IEFBE 2476

Conclusie AG: Combinatie van een kleur en een vorm kan onder weigerings- of nietigheidsgrond van Uniemerkenrecht vallen

Aanvullende Conclusie AG HvJ EU 6 februari 2018, IEF 17487; IEFbe 2476; ECLI:EU:C:2018:64; C-163/16 (Louboutin tegen Van Haren) Merkenrecht. Volgens advocaat-generaal Szpunar kan een merk dat een combinatie van een kleur en een vorm is, onder de weigerings- of nietigheidsgronden van het Uniemerkenrecht vallen. Het onderzoek moet uitsluitend zien op de intrinsieke waarde van de vorm en daarbij mag geen rekening worden gehouden met de aantrekkingskracht van de waar als gevolg van de reputatie van dat merk of van de merkhouder.

Artikel 3 lid 1 onder e, iii) van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlernent en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten moet aldus worden uitgelegd dat het van toepassing kan zijn op een teken bestaande uit de vorm van de waar waarbij aanspraak wordt gemaakt op bescherming voor een bepaalde kleur. Het begrip vorm die "een wezenlijke waarde geeft" aan de waar in de zin van deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op de intrinsieke waarde van de vorm en hierbij mag geen rekening worden gehouden met de reputatie van het merk of van de houder ervan.