IEFBE 2834

Conclusie AG: Amazon kan niet worden verplicht om voor consumenten een telefoonnummer open te stellen

Conclusie AG HvJ EU 28 februari 2019, IEFbe 2834; IT 2721; ECLI:EU:C:2019:165 (Amazon) Consumentenbescherming. Richtlijn 2011/83/EU. Informatieverplichtingen voor overeenkomsten op afstand of buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten. Informatie over communicatiemiddelen waarmee de consument snel contact met de handelaar kan opnemen en efficiënt met hem kan communiceren. Uit het persbericht:

Advocaat-generaal Pitruzzella stelt het Hof voor te verklaren dat een e-commerceplatform als Amazon niet kan worden verplicht om voor consumenten een telefoonnummer open te stellen. Wel moet worden gegarandeerd dat de consument uit meerdere communicatiemiddelen kan kiezen, snel contact met de handelaar kan opnemen en efficiënt met hem kan communiceren, en dat de informatie over deze middelen toegankelijk, duidelijk en begrijpelijk is.

Prejudicieel gestelde vragen: via Minbuza :

1. Kunnen de lidstaten een bepaling als artikel 246a, § 1, lid 1, eerste volzin, punt 2, EGBGB (wet tot invoering van het burgerlijk wetboek) vaststellen, op grond waarvan –de handelaar de consument in het kader van de sluiting van overeenkomsten op afstand steeds zijn telefoonnummer moet meedelen voordat de consument erin toestemt de overeenkomst aan te gaan[, en niet alleen indien een telefoonnummer beschikbaar is]? 

2. Betekent de in [de Duitse versie van] artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn 2011/83/EU gebruikte uitdrukking „gegebenenfalls” [(in de Nederlandse versie: „indien beschikbaar”)] dat een handelaar enkel informatie moet verstrekken over communicatiemiddelen die al daadwerkelijk in zijn onderneming voorhanden zijn, zodat hij niet verplicht is een telefoon- of faxaansluiting dan wel een e-mailaccount nieuw te installeren, wanneer hij beslist in zijn onderneming ook overeenkomsten op afstand te sluiten? 

3. Ingeval de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord: Betekent de in [de Duitse versie van] artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn 2011/83/EU gebruikte uitdrukking „gegebenenfalls” [(in de Nederlandse versie: „indien beschikbaar”)] dat communicatiemiddelen enkel worden geacht reeds in de onderneming voorhanden te zijn wanneer zij door de handelaar in ieder geval daadwerkelijk ook voor contact met consumenten in het kader van de sluiting van overeenkomsten op afstand worden gebruikt, dan wel dat communicatiemiddelen ook worden geacht al in de onderneming voorhanden te zijn wanneer zij door de handelaar tot nog toe uitsluitend voor andere doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld voor de communicatie met ondernemers of overheidsinstanties? 

4. Is de opsomming in artikel 6, lid 1, onder c), van richtlijn 2011/83/EU van de communicatiemiddelen telefoon, fax en email exhaustief of kan een handelaar ook andere, niet in die bepaling genoemde communicatiemiddelen – zoals een chatbox of een telefonisch terugbelsysteem – gebruiken, voor zover die een snelle contactname en een efficiënte communicatie waarborgen? 

5. Vereist de toepassing van de transparantieverplichting van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2011/83/EU – op grond waarvan de handelaar de consument op een duidelijke en begrijpelijke wijze informatie moet verstrekken over de in artikel 6, lid 1, onder c) van richtlijn 2011/83/EU genoemde communicatiemiddelen – dat de informatie snel en efficiënt wordt verstrekt?