IEFBE 2943

Schadevergoeding vanwege productie en verkoop inbreukmakende radiatoren

Hof van Beroep Brussel 23 oktober 2018, IEFbe 2943; 2013/AR/2418 en 2013/AR/2430 (Vasco tegen Quinn en Sabi) Schadevergoeding. Rechtsplegingsvergoeding. Vasco produceert en verkoopt wereldwijd producten op het gebied van verwarming en ventilatie. Zij houdt een internationaal driedimensionaal model voor radiatoren, ingeschreven voor Benelux, Zwitserland, Frankrijk, Italië en Duitsland sinds 2002. Verwijzende naar de catalogus van Sabi, stelde Vasco in 2008 dat het product “Albe“ van Sabi  inbreuk maakt op de modelinschrijving van Vasco en stelde Sabi in gebreke om verdere inbreuk op de internationale inschrijving te staken en gestaakt te houden. Op 1 maand 2009 hebben Sabi en Quinn bij overeenkomst afgesproken dat Sabi radiatoren van het gamma “Albe“ aan Quinn zal verkopen, die ze vervolgens onder de naam “Riva“ doorverkoopt. Na herhaaldelijke ingebrekestelling, werd Vasco op 5 juli 2011 door de Voorzitter van de rechtbank van Koophandel te Brussel bij beschikking gemachtigd om bij Quinn (en zo nodig ook op elke andere locatie waar inbreukmakende radiatoren of informatie daarover kan worden gevonden) tot beslag inzake namaak over te gaan. Het beslag bij Quinn was op 7 juli 2011 niet meer mogelijk, omdat de “Riva“-radiatoren al zijn afgenomen door Sabi, waar op de volgende dag tot beslag werd overgegaan. Het Hof heeft Quinn en Sabi vervolgens veroordeeld tot onder andere betaling van schadevergoeding.

De veroordeling in solidum - het door Quinn ten laste van Sabi gevorderde

22. Hoewel Sabi sedert 20 oktober 2008 op de hoogte was van de aanspraken van Vasco en een tweede keer werd in gebreke gesteld in april 2009, bleef zij verder gaan met de productie van de inbreukmakende radiatoren en met de verkoop daarvan.
Hoewel Quinn sedert april 2009 op de hoogte wâs van de aanspraken van Vasco, bleef zij overgaan tot het bestellen en aankopen bíj Sabi van inbreukmakende radiatoren en tot de werderverkoop daarvan aan haar klanten.

Beide fouten, met name zowel de inbreuken begaan door: Sabi als deze begaan door Quinn, hebben samen de schade veroorzaakt die werd geleden door Vasco en die hiervoor door het hof werd begroot.

Sabi en Quinn zijn dan ook in solidum gehouden tot vergoeding van deze schade.

De vordering in vrijwaring van Quinn ten laste van Sabi is, gelet op hetgeen voorafgaat, ongegrond,
Quinn heeft na april 2009 met kennis van zaken gehandeld. Zij bewijst geen gegronde reden waarom zij haar eigen fout zou kunnen verhalen op Sabi.