IEFBE 3196

Conclusie A-G: Decompileren computerprogramma niet per se inbreukmakend

HvJ EU Conclusie A-G 10 maart 2021, IEF 19838, IT 3449, ECLI:EU:C:2021:193 (Top System tegen Belgische Staat) Top System, een ontwikkelaar van computerprogramma's, werkt al verscheidene jaren samen met de Belgische openbare instelling Selor. Zij hebben meerdere digitale toepassingen met elkaar ontwikkeld. Desondanks is er in 2009 tussen partijen een geschil ontstaan omdat Top System van mening was dat Selor - en daarmee ook de Belgische Staat - inbreuk had gemaakt op de exclusieve rechten die zij op een programma had omdat Selor de software hiervan had gedecompileerd. Het Brusselse Hof van beroep heeft naar aanleiding van deze kwestie twee prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU om meer duidelijkheid te krijgen over in hoeverre het decompileren van een computerprogramma is toegestaan onder Europees auteursrecht. A-G Szpunar formuleert als reactie op de vragen dat dit is toegestaan wanneer dat noodzakelijk is om fouten te verbeteren die de werking van het programma beïnvloeden.

90. In het licht van het voorgaande stel ik het Hof voor om de prejudiciële vragen van de cour d’appel de Bruxelles te beantwoorden als volgt:

„1)      Artikel 5, lid 1, van richtlijn 91/250/EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s moet aldus worden uitgelegd dat het een rechtmatige verkrijger van een computerprogramma toestaat om dit programma te decompileren wanneer dat noodzakelijk is om fouten te verbeteren die de werking ervan beïnvloeden.

2)      Artikel 5, lid 1, van richtlijn 91/250 moet aldus worden uitgelegd dat de decompilatie van een computerprogramma die overeenkomstig deze bepaling door een rechtmatige verkrijger wordt verricht om fouten in dit programma te verbeteren, niet onderworpen is aan de in artikel 6 van deze richtlijn neergelegde vereisten. Een dergelijke decompilatie mag echter slechts worden verricht voor zover dit noodzakelijk is voor deze correctie en binnen de grenzen van de contractuele verplichtingen van de verkrijger.”

Prejudiciële vragen:

21. In deze omstandigheden heeft de cour d’appel de Bruxelles (hof van beroep Brussel, België) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1)      Moet artikel 5, lid 1, van [richtlijn 91/250] aldus worden uitgelegd dat het de rechtmatige verkrijger van een computerprogramma toestaat om dit programma geheel of gedeeltelijk te decompileren wanneer dat noodzakelijk is om fouten te kunnen verbeteren die de werking van het computerprogramma beïnvloeden, ook wanneer de verbetering bestaat in de deactivering van een functie die de goede werking verstoort van de toepassing waarvan dat programma deel uitmaakt?

2)      Zo ja, moet dan ook aan de voorwaarden van artikel 6 van [richtlijn 91/250] of aan andere voorwaarden worden voldaan?”