IEFBE 3330

Geen burgerlijk bewijsbeslag naar Belgisch recht

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen (afd. Kortijk) 19 oktober 2021, IEFbe 3330 (X tegen Y) Kort geding. Op eenzijdig verzoekschrift ex art. 584 Ger. W. beval de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen (buiten de procedure inzake beslag inzake namaak om) de aanstelling van een sekwester tot vrijwaren/veiligstellen van bewijsmateriaal, met machtiging voor de deurwaarder om toegang te nemen tot bedrijfsruimten en privéwoning van de bestuurder van de geviseerde vennootschap al dan niet met behulp van een slotenmaker en/of openbare macht en onder verbeurte van een dwangsom. Op derdenverzet werd geoordeeld dat het Belgisch recht vooralsnog geen wetbepaling of rechtsbeginsel kent dat in een burgerlijk bewijsbeslag voorziet waarbij gedwongen toegang wordt genomen tot privéruimten van een betrokken partij teneinde bepaalde documenten/gegevens in beslag te nemen. Hoewel er in deze uitspraak niet wordt ingegaan op de kwestie of het beslag inzake namaak opstaat voor bedrijfsgeheimen zoals werd betwist door de geviseerde vennootschap, stoelt de Voorzitter zijn uitspraak op derdenverzet op het feit dat zowel de privéwoonst als de zetel en bedrijfsgebouwen van een vennootschap onder het recht op bescherming van woonst en onschendbaarheid van woning vallen als onderdeel van het recht op privéleven zoals voorzien in artikel 8 EVRM. De machtiging verleent aan de sekwester om zich toegang te verschaffen tot de bedrijfsruimten en de privéwoning van de bestuurder, is dan ook prima facie niet verenigbaar met artikel 15 van de Grondwet, artikel 8 EVRM en 17 BUPO.

Welnu, het Belgische recht bevat geen precieze wetsbepaling of rechtsbeginsel dat toelaat om in het kader van een burgerlijk bewijsbeslag, (gedwongen) toegang te nemen tot privéruimten van een betrokken partij teneinde bepaalde documenten/gegevens in beslag te nemen (laat staan dat dat bepaald zou zijn onder welke toepassingsvoorwaarden dit wel of niet kan). Door partijen wordt ook geen dergelijke precieze bepaling aangeduid. Daarbij komt dat deze mogelijkheid in casu niet opweegt tegen het invasieve karakter van het onverwacht binnendringen van een sekwester in de privéruimten van een burger, al dan niet met behulp van een slotenmaker en/of de openbare macht , teneinde aldaar documenten en digitale data te zoeken en in bewaring te nemen in het kader van een eventueel burgerlijk proces. De verzoekende partijen beschikken over andere, minder ingrijpende middelen, om hun vorderingen ten gronde te bewijzen. Er dient dan ook na tegensprekelijk debat besloten te worden dat de machtiging aan de sekwester tot toegang tot de vermelde plaatsen en de voorziene dwangmiddelen, prima facie niet verenigbaar is met artikel 15 van de Grondwet, artikel 8 EVRM en 17 BUPO.