IEFBE 3246

Geluid van openen drankblikje is geen klankmerk

Gerecht EU 7 juli 2021, IEF 20072, IEFbe 3246; ECLI:EU:T:2021:420 (Ardagh Metal Beverage tegen EUIPO) Ardagh heeft een Uniemerkaanvraag bij het EUIPO ingediend. Het merk waarvan inschrijving is aangevraagd, is het klankteken dat doet denken aan het geluid dat ontstaat bij het openen van een drankblikje, gevolgd door een stilte van ongeveer één seconde en gebruis van ongeveer negen seconden. Het Gerecht begint met de opmerking dat een dergelijk klankmerk een onderscheidend vermogen dient te hebben, zodat de consument het aanmerkt als merk. Een element van functionele aard valt hier niet onder. Omdat het openen van een blikje onlosmakelijk verbonden is met een technische oplossing voor het hanteren van dranken kan dit geluid niet worden opgevat als een aanduiding van de commerciële herkomst van deze blikjes. Het Gerecht houdt de weigering van de aanvraag door het EUIPO in stand. 

40. Ten eerste zal het geluid dat ontstaat bij de opening van een blikje, gelet op het betrokken soort waren, immers worden beschouwd als een louter technisch en functioneel element, aangezien de opening van een blikje of fles onlosmakelijk verbonden is met een bepaalde technische oplossing voor het hanteren van dranken met het oog op consumptie ervan, los van het feit of dergelijke waren al dan niet koolzuur bevatten.

46. Zoals het EUIPO terecht opmerkt, zijn de stilte na het geluid van het openen van een blikje en de duur van het bruisende geluid, van ongeveer negen seconden, dus niet voldoende pregnant om zich te onderscheiden van vergelijkbare geluiden die door dranken worden gemaakt. Louter het feit dat een kortstondig gebruis onmiddellijk na de opening van een blikje voor dranken gebruikelijker is dan een stilte van ongeveer één seconde gevolgd door een lang gebruis, volstaat niet opdat het relevante publiek aan deze klanken enige betekenis toekent op basis waarvan het de commerciële herkomst van de betrokken waren kan identificeren.