IEFBE 3285

Prejudiciële vragen over reclametijd

Consiglio di Stato 21 april 2021, IEF 20209, RB 3559, IEFbe 3285, IT 3668; C-255/21 (Reti Televisive Italiane) Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: De Italiaanse toezichthouder heeft drie zenders van RTI sancties opgelegd wegens het overtreden van de regels omtrent maximale reclametijd per klokuur. Volgens RTI werd in deze tijd ook zelfpromotie gepresenteerd, die bij de berekening niet mee hoeven worden genomen. In het geschil is dan ook aan de orde de vraag of het aanprijzen door de moedermaatschappij van (radio)programma's van de dochter-onderneming rechtmatig is. De verwijzende rechter verwijst in dit verband naar een besluit van de AGCOM, volgens welke de concentratie van televisie- en radio-uitzendingen ertoe kan leiden dat concurrenten worden uitgesloten van de markt. Er worden verschillende prejudiciële vragen gesteld over deze kwestie. De belangrijkste ziet op de vraag of het bestaan van diverse vormen van communicatie ondergebracht in onderling verbonden ondernemingsgroepen ertoe kan leiden dat de omroeporganisatie als groep aan te merken is als één economische eenheid. De overige vragen zien op de maximumzendtijd voor reclame en de gevolgen hiervan als de verschillende ondernemingen inderdaad als één economische eenheid beschouwd moeten worden.

a) Kan – met het oog op de communautaire regeling inzake de maximumzendtijd voor reclame, gezien het algemene belang voor het [Unie]recht van het begrip ‚groep’ of ‚één economische eenheid’ dat uit meerdere bronnen van mededingingsrecht kan worden afgeleid (maar voor zover relevant voor de onderhavige zaak, uit overweging 43 van richtlijn 2018/1808/EU en uit de bewoordingen van het gewijzigde artikel 23 van richtlijn 2010/13[/EU]), onverminderd het verschil in het Italiaanse recht tussen vergunningen voor televisie- en radio-omroeporganisaties waarin artikel 5, lid 1, onder b), van wetsbesluit 177[/2005] voorziet – een uitlegging van de nationale omroepwet volgens welke uit artikel 1, lid 1, onder a), van wetsbesluit 177[/2005], in de huidige gewijzigde versie die geldt sinds 30 maart 2010 (ter uitvoering van richtlijn 2007/65/EG), volgt dat het proces van convergentie van verschillende vormen van communicatie (elektronische communicatie, publicatie, ook online, en alle toepassingen van internet) a fortiori geldt onder aanbieders van televisie en radiodiensten, met name indien zij reeds deel uitmaken van onderling verbonden ondernemingsgroepen, worden geacht in overeenstemming te zijn met het Unierecht en algemene gelding te hebben, wat vervolgens een zodanige weerslag heeft op de uitlegging van artikel 38, lid 6, van het genoemde [wetsbesluit] dat de omroeporganisatie ook de groep kan zijn, als één economische eenheid?