IEFBE 3198

Eerste Kamer BenGH verwerpt beroep tegen uitspraak Tweede Kamer

BenGH Brussel Google maps

Benelux Gerechtshof 15 maart 2021, IEF 19860, IEFbe 3198, C 2018/11/V/8 (BXT tegen GiGi) [Vervolg op IEF 18902]. BXT heeft het teken DIDI bij het BOIP gedeponeerd voor waren en diensten in verscheidene klassen van de Overeenkomst van Nice, waaronder klasse 12. GiGi heeft zich hier vervolgens tegen verzet. Deze oppositie is gedeeltelijk toegewezen, terecht volgens de Tweede Kamer van het BenGH in een eerdere uitspraak. BXT heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld. De Eerste Kamer verklaart deze echter als ongegrond en verwerpt het beroep van BXT.

13. Deze bepaling, die een codificatie vormt van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 juni 2012 in zaak C-307/10 (lP Translator) (ECLI:EU:C:2012:361), schept de verplichting voor de aanvrager van een merk om de waren en diensten waarvoor bescherming wordt gevraagd, voldoende duidelijk en nauwkeurig te omschrijven. ln deze oppositieprocedure heeft BXT niet aangevoerd dat GiGi bij de inschrijving van haar oudere merken heeft verzuimd deze verplichting uit hoofde van artikel 2.5bis BVIE in acht te nemen.

14. Anders dan de middelen l, ll en lll tot uitgangspunt nemen, is artikel 2.5bis BVIE niet van betekenis voor de beantwoording van de vraag of GiGi met een beroep op haar oudere merken met succes oppositie kan instellen tegen de inschrijving van het Benelux-depot van BXT. Het betoog van BXT dat de leden 2 en 5 van artikel 2.5bis BVIE in deze oppositieprocedure zijn geschonden, berust dan ook op een onjuiste rechtsopvatting.