IEFBE 3467

Conclusie A-G in zaak optische diskdrives

HvJ EU Conclusie A-G 3 juni 2021, IT 3965, IEFbe 3467; ECLI:EU:C:2021:452 (Sony en Toshiba c.s. tegen Europese Commissie) Deze conclusie behelst een viertal hogere voorzieningen ingesteld door leveranciers van optische diskdrives. In het bijzonder wordt ingegaan op twee onderwerpen die in elk van deze zaken voortkomen. Ten eerste wordt de formulering behandeld die wordt gebruikt om naast de enkele voortdurende inbreuk, ook meerdere afzonderlijke inbreuken die tezamen als één enkele voortdurende inbreuk kwalificeren, te motiveren in het kader van art. 101 VWEU. Hierbij geeft de Commissie rekwirantes geen andere motivering, dan die motivering die ook is gebruikt om aan te tonen dat er sprake is van één enkele voortdurende inbreuk. Ten tweede wordt er ook nader ingegaan op de berekening van een sanctie wanneer er sprake is van verkoop binnen het kartel of winstdeling.

109. Dit heeft een aanzienlijk praktisch belang, met name gezien het feit dat de groep van personen die het recht hebben om schadevergoeding te eisen van de ondernemingen waarop het besluit van de Commissie betrekking heeft zeer gevarieerd is, ook in het licht van de recentere rechtspraak van het Hof volgens welke „zowel het waarborgen van de volle werking en het nuttig effect van artikel 101 VWEU als de doeltreffende bescherming tegen de nadelige gevolgen van een inbreuk op de mededingingsregels aanzienlijk zou worden aangetast, als de mogelijkheid om vergoeding te vorderen van schade die door een kartel is ontstaan beperkt zou zijn tot leveranciers of afnemers op de door het kartel beïnvloede markt.”(33)

111. Op grond van het bovenstaande denk ik met betrekking tot dit punt tot de slotsom te kunnen komen dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de in het definitieve besluit door de Commissie gebruikte formulering volgens welke de enkele, voortdurende inbreuk bestaat uit meerdere afzonderlijke inbreuken, juist is.

179.  Aangezien de motiveringen van de Commissie betreffende de berekeningsmethode voor de sancties, die door het Gerecht zijn bevestigd, zijn gebaseerd op juridische argumenten die betrekking hebben op de beginselen op het gebied van de vaststelling van de sanctie, die in overeenstemming lijken te zijn met de hierboven uiteengezette opvattingen van het Hof, terwijl met de argumenten van rekwirantes – waarmee de reeds in eerste aanleg aangevoerde grieven worden herhaald – geen enkel nieuw beoordelingselement wordt aangedragen, geef ik het Hof in overweging het middel betreffende de tot hier behandelde rechtsvraag niet te aanvaarden.