPO en CFA). EFFAS vroeg een EU-beeldmerk aan met de woorden “CEFA EFFAS Certified European Financial Analyst” voor (o.a.) educatieve/publicatieproducten en opleidings- en examendiensten in klassen 9, 16 en 41. Het CFA Institute maakte oppositie op basis van het oudere EU-woordmerk “CFA” (met name voor klassen 16, 41 en 42). De Oppositieafdeling wees de aanvraag al deels af op grond van artikel 8(1)(b) EUTMR (verwarringsgevaar). In beroep oordeelde de Kamer van Beroep vervolgens dat er verwarringsgevaar bestaat, ten minste in Duitsland, voor vrijwel alle aangevraagde waren en diensten, behalve voor “stationery; writing instruments; writing materials” (klasse 16). EFFAS stapte daarna naar het Gerecht om die beslissing (voor het afgewezen deel) onderuit te halen.

IEFBE 4068

Hof van Justitie laat hoger beroep May OOO niet toe

Gerecht EU - Tribunal UE 11 nov 2025, IEFBE 4068; ECLI:EU:C:2025:869 (MAY OOO tegen Schweppes, EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/hof-van-justitie-laat-hoger-beroep-may-ooo-niet-toe

Gerecht EU 11 november 2025, IEF 23169; IEFbe 4068; ECLI:EU:C:2025:869 (MAY OOO tegen Schweppes, EUIPO). Met dit hoger beroep verzoekt MAY OOO om vernietiging van een arrest van het Gerecht [IEF 22567]. In die beslissing van het Gerecht werd een verzoek tot nietigverklaring van MAY OOO over de "MAY TEA" merken van Schweppes afgewezen. Volgens MAY OOO heeft het Gerecht onterecht geoordeeld dat er geen sprake was van verwarringsgevaar. May OOO verzoekt nu het Hof van Justitie derhalve om verduidelijking van de criteria voor de beoordeling van het verwarringsgevaar tussen twee merken die conceptueel identiek zijn maar visueel verschillen wegens het gebruik van verschillende alfabetten. 

IEFBE 4063

Gerecht: bewijs normaal gebruik merk ‘my own’ voldoende

Gerecht EU - Tribunal UE 12 nov 2025, IEFBE 4063; ECLI:EU:T:2025:1019 (Centex SpA tegen EUIPO en Adler Modemärkte GmbH), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bewijs-normaal-gebruik-merk-my-own-voldoende

Gerecht EU 12 november 2025, IEF 23154; IEFbe 4063; ECLI:EU:T:2025:1019 (Centex SpA tegen EUIPO en Adler Modemärkte GmbH). Centex SpA diende in 2022 een aanvraag in voor het EU-beeldmerk OWN voor kleding (klasse 25). Adler Modemärkte stelde oppositie in op basis van het oudere Duitse woordmerk my own, eveneens voor kleding. De Oppositiedivisie wees de oppositie aanvankelijk af omdat normaal gebruik van het oudere merk niet zou zijn aangetoond. In hoger beroep oordeelde de Kamer van Beroep echter dat wél voldoende bewijs bestond voor gebruik van my own voor “outerwear for women” in klasse 25 en verwees de zaak terug naar de Oppositiedivisie voor verdere inhoudelijke beoordeling van de oppositie. Centex vocht die beslissing aan bij het Gerecht, met name omdat de Kamer van Beroep nieuw bewijs (extra website-screenshots) had toegelaten en volgens Centex het gebruik nog steeds niet genoeg was onderbouwd.