IEFBE 2899

Burgemeester moet beter weten en maakt inbreuk privacyrecht

De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit 28 mei 2019, IEFbe 2899; DOS-2018-05808 en DOS-2018-05815 (Klagers tegen Burgemeester) Privacyrecht. AVG. Er zijn klachten ingediend bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen een burgemeester die e-mailadressen verkregen in het kader van een verkavelingswijziging, heeft gebruikt voor de verzending van verkiezingspropaganda. Klagers zijn van mening dat dit een inbreuk maakt op hun recht op privacy en rechten ontleent aan de AVG. Nu de mailadressen zijn hergebruikt op deze manier is er sprake van afwending van doelbinding. Een burgemeester met zijn voorbeeldfunctie en te verwachten kennisniveau dient zich hier niet schuldig aan te maken. Er wordt een administratieve geldboete opgelegd.

Vermits uit de feiten blijkt dat de mailadressen die werden aangewend om een e-mail te richten aan de verweerder als burgemeester in het kader van een aanvraag tot verkavelingswijziging door de verweerder werden hergebruikt om verkiezingspropaganda te sturen aan de klagers en er aldus afwending van doelbinding is, is de Geschillenkamer van oordeel dat de inbreuk op art. 5.1.b) en art. 6.4. AVG is bewezen en gaat zij over tot het opleggen van een berisping.

De Geschillenkamer oordeelt daarenboven dat het naleven van de AVG een verplichting inhoudt die serieus genomen moet worden. Het betreft hier immers regels die het grondrecht van de burger op de bescherming van zijn persoonsgegevens moeten garanderen.

Dit geldt voor iedere verwerkingsverantwoordelijke en zeker ook voor de houder van een publiek mandaat zoals een burgemeester. De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de gegevens die hij of zij aan de houder van een publiek mandaat toevertrouwt in de uitvoering van diens functie niet worden gebruikt voor andere doeleinden, in strijd met de wet. Daar komt bij dat het hier gaat om een gebruik voor persoonlijke doelen van de houder van dit mandaat. Van een burgemeester mag worden verwacht dat hij kennis heeft van de verplichtingen die de AVG meebrengt of zich daar naar behoren van gewist. Hierbij speelt mee dat aan de toepassing van de AVG aanzienlijke aandacht is besteed in publieke media. De Geschillenkamer meent dat een burgemeester een voorbeeldfunctie heeft wat betreft het naleven van de wet.

De Geschillenkamer concludeert dat dit een ernstige inbreuk van de AVG oplevert.

Er is sprake van verregaande nalatigheid, zodat eveneens een administratieve geldboete wordt opgelegd. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, waaromtrent de Geschillenkamer oordeelt dat de impact van de inbreuk eerder gering is en, voor zover bekend, het aantal betrokkenen beperkt is.