IEFBE 3021

Verhuren van auto's met een autoradio geen mededeling aan het publiek

Dirk Visser

Volgens AG Szpunar vormt het verhuren van auto's met een autoradio geen mededeling aan het publiek.
Ik durf wel de voorspelling aan dat het Hof hem hierin gaat volgen.

Vraag: Houdt de verhuur van auto’s die standaard zijn uitgerust met een radio-ontvanger in dat de degene die de auto’s verhuurt een gebruiker is die een mededeling aan het publiek doet in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 en 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 ?

Antwoord: nee.

38. Welnu, naar mijn mening is het vrij duidelijk dat autoverhuurmaatschappijen geen enkele interventie verrichten die rechtstreeks betrekking heeft op de werken of fonogrammen die worden uitgezonden en die door hun klanten eventueel kunnen worden beluisterd met behulp van de radio waarmee de huurauto’s zijn uitgerust. Deze maatschappijen beperken zich ertoe, aan hun klanten voertuigen ter beschikking te stellen die door de producenten ervan zijn uitgerust met een radio. De klanten van deze maatschappijen nemen de beslissing om de radio-uitzendingen al dan niet te beluisteren.

[...]

56. In het licht van alle bovenstaande overwegingen geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen van de Högsta domstol te beantwoorden als volgt:

„Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij en artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom moeten aldus worden uitgelegd dat de verhuur van voertuigen die zijn uitgerust met een radio geen mededeling aan het publiek in de zin van deze bepalingen vormt.”