DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op maandag 19 januari 2026
IEFBE 4084
HvJ EU - CJUE ||
15 jan 2026
HvJ EU - CJUE 15 jan 2026, IEFBE 4084; C‑788/24 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten), https://www.ie-forum.be/artikelen/geoblocking-en-vpn-bij-online-publicatie-van-auteursrechtelijk-beschermde-werken

Uitspraak ingezonden door Otto Volgenant, Boekx Advocaten

Geoblocking en VPN bij online publicatie van auteursrechtelijk beschermde werken

Conclusie AG HvJ 15 januari 2026, IEF 23216; IEFbe 4084; C-788/24 (Anne Frank Fonds/Anne Frank Stichting e.a.). In deze prejudiciële zaak vraagt de Hoge Raad der Nederlanden om uitleg van art. 3 lid 1 Infosoc-richtlijn (2001/29/EG) in een geschil tussen het Anne Frank Fonds en de Anne Frank Stichting, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten. Verweersters publiceerden online een Nederlandstalige wetenschappelijke editie van de manuscripten van Anne Frank vanuit landen waar het auteursrecht is vervallen, terwijl bepaalde versies in Nederland nog beschermd zijn. Zij pasten “state-of-the-art” geoblocking toe, waardoor toegang vanuit Nederland wordt geblokkeerd, en hanteerden daarnaast een waarschuwings- en verklaringssysteem voor gebruikers. Het Fonds stelde dat toch sprake is van een mededeling aan het publiek in Nederland, omdat toegang via VPN mogelijk blijft. De Hoge Raad legde drie vragen voor: (1) of een online publicatie alleen een mededeling aan het publiek in een bepaald land kan zijn indien zij op dat publiek is gericht; (2) of sprake is van een mededeling aan het publiek in een beschermde lidstaat wanneer toegang slechts mogelijk is door geoblocking via VPN te omzeilen, en welke rol aanvullende maatregelen daarbij spelen; en (3) wie de mededeling verricht indien omzeiling toch tot een mededeling leidt.

A-G Rantos stelt voorop dat art. 3 lid 1 Infosoc-richtlijn geen gerichtheidsvereiste kent: een internetpublicatie hoeft niet specifiek op het publiek van een lidstaat te zijn gericht om als mededeling aan het publiek te kwalificeren. Voor de tweede vraag maakt hij echter een essentieel onderscheid. Wanneer de publicerende partij doeltreffende technische maatregelen treft om toegang in lidstaten waar het werk nog beschermd is te verhinderen, zoals geoblocking, eventueel aangevuld met niet-technische maatregelen met een afschrikkend effect, is geen sprake van een mededeling aan het publiek in die geblokkeerde lidstaten. Dat gebruikers dergelijke maatregelen in individuele gevallen kunnen omzeilen via VPN, doet daaraan niet af; een andere benadering zou territoriaal auteursrechtenbeheer op internet feitelijk onmogelijk maken. Alleen indien de maatregelen opzettelijk ondoeltreffend zijn en gemakkelijk kunnen worden omzeild, kan dit anders zijn. De beoordeling van de doeltreffendheid is aan de nationale rechter en moet plaatsvinden met inachtneming van alle omstandigheden van het geval.

Ten overvloede merkt de A-G met betrekking tot de derde vraag op dat VPN-aanbieders in beginsel slechts internettoegang faciliteren en niet zelf het werk mededelen. Zij zijn daarom niet aansprakelijk voor gebruikers die geoblocking omzeilen, tenzij zij actief aanzetten tot dergelijk onrechtmatig gebruik. De A-G adviseert het Hof van Justitie van de Europese Unie derhalve te oordelen dat (i) geen gerichtheidsvereiste geldt, (ii) bij doeltreffende geoblocking geen mededeling aan het publiek plaatsvindt in het beschermde land ondanks VPN-omzeiling, en (iii) VPN-aanbieders daarvoor niet aansprakelijk zijn zonder actieve aanmoediging.

Conclusie

49.      Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging om de prejudiciële vragen van de Hoge Raad der Nederlanden te beantwoorden als volgt:

„Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij

moet aldus worden uitgelegd dat

1)      deze bepaling niet vereist dat de publicatie van een werk op een website gericht is tot het publiek van het betrokken land om in dat land als een mededeling aan het publiek te worden aangemerkt;

2)      de publicatie van inhoud op een website geen „mededeling aan het publiek” in de zin van deze bepaling vormt in een land waar deze inhoud auteursrechtelijk beschermd is en waar deze website het voorwerp uitmaakt van doeltreffende geoblocking en eventuele andere niet-technische maatregelen die ter aanvulling van die blokkeringsmaatregel de toegang moeten beperken of ontmoedigen en die in het geblokkeerde land een afschrikkend effect hebben, rekening houdend met de omstandigheden van het geval, en met name met het vermogen van gebruikers in dat land om dergelijke maatregelen te omzeilen met behulp van een dienst via een virtueel privénetwerk (VPN) of een soortgelijke dienst, en het feit dat aan aanbieders in publiekdomeinlanden geen onredelijke eisen mogen worden gesteld;

3)      indien gelet op de mogelijkheid om geoblocking te omzeilen de publicatie van inhoud op een website wordt beschouwd als een mededeling van het werk aan het publiek in het betrokken land, deze bepaling zich ertegen verzet dat een aanbieder van VPN-diensten of soortgelijke diensten aansprakelijk wordt gesteld voor handelingen van een gebruiker in een land waar de toegang tot dit werk is geblokkeerd, wanneer deze gebruiker die diensten aanwendt om de geoblocking te omzeilen, tenzij de aanbieder actief aanmoedigt tot een dergelijk onrechtmatig gebruik om in dat land toegang te krijgen tot het beschermde werk.”