IEFBE 3050
  • Brussel - Bruxelles
    19 feb 2020
  • Gegevensbeschermingsautoriteit tegen slijterij

Argumenten GBA in tegenspraak met feiten en wetgeving

Hof van beroep Brussel 19 februari 2020, IEFbe 3050; 2019/AR/1600 (Gegevensbeschermingautoriteit tegen slijterij) In 2018 ontving de Gegevensbeschermingsautoriteit een klacht van een persoon die klant was bij drankenhandel X. Om bij de slijterij een klantenkaart te kunnen krijgen, werd zij verplicht om haar elektronische identiteitskaart te laten lezen in het computersysteem van de drankenhandel. De betrokkene wenste haar identiteitskaart echter niet elektronisch te laten lezen. Haar voorstel om, bij wijze van alternatief, de persoonsgegevens die nodig waren om een klantenkaart aan te maken op een andere wijze te verstrekken, werd afgewezen. Bijgevolg werd de betrokkene een klantenkaart van de drankenhandel geweigerd, hoewel zij graag een klantenkaart wilde. De GBA stelde drie inbreuken op de Algemene Verordening Gegevensbescherming vast en legde een boete op. Het Marktenhof heeft de beslissing van de GBA vernietigd. Geconcludeerd wordt dat de proceskamer van de GBA haar beslissing onvoldoende rechtvaardigt, o.a. omdat de argumenten van de GBA soms in tegenspraak zijn met de feiten en de dan geldende wetgeving. De GBA wordt ook bekritiseerd voor het niet rechtvaardigen van het bedrag van de boete die zij had opgelegd.

8.3. Besluit van punten 8.1 en 8.2:  In de mate dat de bestreden beslissing niet afdoende gemotiveerd is om reden dat bepaalde motieven van de bestreden beslissing onverenigbaar zijn met de stukken uit het dossier en met de vigerende wettelijke bepalingen op het moment van de klacht en het Marktenhof niet kan nagaan welk motief of welke motieven dienvolgens de facto doorslaggevend zijn geweest om de bestreden beslissing te rechtvaardigen, moet het Marktenhof vaststellen dat de door de GBA aangehaalde motieven het bewezen verklaren van de inbreuken (en als gevolg ervan evenzo het opleggen van sancties omwille van deze beweerde inbreuken) niet kunnen schragen. De beslissing is om die reden op onwettelijke wijze genomen en dient dienvolgens nietig verklaard te warden.

9. De sanctie.  Benevens het gegeven dat de bestreden beslissing niet afdoende gemotiveerd is (zie punt 8.3 hiervoor) is de opgelegde sanctie te weten een geldboete van € 10.000 op haar beurt niet afdoend gemotiveerd.

lndien met de GBA kan gesteld warden dat deze niet elke mogelijke sanctie van artikel 83.2 AVG dient te overlopen en zij niet dient te motiveren waarom sommige sancties niet warden overwogen, dan neemt zulks niet weg dat de keuze voor de opgelegde sanctie wel degelijk op afdoende wijze moet gemotiveerd warden. Bij de concrete vaststelling van de sanctie, zouden de volgende algemene criteria leidend moeten zijn:

de ernst van de inbreuk; de duur van de inbreuk; de nodige afschrikkende werking om verdere inbreuken te voorkomen.

De GBA bepaalt evidenter wijze zelf welke sanctie volgens haar passend is.

Echter, zoals hiervoor gesteld, een beslissing van de GBA met betrekking tot (de hoogte van) een geldelijke boete is niet bindend voor het Marktenhof.

Het Marktenhof beoordeelt de omvang van een eventuele sanctie zo dat deze enerzijds in overeenstemming is met de omstandigheden en anderzijds evenredig is aan de vastgestelde inbreuk en aan de draagkracht van de inbreuk plegende partij.

De enkele vermelding dat de inbreuk betrekking heeft op een fundamenteel rechtsbeginsel van gegevensbescherming is daarbij niet voldoende. De aard en de ernst van de inbreuken vormen een van de appreciatiekenmerken voor het bepalen van de sanctie en de begroting ervan indien er geopteerd wordt voor een geldboete maar deze elementen moeten getoetst warden aan "alle" elementen van het dossier (bijvoorbeeld de vraag of het om een eenmalige inbreuk gaat of niet, welke de impact is in het rechtsleven algemeen beschouwd, of er enige intentie of opzet in hoofde van de inbreukpleger aangetoond wordt, ..... ) en waarbij - bij ontstentenis van een duidelijke kwalificering en kwantificering van de mogelijke sancties via een voor eenieder toegankelijk document (richtsnoer of schaal transparant meegedeeld door de GBA) voordat er sprake is van een concrete klacht - minstens moet gemotiveerd warden waarom een minder vergaande sanctie dan het opleggen van een geldboete van € 10.000 niet van aard zou kunnen zijn om aan de inbreuken een einde te stellen. Enkel mits aan deze vereisten van afdoende, duidelijke en transparante motivering te voldoen wordt artikel 83 AVG, dat stelt dat de sanctie in elke zaak doeltreffend, evenredig en afschrikkend moet zijn, effectief nageleefd. Te dezen is alleszins niet voldaan aan de criteria van doeltreffendheid en evenredigheid. ·

Waar de GBA andermaal als motief weerhoudt "een grove nalatigheid met een verregaande impact niet al/een op de gegevensverwerking van de klager, maar op deze van alle klanten van de verweerder bij gebrek aan alternatief voor de aanmaak van het k/antenbestand op grand van de elektronische identiteitskaart, afwezigheid van geldige toestemming en overmatige gegevensverwerking" en uit . de gegevens van het geschil blijkt dat de klaagster nooit haar identiteitsgegevens beschikbaar heeft gesteld en zij persoonlijk dus geen nadeel kan ondergaan hebben en de omstandigheid dat geen alternatief voorhanden was geen geldige rechtsgrond was op het moment van de klacht, volgt dat ook de sanctie op zich (ook al zouden er inbreuken bewezen zijn geweest) onwettig is.

Reeds om die reden alleen dient de bestreden beslissing vernietigd te warden. Ook het achtste middeI van de appellant is gegrond.

De motieven die de GBA thans bij conclusie (nr 106) bijbrengt om post factum de opgelegde en uitgevoerde sanctie te rechtvaardigen, kunnen niet in aanmerking genomen warden. De inbreukpleger moet voordat hem een sanctie wordt opgelegd kennis krijgen van de aard van sanctie die overwogen wordt en van de omvang ervan (in geval een geldboete overwogen wordt). De inbreukpleger moet gewaarschuwd warden (met als doel het nodeloos sanctioneren te vermijden) en de gelegenheid krijgen zich te verdedigen omtrent de door de Geschillenkamer voorgestelde bedragen van de boete, voordat de sanctie effectief wordt opgelegd en uitgevoerd.