DOSSIERS
Alle dossiers

Merkenrecht - Droit des marques  

IEFBE 4123

Gerecht bevestigt weigering van het EU-woordmerk Endo-Sleeve wegens beschrijvend karakter en gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU - Tribunal UE 11 mrt 2026, IEFBE 4123; ECLI:EU:T:2026:186 (Weight Doctors GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-eu-woordmerk-endo-sleeve-wegens-beschrijvend-karakter-en-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23343; IEFbe 4123; ECLI:EU:T:2026:186 (Weight Doctors GmbH tegen EUIPO). Het Gerecht (Achtste kamer) heeft het beroep van Weight Doctors GmbH verworpen tegen de beslissing van de Eerste Kamer van Beroep van het EUIPO om de aanvraag voor het woordteken Endo-Sleeve gedeeltelijk te weigeren voor waren in klasse 5 (“voedingssupplementen en dieetpreparaten; voedingssupplementen”) en diensten in klasse 44 (onder meer ziekenhuisdiensten, chirurgische behandelingen, medische hulp, diensten van artsen, afslankadvies en medische diensten). Het Gerecht onderschrijft dat het relevante publiek bestaat uit het Engelstalige en Duitstalige deel van het publiek in de Unie, waaronder zowel het algemene publiek als zorgprofessionals, en dat dit publiek een verhoogd aandachtsniveau heeft. Tegen die achtergrond mocht de Kamer van Beroep aannemen dat Endo-Sleeve door dat publiek onmiddellijk en zonder verder nadenken zal worden begrepen als een afkorting van “endoscopic sleeve gastroplasty” respectievelijk “endoskopische Sleeve-Gastroplastie”, dus een endoscopische maagverkleiningsingreep. Voor toepassing van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo is niet vereist dat een teken op de datum van de aanvraag al daadwerkelijk gebruikelijk als beschrijvende aanduiding wordt gebruikt; voldoende is dat het daarvoor kan worden gebruikt. Ten overvloede stelde het Gerecht vast dat de examinator bronnen had overgelegd waaruit bleek dat “endo-sleeve” ten tijde van de aanvraag in de markt daadwerkelijk werd gebruikt als aanduiding van die behandeling, onder meer op websites van klinieken, en dat ook de aanvrager zelf erkende dat zijzelf en andere ondernemingen die term gebruikten.

IEFBE 4115

Gerecht bevestigt weigering van Pol’s FREEZE FRESH wegens reputatie van PAUL

Gerecht EU - Tribunal UE 4 mrt 2026, IEFBE 4115; ECLI:EU:T:2026:169 (Pols Erm Tarim Anonim Sirketi tegen EUIPO en Holder SAS), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-pol-s-freeze-fresh-wegens-reputatie-van-paul

Gerecht EU 4 maart 2026, IEF 23321; IEFbe 4115; ECLI:EU:T:2026:169 (Pols Erm Tarim Anonim Sirketi tegen EUIPO en Holder SAS). Het Gerecht heeft het beroep van Pols Erm Tarim Anonim Sirketi volledig verworpen en daarmee in stand gelaten dat het Uniemerk Pol’s FREEZE FRESH voor het grootste deel van de betrokken waren niet kan worden ingeschreven. Het geschil draaide uiteindelijk niet om verwarringsgevaar in de zin van artikel 8, lid 1, onder b, UMVo, maar om de ruimere reputatiebescherming van artikel 8, lid 5, UMVo. Alleen voor “live animals, organisms for breeding” in klasse 31 had de kamer van beroep de oppositie al afgewezen; voor de overige waren in de klassen 29, 30, 31 en 32 bleef de oppositie dus overeind. Het Gerecht oordeelde bovendien dat het niet bevoegd is EUIPO op te dragen de oppositie opnieuw te onderzoeken. Voor de inhoudelijke beoordeling nam het Gerecht alleen het oudere merk PAUL depuis 1889 als uitgangspunt, omdat de reputatie van PAUL LE CAFE niet was aangetoond. Volgens het Gerecht heeft PAUL in het oudere merk een normaal onderscheidend vermogen, terwijl “freeze fresh” voor de betrokken levensmiddelen en dranken beschrijvend of niet-onderscheidend is en “pol’s” het meest onderscheidende element van het aangevraagde merk vormt.

IEFBE 4111

VIVA: Gerecht bevestigt (deels) behoud van Uniemerk na vervallenverklaring wegens normaal gebruik

Gerecht EU - Tribunal UE 25 feb 2026, IEFBE 4111; ECLI:EU:T:2026:154 (Viva Credit IFN SA tegen EUIPO en Viva Wallet AE Symmetochon – Anaptyxis Logismikoy), https://www.ie-forum.be/artikelen/viva-gerecht-bevestigt-deels-behoud-van-uniemerk-na-vervallenverklaring-wegens-normaal-gebruik

Gerecht EU 25 februari 2026; IEF 23305; 4111; ECLI:EU:T:2026:154 (Viva Credit IFN SA tegen EUIPO en Viva Wallet AE Symmetochon – Anaptyxis Logismikoy). In deze zaak vraagt Viva Credit IFN SA om (gedeeltelijke) vernietiging/wijziging van een beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van EUIPO in een vervallenverklaringsprocedure tegen het Uniemerk (beeldmerk) “Viva” van Viva Wallet. Viva Credit had vervallenverklaring gevorderd wegens niet-normaal gebruik (art. 58(1)(a) en (2) Verordening 2017/1001), waarna de Cancellation Division het merk grotendeels (deels) had laten vervallen voor een breed dienstenpakket in de klassen 35, 36, 38, 39, 41 en 42. In hoger beroep bij EUIPO bracht Viva Wallet aanvullend bewijs in; de Kamer van Beroep accepteerde dat bewijs en oordeelde dat het merk in de periode 6 april 2017 – 5 april 2022 normaal was gebruikt in de EU (met name Griekenland, maar ook o.a. Cyprus en **Roemenië) voor een reeks diensten, waaronder (kort gezegd) commerciële platform-/intermediairdiensten en e-payment brokerage (klasse 35), betalings- en financiële (ook deels niet-elektronische) diensten en ticketing-/boekingsbemiddeling (klasse 36), elektronische communicatiediensten die samenhangen met card payments en user authorisation (klasse 38), reis-/ticketdiensten en informatieverstrekking (klasse 39), reserverings-/boekingsdiensten inclusief e-tickets (klasse 41) en tijdelijke toegang tot online authenticatiesoftware (klasse 42). Viva Credit betoogde o.a. dat de motivering tekortschoot en dat het bewijs onvoldoende was voor plaats, omvang en aard van het gebruik.

IEFBE 4110

BRAMANI vs BRAHMA: verwarringsgevaar voor mode- en textielwaren

Gerecht EU - Tribunal UE 25 feb 2026, IEFBE 4110; ECLI:EU:T:2026:145 (PFP Monaco tegen EUIPO en Stanton SAS), https://www.ie-forum.be/artikelen/bramani-vs-brahma-verwarringsgevaar-voor-mode-en-textielwaren

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23304; IEFbe 4110; ECLI:EU:T:2026:145 (PFP Monaco tegen EUIPO en Stanton SAS). PFP Monaco vroeg een Uniemerk aan voor het woordteken BRAMANI voor (onder meer) uitgebreide textielwaren (klasse 24) en kleding/schoenen/hoofdbedekkingen (klasse 25). Stanton SAS tekende oppositie aan op basis van het oudere Uniemerk BRAHMA, ingeschreven voor leer en imitatieleer (als zodanig) en lederwaren (klasse 18) en kleding/schoenen/hoofdbedekkingen (klasse 25). De Oppositieafdeling wees de aanvraag voor de betwiste waren gedeeltelijk af; het beroep bij de Kamer van Beroep faalde omdat zij verwarringsgevaar aannam, in elk geval voor het Spaanstalige deel van het publiek in de EU. PFP Monaco stelde daarop beroep in bij het Gerecht op grond van art. 263 VWEU en voerde één middel aan: schending van artikel 8(1)(b) Verordening 2017/1001 (verwarringsgevaar).

IEFBE 4105

Normaal gebruik van het merk ZOOM in de Benelux

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 7 mei 2025, IEFBE 4105; C 2024/10 (Zoom Video Communications, Inc tegen Kabushiki Kaisha Zoom), https://www.ie-forum.be/artikelen/normaal-gebruik-van-het-merk-zoom-in-de-benelux

BenGH 7 mei 2025, IEF 23276; IEFbe 4105; C 2024/10 (Zoom Video Communications, Inc. tegen Kabushiki Kaisha Zoom). In deze zaak oordeelt het Benelux-Gerechtshof over een verzoek van Zoom Video Communications, Inc. tot vervallenverklaring wegens niet-gebruik van het oudere Benelux-woordmerk ZOOM, dat toebehoort aan Kabushiki Kaisha Zoom. Het geschil draait om de vraag of het merk in de periode 2016–2021 normaal is gebruikt voor de waren waarvoor het is ingeschreven in de klassen 9 en 15. Het Hof bevestigt het uitgangspunt dat van normaal gebruik sprake is wanneer het merk reëel commercieel wordt gebruikt om afzet te vinden of te behouden, waarbij een globale beoordeling plaatsvindt aan de hand van onder meer aard van de waren, marktkenmerken en omvang en frequentie van het gebruik. Bij ruime warenomschrijvingen moet worden onderzocht of zelfstandige subcategorieën kunnen worden onderscheiden op basis van doel en bestemming; alleen dan kan verval gedeeltelijk worden uitgesproken.

IEFBE 4103

Geen verwarringsgevaar tussen WelMedis en médis bij gezondheids- en schoonheidsdiensten

Gerecht EU - Tribunal UE 4 feb 2026, IEFBE 4103; ECLI:EU:T:2026:70 (Médis - Companhia portuguesa de seguros de saúde, S. A. tegen EUIPO en RGCC Holdings AG), https://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-welmedis-en-medis-bij-gezondheids-en-schoonheidsdiensten

Gerecht EU 4 februari 2026, IEF 23272; IEFbe 4103; ECLI:EU:T:2026:70 (Médis - Companhia portuguesa de seguros de saúde, S. A. tegen EUIPO en RGCC Holdings AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Médis – Companhia portuguesa de seguros de saúde tegen de beslissing van het EUIPO om de oppositie tegen het Uniemerk WelMedis af te wijzen (zaak T-142/25). De oppositie was gebaseerd op het oudere internationale beeldmerk médis en ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo wegens vermeend verwarringsgevaar. De aangevraagde WelMedis-inschrijving zag op cosmetica en schoonheidsdiensten (klassen 3 en 44), terwijl het oudere merk médis onder meer betrekking had op medische en gezondheidsgerelateerde producten en diensten (klassen 5, 41 en 44). Het EUIPO en de Kamer van Beroep hadden geoordeeld dat, hoewel sommige waren en diensten (beperkt) soortgelijk zijn, de verschillen tussen de tekens zodanig zijn dat geen sprake is van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dit oordeel.

IEFBE 4174

Weigering van inschrijving van ELIXIR D’ANVERS als Benelux-woordmerk voor likeuren wegens beschrijvend karakter en ontbreken van onderscheidend vermogen

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 15 okt 2025, IEFBE 4174; C 2024/23 (verzoekster tegen BBIE), https://www.ie-forum.be/artikelen/weigering-van-inschrijving-van-elixir-d-anvers-als-benelux-woordmerk-voor-likeuren-wegens-beschrijvend-karakter-en-ontbreken-van-onderscheidend-vermogen

BenGH 15 oktober 2025, IEF 23437; IEFbe 4174; C 2024/23 (verzoekster tegen BBIE). In dit arrest van het Benelux-Gerechtshof staat het beroep centraal van F.X. De Beukelaer nv tegen de beslissing van het BBIE om de inschrijving van het woordmerk ELIXIR D’ANVERS voor likeuren in klasse 33 definitief te weigeren. De aanvraag was op 6 september 2023 ingediend en op 12 september 2023 gepubliceerd. Het BBIE had de inschrijving eerst voorlopig en vervolgens definitief geweigerd op grond van art. 2.11 lid 1 jo. art. 2.2bis lid 1, onder b en c, BVIE, omdat het teken volgens het Bureau beschrijvend is en onderscheidend vermogen mist. Volgens verzoekster had het BBIE niet alle omstandigheden van het geval concreet onderzocht. Zij voerde aan dat ELIXIR D’ANVERS van huis uit onderscheidend vermogen heeft, mede omdat het teken al meer dan 150 jaar in een aanzienlijk deel van de Benelux wordt gebruikt en door de betrokken kringen spontaan als merk zou worden opgevat. Verder stelde zij, onder verwijzing naar Europese rechtspraak, dat de geografische aanduiding Anvers geen kenmerk zou zijn dat eigen is aan de productcategorie likeuren, zodat de woordcombinatie niet beschrijvend zou zijn. Het BBIE voerde daartegen aan dat het teken door het relevante publiek wordt begrepen als een elixer uit Antwerpen en dus rechtstreeks de soort en geografische herkomst van de betrokken waar aanduidt. Daarnaast stelde het BBIE dat verzoekster geen toereikend bewijs had geleverd van door gebruik verkregen onderscheidend vermogen voor de gehele Benelux en dat haar beroep op andere inschrijvingen niet relevant is, omdat iedere aanvraag op haar eigen merites moet worden beoordeeld. Het Hof verklaart het beroep ontvankelijk, omdat het tijdig is ingesteld op grond van art. 1.15bis BVIE en art. 4.2 van het Reglement op de procesvoering.

IEFBE 4093

LEGO-blokje mist eigen karakter: Gerecht bevestigt nietigheid Uniemodel

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jan 2026, IEFBE 4093; ECLI:EU:T:2026:6 (Lego A/S tegen EUIPO en Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd), https://www.ie-forum.be/artikelen/lego-blokje-mist-eigen-karakter-gerecht-bevestigt-nietigheid-uniemodel

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23232; IEFbe4093; ECLI:EU:T:2026:6 (Lego A/S tegen EUIPO en Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd). Het Gerecht (Tweede kamer) verwerpt het beroep van Lego A/S tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO om een ingeschreven Uniemodel voor een bouwblokje uit een speelgoedbouwsysteem nietig te verklaren wegens ontbreken van eigen karakter (art. 6 jo. art. 25(1)(b) Vo 6/2002). De nietigheidsaanvraag was ingediend door Guangdong Qman Toys en gebaseerd op een ouder model dat via de website brickset.com openbaar was gemaakt (onderdeel nr. 61252). EUIPO en de Kamer van Beroep vonden dat het betwiste model bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekte dan het oudere model, omdat de hoofdkenmerken samenvielen (o.m. een plaat met cilindrische stud(s) bovenop, gladde oppervlakken en een halvemaanvormige klem centraal in een eindwand). LEGO stelde in beroep dat de verschillen, onder meer rechthoekig (betwist model) versus vierkant (ouder model), een extra stud en verschillen aan de onderzijde, te weinig gewicht hadden gekregen.

IEFBE 4091

Zorginstellingen voor ouderen identiek aan verzorgingstehuizen: Gerecht corrigeert Kamer van Beroep

Gerecht EU - Tribunal UE 14 jan 2026, IEFBE 4091; ECLI:EU:T:2026:4 (Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC tegen EUIPO en Kamstar GmbH), https://www.ie-forum.be/artikelen/zorginstellingen-voor-ouderen-identiek-aan-verzorgingstehuizen-gerecht-corrigeert-kamer-van-beroep

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 2322; IEFbe 4091; ECLI:EU:T:2026:4 (Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC tegen EUIPO en Kamstar GmbH). In 2022 diende Kamstar GmbH twee aanvragen in voor de Uniewoordmerken Kimsum en Kimkom, die onder meer betrekking hadden op diensten in klasse 43, waaronder hotel- en restaurantdiensten, dagopvang en zorg- en huisvestingsdiensten voor ouderen en kinderen. Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC stelde oppositie in op basis van haar oudere Uniewoordmerk KIMPTON, dat eveneens bescherming geniet voor een breed scala aan diensten in klasse 43. De Oppositieafdeling wees de bezwaren af wegens het ontbreken van verwarringsgevaar. In beroep verklaarde de Kamer van Beroep de opposities gedeeltelijk gegrond, maar oordeelde dat voor bepaalde diensten op het gebied van dagopvang en ouderenzorg geen verwarringsgevaar bestond, omdat deze slechts in geringe mate zouden overeenkomen met de door het oudere merk bestreken diensten.

IEFBE 4173

Nietigverklaring Benelux-woord/beeldmerk wegens reëel verwarringsgevaar met ouder woord/beeldmerk

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 15 okt 2025, IEFBE 4173; C 2024/13 (SUPERVIZOME SRL tegen De heer Az-EDDINE ESNOUSSI ), https://www.ie-forum.be/artikelen/nietigverklaring-benelux-woord-beeldmerk-wegens-reeel-verwarringsgevaar-met-ouder-woord-beeldmerk

BenGH 15 oktober 2025, IEF 23436; IEFbe 4173; C 2024/13 (SUPERVIZOME SRL tegen De heer Az-EDDINE ESNOUSSI). In dit arrest van het Benelux-Gerechtshof staat een beroep centraal tegen een doorhalingsbeslissing van het BBIE. Verzoekster, Supervizome SRL, is een Brusselse onderneming die diensten aanbiedt op het gebied van het ontstoppen van leidingen en riolen en het leegzuigen van septische tanks. Zij is houdster van twee oudere Benelux-merken: het woordmerk “SD Débouchage” en een ouder woord/beeldmerk met een waterdruppel-logo en tekstuele elementen. Verweerder, Az-Eddine Esnoussi, biedt in de regio Brussel eveneens diensten aan op het gebied van reinigen en ontstoppen van leidingen. Aan hem is op 2 december 2022 een later Benelux-woord/beeldmerk verleend voor verschillende diensten in klasse 37. Supervizome heeft vervolgens op 27 december 2022 op grond van art. 2.30bis lid 1 onder b BVIE een vordering tot doorhaling ingesteld, aanvankelijk gebaseerd op art. 2.2ter lid 1 onder a en b en art. 2.2ter lid 3 onder a BVIE. Het BBIE wijst die vordering af, onder meer omdat de argumentatie volgens het BBIE ontoereikend is. In beroep bij het Benelux-Gerechtshof beperkt Supervizome haar beroep uiteindelijk tot art. 2.2ter lid 1 onder b BVIE, dus de vraag of het bestreden merk wegens verwarringsgevaar met een ouder merk nietig moet worden verklaard. Het Hof verklaart het beroep ontvankelijk en beoordeelt vervolgens zelfstandig of aan de voorwaarden voor nietigverklaring is voldaan.