IEFBE 1924

Conclusie AG: Overeenkomst EU-Canadese doorgifte passagiersgegevens kan niet worden gesloten

EU Canada

Conclusie AG HvJ EU 8 september 2016, IT 2130; IEFBE 1924; ECLI:EU:C:2016:656 (EU Canada PNR-overeenkomst) Persoonsgegevens. Terrorisme bestrijding. Privé- en gezinsleven. De EU en Canada zijn in 2010 onderhandelingen gestart over een overeenkomst over de doorgifte en de verwerking van persoonsgegevens van passagiers (PNR-overeenkomst). De overeenkomst moet het mogelijk maken dat PNR-gegevens aan de Canadese autoriteiten worden doorgegeven met het oog op latere doorgifte van gegevens, teneinde terrorisme en andere grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden. Aan het Hof wordt gevraagd of de voorgenomen overeenkomst verenigbaar is met het recht van de Unie, dat de eerbiediging van het privé- en gezinsleven en de bescherming van persoonsgegevens waarborgt. Volgens de AG kan de tussen de Europese Unie en Canada voorgenomen overeenkomst inzake de doorgifte van persoonsgegevens van passagiers in haar huidige vorm niet worden gesloten. Conclusie AG:

1)      Het besluit van de Raad betreffende de sluiting van de voorgenomen overeenkomst tussen Canada en de Europese Unie inzake de doorgifte en verwerking van gegevens uit het passagiersnamenregister (PNR), ondertekend op 25 juni 2014, moet worden gebaseerd op artikel 16, lid 2, eerste alinea, en artikel 87, lid 2, onder a), VWEU, gelezen in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), v), VWEU.

2)      De voorgenomen overeenkomst is verenigbaar met artikel 16 VWEU en de artikelen 7 en 8 en artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, op voorwaarde dat:

 

–      de in de bijlage bij de voorgenomen overeenkomst opgesomde categorieën gegevens uit het passagiersnamenregister (PNR) van luchtvaartpassagiers duidelijk en nauwkeurig zijn geformuleerd en gevoelige gegevens in de zin van de voorgenomen overeenkomst van de werkingssfeer van deze laatste zijn uitgesloten;

–      strafbare feiten die vallen onder de definitie van zware grensoverschrijdende criminaliteit in artikel 3, lid 3, van de voorgenomen overeenkomst uitputtend in die overeenkomst of in een bijlage daarbij worden opgesomd;

–      de voorgenomen overeenkomst voldoende duidelijk en nauwkeurig de met de verwerking van de gegevens uit het passagiersnamenregister belaste autoriteit aanwijst om de bescherming en de beveiliging van die gegevens te waarborgen;

–      de voorgenomen overeenkomst uitdrukkelijk bepaalt welke beginselen en regels gelden zowel voor de scenario’s en vooraf vastgestelde criteria als voor de databanken waarmee de gegevens uit het passagiersnamenregister worden gecombineerd in het kader van geautomatiseerde verwerking van die gegevens, opdat in ruime mate op niet-discriminerende wijze het aantal personen die in het vizier geraken kan worden beperkt tot degenen op wie een redelijke verdenking van deelneming aan terrorisme of zware grensoverschrijdende criminaliteit rust;

–      de voorgenomen overeenkomst bepaalt dat alleen functionarissen van de bevoegde Canadese autoriteit toegang mogen hebben tot gegevens uit het passagiersnamenregister en voorziet in objectieve criteria aan de hand waarvan het aantal van die functionarissen kan worden bepaald;

–      de voorgenomen overeenkomst gemotiveerd de objectieve redenen vermeldt die rechtvaardigen dat alle gegevens uit het passagiersnamenregister voor een maximumperiode van vijf jaar moeten worden bewaard;

–      de voorgenomen overeenkomst, voor het geval de maximumbewaartermijn van vijf jaar voor gegevens uit het passagiersnamenregister als noodzakelijk wordt beschouwd, „depersonalisering” door afscherming waarborgt voor alle gegevens uit het passagiersnamenregister aan de hand waarvan een luchtvaartpassagier rechtstreeks kan worden geïdentificeerd;

–      de voorgenomen overeenkomst het door de bevoegde Canadese autoriteit verrichte onderzoek met betrekking tot het door andere Canadese overheidsinstanties en het door overheidsinstanties van derde landen gewaarborgde beschermingsniveau, alsook de eventuele beslissing om, per geval, gegevens uit het passagiersnamenregister aan genoemde autoriteiten vrij te geven, aan voorafgaand toezicht door een onafhankelijke autoriteit of een rechterlijke instantie onderwerpt;

–      de bedoeling om gegevens uit het passagiersnamenregister van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie aan een andere Canadese overheidsinstantie of aan een overheidsinstantie van een derde land vrij te geven, eerst aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat en/of aan de Europese Commissie wordt meegedeeld voordat inderdaad gegevens worden meegedeeld;

–      de voorgenomen overeenkomst stelselmatig, door een duidelijke en nauwkeurige regel, waarborgt dat een onafhankelijke autoriteit in de zin van artikel 8, lid 3, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erop toeziet dat het privéleven en de persoonsgegevens van passagiers van wie gegevens uit het passagiersnamenregister worden verwerkt, worden beschermd, en

–      de voorgenomen overeenkomst duidelijk bepaalt dat verzoeken om toegang, correctie en annotatie die afkomstig zijn van passagiers die niet op Canadees grondgebied aanwezig zijn, hetzij rechtstreeks hetzij via administratief beroep tot een onafhankelijke openbare instantie kunnen worden gericht.

3)      De voorgenomen overeenkomst is onverenigbaar met de artikelen 7 en 8 en artikel 52, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, voor zover:

–      ingevolge artikel 3, lid 5, van de voorgenomen overeenkomst in ruimere mate dan strikt noodzakelijk is de mogelijkheden van verwerking van gegevens uit het passagiersnamenregister kunnen worden verruimd, los van de in artikel 3 van die overeenkomst vermelde doelstelling, om terrorisme en zware grensoverschrijdende criminaliteit te voorkomen en op te sporen;

–      Canada op grond van artikel 8 van de voorgenomen overeenkomst gegevens uit het passagiersnamenregister die gevoelige informatie bevatten kan verwerken, gebruiken en bewaren;

–      Canada ingevolge artikel 12, punt 3, van de voorgenomen overeenkomst in ruimere mate dan strikt noodzakelijk is informatie mag vrijgeven mits redelijke wettelijke vereisten en beperkingen in acht worden genomen;

–      Canada op grond van artikel 16, lid 5, van de voorgenomen overeenkomst gegevens uit het passagiersnamenregister voor een maximumperiode van vijf jaar mag bewaren voor onder meer een specifieke handeling, toetsing, onderzoek of gerechtelijke procedure, zonder dat enig verband hoeft te bestaan met de in artikel 3 van die overeenkomst vermelde doelstelling van voorkoming en opsporing van terrorisme en zware grensoverschrijdende criminaliteit, en

–      ingevolge artikel 19 van de voorgenomen overeenkomst gegevens uit het passagiersnamenregister aan een openbare instantie van een derde land kunnen worden doorgegeven zonder dat de bevoegde Canadese autoriteit, onder toezicht van een onafhankelijke autoriteit, eerst heeft geverifieerd dat de ontvangende openbare instantie van het betrokken derde land die gegevens nadien niet zelf kan meedelen aan een andere instantie, in voorkomend geval van een derde land.

Persbericht: http://curia.europa.eu