IEFBE 2927

Antwoord prejudiciële vragen beroep op informatievereisten

HvJ EU 23 januari 2019, IEF 18640, IEFbe 2927, IT 2842; C‑430/17 (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung) Consumentenbescherming. Vervolg op prejudicieel gestelde vragen [IEFbe 2331 en IT 2343]. Hier is van belang of verweerder zich met succes kan beroepen op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid overeenkomstig de BGB (Duits Burgerlijk Wetboek), EGBGB (Duitse wet tot invoering van het Burgerlijk Wetboek) en richtlijn 2011/83. Het antwoord op de vraag of de minder strenge informatievereisten hier gelden, hangt af van de uitlegging van artikel 8 lid 4 eerste zin, en artikel 6 lid 1 (h) van richtlijn 2011/83/EU. De vraag rijst evenwel of een zo uitgebreide informatieplicht over het herroepingsrecht verenigbaar is met de doelen van richtlijn 2011/83/EU. Het zou een onevenredige beperking van de vrije reclamevoering kunnen zijn de handelaar, ongeacht beperkingen in ruimte en tijd van het door hem voor de reclame gebruikte middel voor communicatie op afstand, te verplichten de omvangrijke instructies voor herroeping meteen en rechtstreeks in dit middel voor communicatie op afstand mee te delen en het modelformulier voor herroeping daarbij te voegen. Er zijn prejudiciële vragen gesteld aan het Hof met betrekking tot het beroep op de minder strenge informatievereisten met het oog op de consumentenbescherming.

Prejudiciële vragen:

1. Is het bij de toepassing van artikel 8, lid 4, van richtlijn 2011/83/EU voor de vraag of bij een middel voor communicatie op afstand (in casu: reclamefolder met bestelkaart) beperkte ruimte of tijd wordt geboden voor het tonen van de informatie, relevant a) of het middel voor communicatie op afstand (abstract genomen) naar zijn aard beperkte tijd of ruimte biedt; dan wel b) of het (concreet) in de door de handelaar gekozen vorm ervan beperkte tijd of ruimte biedt?  

2. Is het verenigbaar met artikel 8, lid 4, en artikel 6, lid 1, onder h), van richtlijn 2011/83/EU om de informatie over het herroepingsrecht in het geval van beperkte weergavemogelijkheid in de zin van artikel 8, lid 4, van richtlijn 2011/83/EU, te beperken tot de informatie dat een herroepingsrecht bestaat?  

3. Is het overeenkomstig artikel 8, lid 4, en artikel 6, lid 1, onder h), van richtlijn 2011/83/EU voor het sluiten van een overeenkomst op afstand ook in het geval van beperkte weergavemogelijkheid steeds noodzakelijk bij het middel voor communicatie op afstand het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage I, deel B, van richtlijn 2011/83/EU bij te voegen?

Antwoorden:

47      Gelet op alle voorgaande overwegingen dient op de prejudiciële vragen als volgt te worden geantwoord:

–        bij de beoordeling of het communicatiemiddel in een concreet geval beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, overeenkomstig artikel 8, lid 4, van richtlijn 2011/83, dient rekening te worden gehouden met alle technische kenmerken van de commerciële communicatie van de handelaar. Daarbij dient de nationale rechter na te gaan of, gelet op de door de communicatie ingenomen ruimte en tijd en gelet op de minimumomvang van het lettertype dat geschikt is voor de gemiddelde consument voor wie deze communicatie is bestemd, alle in artikel 6, lid 1, van deze richtlijn bedoelde informatie objectief kan worden getoond in deze communicatie;

–        artikel 6, lid 1, onder h), en artikel 8, lid 4, van richtlijn 2011/83 dienen aldus te worden uitgelegd dat ingeval de overeenkomst wordt gesloten met behulp van een middel voor communicatie op afstand dat beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie en wanneer een herroepingsrecht bestaat, de handelaar verplicht is om de consument, met behulp van het betrokken communicatiemiddel en vóór het sluiten van de overeenkomst, de informatie betreffende de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor uitoefening van dat recht te verstrekken. In dat geval moet deze handelaar het modelformulier voor herroeping van bijlage I, deel B, bij deze richtlijn aan de consument meedelen via een andere bron, in een duidelijke en begrijpelijke taal.