IEFBE 3272

Uniewoordmerk 'Limbic® Types' niet beschrijvend

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20169, IEFbe 3272; ECLI:EU:T:2021:527 (Gruppe Nymphenburg Consult tegen EUIPO) Deze zaak betreft een beroep tegen de beslissing van de grote kamer van beroep van het EUIPO van 2 december 2019 over de inschrijving van het woordteken Limbic® Types. Dit verzoek is afgewezen met als reden dat het teken te beschrijvend zou zijn. Het aangevraagde merk kan vertaald worden als 'limbische typen'. Engelstalig publiek zou het merk opvatten als een aanduiding voor een persoonsindeling op grond van persoonlijkheidsprofielen of ‑kenmerken die zijn opgesteld aan de hand van kennis over het limbisch systeem. Nymphenburg verzoekt het Gerecht om deze beslissing te vernietigen. Het Gerecht oordeelt dat het betrokken publiek het symbool '®’ en de term 'types’ zal begrijpen. Dat één of meer bestanddelen beschrijvend zijn volstaat niet als reden om de merkinschrijving af te wijzen. Dit kan alleen wanneer het hele teken beschrijvend is. Vastgesteld moet dan ook worden dat het oordeel van de kamer van beroep dat het relevante publiek het teken Limbic® Types begrijpt als aanduiding van de verschillende persoonlijkheidstypen, die elk anders reageren op stimuleringen van het limbisch systeem, onjuist is.

35 Het is juist dat het betrokken publiek het symbool ‚®’ en de term ‚types’ zal begrijpen, aangezien ‚®’ het teken voor een ingeschreven merk vormt en ‚types’ een gangbare Engelse term is die verwijst naar de algemene vorm dan wel de structuur die of het karakter dat een bepaalde soort, groep of klasse van levende wezens of voorwerpen onderscheidt. De door de kamer van beroep met betrekking tot het relevante publiek gehanteerde betekenis van deze twee bestanddelen wordt door verzoekster niet betwist en moet om dezelfde redenen worden bevestigd als die welke in de bestreden beslissing zijn uiteengezet.

36 Het volstaat echter niet dat een of meer bestanddelen van een teken beschrijvend zijn; voor het hele teken moet worden vastgesteld dat het beschrijvend is, met inbegrip van, in het onderhavige geval, de derde term, namelijk het woord ‚limbic’ [zie in die zin arrest van 26 februari 2016, provima Warenhandels/BHIM – Renfro (HOT SOX), T‑543/14, niet gepubliceerd, EU:T:2016:102, punt 29].