IEFBE 3079

Red Bull heeft geen exclusief recht op kleurencombinatie blauw en zilver

HvJ EU 29 juli 2019, IEF 19212, IEFbe 3079; ECLI:EU:C:2019:641 (Red Bull tegen EUIPO) Red Bull heeft twee merkaanvragen ingediend om de kleurencombinatie blauw en zilver als merk te registreren voor energiedranken. Red Bull voegde de volgende beschrijving toe bij de merkaanvraag: ‘De twee kleuren zullen in gelijke verhoudingen en nevengeschikt worden aangebracht’.

Het EUIPO schreef de gedoneerde merken in, waarop Optimum Mark een vordering tot nietigverklaring van beide merken heeft ingesteld op grond van art.7 lid 1 sub a Verordening nr. 207/2009. De nietigheidsafdeling van het EUIPO heeft beide merken nietig verklaard, met name omdat zij niet voldoende nauwkeurig waren. De nietigheidsafdeling heeft zich immers gebaseerd op het feit dat deze merken tal van verschillende combinaties toelieten, die de consument niet in staat stelden een bepaalde combinatie te vatten en te memoriseren teneinde een aankoopervaring met zekerheid te herhalen. Red Bull heeft tegen deze twee beslissingen beroep ingesteld bij de kamer van beroep van het EUIPO. De eerste kamer van beroep heeft het hiertegen ingestelde beroep verworpen door te oordelen dat de litigieuze merken immers de schikking van twee kleuren volgens tal van verschillende combinaties, met een zeer verschillende totaalindruk, al toelieten. Bij het bestreden arrest heeft het Gerecht de beroepen van Red Bull in hun geheel verworpen.

Het Hof oordeelt dat het merk niet geldig is omdat een merk dat bestaat uit een kleurencombinatie een systematische schikking moet hebben die de kleuren op een van tevoren bepaalde en duurzame wijze met elkaar in verbinding brengt. De kleurencombinatie blauw en zilver is dan ook onvoldoende en voldoet niet aan de vereisten van nauwkeurigheid en duurzaamheid.

64      Opgemerkt dient te worden dat het Gerecht in de punten 85 tot en met 87 van het bestreden arrest hoofdzakelijk in herinnering heeft gebracht dat merken bestaande in een kleurencombinatie een systematische schikking moeten hebben die de kleuren op een van tevoren bepaalde en duurzame wijze met elkaar in verbinding brengt.

65      Door in dit verband te verwijzen naar „het vereiste van vrijhouding van kleuren” in het economisch verkeer heeft het Gerecht de vaste rechtspraak van het Hof, volgens welke bij het onderzoek naar aanleiding van de inschrijving van een teken bestaande in een kleurencombinatie bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het feit dat de beschikbaarheid van kleuren niet ongerechtvaardigd wordt beperkt voor de andere marktdeelnemers die waren of diensten aanbieden van het type waarvoor de inschrijving is aangevraagd, correct toegepast (zie in die zin arresten van 6 mei 2003, Libertel, C‑104/01, EU:C:2003:244, punten 54‑56, en 24 juni 2004, Heidelberger Bauchemie, C‑49/02, EU:C:2004:384, punt 41).

66      Zoals voortvloeit uit de voorgaande punten, blijkt het vereiste dat een aanvraag tot inschrijving van een merk bestaande in een kleurencombinatie voorziet in een systematische schikking die de kleuren op een van tevoren bepaalde en duurzame wijze met elkaar in verbinding brengt, bovendien noodzakelijk om te voldoen aan de voorwaarde van duidelijkheid en nauwkeurigheid waaraan een merk moet voldoen.