Gepubliceerd op woensdag 22 april 2026
IEFBE 4194
HvJ EU - CJUE ||
26 feb 2026
HvJ EU - CJUE 26 feb 2026, IEFBE 4194; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta Platforms Ireland Ltd tegen Europese Commissie ), https://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-rantos-inzake-meta-commissie

Conclusie A-G Rantos inzake Meta/Commissie

Conclusie A-G Hof van Justitie EU 26 februari 2026, IT 5223; IEFbe 4194; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta tegen Europese Commissie). In deze hogere voorziening vecht Meta arresten van het Gerecht aan over besluiten van de Europese Commissie om grote hoeveelheden interne documenten op te vragen voor mededingingsonderzoeken naar Facebook Marketplace en data-gebruik. De Commissie gebruikte hiervoor brede zoektermen, wat volgens Meta leidde tot het verzamelen van talloze irrelevante en privé-documenten. Meta stelt dat het 'noodzakelijkheidsbeginsel' is geschonden en dat de Commissie onvoldoende waarborgen biedt voor persoonsgegevens in zogenoemde 'gemengde documenten' (documenten met zowel zakelijke als persoonlijke informatie). De kern van de juridische discussie is of de Commissie redelijkerwijs mag aannemen dat dergelijke brede zoekopdrachten nodig zijn om inbreuken op het mededingingsrecht op te sporen, zelfs als er veel 'bijvangst' is.

De A-G adviseert het Hof van Justitie om de hogere voorzieningen van Meta grotendeels af te wijzen. Hij stelt dat de Commissie een ruime beoordelingsvrijheid heeft om te bepalen welke inlichtingen noodzakelijk zijn. Het feit dat zoekopdrachten ook irrelevante documenten opleveren, maakt het verzoek niet onrechtmatig, zolang er een voldoende nauw verband is met het onderzoeksobject. Bovendien oordeelt de A-G dat de procedurele waarborgen, zoals de 'virtuele dataroom' voor zeer gevoelige privégegevens en de mogelijkheid om achteraf om teruggave van irrelevante stukken te verzoeken, in principe volstaan. Het Gerecht heeft volgens de Advocaat-Generaal geen rechtsfouten gemaakt door te oordelen dat Meta niet heeft aangetoond dat de zoektermen willekeurig of buitenproportioneel waren.

26.      In de tweede plaats stel ik vast dat het betoog van rekwirante hoofdzakelijk berust op het feit dat de zoektermen, door het gebruik van een jokerteken, onvermijdelijk ertoe leiden dat een aanzienlijk aantal documenten wordt gevonden die niet relevant zijn voor de litigieuze onderzoeken, hetgeen volgens haar in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.(25)

27.      In dit verband merk ik ten eerste op dat, opdat een op zoektermen gebaseerd verzoek om inlichtingen voldoet aan de criteria van artikel 18, lid 1, van verordening nr. 1/2003, niet vereist is dat alle geïdentificeerde documenten – of zelfs een aanzienlijk aantal daarvan – nuttig blijken te zijn voor het onderzoek.(26) Integendeel, het feit dat sommige of zelfs de meeste van de geïdentificeerde documenten irrelevant kunnen blijken voor het onderzoek, volstaat op zich niet om aan te nemen dat de betrokken zoektermen geen enkel verband hebben met de door de Commissie vermoede inbreuk.(27) Het onderzoek van de noodzaak (en de evenredigheid) van het verzoek om inlichtingen kan namelijk niet op een zuiver kwantitatief of statistisch criterium berusten.(28)

54.      Ten slotte ben ik van mening dat het feit dat een document geen gevoelige persoonsgegevens bevat die onder artikel 9, lid 1, AVG en artikel 10, lid 1, EUDPR vallen, en niet is onderworpen aan de virtuele-dataroomprocedure, niet betekent dat dit document geen passende bescherming geniet.(67) Hoewel de beschikkingen in kort geding dit niet expliciet vermelden, komt het mij overigens voor dat de virtuele-dataroomprocedure alleen gerechtvaardigd is voor documenten die op grond van de AVG en de EUDPR in beginsel niet mogen worden verwerkt, dat wil zeggen voor documenten die gevoelige persoonsgegevens in de zin van die verordeningen bevatten. Het is juist onvermijdelijk dat de Commissie toegang krijgt tot de gemengde documenten, ondanks het volgens rekwirante „zeer vertrouwelijke en privékarakter van de persoonlijke informatie” die zij bevatten, aangezien deze documenten worden geacht ook informatie te bevatten die nuttig is voor het onderzoek, onder voorbehoud dat zij worden verwerkt met inachtneming van de rechten van de betrokkenen.(68)