DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 4166

Gerecht bevestigt vervallenverklaring Uniemerk OSSA wegens niet-normaal gebruik

Gerecht EU - Tribunal UE 25 mrt 2026, IEFBE 4166; ECLI:EU:T:2026:212 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-vervallenverklaring-uniemerk-ossa-wegens-niet-normaal-gebruik

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23416; IEFbe 4166; ECLI:EU:T:2026:212 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL). Het Gerecht verwerpt het beroep van de merkhouder en bevestigt daarmee dat het figuratieve Uniemerk OSSA terecht vervallen is verklaard op grond van artikel 58, lid 1, onder a, UMVo wegens niet-normaal gebruik. De relevante periode loopt van 15 juni 2017 tot en met 14 juni 2022, dus de vijf jaren vóór het vervalverzoek. Het argument dat Spaanse nationale uitspraken en een exclusieve licentieovereenkomst tot een andere berekening van die periode moeten leiden, wijst het Gerecht af. Het Uniemerkenstelsel is autonoom, zodat nationale rechterlijke uitspraken EUIPO en het Gerecht niet binden. Ook als er mogelijk een rechtvaardiging voor niet-gebruik zou zijn, verandert dat de berekening van die vijfjaarsperiode niet.

IEFBE 4161

Prejudiciële vragen gesteld over verjaringsregels binnen het merkenrecht

HvJ EU - CJUE 3 nov 2025, IEFBE 4161; C-693/25 (MPM - QUALITY [v.o.s.] tegen ELTON hodinářská, a.s.), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-verjaringsregels-binnen-het-merkenrecht

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 3 november 2025, IEF 23140; IEFbe 4161; C/2026/631 (MPM - QUALITY [v.o.s.] tegen ELTON hodinářská, a.s.) via MinBuza. Deze zaak betreft een merkenrecht-geschil tussen twee Tsjechische bedrijven (horlogemakers) over het gebruik van het woord ‘PRIM’. Het bedrijf ‘MPM-quality’ is sinds 2001 eigenaar van een nationaal merk voor horloges en uurwerken, dat met een voorrangsrecht teruggaat tot 1984. ‘ELTON hodinářská’ heeft een Uniemerk dat in 2003 werd aangevraagd en in 2005 officieel werd ingeschreven. Toen Tsjechië in 2004 lid werd van de Europese Unie, kreeg het Uniemerk van ELTON automatisch ook rechtskracht in Tsjechië. MPM-Quality had vanaf dat moment vijf jaar de tijd om actie te ondernemen tegen het gebruik van het merk in Tsjechië, maar vanwege een tijdelijke doorhaling van het merk (en daaruit volgende rechtszaken), heeft MPM-Quality dit pas weer in februari 2021 kunnen aanvechten. De centrale vraag is of het verzoekschrift nog tijdig is ingediend.

IEFBE 4159

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen TEAM BEVERAGE en TEAM en laat weigering van schorsing in stand

Gerecht EU - Tribunal UE 25 mrt 2026, IEFBE 4159; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-team-beverage-en-team-en-laat-weigering-van-schorsing-in-stand

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23407; IEFbe 4159; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Team Beverage AG tegen de beslissing van de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO. Team Beverage vraagt het figuratieve Uniemerk TEAM BEVERAGE aan voor verschillende diensten in klasse 36, waaronder verzekerings-, financiële en bancaire diensten. Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG stelt oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk TEAM, dat eveneens voor verzekeringsdiensten is ingeschreven. Tijdens de procedure stelt Team Beverage ook nietigheids- en vervalvorderingen tegen het oudere merk in en verzoekt zij om schorsing van de oppositieprocedure. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep dat verzoek terecht afwijst. Op grond van artikel 71, lid 1, onder a en b, van Gedelegeerde Verordening 2018/625 beschikt de Kamer van Beroep over een ruime beoordelingsmarge en moet zij de belangen van partijen afwegen. Daarbij mag zij betrekken dat eerdere, grotendeels gelijksoortige procedures tegen het oudere merk al zijn afgewezen, dat de verzoekster geen overtuigende redenen voor schorsing aanvoert en dat de omstandigheden wijzen op een vooral vertragend gebruik van die procedures. procedures.

IEFBE 4153

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek BLUE BRAND CHICKEN: eerdere vernietigingsuitspraak bindt Kamer van Beroep

Gerecht EU - Tribunal UE 13 okt 2025, IEFBE 4153; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-blue-brand-chicken-eerdere-vernietigingsuitspraak-bindt-kamer-van-beroep

Gerecht EU 13 oktober 2025, IEF 23394; IEFbe 4153; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys). In zaak T-44/25 stond een beroep centraal tegen de beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO om het nietigheidsverzoek tegen het driedimensionale Uniemerk BLUE BRAND CHICKEN af te wijzen. Het merk betrof de blauw-witte rechthoekige vorm van een doos voor waren en diensten in de klassen 29 en 40. Verzoeker had nietigheid gevorderd op grond van artikel 52, lid 1, onder b, van Verordening nr. 207/2009, stellende dat de merkaanvraag te kwader trouw was ingediend. De nietigheidsafdeling had dat verzoek aanvankelijk toegewezen, maar die uitkomst hield geen stand nadat het Gerecht in een eerdere procedure de toenmalige beslissing van de Kamer van Beroep had vernietigd. Nadat het Hof van Justitie de hogere voorziening tegen dat vernietigingsarrest niet had toegelaten, besliste de Vierde Kamer van Beroep opnieuw en wees zij het nietigheidsverzoek af, omdat zij, gebonden aan dat eerdere arrest, tot de slotsom kwam dat de aangevoerde bewijsmiddelen kwade trouw niet konden dragen.

IEFBE 4152

Gerecht wijst beroep van Mordalski af omdat een reeds vervallen Uniemerk niet meer nietig kan worden verklaard

Gerecht EU - Tribunal UE 19 mrt 2026, IEFBE 4152; ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalski tegen EUIPO en Anita Food, SA), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-wijst-beroep-van-mordalski-af-omdat-een-reeds-vervallen-uniemerk-niet-meer-nietig-kan-worden-verklaard

Gerecht EU 19 maart 2026, IEF 23391; IEFbe 4152;  ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalsk tegen EUIPO en Anita Food, SA). In deze zaak verzocht Grzegorz Mordalski om nietigverklaring van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 5 februari 2025. Die beslissing betrof zijn verzoek tot nietigverklaring van een figuratief Uniemerk van Anita Food SA, dat was aangevraagd op 18 februari 2009, geregistreerd op 27 januari 2010 en, bij gebrek aan verlenging, waarvan de registratie was vervallen op 18 februari 2019. Mordalski had zelf in 2016 in Polen een nationaal merk aangevraagd, maar dat was in 2020 geweigerd wegens gevaar voor verwarring met onder meer dit oudere Uniemerk. Daarop diende hij op 1 november 2020 bij het EUIPO een verzoek tot nietigverklaring van dat Uniemerk in op grond van artikel 60, lid 1, onder a, van verordening 2017/1001, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, onder a en b, maar gelet op de datum van de Uniemerkaanvraag moest het Gerecht voor de materiële beoordeling uitgaan van de overeenkomstige bepalingen van verordening nr. 40/94, namelijk artikel 52, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1. De annuleringsafdeling had dat verzoek op 7 juni 2024 afgewezen omdat de registratie op het moment van het verzoek al was verstreken, en de kamer van beroep had dat oordeel bevestigd.

IEFBE 4149

Gerecht bevestigt afwijzing van oppositie tegen het Uniemerk EMOTORS

Gerecht EU - Tribunal UE 18 mrt 2026, IEFBE 4149; ECLI:EU:T:2026:196 (e-motors tegen EUIPO en Nidec PSA Emotors), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-van-oppositie-tegen-het-uniemerk-emotors

Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23385; IEFbe 4149; ECLI:EU:T:2026:196 (e-motors tegen EUIPO en Nidec PSA Emotors). In deze zaak vorderde e-motors vernietiging van de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO, waarbij haar oppositie tegen de inschrijving van het figuratieve Uniemerk EMOTORS van Nidec PSA Emotors was afgewezen. Die oppositie was gebaseerd op een ouder figuratief Uniemerk e-motors en een ouder Frans woordmerk emotors, en berustte op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. De kamer van beroep had eerst geoordeeld dat het normale gebruik van de oudere merken voor de betrokken diensten voldoende was aangetoond, maar vervolgens geoordeeld dat geen sprake was van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dat oordeel. Het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek als professionals, met een hoog aandachtsniveau, en de betrokken producten van het aangevraagde merk zijn hoogstens middelmatig soortgelijk aan de diensten waarvoor de oudere merken bescherming genieten. Het Gerecht volgt ook het oordeel dat het gemeenschappelijke woordelement “emotors” in de context van de betrokken producten en diensten slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen heeft, omdat het relevante publiek dit zal begrijpen als een verwijzing naar elektrische motoren.

IEFBE 4148

Gerecht bevestigt verval van het Uniemerk Gattinoni wegens gebrek aan normaal gebruik

Gerecht EU - Tribunal UE 18 mrt 2026, IEFBE 4148; ECLI:EU:T:2026:199 (Effeemme Srl tegen EUIPO en Phoenix 1946 Srl), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-verval-van-het-uniemerk-gattinoni-wegens-gebrek-aan-normaal-gebruik

Gerecht 18 maart 2026, IEF 23384; IEFbe 4148; ECLI:EU:T:2026:199 (Effeemme Srl tegen EUIPO en Phoenix 1946 Srl). In deze zaak verzocht Effeemme Srl om vernietiging van de beslissing van de kamer van beroep van het EUIPO, waarin was bevestigd dat het figuratieve Uniemerk Gattinoni vervallen was verklaard voor alle betrokken waren in de klassen 18 en 25, omdat geen normaal gebruik van het merk was aangetoond in de relevante periode van 14 mei 2017 tot en met 13 mei 2022. Het Gerecht zet eerst het juridische kader uiteen: voor behoud van een Uniemerk moet het merk in de Unie daadwerkelijk en niet louter symbolisch zijn gebruikt, waarbij het bewijs cumulatief betrekking moet hebben op plaats, duur, omvang en aard van het gebruik. In deze zaak stond alleen de omvang van het gebruik ter discussie. Effeemme voerde aan dat de kamer van beroep het bewijs ten onrechte stuk voor stuk had beoordeeld en onvoldoende gewicht had toegekend aan licentieovereenkomsten, catalogi, facturen, promotiemateriaal en persartikelen. Het Gerecht verwerpt dat betoog en oordeelt dat de kamer van beroep het bewijsmateriaal wél in samenhang heeft beoordeeld, maar terecht heeft vastgesteld dat vrijwel alle stukken zagen op een periode vóór de relevante gebruiksperiode en dat de stukken uit de relevante periode geen voldoende concreet en objectief beeld gaven van daadwerkelijke marktactiviteit. Met name ontbraken gegevens over omzet, verkoopcijfers, jaarlijkse verkooprapporten, promotiebudgetten of andere stukken waaruit de commerciële omvang van het gebruik van het merk kon blijken.

IEFBE 4147

Gerecht bevestigt nietigverklaring van het Uniemerk V12X

Gerecht EU - Tribunal UE 18 mrt 2026, IEFBE 4147; ECLI:EU:T:2026:198 (MAN Truck & Bus SE tegen EUIPO en Rolls-Royce Power Systems AG), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-nietigverklaring-van-het-uniemerk-v12x

Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23383; IEFbe 4147; ECLI:EU:T:2026:198 (MAN Truck & Bus SE tegen EUIPO en Rolls-Royce Power Systems AG). In deze zaak vorderde MAN Truck & Bus SE vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarin het Uniewoordmerk V12X nietig was verklaard op verzoek van Rolls-Royce Power Systems AG. Het merk was ingeschreven voor motoren en motoronderdelen in klasse 7, met name voor gebruik in boten, schepen en stationaire toepassingen. Het Gerecht verwerpt eerst de bewijsrechtelijke bezwaren van MAN. Volgens het Gerecht schrijft Verordening 2017/1001 geen vaste vorm van bewijs voor, zodat ook screenshots, hyperlinks en andere online bronnen als bewijs kunnen dienen. Het enkele feit dat een website later mogelijk is gewijzigd of dat een link niet meer werkt, maakt zulke stukken nog niet ongeloofwaardig; daarvoor zijn concrete aanwijzingen van manipulatie nodig, en die had MAN niet gegeven. Ook het aanvullende bewijsmateriaal dat Rolls-Royce pas voor het eerst bij de kamer van beroep had ingediend, mocht volgens het Gerecht worden toegelaten. Dat materiaal was op het eerste gezicht relevant voor de uitkomst van de zaak, vulde eerder tijdig ingediend bewijs aan en diende mede als reactie op de afwijzende beslissing van de nietigheidsafdeling, die het eerdere dossier onvoldoende vond. Verder faalde ook de klacht dat de kamer van beroep haar beslissing op andere gronden zou hebben gebaseerd dan die welke Rolls-Royce had aangevoerd: voor zover bepaalde overwegingen al verder gingen, waren die volgens het Gerecht in elk geval niet beslissend, omdat de nietigverklaring al zelfstandig kon steunen op het beschrijvende karakter van het merk.

IEFBE 4137

Gerecht bevestigt dat ‘Mein Autohaus’ beschrijvend is voor een digitaal communicatieplatform

Gerecht EU - Tribunal UE 25 feb 2026, IEFBE 4137; ECLI:EU:T:2026:147 (Loco-Soft Vertriebs GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-dat-mein-autohaus-beschrijvend-is-voor-een-digitaal-communicatieplatform

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23360; IEFbe 4137; ECLI:EU:T:2026:147 (Loco-Soft Vertriebs GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor het woordmerk Mein Autohaus voor een dienst in klasse 42, omschreven als een platform as a service (PaaS) dat is uitgerust met technologie waarmee ondernemingen, organisaties en particulieren hun aanbod online kunnen presenteren en informatie en nieuws over hun activiteiten, producten en diensten aan onlinegebruikers kunnen doorgeven. De examinator had de aanvraag voor die dienst geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder b en c, UMVo, gelezen in samenhang met artikel 7, lid 2, UMVo, en de Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht toetst eerst de weigeringsgrond van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo en laat de beslissing in stand. Het relevante publiek bestaat volgens het Gerecht uit zowel het grote publiek als ondernemingen en organisaties, dus mede uit een gespecialiseerd publiek. Voor de beoordeling is met name van belang hoe het Duitstalige publiek het teken begrijpt. Het Gerecht volgt de Kamer van Beroep in haar oordeel dat “Autohaus” in het Duits rechtstreeks verwijst naar een autodealer of autobedrijf en dat dit element, toegepast op de betrokken dienst, onmiddellijk doet denken aan een digitaal platform dat verband houdt met de activiteiten van een autodealer. De betrokken dienst sluit daar volgens het Gerecht rechtstreeks op aan, omdat zij is bedoeld om online aanbod en bedrijfsinformatie te communiceren en dus kan worden gebruikt binnen het typische bedrijfsmodel van een autodealer, met name ter ondersteuning of bevordering van de verkoop van voertuigen.

IEFBE 4136

Gerecht bevestigt weigering van figuratief merk met gebogen driehoek wegens gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU - Tribunal UE 25 feb 2026, IEFBE 4136; ECLI:EU:T:2026:152 (Papstar GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-figuratief-merk-met-gebogen-driehoek-wegens-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23359; IEFbe 4136; ECLI:EU:T:2026:152 (Papstar GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor een figuratief Uniemerk bestaande uit een zwarte driehoek met één licht bolle zijde, voor uiteenlopende producten in de klassen 4, 8, 16, 21, 25 en 28, waaronder kaarsen, bestek, verpakkingsmateriaal, servetten, rietjes, wegwerpservies, hygiënekleding en feestartikelen. De examinator had de aanvraag geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, onder b, UMVo wegens gebrek aan onderscheidend vermogen, en de Vijfde Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Het stelt voorop dat voor inschrijving weliswaar slechts een minimum aan onderscheidend vermogen vereist is, maar dat een teken dat uit een zeer eenvoudige vorm bestaat of daar dicht tegenaan ligt, alleen dan als merk kan functioneren wanneer het door het relevante publiek gemakkelijk en onmiddellijk als aanduiding van commerciële herkomst kan worden onthouden. In dit geval erkent het Gerecht dat het aangevraagde teken niet volledig samenvalt met een zuivere geometrische basisvorm, omdat één zijde van de driehoek zichtbaar gebogen is. Die afwijking is echter volgens het Gerecht te subtiel om het teken onderscheidend te maken. Zij vertoont geen bijzondere stilering, geen fantasie-element en geen visuele bijzonderheid die het teken voor het relevante publiek onmiddellijk memoriseerbaar maakt als merk. Daarom zal het publiek het teken niet als herkomstaanduiding opvatten, maar als een eenvoudig vormelement.