IEFBE 3194

HvJ EU breidt betekenis begrip 'mededeling aan publiek' uit

HvJ EU 9 maart 2021, IEF 19815, IT 3435, IEFbe 3194; ECLI:EU:C:2021:181 (VG Bild-Kunst tegen SPK) VG Bild-Kunst is een organisatie voor het collectieve beheer van auteursrechten op het gebied van beeldende kunsten in Duitsland. De Stiftung Preußischer Kulturbesitz (SPK) is een Duitse stichting voor cultureel erfgoed. De twee partijen botsten met elkaar bij het aangaan van een licentieovereenkomst omdat VG Bild-Kunst daarin een bepaling wilde laten opnemen die SPK zou verplichten om doeltreffende technische voorzieningen te treffen tegen het framen van werken en materialen door derden. SPK wilde hier niet in meegaan. Het Duitse Bundesgerichtshof stelde als prejudiciële vraag aan het Hof of het opnemen van een met toestemming van de rechthebbende werk op een website als een mededeling aan het publiek moet worden gezien indien daarmee voorzieniningen tegen framing worden omzeild. Het Hof heeft deze vraag nu positief beantwoord.

53. Naast het feit dat die regel in strijd zou zijn met de bewoordingen van artikel 3, lid 3, van richtlijn 2001/29, zou deze de houder de mogelijkheid ontnemen om een passende beloning te eisen voor het gebruik van zijn werk, zoals in herinnering gebracht in overweging 10 van die richtlijn, terwijl het specifieke doel van de intellectuele eigendom, zoals het Hof in herinnering heeft gebracht, met name strekt tot bescherming, ten behoeve van de houders van de betrokken rechten, van de mogelijkheid om het in het verkeer brengen of het beschikbaar stellen van beschermd materiaal commercieel te exploiteren door licenties te verlenen tegen betaling van een passende vergoeding voor elk gebruik van de beschermde voorwerpen (arrest van 7 augustus 2018, Renckhoff, C‑161/17, EU:C:2018:634, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

54. Het toestaan van een dergelijke opneming, door middel van de techniek van framing, zonder dat de houder van het auteursrecht zich kan beroepen op de rechten van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29, zou indruisen tegen het in de overwegingen 3 en 31 van die richtlijn bedoelde juiste evenwicht dat in de digitale omgeving moet worden gewaarborgd tussen, enerzijds, het belang van de houders van auteursrechten en naburige rechten bij de door artikel 17, lid 2, van het Handvest gewaarborgde bescherming van hun intellectuele-eigendomsrechten en anderzijds de bescherming van de belangen en fundamentele rechten van gebruikers van beschermd materiaal, met name hun door artikel 11 van het Handvest gewaarborgde vrijheid van meningsuiting en van informatie, alsmede van het algemeen belang (zie naar analogie arrest van 7 augustus 2018, Renckhoff, C‑161/17, EU:C:2018:634, punt 41).

55. Gelet op de voorgaande overwegingen moet op de vraag worden geantwoord dat artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 aldus moet worden uitgelegd dat de opneming, door middel van de techniek van framing, op de website van een derde van werken die door het auteursrecht worden beschermd en die met toestemming van de houder van het auteursrecht op een voor het publiek vrij toegankelijke andere website zijn geplaatst, een mededeling aan het publiek in de zin van deze bepaling vormt wanneer met die opneming de voorzieningen worden omzeild die de houder tegen framing heeft getroffen of opgelegd.

Prejudiciële vraag:

18. [...] „Vormt het opnemen, door middel van framing, van een met toestemming van de rechthebbende op een vrij toegankelijke website beschikbaar werk op de website van een derde een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 indien daarbij door de rechthebbende getroffen of geïnitieerde voorzieningen tegen framing worden omzeild?”