IEFBE 3185

Grondwettelijk Hof: opslaan vingerafdrukken identiteitskaarten geen privacyschending

Grondwettelijk Hof 14 januari 2021, IEFbe 3185; nr. 2/2021 (Parti Libertarien, Liga voor Mensenrechten en Ligue des droits humains) Door meerdere partijen, waaronder de Parti Libertarien en de Liga voor Mensenrechten, is een verzoekschrift ingediend bij het Hof ter vernietiging van artikel 27 van de wet dat voorziet in het integreren van het digitale beeld van vingerafdrukken in de identiteitskaart. Het Hof verwerpt het verzoek. De inmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven en op bescherming van persoonsgegevens wordt volgens het Hof gerechtvaardigd door het doel identiteitsfraude te bestrijden. De waarborgen omtrent de maatregel zorgen ervoor dat er geen onevenredige gevolgen zijn voor de rechten van de betrokken personen. De vingerafdrukken van de houders van een identiteitskaart worden niet in een centraal register doorgevoerd en de autoriteiten die toegang hebben tot deze gegevens zijn limitatief. Ter beveiliging van de gegevens staat het aan de uitvoerende macht om hiervoor de benodigde maatregelen te nemen. Verder acht het Hof het niet nodig om prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitite over de geldigheid van de Europese verordening, die voorziet in een soortgelijke maatregel op Europees niveau.

B.35. In zoverre zij voorziet in het nemen van twee vingerafdrukken en het bewaren van het digitale beeld ervan op de identiteitskaart, schendt de bestreden bepaling niet het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals zij bij de in de middelen aangehaalde bepalingen worden gewaarborgd. Voor het overige tonen de verzoekende partijen niet concreet aan in welk opzicht de bestreden bepaling de artikelen 1 tot 4, 25 en 32 van de AVG zou schenden.

B.38.3. De punten van kritiek die de verzoekende partij in de zaak nr. 7202 in haar memorie van antwoord richt tegen artikel 10, lid 3, van de verordening (EU) 2019/1157, in zoverre het de bewaring van de gegevens mogelijk maakt tot negentig dagen na het afgeven van het identiteitsdocument, enerzijds, en langer dan negentig dagen voor andere doelen dan die waarin is voorzien bij de verordening, anderzijds, zijn te dezen niet relevant, aangezien de bestreden bepaling « enkel » in de bewaring van de gegevens voorziet « gedurende de tijd die nodig is voor het aanmaken en afgeven van de identiteitskaart » en in elk geval niet langer dan drie maanden vanaf het nemen van het digitale beeld van de vingerafdrukken en niet vanaf het afleveren van de identiteitskaart.

B.44.3. Het kruisen van de gegevens teneinde een persoon te identificeren is niet mogelijk, aangezien de vingerafdrukken niet kunnen worden opgeslagen ter gelegenheid van het lezen, zoals in B.41.3 is vermeld. Daarenboven kunnen, zoals de Ministerraad betoogt, de vingerafdrukken niet worden gelezen buiten het medeweten van de betrokkene aangezien, in het kader van een door de politiediensten uitgevoerde controle, de raadpleging van de vingerafdrukken een rechtstreeks 76 contact veronderstelt met de burger van wie moet worden nagegaan of zijn vingerafdrukken overeenstemmen met die waarvan het digitale beeld op de identiteitskaart is opgeslagen.