Gerecht EU: Britse JOULES-merken kunnen na Brexit geen grondslag meer vormen voor oppositie tegen Jules Gents
Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23878; IEFbe 4326; ECLI:EU:T:2026:618 (Jules Gents). Joules Ltd verzocht om vernietiging van een beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO waarbij haar oppositie tegen het beeldmerk Jules Gents was afgewezen. De oppositie was onder meer gebaseerd op twee oudere Britse woordmerken JOULES, een internationale registratie JOULES met werking in de Europese Unie en een ouder Uniemerk Joules. De Oppositiedivisie had de oppositie aanvankelijk toegewezen wegens verwarringsgevaar met een van de Britse merken. Na afloop van de Brexit-overgangsperiode oordeelde de kamer van beroep echter dat die Britse merken niet langer als grondslag voor de oppositie konden dienen. Het Gerecht bevestigt dat het bestaan van een relatieve weigeringsgrond niet alleen moet worden beoordeeld op de datum van indiening van de jongere Uniemerkaanvraag, maar ook op het moment waarop het EUIPO definitief over de oppositie beslist. Omdat de overgangsperiode op 31 december 2020 was geëindigd, waren de Britse merken op de datum van de beslissing van de kamer van beroep niet langer merken die in een lidstaat waren beschermd in de zin van artikel 8 lid 2 onder a ii van Verordening nr. 207/2009. Zij konden daarom niet meer als basis voor de oppositie dienen. Het Gerecht bevestigt tevens dat voor de beoordeling van het verwarringsgevaar met het oudere Uniemerk het relevante grondgebied bestond uit de Europese Unie zonder het Verenigd Koninkrijk.